sint-petersburg

Van Siberië naar Siberië - het huis in Leningrad waar je beter niet kon wonen

——————

Ze belandden van de regen in de drup, zou je kunnen zeggen. Maar die onschuldige uitdrukking volstaat niet om te omschrijven wat de eerste bewoners van het huis aan de Neva in de jaren van dertig van de vorige eeuw overkwam.

Het huis in Leningrad werd begin jaren dertig speciaal voor hen gebouwd: leden van de Vereniging van voormalige politieke gevangenen en bannelingen. Ze hadden gestreden tegen het tsaristisch regime, hadden daarvoor betaald met hun vrijheid, en mochten nu (tegen de achtergrond van een schrijnende woningnood) genieten van welverdiend comfort: een eigen appartement in een modern flatgebouw.

Wie een beetje vertrouwd is met de gebeurtenissen in de USSR in die tijd, voelt het vervolg al aankomen. Lang konden de oud-revolutionairen niet van de ongekende luxe genieten. Tegen het einde van de jaren dertig was in 122 van de 144 woningen het hoofd van het gezin verdwenen: gearresteerd en geëxecuteerd, dan wel veroordeeld tot een kampstraf. Van de regen in de drup, maar dan erger.

De Vereniging van voormalige politieke gevangenen en bannelingen werd in 1921 opgericht. Het ledental groeide snel en er kwam een eigen infrastructuur. Zo werd Moskou een clubgebouw rijker met de naam Paleis van dwangarbeid en verbanning. Er kwamen eigen sanatoria, drukkerijen, uitgeverijen en woonhuizen. In de hoofdstad kregen strijders tegen het tsarenregime twee flatgebouwen met een gedeelde binnenplaats, op de hoek van de Pokrovka (nummer 37, met op de begane grond tegenwoordig de Kunstenaarsbond) en de Tsjaplyginstraat 15. Op de eerste verdieping aan de Tsjaplyginstraat is een stenen vlag te zien met daarop opengebroken tralies, een soort uitwaaierende zonnestralen en de letters CCCP.

Was de nieuwbouw in Moskou al luxe en indrukwekkend, dat gold helemaal voor de  flatgebouwen die in Leningrad verrezen, in de vorm van een driehoek, op een toplocatie: de hoek van de Petrovski Kade en het Troitskiplein (ten tijde van de bouw Revolutieplein geheten). De oud-revolutionairen hadden er aan de lange kanten uitzicht op de Neva of de Petrus-e- Paulus-vesting. In 2002 werd daar aan de zijde van de vesting nog een element aan toegevoegd: de Solovetskisteen, een monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de Stalinterreur. 

Het in constructivistische stijl opgetrokken gebouw was een van de eerste communale woningen van Leningrad. Je kon in de appartementen (met twee of drie kamers) wel iets opwarmen, maar een keuken ontbrak. Een maaltijd kon je halen of nuttigen in de kantine. Wel had men een eigen badkamer met warm water. Op de begane grond waren een theaterzaal, een bibliotheek, een kleuterschool, een club, een wasserij en garages, op het dak bevond zich een solarium.

————————

En toen kwamen ze voor de bewoners. Er is een naslagwerk (de eerste druk is uit 1929, de tweede uit 1934), een kleine negenhonderd pagina’s dik, waarin alle leden van de Vereniging van voormalige politieke gevangenen en bannelingen vermeld staan, met hun geschiedenis als revolutionair, inclusief hun veroordeling(en) en de locatie waar ze hun straf uitzaten. En hoewel niet alle leden ten onder gingen in de Stalinterreur, denk je toch bij elke naam die je ziet staan: wat zou, bij wijze van wrange afronding, hier nog als veroordeling aan toegevoegd kunnen worden?

Een geroyeerde ‘podavanets’.

Ik leerde uit het naslagwerkje overigens twee nieuwe woorden (of eigenlijk zijn het oude woorden, je komt ze niet meer tegen): подаванцы en выдаванцы. Подаванцы hadden zich na hun veroordeling gewend tot de autoriteiten met een verzoek om clementie, выдаванцы waren nog een graatje erger geweest: die waren door de knieën gegaan en hadden kameraden verraden. Was dergelijk verwerpelijk gedrag bij nader onderzoek vastgesteld, dan volgde royering, maar je bleef wel opgenomen in het naslagwerk, op alfabet tussen de rest, nog steeds inclusief je persoonlijke geschiedenis, maar mét de vermelding van uitsluiting. De editie van 1929 bevat nog een aparte lijst met zo’n zestig namen van leden die wel ooit waren veroordeeld, maar niet vanwege revolutionaire daden. Gewone misdadigers dus, die ten onrechte als lid waren toegelaten.

In het naslagwerk treffen we onder de B de naam aan van Ivan Bogomolov, met lidmaatschapsnummer 609. Hij werd onder meer veroordeeld tot drie jaar dwangarbeid. Op zijn gedrag als revolutionair was nooit iets aan te merken geweest, maar dat redde hem niet. Hij werd in 1938 geëxecuteerd. Aan de muur van het huis in Sint-Petersburg, aan de achterzijde van dat deel dat uitkijkt op het Troitskiplein, hangt een gedenksteen met de namen van slachtoffers uit de appartementen. Het is ontworpen door zijn zoon. 

—————————

Vijf Russische vrouwen en één idioot (ik)

—————

De gezonde jongelui op de achtergrond hadden zojuist rondjes gerend rond het Marsveld te Sint-Petersburg. Dat Marsveld is nogal groot, dus het waren nogal grote rondjes. Wat me bij zulke winterse evenementen in de buitenlucht altijd opvalt in Rusland, is de vanzelfsprekendheid waarmee weer en wind worden geaccepteerd. De deelnemers zullen die ochtend niet voor de zekerheid nog even gebeld hebben: gaat het wel door? De mevrouw op de voorgrond liep door m’n beeld en maakte er zo nog een aardige foto van.

Er is heel wat wat kritiek in Sint-Petersburg op de gemeente inzake het sneeuwruimbeleid. Dat laat her en der te wensen over, waardoor binnenplaatsen en trottoirs veranderen in verijsde, moeilijk neembare en af en toe levensgevaarlijke hordes. Maar niet in het centrum! Deze mevrouw had de leiding over een ploegje dat de Bolsjaja Morskaja begaanbaar moest zien te houden. Ze hadden er wel schik in, wat volgens mij te maken had met dat poezenmotief op de Kamaz, waarmee de sneeuw werd afgevoerd. 

Foto? Ja hoor, gaat uw gang! De mevrouw links deed nog speciaal voor mij de klep even open van de ketel, zodat haar maïskolven goed in beeld kwamen. 

Dooi in Sint-Petersburg is helemaal niet erg, als de zon af en toe maar schijnt in de plassen op de Neva. En dat deed de zon, die ook haar rood-oranje haren even meenam. Keken de vrouwen hierboven in de camera, deze deed dat heel nadrukkelijk niet. Maar het maakte niks uit, die zon op het water op het ijs van de Neva maakte het allemaal al mooi genoeg.

Ik zag deze vrouw, moeizaam ter been, aan komen waggelen met haar skistokken. Ze stond even stil voor de sneeuwhoop, wankelde zich erdoor, zette de stokken tegen het graniet en staarde over het dooi-ijs van de Neva. Ik kreeg de indruk dat ze afscheid kwam nemen van haar rivier. Dat ze die ochtend tegen zichzelf had gezegd: je kán het, nog één keer… En dat ze moeizaam met de trolley naar metrostation Elektrosila was gereden en vandaar met de metro, gelukkig zonder overstappen, naar station Gorkovskaja, met dat rare vliegendeschoteldak. Daar was de Neva vlakbij, al was het voor haar, in de snijdende wind met af en toe sneeuw en regen, nog een heel eind. Ze had het gehaald.

Lang stond ze er niet, nog geen vijf minuten. Toen draaide ze zich om en keek naar die sneeuwhoop. Ik schoot toe. Er ontspon zich een korte dialoog:

- Zal ik u even helpen?
- Ga opzij, idioot.

————-

Majakovski aan de muur. Mijn wandelingen met tekenares Alisa Joefa.

----------------


Al een aantal jaren volg ik een vrij heldere richtlijn: geen nieuwe spullen meer in huis! Nu ben ik in mijn kleine huishouden de enige die daarop toeziet, wat het eenvoudig maakt om die richtlijn af en toe te vergeten. Zo kocht ik dit jaar in Parijs een boekje dat licht geeft wanneer je het openslaat (echt design!) en op de rommelmarkt in Kazan viel ik voor een metalen kantelkalendertje (nog uit de Sovjetunie!), dat ‘klik’ zegt, wanneer je de volgende datum naar voren laat vallen. En nu – het zal wel, die richtlijn – moet ik bovenstaande tekening ik aan de muur hebben.     

Ze is gemaakt door Alisa Joefa (Алиса Юфа), een zeer productieve kunstenares, geboren in Novosibirsk en sinds een aantal jaren woonachtig in Sint-Petersburg – in een kommoenalka, naar het schijnt. Kenners van Sint-Petersburg hadden op de door mij zeer begeerde tekening natuurlijk meteen het interieur van metrostation Majakovski herkend.  


De tekening is niet representatief voor Joefa’s werk. Zou het om een tekenfilm gaan, dan hoorde je er ongetwijfeld aanzwellende, angstaanjagende muziek bij. Misschien zouden de deuren achter het meisje plots opengaan en zou ze achterover vallen op de rails van de metro, begeleid door de holle lach van Majakovski. Of hij zou misschien van de muur komen, zonder lichaam, maar met dat enorme hoofd, en dreigend afgaan op het meisje, dat met grote ogen van schrik zou verdwijnen in zijn schaduw, die opeens de vorm had aangenomen van een pistool – een verwijzing naar de zelfmoord van de dichter. Zoiets. Ook veel andere tekeningen van Joefa nodigen uit om er een verhaal bij te verzinnen, maar dat zijn vrolijke verhalen, absurdistisch soms, met een lichte sprookjessfeer, steeds met een glimlach, ver weg van die kop van Majakovski.     


Joefa (1987) illustreerde kinderboeken en verhalen van Sergej Dovlatov, maar de meeste van haar tekeningen lijken toch ‘gewoon’ uit haarzelf te komen. Alles verandert onder haar lichtvoetige blik in een onderwerp dat zich op papier laat zetten. Ik beperk me hieronder voornamelijk tot de straten van Sint-Petersburg. Al een tijdje ben ik daar niet meer geweest (ik richt me bij mijn Ruslandreizen wat meer op de provincie), maar misschien is het een idee dat ik weer eens terugga naar die stad. En dat ik dan samen met Alisa lange wandelingen ga maken, en dat zij dan mooie tekeningen maakt en ik mooie foto’s. En dat die dan naast elkaar komen te hangen. In die kommoenalka. (Wat ik al zei: ze nodigt uit tot het verzinnen van verhalen met een sprookjessfeer.)    

Alisa Joefa won eerder deze maand de ArchiGrafika in de categorie Moskou. Gevoel van een stad. Dit uitstapje naar Moskou vergeef ik haar.

Nou ja, eerst maar eens kijken of ik haar digitaal kan bereiken. Ik wil graag weten of die tekening met Majakovski nog te koop is.

-------------------


Joefa heeft geen eigen site, maar google op haar naam en je komt een overweldigende hoeveel tekeningen tegen. Deze bijvoorbeeld, een portret van Fazil Iskander. Ik vind 'm niet echt geweldig, maar het bracht me wel op een idee. Ze moet natuurlijk het verzamelde werk van Iskander illustreren!

Maar eerst die wandelingen met mij.

Nederlandse schaatsers gingen in Leningrad motoren met zijspan achterna. Yep Kramer won.

--------------

------------------

Waar moesten ze nu weer eens naartoe, die Nederlandse marathonschaatsers, eind december 1990. Geen echt ijs in eigen land en overdekt baantjes draaien, daar is de lol ook een keer vanaf. Het werd Leningrad.

Gangmaker achter deze eerste (en bij mijn weten ook meteen laatste) internationale schaatsmarathon in Rusland was Dmitri Botsjkarov. De Rus, ooit tweede op het WK allround, maakte deel uit van het peloton en beschikte over de contacten om de organisatie rond te krijgen. Waarom zo’n wedstrijd in de Sovjetunie? Om het marathonschaatsen ook daar op de kaart te zetten, aldus Botsjkarov. Een nobel streven, al zou het goed kunnen dat de schaatser, die ook al in zaken zat, een dergelijk evenement tevens zag als een prima gelegenheid om zijn commerciële (sponsor)contacten aan te halen.

“Internationaal” was de wedstrijd nauwelijks te noemen, het bescheiden pelotonnetje bestond voornamelijk uit Nederlanders – al zaten daar meteen wel de toppers uit die tijd bij: Evert van Benthem, Yep Kramer, Richard van Kempen, Henri Ruitenberg, om maar eens wat illustere namen te noemen.

Er bestaat een achttien minuten durend filmpje van de reis en de wedstrijd, ongemonteerd materiaal, zo te zien. Het is de tijd van de actie Help de Russen de winter door, en ook de schaatsers tonen zich van hun gulle kant. Bij een bezoek aan een gevangenis met jonge moeders worden potjes Olvarit uitgedeeld. Leningrad ligt er niet op haar best bij. Het vriest net wel, net niet, verse sneeuw ontbreekt. Een winkelbezoekje stemt ook al niet vrolijk, de lijzige stem van de verslaggever maakt het er ook niet beter op.

Maar gelukkig kan er geschaatst worden! Op een wielerbaan, wordt er gezegd, maar dat is onzin. Het parcours is een opgespoten, openbare weg rond het oude Kirov stadion, waar ongetwijfeld ook weleens wielerwedstrijden werden gehouden (in elk geval ook motorwedstrijden, waarover zo meteen meer.) Zo enorm lang geleden is het allemaal niet, maar het zijn inmiddels historische beelden.

Het prachtige stadion heeft plaatsgemaakt voor een modern ruimteschip, waar FC Zenit tegenwoordig zijn thuiswedstrijden afwerkt en waar deze zomer ook WK-wedstrijden plaats gaan vinden. De fraaie beelden uit de lucht laten nog maar eens zien dat de vooruitgang duur wordt betaald.

Het oude, betreurde Kirov stadion

Yep Kramer (voor mijn jonge lezers zeg ik er maar even bij: dat is de vader van Sven Kramer) wint de wedstrijd. In de bloedstollende finale gaan hij en medevluchter Edward Hagen in de allerlaatste bocht nog gebroederlijk onderuit, maar veel maakte dat niet uit. Kramer had als betere sprinter van de twee toch wel gewonnen.

En bij dat alles stuitte ik nog op hele mooie beelden van een motorwedstrijd, over (deels in elk geval) hetzelfde parcours. Zijspannen uit 1956. Veilig was dat beslist niet (die betonnen trappen en muurtjes!), maar men had pret voor tien. Aan het einde wordt de winnaar gejonast.

-------------

Met dank aan Ewoud van Hecke, die me wees op het scshaatsfilmpje.

Het 49 jaar onopgemerkt gebleven Nederlands in de kleedkamer van het legendarische Kirov Stadion. (Nog wel tijdens de finale van een Europese bekerwedstrijd.)

----------------------

Hoeveel Sovjetfilms zijn er waarin een acteur behoorlijk Nederlands spreekt? En hebt u ons FC Zenit ooit in het rood zien spelen, de kleur van het vermaledijde Spartak Moskou? Ik kwam een film tegen waarin beide gebeurt, getiteld: Schot! Nog een schot!
 
Er zijn tal van prachtige Sovjet-films, maar Schot! Nog een schot! – hij stamt uit 1968 – behoort daar niet toe. Hij is net zo knullig en sullig als de titel doet vermoeden. Waarom schrijf ik er dan toch, en nog enthousiast ook, een stukje over? Dan moet ik eerst even uitleggen hoe ik de film op het spoor kwam. Regelmatig speur ik het net af op zoek naar kleurenfoto’s uit de jaren vijftig en zestig. Omdat ik daar een zwak voor heb. Dit keer leverde zo’n speurtocht ook een paar minuten bewegende beelden op, waar ik meteen recht bij overeind ging zitten. Beelden van spelers en vooral ook van publiek tijdens een voetbalwedstrijd uit de jaren zestig in het immense, iconische, maar inmiddels door een glad bouwwerk vervangen Kirov Stadion. En ook nog eens van een hoge kwaliteit. 


De achtergrond van de beelden had ik snel achterhaald. Het betreft een vriendschappelijke wedstrijd tussen FC Zenit en Dinamo Moskou, gespeeld op 10 juni 1967. Het duel werd gespeeld om ‘echte’ beelden op te leveren voor een speelfilm: Schot! Nog een schot! En die moest ik natuurlijk ook zien! In de film staan twee teams tegenover elkaar in de finale van een verzonnen Europees bekertoernooi, met als inzet: de Beker van de Noordelijke Zeeën. De twee – ook al verzonnen – teams zijn Zarja uit de USSR en Riffen uit … Ja, uit welk land komt Riffen eigenlijk? Voor de Russische kijker blijft dat onduidelijk, maar ik heb het ontdekt!

Eerst even over dat in het rood spelende Zarja. De spelers die in de ruime shots te zien zijn (waarbij ook de volle tribunes in beeld komen – zie het filmpje hierboven) zijn allen in werkelijkheid gewoon spelers van Zenit. Die voor de gelegenheid dus dat vloekende rood hadden aangetrokken. Bij de close-ups van spelers en spelmomenten (zonder tribunes in beeld - zie de complete film hieronder) zien we acteurs. 

En dan de tegenstander, Riffen. Op filmsites waar Schot! Nog een schot! wordt beschreven, staat over Riffen niet meer vermeld dan dat de ploeg afkomstig is uit de stad Norgaffen (Норгаффен) gelegen in "een West-Europees land". Norgaffen - het zal u niet verbazen - bestaat niet. De paar namen van spelers die genoemd worden, geven ook geen uitsluitsel: Ramke, Schmidt, Diks … Ik dacht aanvankelijk aan Duitsland, want de trainer van Riffen, genaamd Berger, is een Duitser. (Berger lag als Duitse soldaat in de loopgraven voor Leningrad. Pikant, natuurlijk, maar het scenario wordt er niet door gered.) Tijdens de film wordt echter duidelijk dat een eventuele beslissingswedstrijd zal worden gespeeld op neutraal terrein, in Hamburg… Riffen komt dus niet uit Duitsland.

En dan, vlak voor aanvang van de finale, in de kleedkamer van Riffen, overhandigt de assistent-trainer een lijstje aan Berger. En in onmiskenbaar Nederlands klinkt het: “De spelers van Zarja.” (Op 56.06 in de complete film hieronder.)  Ook in de rest van de film wordt er bij Riffen gecommuniceerd in het Nederlands. Af en toe gaat dat wat houterig. In de rust, bijvoorbeeld, zegt Berger tegen zijn elftal: “Attentie! Alles blijft bij het oude!” En in de tweede helft: “Speel heftiger!” Iets natuurlijker klinkt dan: “Hou het tempo laag in vredesnaam!” Dat Berger Nederlands spreekt, hoeft niet te verbazen. Eerder hebben we vernomen dat hij al vier jaar bij Riffen in dienst is.

Wat me wel verbaast, is dat nergens wordt gezegd dat Riffen uit Nederland komt. Niet in de (weinige) artikelen die ik over Schot! Nog een schot! ben tegengekomen, en ook niet in de film zelf. Terwijl je zou denken: dat Nederlands is toch een vrij duidelijke aanwijzing. Als je dan het land van herkomst vaag wilt houden, laat de acteurs dan een verzonnen taaltje praten.

De niet-geregisseerde, vriendschappelijke wedstrijd FC Zenit-Dinamo Moskou in het volle Kirov Stadion eindigde in 0-1. In de filmwedstrijd Zarja-Riffen wordt acht keer gescoord. Beelden van het ene doelpunt uit de echte wedstrijd worden gebruikt in de film. Op verzoek van de filmmakers speelde FC Zenit ook nog enkele van zijn reguliere competitiewedstrijden in dat foute, rode shirt, waarbij dan de tegenstander telkens het wit droeg van Riffen. Ik meen dat ook beelden uit een of meer van die competitieduels zijn gebruikt. (Voor nog een van die acht doelpunten? En zien we daar opeens een andere doelman bij Riffen?), maar om dat nou allemaal uit te gaan zoeken …

Vermeld kan nog worden dat Schot! Nog een schot! geen kassucces werd. In Moskou kon men wel lachen om de film. ‘FC Zenit’ dat een Europese beker wint, terwijl ondertussen … In werkelijkheid verliep het seizoen voor de ploeg uit Leningrad rampzalig. Degradatie ging op het laatste moment niet door, alleen omdat de hoogste divisie met twee ploegen werd uitgebreid. Het verhaal gaat dat dit gebeurde op dringend verzoek van de hoge partijbazen uit de stad. Want het kon toch niet zo zijn, dat in het jaar waarin het vijftigjarig jublieum van de Revolutie werd gevierd, de voetbaltrots van Leningrad, de wieg van die revolutie, zou afdalen naar het tweede niveau.

Hier de complete film. De prachtige toeschouwersbeelden zijn al bijeengebracht in de paar YouTube-minuten hierboven. Daarin ontbreken nog wel de mooie auto’s die in file op weg zijn naar het stadion (vanaf 54.23).


U gaat de film echt niet helemaal uitkijken, vandaar dat ik hier wel kan verklappen hoe hij afloopt. Al blijft het einde ongewis... De finale eindigt in 4-4. De laatste beelden zijn van de rust in de beslissingswedstrijd in Hamburg. Zarja leidt met 2-1 ...

In het stukje muziek helemaal aan het einde is trouwens nog een enkele maat verwerkt uit de Voetbalmars van componist Matvej Blanter. Die mars klinkt nu nog bij wedstrijden in de Russische hoogste divisie, wanneer de spelers het veld opkomen. (Dit schrijf ik onder enig voorbehoud. Ik ben al een tijdje niet meer bij zo'n wedstrijd geweest, en misschien is die muziek inmiddels ook gesneuveld, net als het Kirov Stadion.) 

Een foto van Sint-Petersburg, de achtergrond ervan – en de gevolgen van een en ander voor dit weblog

------------------


Zou het toeval zijn? Ik geloof er niks van.

Als kind van een jaar of tien, twaalf, las ik Boris, van Jaap ter Haar. Wanneer mensen mij vragen waarom ik me toch zo heb laten meeslepen door Rusland, wijs ik altijd op dat boek; daar is het mee begonnen, daar ook ligt de oorsprong van mijn raadselachtige, of eigenlijk: vanzelfsprekende band met Sint-Petersburg – een naam die voor mij minder ‘klinkt’ dan Leningrad.

Ik maakte mijn eerste rondreis door de Sovjetunie en die begon in Leningrad. Was dat toeval? Ik geloof er niks van. Leningrad was de stad van Boris, en dus ook míjn stad, al was ik er nog nooit geweest. Ik viel er op mijn plaats, en ik val er nog steeds op mijn plaats, bij elk – het zijn er lang meer dan honderd - nieuw bezoek. Op geen andere plaats, in geen andere stad, voelt mijn aanwezigheid zo vanzelfsprekend en zo vertrouwd – met als uitzondering hooguit misschien Vlaardingen, wanneer ik aan ’t Hooft sta en aan de overkant van het water de walmende chemie zie. Maar daar, in Vlaardingen, ben ik geboren, dus eigenlijk telt dat niet mee.     

In Leningrad ben ik niet geboren. Ik heb er ook nooit langer dan twee of drie weken aaneen doorgebracht. Maar elke keer wanneer ik na aankomst weer mijn eerste stappen zet, waar ook in de stad, is het alsof ik samenval met iemand die hier helemaal nooit is weggeweest.

Die foto, boven aan dit stukje … Ik maakte hem in mei van dit jaar. Ik was op de Krasin geweest, de ijsbreker in de Neva, die open is voor publiek (zie mijn stukje hier). Ik liep na mijn bezoekje richting het centrum en zag hoe donkere wolken vochten met de dalende zon. De strijd ging op en neer, wat prachtige luchten opleverde. En ik maakte bovenstaande foto …

De afgelopen paar jaar ben ik steeds meer gaan fotograferen en sinds een maand of wat ben ik aangesloten bij fotopersbureau Hollandse Hoogte. Geen ommekeer in mijn leven, maar wel een wending. Bij Hollandse Hoogte liggen inmiddels een paar honderd foto’s van me. Vorige week kreeg ik mijn eerste overzichtje, van foto’s die een afnemer hebben gevonden. Boven aan het lijstje van verkopen prijkte bovenstaande foto. Wolken boven de Neva, wolken boven Leningrad.

De eerste foto die ik via het persbureau verkocht, was gemaakt in Leningrad. Zou het toeval zijn? Ik geloof er niks van.

---------------

(De fotografie sluipt naar voren en vraagt meer van mijn  aandacht. Dat heeft gevolgen voor dit weblog. Simpel gezegd: ik heb er minder tijd voor. Ik blijf stukjes schrijven, uiteraard, maar de frequentie waarmee u hier nieuwe stukjes zult zien, gaat omlaag.)  

----------------

Zenit-supporters eren de bemanning van de Koersk - vanavond spelen ze tegen FC Utrecht, van de man die de onderzeeër uit de Barentszee lichtte

--------------

Hoe sommige dingen soms samenkomen …

Frans van Seumeren is eigenaar van FC Utrecht. Als directeur van bergingsbedrijf Mammoet was hij ten zeerste betrokken bij de lichting van de onderzeeër Koersk, die op 12 augustus 2000 verging in de Barentszee. Afgelopen zondag, 13 augustus, brachten supporters van FC Zenit een eerbetoon aan de bemanning van de Koersk. Vanavond speelt FC Zenit uit tegen FC Utrecht.

Veel Russische spandoeken zullen er vanavond in stadion Galgenwaard niet te zien zijn. Dit ongetwijfeld in tegenstelling tot volgende week, bij de return in Sint-Petersburg. De supporters van FC Zenit hebben een reputatie hoog te houden wat betreft kleurrijke en soms indringende spandoeken en gezangen. Afgelopen zondag deden zij die reputatie alle eer aan.


Op 12 augustus 2000 verging de onderzeeër Koersk. Alle 118 opvarenden kwamen om het leven. Vooral de naam van Dmitri Kolesnikov werd bekend, dankzij een briefje dat hij schreef, dat na de lichting van de Koersk en bij de berging van de lichamen werd gevonden. “Olga, ik hou van je, wees niet al te verdrietig”, zo richtte hij zich tot zijn vrouw.

Kapitein Kolesnikov en de brief die hij schreef

Afgelopen zondag, op 13 augustus dus, tijdens de thuiswedstrijd tegen Achmat Grozny, ontrolden Zenit-supporters een spandoek met daarop een deel van de overige tekst: “Het is hier donker om te schrijven, maar ik probeer het op de tast. Er lijkt geen kans meer te zijn, een procent of 10-20. We hopen dat iemand dit ooit zal lezen. Hier is een lijst van de bemanning van de compartimenten, die zich bevinden in het 9de en die eruit proberen te komen. Groeten aan iedereen. Wanhoop niet. Kolesnikov.”

De supporters zongen Там, за туманами van Любэ. Dat lied bestond al toen de ramp met de Koersk zich voltrok. Het is opgedragen aan alle Russische zeelui. Het is op het filmpje hier niet goed te horen. Het origineel volgt eronder.


Het origineel:


Joeri Sjevtsjoek schreef over de Koersk en kapitein Kolesnikov een lied:

”Кто о смерти, скажет нам пару честных слов, 
Жаль, нет черных ящиков у павших моряков 
Карандаш ломается, холодно, темно 
Капитан Колесников пишет нам письмо 
Карандаш ломается, холодно, темно 
Капитан Колесников пишет нам письмо 
Нас осталось несколько на холодном дне, 
Три отсека взорваны, да три еще в огне, 
Знаю, нет спасения, но если веришь ты 
Ты найдешь письмо мое на своей груди, 
Чтоб взлететь на небеса выпал этот акт, 
До свиданья милая мы приняли парад 
Помнишь нашу лестницу солнце, эскимо 
Капитан Колесников пишет ее письмо 
Курск могилой рваною дернулся за взрыв 
На прощанье разрубил канаты рваных жил 
Над водою пасмурно чайки, корабли 
На земле подлодка спит, но так далеко до земли 
Позже о случившемся долго будут врать 
Расскажет ли комиссия как трудно умирать 
Кто из нас ровесники, кто герой, кто чмо, 
Капитан Колесников пишет нам письмо” 
Ю.Ю. Шевчук (ДДТ)