architectuur

Van Siberië naar Siberië - het huis in Leningrad waar je beter niet kon wonen

——————

Ze belandden van de regen in de drup, zou je kunnen zeggen. Maar die onschuldige uitdrukking volstaat niet om te omschrijven wat de eerste bewoners van het huis aan de Neva in de jaren van dertig van de vorige eeuw overkwam.

Het huis in Leningrad werd begin jaren dertig speciaal voor hen gebouwd: leden van de Vereniging van voormalige politieke gevangenen en bannelingen. Ze hadden gestreden tegen het tsaristisch regime, hadden daarvoor betaald met hun vrijheid, en mochten nu (tegen de achtergrond van een schrijnende woningnood) genieten van welverdiend comfort: een eigen appartement in een modern flatgebouw.

Wie een beetje vertrouwd is met de gebeurtenissen in de USSR in die tijd, voelt het vervolg al aankomen. Lang konden de oud-revolutionairen niet van de ongekende luxe genieten. Tegen het einde van de jaren dertig was in 122 van de 144 woningen het hoofd van het gezin verdwenen: gearresteerd en geëxecuteerd, dan wel veroordeeld tot een kampstraf. Van de regen in de drup, maar dan erger.

De Vereniging van voormalige politieke gevangenen en bannelingen werd in 1921 opgericht. Het ledental groeide snel en er kwam een eigen infrastructuur. Zo werd Moskou een clubgebouw rijker met de naam Paleis van dwangarbeid en verbanning. Er kwamen eigen sanatoria, drukkerijen, uitgeverijen en woonhuizen. In de hoofdstad kregen strijders tegen het tsarenregime twee flatgebouwen met een gedeelde binnenplaats, op de hoek van de Pokrovka (nummer 37, met op de begane grond tegenwoordig de Kunstenaarsbond) en de Tsjaplyginstraat 15. Op de eerste verdieping aan de Tsjaplyginstraat is een stenen vlag te zien met daarop opengebroken tralies, een soort uitwaaierende zonnestralen en de letters CCCP.

Was de nieuwbouw in Moskou al luxe en indrukwekkend, dat gold helemaal voor de  flatgebouwen die in Leningrad verrezen, in de vorm van een driehoek, op een toplocatie: de hoek van de Petrovski Kade en het Troitskiplein (ten tijde van de bouw Revolutieplein geheten). De oud-revolutionairen hadden er aan de lange kanten uitzicht op de Neva of de Petrus-e- Paulus-vesting. In 2002 werd daar aan de zijde van de vesting nog een element aan toegevoegd: de Solovetskisteen, een monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de Stalinterreur. 

Het in constructivistische stijl opgetrokken gebouw was een van de eerste communale woningen van Leningrad. Je kon in de appartementen (met twee of drie kamers) wel iets opwarmen, maar een keuken ontbrak. Een maaltijd kon je halen of nuttigen in de kantine. Wel had men een eigen badkamer met warm water. Op de begane grond waren een theaterzaal, een bibliotheek, een kleuterschool, een club, een wasserij en garages, op het dak bevond zich een solarium.

————————

En toen kwamen ze voor de bewoners. Er is een naslagwerk (de eerste druk is uit 1929, de tweede uit 1934), een kleine negenhonderd pagina’s dik, waarin alle leden van de Vereniging van voormalige politieke gevangenen en bannelingen vermeld staan, met hun geschiedenis als revolutionair, inclusief hun veroordeling(en) en de locatie waar ze hun straf uitzaten. En hoewel niet alle leden ten onder gingen in de Stalinterreur, denk je toch bij elke naam die je ziet staan: wat zou, bij wijze van wrange afronding, hier nog als veroordeling aan toegevoegd kunnen worden?

Een geroyeerde ‘podavanets’.

Ik leerde uit het naslagwerkje overigens twee nieuwe woorden (of eigenlijk zijn het oude woorden, je komt ze niet meer tegen): подаванцы en выдаванцы. Подаванцы hadden zich na hun veroordeling gewend tot de autoriteiten met een verzoek om clementie, выдаванцы waren nog een graatje erger geweest: die waren door de knieën gegaan en hadden kameraden verraden. Was dergelijk verwerpelijk gedrag bij nader onderzoek vastgesteld, dan volgde royering, maar je bleef wel opgenomen in het naslagwerk, op alfabet tussen de rest, nog steeds inclusief je persoonlijke geschiedenis, maar mét de vermelding van uitsluiting. De editie van 1929 bevat nog een aparte lijst met zo’n zestig namen van leden die wel ooit waren veroordeeld, maar niet vanwege revolutionaire daden. Gewone misdadigers dus, die ten onrechte als lid waren toegelaten.

In het naslagwerk treffen we onder de B de naam aan van Ivan Bogomolov, met lidmaatschapsnummer 609. Hij werd onder meer veroordeeld tot drie jaar dwangarbeid. Op zijn gedrag als revolutionair was nooit iets aan te merken geweest, maar dat redde hem niet. Hij werd in 1938 geëxecuteerd. Aan de muur van het huis in Sint-Petersburg, aan de achterzijde van dat deel dat uitkijkt op het Troitskiplein, hangt een gedenksteen met de namen van slachtoffers uit de appartementen. Het is ontworpen door zijn zoon. 

—————————

Het duizelingwekkende verhaal van het Huis aan de Kade: Yuri Slezkine beschreef de geschiedenis van het hoofdgebouw der Bolsjewieken - en nog veel meer

--------------------

Beeld: Arthur Shuraev (onder CC-licentie)

Je doet een impulsaankoop – het boek The House of Government van historicus Yuri Slezkine - en komt er thuis pas achter wat je eigenlijk in huis hebt gehaald. Ik dacht: een boek over het befaamde, immense, door drama omgeven appartementencomplex tegenover het Kremlin, op de andere oever van de Moskva. Het gebouw is vooral bekend onder de naam Huis aan de Kade, naar het boek van Joeri Trifonov (1925-1981). Die woonde er zelf en zijn ouders werden er in 1937, tijdens de Grote Terreur, gearresteerd. Het enorme gebouw met zijn honderden appartementen, een theater, kantines, een wasserij, een schietbaan en nog zo het een en ander, vanaf 1931 gaandeweg opgeleverd en bestemd voor het hoogste partij- en regeringskader, kómt aan bod in het boek van Slezkine, maar dat gebeurt pas op pagina 317…
 


Yuri Slezkine schreef een duizelingwekkend, meer dan duizend pagina’s tellend werk over de Bolsjewieken, hun weg naar de Revolutie, hun droom van een duizendjarig rijk en de nachtmerrie waarin die voor velen van hen uitmondde. Hij gooit zijn netten daarbij wijd uit, zo wijd, dat er van de lezer af en toe enig doorzettingsvermogen is vereist. Economie, sociologie, literatuurgeschiedenis, toneeltheorieën, utopische architectuur, marxisme en theologie – het komt allemaal aan bod, en niet zo maar af en toe in een paar alinea’s. Een apart hoofdstuk, vroeg in het boek, wordt gewijd aan de vraag of het ‘lichtende geloof’ (luminous faith) van de Bolsjewieken een religie was. Abraham en Isaak komen voorbij, Mozes, Buddha, de Jacobijnen, de Inca’s en profetiën over de dag des oordeels in Nieuw-Guinea. Binnen deze setting is het Huis van de Regering (de officiële naam luidde: het Huis van het Centraal Uitvoerend Comité en de Raad van Volkscommissarissen) bij Slezkine het hoofdgebouw van de sekte der Bolsjewieken.     

Daartegenover staan, telkens zeer gedetailleerd beschreven, meer aardse zaken als de levensstijl van de elite, haar vakanties, het personeel, de beveiliging, de bouwgeschiedenis van het huis (ontworpen door Boris Iofan, die op de elfde verdieping kwam te wonen), de inrichting van de appartementen, de kwaliteit van het eten in de kantine en de spelletjes die de kinderen speelden op de binnenplaatsen (onder andere sjtander/штандер, een mij onbekend balspel). Dat is al fascinerende leesstof, en dan komt daar op twee derde van het boek ook nog de terreur overheen, die als een ontspoorde bloedhond huishoudt onder de bewoners van het zo ongenaakbaar lijkende gebouw. Na eerst nog een apart hoofdstuk over de rol van de zondebok en de biecht binnen sektes, komen de arrestaties voorbij, de wanhopige brieven aan Stalin met pleidooien van onschuld dan wel bekentenissen, en de lotgevallen van de achtergebleven echtgenotes, die vaak zelf ook nog werden opgepakt, en de kinderen die werden weggestopt in weeshuizen.

De nadruk ligt daarbij op de bekendste namen (Rykov, Boecharin), maar (iets) mindere goden komen ook uitgebreid aan bod. Wie vandaag nog als hoge NKVD-functionaris beschikte over het lot van zo’n beetje de complete bevolking van West-Siberië, kon een dag later naar Moskou worden geroepen om in de Loebjanka tot de meest absurde bekentenissen te worden gedwongen. De angst voor de willekeur was gekmakend, in de appartementen van het Huis aan de Kade stonden de koffertjes klaar in geval er ’s nachts (arrestaties vonden nooit overdag plaats) op de deur zou worden geklopt. En tussendoor wijdt Slezkine uit over uiteenlopende zaken, die wel weer steeds, direct of indirect, verband houden met het huis en zijn bewoners. Zo tekende een aantal van hen voor literaire werken, die in hun zanderig socialistisch-realisme niet meer om door te komen zijn. Daar trekt Slezkine zich weinig van aan – vele pagina’s besteedt hij aan besprekingen van die werken, met steeds het Bolsjewistisch sektarisme als kader. Of hij daar elke lezer een plezier mee doet, betwijfel ik. Zelf kreeg ik geenszins de neiging om de door hem belichte boeken eens ter hand te nemen. 

Het Huis aan de Kade heeft zich van de terreur (en ook van de oorlog) nooit meer helemaal hersteld. De grandeur en het geloof van de eerste bewoners – net als het geloof van hun kinderen, de jonge aanwas van de sekte – was bezoedeld en al dan niet volledig geknakt. In dat opzicht staat het gebouw voor de hele Russische samenleving, die nog altijd niet is bijgekomen van de jaren onder Stalin. Wie daaraan twijfelt, raad ik twee recente, Nederlandse documentaires aan: Liefde is aardappelen van Aliona van der Horst en De rode ziel van Jessica Gorter. 

The House of Government is ook verschenen in het Nederlands, in twee delen, onder de titel Het huis van de regering. Twee Engelse recensies vindt u hier en hier, een Nederlandse hier.
 

Kerkkoepels langs een voetbalveld in de provincie Samara. Ik doe een belofte.

---------------------

Bijna was ik supporter geworden van FK Zvezda uit het dorp Chvorostjanka in de provincie Samara.

Dat zit zo. Een paar maanden terug kwam ik bovenstaande foto tegen, schijnbaar enkele jaren oud. Ik liet hem zien op Facebook en Twitter en beloofde: ik ga uitzoeken hoe dat zit met die koepels en de ploeg die daar speelde. Ik nam aan – geen gewaagde veronderstelling - dat er een kerk in aanbouw was. Was die er ook gekomen? Of lagen die koepels daar nu nog steeds langs de lijn, weerspiegelden ze de spelers die een hoekschop kwamen nemen en schoot er iemand weleens een bal tegenaan? Ik verklap het maar meteen: wie nu vanaf het veld die koepels wil raken, moet flink zijn best doen, want die kerk is er gekomen. En er kwam meer, daar in Chvorostjanka. Veel meer, waardoor ik uiteindelijk, ondanks de fraaie kerk langs de lijn die ik – op foto’s – gebouwd heb zien worden, geen supporter kon worden van FK Zvezda.

FK Zvezda werd in 1981 opgericht. Er is een herenteam en een jeugdteam, waarin de beste spelers uit het rayon zijn verzameld. Het herenteam speelt in de competitie voor dorpsteams van de provincie Samara en meet daar zijn krachten met clubs als  Bezentsjoek Bezentsjoekski, Meliator Privolzjski en Torpedo Kinel-Tsjerkasski. Na een verdiende 5-3 zege voor eigen publiek op Meliator bezet FK Zvezda momenteel de vijfde plaats. Samen met die kerk langs de lijn alle reden dus om supporter te worden van FK Zvezda uit Chvorostjanka.

Van bovenstaande foto weet ik niet precies wanneer hij is genomen, maar dat zal ongeveer rond dezelfde tijd zijn geweest als de volgende foto, waarvan ik het wel weet: september 2009. En inderdaad, de koepels waren daar niet zomaar gedumpt – ze liggen te wachten tot ze geplaatst kunnen worden op de kerk rechts.

September 2009

En zie, in juni 2010 hadden de koepels hun plaats van bestemming bereikt:

Juni 2010.

Oktober 2010

En toen ging het mis. In welk jaar precies, weet ik niet, maar op onderstaand filmpje van juni 2016 is te zien dat de moderne tijd in Chvorostjanka heel hard heeft toegeslagen. Er ligt kunstgras.

Volgens mij is ook dat speelplaatsje met die autobanden verwijderd – kijk maar naar de eerste paar seconden – wat nog tot daaraan toe is. En dat het bakstenen gebouw aan de overkant van het veld een paar frisse kleuren heeft gekregen – ik doe er niet moeilijk over. Het herbergt een bewegings- en gezondheidscentrum dat voluit heet: Fizkoeltoerno-Ozdorovitelno Kompleks Viktorija (afgekort: FOK Viktorija), en dan is en beetje frisheid wel op zijn plek. Maar dat veld …

Op zoek naar meer foto’s van het voetbalveld-met-kerk stuitte ik vervolgens toevallig op dit tafereel, in de stad Samara …     

… met dit tribunetje:

De foto’s stammen uit 2010 en ik heb het nog niet aangedurfd om verder te zoeken. Die kerk, het zal wel, het gaat me om dat blauw-witte bouwseltje, zo kenmerkend voor de sport-architectuur van de USSR.  Zou het gered zijn? Zou het inmiddels in oude luister zijn hersteld? Ik heb helemaal niks met Dinamo (wij zijn van FC Zenit), maar van zo’n tribune word ik week.

Ik ga het uitzoeken. Ligt het stadion er nog, dan beloof ik u dat ik komend jaar afreis naar Samara en plaatsneem op die blauw-witte tribune. Ik zou dan ook nog even kunnen doorreizen naar FK Zvezda in het dorpje Chvorostjanka, verderop in de provincie, maar dat doe ik niet. Al hebben ze het daar tien keer nodig en heeft het zijn nut allang bewezen – van kunstgras wil ik niet weten.

Wordt vervolgd.

Poesjkin en Jack London pak je zo uit de kast: een Russische woonkamer van veertig jaar terug – nagebouwd op poppenformaat.

poppenhuis woonkamer Rusland Sovjetunie interieur

Galtsji (zo heet ze op haar blog – haar echte naam ken ik niet) maakt allerlei poppendingetjes. En ze mag trots zijn op haar werk. Want zegt u eens eerlijk: wanneer u alleen de foto hier links had gezien, van zo’n simpele radiator met dito vernsterbank en vensterbankvulling, had u dan gezegd; da’s niet echt, da’s namaak? Kijk ook even naar dat parket, dat wigpatroontje …

“Ik heb een langdurig, maar ongelooflijk interessant project afgerond’, schrijft Galtsji. “Een miniatuurwoonkamer van een bejaarde vrouw uit de jaren zeventig of tachtig in de USSR.”  Ze deed de klus in opdracht (van wie schrijft ze er niet bij) en alle voorwerpen – sorry: voorwerpjes – maakte ze op verzoek van de opdrachtgever. Sommige onderdeeltjes van het interieur ogen daardoor misschien wat archaïsch. Wie had in de jaren tachtig nog zo’n model tv in huis? Met het plaatje op de tv heeft Galtsji een foutje gemaakt. “Dat moet zwart-wit zijn, maar dat is simpel te herstellen”, schrijft ze.

De schaal is 1:12. Het enige onderdeel dat niet door haar is gemaakt, is de naaimachine. “Die is gekocht, dat is fabriekswerk.” Zeer overtuigend vind ik de boekenplank met glazen deurtjes. We zien er staan: Jesenin, Jack London en Poesjkin – boeken die inderdaad tot de standaardinrichting van Russen met enige opleiding behoorden. De deurtjes kunnen open en je kan de boeken eruit pakken en openslaan. De doos met de eveneens zeer overtuigende kerstversiering (zie de serie foto's hieronder) mis ik op het overzichtsplaatje. Misschien zit die keurig weggeborgen in een van de laden of kastjes. 

Jesenin Poesjkin London boekenkast Rusland Sovjetunie interieur

 

Hier nog wat meer afbeeldingen:


En hier zien we – voor een ander project – een radio in de maak, met het origineel erbij.

Russische radio Sovjet-radio miniatuur
radio Sovjetunie poppenkamer

De achtergronden van Galtsji ken ik niet. in elk geval lijken haar miniaturen mij meer dan een hobby. En voor nuttig handwerken zal ze vroeger op school goede cijfers hebben gehaald. Hier nog een keuken. De Kerstman op de ijskast is niet dezelfde als in de doos boven in het fotoserietje. Graag zou ik die ijskast even opendoen, ik vermoed dat 'ie helemaal vol zit.  Nog wat meer voorbeelden van Galtsji's werkjes vindt u hier.

Russische keuken Sovjetkeuken

En de winnaar is ... Pskov! De 22 beste steden van Rusland om te wonen (en de zeven slechtste) - volgens Varlamov.

Pskov

Pskov

Mijn collega Ilja Varlamov (één van de populairste bloggers van Rusland) reist veel door zijn land en doet daar verslag van met vaak prachtige foto’s. Hij is vooral geïnteresseerd in stedebouwkundige aspecten en kijkt overal rond met de vraag: hoe leefbaar is het hier?

Een bezoek aan Krasnodar, Syktyvkar, Tsjerkessk, Omsk, enzovoort levert meestal twee verslagen op: eentje over het lelijke Krasnodar, Syktyvkar, Tsjerkessk, Omsk, enzovoort, en eentje over het mooie Krasnodar, Syktyvkar, Tsjerkessk en Omsk, enzovoort. 

Lelijk Kazan

Lelijk Kazan

Mooi Kazan

Mooi Kazan

Varlamov maakte een ranglijst van de steden die hij bezocht. Hij legt uit: “De ranglijst is erg subjectief en gebaseerd op mijn eigen innerlijke gevoel. In feite ik heb ik mezelf steeds de vraag gesteld: zou ik in deze stad willen wonen? In Pskov, Gelendzjik of Kaliningrad zou ik dat wel willen, in Machatsjkala of Omsk niet. Ik heb gekeken naar het openbaar vervoer, naar hoe de inwoners tegen hun eigen stad aankijken, de schoonheid, de architectuur en veel meer."

Hier de ranglijst Varlamov, met vanaf nummer 23 de steden waar hij zeker niet zou willen wonen. Elke stadsnaam is een linkje, dat in de meeste gevallen leidt naar meerdere reisverslagjes en foto’s over de betreffende stad. Moskou en Sint-Petersburg zijn buiten beschouwing gelaten, want “dat zijn gevallen apart”. Verder vermoed ik dat hij nog nooit in Voronezj is geweest. En ik voel me geroepen om namens Michail Krug met kracht te protesteren tegen de 26ste plaats van Tver. De toevoeginkjes zijn van Varlamov zelf. 

1.   Pskov (Is heel goed en wordt nog beter!)
2.  Gelendzjk (De schoonste stad van Rusland.)    
3.  Kaliningrad (Geschiedenis. Niet de onze, maar toch mooi.) 
4.  Novorossijsk  (Zee, meeuwen, goede voetgangersgebieden.)      
5.  Sotsji  (Voor de Olympische Spelen op orde gebracht.)   
6.  Syktykvar (Schitterende noordelijke stad.)    
7.  Grozny (Duur, rijk.)
8.  Jekaterinburg  (Constructivisme, aangenaam centrum, uitstekende vliegveld.) 
9.  Samara (Kattenhoofdstad.) 
10. Petrozavodsk (Niet verpest door wildbouw. Mooie straten, mooi meer.)  
11. Vladimir  (Geschiedenis.)
12. Kirov (Goede gouverneur.)
13. Kazan (Veel potentieel voor ontwikkeling. Meest verschrikkelijke wildbouw.)
14. Chanty-Mansijsk (Goede architectuur, mammoeten.)
15. Vladivostok (Reliëf, oceaan, bruggen.)
16. Nizjni Novgorod (Ik kom hier altijd met plezier.)
17.  Joezjno-Sachalinsk (Krabben, ski's en kaviaar.)
18. Simferopol (Een jaar terug was het er heel triest, maar er zijn perspectieven.)
19. Jaroslavl (Ook een enorm potentieel.)
20. Pjatigorsk (Waarom niet?)
21. Toela 
22. Krasnodar

Oefa

Oefa

23. Novosibirsk (Vies, veel wildbouw, veel omheiningen)
24. Oefa (De vieste stad van Rusland) 
25. Tsjerkessk (Kan je hier überhaupt wonen?)
26. Tver (Hopeloos)
27. Omsk (Een van de armste steden van Rusland, ik zie geen enkel perspectief) 
28. Machatsjkala (De inwoners geven niks om hun stad.)
29. Adler. (ADler.) ('ad' betekent 'hel' in het Russisch.)

Novosibirsk

Novosibirsk

De ‘putbinnenplaatsen’ van Sint-Petersburg – een fotografisch wandelingetje

De binnenplaatsen van Sint-Petersburg zijn een verhaal apart – dat u van mij niet gaat horen.

Ze vormen één van de charmes van de stad. Vaak liggen ze in elkaars verlengde. Dan loop je over twee, soms wel drie binnenplaatsen van de ene naar de andere straat. Of je verlaat zo'n dvor door een onverwachte poort naar links of rechts, om te belanden in weer een andere dvor, die twee poorten heeft die uitkomen op nog een andere straat. Zo loop je dan naar de metro, bijna zonder een gewoon trottoir te zien.

Een adres vinden, de juiste binnenplaats met het gewenste trappenhuis, is nogal eens uitdaging. Want behoort deze dvor, en dus ook de trappenhuizen die erop uitkomen, nu bij de straat die je net achter je liet of al bij de straat waar de volgende dvor op uitkomt?

Tegenwoordig bel je met je mobieltje even naar de bewoners van het gezochte adres. Die dirigeren je naar de juiste plek of komen even naar beneden. Daarmee is de romantiek van zo’n zoektocht wel grotendeels verdwenen. Want vroeger, kinderen, vroeger … Dan stond je daar, te midden van enorme sneeuwhopen of diepe, diepe smeltplassen, in het donker – want natuurlijk was de lamp boven de deur van vier van de vijf trappenhuizen kapot. En had je geen mobieltje om jezelf nog een beetje bij te lichten.     

Zit ik toch het verhaal van die binnenplaatsen te vertellen. Maar ik heb me beperkt tot de dagelijkse ‘wandelpraktijk’. Over de achtergronden weet ik niks. Waarom zijn er juist in Sint-Petersburg zo veel? Zijn ze spontaan ontstaan, vanzelf zo gegroeid, of is er een diepere, architectonische verklaring? Ik weet het niet.

Een speciaal type binnenplaats is de dvor-kolodets. Wat dvor betekent, moet u nu wel weten, een kolodets is een put. Het betreft dan – moet ik dat uitleggen? – binnenplaatsen die zo klein en nauw zijn dat ze doen denken aan een put.

Hieronder vind u een aantal mooie voorbeelden van deze putbinnenplaatsen. Door de wijze van fotograferen lijkt het allemaal kleiner en benauwder dan het in werkelijkheid is, al kan je weidse vergezichten hier vergeten. Ik trof de foto’s aan op de site van Filipp Tsjistjakov, gewijd aan dit soort binnenplaatsen, met de duidelijke naam dvorkolodets

Eén minpuntje bij Filipp: hij is wat slordig met de precieze adressen van de binnenplaatsen. Soms noemt hij alleen een straat, of zelfs dat niet.  

Boekenplanken, wastobbes, trots sanitair, een stevige kus en Mireille Matthieu - interieurs in de Russische schilderkunst, 1948-1988.

En daar stuitte ik weer op een van mijn favoriete Sovjet-schilderijen uit de jaren vijftig: Anatoli Nikitsj-Krilitsjevski - Studie met de medailles van M. Isakova (1951). We zien het interieur van de flat van drievoudig wereldkampioene schaatsen Marija Isakova. Over dit schilderij schreef ik al eens eerder, toen in een stukje over sport in de Sovjetkunst. (Dat stukje is nog niet opgenomen in de selectie uit mijn oude weblog, zodra dat is gebeurd, volgt hier natuurlijk een linkje.)

Dit keer kwam ik het schilderij tegen in een overzichtje van interieurs op schilderijen uit de jaren 1930-1990. Een kleine twintig daarvan staan hier op een rijtje:

 

Een paar van deze schilderen verdienen nog wat extra aandacht. 

A. Laktionov - Verhuizing naar een nieuwe woning (1952)

Dit gezin van een modelarbeidster (dat neem ik tenminste aan, gezien haar onderscheiding), betrekt een nieuwe woning – en niet zo maar eentje. Waarschijnlijk betreft dit nieuwbouw (zie het verse parket), in een tijd dat er nog niet veel huizen werden gebouwd. Dat gebeurde pas onder partijleider Nikita Chroesjtsjov. ‘Zijn’ simpele (maar zeer welkome) flatjes legden het duidelijk af tegen de veel solidere woningen van rond 1950. Over die stevigere woningen wil je nog weleens horen: “Ja, onder Stalin, toen werd er tenminste nog goed gebouwd.”

De poster die op de stoel ligt, is deze:    

                                       Eer aan ons geliefde moederland

Op de site waar ik de verzameling geschilderde interieurs vond, stond bij onderstaand werk als jaartal 1957. Dat vond ik vreemd. Die kleding, het lichamelijke (het is die avond niet bij die kus gebleven), ik schatte het tien jaar later in. Ik had het bijna goed, overal elders staat bij dit schilderij 1965.

Joe. Pimenov - Lyrische verhuizing (1965)

Er is tussen de twee schilderijen hierboven een aardige overeenkomst, die u vast was ontgaan. Beide bieden een doorkijkje naar de douche/badkamer/wc. Op het doek met de Stalinflat zien we niet meer dan het puntje van de geiser, maar toch. De boodschap is duidelijk: eindelijk eigen sanitair (indien de nieuwe bewoners uit een kommoenalka of studentenflat kwamen), of: eindelijk sanitair waar je niet voor naar buiten hoeft (indien de vorige woning in een dorp stond). In beide gevallen: vooruitgang die getoond moest worden. 

Voor de boekenliefhebbers nog even de schrijvers van de boeken op onderstaand schilderij. Op de bovenste plank Jules Verne (links) en Mark Twain, op de onderste rij Maksim Gorki. Zo te zien is van de delen 19 en 20 de gele omslag verdwenen. Stukgelezen, misschien. Dat deel 29 dwars op de rest ligt, klopt meetkundig gezien. Achter het blauwe boek rechtsonder – meet u maar na - is maar plaats voor zes delen. Op dat blauwe boek staat trouwens Tentoonstelling van moderne Sovjet-schilderkunst. De Aziatisch ogende letters kan ik niet thuisbrengen. Op het grijze boek staat ook: Tentoonstelling van moderne Sovjet-schilderkunst.

A. Vjatkin - Stilleven met boekenplanken (1982)

En zo zagen de dames er uit toen ik mijn eerste bezoek aan de Sovjetunie bracht. M’n kop eraf als dat niet Mireille Matthieu is, op die platenhoes helemaal rechts. Die mocht zich in die jaren in de USSR verheugen in een voor mij - ik parafraseer Hans Boland - onbegrijpelijke populariteit:   

A.Nevzgodin - Vriendinnen (1977)

Het weblog waar ik de schilderijen vandaan haalde, vindt u hier. Daar treft u nog veel meer interieurs aan.