Winter, je wilt wolven gaan schieten, maar je vrouw verstopt je warme kleren. Een Rus gaat dan in z'n blootje.

----------------------

Aanvulling: Inmiddels werd ik er door mijn trouwe lezer Gerard van der Wardt op gewezen dat onderstaand filmpje waarschijnlijk in scène is gezet. (“Kom de laatste tijd vaker dit soort filmpjes tegen, stoere Russen die naakt de kou trotseren”). Ik denk dat hij gelijk heeft.
 

Jager.png

Waar zich dit precies afspeelt, weet ik niet. Ja, in de Oeral, meldt degene die het filmpje op Twitter deelde, maar de Oeral is nogal uitgestrekt. Hoe dan ook, het volgende is hier aan de hand.

Twee man op een sneeuwscooter zijn op de terugweg van twee dagen jagen. Plots doemt een tegenligger op. Dat gebeurt in deze contreien van de Oeral duidelijk niet zo vaak, dus dan stop je even en je maakt een praatje. Zo van: is alles in orde? Nog iets geschoten? In dit geval is er een extra aanleiding voor een praatje, want, nou ja, de tegenligger heeft wel een geweer om zijn schouder, maar draagt verder alleen een onderbroek.

Zijn stemming lijdt daar duidelijk niet onder. Ach, gewoon, zijn vrouw had al zijn warme kleren verborgen, meldt hij, zodat hij niet kon gaan jagen. Daar gaan de twee anderen – ik vind dat opvallend – in het geheel niet op in. Hen interesseert slechts wáár hij op gaat jagen.  Op wolven, luidt het antwoord, en of ze misschien ook wolvensporen hebben gezien.

Dat hebben ze. En kan hij geen warme jas gebruiken? Nee, hoeft niet, verderop is een jagershut en daar staan wel een paar viltlaarzen. Bovendien, het is warm, het is gewoon lente! Waarbij ik moet opmerken dat op Twitter als temperatuur bij dit winters tafereel -20 wordt genoemd, maar dat lijkt me onwaarschijnlijk. Iemand schrijft ook dat je dan iemands adem zou moeten kunnen zien. Ik houdt het op -5.

De man sluit af met: “Dan ga ik maar weer, ik bevries nog als ik hier met jullie sta.”

Waarna ik me afvraag wat er gezegd gaat worden, wanneer hij straks met zijn geschoten wolf terugkeert bij zijn vrouw. Hij maakt zich daar duidelijk niet druk over, dus dat zal ik dan ook maar niet doen.       

Minachtiging in Moskou: Halbe Zijlstra en de diepe kloof tussen Nederland en Rusland. (Met dank aan Aleksej Navalny.)

---------------------

halbe-was-erbij-1132x670.jpeg

Hoe zal er in de hogere Russische politieke kringen gereageerd zijn op het aftreden van onze minister Halbe Zijlstra? Die zijn biezen moest pakken, vanwege een leugen – een paar jaar geleden – over een ontmoeting met Vladimir Poetin? Het zal met een  mengeling zijn geweest van onbegrip en minachting. Een minister die opstapt vanwege een leugentje?

Terwijl het politiek einde van Zijlstra zich gisteren steeds nadrukkelijker aandiende, moest ik denken aan de politieke mores in Rusland, het land waar zijn vertrek onlosmakelijk mee is verbonden, en dat aan de vooravond nog wel van een bezoek datzelfde land.

Wie door Russische ogen naar Nederland kijkt, begrijpt Nederland niet. Wie door Nederlandse ogen naar Rusland kijkt, begrijpt Rusland niet. Om dat helder te maken is elk van de drie onderstaande filmpjes - met ondertiteling - al meer dan voldoende. Ze zijn alle gemaakt door het team van Aleksej Navalny, de criticus van Poetin cs, die door het Kremlin angstvallig buiten de komende presidentsverkiezingen wordt gehouden. Navalny trekt een beerput open van heb ik jou daar, met als mikpunten de Russische procureur-generaal Tsjajka, premier Medvedev en Poetin-vertrouwelingen Deripaska en Prichodko. Grootschalige corruptie, wanstaltige zelfverrijking en diefstal, gepleegd door lui die zonder enige scrupules hun land leegroven.

Nergens zijn de beschuldigingen die Navalny aanvoert op ook maar enigszins overtuigende wijze weerlegd. En de gevolgen? Dat zijn er niet of nauwelijks. De ontmaskerde oplichters en dieven (zo worden ze door Navalny consequent genoemd, en ik heb geen betere omschrijving) zitten gewoon nog op hun plek. Hooguit – ik kan het mis hebben – treedt Tsjajka wat minder in de openbaarheid. En de Russen die zich niet alleen door de tv laten informeren (de YouTube-filmpjes van Navalny zijn door miljoenen bekeken) zouden bij de verkiezingen misschien best hun stem willen laten horen, maar krijgen bij dat door het Kremlin geregisseerde toneelstuk daartoe niet echt de gelegenheid.

Halbe Zijlstra die – terecht, uiteraard – opstapt omdat hij een keertje heeft gelogen… Daar begrijpen ze in Moskou echt helemaal niks van.

Hoe dan ook, het is een goede aanleiding om Navalny’s werk nog eens op een rijtje te zetten. Hoe hij als president zou varen, dat durf ik niet te zeggen. Maar wat een lef heeft die vent! En verder prijs ik me gelukkig dat ik in een land leef waar een minister zich geen leugen (blootgelegd door een onafhankelijke pers) kan veroorloven.

(Voor ondertitels: klik in de zwarte balk op het radartje ('instellingen') > ondertiteling > Engels.) 

Hoe ik op Valentijnsdag net niet belandde in het detentiecentrum van de IND

------------------

fleurig-voorjaar-boeket-2012.jpg

Met Valentijnsdag heb ik niet zo veel. Het is een nog niet zo lang geleden uit het buitenland overgewaaid fenomeen, dat bij mij geen wortel heeft geschoten. Waarbij natuurlijk ook een rol speelt dat – ik doe daar niet moeilijk over – met het stijgen der jaren iemands positie op de Valentijnsmarkt er niet echt beter op wordt.

Toch kunnen er op zo’n Valentijnsdag ook bij mij nog heel onverwachte dingen gebeuren. Zo vond ik een paar jaar geleden op 14 februari, na een lange dag waarop ik mij onder meer als tolk Russisch had moeten vervoegen bij de IND op Schiphol, een mooie bos bloemen aan mijn voordeur hangen.

Ik was die dag vroeg op stap gegaan, want denk niet dat de IND op Schiphol zich op Schiphol bevindt. Reis je, zoals ik, met het openbaar vervoer, dan moet je vanaf de luchthaven ook nog een flink stuk met de bus. Het was mijn eerste tolkopdracht daar en ik was, heel verstandig, een dagje eerder wezen kijken waar ik nou precies moest wezen. Want je wilt natuurlijk niet dat zo’n asielzoeker op jou moet gaan zitten wachten.

Dankzij mijn research van de dag ervoor, kwam ik mooi op tijd aan bij het kantoor van de IND. Het was glad die dag, maar daar had ik in de trein en bus geen last van gehad. Ik meldde me aan en even later kwam een aardige medewerkster van de IND naar beneden. We moesten naar het detentiecentrum, een eindje verderop, te bereiken via de snelweg. We liepen de kou in en na een paar meter keek de medewerkster mij vragend aan. Waar stond mijn auto?

Dat misverstand was snel de wereld uit en even later zaten we in een geleende auto van een IND-collega, op weg naar het detentiecentrum. De eerste bocht ging goed, de tweede ook, maar bij de derde draaide de IND-medewerkster tevergeefs aan haar stuur. We eindigden, met de geleende auto, glibberend tegen een lantaarnpaal. Zwaargewonden vielen er niet. We werden opgehaald door een IND-collega (niet die van de geleende auto) en keerden terug naar kantoor. Van de afspraak in het detentiecentrum kwam niks meer terecht en ik kon terug naar huis, met de bus en de trein.

Die dag had ik ook nog avonddienst bij de NOS. Toen ik tegen middernacht – op de fiets – bij mijn huis aankwam, zag ik tot mijn vrolijke verbazing een bos bloemen aan de deurknop hangen. Nou ja zeg! Valentijnsdag! En er zat een kaartje bij! Van wie kon dat nou zijn? Ik kon hemaal niemand bedenken, wat ik meteen al pijnlijk vond voor degene die me deze verrassing had bezorgd …

Ik deed mijn jas uit, nam de bos bloemen mee naar de keuken en bekeek het kaartje. Het was van de vriendelijke tolkencoördinator van de IND op Schiphol, die hoopte dat ik die ochtend niet al te erg geschrokken was.

boeket-passivol-roze-gefeliciteerd_1771_2.jpg

-----------------

(Met tolken ben ik vrij snel daarna gestopt. Na een moeizame werkdag met een travestiet uit Azerbeidzjan bij de IND in Ter Apel vond ik het wel goed verder. In het detentiecentrum op Schiphol ben ik nooit geweest.)    

“Verminkt, maar niet vertrapt.” Olga Berggolts, de stem van belegerd Leningrad, werd verteerd door twijfel, angst en alcohol.

---------------------

In het vroege voorjaar van 1952 brengt Olga Berggolts (1910-1975) met een groep schrijvers een bezoek aan het in aanbouw zijnde Wolga-Donkanaal. Het werkvolk bestaat voor het overgrote deel uit gevangenen. Met veel fanfare is er net een nieuw stuk van het kanaal geopend. Gezeten in een auto, ziet Berggolts in het licht van de koplampen hoe de gevangenen na de plechtigheid in een sneeuwstorm door gewapende bewakers met honden worden weggevoerd. In haar dagboek schrijft de dichteres, die ooit vol overtuiging de Sovjet-idealen beleed: “Ik zat in de auto, mijn hoofd ingetrokken, en ergens diep van binnen, als lood, stroomden tranen. Voor de ramen van de auto liep mijn volk, waarvan 90 procent hier voor niks zat … En vindt men het dan gek dat ik na zoiets aan de drank raak? Als ik een eerlijk mens was, had ik me moeten verhangen of daar moeten blijven.”  

Letterkundige Natalja Gromova schreef met Smerti ne bylo i net een alom geprezen biografie van Olga Berggolts, de met de Stalinprijs onderscheiden dichteres, die in de oorlog met haar gedichten, voorgelezen op de radio, de inwoners van het belegerde Leningrad en de soldaten aan het front troost gaf en moed. Gromova put onder meer uit de dagboeken van de schrijfster; een aaneenschakeling van twijfel en – zeker wanneer de terreur onder Stalin Berggolts zelf en haar directe omgeving raakt – wanhoop. Het levert een hartverscheurend panorama op van een dubbelleven: de gevierde schrijfster die het systeem bezingt dat haar leven verwoest, die geacht wordt zaken als dwangarbeid “te draperen in leugens”. “Slechts dankzij het besef dat ik net zo’n dwangarbeidster ben als zij, belandde ik niet helemaal op de bodem van de wanhoop”, noteert de dichteres naar aanleiding van haar kanaalbezoek. Dat gebeurde later wel. Berggolts eindigt als een door de drank geteisterd wrak.

Berggolts heeft aanvankelijk alles mee. Ze is getalenteerd, beeldschoon en vindt in Leningrad al snel aansluiting bij de literaire wereld, die steeds meer in de pas dient te lopen bij het jonge Sovjet-bewind. Daar heeft de jonge Olga geen enkele moeite mee, integendeel, ze is vol van de Sovjet-idealen en brengt met haar werk de nieuwe wereld graag een stapje dichterbij. De schrijfster van gedichten, proza en kinderverhalen reist (als journaliste) rond in de Noord-Kaukasus en Kazachstan en ziet de ellende die de misdadige landbouwpolitiek teweegbrengt. Ze stelt zichzelf wel vragen, maar gedraagt zich verder als propagandiste. Ook wanneer in de jaren dertig de duistere vlek van de terreur steeds groter wordt. Zo schaart ze zich aan de zijde van degenen die de executie verlangen van de ‘Trotskisten’. Wanneer in 1937 kennissen worden gearresteerd en Berggolts uit de Schrijversbond wordt gezet wegens contacten met een ‘vijand van het volk’ (Leopold Averbach) groeit de angst. Gromova schrijft over Berggolts en haar geloofsgenoten:  “Oprecht trouw aan de idealen van de revolutie, waren ze ongemerkt voor zichzelf veranderd in medeplichtigen aan veel misdaden, begaan door de overheid. Onder het tromgeroffel van congressen, decreten en royeringen, stemden ze in met de uitroeiing van de boerenstand en met de vernietiging van de oude intelligentsia. Nu waren zij zelf aan de beurt.”

Berggolts wordt twee keer opgepakt, in 1937 en een jaar later. Beide keren wordt ze tijdens verhoren dusdanig hard aangepakt dat ze een miskraam krijgt. Berggolts heeft dan al twee kinderen (van twee vaders) door ziekte verloren. Ze overleeft het dubbele verblijf in de gevangenis en wordt vrijgelaten – waarom ze aan de Goelag ontsnapt, is niet duidelijk.

In haar dagboek schrijft ze: “Alles, of bijna alles in de tijd voor de gevangenis leek helder, alles paste in een goedgebouwd systeem, maar  nu is alles omgeboord, veel is van plaats verwisseld, veel is te gronde gericht.” Maar haar geloof is ze niet kwijt: “Ik ben verminkt, zwaar verminkt, maar niet vertrapt … Het heeft mijn verhouding tot onze ideeën, tot ons Moederland en de partij niet veranderd. Ik ben net als voorheen, zelfs in grotere mate, bereid om hun al mijn krachten te geven.”

De gelegenheid daartoe krijgt ze, nadat de Duitsers haar land zijn binnengevallen. Gromova: “De oorlog werd, hoe paradoxaal dat ook klinkt, voor Olga een echte bevrijding.” In gedichten richt ze zich via de Leningradse radio tot haar stad- en landgenoten – ze mag er weer zijn en voelt de levenslust terugkeren (ook dankzij een affaire met een radiocollega, terwijl ze daarnaast de zorg heeft voor haar doodzieke echtgenoot, die het beleg van de stad niet zal overleven). Berggolts wordt de stem van Leningrad. “… Ik praat met jou onder de fluittoon van granaten / in het licht gezet door een sombere gloed / Ik praat met jou vanuit Leningrad / land van mij, bedroefd land.”

Veel van wat ze schrijft en voorleest, valt volledig binnen de heroïsche Sovjet-kaders, maar er is ruimte voor het kleine, individuele. “Het armzalige Leningradse hompje brood / Bijna niets weegt het op je hand”, luidt een regel over een eenvoudige vrouw tijdens het beleg. Die vrouw, en de andere inwoners van de stad, zijn bij Berggolts de echte helden van de oorlog. Dát wordt door haar luisteraars herkend en zij zien Berggolts als hun beschermster. Een collega bezoekt het front en vertelt Olga hoe soldaten en officieren haar zeiden: “Wanneer u haar ziet, omhels haar dan.” Ze wordt het symbool van de onverzettelijkheid van de stad, ze wordt een legende.

De inwoners, die negenhonderd dagen de dood in de ogen hadden gezien en zelf voor hun lot hadden moet vechten, waren al die tijd een stuk minder bang geweest voor de overheid (“… wat een wilde vrijheid ademden we.”) De ontnuchtering volgt snel. Stalin moet niets hebben van de trots van Leningrad en de verhalen van individueel verdriet en heldendom. De duimschroeven worden na de oorlog weer aangedraaid – met als bekendste slachtoffers Anna Achmatova en Michail Zosjtsjenko, die – in augustus 1946 – tot literaire en maatschappelijke outcasts worden verklaard. 

Berggolts' graf op de Volkovo begraafplaats in Sint-Petersburg 

Voor Berggolts zijn de naoorlogse jaren een achtbaan waar ze niet meer uitkomt. In haar dagboek schrijft ze over de honger op het platteland. Een kolchoz waar ze eerder in de Izvestija een juichend artikel over schreef, noemt ze nu in kamp des doods. Tegenover de angst voor een nieuwe arrestatie en het verbod op haar boek Govorit Leningrad (over haar radiowerk tijdens het beleg), staat de Stalinprijs die ze in 1951 krijgt voor het lange gedicht Pervorossijsk (met lovende regels over Stalin). Na de dood van de dictator zet ze zich in voor de rehabilitatie van terreurslachtoffers. Uit die hoek krijgt ze vervolgens het bijtende verwijt dat ze in haar werk van na de oorlog de misdaden van het regime verzwijgt. In 1956 dreigt ze uit de Partij gezet te worden na een toespraak in het Moskouse Schrijvershuis, waarin ze de aanhoudende leugens in de literatuur aan de kaak stelt. Ze schrijft een berouwvolle brief aan het Centraal Comité. Ondertussen zint ze op een ‘definitieve’ roman over haar generatie, maar die komt er niet. Zou ze de waarheid hebben geschreven, dan had ze volledig moeten breken met het Sovjet-systeem dat het kader van haar leven vormde. Voor die stap, wel gezet door schrijvers als Aleksandr Solzjenitsyn en Lev Kopelev, heeft ze de kracht niet.

Niet alleen met haar politieke uitspraken brengt Berggolts haar partijlidmaatschap in gevaar, maar ook door “huiselijke verloedering” en “onwaardig gedrag” – oftewel: drankmisbruik. Ziekenhuisopnames helpen niet. Ze neemt af en toe nog deel aan het literaire leven, om daarna weer voor lange tijd uit het zicht te verdwijnen. Vrienden die haar in de vroege jaren zeventig bezoeken, treffen een flat aan waar het een chaos is. In de oude vrouw herkennen ze met moeite de vroegere Olga. Ze overlijdt op 13 november 1975.

----------------

Over het dagboek van Olga Berggolts schreef ik eerder al twee stukjes, zie hier en hier.

---------------

Een lezing van Natalja Gromova over het leven van Olga Berggolts:

Van de Moskouse chocoladefabriek Rode Oktober naar het haringbedrijf van mijn vader is maar een kleine stap.

---------------

Kort voor de Tweede Oorlog zit de Duitse Ruslandkenner Klaus Mehnert in een Moskous theater. Op het programma staat Michail Boelgakovs De Dagen van de familie Toerbin. Het toneelstuk speelt zich af in 1918-1919 en voor een straatscène heeft de regisseur een reclameposter opgehangen van de snoep- en chocoladefabriek Einem. Daarop is een peuter te zien die de rivier de Moskva overstapt, naar de Einemfabriek tegenover het Kremlin. Klaus Mehnert weet even niet hoe hij het heeft: die peuter, dat is hij.

Mehnert wordt in 1906 geboren in Moskou. Zijn overgrootvader van vaders zijde was musicus in het Bolsjoj Theater, zijn grootvader bouwde bruggen en spoorwegen voor de tsaar, zijn vader had een drukkerij in Moskou. Mehnerts grootvader van moederszijde was eigenaar van de Einemfabriek, die na de Revolutie genationaliseerd wordt en verdergaat onder de naam Rode Oktober. De naam van drukkerij Mehnert staat in kleine letters boven aan de poster.

Klaus Mehnert

Mehnerts ouders en grootouders hebben steeds hun Duits staatsburgerschap behouden en in de Eerste Wereldoorlog – de familie heeft Rusland tijdig verlaten – neemt zijn vader dienst in het Duitse leger. Hij sneuvelt in Vlaanderen. Klaus Mehnert wordt journalist, professor aan universiteiten in de VS en West-Duitsland, en werkt als correspondent en tv-commentator. In 1955 is hij in Moskou tijdens het bezoek van Konrad Adenauer, een jaar later is hij aanwezig op het Twintigste Partijcongres. Hij schrijft meerdere boeken over de USSR, waaronder Über die Russen heute. Was sie lesen, wie sie sind (1983). Dat zeer aanstekelijke boek is mijn kennismaking met hem.

Ik was er zo enthousiast over, dat ik bij Vrij Nederland informeerde of men misschien geïnteresseerd was in een interview met Mehnert. Zeker, luidde het antwoord. Ik schreeff een brief aan Mehnert, geadresseerd aan het instituut waar ik meende dat hij werkte. Ik krijg vrij snel antwoord van een medewerkster. De heer Mehnert had mij ongetwijfeld met plezier ontvangen, ware het niet dat hij enige tijd geleden was overleden.

De beschrijving van Klaus Mehnerts plotse weerzien met zijn jongere ik op een reclameposter, staat in de inleiding bij zijn boek De Russen. Hoe men leeft en denkt in een rode wereld (1959), dat ik vele jaren geleden las. Recent herlas ik het bewuste fragment en nu voerde het mij linea recta naar de Euromast in Rotterdam. In het restaurant aldaar, hoog boven de stad, vierde mijn vader in 2005 zijn tachtigste verjaardag. Ooit nam hij het haringexportbedrijf van zijn vader over, gevestigd aan de Vlaardingse haven. In het restaurant daar in de Euromast zag mijn vader plots zichzelf terug op een reclameposter van zijn vaders bedrijf, uit de vroege jaren dertig - de zorgvuldig bewaarde poster was een cadeau van zijn zus. Het joch dat daar haring staat te happen, dat is hij. 

----------------

In het midden het pakhuis/kantoor van mijn vaders bedrijf (firmanaam: Jan Don & Co) in 1938. Afgebrand in 1960.  

Hoe ABBA en de toeschouwers bij het Tsjajkovski-concours in Moskou de KGB de zenuwen bezorgden

---------------------


Dat pop- en rockmuziek voor de KGB in de jaren tachtig een hoofdpijndossier vormde, dat was me bekend. Dat ook klassieke muziek de geheime dienst de zenuwen kon bezorgen, dat wist ik niet.

In de winter van 1981 trok ik in een ijskoud Leningrad een paar dagen op met de Magnetic Band, een uiterste sympathieke rockband uit Estland, onder leiding van Gunnar Graps. Ze traden op in middelgrote zalen, waar het enthousiasme groot was. Af en toe zo groot dat er gedanst werd – dit tot lichte ongerustheid van Graps en de zijnen. Bij een teveel aan dit soort wilde taferelen zouden er weleens concerten geschrapt kunnen gaan worden.      

Ik moest meteen aan die optredens van de Magnetic Band denken, toen ik onderstaand document tegenkwam. Het is een schrijven van de KGB over de zevende editie van het vermaarde Tsjajkovski-concours in Moskou. Daar stond bepaald geen rockmuziek op het programma, maar toch kon het publiek ook daar erg enthousiast worden. Geen probleem op zich, ware het niet dat het enthousiasme de verkeerde muzikanten gold: die uit Engeland en de VS, en niet uit de eigen USSR. Daar fronste men bij de KGB de wenkbrauwen over. En hoe zat dat met die geruchten over optredens van het 'ensemble ABBA'?

(Voor opmerkingen over de houterige stijl van onderstaand document wende men zich niet tot de vertaler, maar tot de KGB.)

No. 522
V.V. FEDORTSJOEK – CC CPSU  OVER HET GEDRAG VAN SOVJET-BURGERS IN CONCERTZALEN EN BIOSCOPEN
19  juli 1982

Geheim
No. 149-F
Moskou

CC KPSU
Aan kameraad Andropov Joe.V.

OVER NEGATIEVE VERSCHIJNSELEN IN HET GEDRAG VAN AFZONDERLIJKE CATEGORIEËN VAN TOESCHOUWSERS GEDURENDE OPTREDENS VAN BUITENLANDSE ARTIESTEN EN VERTONINGEN VAN WERKEN VAN BUITENLANDSE FILMKUNST

Volgens gegevens die het Comité van staatsveiligheid van de USSR bereiken, vinden de laatste tijd niet zelden elementen van negatief gedrag plaats van afzonderlijke categorieën toeschouwers, onder Sovjet-burgers die aanwezig zijn bij verschillende internationale evenementen op het gebied van cultuur en kunst.

Op 9 juli van dit jaar vond in de Grote zaal van het Moskouse staatsconservatorium de plechtige sluiting plaats van het VII Internationale P.I. Tsjajkovski-concours, waarbij de uitslagen werden bekendgemaakt en tevens een afsluitend concert van de laureaten werd gehouden. Gedurende de uitreiking van de prijzen aan de winnaars, kwam bij een meerderheid van de toeschouwers een demonstratieve tendentie aan het licht tot een duidelijke overwaardering van enkele buitenlandse uitvoerders en vooral van vertegenwoordigers van de USA en Groot-Brittannië, die werden begroet met langdurig applaus dat af en toe van een provocerende moedwilligheid werd. Het duidelijkst kwam dat tot uiting bij de onderscheiding van de Engelsman Donohoe P. (tweede prijs), de Amerikanen Zajats D. (derde prijs) en Barbagallo J. (zevende prijs). Ondertussen verliep de prijsuitreiking bij Sovjet-vertolkers die hogere plaatsen bezetten, in een sfeer van niet meer dan gewone begroetingen. Dit contrast werd nog groter tijdens de optredens van de laureaten op het concert. Zo werd de pianist uit Groot-Brittannië Donohoe P. na zijn nummer meermalen teruggeroepen op het toneel en werd hij letterlijk bedolven onder bloemen. Naar de mening van een reeks aanwezigen was een dergelijke reactie op zijn optreden niet volledig in overeenstemming met de objectiviteit, maar werd ze kunstmatig gecreëerd. Dat wordt nog eens bevestigd door het feit dat na de ovaties voor de Engelsman, veel toeschouwers het concert verlieten en de optredens van de Sovjet-prijswinnaars Ovtsjinnikov V. en Zabiljasta L. plaatsvonden in een halflege zaal.

De ongezonde opwinding rond de evenementen in het kader van culturele uitwisseling deed zich ook in veel andere gevallen voor, in het bijzonder op het voorgaande P.I. Tsjajkovski-concours, op het concours van balletartiesten, tijdens de vertoning buiten het concours om van films van Westerse makelij op internationale filmfestivals, en eveneens gedurende de filmweken van de BRD, Frankrijk, Italië, Zweden, Canada en andere landen.

Abnormaal aangedikte belangstelling wekken ook de tournees in de USSR van enige buitenlandse ‘sterren’ ut de lichte muziek. Bij de ingang van de zalen vinden samenscholingen plaats, de situatie tijdens een concours is tot het uiterste verhit, er wordt geschreeuwd en er zijn pogingen tot massaal te dansen.

Onder liefhebbers van lichte muziek verspreiden zich voortdurend allerlei geruchten over aankomende tournees van buitenlandse artiesten, wat de openbare mening opzweept en in hoge mate van tevoren de genoemde negatieve momenten bepaalt. In 1981 werden dergelijke geruchten verspreid aangaande het Zweedse ensemble ‘ABBA’, momenteel wordt door een van de Moskouse kranten actief het sterke gerucht verspreid over een optreden van de Italiaanse zanger Celentano, hoewel Goskontsert USSR daar nog geen definitief besluit over heeft genomen.

Dit wordt medegedeeld als informatie.
Voorzitter van het comité (handtekening) V. Fedortsjoek     

-----------------

Nou wil het toeval dat er over het onderhavige Tsjakovski-concours een stevige documentaire is gemaakt. Over eventuele ‘ongezonde’ bijval voor de diverse muzikanten in de zaal valt op grond van de beelden niks te zeggen. Maar helemaal aan het eind van de film wordt het plots interessant. Daar zien we Peter Donohoe voor een open raam staan en toegejuicht worden door Moskouse bewonderaars beneden op straat. Uiterst ongezond uiteraard, binnen het vigerend denkraam van de KGB.

Overigens werd er bij de pianisten geen winnaar aangewezen. Peter Donohoe deelde de tweede prijs met Vladimir Ovtsjinnikov. Na lezing van bovenstaand document vraag je je af in hoeverre de jury haar beslissing heeft kunnen nemen zonder last of ruggespraak.