Kroonjuweel van een trotse Russische gastvrouw op een mooi gedekte feesttafel: defitsit!

———————

Visafdeling, 1986.

Het was januari 1982. Ik deed mijn best om de jongerencultuur van de USSR te doorgronden en volgde de Estse rockgroep Metallic Band tijdens een paar optredens in Leningrad, om er een artikel over te schrijven. Aardige jongens waren het. Na afloop van een optreden reed ik mee in de bus naar hun hotel. Er kwam een fles drank tevoorschijn van een merk dat ik niet kende. ‘Nee, dat hebben jullie niet in Gollandija!’, klonk een vrolijke stem achter me. ‘Nee’, antwoordde ik, ‘это у нас дефицит (dat is bij ons defitsit).’ Gelach was mijn deel.

Vraag me om het woord defitsit – klemtoon op de laatste lettergreep - uit te leggen en de moed zinkt me in de schoenen. Waar begin je? Defitsit, die rode draad van de planeconomie. Defitsit, de obsessie van elke Sovjetburger. Defitisit, samenvatting van de schaarste. Defitisit, het kroonjuweel van een trotse gastvrouw op een mooi gedekte tafel. Defitsit, de ‘machtige motor van specifieke maatschappelijke relaties’.

Die laatste omschrijving kwam ik tegen in een meesterlijke monoloog van Arkadi Rajkin, geschreven door Michail Zjvanetski. Het filmpje en de tekst – met mijn excuses aan de lezer die geen Russisch kent – staan hieronder.

Een boeiend fenomeen was de teleurstelling die emigranten uit de USSR voelden in het Westen, nadat de aanvankelijke verblinding door de overweldigende overvloed in de winkels was weggezakt. Er ontbrak iets: defitsit! De jacht op schaarse goederen, de triomf wanneer je iets met veel moeite op de kop had getikt! Het was allemaal een beetje saai, die volle winkels. En lastig ook, want hoe bouwde je een nieuwe kennissenkring op? Wat waren de spelregels, in een land waar het hoofd van de vleesafdeling in de supermarkt niet meer was dan dat: hoofd van de vleesafdeling? Nee, zei Rajkin al, overvloed, dat was eigenlijk maar niks.

 

Дефицит

(Для А. Райкина)
Послушай меня, дорогой! Что я тебе скажу. Все идет к тому, что всюду все будет, изобилие будет! Но хорошо ли это будет? Подожди, не торопись, ты молодой, горячий, кровь играет. Я сам был огонь, сейчас потух немного, хотя дым еще идет иногда... С изобилием не надо торопиться! Почему?..
Ты идешь по улице, встречаешь меня.
- Здравствуй, дорогой! Заходи ко мне вечером.
- Зачем?
- Заходи, увидишь.
Я прихожу к тебе, ты через завсклада, через директора магазина, через товароведа достал дефицит! Слушай, ни у кого нет - у тебя есть! Я попробовал - во рту тает! Вкус специфический! Я тебя уважаю.
На другой день я иду по улице, встречаю тебя.
- Здравствуй, дорогой! Заходи ко мне вечером.
- Зачем?
- Заходи - увидишь!
Ты приходишь ко мне, я через завсклада, через директора магазина, через товароведа, через заднее крыльцо достал дефицит! Слушай, ни у кого нет - у меня есть! Ты попробовал - речи лишился! Вкус специфический! Ты меня уважаешь. Я тебя уважаю. Мы с тобой уважаемые люди.
В театре просмотр, премьера идет. Кто в первом ряду сидит? Уважаемые люди сидят: завсклад сидит, директор магазина сидит, сзади товаровед сидит. Все городское начальство завсклада любит, завсклада ценит. За что? Завсклад на дефиците сидит! Дефицит - великий двигатель общественных специфических отношений.
Представь себе, исчез дефицит. Я пошел в магазин, ты пошел в магазин, мы его не любим - он тоже пошел в магазин. 
- Туфли есть?
- Есть!
- Черные есть?
- Есть!
- Лакированные есть?
- Есть!
- Черный верх, белый низ есть?
- Есть!
- Белый верх, черный низ есть?
- Есть!
- Сорок второй, самый ходовой, есть?
- Есть.
- Слушай, никогда не было. Сейчас есть. 
- Дамские лакированые, бордо с пряжкой, с пуговицей есть? 
- Есть!
Ты купил, я купил, мы его не любим - он тоже купил. Все купили.
Все ходим скучные, бледные, зеваем. Завсклад идет - мы его не замечаем. Директор магазина - мы на него плюем! Товаровед обувного отдела - как простой инженер! Это хорошо? Это противно! Пусть будет изобилие, пусть будет все! Но пусть чего-то не хватает!

——————-

Op de golven van griep - een koortsachtig boek dat met literaire prijzen aan de haal ging

———————

Wacht even – dat mes, in haar tas … Heeft mevrouw Petrova nou echt …? En haar man, meneer Petrov, met dat pistool op de kamer bij een vriend, een miskende schrijver die aandringt dat hij hem vermoordt… Meneer en mevrouw Petrov uit Jekaterinburg zijn beiden ziek, in elk geval fysiek, maar zijn ze ook geestelijk niet helemaal lekker? De griep heeft de twee flink te pakken, koortsige visioenen spelen op en als lezer word je af en toe flink op het verkeerde been gezet. Of toch niet?

Aleksej Salnikov (1978), woonachtig in Jekaterinburg, brak het afgelopen jaar door met Петровы в гриппе и вокруг него / Petrovy v grippe i vokrug nego (tja, hoe vertaal je dát nou). Hij won er de Nationale Bestseller-prijs mee en de NOS-jury-prijs (НОС in het Russisch), en het is weer eens een moderne Russische roman die ik niet na een bladzij of dertig heb weggelegd – al scheelde dat niet veel.

Meneer en mevrouw Petrov hebben een zoontje, Jonge Petrov, zoals hij in het boek heet. En ook hij heeft een flinke griep te pakken. Salnikov volgt de drie familieleden in afzonderlijke hoofdstukken, elk in hun eigen alledaagse, provinciale werkelijkheid. Daarbij gebeurt aanvankelijk weinig en mede door de laconieke taal die Salnikov hanteert, vraag je je af wat je nou precies krijgt voorgeschoteld en wat daar nou boeiend of pakkend aan is. Maar dan begint er langzaam iets te schuiven en word je meegenomen in een wereld die door het koortsige prisma van de familie Petrov scheef komt te staan – of toch niet … Bij meneer Petrov, die zijn geld verdient als automonteur, worden de dampen van de griep nog eens vermengd met die van een flink drinkgelag, dat eindigt in een verre buitenwijk bij een oude klant van Petrov, die nog een appeltje met hem te schillen heeft. Er is ook nog een rol voor een lijk en een lijkwagen. Petrov vraagt zich de dagen erna – net als de lezer – af of hij dat alles nou wel echt heeft meegemaakt.

Aleksej Salnikov. (Foto: Dmitri Rozjkov / CC BY

De taal van het boek blijkt gaandeweg een van Salnikovs troeven. Die is inderdaad alledaags, maar met af en toe verrassende beelden en onverwachte wendingen weerspiegelt ze het alledaagse leven in Rusland, dat doorgaans wat minder voorspelbaar is dan in Nederland. Wie die dagelijkse onvoorspelbaarheid (gekoppeld aan enig absurdisme) van Rusland ooit heeft ervaren, zal het wisselende wel en wee – en mogelijk ook de alcoholische buitelingen – van de Petrovs bekend voorkomen. Daarnaast roepen allerlei details (de geur van een trappenhuis, een venijnige woordenwisseling in een taxibusje) het verlangen op om snel weer naar Rusland af te reizen – of juist het voornemen om dat voorlopig maar niet te doen. Dat Petrovy v grippe i vokrug nego zich in een stad in de Oeral afspeelt, en niet ‘gewoon’ in Moskou of Sint-Petersburg, maakt het nog aardiger.

Het drievoudig perspectief, van vader, moeder en zoon, werkt verrassend. Denk vooral niet dat je iemands oordeel over jezelf altijd juist inschat. In het laatste hoofdstuk komt er nog een vierde blik bij, die van een studente Engels, die als bijbaantje Snegoerotjska (het hulpje van Vadertje Vorst) speelt op een Nieuwjaarsfeestje voor kinderen. En laat dat nou net het feestje zijn waar de zieke Jonge Petrov zo graag naartoe wil. Snegoerotsjka neemt Jonge Petrov bij de hand en schrikt van zijn koortsige warmte. Waar komt die studente Engels opeens vandaan? Je verwacht dat zij, zo helemaal aan het eind van het boek, als buitenstaander, nog een verhelderend licht werpt op de rare gebeurtenissen in de hoofdstukken eerder. Of dat ook echt gebeurt, verklap ik niet.

Dranklustige schrijvers op een rij - een nieuw prachtwerk van ZOOM

———————-

Bevond ik mij in Moskou, dan zou ik mij nu onmiddellijk spoeden naar de Ljoesinovski straat, om daar, bij nummer 37, bovenstaand kunstwerk te aanschouwen. Het is van ZOOM, een kunstenaar die sinds 2015 regelmatig muren in Moskou van een vrolijk (of minder vrolijk) tintje voorziet. Een lang leven zijn de schilderingen doorgaans niet beschoren. Zie hier het lot van de beeltenis van Vasili Sjoeksjin, met (de derde tekening) nog een toevoeging van ZOOM – postuum, zou je kunnen zeggen:


Sjoeksjin verschijnt ook op de tekening boven aan dit stukje, waar hij de deur openhoudt van een drankwinkel. In de rij staan vakgenoten van de schrijver, allen met een stevig drankprobleem. De twee figuren links lijken slechts ‘bladvulling’, vervolgens herkennen we, van links naar rechts (voor twee van de tien had ik hulp nodig):

Vasili Aksjonov, Vasili Sjoeksjin, Aleksandr Tvardovski, Sergej Jesenin, Vladimir Vysotski, Sergej Dovlatov, Arkadi Gajdar, Venedikt Jerofejev, Michail Sjolochov en Olga Berggolts (de arme, verscheurde Berggolts – lees haar dagboek.)

En nog twee werken van ZOOM. Meer is hier te vinden.

Ippolit uit de film Ironija Soedby

Leningrad, 31 december 1981 – Ajax, Den Uyl en de vrouwen van Rusland

———————

Leningrad, december of januari 1981-1982

Leningrad, december of januari 1981-1982

Het is de laatste dag van 1981. Voor het eerst vier ik Oud en Nieuw buiten Nederland. Ik ben uitgenodigd in een verre buitenwijk van Leningrad, bij Tanja thuis.
Ze bewoont een typisch Russisch driekamerflatje samen met – ook typisch Russisch –  haar moeder, zuster, broer, schoonzuster en neefje. Er loopt ook nog een poes rond. Die heette aanvankelijk Strauss, maar toen bleek dat Strauss kleintjes kon krijgen, kreeg hij (zij) een nieuwe naam: Varvara.
De familie, voor de gelegenheid aangevuld met een verre tante, had ik al vaker ontmoet, en wanneer ik ’s avonds tegen tien uur binnenstap, word ik hartelijk begroet. Vooral door broer Igor, die net is thuisgekomen van zijn werk. Daar heeft hij met enkele collega’s het nieuwe jaar alvast ingeluid. Hij is een beetje aangeschoten.

De kleine woonkamer wordt in beslag genomen door een vorstelijk gedekte tafel en een schitterende kerstboom, door poes Varvara benut als uitkijkpost. Haar klautertochtjes worden begeleid door angstige gilletjes van Tanja en haar zus, want er sneuvelt af en toe een kerstbal.
Om half twaalf gaan we aan tafel. Ik kom terecht naast Igor, die na een toost op de vrede vraagt wat ik vind van Reagan en de kruisraketten in Nederland. Ik vertel hem over de machtige demonstratie tegen die raketten, een maand eerder in Amsterdam.

Gelukkig is het snel twaalf uur. Nieuwjaar! Opnieuw wordt er getoost, meerdere keren zelfs. Op tv luiden de klokken van het Kremlin. Iedereen geeft elkaar een zoen en Tanja begint met het uitdelen van de cadeautjes. Haar neefje krijgt een spoorbaantje. Mijn buurman heeft het nog steeds over kruisraketten. Ik kan hem niet meer volgen. Om twee uur, middernacht in Nederland, staat hij op. Hij heft het glas op mij en mijn volk, strijders voor de vrede, bondgenoten van de Sovjetunie! Ontroerd gaat hij zitten.

Waar ik – geheel tegen de Russische etiquette in – niet telkens mijn glaasje leegdrink, slaat Igor, zoals het hoort, alles meteen achterover. Het is duidelijk dat het feest voor hem niet lang meer zal duren. Hij buigt zich naar me toe en vraagt fluisterend wat ik vind van de vrouwen in Rusland. Mijn diplomatieke antwoord dringt niet tot hem door. Hij vindt het heerlijk om eens te kunnen praten van man tot man te midden van al die vrouwen om hem heen.

Ver komen we niet. Nadat we gedronken hebben op het zwakke geslacht in Nederland en, op aandringen van mij, ook nog op Ajax en Joop den Uyl, verdwijnt hij onvast naar het zijkamertje om niet meer terug te komen.

Igors te vroege vertrek werpt een schaduw over het feest. Zijn moeder geneert zich, de gesprekken stokken en de televisie domineert steeds meer. Er is een Nieuwjaarsshow te zien rond zangeres Alla Poegatsjova, onder Russen razend populair. Nadat ze haar laatste lied heeft gezongen, verschijnt een stevige omroepster in beeld die de kijkers maant om op dit late tijdstip toch vooral zachtjes te doen voor de buren.

Het is die nacht passen en meten in het overvolle flatje. Ik kom terecht op de bank in de woonkamer. De volgende ochtend word ik al vroeg gewekt door Tanja’s neefje. Of ik zijn spoorbaantje wil opzetten. Hij had vader Igor niet wakker kunnen krijgen.

Foto: A. Bacharov.

Foto: A. Bacharov.

Vjatsjeslav Boetoesov - zijn liedjes alleen al zijn al voldoende reden om Russisch te leren

—————————

butusov.jpg

Het zal in de tweede helft van de jaren negentig geweest zijn dat ik Vjatsjeslav Boetoesov voor het eerst zag optreden. Ik kende hem niet. Het was in Sint-Petersburg, in een zaal bij metrostation Petrogradskaja. Er stonden meerdere artiesten op het affiche. Van Boetoesov was ik meteen weg, van de rest kan ik me niks meer herinneren. 

Zo maar wat van zijn werk, passend bij de donkere dagen van december.

Ik dacht aanvankelijk aan elk lied de tekst toe te voegen, maar dan wordt dit een heel lang stuk. Elke tekst is simpel te googelen. 

En dit zou zo maar mijn laatste stukje van 2018 kunnen zijn.

Прогулки по воде:

Синоптики:

Моя звезда:

Ванинский порт:

Крылья:

Песня идущего домой:

Russische les. Een kenner van Louis Couperus in een Moskouse biertent. Dialogen.

——————-

Niet alles was vroeger beter. Wat te denken, bijvoorbeeld, van die saaie luisteropdrachten tijdens mijn studie Russisch, vrij lang geleden. Je kreeg een cassettebandje mee naar huis met fragmenten van de Sovjet-radio en die moest je dan uitschrijven. Het echte, levende Russisch was heel ver weg. En kijk – en luister – nou eens naar onderstaand filmpje. Het fraais ligt tegenwoordig voor het oprapen.

De setting is om van te watertanden: een biertent in Moskou. De gesoigneerde heer met microfoon is Vladimir Moltsjanov. Hij spreekt vloeiend Nederlands (niet in die biertent) en is een kenner van het werk van Louis Couperus. Ooit was hij correspondent in Nederland, later was hij een gewaardeerd programmamaker. Hij is tegenwoordig hoofd van een opleiding journalistiek. Dit filmpje is uit 1991, uit het programma Voor en na middernacht.


Bier wordt verkregen uit een automaat. Je dient zelf een pot of iets anders bij je te hebben, een leeg melkpak bijvoorbeeld, want glazen zijn er niet. En dat is allemaal de schuld van de joden.

- (2.29) “Zolang de geheime en openlijke joodse structuren het bestuur van het land niet uit handen geven, niet stoppen met de vernietiging van het land, drinken we bier uit potten.” – “Volgens u is het de schuld van de joden dat u bier drinkt uit potten?” – “Absoluut.”

Kijk, over dat bloemrijke Russisch – even los van de inhoud – had ik me willen buigen op mijn studentenkamer aan de Ina Boudier Bakkerlaan in Utrecht.

Moltjsanov speelt graag de naïeve interviewer. Is er in het dorp dan geen bier?, vraagt hij aan een man voor wie de biertent duidelijk een van de hoogtepunten is van een uitstapje naar Moskou (2.23). “Neeeee joh, hoe komt u daar bij. Hebben ze nergens!” En je ziet de man denken: wat een idioot, die Moltsjanov.

Mooi natuurlijk, dat er in deze tent wel bier is, maar de kwaliteit kan verschillen, zo vertelt een wat pafferige klant op 6.48. Hij kwam vroeger kennelijk elders. Daar dronk hij na zijn werk, heel beschaafd en naar volle tevredenheid, hooguit een halve liter (“zo veel als mijn jonge organisme aankan”). Die tent bestaat kennelijk niet meer en hier is het allemaal minder, veel minder: “Vanochtend kwam ik hier en was het bier goed, na het middageten kwam ik hier en was het, sorry, pis. Van een ezel.” Waarna hij Moltsjanov nog even bedankt dat die is langsgekomen “in onze zwijnenstal”.      

Even een stukje terug, naar 4.49: Moltjsanov: “Bevalt het u hier?” Klant: “Voor geen meter.” Ietsje verder in het gesprek:
- Bent u bang voor de toekomst van uw kinderen?
- Ja.
- Waarvoor dan precies?
- Voor oorlog.
- Oorlog in eigen land?
- Vooral voor oorlog in Rusland. Ik ben bang voor een oorlog in Rusland.

Aan het eind is Moltsjanov zijn microfoon kwijt. Die is in handen van een bierliefhebber met een boodschap (6.33): “Bier. Het belangrijkste is bier. Laat het volk tenminste zijn bier. Laat tenminste het volk zijn bier. Bier. Maak het bier goedkoop en betaalbaar.”

Bij welk tafeltje had ik me het liefst aangesloten? Niet bij die jongen op 3.55 die zegt dat hij net terug is uit een kamp in Vorkoeta, waar hij drie jaar heeft gezeten voor kleine straatschenderij/мелкое хулиганство (of hij schept op, met z’n drie jaar, of hij durft zijn echte misdaad niet te noemen), en al helemaal niet bij die socioloog (!) aan het begin. Nee, ik had graag een pot (of melkpak) geheven aan het tafeltje met de man die vertelt waar ze over aan het praten waren (3.30): “We hadden het net over voetbal en lossen samen kruiswoordpuzzels op.”

———————

Trouwens, die saaie luisteroefeningen van ooit, lang geleden, hadden ook leuke momenten. Zoals die keer toen ik na lang afspelen, terugspoelen en weer afspelen tenslotte toch het raadselachtige vefíerje kon thuisbrengen: в эфире, in de ether! Een hoogtepunt was de ontcijfering van atádajá … от а до я / van a tot z! Er steeg een zacht gejuich op vanbinnen, toen dat kwartje was gevallen.

De stadionramp in Chabarovsk: trieste kopie van de tragedie bij Spartak Moskou - Haarlem

————————

De oosttribune in 1981. Rechts bij de orde cirkel bevond zich de noodlottige trap.

Ze vonden kort na elkaar plaats, in 1982, en de overeenkomsten zijn beklemmend: de ramp in het Leninstadion van Moskou en die in het Leninstadion van Chabarovsk een maand later. Bij de eerste, in Moskou, kwamen 66 supporters om het leven kwamen. De ramp werd goeddeels stilgehouden.  Was er ruchtbaarheid aan gegeven, dan was de tweede, in Chabarovsk, met 18 slachtoffers, misschien wel  nooit gebeurd.  

Bij de voetbalwedstrijd tussen Spartak Moskou en Haarlem vielen de doden in het gedrang dat kort voor het einde van de wedstrijd ontstond op een trap van de tribune. Er waren uitgangen afgesloten, te veel mensen hoopten samen en toen supporters uitgleden op de verijsde treden, was er geen houden meer aan. Het afgrijselijke scenario herhaalde zich op 20 november, zeven tijdzones naar het oosten, in Chabarovsk, in het stadion daar met dezelfde naam als dat in Moskou.

Op de avond van die koude dag – het vroor 20 graden ­– werd in de openlucht voor volgepakte tribunes een bandy-wedstrijd gespeeld tussen het lokale SKA en Zorki uit Moskou. Bandy (ijshockey met een bal) heeft sindsdien veel aan populariteit ingeboet, maar trok in de vroege jaren tachtig regelmatig volle stadions. Op het duel tussen SKA en Zorki, de nummers nummers 2 en 3 van het seizoen ervoor, waren 18.000 man afgekomen. Vermoedelijk waren dat er in de tweede helft meer – in de rust was het simpel om zonder kaartje binnen te komen. 

Het Leninstadion. De trap, zichtbaar bij de bovenste rechterpunt van de tribune, bij de rechterlichtmast, is na de ramp aangepast.

Een jaar eerder was het Leninstadion, gelegen aan de rivier de Amoer, gerenoveerd voor het WK bandy. De trap aan de rechterzijde van de oosttribune was daarbij aan de onderkant versmald, waardoor een soort trechter was gevormd. Enkele uitgangen waren afgesloten en tegen het einde van de wedstrijd dromden te veel supporters samen aan de bovenkant van de spekgladde trap. En toen ging het mis. Net als een maand eerder in het Moskouse Leninstadion gleden mensen uit en was er geen houden meer aan. Aan de chaos kan hebben bijgedragen dat menig supporter een slok op had. Drank in de vrieskou was bij bandy een gebruikelijk verschijnsel en zeker op de ‘proletarische‘ oosttribune, bekend om zijn roerige sfeer, zal aardig wat ingenomen zijn. Ooggetuigen zeggen dat agenten loerden op dronken toeschouwers en dat er onder aan de trap wagens klaarstonden om die af te voeren naar het ontnuchteringshuis. Bij de aanblik daarvan zouden supporters zijn omgekeerd, waardoor het gedrang zou zijn verergerd.

De ramp in Moskou, een maand eerder, werd door de voetballers van Spartak en Haarlem in het immense stadion niet opgemerkt. In Chabarovsk zagen de spelers wel wat er gebeurd was. Aleksandr Persjin van SKA vertelde jaren later aan het blad Sovetski Sport: ”Na de wedstrijd zaten we nog een tijdje in de kleedkamer. De stemming was opperbest na de moeilijke overwinning. Maar toen we de deur open hadden gedaan, waren we verbijsterd. De gang lag vol mensen. Sommigen kreunden, anderen gaven geen teken van leven. Beide teamartsen schoten het ambulancepersoneel te hulp en probeerden de slachtoffers te helpen.”

Drie dagen later verscheen er een summier berichtje in de lokale krant Ster van de Stille Oceaan: “20 november heeft zich na een hockeywedstrijd in het V.I. Leninstadion van Chabarovsk bij het vertrek van de toeschouwers ten gevolge van een verstoring van de bewegingsrichting een ongeluk voorgedaan. Er zijn slachtoffers. Er is een onderzoek gaande naar de omstandigheden van het voorval.” Op een vergelijkbare manier was er een maand eerder in Moskou bericht over de ramp in het Leninstadion daar. Dat de autoriteiten in en rond het stadion van Chabarovsk op de hoogte waren van wat zich in de Russische hoofdstad had afgespeeld, is niet waarschijnlijk. De precieze toedracht zal men zeker niet hebben gekend. Was dat wel het geval geweest, bijvoorbeeld door uitgebreidere berichtgeving, dan had men misschien nog eens naar de uitgangen en die trap bij de eigen oosttribune gekeken.

Na de Moskouse ramp werden enkele verantwoordelijken gestraft. Het juridisch onderzoek in Chabarovsk werd afgesloten zonder dat er verantwoordelijken werden aangewezen. Toen er openlijk over de ramp kon worden gesproken, werd bij de oosttribune een plaquette aangebracht met de namen van de achttien slachtoffers. Vorig jaar was ik in Chabarovsk en liep ik rond het stadion, waar tegenwoordig alleen nog wordt gevoetbald. Ik zag er mooie standbeelden uit de jaren vijftig. De plaquette heb ik niet gezien, ik heb er niet naar gezocht, want ik wist niet van de tragedie af.

Het Leninstadion in 2017. Het bord rechts vermeldt de gedragsregels voor het publiek.

Twee korte filmpjes over de tragedie van 1982: