sovjetunie

Serebrennikovs Leto - een film, zwanger van een legendarische toekomst

——————

Het borrelde in die jaren en ik kreeg er weinig van mee, terwijl ik toch regelmatig in de Sovjetunie zat. Ik speelde in de provincie weleens met een bandje, vrienden wezen me er de weg op de zwarte markt, waar elpees van Deep Purple, John Lennon en Billy Joel goud waard waren. In de grote stad, Leningrad, trok ik een paar dagen op met de Magnetic Band, een stel aardige jongens uit Tallinn, die bij hun concerten bang waren voor té veel enthousiasme onder hun publiek – volgende optredens zouden weleens verboden kunnen worden. Het was januari 1982.

Een half jaar eerder, in de zomer van 1981, liep in Leningrad Viktor Tsoj rond, een jonge muzikant met een paar liedjes, op zoek naar aansluiting bij de rockscene. De opwindendste delen van die scene bevonden zich nog ondergronds – buiten mijn blikveld –  het bravere deel vond af en toe zijn weg naar de officiële podia. Opwindend en braaf, het kon zich ook verenigen in één persoon, in één band, met een officieel concert ’s avonds, gevolgd door optredens ergens aan huis of in zaaltjes achteraf, waar fans alleen via via van wisten en waar je na afloop niet meer weg kon, omdat de bruggen over de Neva al geopend waren voor de nacht.

Op dat snijvlak van onder- en bovengronds speelt zich de film Leto (Zomer) af van regisseur Kirill Serebrennikov. Het is een film zonder vergezichten, letterlijk en figuurlijk; weidse panorama’s – waar Leningrad zich zo voor leent – ontbreken. Het tijdsbestek is beperkt: slechts een paar zomerse maanden of zelfs maar weken. Plaats van handeling: zaaltjes, podia, kamers en keukens van kommoenalka’s en, tegen het einde van de film, een opnamestudio. Want Tsoj, die mede door een vroege dood zou uitgroeien tot dé rocklegende van de Sovjetunie en Rusland, vÍndt aansluiting bij de rockscene van de stad.            

Sint-Petersburg, 2019

Tsoj (gespeeld door Teo Yoo) wordt bij de hand genomen door Majk Naoemenko (Roman Bilyk), voorman van de band Zoopark. Die heeft dan al een status onder lokale rockliefhebbers waar Tsoj alleen nog maar van kan dromen. Naoemenko herkent het talent van Tsoj, voelt aan dat hij door hem overschaduwd zal worden, ziet ook dat hij zijn vrouw weleens aan hem zou kunnen verliezen – en gunt hem op beide fronten zijn succes. Naoemenko heeft een grote collectie elpees met Westerse pop en rock. Daar haalt hij een deel van zijn inspiratie uit en hij laat er ook Tsoj uit putten. Lou Reed, David Bowie, Iggy Pop … De wijze waarop regisseur Serebrennikov die Westerse muziek in een paar ‘kleine’ straatscènes door Leningrad laat golven, is verrassend en prachtig.     

De ontmoeting van de Westerse muziek met Russische muzikanten, die er een eigen weg mee inslaan, is het tweede snijvlak van Leto, al komt dat in de film niet concreet in beeld. Maar je weet als kijker met enige kennis van de muzikant Viktor Tsoj en zijn band Kino dat hij aan het begin staat van die eigen, opwindende weg. Je bent getuige van zijn eerste stappen en voortdurend denk je – ook dankzij het overtuigende acteren van Yoo: daar heb je Tsoj, die later zo beroemd gaat worden! Zo is Leto zwanger van een legendarische toekomst. Wat ik me wel afvraag: wat blijft er over van Leto bij een ‘neutrale’ kijker, die geen weet heeft van Leningrad in de jaren tachtig en die pas dankzij deze film kennismaakt met Tsoj? Ik ben benieuwd naar de reacties van kijkers die minder voeling hebben met het Rusland van toen dan ik.     

En wie zich afvraagt wat die soldaten doen die in een van straatscènes links in beeld voorbijkomen met een teiltje in hun hand; die zijn op weg naar een badhuis - of zijn daar net geweest.


Viktor Tsoj kwam in augustus 1990 om het leven bij een auto-ongeluk. Mike Naoemenko overleed in augustus 1991 aan de gevolgen van een hersenbloeding. Kirll Serebrennikov werd nog tijdens de opnames van Leto opgepakt op verdenking van verduistering van overheidssubsidie en onder huisarrest geplaatst. Vorige week werd het huisarrest omgezet in een uitreisverbod.

Haal Lenin van de roebel! De dichter en de zanger contra het hoofd van de Staatsbank

—————

 
 

Wat ze daar nou mee aan moesten, de Sovjet-autoriteiten – ze wisten het niet. Dus verboden ze het maar – of toch weer niet. Andrej Voznesenski (1933-2010), behorend tot de Zestigers, een groep schrijvers, dichters en filmers die de grenzen van het toelaatbare probeerden op te rekken, schreef in 1966 een gedicht met de titel: Haal Lenin van het geld! Daarin riep hij de overheid op om de kop van Lenin van de roebelbiljetten te verwijderen.  Ontroerend is het werkje niet, wel curieus:

(Ik heb bij de vertaling geen moeite gedaan om rijm en metrum te behouden. Daarmee gaat weinig verloren.)

Я не знаю, как это сделать,
Но, товарищи из ЦК,
уберите Ленина с денег,
так цена его высока!
Понимаю, что деньги – мера
человеческого труда.
Но, товарищи, сколько мерзкого
прилипает к ним иногда…
Я видал, как подлец
мусолил по Владимиру Ильичу.
Пальцы ползали малосольные
по лицу его, по лицу!
В гастрономовской бакалейной
он хрипел, от водки пунцов:
«Дорогуша, подай за Ленина
два поллитра и огурцов».
Ленин – самое чистое деянье,
он не должен быть замутнён.
Уберите Ленина с денег,
он – для сердца и для знамён.

Ik weet niet hoe dat moet,
Maar, kameraden uit het Centraal Comité
Haal Lenin van het geld,
hij is van te veel waarde!
Ik begrijp dat geld de maat is
van mensenarbeid.
Maar, kameraden, hoeveel smerigheid
blijft er soms aan hem kleven …
Ik zag hoe een snoodaard
Vladimir Iljitsj beduimelde.
Zoutige vingers gleden
over zijn gezicht, zijn gezicht!
Bij de kruideniersafdeling
zei hij schor, vuurrood van de wodka:
“Liefie, geef me voor een Lenin
twee halveliters en augurken.”
Lenin is de zuiverste daad,
die mag niet vertroebeld raken.
Haal Lenin van het geld,
hij is voor het hart en voor de vaandels

Voznesenski las het gedicht in 1966 voor tijdens een optreden in de Oezbeekse hoofdstad Tasjkent, kort nadat die stad was getroffen door een zware aardbeving. Hij werd daarop uitgenodigd bij de plaatselijke partijleider Sjaraf Rasjidov, die hem duidelijk maakte dat dergelijke heiligschennis (Lenin gelijkstellen aan twee halve liters en augurken) natuurlijk niet kon. Rasjidov vertelde de dichter dat hij binnenkort in Moskou zou zijn en daar de kameraden van een en ander op de hoogte zou brengen. De partijleider wist in het verre Tasjkent niet dat het gedicht van Voznesenski al een tijdje deel uitmaakte van het theaterstuk Antimiry, dat met veel succes werd opgevoerd in het Tagankatheater in Moskou.

Andrej Voznesenski

Verrassend genoeg verscheen Haal Lenin van het geld! wel in 1967 in het maartnummer van Zvezda Vostoka (Ster van het Oosten), het tijdschrift van de Oezbeekse Schrijversbond. Alle honoraria van dat nummer waren bestemd voor het herstel van Tasjkent. De redactie van het tijdschrift bleek met de publicatie van het gedicht zijn hand te hebben overspeeld en werd ontslagen.

Je kan je bij de onduidelijke status van het gedicht wel iets voorstellen. Ja, het is een loflied op Lenin, zijn ‘zuivere’ beeld mag niet bezoedeld. Maar was dit loflied niet ook een vorm van indirecte kritiek? Dat er onderweg naar het communisme ergens een verkeerde afslag was genomen? Daar hadden die Zestigers vaker een handje van: Lenin op een voetstuk plaatsen en zodoende eigenlijk aan schoppen tegen bijvoorbeeld Stalin (die Lenins erfenis zou hebben bezoedeld), en vervolgens ook tegen de eigentijdse leiders. En het was sowieso vrij brutaal, natuurlijk, een dergelijke onverbloemde oproep richten aan de hoge heren van het Centraal Comité.

Aleksej Poskonov

Het hoofd van de Staatsbank, Aleksej Poskonov, liet het er in elk geval niet bij zitten. Nadat het gedicht van Voznesenski op 24 maart 1967 ook was verschenen in het weekblad Literatoernaja Rossija, wendde hij zich (bijna een maand later) met een klacht tot het Centraal Comité. Volgens Poskonov was het geheel van een “zeer bedenkelijk artistiek niveau” (daarin had hij gelijk) en “ideologisch schadelijk”. Lenins portret op de bankbiljetten weerspiegelde immers de eerbied van het volk voor de grondlegger van de grootste veranderingen en successen van het Sovjetvolk bij de bouw van het socialisme en communisme. De publicatie in Literatoernaja Rossija was dus een “grove fout”, aldus Poskonov, die het Centraal Comité er ook op wees dat Haal Lenin van het geld! op het repertoire stond van het Tagankatheater en of men daar ook maar even naar wilde kijken.

De Afdeling Cultuur van het Centraal Comité kwam op 3 juli met een antwoord, dat Poskonov ernstig moet hebben teleurgesteld. Het hoge partijorgaan zag “geen enkele aanleiding om het lyrische gedicht van de dichter te beschouwen als een concreet, zakelijk voorstel om nieuwe bankbiljetten in te voeren. Wij zijn van oordeel dat bemoeienis van het CC CPSU niet vereist is”.

Was de kous daarmee af, voor het gedicht van Voznesenski? Nou nee. Componist Andrej Petrov nam het op in zijn Pathetisch Poëem, dat bestond uit op muziek gezette gedichten over Lenin. Hij schreef het stuk in 1969 ter ere van de honderdjarige geboortedag van Lenin, het jaar daarop. Hij koos onder meer voor Haal Lenin van het geld! en dat gaf – u raadt het al – gedonder. Maar laten we eerst even luisteren hoe dat klonk, dat gedicht van Voznesenski op muziek van Petrov, in de uitvoering van Edoeard Chil (Эдуард Хиль).

—————-

Edoeard Chil

 Chil herinnerde zich later hoe er kort voor een uitvoering van het Pathetisch Poëem in Moskou iemand op hem af stapte, een rood pasje liet zien en hem vertelde dat Vosnesenski’s gedicht niet gezongen mocht worden. Toen het orkest aan dat gedeelte was toegekomen, zei Chil: “Stop.” Na afloop vroeg Petrov waarom hij het gedicht niet had gezongen, waarop Chil vertelde over de man met het rode pasje. Bij verdere uitvoeringen van het poëem, werd Haal Lenin van het geld! vervangen door een gedicht van Majakovski.

“De censuur heeft nooit toegestaan dat het in een bundel van mij kwam”, zei Vosnesenski in 1998 in een interview. Of dat ooit nog wel is gebeurd, heb ik niet uitgezocht. Verder kan ik het niet laten om een oordeel van Joseph Brodsky te citeren over Vosnesensky’s dichterschap: “Die man bezit het unieke vermogen om met zijn regels een fysieke reactie van misselijkheid op te roepen.”  

Na de Goelag: de onschuldige kunstwerken van Marija Myslina - 2

———————

Eigenaardig en wrang is het, dat over Marija Myslina, een kunstenares die zulk mooi en aandoenlijk werk schiep, zo weinig bekend is. Er is een kladversie van een brief van haar hand, uit 1956, aan de Kunstenaarsbond (zie deel 1), waarin ze haar schrijnende woonomstandigheden beschrijft en om hulp vraagt. Heeft ze de brief ook werkelijk verstuurd? En heeft ze inderdaad hulp gekregen? Het is niet bekend.

De brief (de kladversie dus) roept vragen op. Myslina schrijft dat haar man in 1937 is gearresteerd en is “omgekomen in ballingschap”. Wist ze niet dat haar man, kunstenaar Vladimir Kaabak, in 1937 werd geëxecuteerd? (Kaabak wordt vermeld op een van de ‘Stalinlijsten’ van Memorial). Ze schrijft dat ze haar hele leven in Moskou heeft gewoond, terwijl ze achttien jaar in kampen en in ballingschap had doorgebracht. Trad ze, misschien toch nog angstig, maar liever niet al te zeer in detail over haar ‘beladen’ verleden, om de autoriteiten niet af te schrikken?  


Marija Myslina (1901-1974) was van eenvoudige komaf. Ze benutte de mogelijkheden die de jonge Sovjetstaat haar bood ten volle. Ze genoot een volwaardige kunstopleiding en nam deel aan tentoonstellingen. Vervolgens werd ze door diezelfde staat vertrapt, belandde ze in de Goelag, en moest ze midden jaren vijftig bijna smeken om hulp. Het is niet bekend of er van haar werk van voor de oorlog iets bewaard is gebleven.

In het tweede kamp waar Marija belandde, in het dorp Dolinskoje in Kazachstan, vond ze enig emplooi in de kampclub, waar onder meer toneelstukjes werden opgevoerd. In de jaren 1944-1946, toen ze uit het kamp was vrijgelaten, woonde ze als bannelinge in Tsjeboksary in de republiek Tsjoevasjië, aan de Wolga. Daar werd ze lid van de lokale afdeling van de Kunstenaarsbond. Het Staatsmuseum van Tsjoevasjië heeft 27 werken van Myslina in bezit, waaronder dit zelfportret.

Slechts twee van de werken die ik kon vinden, hebben een ‘staats-thema’. Een ontwerp uit 1943 voor een poster of ansichtkaart en een schets van een heldhaftig oorlogstafereel, waarvan als datering ‘jaren veertig’ wordt gegeven. Verder ontbreekt in haar werk, voor zover ik dat heb kunnen vaststellen, elke verwijzing naar politiek of ideologie. Daar zal ze haar buik van vol hebben gehad, ben je geneigd te denken. Het lijkt alsof ze is weggevlucht in dagelijkse, onschuldige stadstafereeltjes, dierenportretjes en landschapjes. Na haar terugkeer in Moskou werkte ze onder meer als illustrator van kinderboeken en tekende ze ansichtkaarten. Ze nam ook weer deel aan tentoonstellingen. De laatste jaren van haar leven was ze door ziekte aan haar bed gekluisterd.


In een artikel uit 2015 over een kleine tentoonstelling in Moskou van Myslina’s werk las ik dat haar bescheiden archief bewaard wordt in het RGALI (Russisch Staatsarchief voor Literatuur en Kunst), maar dat dit “nog lange tijd gesloten zal blijven voor lezers en onderzoekers”. Zou dat werkelijk zo zijn? En waarom dan? Bij dat archief ga ik niet aankloppen, maar ik hoop later dit jaar wel in Tsjeboksary het Staatsmuseum van Tsjoevasjië binnen te lopen.  

Marija Myslina (1901-1974)

Na de Goelag: de onschuldige kunstwerken van Marija Myslina - 1

—————-

1.jpg


Verandert er iets aan een schilderij, een tekening of wat voor kunstwerk dan ook, wanneer je meer te weten komt over de maker ervan? Over het leven dat hij of zij leidde? Lang niet altijd, natuurlijk, maar in het geval van Marija Myslina (1901-1974) beslist wel.

Zo zit ik maar te kijken naar twee Nieuwjaarskaartjes van haar, beide uit 1960. Ik heb ze al jaren op zolder liggen in een schoenendoos, met een boel andere ansichten uit de USSR. Twee kleuters, twee vogeltjes, twee ballonnetjes…  Schattige, onschuldige tafereeltjes, wat zou je er nog meer over kunnen zeggen. Maar je gaat er toch anders naar kijken, wanneer je weet dat ze werden gemaakt met dezelfde hand die vier jaar eerder onderstaande brief schreef (Ik citeer uit een kladversie):  

*****

“In 1937, na de arrestatie van mijn man, ben ik opgepakt en doorliep ik, zoals vele anderen, de kwellende weg van de verworpenen en belasterden. De rechtvaardigheid is nu in ere hersteld, ik ben gerehabiliteerd en verzoek U deze daad van rechtvaardigheid tot het einde door te voeren en mij van woonruimte te voorzien. Mijn moeder heeft me nu onderdak verschaft op een oppervlakte van 9 meter.

Ik ben kunstenaar, lid van de Kunstenaarsbond (lidmaatschapskaart No. 2003), heb aan meerdere tentoonstellingen meegedaan, zowel in de provincie als in Moskou, mijn werken bevinden zich in vier musea. Gezien mijn professionele kenmerken ben ik natuurlijk niet in staat in mijn huidige omstandigheden te werken. Ik kan zelfs geen ezel – mijn ‘werkbank’ – neerzetten, ik heb geen tafel, om maar te zwijgen over andere noodzakelijke dingen voor mijn werk.

Ik ben een geboren en getogen Moskouse. Is het toelaatbaar dat ik, nadat ik de volledige verwoesting van mijn leven heb ondergaan, mijn gezondheid heb verloren, in de stad waar ik ben geboren en mijn hele leven heb doorgebracht, in mijn oude dagen geen dak boven mijn hoofd zou hebben? Na alle beproevingen die mij ten deel zijn gevallen, verlang ik naar rust en de mogelijkheid om creatief te werken - ik ontbeer dat alles volledig.

Indertijd, in 1926, hebben mijn man en ik op eigen kosten een onbewoonbare ruimte ingericht, voor verwarming gezorgd en muren gebouwd en er een prachtig atelier voor kunstenaars van gemaakt. Die moeite hebben we dus voor iemand anders gedaan – wat onszelf betreft: een is omgekomen in ballingschap, en ik ben alleen overgebleven zonder een dak boven mijn hoofd. Ik maak geen aanspraak op dat ene onderkomen, ik verzoek u mij een kamer ter beschikking te stellen, waar ik rustig zou kunnen wonen en creatief kan werken – dat zou mij helemáál doen terugkeren tot het leven en mij de mogelijkheid geven om het Sovjetvolk met mijn kunst echt te dienen.

.. november 1956”

*****

Myslina noemt Moskou in de brief de stad waar ze haar hele leven heeft gewoond. Een nogal wrange zin, want na haar arrestatie belandde ze in het ALZJIR, een speciaal kamp voor ‘vrouwen van volksverraders’ in Karaganda, Kazachstan. Acht jaar later kwam ze vrij, maar Moskou bleef verboden terrein. Ze vestigde zich in Vladimir en mocht pas in 1955 terug naar de hoofdstad, waar ze de scherven van haar leven bijeen moest zien te rapen. *)

Gegevens over het werk van Marija Myslina zijn schaars, titels en jaartallen ontbreken vaak. Haar werk van voor de oorlog lijkt helemaal verloren te zijn gegaan.

1942

1942

*) Aanvulling:
Marija Myslina belandde in het ALZJIR (Kamp voor Vrouwen van Landverraders in Akmolinsk). Later werd ze overgebracht naar een vrouwenkamp in het dorp Dolinskoje. Op 8 december 1942 werd ze vrijgelaten uit het kamp. Tussen 1944-46 leefde ze als bannelinge in Tsjeboksary.


Deel 2.

Kroonjuweel van een trotse Russische gastvrouw op een mooi gedekte feesttafel: defitsit!

———————

Visafdeling, 1986.

Het was januari 1982. Ik deed mijn best om de jongerencultuur van de USSR te doorgronden en volgde de Estse rockgroep Metallic Band tijdens een paar optredens in Leningrad, om er een artikel over te schrijven. Aardige jongens waren het. Na afloop van een optreden reed ik mee in de bus naar hun hotel. Er kwam een fles drank tevoorschijn van een merk dat ik niet kende. ‘Nee, dat hebben jullie niet in Gollandija!’, klonk een vrolijke stem achter me. ‘Nee’, antwoordde ik, ‘это у нас дефицит (dat is bij ons defitsit).’ Gelach was mijn deel.

Vraag me om het woord defitsit – klemtoon op de laatste lettergreep - uit te leggen en de moed zinkt me in de schoenen. Waar begin je? Defitsit, die rode draad van de planeconomie. Defitsit, de obsessie van elke Sovjetburger. Defitisit, samenvatting van de schaarste. Defitisit, het kroonjuweel van een trotse gastvrouw op een mooi gedekte tafel. Defitsit, de ‘machtige motor van specifieke maatschappelijke relaties’.

Die laatste omschrijving kwam ik tegen in een meesterlijke monoloog van Arkadi Rajkin, geschreven door Michail Zjvanetski. Het filmpje en de tekst – met mijn excuses aan de lezer die geen Russisch kent – staan hieronder.

Een boeiend fenomeen was de teleurstelling die emigranten uit de USSR voelden in het Westen, nadat de aanvankelijke verblinding door de overweldigende overvloed in de winkels was weggezakt. Er ontbrak iets: defitsit! De jacht op schaarse goederen, de triomf wanneer je iets met veel moeite op de kop had getikt! Het was allemaal een beetje saai, die volle winkels. En lastig ook, want hoe bouwde je een nieuwe kennissenkring op? Wat waren de spelregels, in een land waar het hoofd van de vleesafdeling in de supermarkt niet meer was dan dat: hoofd van de vleesafdeling? Nee, zei Rajkin al, overvloed, dat was eigenlijk maar niks.

 

Дефицит

(Для А. Райкина)
Послушай меня, дорогой! Что я тебе скажу. Все идет к тому, что всюду все будет, изобилие будет! Но хорошо ли это будет? Подожди, не торопись, ты молодой, горячий, кровь играет. Я сам был огонь, сейчас потух немного, хотя дым еще идет иногда... С изобилием не надо торопиться! Почему?..
Ты идешь по улице, встречаешь меня.
- Здравствуй, дорогой! Заходи ко мне вечером.
- Зачем?
- Заходи, увидишь.
Я прихожу к тебе, ты через завсклада, через директора магазина, через товароведа достал дефицит! Слушай, ни у кого нет - у тебя есть! Я попробовал - во рту тает! Вкус специфический! Я тебя уважаю.
На другой день я иду по улице, встречаю тебя.
- Здравствуй, дорогой! Заходи ко мне вечером.
- Зачем?
- Заходи - увидишь!
Ты приходишь ко мне, я через завсклада, через директора магазина, через товароведа, через заднее крыльцо достал дефицит! Слушай, ни у кого нет - у меня есть! Ты попробовал - речи лишился! Вкус специфический! Ты меня уважаешь. Я тебя уважаю. Мы с тобой уважаемые люди.
В театре просмотр, премьера идет. Кто в первом ряду сидит? Уважаемые люди сидят: завсклад сидит, директор магазина сидит, сзади товаровед сидит. Все городское начальство завсклада любит, завсклада ценит. За что? Завсклад на дефиците сидит! Дефицит - великий двигатель общественных специфических отношений.
Представь себе, исчез дефицит. Я пошел в магазин, ты пошел в магазин, мы его не любим - он тоже пошел в магазин. 
- Туфли есть?
- Есть!
- Черные есть?
- Есть!
- Лакированные есть?
- Есть!
- Черный верх, белый низ есть?
- Есть!
- Белый верх, черный низ есть?
- Есть!
- Сорок второй, самый ходовой, есть?
- Есть.
- Слушай, никогда не было. Сейчас есть. 
- Дамские лакированые, бордо с пряжкой, с пуговицей есть? 
- Есть!
Ты купил, я купил, мы его не любим - он тоже купил. Все купили.
Все ходим скучные, бледные, зеваем. Завсклад идет - мы его не замечаем. Директор магазина - мы на него плюем! Товаровед обувного отдела - как простой инженер! Это хорошо? Это противно! Пусть будет изобилие, пусть будет все! Но пусть чего-то не хватает!

——————-

De stadionramp in Chabarovsk: trieste kopie van de tragedie bij Spartak Moskou - Haarlem

————————

De oosttribune in 1981. Rechts bij de orde cirkel bevond zich de noodlottige trap.

Ze vonden kort na elkaar plaats, in 1982, en de overeenkomsten zijn beklemmend: de ramp in het Leninstadion van Moskou en die in het Leninstadion van Chabarovsk een maand later. Bij de eerste, in Moskou, kwamen 66 supporters om het leven kwamen. De ramp werd goeddeels stilgehouden.  Was er ruchtbaarheid aan gegeven, dan was de tweede, in Chabarovsk, met 18 slachtoffers, misschien wel  nooit gebeurd.  

Bij de voetbalwedstrijd tussen Spartak Moskou en Haarlem vielen de doden in het gedrang dat kort voor het einde van de wedstrijd ontstond op een trap van de tribune. Er waren uitgangen afgesloten, te veel mensen hoopten samen en toen supporters uitgleden op de verijsde treden, was er geen houden meer aan. Het afgrijselijke scenario herhaalde zich op 20 november, zeven tijdzones naar het oosten, in Chabarovsk, in het stadion daar met dezelfde naam als dat in Moskou.

Op de avond van die koude dag – het vroor 20 graden ­– werd in de openlucht voor volgepakte tribunes een bandy-wedstrijd gespeeld tussen het lokale SKA en Zorki uit Moskou. Bandy (ijshockey met een bal) heeft sindsdien veel aan populariteit ingeboet, maar trok in de vroege jaren tachtig regelmatig volle stadions. Op het duel tussen SKA en Zorki, de nummers nummers 2 en 3 van het seizoen ervoor, waren 18.000 man afgekomen. Vermoedelijk waren dat er in de tweede helft meer – in de rust was het simpel om zonder kaartje binnen te komen. 

Het Leninstadion. De trap, zichtbaar bij de bovenste rechterpunt van de tribune, bij de rechterlichtmast, is na de ramp aangepast.

Een jaar eerder was het Leninstadion, gelegen aan de rivier de Amoer, gerenoveerd voor het WK bandy. De trap aan de rechterzijde van de oosttribune was daarbij aan de onderkant versmald, waardoor een soort trechter was gevormd. Enkele uitgangen waren afgesloten en tegen het einde van de wedstrijd dromden te veel supporters samen aan de bovenkant van de spekgladde trap. En toen ging het mis. Net als een maand eerder in het Moskouse Leninstadion gleden mensen uit en was er geen houden meer aan. Aan de chaos kan hebben bijgedragen dat menig supporter een slok op had. Drank in de vrieskou was bij bandy een gebruikelijk verschijnsel en zeker op de ‘proletarische‘ oosttribune, bekend om zijn roerige sfeer, zal aardig wat ingenomen zijn. Ooggetuigen zeggen dat agenten loerden op dronken toeschouwers en dat er onder aan de trap wagens klaarstonden om die af te voeren naar het ontnuchteringshuis. Bij de aanblik daarvan zouden supporters zijn omgekeerd, waardoor het gedrang zou zijn verergerd.

De ramp in Moskou, een maand eerder, werd door de voetballers van Spartak en Haarlem in het immense stadion niet opgemerkt. In Chabarovsk zagen de spelers wel wat er gebeurd was. Aleksandr Persjin van SKA vertelde jaren later aan het blad Sovetski Sport: ”Na de wedstrijd zaten we nog een tijdje in de kleedkamer. De stemming was opperbest na de moeilijke overwinning. Maar toen we de deur open hadden gedaan, waren we verbijsterd. De gang lag vol mensen. Sommigen kreunden, anderen gaven geen teken van leven. Beide teamartsen schoten het ambulancepersoneel te hulp en probeerden de slachtoffers te helpen.”

Drie dagen later verscheen er een summier berichtje in de lokale krant Ster van de Stille Oceaan: “20 november heeft zich na een hockeywedstrijd in het V.I. Leninstadion van Chabarovsk bij het vertrek van de toeschouwers ten gevolge van een verstoring van de bewegingsrichting een ongeluk voorgedaan. Er zijn slachtoffers. Er is een onderzoek gaande naar de omstandigheden van het voorval.” Op een vergelijkbare manier was er een maand eerder in Moskou bericht over de ramp in het Leninstadion daar. Dat de autoriteiten in en rond het stadion van Chabarovsk op de hoogte waren van wat zich in de Russische hoofdstad had afgespeeld, is niet waarschijnlijk. De precieze toedracht zal men zeker niet hebben gekend. Was dat wel het geval geweest, bijvoorbeeld door uitgebreidere berichtgeving, dan had men misschien nog eens naar de uitgangen en die trap bij de eigen oosttribune gekeken.

Na de Moskouse ramp werden enkele verantwoordelijken gestraft. Het juridisch onderzoek in Chabarovsk werd afgesloten zonder dat er verantwoordelijken werden aangewezen. Toen er openlijk over de ramp kon worden gesproken, werd bij de oosttribune een plaquette aangebracht met de namen van de achttien slachtoffers. Vorig jaar was ik in Chabarovsk en liep ik rond het stadion, waar tegenwoordig alleen nog wordt gevoetbald. Ik zag er mooie standbeelden uit de jaren vijftig. De plaquette heb ik niet gezien, ik heb er niet naar gezocht, want ik wist niet van de tragedie af.

Het Leninstadion in 2017. Het bord rechts vermeldt de gedragsregels voor het publiek.

Twee korte filmpjes over de tragedie van 1982:

Trotse melksters en een Wolga-cruise - de laatste serie foto's van professor Hammond.

--------------

Dit moet je natuurlijk nooit doen, een klein kind met zo'n pakje aan een ijsje laten eten. Maar nou ja, het levert wel een mooi plaatje op. Het is een van de bijna drieduizend gedigitaliseerde dia's, gemaakt door de Amerikaanse professor Hammond op zijn reizen door de USSR. Dit is de vijfde aflevering op dit blog over die collectie en ook de laatste - het wordt langzamerhand weer eens tijd voor eigen foto's. Uitleg over de Hammond-collectie is te vinden in de eerdere aflevering, onder meer in de eerste.

De foto hierboven is vermoedelijk gemaakt ergens in de jaren 1956-1958, de locatie is niet bekend. Dat geldt beide ook voor onderstaande foto, één van de meest intrigerende uit de hele verzameling. Het is speculeren, maar volgens mij zien we hier melksters van een kolchoz, die voor het bezoek van de buitenlandse gasten (Hammond maakte zijn reizen niet in z'n eentje) mooie kleren hebben aangetrokken. Dat een van hen toevallig, in de stal, de krant zit te lezen, dat gaat er bij mij niet in. Al met al lijkt het tafereel erg op de georganiseerde foto's die je te pas en te onpas aantrof in Sovjet-kranten. Dat geldt dan weer niet voor de houding van de melksters, die is - tegenover de buitenlanders - bijna uitdagend.    

-----------------

De foto boven is vermoedelijk genomen in 1964. Dat valt af te leiden uit het vaantje links beneden: .... 40 jaar met Lenins ... De volledige leuze luidde: Sinds 40 jaar met Lenins naam. In 1924 werd besloten dat de jeugdbeweging Komsomol voortaan Lenins Komsomol zou heten - en tel daar 40 jaar bij op ... De foto hieronder is wat ouder, die is gemaakt in 1956, 1957 of 1958. 

------------

1956-1958. De Nevski Prospekt in Leningrad - of ik moet me wel heel erg vergissen.  

Leningrad, 1957 (?)

Professor Hammond maakte in 1975 een cruise over de Wolga. Daarbij deed hij in elk geval Wolgograd aan, maar of onderstaande foto daar is genomen? De trap leidt naar het rivierstation, waarachter het cruiseschip te zien is. De tweede foto, is die op dat schip genomen?   

-------------

Twee foto's uit 1975. Op het plastic tasje hierboven staat Bulgaarse expositie.

-----------------

De markt van Riga, 1958.

Van veel foto's is de datum onbekend. Dankzij een oplettende burger weten we in elk geval zeker dat de professor zich op 3 juli 1958 met zijn fototoestel in Riga bevond. 

Akte.

Wij, de ondertekenaars, tweede luitenant Kolosov N. en burger Pajmanov (?) V.I., hebben deze akte opgesteld, omdat burger van de USA Hammond Thomas Taylor zich op 3 juli 1958 om 11.40 uur bevond bij de houten brug aan de kant van de Zadvine en het ponorama (sic) van Oud Riga fotografeerde met zicht op de Oktoberbrug. Burger Hammond Tommas (sic) werd gewaarschuwd dat het verboden is om genoemde brug te fotograferen en hem werd voorgesteld om voor een opname van Oud Riga een geschiktere plek te kiezen waaromtrent deze akte is opgesteld.

Kolosov
Pojmanov 

----------------------------

Deel 1, deel 2, deel 3, deel 4.