stalin

Van Siberië naar Siberië - het huis in Leningrad waar je beter niet kon wonen

——————

Ze belandden van de regen in de drup, zou je kunnen zeggen. Maar die onschuldige uitdrukking volstaat niet om te omschrijven wat de eerste bewoners van het huis aan de Neva in de jaren van dertig van de vorige eeuw overkwam.

Het huis in Leningrad werd begin jaren dertig speciaal voor hen gebouwd: leden van de Vereniging van voormalige politieke gevangenen en bannelingen. Ze hadden gestreden tegen het tsaristisch regime, hadden daarvoor betaald met hun vrijheid, en mochten nu (tegen de achtergrond van een schrijnende woningnood) genieten van welverdiend comfort: een eigen appartement in een modern flatgebouw.

Wie een beetje vertrouwd is met de gebeurtenissen in de USSR in die tijd, voelt het vervolg al aankomen. Lang konden de oud-revolutionairen niet van de ongekende luxe genieten. Tegen het einde van de jaren dertig was in 122 van de 144 woningen het hoofd van het gezin verdwenen: gearresteerd en geëxecuteerd, dan wel veroordeeld tot een kampstraf. Van de regen in de drup, maar dan erger.

De Vereniging van voormalige politieke gevangenen en bannelingen werd in 1921 opgericht. Het ledental groeide snel en er kwam een eigen infrastructuur. Zo werd Moskou een clubgebouw rijker met de naam Paleis van dwangarbeid en verbanning. Er kwamen eigen sanatoria, drukkerijen, uitgeverijen en woonhuizen. In de hoofdstad kregen strijders tegen het tsarenregime twee flatgebouwen met een gedeelde binnenplaats, op de hoek van de Pokrovka (nummer 37, met op de begane grond tegenwoordig de Kunstenaarsbond) en de Tsjaplyginstraat 15. Op de eerste verdieping aan de Tsjaplyginstraat is een stenen vlag te zien met daarop opengebroken tralies, een soort uitwaaierende zonnestralen en de letters CCCP.

Was de nieuwbouw in Moskou al luxe en indrukwekkend, dat gold helemaal voor de  flatgebouwen die in Leningrad verrezen, in de vorm van een driehoek, op een toplocatie: de hoek van de Petrovski Kade en het Troitskiplein (ten tijde van de bouw Revolutieplein geheten). De oud-revolutionairen hadden er aan de lange kanten uitzicht op de Neva of de Petrus-e- Paulus-vesting. In 2002 werd daar aan de zijde van de vesting nog een element aan toegevoegd: de Solovetskisteen, een monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de Stalinterreur. 

Het in constructivistische stijl opgetrokken gebouw was een van de eerste communale woningen van Leningrad. Je kon in de appartementen (met twee of drie kamers) wel iets opwarmen, maar een keuken ontbrak. Een maaltijd kon je halen of nuttigen in de kantine. Wel had men een eigen badkamer met warm water. Op de begane grond waren een theaterzaal, een bibliotheek, een kleuterschool, een club, een wasserij en garages, op het dak bevond zich een solarium.

————————

En toen kwamen ze voor de bewoners. Er is een naslagwerk (de eerste druk is uit 1929, de tweede uit 1934), een kleine negenhonderd pagina’s dik, waarin alle leden van de Vereniging van voormalige politieke gevangenen en bannelingen vermeld staan, met hun geschiedenis als revolutionair, inclusief hun veroordeling(en) en de locatie waar ze hun straf uitzaten. En hoewel niet alle leden ten onder gingen in de Stalinterreur, denk je toch bij elke naam die je ziet staan: wat zou, bij wijze van wrange afronding, hier nog als veroordeling aan toegevoegd kunnen worden?

Een geroyeerde ‘podavanets’.

Ik leerde uit het naslagwerkje overigens twee nieuwe woorden (of eigenlijk zijn het oude woorden, je komt ze niet meer tegen): подаванцы en выдаванцы. Подаванцы hadden zich na hun veroordeling gewend tot de autoriteiten met een verzoek om clementie, выдаванцы waren nog een graatje erger geweest: die waren door de knieën gegaan en hadden kameraden verraden. Was dergelijk verwerpelijk gedrag bij nader onderzoek vastgesteld, dan volgde royering, maar je bleef wel opgenomen in het naslagwerk, op alfabet tussen de rest, nog steeds inclusief je persoonlijke geschiedenis, maar mét de vermelding van uitsluiting. De editie van 1929 bevat nog een aparte lijst met zo’n zestig namen van leden die wel ooit waren veroordeeld, maar niet vanwege revolutionaire daden. Gewone misdadigers dus, die ten onrechte als lid waren toegelaten.

In het naslagwerk treffen we onder de B de naam aan van Ivan Bogomolov, met lidmaatschapsnummer 609. Hij werd onder meer veroordeeld tot drie jaar dwangarbeid. Op zijn gedrag als revolutionair was nooit iets aan te merken geweest, maar dat redde hem niet. Hij werd in 1938 geëxecuteerd. Aan de muur van het huis in Sint-Petersburg, aan de achterzijde van dat deel dat uitkijkt op het Troitskiplein, hangt een gedenksteen met de namen van slachtoffers uit de appartementen. Het is ontworpen door zijn zoon. 

—————————

Jessica Gorters documentaire Red Soul: hoe Stalin de Russische samenleving in tweeën splijt

--------------------

Elizaveta Delibasj. Haar beide ouders kregen de kogel.

-----------------

Twee zussen op leeftijd staan langs een zomers-stoffige weg in Severodvinsk, een stad aan de Noordelijke IJszee, niet ver van Archangelsk. Ze kijken naar het langsrijdende verkeer. Zo’n zeventig jaar geleden stonden ze op dezelfde plek en keken ze naar de gevangenen die hier elke dag langskwamen, op weg naar hun werk. De zussen hoopten een glimp op te vangen van hun moeder, van wie ze vermoedden dat die zich tussen de gevangenen bevond. Ze hebben haar daar nooit gezien. Hun moeder kwam uiteindelijk wel weer thuis, nadat ze onder Stalin tien jaar onschuldig achter prikkeldraad had doorgebracht.

Het zomerse tafereel in Severodvinsk is een scène uit Red Soul, de documentaire van Jessica Gorter die dit weekeinde op het IDFA in Amsterdam in première ging. Gorter maakte zes jaar geleden veel indruk met haar film 900 dagen, over het beleg van Leningrad. Ze won er in 2011 op IDFA de prijs mee voor de beste Nederlandse inzending.

Centraal in de film staat Stalin, of beter gezegd: het beeld dat Russen, jong en oud, vandaag de dag hebben van de man die in het Westen gezien wordt als één van de grootste schurken van de vorige eeuw. Hoe kan het dat Stalin in Rusland de afgelopen jaren zo’n enorme comeback heeft gemaakt en inmiddels door velen wordt gezien als de grootste held uit de geschiedenis van Rusland en de Sovjetunie? Nadat hij toch in de jaren tachtig, toen veel archieven opengingen en het land overspoeld werd met lang verzwegen feiten en details over de in zijn naam verrichte gruweldaden, voorgoed leek te zijn weggezet als schurk?

In haar zoektocht naar een antwoord volgt Gorter een eenvoudig procedé. Afwisselend laat ze, zonder commentaar te geven, verdedigers van Stalin en nabestaanden van slachtoffers aan het woord. Ze volgt de nabestaanden (zoals de twee zussen in Severodvinsk) naar de plekken waar familieleden gevangen zaten, zijn geëxecuteerd of begraven liggen. Dat levert indringende beelden op. Van de moeder bijvoorbeeld die beide ouders verloor en nu met haar dochter door het bos loopt waar gevangenen in massagraven belandden. Op de bomen zijn bordjes met foto’s en namen aangebracht, als wrang surrogaat voor een echt graf. Op de terugreis in de trein voeren ze een moeizaam gesprek met twee jonge coupé-genoten. De ontzetting is bij de moeder van het gezicht te scheppen, wanneer ze beseft zij haar beeld van Stalin nooit zal kunnen overbrengen op die twee intelligent ogende jongeren tegenover haar.
 


Die enorme kloof tussen voor- en tegenstanders, tussen bewieroking en afkeer, loopt als een rode draad door de film. De Stalin-aanhanger die het meest aan het woord komt, is een man van midden veertig die zijn zoon aan drugs ten onder heeft zien gaan. Hij legt de schuld daarvan niet bij zichzelf, maar bij de chaos die de ‘democratie’ na het uiteenvallen van de USSR over Rusland heeft uitgestort. Zijn oude vader haalt er een tweede, bij Russen ook vaak te horen thema bij: de teloorgang van en de heimwee naar het Sovjet-rijk. In mijn tijd kon je nog eens een beetje rondkijken in de wereld, legt hij uit: “Wij hadden de Baltische republieken.” Het zijn vooral die twee factoren – de chaos van de jaren negentig en de hang naar het geïmplodeerde rijk – die de populariteit van Stalin voeden.

En tussen dat alles door komt in Red Soul een historicus uit Sint-Petersburg aan het woord die tegen de stroom in zijn best blijft doen om de Stalin-terreur vast te leggen in documenten. Hij vormt het cement van de film en zijn werk zou het cement moeten zijn voor het ingewikkelde bouwwerk dat geschiedschrijving heet. Veel geld is er niet voor beschikbaar, getuige zijn nogal armzalige werkplek. Het is opvallend hoe de man zijn kalmte bewaard, wanneer hij tegenover nogal verhitte Stalin-adepten komt te staan. Wie weet lukt het vasthoudende historici zoals hij om de kloof in de Russische samenleving, waar het de recente geschiedenis betreft, enigszins te overbruggen. Red Soul – en dat is de belangrijkste verdienste van de film – laat messcherp zien dat de vooruitzichten daarop niet erg hoopgevend zijn.
 

De directrice en haar schilderij: 'De haven van Vanino in 1952' - 2

----------------------

Van wiens hand was toch dat schilderij, De haven van Vanino in 1952? Het Streekmuseum van Vanino, in het Verre Oosten van Rusland, kreeg het min of meer in de schoot geworpen, toen het een paar zaaltjes kreeg toegewezen in het lokale Cultuurhuis. Voorheen was daar het Havenmuseum gehuisvest, maar dat was vertrokken, met medeneming van have en goed. Alleen dat ene schilderij was achtergelaten. Het hing wat verloren aan de muur, in zeer slechte staat, met een papiertje op de lijst dat als naam van de schilder gaf: Tsyplakov.

Anna Viktorovna Gabdrachmanova, directrice van het Streekmuseum, was geïntrigreerd door het doek. Ze onderkende de historische waarde ervan; afbeeldingen van Vanino uit de tijd dat het stadje – in 1952 nog een dorp – dienst deed als doorvoercentrum van kampgevangenen, zijn schaars. Al snel kwam ze erachter dat de naam Tsyplakov niet klopte. In het boek Vaninskaya Peresylka van A.V. Sjasjkino stuitte ze op een verhaal van een oude inwoner van Vanino die de schilder meerdere keren had ontmoet. Zijn naam bleek niet Tsyplakov, maar Tsympakov. Anna Viktorovna zocht de oude inwoner op en die bevestigde het verhaal. Hij had Vsevolod Tsympakov een aantal keren uit het kamp opgehaald en begeleid naar het houten Havengebouw van toen. Tsympakov schilderde – kennelijk in opdracht van de lokale autoriteiten - het uitzicht uit dat gebouw: de haven van Vanino in 1952.    

Het oude Havengebouw van Vanino

Uit gegevens van het regionaal gevangenisarchief bleek dat Tsympakov in mei 1948 in Odessa tot tien jaar was veroordeeld wegens “contra-revolutionaire activiteiten”. Op 14 augustus 1953 kwam hij vrij, waarna hij terugkeerde naar Odessa. Anna Viktorovna zocht verder op internet en kwam uit bij het museum van Lebedyn, een stadje in Oekraïne. Daar hing meer werk van Tsympakov. Het museum kon melden dat Tsympakov in Odessa een kunstopleiding had genoten en aan regionale en landelijke exposities had deelgenomen. Het museum stuurde Anna Viktorovna ook een kopie van een brief van Tsympakovs weduwe.  Daar stond nog meer in over het leven van de schilder, maar over zijn jaren als kampgevangene in Vanino geen woord.

Vsevolod Tsympakov: Zelfportret (Museum Loegansk)

Het zou kunnen zijn dat de weduwe geen aandacht wilde vestigen op de oorlogsjaren in Odessa. De joodse Tsympakov overleefde de bezetting en de slachtpartijen onder joden mogelijk dankzij diensten aan de vijand. De oude bewoner van Vanino die directrice Anna Viktorovna aan de juiste naam van de schilder had geholpen, vertelde ook dat Tsympakov in de oorlog portretten van Hitler en Goebbels had gemaakt, en ook posters, en daar na de oorlog vijftien jaar voor had gekregen. Odessa werd bezet door Roemeense troepen, dat Tsympakov portretten van Hitler en Goebbels maakte, is dus misschien overdreven (net als die vijftien jaar), maar dat hij uit lijfsbehoud werkte voor de bezetter, is zeer goed mogelijk.          

Het houten Havengebouw van waaruit Tsympakov zijn schilderij maakte, is er helaas niet meer. Het stond ongeveer op de plek waar nu de eerste van twee vuurtorens staat, op het lagere deel van de Primorski Boelvar. Goed te zien, rechts op het schilderij, is de monumentale trap van het Havengebouw. Ook die is verdwenen. Het nieuwe Havengebouw dat in 1958 driekwart kilometer verderop werd gebouwd, en dat nu onder meer het Streekmuseum herbergt, moest duidelijk dezelfde grandeur krijgen als het oude gebouw. Het heeft ook een statige trap die afdaalt naar de haven, of beter gezegd: had, want het grootste deel ervan is verdwenen en het restant gaat schuil onder onkruid.

Het onderkomen van het Streekmuseum, met op de voorgrond de overwoekerde trap.

De haven van Vanino in 1952 werd in 2012 in het Grodekov Museum van Chabarovsk gerestaureerd. Vsevolod Tsympakov werd, in tegenstelling tot verreweg de meeste gevangenen in Vanino, niet verder verscheept naar de beruchte kampen van Kolyma. Hij zou naast het havengezicht ook portretten van hoge lokale functionarissen hebben gemaakt. Van die portretten is er niet één teruggevonden, maar een parallel met de oorlogsjaren in Odessa dringt zich op. Het lijkt erop dat zijn schilderkunst een reddingsboei was waar hij zich twee keer aan heeft vastgegrepen. Tsympakov overleed in 1968 en ligt begraven in Odessa.

-----------------

Bovenstaand stukje is, net als deel 1, mede gebaseerd op twee artikelen die directrice Anna Viktorovna Gabrachmanova mij toestuurde. Gedetailleerde ooggetuigenverslagen van het kampleven in en rond Vanino  zijn – in het Russisch – te vinden in het boven al genoemde Ванинская пересылка (Doorgangskamp Vanino) van A.V. Sjasjkina.

De directrice en haar schilderij: 'De haven van Vanino in 1952' - 1

--------------------


En dan sta je daar, in Vanino, in het Verre Oosten van Rusland, en je kan je er niets bij voorstellen. Hoe hier op het station, waar je zelf net bent gearriveerd (het is tegenwoordig vriendelijk lichtgroen gekleurd), ooit honderdduizenden gevangenen werden aangevoerd. Aanvankelijk, nog in de oorlogsjaren, om de haven te bouwen, en later om via diezelfde haven in het ruim van vrachtschepen te worden afgevoerd naar de meest beruchte kampen van de Goelag, in Kolyma.

De spoorlijn waarover ik vanuit Komsomolsk aan de Amoer in Vanino was beland: ook al het werk van vooral gevangenen. De lijn werd in de oorlog aangelegd om – naast Vladivostok – nog een verbinding naar de oceaan te hebben.  

Het station van Vanino

De gevangenen die in Vanino werden aangevoerd, hadden een weken- of soms maandenlange reis achter de rug. Je mocht hopen dat je laat in het jaar in Vanino arriveerde. Dan was de haven dichtgevroren en had je een aantal maanden om bij te komen, voordat de ergste jaren van je kampstraf begonnen. Dat ‘bijkomen’ was wel relatief. In dit soort Sovjet-kampen heersten de wetten van de jungle; het waren de ‘gewone’ criminelen die er de dienst uitmaakten. Politieke gevangenen (geschat wordt dat zij in Vanino een derde van de kampbevolking uitmaakten) waren aan hun grillen overgeleverd. Maar vergeleken met Kolyma was alles beter.

Iets van Vanino’s verleden komt tot leven bij een bezoek aan het streekmuseum, in het voormalige Cultuurhuis van de havenautoriteit, gelegen aan een plein op een heuvel met uitzicht op de baai. Het is het aardigste stukje van het kleine stadje, met enige ‘jarenvijftig-grandeur’. Hier woonde de lokale elite, verheven boven de houten barakken van de doorvoerkampen in de buurt. Het statige Cultuurhuis stamt uit 1958, toen Vanino al geen doorvoerstation meer was.  

Het Cultuurhuis

We worden welkom geheten door Anna Viktorovna Gabdrachmanova, de directrice van het museum. Ze personificeert een ijzeren regel die ik bij mijn (helaas te zeldzame) reizen door de Russische provincie hanteer: breng altijd een bezoek aan het lokale streek- dan wel kunstmuseum! In negen van de tien gevallen wacht je daar een ontdekking. En vaak is er dan ook nog iemand die terstond opbloeit, blij met jouw interesse in het museumbezit. En Anna Viktorovna blóeide op, staande bij een schilderij wat een beetje als háár schilderij gezien kan worden: De haven van Vanino in 1952 van Vsevolod Tsympakov.

Het Cultuurhuis deed tot een aantal jaren geleden onder meer dienst als havenmuseum. Toen de havenautoriteit uit het gebouw vertrok, namen ze de spullen uit dat museum mee. Het in slechte staat verkerende schilderij van Tsympakov lieten ze hangen. “Daar hebben ze spijt van als haren op hun hoofd!”, aldus Anna Viktorovna. Zij onderkende de waarde van het doek – vooralin historisch opzicht, beeldmateriaal van Vanino uit de Stalintijd is zeldzaam - en wilde meer weten over de schilder. Op een papiertje dat op de lijst zat, stond een naam: Tsyplakov …


Hier deel 2.

‘Liefde is aardappelen’ – de kleine Sovjet-mens in een houten huis. Een adembenemende film van Aliona van der Horst.

----------------

Aliona met haar tante Liza

Aliona met haar tante Liza

Waar te beginnen, nadat je de film Liefde is aardappelen van Aliona van der Horst hebt gezien … Ga ernaartoe, neem iemand mee en drink na afloop een stevige borrel.

Van der Horst, een Amsterdamse met een Russische moeder en een Nederlandse vader, reist af naar het dorpje onder Moskou waar haar moeder samen met vijf zussen opgroeide. Er moet een erfenis worden verdeeld: geen geld of dure spullen, maar het oude, houten huis, waar Aliona’s grootmoeder haar zes dochters moest zien groot te brengen – onder Stalin, tijdens de oorlog en tijdens de zeer zware jaren daarna, met als extra kwelling een drinkende man die wat haar betreft wel had mogen doodvriezen.

Als er voor iemand in Rusland een standbeeld moet worden opgericht – de woorden zijn van Marius Broekmeyer – dan voor de Russische plattelandsvrouw in de jaren veertig en vijftig. Van der Horst heeft met Liefde is aardappelen – laat u niet misleiden door de wat frivole titel – een standbeeld opgericht.

Aliona's grootmoeder

Het begint luchtig genoeg. Aliona en een neef en nicht zijn tussen een hoop troep op zoek naar een papiertje. Je denkt: anders kan die erfenis niet geregeld worden. Maar nee, het is een bonnetje van het klooster. Dat moet gevonden worden, anders wordt er daar niet gebeden voor de zielerust van de net overleden tante Ljoeba – één van de zussen van Aliona’s moeder.

Maar dan gaat Aliona echt op zoek. Hoe was het leven van haar moeder en vijf tantes? Daar in dat huis waar zij nu een zesde deel van erft? In de jaren dertig, veertig, vijftig van de vorige eeuw, toen terreur, oorlog en honger een zwaar stempel drukten op ieder individu, tegen een achtergrond van oorverdovende propaganda over de richting stralende toekomst opmarcherende massa? En is er een antwoord op de vraag waarom Aliona’s moeder uit de Sovjetunie vertrok? Was het uit liefde? Was het een vlucht?

De zes zussen. Aliona's moeder Zoja in het midden.

Voorzichtig schrapend probeert Van der Horst een beeld te krijgen. Diep graven kan niet, er liggen, zo wordt al snel duidelijk, te veel beschadigde zielen onder de oppervlakte. Een belangrijke bron zijn brieven die Aliona’s moeder stuurde uit Nederland aan haar zus Ljoeba, en haar memoires. Over de tijd toen vrouwen in de graanvelden van honger stierven. Toen de mannen naar het front waren. Hoe hun moeder - vooral zij verdient het standbeeld - op de kolchoz door de brigadier naar het werk werd gestuurd, terwijl haar zoontje van zes maanden op sterven lag. Hoe hun moeder zelfmoord overwoog, want in het weeshuis zou er voor de kinderen tenminste te eten zijn. En overal en altijd weer die angst – arrestatie en kamp waren nooit ver weg.

De enige met wie Van der Horst nog kan praten, is tante Liza van 90. Die houdt voor de camera blijmoedig vol dat het leven normaal was, dat er eigenlijk niks ergs gebeurde en dat Stalin nou eenmaal al dat graan nodig had voor het leger. Een andere tante, aan de telefoon, weigert te praten. “Aliona, ga nou geen dingen uit me trekken. Je spreekt wel Russisch, maar je bent toch buitenlander. Iemand met een volle maag begrijpt de hongerige niet.” Zoals ook Aliona’s moeder Zoja schreef in een brief aan zus Ljoeba: “Onze kinderen, ze begrijpen niet wat wij hebben meegemaakt.”

Aliona graaft voorzichtig en liefdevol, bijna op de tast, in het besef dat ze, ondanks de familieband, een buitenstaander is. De angst die de generatie van haar moeder heeft beschadigd, kent ze (opgegroeid in Nederland) niet. Is in Rusland die angst doorgegeven? Ljoeba’s dochter Tanja (Aliona’s nicht): “Ik leef er nog elke dag mee. Het gevoel dat je in dit land niemand bent.” Aan het einde van de film streelt Tanja de buitenkant van het houten huis, in tranen.    

En Zoja, Aliona’s moeder? Zij was de jaren voor haar dood grotendeels verlamd en kon niet meer praten. Ze had vroeger een woede in zich die haar dochter af en toe over zich heen kreeg. Een oude buurvrouw vertelt dat Zoja altijd een aparte was. “Alsof ze uit een andere familie kwam. Zoja haatte haar vader, vanwege die drank. Voor hem is ze gevlucht. Wanneer ze op bezoek kwam, logeerde ze ook nooit meer in het huis.”

Aliona stuit op een doos met schoenen. En op nog een doos, en nóg een, en nóg een. Ze spreidt de schoenen uit op de vloer – een enorme hoeveelheid, versleten, afgetrapt, onbruikbaar. De zussen konden ze niet weggooien. Ze kónden het niet.          

 

De film is vanaf 12 oktober te zien in de bioscoop.

Hoe Poetins ‘ideologie van de belegerde vesting’ en de rehabilitatie van Stalin de ontwikkeling van Rusland in de weg zitten.

----------------

STALIN IS MET ONS!


Stalins systeem was niet alleen immoreel en misdadig, het was ook uiterst ineffectief en kostbaar. De stalinistische kenmerken van het moderne Rusland worden steeds sterker, en dat doet vrezen voor de toekomst van het land.

Leonid Gozman schreef onderstaand opiniestuk voor Forbes.

img_3164_copy.jpg__1499084609__38987.jpg

De overheid wordt er vaak van beschuldigd dat ze het stalinisme doet herleven. Dat houdt verband met twee zaken: ten eerste met de voorzichtige, maar consequente rehabilitatie van Stalin zelf, ten tweede met de afkeer van het huidige regiem. Tegenstanders gebruiken het woord ‘stalinisme’ niet om het regiem te karakteriseren, maar om hun negatieve houding ten opzichte van het regiem uit te drukken.

Daar komt dan steeds een voor de hand liggend antwoord op: dat niets in het land lijkt op de onderdrukking onder Stalin en zoiets, naar het lijkt, ook niet in de planning zit. En dat het dus laster is. Zoals de Sovjet-propagandisten zeiden: “In machteloze woede …”

Maar hoewel wreedheid en bloedvergieten zeer belangrijke eigenschappen waren van de Stalinperiode, bestond het systeem uit meer. Er waren andere zaken die voor het regiem kenmerkend waren. Hun samenhangende verschijning in de huidige tijd maakt de these van het herleven van het stalinisme zeer overtuigend.

Overwinningsdag (Sint-Petersburg, 2017) 

De mens als middel. In de ogen van de communistische leiders, net als in de ogen van de piramidenbouwers, waren mensen niet meer dan materiaal dat kon worden gebruikt. Dat kwam niet alleen naar voren in het schrikbarende aantal slachtoffers van de industrialisatie en de collectivisatie, maar in nog veel meer. Bijvoorbeeld uit de prioriteit van ‘Groep A’ (de productie van productiemiddelen) ten opzichte van ‘Groep B’ (productie van datgene wat mensen konden gebruiken). Zoals Vasili Aksjonov zei, de bolsjewieken hebben gedurende de tientallen jaren van hun bestuur niets gecreëerd voor “het kleine menselijke gemak”.

Het huidige niveau van levensgemak is niet de verdienste van de overheid, maar een gevolg van het feit dat, ondanks de voorwaardelijkheid van ons privé-bezit, de economie in grote lijnen functioneert als een markteconomie. De overheid zelf, die een militaristische begroting aanneemt, die het welzijn en zelfs het leven van mensen opoffert aan de eigen ambities en de belangen van de bestuurlijke elite (duidelijke voorbeelden zijn de contra-sancties, de ‘Dima Jakovljev-wet’, de sloop van kiosken), laat duidelijk zien dat – net als in de tijd van Stalin – mensen voor haar op de laatste plaats komen. De waandenkbeelden van de eigen grootsheid, de absolute soevereiniteit en, uiteraard, de eigen veiligheid, krijgen prioriteit.

Het controleren van gevoelens. Elke overheid controleert bepaalde aspecten van het gedrag van de burgers – van het gebod om te stoppen voor een rood licht tot aan sancties op samenwerking met een buitenlandse inlichtingendienst. Maar het communistische systeem probeerde niet alleen op tal van terreinen het gedrag te controleren, inclusief kledingstijl, haarlengte en het beroemde “Onze mensen gaan niet met een taxi naar de bakker”, maar ook de gevoelens, die ook overeen moesten stemmen met de canon.

Vandaag de dag schrijft een nieuwe, helemaal niet communistische overheid voor waarop, en op wat voor wijze, je trots moet zijn, en waarom, en op wat voor wijze, je moet rouwen. De repressieve wetten die het land als een golf overspoelen, hebben in veel gevallen betrekking op het bestraffen van gevoelens die vanuit de overheid bezien onaanvaardbaar zijn. Informele sociale controle komt de geschreven wetten te hulp. Een mening uiten die afwijkt van de ‘juiste’ is bij veel onderwerpen al uiterst lastig en psychisch niet ongevaarlijk. De angst is aan het terugkeren.

Vijanden rondom. De ideologie van de belegerde vesting is niet vandaag bedacht. Maar onder Stalin had ze een basis: de imperialisten haten ons, omdat wij staan voor de wereldrevolutie en de bevrijding van de onderdrukten. In de jaren na de Revolutie leken de leiders van het land echt te geloven dat de Westerse landen juist om die reden vroeg of laat de Sovjetunie zouden aanvallen.

De ‘belegerde vesting’ van vandaag is mentaal gevaarlijker dan die van toen. Volgens de overheidsconceptie haten ze ons gewoon, omdat we zijn zoals we zijn, vanwege de goedheid en het licht dat wij de ondankbare wereld brengen. Ze hebben ons altijd gehaat en wilden ons altijd vernietigen. Onze vijanden van vandaag zijn niet de heersende klassen, maar volken als zodanig – Engelsen, Georgiërs, Polen. De immanente haat tegen Rusland betekent dat oorlog of onvermijdelijk is, of slechts afgewend kan worden door voorraden droog kruit. Een vraag over, bijvoorbeeld, de kwaliteit van de gezondheidszorg wordt in deze context onpatriottisch.

Anti-intellectualisme. Stalin hield zijn negatieve houding tegenover intellect en opleiding niet verborgen. Hij noemde Boecharin “onze geletterde”, en noemde hem zo een vijand.

Voor de huidige overheid is het archaïsche een natuurlijke bondgenoot. In de vorm van een urenlange rij voor heilige relikwieën of in de vorm van een arbeiderscollectief van een fabriek met verouderde machines. De houding van de machthebbers tegenover intellectuelen is op z’n best waakzaam, en tegenover de plaatsen waar zij verblijven en worden voortgebracht – tegenover vooraanstaande onderwijsinstellingen en wetenschappelijke instituten – openlijk vijandig.

Moederland! Vrijheid! Poetin! (Sint-Petersburg, 2017)

Autocratie contra de wet. Onder Stalin stonden de grondwet en de wetten volledig los van de werkelijkheid. De wil van de leider en zijn landvoogden was allesbepalend. Het was een tot het uiterste doorgevoerde autocratie, waarvan Poesjkin ooit droomde dat die vernietigd zou worden.

Vandaag hebben de wetten en de grondwet ook een decoratief karakter. Het gaat niet alleen om het gecorrumpeerd zijn van de rechtbanken en van het strafrechtelijk systeem. Bij de concrete toepassing van het recht, en ook bij burgers die richtlijnen zoeken, is de positie van de leiding, in het bijzonder van de belangrijkste persoon, oneindig veel belangrijker dan welke juridische procedures dan ook. Zoals in de film Leviathan bestaat het recht slechts zolang het niet botst met de wensen of de belangen van de leiding.

Rechtssubjecten doen vrijwillig afstand van hun volmachten. Je kan je niet voorstellen dat de Staatsdoema een wetsvoorstel dat van de president komt, afwijst (ook al kunnen afzonderlijke parlementsleden, die met alle anderen hebben meegestemd, in privé-gesprekken hun onvrede uiten). En de Federatieraad heeft niet alleen unaniem de president het recht gegeven om buiten de landsgrenzen de strijdkrachten in te zetten, zonder daar een beperking in tijd of territorium aan te verbinden, maar heeft dat zelfs gedaan zonder ook maar een debat! De autocratie heeft natuurlijk nog lang niet het niveau bereikt als onder Stalin, maar de tendentie maakt indruk.

Illusie in plaats van werkelijkheid. Het Stalinsysteem berustte op een leugen. Het verleden en het heden werden verminkt. De productiecijfers van industrie en landbouw, militaire verliezen, demografische cijfers – alles was geheim, en wie een reëel beeld probeerde te geven, werd onderdrukt. Het volk kreeg die cijfers gepresenteerd waarvan de leiding vond dat het de juiste waren om te presenteren.

Dankzij de moderne technologie en de fundamenteel andere structuur van de samenleving is het niet meer mogelijk om zo ongegeneerd te liegen. Toch vervangt de moderne Russische overheid, gebruikmakend van een monopolie op de televisie, met behoorlijk succes het verleden van het land door een mythe die haar zelf goed uitkomt, vertelt ze over de successen van de ‘Russische wereld’ en de morele autoriteit van het land, doet ze aan de mensen gedane beloftes vergeten, verklaart ze mislukkingen aan de hand van intriges van binnen- en buitenlandse vijanden, en successen aan de hand van het persoonlijk ingrijpen en de wijsheid van één persoon. De mate waarin de werkelijkheid wordt verminkt, komt al in de buurt van wat in de tijd van Stalin gebeurde.     

Repressief apparaat. Het repressieve apparaat vormde de basis van het staatsbestel onder Stalin. De rol ervan werd daarna kleiner, het beperkte zich tot datgene waarmee het zich in feite dient bezig te houden.

De laatste jaren zien we de wedergeboorte van het repressieve apparaat. Er worden nieuwe structuren gevormd, de oude worden ruimhartig gefinancierd. Binnen het systeem van de macht wordt het steeds moeilijker om mensen te vinden die geen dienst hebben gedaan in de organen. Er wordt serieus gesproken over de presumptie van juistheid van alles wat medewerkers vanpolitie en justitie doen. In feite zijn zij allang bevrijd van de verantwoordelijkheid voor wreedheid en machtsmisbruik.

Wat valt er te verwachten? Stalins systeem was niet alleen immoreel en misdadig, maar ook uiterst ineffectief en kostbaar. Na een serie onsamenhangende en inconsequente pogingen tot zelfhervorming, stortte de staat die door Stalin was gemaakt ineen.

Door de sterker wordende Stalinistische kenmerken van het huidige systeem kunnen we niet optimistisch zijn over de toekomst. Het moderne Russische staatsbestel heeft geen mechanismen om zich te ontwikkelen, heeft zich gedistantieerd van het vooruitstrevende deel van de samenleving of staat daar zelfs vijandig tegenover, en is afhankelijk van de wil van één persoon. Het kan daardoor zomaar hetzelfde lot ten deel vallen als de staat, op de brokstukken waarvan het is gebouwd.

Het unieke kleurenfilmpje van majoor Manhoff: Stalins uitvaart in tien minuten. Plus prachtige foto’s uit zijn recent ontdekte archief.

--------------

Onlangs maakte ik al melding van een prachtige vondst: het film- en fotoarchief van majoor Martin Manhoff, die in de jaren 1952-1954 werkzaam was op de Amerikaanse ambassade in Moskou. Hij werd de Sovjetunie uitgezet op verdenking van spionage en nam zijn films en foto’s mee naar de Verenigde Staten. Daar lagen ze jarenlang op de planken, totdat de weduwe van Manhoff eens informeerde bij historicus Douglas Smith of al dat spul misschien nog enige waarde had.

Zou de weduwe Manhoff ooit hebben overwogen om alles weg te gooien? Dan zouden we de unieke, bewegende beelden van de uitvaart van Stalin nooit hebben gezien. Ik heb nog geen ander filmmateriaal van Manhoff gezien, en ook maar een bescheiden deel van zijn foto’s, maar die uitvaartbeelden behoren ongetwijfeld tot het belangrijkste wat er de afgelopen tientallen jaren aan bewegende beelden uit de Sovjetunie is opgedoken. Dergelijke niet-officiële opnamen (ook nog eens in kleur) zijn verder niet bekend.

Douglas Smith kondigde na de publicatie van de eerste paar foto’s aan dat hij bezig was om het archief te ordenen en op zoek was naar een goede manier om een en ander toegankelijk te maken. Kennelijk heeft hij nu in Radio Free Europe een partner gevonden. Op de site van het radiostation zijn nu, naast het filmpje van Stalins uitvaart, nog een aantal foto’s gepubliceerd. Binnenkort, zo wordt gemeld, volgen er meer. Van wat er nu al te zien is, heb ik een selectie gemaakt. Maar eerst hieronder die uitvaart van Stalin. Het zijn meer dan pakkende beelden, van begin tot het eind. Alleen al de vraag: wat moeten de mensen gevoeld en gedacht hebben die op het eind van het filmpje over het Manegeplein rennen, richting Rode Plein, duidelijk nadat de afzetting door politie en of militairen is opgeheven? (De opnames zijn gemaakt vanuit het gebouw waar toen de Amerikaanse ambassade zat. Vandaar die Amerikaanse vlag die af en toe door het beeld waait.)


Hieronder de foto's die ik selecteerde. Wanneer de festiviteiten op de eerste drie (op het Manegeplein) waren, weet ik niet. Ik vermoed een 1 mei-viering. (Eerder liet ik hier al andere foto's van Manhoff zien.)

Locatie onbekend (vermoedelijk een kleine markt aan een spoorlijn)

Locatie onbekend

Moermansk

Jalta

Jalta

Novinski boelvard, Moskou.

Locatie onbekend, vermoedelijk Novinski boelvard, Moskou.

Locatie onbekend, vermoedelijk Novinski boelvard, Moskou.

Novinski boelvard, Moskou.

Hoek Bolsjoj Devjatinski pereoelok - Novinski boelvard, Moskou.

Arbatskaja plein, Moskou 

Gorki straat