moskou

Dranklustige schrijvers op een rij - een nieuw prachtwerk van ZOOM

———————-

Bevond ik mij in Moskou, dan zou ik mij nu onmiddellijk spoeden naar de Ljoesinovski straat, om daar, bij nummer 37, bovenstaand kunstwerk te aanschouwen. Het is van ZOOM, een kunstenaar die sinds 2015 regelmatig muren in Moskou van een vrolijk (of minder vrolijk) tintje voorziet. Een lang leven zijn de schilderingen doorgaans niet beschoren. Zie hier het lot van de beeltenis van Vasili Sjoeksjin, met (de derde tekening) nog een toevoeging van ZOOM – postuum, zou je kunnen zeggen:


Sjoeksjin verschijnt ook op de tekening boven aan dit stukje, waar hij de deur openhoudt van een drankwinkel. In de rij staan vakgenoten van de schrijver, allen met een stevig drankprobleem. De twee figuren links lijken slechts ‘bladvulling’, vervolgens herkennen we, van links naar rechts (voor twee van de tien had ik hulp nodig):

Vasili Aksjonov, Vasili Sjoeksjin, Aleksandr Tvardovski, Sergej Jesenin, Vladimir Vysotski, Sergej Dovlatov, Arkadi Gajdar, Venedikt Jerofejev, Michail Sjolochov en Olga Berggolts (de arme, verscheurde Berggolts – lees haar dagboek.)

En nog twee werken van ZOOM. Meer is hier te vinden.

Ippolit uit de film Ironija Soedby

En plots komt Paustovski voorbij, in de tram, in kleur, in het Moskou van 1956.

----------------

Ik had de documentaire weleens voorbij zien komen: Over Moskou en de Moskovieten (О Москве и Москвичах), uit 1956. Nogal oubollig, vanuit het heden gezien, grotendeels geënsceneerd, maar wel een prachtig tijdsbeeld en leuk om doorheen te spoelen. Alleen al die oude auto’s over die nog zo lege wegen! Het optimisme, elf jaar na de oorlog, drie jaar na Stalins dood! Alles zou nu alleen maar beter worden.

De hele documentaire heb ik nooit bekeken, maar ik stuitte op ruwe opnamen, en die heb ik wel vrij aandachtig bestudeerd. Wat wil je – ik kwam in het eerste fragment meteen al Konstantin Paustovski tegen, in kleur! Die beelden had ik nergens eerder gezien. De in Nederland geliefde schrijver (is er van een andere Sovjetschrijver meer in het Nederlands vertaald dan van hem?) maakt een ritje in de tram, praat wat met de conductrice en kijkt eens een beetje naar wat er op straat aan hem voorbij trekt. Je denkt dan meteen: zou hij dat gaan gebruiken voor een volgend boek?

Alle fragmenten hier zijn zonder geluid. De uiteindelijke versie, met geluid, vindt u onderaan. De film toont het leven van allerlei Moskovieten, van straatveger tot balletdanser, van bouwvakker tot intellectueel. Was de filmploeg met je op stap geweest, dan vormde dat nog geen garantie dat je ook in de film belandde. Zo zijn de opnamen met Paustovski uiteindelijk niet gebruikt. De reden daarvoor weet ik niet. Paste het gewoon niet in het script? Was er een ideologische achtergrond? Paustovski was geen kritiekloze meeloper (zie een recente column van Michel Krielaars in NRC Handelsblad) – speelde dat een rol? Hoe dan ook, Paustovski komt hieronder in beeld vanaf 1.43, eerst nog even in een auto, en daarna weer vanaf 2.28. (De grijze persoon die de eerste anderhalve minuut in beeld komt, is de schrijver Fjodor Gladkov.)              

----------------

De ruwe beelden voor de documentaire zijn in handzame brokjes beschikbaar, met beschrijving in het Russisch. Hieronder een selectie.
 

Het fascinerendste beeld van alles zijn misschien wel de mensen die aan het begin van bovenstaande opnames in de rij staan om hun naam laten noteren voor een nieuwe auto. Hoelang moesten ze daarna nog wachten? Ook dit heeft de eindversie van de documentaire niet gehaald. Dat er personenauto’s beschikbaar kwamen, paste wel in het beeld van vooruitgang, maar misschien wierp die lange rij toch iets te zeer een schaduw over het optimisme waarvan de film is doordrenkt. En aan het einde, die scholieren op het Rode Plein na hun eindexamen! Ik had graag willen zeggen dat onderstaand schilderij van Maj Dantsig dezelfde dag weergeeft, maar het dateert van twee jaar later. Nou, misschien maakte hij die avond in 1956 wel de eerste schetsen. Zolang het tegendeel niet bewezen is, ga ik daar mooi vanuit.  

-------------

Viervoudig olympisch turnkampioen Valentin Moeratov met echtgenote Sofja, tweevoudig olympisch kampioene. De clown die vanaf 1.12 in beeld komt is natuurlijk niet, zoals ik in de beschrijving las, mijn oud-collega Oleg Popov, maar Karandasj. Vanaf 3.20 onderneemt die enkele dieronvriendelijke pogingen om een zwijn te dresseren.
 

Franse piloten bij een ceremonie ter nagedachtenis aan het Squadron Normandië-Niemen, dat tijdens de oorlog in Rusland was gestationeerd. Vanaf 2.10 de Amerikaanse ingenieur George Morgan, die twintig jaar eerder betrokken was bij de bouw van de Moskouse metro. (Fraaie straatbeelden!) De man die op 6.44 op de Leninheuvels uit zijn tentje kruipt, is de Franse journalist André Orlon (Андре Орлон).   
 

Beter kon de vooruitgang niet geïllustreerd worden: bewoners van een oud houten huis verhuizen naar een modern flatje om de hoek. Nog eenmaal gaan ze samen met elkaar op de foto. Die foto, dat zou een mooi begin zijn geweest van een andere documentaire: hoe verging het hun de jaren erna?  

---------------------

De wijk Tsjerkizovo. Stadsuitbreiding.

---------------

En voor wie het leuk vindt om allerlei oude auto's (ik heb daar geen verstand van) over Moskouse kinderkopjes te zien rijden (vanaf 4.00): 

-----------

Hier de uiteindelijke versie. De inleiding (tot aan 4.50) kunt u rustig overslaan:

Van de Moskouse chocoladefabriek Rode Oktober naar het haringbedrijf van mijn vader is maar een kleine stap.

---------------

Kort voor de Tweede Oorlog zit de Duitse Ruslandkenner Klaus Mehnert in een Moskous theater. Op het programma staat Michail Boelgakovs De Dagen van de familie Toerbin. Het toneelstuk speelt zich af in 1918-1919 en voor een straatscène heeft de regisseur een reclameposter opgehangen van de snoep- en chocoladefabriek Einem. Daarop is een peuter te zien die de rivier de Moskva overstapt, naar de Einemfabriek tegenover het Kremlin. Klaus Mehnert weet even niet hoe hij het heeft: die peuter, dat is hij.

Mehnert wordt in 1906 geboren in Moskou. Zijn overgrootvader van vaders zijde was musicus in het Bolsjoj Theater, zijn grootvader bouwde bruggen en spoorwegen voor de tsaar, zijn vader had een drukkerij in Moskou. Mehnerts grootvader van moederszijde was eigenaar van de Einemfabriek, die na de Revolutie genationaliseerd wordt en verdergaat onder de naam Rode Oktober. De naam van drukkerij Mehnert staat in kleine letters boven aan de poster.

Klaus Mehnert

Mehnerts ouders en grootouders hebben steeds hun Duits staatsburgerschap behouden en in de Eerste Wereldoorlog – de familie heeft Rusland tijdig verlaten – neemt zijn vader dienst in het Duitse leger. Hij sneuvelt in Vlaanderen. Klaus Mehnert wordt journalist, professor aan universiteiten in de VS en West-Duitsland, en werkt als correspondent en tv-commentator. In 1955 is hij in Moskou tijdens het bezoek van Konrad Adenauer, een jaar later is hij aanwezig op het Twintigste Partijcongres. Hij schrijft meerdere boeken over de USSR, waaronder Über die Russen heute. Was sie lesen, wie sie sind (1983). Dat zeer aanstekelijke boek is mijn kennismaking met hem.

Ik was er zo enthousiast over, dat ik bij Vrij Nederland informeerde of men misschien geïnteresseerd was in een interview met Mehnert. Zeker, luidde het antwoord. Ik schreeff een brief aan Mehnert, geadresseerd aan het instituut waar ik meende dat hij werkte. Ik krijg vrij snel antwoord van een medewerkster. De heer Mehnert had mij ongetwijfeld met plezier ontvangen, ware het niet dat hij enige tijd geleden was overleden.

De beschrijving van Klaus Mehnerts plotse weerzien met zijn jongere ik op een reclameposter, staat in de inleiding bij zijn boek De Russen. Hoe men leeft en denkt in een rode wereld (1959), dat ik vele jaren geleden las. Recent herlas ik het bewuste fragment en nu voerde het mij linea recta naar de Euromast in Rotterdam. In het restaurant aldaar, hoog boven de stad, vierde mijn vader in 2005 zijn tachtigste verjaardag. Ooit nam hij het haringexportbedrijf van zijn vader over, gevestigd aan de Vlaardingse haven. In het restaurant daar in de Euromast zag mijn vader plots zichzelf terug op een reclameposter van zijn vaders bedrijf, uit de vroege jaren dertig - de zorgvuldig bewaarde poster was een cadeau van zijn zus. Het joch dat daar haring staat te happen, dat is hij. 

----------------

In het midden het pakhuis/kantoor van mijn vaders bedrijf (firmanaam: Jan Don & Co) in 1938. Afgebrand in 1960.  

Het duizelingwekkende verhaal van het Huis aan de Kade: Yuri Slezkine beschreef de geschiedenis van het hoofdgebouw der Bolsjewieken - en nog veel meer

--------------------

Beeld: Arthur Shuraev (onder CC-licentie)

Je doet een impulsaankoop – het boek The House of Government van historicus Yuri Slezkine - en komt er thuis pas achter wat je eigenlijk in huis hebt gehaald. Ik dacht: een boek over het befaamde, immense, door drama omgeven appartementencomplex tegenover het Kremlin, op de andere oever van de Moskva. Het gebouw is vooral bekend onder de naam Huis aan de Kade, naar het boek van Joeri Trifonov (1925-1981). Die woonde er zelf en zijn ouders werden er in 1937, tijdens de Grote Terreur, gearresteerd. Het enorme gebouw met zijn honderden appartementen, een theater, kantines, een wasserij, een schietbaan en nog zo het een en ander, vanaf 1931 gaandeweg opgeleverd en bestemd voor het hoogste partij- en regeringskader, kómt aan bod in het boek van Slezkine, maar dat gebeurt pas op pagina 317…
 


Yuri Slezkine schreef een duizelingwekkend, meer dan duizend pagina’s tellend werk over de Bolsjewieken, hun weg naar de Revolutie, hun droom van een duizendjarig rijk en de nachtmerrie waarin die voor velen van hen uitmondde. Hij gooit zijn netten daarbij wijd uit, zo wijd, dat er van de lezer af en toe enig doorzettingsvermogen is vereist. Economie, sociologie, literatuurgeschiedenis, toneeltheorieën, utopische architectuur, marxisme en theologie – het komt allemaal aan bod, en niet zo maar af en toe in een paar alinea’s. Een apart hoofdstuk, vroeg in het boek, wordt gewijd aan de vraag of het ‘lichtende geloof’ (luminous faith) van de Bolsjewieken een religie was. Abraham en Isaak komen voorbij, Mozes, Buddha, de Jacobijnen, de Inca’s en profetiën over de dag des oordeels in Nieuw-Guinea. Binnen deze setting is het Huis van de Regering (de officiële naam luidde: het Huis van het Centraal Uitvoerend Comité en de Raad van Volkscommissarissen) bij Slezkine het hoofdgebouw van de sekte der Bolsjewieken.     

Daartegenover staan, telkens zeer gedetailleerd beschreven, meer aardse zaken als de levensstijl van de elite, haar vakanties, het personeel, de beveiliging, de bouwgeschiedenis van het huis (ontworpen door Boris Iofan, die op de elfde verdieping kwam te wonen), de inrichting van de appartementen, de kwaliteit van het eten in de kantine en de spelletjes die de kinderen speelden op de binnenplaatsen (onder andere sjtander/штандер, een mij onbekend balspel). Dat is al fascinerende leesstof, en dan komt daar op twee derde van het boek ook nog de terreur overheen, die als een ontspoorde bloedhond huishoudt onder de bewoners van het zo ongenaakbaar lijkende gebouw. Na eerst nog een apart hoofdstuk over de rol van de zondebok en de biecht binnen sektes, komen de arrestaties voorbij, de wanhopige brieven aan Stalin met pleidooien van onschuld dan wel bekentenissen, en de lotgevallen van de achtergebleven echtgenotes, die vaak zelf ook nog werden opgepakt, en de kinderen die werden weggestopt in weeshuizen.

De nadruk ligt daarbij op de bekendste namen (Rykov, Boecharin), maar (iets) mindere goden komen ook uitgebreid aan bod. Wie vandaag nog als hoge NKVD-functionaris beschikte over het lot van zo’n beetje de complete bevolking van West-Siberië, kon een dag later naar Moskou worden geroepen om in de Loebjanka tot de meest absurde bekentenissen te worden gedwongen. De angst voor de willekeur was gekmakend, in de appartementen van het Huis aan de Kade stonden de koffertjes klaar in geval er ’s nachts (arrestaties vonden nooit overdag plaats) op de deur zou worden geklopt. En tussendoor wijdt Slezkine uit over uiteenlopende zaken, die wel weer steeds, direct of indirect, verband houden met het huis en zijn bewoners. Zo tekende een aantal van hen voor literaire werken, die in hun zanderig socialistisch-realisme niet meer om door te komen zijn. Daar trekt Slezkine zich weinig van aan – vele pagina’s besteedt hij aan besprekingen van die werken, met steeds het Bolsjewistisch sektarisme als kader. Of hij daar elke lezer een plezier mee doet, betwijfel ik. Zelf kreeg ik geenszins de neiging om de door hem belichte boeken eens ter hand te nemen. 

Het Huis aan de Kade heeft zich van de terreur (en ook van de oorlog) nooit meer helemaal hersteld. De grandeur en het geloof van de eerste bewoners – net als het geloof van hun kinderen, de jonge aanwas van de sekte – was bezoedeld en al dan niet volledig geknakt. In dat opzicht staat het gebouw voor de hele Russische samenleving, die nog altijd niet is bijgekomen van de jaren onder Stalin. Wie daaraan twijfelt, raad ik twee recente, Nederlandse documentaires aan: Liefde is aardappelen van Aliona van der Horst en De rode ziel van Jessica Gorter. 

The House of Government is ook verschenen in het Nederlands, in twee delen, onder de titel Het huis van de regering. Twee Engelse recensies vindt u hier en hier, een Nederlandse hier.
 

Spoedherstel vereist: het standbeeld van Michail Kalasjnikov bleek niet van vreemde smetten vrij

------------------

Nog maar vier dagen geleden werd het onthuld, het standbeeld van Michail Kalasjnikov in het centrum van Moskou, maar in zijn originele staat gaat u het niet meer aantreffen. Het kunstwerk van beeldhouwer Salavat Sjtsjerbakov bleek namelijk niet helemaal te kloppen. Nee, de persoon die staat afgebeeld is niemand anders dan Michail Kalasjnikov, ontwerper van het beroemde automatische geweer. Het probleem zat elders.

Het beeld wordt opgesierd door meerdere exemplaren van het vervaarlijke wapen (acht stuks in totaal) en telt daarnaast nog wat kleinere ornamenten, zoals schetsen, de instrumenten van een bankwerker en een uitgewerkt geweerschema … Historicus en wapenkenner Joeri Pasjolok had aan één blik genoeg: dat schema op het standbeeld van Kalasjnikov was helemaal niet van een kalasjnikov, maar van een StG 44. Die afkorting staat voor – dat had u niet verwacht – Sturmgewehr 44. Ook een prima ontwerp (van Hugo Schmeisser, uit 1944), maar op een standbeeld voor Kalasjnikov toch een beetje misplaatst.

----------------

 

Het schema is inmiddels verwijderd, aan een nieuwe versie van het ornament wordt gewerkt.

Historicus Pasjolok doet vrij luchtig over de fout en neemt beeldhouwer Sjtsjerbakov niets kwalijk. Beide ontwerpen lijken nu eenmaal erg op elkaar. “Hij heeft het niet opzettelijk gedaan, ’s nachts, terwijl hij het Horst Wessellied zong.” Ook Sjtsjerbakov reageerde laconiek en betuigde de historicus dank voor diens oplettendheid. Waarbij nog moeten worden opgemerkt dat de beeldhouwer al eens eerder in de fout ging. Bij zijn standbeeld Afscheid van een Slavisch meisje, in 2014 onthuld op het Moskouse Belorusski station, bleken als ornament twee mausers te zijn afgebeeld. Ook die zijn verwijderd.

Waarna ik afsluit met het heuglijke feit dat de verwarring rond het sturmgewehr en de kalasjnikov op het standbeeld van Kalasjnikov mij een nieuw Russisch woord heeft opgeleverd: взрыв-схема. Dat kende ik nog niet. Letterlijk vertaald wordt dat: explosie-schema. Hieronder hebt u zo’n ‘explosie-schema’ (van een kalasjnikov, niet van een sturmgewehr). En u begrijpt, neem ik aan, meteen hoe de Russen op dat prachtige woord zijn gekomen.

yunker4.jpg

 

(Overigens ging mijn vorige stukje net over het hierboven genoemde Afscheid van een Slavisch meisje, op Prinsjesdag in Den Haag, maar dat is toeval.)

Vladimir Frolov, maker van de mooiste metro-mozaïeken, krijgt zijn welverdiende eerbetoon

------------

1.jpeg


Goed nieuws: het eerbetoon aan Vladimir Frolov is klaar. Het is een plaquette uitgevoerd in (uiteraard) mozaïek en zal geplaatst worden in het Moskouse metrostation Novokoeznetskaja. 

Frolov, die woonde en werkte in Leningrad, was de schepper van de indrukwekkende reeks mozaïeken die metrostation Novokoeznetskaja sieren. Het was zijn laatste opdracht. Hij overleed in 1942 tijdens het beleg van Leningrad, nadat zijn laatste werk voor het station naar Moskou was vervoerd. Frolov is ook de maker van de monumentale mozaïeken in de Kerk van de Verlosser op het Bloed in Sint-Petersburg. De rode vaandels op de muren in het mausoleum op het Moskouse Rode Plein zijn eveneens van zijn hand. 

Afgelopen week kon ik, dankzij het onvolprezen Nederlands Instituut in Sint-Petersburg, een kijkje nemen in het atelier in de Kunstacademie, waar Frolov werkte en de laatste jaren van zijn leven ook woonde. Hij werd in 1929 uit zijn huis gezet, waar hij ook een eigen werkplaats had gehad. Mozaïek was vooral een religieuze kunstvorm en opdrachten kreeg hij niet meer - op de bijdrage aan het mausoleum na. Pas dankzij de aanleg van de Moskouse metro kon hij weer volop aan de slag. 

In 2010 werd besloten om Frolov te eren met een plaquette. (Ik schreef er hier over.) Nu ik zeven jaar later, samen met collega-vertalers (allen deelnemers aan een nascholingscursus op het Nederlands Instituut), plots zo maar in het atelier stond waar Frolov zijn metro-mozaïeken had gemaakt, moest ik natuurlijk wel informeren hoe het stond met dat eerbetoon. “Dat is klaar”, luidde het laconieke antwoord van Pavel Stepanov, de hoofd-medewerker die ons een korte rondleiding gaf. Hij liep naar achteren en kwam met deze foto hier links voor de dag.

De tekst luidt: Op dit station zijn mozaïeken aangebracht die gemaakt zijn in het belegerde Leningrad in het Mozaïek-atelier van de Nationale Russische Kunstacademie onder leiding van professor Vladimir Aleksandrovitsj Frolov.

Of de foto op ware grootte is, durf ik niet te zeggen - dat ben ik vergeten te vragen. In een filmpje uit 2010 (te zien in mijn eerdere stukje), kondigt artistiek leider Aleksandr Bystrov nog met enige bravoure aan dat het eerbetoon een portret zou gaan worden van wel twee bij drie meter. Die ambitieuze doelstelling lijkt me in elk geval niet gehaald. 
 

Leuk was nog dat we Aleksandr Bystrov aan het werk konden zien. Hij en zijn collega’s zijn druk in de weer met mozaïeken voor een nieuw metrostation in Sint-Petersburg. Dat gaat Prospekt Slavy (Heldenlaan) heten. Aleksandr was gaarne bereid tot een praatje, waarbij meteen bleek dat hij zijn bravoure nog niet had verloren. “Onze helden!”, zei hij, wijzend op een enorm doek met Afgantsy, Sovjetsoldaten die vochten in Afghanistan. “Amerikanen hebben geen helden. Die zijn alleen helden als je ze betaalt.” Ik gaf hem meteen gelijk, en liep nog even naar Pavel Stepanov. Wist hij ook wanneer de plaquette voor Frolov in Moskou geplaatst zou worden? Nee, dat was nog niet bekend. 

Er zal ongetwijfeld over bericht worden, en dat doe ik dan op mijn beurt uiteraard ook hier op dit weblog.

De gaten van Moskou, waar eens veertig maal veertig kerken stonden

---------------

In Moskou voel ik me nooit echt thuis – en in een kerk evenmin. En in Moskouse kerken? Dat lijkt me dus zeer onwaarschijnlijk, maar zeker weten doe ik dat niet. Want in al die jaren dat ik in de Russische hoofdstad kom, bezocht ik – als mijn geheugen mij niet ernstig bedriegt ­– slechts één keer een kerk. Dat was de Basiliuskathedraal op het Rode Plein, die er aan de buitenkant een stuk indrukwekkender uitziet dan binnen.

Misschien was het tussen mij en de Moskouse kerken (en, wie weet, daarna ook nog tussen mij en de stad zelf) nog iets geworden, had ik er honderd jaar geleden door de straten gelopen. De kans dat ik dan een godshuis was binnengestapt, was in elk geval aanzienlijk groter geweest dan nu. Het aantal kerken dat sindsdien is vernietigd, is enorm.

Moskou stond ooit bekend als de stad van veertig maal veertig kerken. De blinkende koepels zorgden voor een prachtig uitzicht vanaf de Mussenheuvels – hoe vaak wordt dat niet in oude boeken beschreven. Er is nog maar weinig van over. De jonge historicus Pavel Gnilorybov maakte een wandeling langs plekken waar ooit een kerkgebouw stond. Ze gingen tegen de grond voor de bouw van de metro, om plaats te maken voor het verkeer of gewoon omdat de atheïstische overheid dergelijke nesten van obscurantisme niet langer in de hoofdstad wilde zien. De eerste kerk ging in 1922 tegen de vlakte, de laatste in 1972. Het precieze aantal is niet bekend, Gnilorybov houdt het in een artikel op 350 tot 450. Daar past wel een kanttekening bij. Volgens Orlando Figes telde Moskou ooit iets meer meer dan tweehonderd kerken, en dat was tot aan de brand van 1812.    


Loopt u door Moskou en ziet u ergens een onbestemde, open ruimte, dan zou het heel goed kunnen dat daar ooit een kerk stond. Gnilorybov beperkt zich tot acht van zulke plekken – het is meer dan genoeg om er tranen van in je ogen te krijgen. Hadden alleen al díe kerken er nog gestaan, dan had ik Moskou vast in mijn hart gesloten. En stel je eens voor, het huidige Moskou met ál zijn oude kerken nog op hun plek. Alleen het geluid al van de klokken … 

---------------

Eerder schreef ik over een andere korte film van Pavel Gnilorybov, over de dorpjes binnen de stadsgrenzen van Moskou.