siberië

De stadionramp in Chabarovsk: trieste kopie van de tragedie bij Spartak Moskou - Haarlem

————————

De oosttribune in 1981. Rechts bij de orde cirkel bevond zich de noodlottige trap.

Ze vonden kort na elkaar plaats, in 1982, en de overeenkomsten zijn beklemmend: de ramp in het Leninstadion van Moskou en die in het Leninstadion van Chabarovsk een maand later. Bij de eerste, in Moskou, kwamen 66 supporters om het leven kwamen. De ramp werd goeddeels stilgehouden.  Was er ruchtbaarheid aan gegeven, dan was de tweede, in Chabarovsk, met 18 slachtoffers, misschien wel  nooit gebeurd.  

Bij de voetbalwedstrijd tussen Spartak Moskou en Haarlem vielen de doden in het gedrang dat kort voor het einde van de wedstrijd ontstond op een trap van de tribune. Er waren uitgangen afgesloten, te veel mensen hoopten samen en toen supporters uitgleden op de verijsde treden, was er geen houden meer aan. Het afgrijselijke scenario herhaalde zich op 20 november, zeven tijdzones naar het oosten, in Chabarovsk, in het stadion daar met dezelfde naam als dat in Moskou.

Op de avond van die koude dag – het vroor 20 graden ­– werd in de openlucht voor volgepakte tribunes een bandy-wedstrijd gespeeld tussen het lokale SKA en Zorki uit Moskou. Bandy (ijshockey met een bal) heeft sindsdien veel aan populariteit ingeboet, maar trok in de vroege jaren tachtig regelmatig volle stadions. Op het duel tussen SKA en Zorki, de nummers nummers 2 en 3 van het seizoen ervoor, waren 18.000 man afgekomen. Vermoedelijk waren dat er in de tweede helft meer – in de rust was het simpel om zonder kaartje binnen te komen. 

Het Leninstadion. De trap, zichtbaar bij de bovenste rechterpunt van de tribune, bij de rechterlichtmast, is na de ramp aangepast.

Een jaar eerder was het Leninstadion, gelegen aan de rivier de Amoer, gerenoveerd voor het WK bandy. De trap aan de rechterzijde van de oosttribune was daarbij aan de onderkant versmald, waardoor een soort trechter was gevormd. Enkele uitgangen waren afgesloten en tegen het einde van de wedstrijd dromden te veel supporters samen aan de bovenkant van de spekgladde trap. En toen ging het mis. Net als een maand eerder in het Moskouse Leninstadion gleden mensen uit en was er geen houden meer aan. Aan de chaos kan hebben bijgedragen dat menig supporter een slok op had. Drank in de vrieskou was bij bandy een gebruikelijk verschijnsel en zeker op de ‘proletarische‘ oosttribune, bekend om zijn roerige sfeer, zal aardig wat ingenomen zijn. Ooggetuigen zeggen dat agenten loerden op dronken toeschouwers en dat er onder aan de trap wagens klaarstonden om die af te voeren naar het ontnuchteringshuis. Bij de aanblik daarvan zouden supporters zijn omgekeerd, waardoor het gedrang zou zijn verergerd.

De ramp in Moskou, een maand eerder, werd door de voetballers van Spartak en Haarlem in het immense stadion niet opgemerkt. In Chabarovsk zagen de spelers wel wat er gebeurd was. Aleksandr Persjin van SKA vertelde jaren later aan het blad Sovetski Sport: ”Na de wedstrijd zaten we nog een tijdje in de kleedkamer. De stemming was opperbest na de moeilijke overwinning. Maar toen we de deur open hadden gedaan, waren we verbijsterd. De gang lag vol mensen. Sommigen kreunden, anderen gaven geen teken van leven. Beide teamartsen schoten het ambulancepersoneel te hulp en probeerden de slachtoffers te helpen.”

Drie dagen later verscheen er een summier berichtje in de lokale krant Ster van de Stille Oceaan: “20 november heeft zich na een hockeywedstrijd in het V.I. Leninstadion van Chabarovsk bij het vertrek van de toeschouwers ten gevolge van een verstoring van de bewegingsrichting een ongeluk voorgedaan. Er zijn slachtoffers. Er is een onderzoek gaande naar de omstandigheden van het voorval.” Op een vergelijkbare manier was er een maand eerder in Moskou bericht over de ramp in het Leninstadion daar. Dat de autoriteiten in en rond het stadion van Chabarovsk op de hoogte waren van wat zich in de Russische hoofdstad had afgespeeld, is niet waarschijnlijk. De precieze toedracht zal men zeker niet hebben gekend. Was dat wel het geval geweest, bijvoorbeeld door uitgebreidere berichtgeving, dan had men misschien nog eens naar de uitgangen en die trap bij de eigen oosttribune gekeken.

Na de Moskouse ramp werden enkele verantwoordelijken gestraft. Het juridisch onderzoek in Chabarovsk werd afgesloten zonder dat er verantwoordelijken werden aangewezen. Toen er openlijk over de ramp kon worden gesproken, werd bij de oosttribune een plaquette aangebracht met de namen van de achttien slachtoffers. Vorig jaar was ik in Chabarovsk en liep ik rond het stadion, waar tegenwoordig alleen nog wordt gevoetbald. Ik zag er mooie standbeelden uit de jaren vijftig. De plaquette heb ik niet gezien, ik heb er niet naar gezocht, want ik wist niet van de tragedie af.

Het Leninstadion in 2017. Het bord rechts vermeldt de gedragsregels voor het publiek.

Twee korte filmpjes over de tragedie van 1982:

Nooit doen in Tobolsk: zomaar in een taxi stappen

-------------

Aan de Irtysj, een paar dagen later

Met een onverwachte klauterpartij was ik dan toch, na een treinreis van tien uur, op het enige perron van station Tobolsk beland. Ik liep met koffer en rugzak het stationsgebouw binnen, waar mij ongevraagd een taxi werd aangeboden. Ik had dat aanbod meteen moeten accepteren, maar dat begreep ik later pas. Nu stapte ik op de parkeerplaats recht op een kleine auto af met een geel-zwart taxi-blokje op het dak. Zo, dat ging makkelijk! Het station van Tobolsk ligt een eind buiten de stad en ik had me van tevoren een klein beetje zorgen gemaakt over het vervoer, zo rond het middernachtelijk uur, naar zo’n klein stadje in Siberië.

Ik vroeg de chauffeur of hij vrij was. Dat was hij. En hoeveel ging me dat kosten, naar het centrum? “Driehonderd roebel”, zei hij. “Tweehonderd”, antwoordde ik en we werden het eens over tweehonderdvijftig. Al snel bleek dat een bizarre conversatie te zijn geweest. Had ik geen idee hoeveel kilometers we moesten rijden, de chauffeur al helemaal niet.

Ik zei dat ik naar het Remezov plein moest. De chauffeur, die een zilverkleurig brilletje droeg, boog zich voorover naar zijn navigatiesysteem en zei heel hard: REMEZOV PLEIN! Een vrouwenstem antwoordde dat de opdracht begrepen was en op het schermpje verscheen als bestemming Remizov plein … Daar keek ik van op. Zou er in het kleine Tobolsk naast een Remezov plein ook een Remizov plein zijn? Ik wees de chauffeur op de afwijking in het adres. Hij keek me niet begrijpend aan, mompelde iets onverstaanbaars en riep nog een keer heel hard: REMEZOV PLEIN! En weer verscheen op het scherm: Remizov plein. We reden het donker in - wat moesten we anders.

Na tien minuten vroeg de chauffeur: “Gaan we goed zo?” “Ja, weet ik veel, ik ben hier voor het eerst”, antwoordde ik licht gepikeerd, maar niet onbeleefd. Even later passeerden we tot mijn opluchting een aantal grote letters die samen TOBOLSK vormden - we gingen de goede kant op. 

Je kan Tobolsk onmogelijk met Parijs vergelijken, maar na nog eens tien minuten kreeg ik toch wel heel erg het idee dat we op een soort lokale Périphérique waren beland. Links een buitenwijk, rechts vervallen fabrieken, alles niet of nauwelijks verlicht, en ondertussen kwamen we geen meter dichter bij het centrum. De chauffeur werd boos op z’n navigatiesysteem. “Je zegt zo’n k*tding waar je heen moet en ze stuurt je alle kanten op!” “Ja, net een vrouw”, antwoordde ik. Een zeer slechte grap, ik geef het meteen toe, maar ik moest íets om de oplopende spanning in de auto een beetje te breken. De chauffeur (hij kwam uit Tjoemen, had iemand weggebracht en Tobolsk zei hem verder weinig) reageerde met een formidabele reeks vloeken, die ik afzonderlijk allemaal weleens voorbij had horen komen in Rusland, maar niet in de combinaties die hij legde.  
 

De Irtysj

We stopten voor een stoplicht. Volgens mij klopte er iets niet en dat werd bijna onmiddellijk bevestigd door de chauffeur van de auto naast ons. Die kwam zijn auto uit, tikte op het raam en zei: “Jullie staan op de linker weghelft!” 

Afijn, na meerdere Tobolskianen de weg te hebben gevraagd, belandden we uiteindelijk op de Remezov straat. Dan moest het Remezov plein wel dichtbij zijn, dacht ik, al meldde de dame van het navigatie-systeem hardnekkig van niet. We vroegen het nog één keer aan een passant. Waar we precies moesten wezen, vroeg hij vriendelijk. Hotel Sibir? “Rechtdoor tot u niet verder kunt en dan twee keer links.” Twee minuten later passeerden we de gouden koepels van het Kremlin en ook hotel Sibir doemde op. “Daar is het”, wees ik naar links, naar het gebouw met in grote letters HOTEL SIBIR op de gevel. De chauffeur keek naar rechts en zei: “Is dat het misschien?” 

Even overwoog ik om de man niet te betalen, maar ik heb het toch gedaan. Ik had al genoeg vloeken gehoord die avond.

Aankomst te Tobolsk - met klimpartij en zoektocht

--------------

-------------

Het was tien uur van Jekaterinburg naar Tobolsk. Voor het eerst had ik via internet een Russisch treinkaartje aangeschaft en het resultaat overtrof al mijn verwachtingen. Ik had een luxe variant uitgezocht: een plekje in een coupé voor twee. Mijn onbekende medepassagier was er nog niet. “Ben ik nog een paar haltes alleen?”, vroeg ik de conductrice. “U bent de hele reis alleen”, antwoordde ze, en ze liet me haar elektronisch apparaatje zien, waarop stond dat Egbert Hartman de plaatsen 3 en 4 had geboekt. Dat had ik thuis achter de computer helemaal niet zo bedoeld, maar ik maakte er geen punt van. 

Om 12.37 uur, precies op tijd - zoals bijna altijd in Rusland - kwam de trein in beweging. Eindelijk mocht ik weg uit Jekaterinburg, een stad die weinig warme gevoelens bij me had opgewekt. Ik wist wel dat er een maaltijd bij het treinkaartje zat inbegrepen, maar was toch aangenaam verrast toen de conductrice meteen na het vertrek aanklopte en me een menukaart overhandigde. Wilde ik de maaltijd nu meteen als lunch of wachtte ik liever nog een paar uur?
 

Op het station van Tjoemen stond mijn trein - volgens dienstregeling - 40 minuten stil

De tijd en het landschap gleden voorbij, en tegen elven ’s avonds reden we Tobolsk binnen. Of beter: station Tobolsk, het stadje zelf lag nog een aantal kilometers verderop. Station Tobolsk stelde weinig voor, zo weinig, dat mijn trein niet naast een perron tot stilstand kwam. Dat zie je in Rusland wel vaker en je moet dan als reiziger aardig wat hoogteverschil overwinnen om uit de trein op de begane grond te belanden. Het ging me, ondanks mijn koffer en rugzak, redelijk vlot af.

Toen kwam de volgende hindernis, die iets zwaarder was. De voetgangersbrug bleek afgesloten. (“Misschien wel voor altijd”, zei de conductrice, maar dat leek me overdreven.) Mijn trein was gearriveerd op Spoor 2. Om het stationsgebouw te bereiken, moest ik nu Spoor 1 over. Daar stond een trein. Die kwam gelukkig snel in beweging, en toen ontvouwde zich de situatie die u helder weergegeven ziet op bovenstaande tekening. Station Tobolsk telde één perron en daar moest ik op zien te komen. Ik kan u verzekeren dat mijn schets nauwelijks overdreven is: dat ene perron kwam ongeveer tot aan mijn borstbeen. Links en rechts van me klauterden andere passagiers omhoog. Naast me duwde een man zijn - neem ik aan - echtgenote met twee handen onder haar billen de hoogte in. Giechelend landde ze op het perron, waarna het haar beurt was om hém te helpen. Dat bleek nog iets lastiger, maar ook die klus werd geklaard. De vrouw vroeg of ik misschien ook hulp nodig had, maar ik had mijn handen al op het perron gezet en met een sprongetje dat er volgens mij best soepel uitzag, won ik genoeg aan hoogte om ook mijn rechterbeen op het perron te krijgen. De rest was kinderspel en als volleerd treinreiziger-in-Rusland liep ik met een gezicht van 'dit doe ik elke dag' naar het stationsgebouw. Daar werd mij ongevraagd een taxi aangeboden. Ik negeerde dat aanbod en dat was erg dom.

Deel 2.

Het Kremlin van Tobolsk

‘Weinigen zijn uitverkoren’… Het tweede deel van Aleksej Ivanovs imposante epos over Siberië.

--------------

Impressies van Sergej Alibekov voor het filmproject (dat naast een tv-serie ook een bioscoopfilm  omvat)

Een Russische literaire prijs gaat Aleksej Ivanov niet krijgen voor zijn machtige en omvangrijke epos over Siberië ten tijde van Peter de Grote. Hij wenst niet genomineerd te worden. Enkele maanden geleden verscheen deel 2, Тобол. Мало избранных (Tobol. Weinigen zijn uitverkoren), een waardig vervolg op deel 1, Тобол. Много званых (Tobol. Velen zijn geroepen). Prachtig en meeslepend, schreef ik eerder over het eerste deel, en die woorden gelden ook voor deel 2. Maar een literaire prijs? Nee, helaas. Ivanov weigert nominaties, omdat eerdere boeken van hem werden genegeerd en hij niet mee wenst te draaien in de ‘literaire kringetjes’ waar volgens hem alles wordt bedisseld. En dat is jammer, want zo’n prijs – en dat Ivanov met Tobol een prijs zou winnen kan niet anders – zou een mooie publicitaire steun in de rug zijn voor de Nederlandse vertaling, waar serieuze plannen voor zijn.

In Rusland heeft Ivanov geen prijzen meer nodig. Hij behoort tot de productiefste en succesvolste schrijvers van dit moment. Werk van hem wordt verfilmd, al werd in het geval van Tobol de omgekeerde weg bewandeld. Ivanov schreef eerst het scenario voor een – nog niet voltooide – achtdelige tv-serie en werkte dat daarna pas uit tot een omvangrijk boek: 1526 pagina’s verdeeld over de twee delen. Veel plezier aan die tv-serie heeft hij overigens nog niet beleefd. Hij brak met de regisseur, die naar zijn idee het script op stompzinnige wijze versimpelde, en Ivanovs naam zal niet te zien zijn in de aftiteling. De onenigheid zorgde voor vertraging bij het schrijven van Tobol. Weinigen zijn uitverkoren, dat een half jaar later verscheen dan gepland.

Wat de verhaallijn betreft was er geen reden om Tobol in twee delen te laten verschijnen. Dat is alleen gedaan om het de uitgever en ook Ivanov zelf makkelijker te maken. De lezer gaat in deel 2 meteen verder waar hij gebleven was. De plot blijft even ingenieus, met draadjes die worden uitgerold en in elkaar gehaakt, met deels historische personen die verspreid over Siberië hun avonturen beleven, met wel als basis de stad Tobolsk, gelegen aan de rivieren de Tobol en de Irtysj. Ivanov toont zich daarbij over de volle lengte van het boek een meester: nergens worden al die draadjes een onontwarbare kluwen – hooguit staan de pagina’s waarop veldtochten uit vroeger eeuwen van Aziatische indringers even worden samengevat wel erg vol met vreemde namen.

Fanatieke oud-gelovigen, Zweedse krijgsgevangen, Russisch voetvolk, missionarissen, handelaren uit Boechara, de architect Remezov en zijn familie, gouverneur Gagarin, het lot van ieder is verweven met dat van de anderen. Met de Siberische tajga als decor jagen zij op geluk, roem en rijkdom. En als een schaduw hangt boven dat alles Peter de Grote, die als een tiran met veel te weinig tijd fanatiek grip probeert te krijgen op zijn uitdijende rijk. Bij de verovering van Siberië ging het vooral om de bonthandel. Die was indertijd net zo onmisbaar voor de overheid als olie en gas dat tegenwoordig zijn. De funeste invloed van de lucratieve bonthandel op de kwaliteit van het bestuur loopt als een rode draad door Ivanovs boek. Het is diefstal en corruptie alom en de trucs die worden uitgehaald voor persoonlijk gewin, vormen prachtige leesstof. Ivanov schuwt daarbij de grotere historische conclusies niet. Bijna laconiek schetst hij de kwalijke gevolgen van de rijke bonthandel voor de Russische landbouw (die hoefde niet hervormd te worden, de staat was toch al verzekerd van inkomsten), om daarna weer verder te gaan met de kleurrijke avonturen van zijn hoofdpersonen – het zijn er velen.       

Het belang van het bont betekende overigens de redding van de inheemse volken. Die werden niet uitgeroeid (zoals de indianen in Amerika), omdat zij veel bedrevener waren in het vangen van marters, sabeldieren en bevers dan de Russen. Handel en belasting heffen waren duidelijk betere opties. Dat betekende niet dat er met de inheemse bevolking zachtzinnig werd omgesprongen. Er is genoeg, aldus Ivanov, waar de Russen berouw over kunnen hebben. In zijn boek Tobol spelen de jagers en vissers, met hun ‘primitieve’ verering van de natuur en hun aanbidding van talloze goden, een belangrijke rol. Daarbij ontbreekt bij Ivanov zelfs maar de suggestie van morele superioriteit van de Russische nieuwkomers.

De twee delen van Tobol hebben alles in zich van een nationaal epos, maar die status zal het boek volgens Ivanov niet krijgen. In een interview zegt hij: “… Rusland kent zichzelf niet en wil zichzelf niet kennen. Niemand zit te wachten op romans over de periferie van het land, want dat is niet het centrum, niet Moskou. Zolang de Russische regio’s geen volwaardig deel van het land zijn, zal de literatuur (en film) over hen gezien worden als iets exotisch en niet als een nationaal epos.” Dat heeft het succes van Tobol in Rusland niet in de weg gestaan; de twee delen zijn allang bestellers geworden.

De vraag die zich bij lezing onherroepelijk aandient is: in hoeverre klopt het verhaal in historisch opzicht? Heeft Ivanov er van alles bij verzonnen om het verhaal smeuïger te maken? Die verleiding moet op de loer hebben gelegen en helemaal is hij daar niet aan ontsnapt. “De belangrijkste drive voor een ervaren schrijver is zo te schrijven dat de eigen verzinsels de algemene structuur van de geschiedenis niet kapot maken, dat geeft de grootste voldoening”, aldus Ivanov. Wie tijdens het lezen behoefte heeft aan enig historisch houvast: als een soort begeleidend boek bij Tobol verscheen Дебри. Россия в Сибири: от Ермака до Петра (Debri. Rusland in Siberië: van Jermak tot Peter). Daarin beschrijft Ivanov samen met Joelija Zajtseva in korte hoofdstukjes zonder enige opsmuk de geschiedenis die als basis diende voor het boek Tobol. De maliënkolder van Jermak, de vergeten stad Mangazeja, architect Remezov, het sjamanisme, de soldaten, de avonturiers… ze komen allemaal nog een keertje voorbij, in afgeslankte vorm. Debri telt 437 pagina’s.

En om af te sluiten: In september reis ik af naar Tobolsk. Wie de twee delen van Ivanovs Tobol heeft gelezen, moet een keer aan de oever van de Tobol en de Irtysj hebben gestaan en het kremlin van de stad, gebouwd door Semjon Remezov, met eigen ogen hebben aanschouwd.

----------

Recensies en interviews: hier, hier, hier, hier, hier. Mijn stukje over deel 1: hier.
Kijk uit, het filmpje hieronder verraadt het een en ander van de afloop van het boek.

De BAM - een reis over een megalomane spoorlijn. Verslag in foto's - 5.

Met onder meer een verhandeling over die goede, oude portwejn. En wie schrijft het boek over de Sovjet-mozaïeken van Komsomolsk aan de Amoer?
Het vijfde en voorlaatste deel van mijn fotoverslag van mijn reis over de BAM, de Bajkal-Amoer Magistral. De spoorlijn ligt enkele honderden kilometers ten noorden van de Transsiberische Spoorlijn. 
Hier deel 4. (Reproductie van de foto's uitsluitend via hollandse-hoogte.nl)

Nabij het dorpje Bajkalskoje. Ik kon het niet laten. (En hij is nog scherp ook.)
Voor de wandelliefhebbers: je kan in deze contreien over de Great Baikal Trail lopen. Dan ga je de hoogte in, wat mooie vergezichten oplevert. Ik ben daar niet zo van - dit uitzicht bereikte ik met een busje. 
 

Oest-Orotsji (tussen Vanino en Chabarovsk, dus al niet meer aan de BAM), waar de trein twee minuten stilstond. 'Zo'n huisje, dat zou ik best willen', zuchtte een Russin naast me. Ja, dacht ik, en wie haalt dan die aardappelen uit de grond? 
 

Tynda, 5.132 kilometer ten oosten van Moskou. Het had ook op een vakantiepark in Overijssel kunnen zijn.
 

IMG_2640.jpg

Eerder die dag trof ik haar aan in een simpele eetgelegenheid, waar ze voortdurend boos mompelend achter een bord soep zat. Toen aan het tafeltje naast me de jongens en meisjes vertrokken, legden ze het brood wat ze overhadden neer bij haar bord. 
 

Komsomolsk aan de Amoer. Thuis maakte ik een uitvergroting en zoemde in op het etiket. Ik las: Старый Боцман / Oude Bootsman - wat weinig goeds beloofde. En inderdaad, enig onderzoek leverde op wat ik al vermoedde: портвейн / portwejn. Volgens het etiket op de andere zijde, dat ik bij mijn speurtocht ook aantrof: gearomatiseerde wijndrank. 14,5 procent. (Enkele wat oudere USSR-gangers - en al mijn lezers met wortels in dat verloren land - schudden nu meewarig het hoofd: zoek je zoiets op? Dat weet je gewoon.)    
 

Novy Oergal. Geen portvejn, maar bij je vrouw op balkon een glas thee na je werk. Zo kan het ook. 
 

De mozaïeken van Komsomolsk aan de Amoer - daar zou iemand eens een boek over moeten schrijven. Iemand uit de hoek van de kunstgeschiedenis. Ga ik wel mee als tolk of zo. Het zijn er aardig wat. Deze, op Elektriciteitscentrale nummer 2, stamt vermoedelijk uit 1968. Dat jaartal staat tenminste op de hoge schoorsteen die hier net buiten beeld valt, en qua kleding zou dat kunnen kloppen. Waarom staat er trouwens niks op dat rode vaandel? Geen leuze, geen hamer-en-sikkel? Alleen met die vraag kan je zo een hoofdstuk vullen. 
 

Af en toe zag ik deze afkorting staan - hier in Nizjneangarsk, aan de oever van het Bajkalmeer. Ze staat voor: Арестантский уклад един. Het is een soort anarchistische geuzenkreet, vooral gebruikt onder jongeren, en dan vooral weer ten oosten van de Oeral. Het betekent zoiets als: Trouw aan de dievenmores. Wat op z'n minst inhoudt dat je één front vormt tegen de politie en andere gezagsdragers.  
 

Ook weer Nizjneangarsk, helemaal aan de noordpunt van het Bajkalmeer. Dit was de ochtend van weer een warme zomerdag. In maart komend jaar zou ik mee kunnen op een winterreis, met sledes over het meer en zo, maar dat ga ik niet doen. 
 

Tot ergernis van enkele reisgenoten, met een elleboog ongeduldig leunend op de balie, ging het inchecken bij dit hotel in Novaja Tsjara (na drie treinreizen van in totaal bijna 40 uur zonder 1 minuut vertraging) niet zo vlot.
Mijn naam staat in de rechterkolom (links wanneer u het schrift omdraait) fout geschreven (Hartmen). Verder geen geheime notities aangetroffen.

Hier deel 6.

De BAM - een reis over een megalomane spoorlijn. Verslag in foto's - 4.

Salto's in de Amoer en Navalny in Chabarovsk - het vierde en laatste deel van mijn fotoverslag van mijn reis over de BAM, de Bajkal-Amoer Magistral. De spoorlijn ligt enkele honderden kilometers ten noorden van de Transsiberische Spoorlijn. 
Hier deel 3.  (Reproductie van de foto's uitsluitend via hollandse-hoogte.nl)

Herstel: er volgen nog zeker twee afleveringen.

Tynda. Hier ben ik, in de hitte, gaan zitten wachten tot er iemand met de juiste gestalte en de juiste motoriek door het beeld kwam lopen. Ik weet niet waar ze naartoe ging, maar op de terugweg kwam ze nog een keer langs!

-----------

In het dorpje Kitsjera, aan de noordkant van het Bajkalmeer, bespraken we met beide heren de toestand in de wereld en we waren het roerend met elkaar eens. Na afloop van het gesprek, dat ze graag onder het genot van een stevige slok hadden voortgezet, vroegen ze of we misschien honderd roebel voor ze hadden. We schudden onze portemonnees leeg en dat leverde aan muntjes vijftien roebel op. "Het begin is er!", was de verheugde constatering.  

Verder denk ik dat ze zich met alle plezier hadden aangesloten bij dit kwartet. Deze vier bevonden zich in Severobajkalsk, vanaf Kitsjera een uurtje of twee met de auto over een onverharde weg - wat naar Siberische maatstaven helemaal niks is, natuurlijk. 

---------------

Bij wijze van contrast. Deze jongeling in Komsomolsk aan de Amoer - aanzienlijk verder dan twee uur met de auto - had een helder hoofd. Wat geen overbodige luxe was, want als je na zo'n salto in het water belandt, moet je snel naar de kant. De Amoer stroomt nogal snel. Ze waren trouwens nog geen vijf minuten bezig, of daar kwam, in een motorbootje, de politie. Dat ze daar onmiddellijk mee op moesten houden. Dat deden ze, maar aan de andere kant van die twee boten, honderd meter verderop, gingen ze even later vrolijk verder.

Ook bij het water: 

Een stadsfeest met zang en dans. En nog geen vijftig meter naar links vermaakte de jeugd van Komsomolsk aan de Amoer zich in haar eigen wereld:

Ik wilde nog tegen hem zeggen: laat verder maar, kansloos, maar ik heb me er niet mee bemoeid. 

---------------

Het dorpje Doesjkatsjan aan het Bajkalmeer. Er lag vis op de barbecue, maar daar houd ik niet van. Dus ben ik maar wat gaan lopen met m'n fototoestel.

-----------------

Nog even terug naar Komsomolsk aan de Amoer - met afstand de boeiendste plaats aan de BAM. Je mag toch hopen dat dit mozaïek, al kan je er nog zo veel vraagtekens bij zetten (het is een eerbetoon aan de vrijwilligers van de Komsomol, terwijl de stad voor een groot deel gebouwd werd door gevangenen), tot in lengte van jaren behouden blijft. 

En deze hamer-en-sikkel, in Vanino, mag ook blijven. 

------------------

Chabarovsk. Flyeren voor Navalny. “Er was hier pas nog een Nederlandse mevrouw”, vertelde de jongen in het witte t-shirt, “en die zei dat het in Nederland allemaal veel slechter was. Dat je in Nederland met een klein pensioen maar moest zien rond te komen, met allemaal hoge prijzen en huren.” De mevrouw had een bedrag genoemd (hoe hoog of laag precies, ben ik vergeten) en daar was hij een beetje van in verwarring geraakt. “Zulke hoge pensioenen hebben we in Rusland helemaal niet!” (De mevrouw in kwestie maakte geen deel uit van mijn reisgezelschap, anders had ik haar diezelfde dag nog een paar dingen uitgelegd.)
 

Waarmee we zijn aangekomen bij het einde van mijn foto-verslag. Deze brug hoort er eigenlijk niet bij, want die ligt in Krasnojarsk, over de Jenisej. Het was de eerste halte op weg vanuit Moskou naar het beginpunt van de BAM. Hopelijk wordt deze foto symbolisch, want als mijn plannen werkelijkheid worden, vormt hij de schakel met mijn volgende reis: vanuit Krasnojarsk per boot over de Jenisej naar het noorden. 

De BAM - een reis over een megalomane spoorlijn. Verslag in foto's - 3

Moestuinen en Stalinbarakken. Deel 3 van het foto-verslag van mijn treinreis langs de BAM, de Bajkal-Amoer Magistral, de spoorlijn die gebouwd werd in de jaren 1974-1984 en die enkele honderden kilometers ten noorden van de Transsiberische Spoorijn ligt. Hier deel 2. (Reproductie van de foto's uitsluitend via hollandse-hoogte.nl)

Tynda, de 'hoofdstad' van de BAM. Je zou het niet zeggen als je deze foto ziet, maar Tynda kampt met een dalend inwonertal. Het waren er 70.000 in 1989, toen de bouw van de spoorlijn in volle gang was, nu zijn het er ongeveer de helft. De meisjes - die met de meeste ballonnen was jarig - lopen over de Krasnaja Presnja. Die straat heb je ook in Moskou en dat is geen toeval. De hele USSR bouwde mee aan de spoorlijn en Moskou kreeg Tynda toegewezen als bouwproject.
      

Het dorpje Doesjkatsjan aan het immense Bajkalmeer. We vroegen de vrouwen wanneer ze voor het eerst hoorden van de spoorlijn die er ging komen. Er waren al geruchten voordat het officieel bekend werd, vertelden ze. En verder heb ik niet goed geluisterd, want over het dorpsweggetje liepen twee meisjes met een hondje heen en weer. 

----------------

Tussen Oest-Koet (het beginpunt van de BAM) en Severobajkalsk. Maar het had overal kunnen zijn, want het maakt niet zo veel uit waar je rijdt in Rusland met een trein. De afstanden zijn altijd lang, het uitzicht blijft bijna overal gelijk en ook het ritme van de rails is steeds hetzelfde. En 's nachts, wanneer je ergens stilstaat, hoor je een vrouwenstem (altijd een vrouwenstem) aankondigen dat de trein op spoor 2 gaat vertrekken. Is dat jouw trein? Het maakt niet uit. Je slaapt verder en je komt altijd aan.  

Station Fevralsk, met op de trein dat mooie, rode logo. Het bestaat uit drie letters: РЖД, wat staat voor Russische Spoorwegen (Российские железные дороги).
 

Kitsjera, aan de noordkant van het Bajkalmeer. De bouw van het dorp werd toegewezen aan de toenmalige Sovjet-republiek Estland en we zijn hier in de Tallinstraat. De bewoners  waren trots op hun mooie bloementuintjes en goed verzorgde trapportalen, vol muurschilderingen met als thema: poezen. Ook de moestuinen moesten we beslist zien.

----------------

Met de bouw van Komsomolsk aan de Amoer werd begonnen in 1932. Aan de Amoer staat een standbeeld voor de vrijwilligers - leden van de Komsomol - die daarbij hun beste beentje voorzetten. Niemand maakt er in de stad tegenwoordig nog een geheim van dat toch vooral gevangenen als arbeidskrachten werden gebruikt, bij de bouw en in de fabrieken die er kwamen. Hier, aan de rafelranden van de stad, restanten van barakken. In dit geval werkten de gevangenen in de nabijgelegen staalfabriek, rechts op de rechterfoto.  
 

En van de afdeling water heb ik dit keer de Tatarensont, die ligt ingeklemd tussen de Zee van Ochotsk, de Zee van Japan, Ruslands oostkust en Sachalin, en het voor mijn lezers inmiddels vertrouwde Bajkalmeer. In de Tatarensont, bij het dorpje Datta, wordt gevist op keta. In het Bajkalmeer, bij Severobajkalsk, kort na zonsopgang, op omoel. De stemmen van de vissers in de bootjes reikten ver, maar niet zo ver dat ik ze kon verstaan. Ik had daar anders, denk ik, nog een apart stukje aan kunnen wijden.