jaren 30

Van Siberië naar Siberië - het huis in Leningrad waar je beter niet kon wonen

——————

Ze belandden van de regen in de drup, zou je kunnen zeggen. Maar die onschuldige uitdrukking volstaat niet om te omschrijven wat de eerste bewoners van het huis aan de Neva in de jaren van dertig van de vorige eeuw overkwam.

Het huis in Leningrad werd begin jaren dertig speciaal voor hen gebouwd: leden van de Vereniging van voormalige politieke gevangenen en bannelingen. Ze hadden gestreden tegen het tsaristisch regime, hadden daarvoor betaald met hun vrijheid, en mochten nu (tegen de achtergrond van een schrijnende woningnood) genieten van welverdiend comfort: een eigen appartement in een modern flatgebouw.

Wie een beetje vertrouwd is met de gebeurtenissen in de USSR in die tijd, voelt het vervolg al aankomen. Lang konden de oud-revolutionairen niet van de ongekende luxe genieten. Tegen het einde van de jaren dertig was in 122 van de 144 woningen het hoofd van het gezin verdwenen: gearresteerd en geëxecuteerd, dan wel veroordeeld tot een kampstraf. Van de regen in de drup, maar dan erger.

De Vereniging van voormalige politieke gevangenen en bannelingen werd in 1921 opgericht. Het ledental groeide snel en er kwam een eigen infrastructuur. Zo werd Moskou een clubgebouw rijker met de naam Paleis van dwangarbeid en verbanning. Er kwamen eigen sanatoria, drukkerijen, uitgeverijen en woonhuizen. In de hoofdstad kregen strijders tegen het tsarenregime twee flatgebouwen met een gedeelde binnenplaats, op de hoek van de Pokrovka (nummer 37, met op de begane grond tegenwoordig de Kunstenaarsbond) en de Tsjaplyginstraat 15. Op de eerste verdieping aan de Tsjaplyginstraat is een stenen vlag te zien met daarop opengebroken tralies, een soort uitwaaierende zonnestralen en de letters CCCP.

Was de nieuwbouw in Moskou al luxe en indrukwekkend, dat gold helemaal voor de  flatgebouwen die in Leningrad verrezen, in de vorm van een driehoek, op een toplocatie: de hoek van de Petrovski Kade en het Troitskiplein (ten tijde van de bouw Revolutieplein geheten). De oud-revolutionairen hadden er aan de lange kanten uitzicht op de Neva of de Petrus-e- Paulus-vesting. In 2002 werd daar aan de zijde van de vesting nog een element aan toegevoegd: de Solovetskisteen, een monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de Stalinterreur. 

Het in constructivistische stijl opgetrokken gebouw was een van de eerste communale woningen van Leningrad. Je kon in de appartementen (met twee of drie kamers) wel iets opwarmen, maar een keuken ontbrak. Een maaltijd kon je halen of nuttigen in de kantine. Wel had men een eigen badkamer met warm water. Op de begane grond waren een theaterzaal, een bibliotheek, een kleuterschool, een club, een wasserij en garages, op het dak bevond zich een solarium.

————————

En toen kwamen ze voor de bewoners. Er is een naslagwerk (de eerste druk is uit 1929, de tweede uit 1934), een kleine negenhonderd pagina’s dik, waarin alle leden van de Vereniging van voormalige politieke gevangenen en bannelingen vermeld staan, met hun geschiedenis als revolutionair, inclusief hun veroordeling(en) en de locatie waar ze hun straf uitzaten. En hoewel niet alle leden ten onder gingen in de Stalinterreur, denk je toch bij elke naam die je ziet staan: wat zou, bij wijze van wrange afronding, hier nog als veroordeling aan toegevoegd kunnen worden?

Een geroyeerde ‘podavanets’.

Ik leerde uit het naslagwerkje overigens twee nieuwe woorden (of eigenlijk zijn het oude woorden, je komt ze niet meer tegen): подаванцы en выдаванцы. Подаванцы hadden zich na hun veroordeling gewend tot de autoriteiten met een verzoek om clementie, выдаванцы waren nog een graatje erger geweest: die waren door de knieën gegaan en hadden kameraden verraden. Was dergelijk verwerpelijk gedrag bij nader onderzoek vastgesteld, dan volgde royering, maar je bleef wel opgenomen in het naslagwerk, op alfabet tussen de rest, nog steeds inclusief je persoonlijke geschiedenis, maar mét de vermelding van uitsluiting. De editie van 1929 bevat nog een aparte lijst met zo’n zestig namen van leden die wel ooit waren veroordeeld, maar niet vanwege revolutionaire daden. Gewone misdadigers dus, die ten onrechte als lid waren toegelaten.

In het naslagwerk treffen we onder de B de naam aan van Ivan Bogomolov, met lidmaatschapsnummer 609. Hij werd onder meer veroordeeld tot drie jaar dwangarbeid. Op zijn gedrag als revolutionair was nooit iets aan te merken geweest, maar dat redde hem niet. Hij werd in 1938 geëxecuteerd. Aan de muur van het huis in Sint-Petersburg, aan de achterzijde van dat deel dat uitkijkt op het Troitskiplein, hangt een gedenksteen met de namen van slachtoffers uit de appartementen. Het is ontworpen door zijn zoon. 

—————————

Een tractor op de je billen, een schoorsteen op je buik: vroege textiel-ontwerpen uit de USSR. Tussen prachtige toegepaste kunst en kitsch.

-----------------

agittekstil1-1.jpg

----------------

Spoelt u bij de film hieronder even door naar 1.01.46. (U mag ook de hele film bekijken, maar dat raad ik u af.) Het korte fragment daar bevat de dialoog van de directeur en een textielfabriek met een ontwerper. Er moet nieuwe stof komen voor dameskledij. Voor welk dessin wordt gekozen? De ontwerper begint, wijzend op een voorbeeld:

- Een agrarisch thema. Tractors.
- Da’s niet slecht. Maar hebt u niet iets meer industrie-achtigs?
- Meer industrie-achtigs?
- Ja.
- Ik heb olieboortorens. Op de taille kunnen dan fabrieken komen.
- Weinig rook.
- Wat?
- Ik zeg: weinig rook.
- Ach, rook kunnen we toevoegen.   

(Uit: De stralende weg, 1940)

------------

Het lijkt een absurdistisch tafereel, maar dat was het geenszins. Jarenlang waren de in het fragment getoonde tafereeltjes op stoffen zeer gangbaar in de textielindustrie van de Sovjetunie. De combinatie van propagandistische dessins met het vakmanschap van de ontwerpers leverde prachtige staaltjes van toegepaste kunst op. Tot in 1933 een bijna sinister artikel in de Pravda plots een einde maakte aan deze agit-tekstil. Waarover straks meer.


Drijvende kracht achter de vliegtuigen, fabriekjes, sportlui, tractors, combines en wuivend koren op het textiel waren aanvankelijk studenten van de hogere kunstzinnig-technische opleiding Vchoetemas in Moskou. Zij werden gedreven door enthousiasme voor de nieuwe tijd, die om nieuwe vormen vroeg. Hun ontwerpen stuitten op weinig begrijp bij de oudere, wat meer bedaagde ontwerpers in de industrie, die tot hun leedwezen zagen dat de balans tussen dessin en het kledingstuk-met-lichaam zoek raakte. De boodschap werd belangrijker dan de drager. Maar de oude garde had het tij tegen. Zo werden tussen 1929 en 1931 in de archieven van de textielfabrieken van Ivanovo (hét textielcentrum van Rusland) 24.000 tekeningen vernietigd met traditionele motieven, vooral met bloemetjes, als zijnde bourgeois en uit de tijd. 

De eerste ‘agitatiestoffen’ werden al in 1922 geproduceerd ter ere van het eerste lustrum van de Oktoberrevolutie. Het betrof een serie hoofddoeken gebaseerd op tekeningen van Leonid Tsjernov-Pljosski. Twee hoofddoeken uit die serie zijn bewaard gebleven. Op een daarvan, met het devies Alle macht aan de Sovjets! staat in het midden een tafereel uit het toen recente verleden afgebeeld: het uiteenjagen van de wetgevende vergadering door de Bolsjewieken. Helaas heb ik daar geen afbeelding van kunnen vinden. Wel kan ik twee exemplaren laten zien van een doek uit 1924, ontworpen door N.S. Demkov (niet zozeer bedoeld om te dragen, maar meer als ‘poster’). In het gave exemplaar staat in de linkerbenedenhoek Trotski, die in het exemplaar rechts, ik neem aan door de angstige eigenaar, werd weggeknipt, nadat de revolutionair in ongenade was geraakt.


Tegen het einde van de jaren twintig waren het geen bekende personen meer, maar vooral industriële, agrarische en sportieve motiefjes die op textiele stoffen werden afgebeeld.

Dankzij verschillende regionale musea (onder meer in Ivanovo) zijn tal van ontwerpen van agit-tekstil bewaard gebleven. Dat geldt niet voor de kledingstukken die geproduceerd werden of die de mensen thuis zelf van de stoffen maakten. Dat zullen er uiteindelijk ook niet zo veel zijn geweest en wat er wel in de kledingkast of aan de kapstok belandde, zal gedragen zijn tot het volledig versleten was – stoffen waren nu eenmaal schaars. Een oproep, enkele jaren geleden, van het Sitsmuseum in Ivanovo om kleding met propaganda-motieven af te staan voor een tentoonstelling, leverde niets op.

(Klik vooral op onderstaande afbeeldingen. Onder aan dit stukje staat nog een selectie.)

De enthousiaste kunstenaars die de aanzet hadden gegeven voor de agit-tekstil, hadden eind jaren twintig gezelschap gekregen van wat minder gedreven ontwerpers, die op de fabrieken her en der in het land domweg op de ingeslagen weg voortgingen. Stond er een schoorsteen of een tractor op een jurk, dan was het al snel goed. Het fragment in de film boven aan dit stukje neemt die sjablonen op de hak. Dat was in 1933 al eerder gedaan, en veel scherper, in een artikel in de Pravda, de belangrijkste krant van het land. Onder de kop Aan de voorkant een combine, aan de achterkant een tractor stond daar onder meer:

“Hier heb je zo’n fris, vrolijk versierd lapje stof… Er staan grote tractors op en grote combines. Je loopt over straat, en jouw vormen worden strak omlijst door zo’n agrarisch kolchozmotiefje. Kom je zo iemand tegen op straat in zo’n jurk – aan de voorkant een tractor, aan de achterkant een combine – dan geef je je meteen op voor de oogst en de strijd tegen verspilling. En hier een aardig stofje voor ondergoed. Niet met zomaar een vormeloos patroon. Niet zomaar wat idealistische onzin. Een compleet schilderij – de Toerksib*). Door het gelige zand loopt een karavaan kamelen. In de verte kleurt een kudde schapen zwart. En in het midden jaagt een locomotief voort. Wat fijn om in zo’n lange onderbroek te slapen. Je slaapt en er snelt een trein over je heen. Je draait je op de andere zijde en er grazen schapen. Je gaat op je buik liggen en bovenop trekt een stoet kamelen voorbij.” De ontwerpers waren volgens de krant “een zooitje broddelaars, die onder het mom van een revolutionaire kreet stoffen bekladden.”

Een duidelijker signaal kon niet worden gegeven. Al werd er tot eind jaren dertig nog wel enig agit-tekstil geproduceerd, er kwam een einde aan de schoorstenen, de boortorens, de lampjes,  korenschoven en kolchozen als textielpatroon.

Was een dergelijk artikel enkele jaren later gepubliceerd, dan was het bijna letterlijk dodelijk geweest. De ontwerpers hadden dan een koffertje kunnen klaarzetten voor hun arrestatie. In 1937 belandde wel de hierboven genoemde Tsjernov-Pljosski achter de tralies, maar dat had niks met zijn ontwerpen te maken. Hij werd het slachtoffer van een valse aangifte, waarvan de achtergrond niet duidelijk is. Hij werd in hetzelfde jaar geëxecuteerd.

*) Spoorlijn die Toerkmenistan verbindt met Siberië, aangelegd in de tweede helft van de jaren twintig   

-------------

Van de meeste van de hier getoonde ontwerpen vindt u hier het jaartal en de naam van de ontwerper.

Symbool van een verloren land: de elf verkiezingen van Miss Rusland in Parijs

Miss Rusland, miss Oostenrijk en miss Holland, samen in 1930 op één foto … Dat verbaasde me.

De namen van de drie dames waren snel gevonden: Irina Wentzel, Ingeborg von Grinberger en Rie van der Rest, maar: miss Rusland? In 1930? Hieronder staat ze nogmaals afgebeeld, samen met de overige deelnemers aan de Miss Europa verkiezing van dat jaar, met haar foto geprojecteerd op Rusland. Ze staat een beetje apart van de rest, wat – ongetwijfeld onbedoeld – symbolisch is. Irina Wentzel vertegenwoordigde als enige een emigrantengemeenschap en niet een officieel land. Irene had eerder dat jaar in Parijs de miss-verkiezing voor Russische emigranten gewonnen. Dat zij de titel Miss Rusland droeg, is wrang. Irene Wentzel was een symbool van een verloren land.
 


In de jaren 1926-1928 waren er in Parijs ook al Russische miss-verkiezingen geweest, maar die waren uitsluitend bestemd voor vrouwen uit de lokale Russische gemeenschap. De winnares werd gekroond tot Koningin van de Russische kolonie. In 1929 besloot het Parijse emigrantentijdschrift Illjoestrirovannaja Rossija de zaken grootser aan te pakken. Voortaan zou de verkiezing openstaan voor alle Russische emigranten in Europa. Deelneemsters moesten draagster zijn van een Nansenpaspoort voor vluchtelingen. De winnares kreeg de titel Miss Rusland. Hier de winnaressen uit de jaren 1929-1939:


Valentina Osterman dacht in 1929 de eerste gelukkige te zijn, maar zij werd een dag later gediskwalificeerd omdat ze geen Nansenpaspoort, maar een gewoon Duits paspoort bleek te hebben. Daarop ging de titel naar de 16-jarige Irina Levitskaja, die als 8-jarige in Frankrijk was beland. In 1930 werd Irina Wentzel gekroond tot Ruslands mooiste. Zij mocht vervolgens in datzelfde jaar ook meedoen aan de Miss Europa-verkiezing, die eveneens in Parijs plaatsvonden. Hier arriveert ze.


Irina, geboren in Essentoeki, dochter van de gouverneur van Koetaissk, viel niet in de prijzen; Miss Europa dat jaar werd de Griekse Aliki Diplarakou. Drie jaar later was er wel Russisch succes: Tatjana Maslova, afkomstig uit Viljnoes, werd dat jaar gekozen tot Miss Europa. De miss-verkiezingen voor Russische emigranten gingen door tot 1939, waarna de Tweede Wereldoorlog er een einde aan maakte. De deelneemsters in dat laatste jaar waren allen buiten Rusland geboren.

Ik heb gezocht naar verdere sporen van Irina Wentzel, die me op het spoor zette van de Russische miss-verkiezingen. Ik heb niets kunnen vinden. Heeft ze de oorlog overleefd? Gezien haar joodse achternaam ben ik daar niet gerust op.  

Irina Wentzel (haar voornaam wordt ook geschreven als Irene, haar achternaam ook als Wentzell en Veisel)

Irina Wentzel (haar voornaam wordt ook geschreven als Irene, haar achternaam ook als Wentzell en Veisel)

Een zwaar gordijn wordt opengeschoven: Denis Karagodin achterhaalt welke Stalinbeulen zijn overgrootvader hebben vermoord – 3

------------------

Niloaj Zyrjanov met zijn zoontje

In Tomsk doet Denis Karagodin onderzoek naar de Stalinterreur waarvan zijn overgrootvader Stepan Karagodin slachtoffer is geworden (zie deel 1). Met 35 andere onschuldigen wordt hij op 21 januari 1938 geëxecuteerd. Denis brengt de plaatselijke commando-lijn van de NKVD, Stalins geheime dienst, volledig in kaart, tot en met de typistes, de chauffeurs van de gevangenenwagens en de beulen. Op 21 januari haalden twee mannen en een vrouw de trekkers over: Nikolaj  Zyrjanov, Sergej Denisov en Jekaterina Noskova. Van zijn bevindingen doet Stepan gedetailleerd verslag op zijn site.

Nadat hij de namen van de drie beulen heeft gepubliceerd, krijgt hij een brief van een zekere Joelija. Ze is een kleindochter van Nikolaj Zyrjanov, één van de beulen. Joelija schrijft:

“Ik kan al een paar dagen niet slapen, ik kan het gewoon niet, klaar. Ik heb al het materiaal bestudeerd, alle documenten op uw site, ik heb zo veel verschillende dingen overdacht (…). Met mijn verstand begrijp ik dat ik geen schuld heb aan wat is gebeurd, maar wat ik voel is niet in woorden te vatten.

De vader van mijn grootmoeder (van moeders kant), mijn overgrootvader, is verklikt, die hebben ze thuis opgepakt, in dezelfde tijd als uw overgrootvader, en hij is nooit meer teruggekomen. Thuis bleven vier dochtertjes achter, mijn grootmoeder was de jongste. En nu is dus gebleken dat er in één familie slachtoffers en beulen zijn … Het is erg bitter om dat te beseffen, erg pijnlijk … Maar ik zal nooit afstand nemen van de geschiedenis van mijn familie, hoe die ook is (…).

Het verdriet dat zulke mensen hebben gebracht is niet goed te maken. De opdracht van de volgende generaties is simpelweg: niet verzwijgen, alle zaken en gebeurtenissen moeten bij hun naam genoemd worden. Het doel van deze brief aan u is u gewoon te zeggen dat ik nu weet van deze schandelijke pagina in de geschiedenis van mijn familie en dat ik volledig aan uw kant sta.

In onze maatschappij zal nooit iets veranderen als de volledige waarheid niet boven water komt. Het is niet zo maar dat er nu weer Stalinisten zijn verschenen, standbeelden van Stalin, daar kan je met je gezonde verstand niet bij (…).

Ik zou u nog veel willen schrijven, vertellen, maar het belangrijkste heb ik gezegd – ik schaam me ontzettend voor alles, het doet me gewoon fysiek pijn. En het is bitter dat ik niets kan rechtzetten, dat ik u alleen kan bekennen dat ik verwant ben aan N.I. Zyrjanov en dat ik uw vader kan gedenken in de kerk.

Dank u voor uw enorme werk dat u hebt verricht, voor de waarheid, hoe zwaar die ook is. Er is hoop dat de samenleving eindelijk bij zinnen komt dankzij mensen zoals u. Dank u nogmaals, en vergeef me!”

Bij de e-mail zaten enkele foto’s van Zyrjanov. “Het zou u tijd kosten om hiernaar te zoeken”,  aldus Joelija.

NKVD-beul Nikolaj Zyrjanov

NKVD-beul Nikolaj Zyrjanov


Denis Karaganov schreef in zijn antwoord aan Joelija onder meer:

“Ik ben u oprecht dankbaar. Ik zie dat u een prachtig mens bent (…). En ik ben trots dat ik u dat ronduit en zonder te veinzen kan schrijven. U vindt in mijn persoon geen vijand of belager, maar slechts een mens die voor eens en altijd een punt wil zetten achter dat eindeloze Russische bloedbad. Daar moet voor eens en altijd een einde aan gemaakt worden. Ik heb het idee dat het juist in ons bereik ligt om dat te doen.

Ik rijk u een hand van verzoening (…) U hebt met uw brief het belangrijkste gedaan – u bent oprecht geweest (…)  Leeft u met een rustige ziel, en, vooral, met een zuiver geweten. Ik, noch iemand van mijn verwanten of naasten, zal u ooit ergens van beschuldigen (…)

Ik dank u hartelijk. Ik ben blij dat er in mijn leven één mooi mens bij is gekomen – u.

Dank u!”

-----------------

Correctie: In een eerdere versie van dit artikel stond Denis Karagodin vermeld als student. Hij is al afgestudeerd.

Aanvulling: Denis Karagodin wordt in Kremlin-getrouwe media hard aangepakt. Zie hier.
 

Een zwaar gordijn wordt opengeschoven: Denis Karagodin achterhaalt welke Stalinbeulen zijn overgrootvader hebben vermoord – 2

------------------------


Denis Karagodin, die in Tomsk onderzoek doet naar het lot van zijn overgrootvader tijdens de Stalinterreur (zie mijn vorige stukje), is niet de enige in Rusland die op lokaal niveau bezig is om de officiële geschiedschrijving – die steeds boller staat van heldendaden en triomfen - aan te vullen met een keerzijde; een keerzijde waarop zo veel mogelijk onschuldige slachtoffers uit de Stalintijd hun gezicht terugkrijgen.

Waar slachtoffers van terreur zijn, zijn ook daders. Een pijnlijk punt, dat in Rusland ooit onder het tapijt is geschoven, waar het tot op de dag van vandaag ligt. Tot onderzoek, berechting en eventueel bestraffing is het nooit gekomen. Wie dat moeilijk verteerbaar vindt, rest weinig anders dan eigen initiatief. Denis Karagodin streeft in Tomsk naar berechting, ook al zijn de daders niet meer in leven. Bij anderen gaat het in de eerste plaats om weten.

Deze herfst werd in het dorpje Toegatsj (regio Krasnojarsk) een kruis opgericht op de plek waar zestig jaar geleden gevangenen van het Kraslag werden begraven. (Kras staat voor Krasnojarsk, lag voor lager, oftewel kamp). Het Kraslag had meerdere ‘vestigingen’. Die in Toegatsj telde zo'n 1800 bewoners, van wie de meeste veroordeeld waren op grond van het beruchte artikel 58. Na de dood van Stalin (1953) werd het kamp opgeheven. Velen van de gevangenen konden geen kant op. Ze hadden geen geld voor een reis, woonvergunningen waren vaak niet meer geldig of familie had zich van hen afgekeerd. Bewakers hadden elders evenmin perspectief. Zo leefden de voormalige gevangenen en hun bewakers verder in het dorp, zij aan zij.

Ljoedmila Miller (links) en Tamara Petrova (midden) 

Het kruis op de begraafplaats vloeide voort uit een initiatief van Ljoedmila Miller en Tamara Petrova. Ljoedmila is de dochter van een kampfunctionaris, Tamara is dochter en kleindochter van gevangenen uit het Kraslag. Tamara: “De tajga is vergeven van de naamloze graven. Hoe kan je leven zonder daar iets van af te weten?”

Tijdens een wandeling, tien jaar geleden, stuitte Tamara op een kuil met botten. Ze maakte foto’s en plaatste ze op de site Odnoklassniki (Klasgenoten). Er kwamen veel reacties, met herinneringen en verhalen. Daarop besloot Tamara om de geschiedenis van het kamp en het dorp te beschrijven. Ljoedmila sloot zich bij haar aan. Een beroep doen op archieven had nauwelijks zin. Kinderen van vroegere gevangen kunnen informatie opvragen, maar zij weten vaak niet waar hun ouders of grootouders zijn overleden. Voor de reconstructie van de geschiedenis wordt daarom vooral gebruikgemaakt van persoonlijke getuigenissen.

Vladimir Tsjikanik - Meisje met poesjes 

Daarnaast zijn er oude foto’s verzameld en werd een schema uit de jaren 30-40 gevonden, met daarop de plekken in de tajga waar de gevangenen hout moesten kappen. Aandoenlijk is het schilderij van de oud-gevangene Vladimir Tsjikanik. Hij maakte ooit een portret van een meisje uit het dorp, waarna de bestellingen elkaar snel opvolgden. De compositie bleef steeds hetzelfde, alleen het gezicht van het meisje veranderde.

De dorpelingen gaven soms voedsel aan de gevangenen, die in ruil weleens een klusjes deden. De bewakers stonden dat niet in de weg. Volgens Aleksej Babij, voorzitter van de afdeling Krasnojarsk van Memorial, was dat niet ongewoon voor het Kraslag. “De bewakers begrepen dat het lang niet allemaal misdadigers waren in het kamp. En de gevangenen wisten dat ze niet door beesten werden bewaakt. Ze wisselden ook weleens van plaats – wie gisteren het kamp bewaakte, kon morgen achter het prikkeldraad belanden.” Er zijn zelfs foto’s waar gevangenen en bewakers samen voor poseerden.

De plek waar de kampgevangenen werden begraven, had geen aparte graven en geen kruisen. Ze moet nog officieel als begraafplaats worden geregistreerd, zodat er geen bomen worden gekapt of grond wordt weggegraven. “Dat is een zaak van lange adem”, aldus Tamara Petrova. “Het is voor ons nu belangrijker om materiaal te verzamelen over onze geschiedenis, zolang er nog mensen leven die iets kunnen vertellen. Ik wil dat alles menselijk gebeurt. Dat de begraafplaats in orde wordt gebracht en gewoon een hek krijgt. En we hebben een priester uitgenodigd om deze aarde te zegenen en een dienst te houden voor de mensen die hier begraven liggen.”  
 

Wordt vervolgd.

 Hier deel 1. In deel 3 meer over Denis Karagodin en zijn activiteiten in Tomsk, met onder meer de brief die hij kreeg van een nabestaande van een van de beulen van zijn overgrootvader.

Correctie: In een eerdere versie van dit artikel stond Denis Karagodin vermeld als student. Hij is al afgestudeerd.

Een zwaar gordijn wordt opengeschoven: Denis Karagodin achterhaalt welke Stalinbeulen zijn overgrootvader hebben vermoord – 1

------------------

Stepan Karagodin

In de vroege uren van 1 december 1937 wordt in Tomsk de 56-jarige Stepan Karagodin opgepakt door de NKVD, Stalins geheime politie. Hij wordt beschuldigd van banden met de Japanse militaire inlichtingendienst en op 21 januari 1938 geëxecuteerd – een van de miljoenen onschuldige slachtoffers van de op hol geslagen Stalinterreur.

In 2012 besluit zijn achterkleinzoon Denis Karagodin op zoek te gaan naar de schuldigen. De ‘grote namen’ aan de top van de commandolijn (Stalin en de handlangers in zijn omgeving) zijn bekend, maar wie waren de beulen ter plekke? Wie gaf in Tomsk de bevelen en wie haalde de trekker over?

Denis karagodin

Denis karagodin

Jekaterina Noskova, NKVD-beul te Tomsk

Jekaterina Noskova, NKVD-beul te Tomsk

Denis, die filosofie studeerde aan de universiteit van Tomsk, wordt voor wereldvreemde naïeveling versleten, maar hij krijgt het onmogelijke voor elkaar. Met hardnekkig speurwerk en enig geluk heeft hij vier jaar later het huiveringwekkende plaatje compleet. Stepans grootvader werd op 21 januari 1938 geëxecuteerd samen met 35 anderen. De vonnissen werden voltrokken door Nikolaj Ivanovitsj Zyrjanov (geboren 1912), Sergej Timofejevitsj Denisov (1892) en Jekaterina Michajlovna Noskova (1903). De namen van de lokale NKVD-medewerkers, van de ondervragers tot aan de chauffeurs van de gevangenenwagens en de typistes die de vonnissen uittypten – Denis heeft ze allemaal op papier. Daarmee is hij vermoedelijk de enige in de voormalige Sovjetunie die het lot van een door de terreur vermalen voorouder zo gedetailleerd in kaart heeft weten te brengen. En de geschiedenis is daarmee voor hem nog niet ten einde. Stepan bereidt een rechtszaak voor waarin hij alle schakels in de commandolijn alsnog veroordeeld wil krijgen. Ook dat lijkt naïef. Maar wie had vóór hem alle namen van de betrokkenen op papier?

Denis Karagodin behoort tot een groep Russische burgers die de bloedigste jaren van de Sovjetgeschiedenis, waarin de staat zich keerde tegen het eigen volk, niet langer willen wegmoffelen. Er zijn periodes geweest waarin die zwarte jaren aan bod leken te komen (na de dood van Stalin en onder Gorbatsjov), maar de geschiedschrijving werd al snel weer de geschiedschrijving van de staat. Op zijn blog vangt Karagodin het wrange daarvan samen in een paar zinnen: “De ene man doodt de ander, en zegt daarna: weet u, ik heb hem gedood, maar hier hebt u een formuliertje dat zegt dat ik hem heb gerehabiliteerd – nu is alles in orde. Nee, het is niet in orde.” Tot een maatschappelijk zelfonderzoek – laat staan tot berouw en verzoening – is het nooit gekomen.

De gevangenis in Tomsk waar Stepan Karagodin opgesloten zat

De succesvolle speurtocht van Denis naar de beulen van zijn overgrootvader zet op internet veel pennen in beweging. “Naast de officiële geschiedenis van het land bestaat er nog een andere. Verborgen, ongevernist, niet-gesanctioneerd”, schrijft de in Duitsland woonachtige journalist en commentator llya Milshtein (Илья Мильштейн). “Dat is de eeuwige burgeroorlog van de staat tegen het volk, waarin de beulen in de regel de winnaar zijn. Nog erger. De talloze aan de staat gelieerde beulen en de slachtoffers vormen één geheel, één schijnbaar ondeelbaar volk. Maar in jaren van zogenaamde dooi, wanneer de staat tijdelijk min of meer vegetarisch wordt, blijkt toch allengs dat het gewoon concrete burgers waren die moorden, martelden, bewaakten en verklikten. […] En dan komt de gedachte op aan twee Ruslanden die elkaar op de een of andere manier in de ogen moeten kijken: het land van de bewakers en het land van de kampgevangene. Dan krijg je hoop dat dat ooit zal gebeuren en dat het land zal veranderen. Maar ook rijst dan de vraag: als de geschiedenis van het land een aaneenrijging is van eindeloze misdaden en eindeloos lijden, is er dan wel verzoening mogelijk? Zijn het dan tenminste de kleinkinderen die zich met elkaar kunnen verzoenen?”

------------------

Het onderzoek van Denis, waarvan de beschrijving leest als een detective, toont aan dat dat kan. Nadat hij de namen van de beulen van zijn achtergrootvader heeft gepubliceerd, ontvangt hij een brief van de kleindochter van één van hen. 

Hier deel 2 en deel 3
Correctie: In een eerdere versie van dit artikel stond Denis Karagodin vermeld als student. Hij is al afgestudeerd.

Wat deed de schrijfster van Mary Poppins in 1932 in Moskou?

-----------

Is er een verband tussen Mary Poppins en de USSR van voor de Tweede Wereldoorlog? Dat is er. Zelf bezocht het wereldberoemde kindermeisje het arbeidersparadijs nimmer, maar haar schepster, Pamela Lyndon Travers, deed dat wel. Zij maakte in 1932 een groepsreis naar Leningrad en Moskou. Nizjny Novgorod stond ook op het programma, maar die stad aan de Wolga werd op het laatste moment geschrapt, “omdat alle schepen kapot waren”. Travers schreef een reisverslag dat in 1933 in afleveringen verscheen in The New English Weekly en in 1934 als apart boekje: Moscow excursion.

Pamela Lyndon Travers

Pas kort na dat gebundelde reisverslag verscheen de eerste aflevering van haar Poppins-verhalen en Travers was op het moment van haar reis naar Rusland geen bekende schrijfster. Zij kreeg dan ook geen speciale behandeling à la George Bernhard Shaw (die op hallucinante wijze werd ingepakt door zijn gastheren en tijdens de hongersnood in Oekraïene alles wat hij daar aan propaganda kreeg voorgeschoteld slikte voor zoete koek), maar stapte bij een Intourist-kantoor in Londen naar binnen en boekte een reis – wat in die tijd betekende: een groepsreis.

Een toerist keert niet terug uit Rusland met een tijgervel als souvenir, schrijft Travers in haar inleiding, “but he can dazzle those who listen to his traveller’s tale with propaganda and statistics which suggest that since the days of the Old Testament the land of Canaan has moved its domicile considerably to the North-West.” 

Travers is geen ‘gelovige’ die in de USSR de heilstaat ziet (de meeste van haar groepsgenoten zijn dat wel). Ze is niet vóór of tegen, ze wil gewoon weten in wat zich in Rusland voltrekt. De confrontaties die dat oplevert, met gidsen, groepsleden en gewone Russen, zijn hilarisch, maar maken Travers in al hun absurdisme herhaaldelijk ook boos. Ze voelt zich machteloos tegenover alle staalharde ideologische verhalen en beseft dat haar blik beperkt is. Hóe beperkt, zal ze niet geweten hebben. De ontwrichting in de Sovjetunie was begin jaren dertig door de gedwongen collectivisatie enorm, op het platteland werd honger geleden. Dat moet ook de ware reden zijn geweest voor het schrappen van Nizjni Novgorod. De kans op ‘ontnuchterende’ taferelen zal te groot zijn geweest.        

Travers is een schrijfster, en dat maakt haar boek  tot een feestje - zeker voor wie (zoals ondergetekende) de Sovjetunie tientallen keren groepsgewijs bezocht. Al die rondleidingen! Die gidsen! Die eindeloze verhalen volgens een vast stramien, waar je uiteindelijk je schouders maar bij ophaalde, omdat je elke discussie toch verloor. Travers, al enigszins murw: “After recounting the circumstances of the deaths of Tsar Nicholas the late and his family, she [de gids] remarked sternly: ‘And if anyone will tell you they was still leeving we will tell you that they was burned.’”

Ter compensatie van het geschrapte Nizjny Novgorod mag het gezelschap vlak bij Moskou een kolchoz bezoeken. Het lange verhaal van de directeur wordt door de gids van de dag, die niet zo goed in haar Engels zit, als volgt samengevat: “Zis place, she make thirty-three cabbages the year. Lettuce two sousand. Seven carrots. Nitrates, no it is not. Soil, she is good. Yes. Many workers. Yes. Zey do not eat cabbages. Cabbage for the State.”

Travers droomt af en toe weg – zoals je mag verwachten van de schrijfster van Mary Poppins. Bij een bezoek aan het oude Smolny Instituut ("It is made by Catherine ze Grit") hoort ze tot haar intens genoegen dat de inmiddels nogal sobere vertrekken ooit een school voor adellijke dames huivestten. “I am glad to think that the walls remember something a little irrational – laughter and the swish of satins and the nut-dropping sound of high heels, like the hooves of goats, running along the corridors.”

Helaas, ik mag Travers’ reisverslag niet houden – het moet terug naar de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek. Daar is het natuurlijk niet op zijn plaats. Het hoort hier bij mij te staan, in de boekenkast, naast de Russische reisverslagen van Astolphe de Custine, Truman Capote en John Steinbeck. Maar ja, wat doe je d’r aan.