Osjevensk

Vogue Italia provoceert in het Russische noorden - de regio Pinega reageert

———————-

Dat moet nog een hele expeditie zijn geweest, om alle spullen voor de opnames op hun plek te krijgen, in het dorpje Tsjikinskaja in de provincie Archangelsk. Daar, zo had modeblad Vogue Italia bedacht, zouden foto’s worden gemaakt waarmee Dior, D&G, Gucci en nog zo wat van die firma’s hun nieuwe waar aan het publiek zouden kunnen tonen. Hoeveel man personeel er bij zoiets betrokken is, ik heb geen idee, maar het werd nogal een reis, waarvan het laatste deel – Tsjikinskaja is niet zo makkelijk bereikbaar – per boot moest worden afgelegd. “Het was midden juli, ik zat in mijn boot, ze kwamen aangereden en vroegen of ik ze kon vervoeren”, vertelde booteigenaar Aleksej Tsjoepakov naderhand aan persbureau TASS. “ ’s Avonds ben ik ze weer gaan ophalen. In Tsjikinskaja zijn nog vier huizen bewoond.” (Afgaand op de Vogue-foto’s lijken me dat er meer te zijn.)

Nu gaan we flink uitpakken ook, moeten ze bij Vogue hebben gedacht, want zo’n reis maak je natuurlijk niet voor niks. Styliste Lotta Volkova was mee, fotograaf Jhonny Dufort en het Turkse model Günce Gözütok – namen die mij tot voor kort niets zeiden. Ze gingen een dag lang aan de slag, gebruikten het niet erg florerende dorp als achtergrond en plakten Günce een snor op. Het resultaat doet enigszins denken aan de foto’s die modehuis Dior ooit liet maken in het nog grauwe Moskou. (Ik schreef er een stukje over.) Ook toen, in 1959, ademden de foto’s een vervelend superioriteitsgevoel: even een bezoekje brengen aan een ‘achterlijke’, exotische wereld ver weg, ter meerdere glorie van jezelf, en daarna weer lekker snel naar huis.

De enge hooghartigheid die de Moskouse Dior-foto’s kleurde, is bij het werk van Vogue in Tsjikinskaja minder aanwezig. Toch waren veel Russen, vooral in de Pinega-regio waar het dorpje ligt, onaangenaam getroffen. Waar was de schoonheid van het Russische noorden? En waarom zo’n raar uitgedost iemand met een orthodox kruis afbeelden voor een vervallen kerk? Het bestuur van de regio Pinega besloot Vogue Italia van repliek te dienen. Inwoners werden opgeroepen foto’s in te sturen waarop vrouwen te zien moesten zijn in traditionele kledij tegen de achtergrond van typische architectuur uit het gebied. Het resultaat was enigszins voorspelbaar en hoe aardig ook, ik denk niet dat ze zich bij Vogue er veel van zullen aantrekken.

TASS informeerde nog bij Irina Akopjan, de voorlichter van het regiobestuur in Pinega, wat zij van de foto’s in Tsjikinskaja vond. “De meningen zijn verdeeld: we weten niet of we moeten huilen of blij zijn. De jeugd zegt dat we deze gebeurtenis moeten hypen. Ieder zijn mening”, luidde het antwoord.

Zelf zit mij één dingetje dwars aan de repliek met al die ‘traditionele’ foto’s. Als je kennelijk zo trots bent op je eigen streek, en het ergerlijk vindt dat het verval en de verwaarlozing aan de wereld worden getoond (toegegeven: op een weinig sympathieke manier), zou er dan niet ook wat meer inspanning mogelijk kunnen zijn om dat verval en die verwaarlozing om je heen op zijn minst een halt toe te roepen? Waarom staat zo’n vervallen kerk daar maar? Ik hoop het komend jaar meerdere keren een bezoek te brengen aan de provincie Archangelsk, telkens langer dan één dag, en ga op zoek naar een antwoord. Mogelijk gebeurt er veel en veel meer, wat zich hier in Nederland aan mijn oog onttrekt. Ik verblijf dan in het dorpje Osjevensk. Daar staan twee fraaie, nog niet vervallen kerkjes. Er zijn architecten in het dorp actief die zich inspannen voor het behoud van een aantal prachtige houten huizen. Hoe effectief zijn hun pogingen? Wat zijn de vooruitzichten van het dorp? Misschien komt Vogue ooit nog eens terug in de provincie Archangelsk. Wie weet kunnen ze dan modefoto’s maken tegen een achtergrond van herstel en perspectief.

———————-

Bij het tienjarig jubileum van dit weblog

———————-

Een zeer trouwe lezeres wees me erop - mij was het hier in de provincie Archangelsk helemaal ontgaan: dit weblog bestaat tien jaar. Op 24 oktober 2008 schreef ik mijn eerste stukje. De kinderen hierboven, voor hun school in het dorpje Osjevensk, waren toen (als ik hun leeftijd juist inschat) nog niet geboren.

En nou leek het me leuk om dat eerste stukje van me nog eens te plaatsen, of er anders wat uit te citeren, maar … het is niet meer terug te vinden.  Aanvankelijk heette dit weblog Rusland veraf en nabij. Toen ik overschakelde naar een nieuw platform, met meer mogelijkheden voor vormgeving en fotografie, koos ik een andere naam: Rusland in woord en beeld. Alle oude stukjes zette ik over naar de nieuwe lokatie. Nou ja, bijna alle … Een aantal, en kennelijk ook dat eerste stukje van me, vond ik niet de moeite waard. Het is verdwenen.

Osjevensk

Hoe ziet de toekomst eruit van Rusland in woord en beeld? Dat is niet helemaal duidelijk. Er heeft zich een onderwerp aangediend dat de grenzen van dit blog te buiten gaat. Ik verblijf ruim een week in Osjevensk, in het zuiden van de provincie Archangelsk. Ik kom hier komend jaar nog een aantal keren terug, en ga daar verslag van doen in woord en (vooral) beeld. Of dat verslag hier te lezen en te zien zal zijn, is nog de vraag. Hoe dan ook zal het pas na afloop van mijn reizen naar Osjevensk (waar de sneeuw vandaag bleef liggen) worden gepubliceerd. Waar en in welke vorm, daar ga ik over nadenken. Een en ander zal ten koste gaan van de tijd die ik aan dit blog kan besteden, maar ik blijf mijn stukjes schrijven. Het worden er alleen wat minder.

Enigszins toepasselijk voor een jubileumstukje zijn deze vijf foto’s: Leningrad/Sint-Petersburg in 1978, 1988, 1998, 2010 en 2018. Bij de eerste drie moest dit weblog nog geboren worden.


En tenslotte iets van mijn nieuwe onderwerp: een filmpje dat ik maakte in de buurt van Osjevensk, in het naburige, nagenoeg dode dorpje Chaloej. Er wonen nog een man of vijf zes, maar mijn bel werd door niemand gehoord.

Bericht uit Osjevensk, nabij het dode dorp Chaloej

————————

Het dorpje Osjevensk, gelegen in de provincie Archangelsk. Je komt er met de nachttrein uit Moskou of Sint-Petersburg en dan is het nog een uur of twee met de auto. Eerst een uurtje over redelijk asfalt tot aan Kargopol, daarna over een soort weg die in het Russisch groentovaja wordt genoemd - geen zand, geen grind, iets ertussenin, en met veel gaten. De borden langs de weg staan er hoog, vanwege de sneeuw in de winter - ze moeten wel zichtbaar blijven.

Ik zit hier inmiddels vier dagen en heb er nog vier voor de boeg. Het zal niet mijn laatste bezoek zijn aan dit dorp. Komend jaar, te beginnen in februari, hoop ik hier nog een aantal keren te verblijven, en wie weet het jaar daarna ook nog, om te werken aan een foto- en verhalenproject. Daarin staat het huis centraal dat de Moskouse Olesya Belova deze zomer kocht in Pogost, een gehucht dat valt onder de administratieve eenheid Osjevensk. Niet als datsja, niet als zomerhuisje, maar als permanent onderkomen. Moskou moe, koos ze voor een nieuw bestaan - dat vooralsnog bestaat uit flinke herstelwerkzaamheden. Zestig procent van het houten huis was in slechte staat.

Het lot van het huis is inmiddels onlosmakelijk verbonden met dat van Olesya. Daarom zal ook zij centraal staan bij mijn foto’s en verhalen. Waarbij het lastig zal zijn om me tot haar en het huis te beperken. Er is zo veel om te laten zien, zo veel om te vertellen. 

Chaloej

Ik wandelde Osjevensk uit en kwam na een minuut of twintig bij het dorpje Chaloej. Het zag er mooi uit, van een afstandje, met een houten kerkje. Maar het dorpje is dood. Nou ja, er wonen nog vijf, zes mensen. Verder is er niks, helemaal niks, alleen vervallen, verlaten houten huizen, ooit door mensenhanden gebouwd. Eentje van de inwoners was ik tegengekomen, nog in Osjevensk. Tamara Tsjirkina heette ze. Ze had een witte zak bij zich, waaruit klaaglijk gemiauw klonk. “Ik ben twee dagen bezig geweest om hem te vangen”, zei ze. Tamara was aan het verhuizen, tijdelijk, voor de winter, uit het dode Chaloej naar het nog levende Osjevensk.  

Tamara Tsjirkina