voetbal

Hoe ik in Sint-Petersburg stuitte op een stukje (dramatische) Ajax-geschiedenis, maar daar pas thuis achterkwam - 2

---------------------

Dukla Praag-Ajax, met links (moet ik dat erbij zetten?) Johan Cruijff)


De twee dames van het antiquariaatje wisten het zeker: dat voetballertje komt uit de Sovjetunie. De vondst van het glazen mannetje in een rood-geel voetbalshirt was een blijde bijvangst bij een rondleiding door de prachtige Kunstacademie van Sint-Petersburg (zie deel 1). Rechts van de ingang bevindt zich daar een klein winkeltje met oude boeken, vooral – uiteraard – kunstboeken. Nu verkopen veel Russische antiquariaten ook poppetjes en beestjes (bijna altijd van porselein), maar een voetballertje in een Kunstacademie, dat verwacht je niet.

Doorgaans zie ik op ongeveer een kilometer afstand of iets van Sovjet-makelij is. Nu stond ik met mijn neus boven op dit voetballertje en helemaal niets wees in de richting van de USSR – behalve, hooguit, de locatie: we bevonden ons tenslotte in de voormalige USSR. Dat shirt ook, wie speelde er nou in geel-rood? De enige ploeg die ik zo gauw kon bedenken was Arsenal Toela.

Thuis in Nederland ging ik op onderzoek uit en ontdekte binnen een paar minuten dat de verkoopsters van het antiquariaat misschien best verstand hadden van kunst, maar niet van voetbal. Dukla Praag, dames!

Nou had ik dat eerlijk gezegd ook zelf wel mogen weten, al geldt voor mij dan weer als excuus dat mijn eerste en enige – en overigens zeer onaangename – ontmoeting met deze club zich had afgespeeld in zwart-wit. Dat was in maart 1967. Ajax had in de tweede ronde van de Europa Cup Liverpool van de mat geveegd, waarna in de kwartfinales het aanzienlijk minder hoog aangeslagen Dukla Praag wachtte. Dat kon geen probleem zijn – maar dat werd het dus wel. Ik ga daar op deze plek verder niet al te diep op in (alleen nog met een filmpje onderaan), dit is een blog over Rusland en niet over traumatische jeugdervaringen voor een tv in een huiskamer in Vlaardingen.

Er stonden wat vervaagde, slecht leesbare lettertjes op het rode shirtje, die ik eerst aanzag voor reclame. Dekla? Dupla? Iets Belgisch misschien? Een oud shirtje van KV Mechelen? Ik wilde al googelen op ‘Dekla rood geel voetbalshirt’, maar toen viel het kwartje. Tuurlijk, die prachtige shirtjes! Daar had ik onlangs nog foto’s van gezien. Foto’s die mijn herinneringen in zwart-wit opeens hadden voorzien van een kleurtje. (Dat het shirtje op de foto’s meer naar paars neigt dan naar het rood van mijn poppetje, nou ja.)

Tonny Pronk


Vrijwel zeker is het poppetje afkomstig uit Železný Brod, een belangrijk glascentrum in Tsjechië. Ontwerper en maker Jaroslav Brychta speelde daar in de vorige eeuw een grote rol. Of mijn voetballertje een ontwerp van hem is, weet ik niet. De voetballertjes van onderstaande compositie, getiteld Tsjechoslowakije – Zweden, zijn dat in elk geval wel. Ze ogen verfijnder dan mijn ene exemplaartje. Ze ademen de sfeer van de jaren vijftig, misschien zestig. Wat de aanleiding is geweest om juist een wedstrijd tussen Tsjechoslowakije en Zweden uit te beelden, weet ik ook al niet. In die jaren (en ook in de jaren twintig en dertig) speelden beide landen uitsluitend vriendschappelijke duels tegen elkaar, zeker geen finale op een groot toernooi of zoiets.  


Brychta overleed in 1971, relatief kort dus na die wedstrijd van Dukla Praag tegen Ajax. Ik durf op grond daarvan geen datering (‘niet na 1971’) aan van dat voetballertje hier in mijn kast. Maar stel dat Brychta het wel heeft gemaakt, dan heeft hij zich vast laten inspireren door die overwinning op Ajax! Die mij dan uiteindelijk niet alleen een voetbaltrauma, maar ook, heel wat jaren later, een mooi glazen beeldje heeft opgeleverd.

---------------------

Voor de voetballiefhebbers hier nog mooie filmbeelden (beter van kwaliteit dan onze tv-opnames van toen) van de wedstrijd Dukla Praag – Ajax. De Amsterdamse supporters worden na afloop even mooi te kijk gezet. Ook kreeg ik nu eindelijk te zien – veel beter dan indertijd thuis op de tv – hoe vlak voor tijd dat eigen doelpunt van Frits Soetekouw erin vloog. En die speler met het brilletje op de foto boven, trapt de bal dan nog even heel gemeen een keertje extra het doel in.

 

En dat allemaal dankzij een bezoek aan de bibliotheek van de Kunstacademie aan de Neva in Sint-Petersburg.  

Hier deel 1

Hoe ik in Sint-Petersburg stuitte op een stukje (dramatische) Ajax-geschiedenis, maar daar pas thuis achterkwam - 1

-------------------

De bibliotheek van de Kunstacademie

We hadden een bezoek gebracht aan de mozaïek-werkplaats van de Kunstacademie in Sint-Petersburg (zie mijn eerdere stukje) en nu was de bibliotheek aan de beurt. Ik had graag nog een uurtje langer in die werkplaats willen rondsnuffelen, met z’n rommelige hoekjes, laatjes en vitrines, tussen de medewerkers die met hun hamertjes prachtige tikgeluidjes produceerden. Wat was op deze plek veel moois gemaakt! Alleen al die decoraties voor de Moskouse metro! Ik dacht: als je hier met een bezem één veeg onder een kast doet, haal je zo een paar steentjes tevoorschijn die ooit nog door de grote Vladimir Frolov zijn bewerkt, die toen van zijn werktafel zijn gerold en verder vergeten.    


Maar we moesten door, naar de bibliotheek van de Kunstacademie, buitenom, via de hoofdingang aan de Neva. Ik was hier al eens eerder binnengelopen (ik stond ooit op het dak) – wat een leuk gebouw! Smalle, hoge gangen, deuren van lesruimtes met spannende opschriften (“Monumentale Schilderkunst”), onverwachte doorgangen, een gietijzeren trap en een compleet kerkje. En, bij de ingang, een winkeltje met oude boeken. “Egbert, een voetballertje!”, riep een van mijn medecursisten, die op de hoogte was van mijn liefde voor Sovjetvoetballertjes. Veel Russische antiquariaten hebben naast boeken ook een paar planken met porseleinen allerlei, en zo ook hier. Achter glas stond inderdaad een voetballertje. Maar zo eentje had ik nog nooit gezien. Hij was van glas – mijn voorkeur gaat uit naar porselein - en had weinig Sovjets. Maar het was wel een voetballertje. “Komt ie uit de Sovjetunie?” vroeg ik aan de twee verkoopsters, op zoek naar een extra rechtvaardiging voor de aankoop waartoe ik allang had besloten. “Jazeker”, zeiden ze, “maar meer weten we er niet van.” “Als ik terugkom van onze rondleiding, neem ik ‘m mee”, antwoordde ik.

We gingen naar de bibliotheek. Daarvoor moesten we eerst langs de mevrouw van de garderobe. Die was meteen erg uit haar humeur, daar in haar bijna lege domein, want ze vond dat ze weleens ingelicht had mogen worden over de komst van een groep van tien man. Daarna gingen we dus die mooie gangen door, met de trap naar boven, om in de prachtige bibliotheek te belanden – een klein cultuurtempeltje, met statige tafels, folianten achter glas en ontelbaar veel kaartenbakjes die nooit vervangen mogen worden. Er werd ons van alles verteld over de geschiedenis van de bibliotheek, maar daar bleef weinig van hangen bij mij, want ik keek vooral naar dat meubilair.


En opeens was ik erg boos op mezelf. Dom, dom dom! Had daar nou een foto van gemaakt! Van die piratenvlag in de mozaïek-werkplaats! Die hing daar als een soort gordijn om een kantoortje af te scheiden. En nu, in de bibliotheek, herinnerde ik me plots een nieuwsberichtje ergens in de jaren negentig, op de lokale radio, dat “vandalen” op het dak van de Kunstacademie een piratenvlag hadden gehesen. Ik had kort daarvoor op dat dak gestaan, maar met die vlag had ik, eerlijk waar, niets te maken. De medewerkers van de mozaïek-werkplaats misschien wel! Ik kon het ze niet meer vragen, want ik stond nu in de bibliotheek naar die kaartenbakken te kijken.

Toen was de rondleiding voorbij, konden we zonder verdere incidenten onze jassen ophalen en ging ik bij het winkeltje met oude boeken en porselein (en glas) mijn voetballertje halen. Dit is ‘m.


Ik kreeg ‘m heel naar Nederland (geen geringe prestatie) en daar kon ik op onderzoek uit. Wat was dit nou voor beeldje? Wat ik ontdekte, voerde me terug naar 1967, naar een uitwedstrijd van het in opkomst zijnde Ajax. Er was iets groots in de maak met dat elftal, dat voelde je, maar toen, die middag in een Oost-Europees land, ging het op dramatische wijze nog even heel erg mis. 

Hier deel 2

De tweede testwedstrijd in het nieuwe stadion van FC Zenit: een nederlaag met prachtige muziek

----------------


Het hoogtepunt van onze wedstrijd tegen Terek Grozny, in ons gloednieuwe stadion, zat meteen aan het begin. De laatste keer dat ik een thuiswedstrijd van FC Zenit bezocht, was - ik schrijf het met enige schaamte - een hele tijd geleden, en toen werd het Russische volkslied nog gespeeld. Dat gebeurde nu niet, maar opeens klonk er wel een ander lied. 9 mei is aanstaande, de dag waarop in Rusland het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt gevierd. En daarom klonk tijdens de eerste minuten van de wedstrijd vanaf de tribunes de mars Dag van de Overwinning, een van mijn favoriete stukjes Sovjet-muziek:  


Alle kaartjes voor de wedstrijd tegen Terek waren verkocht, had ik ’s ochtends gelezen op de site van FC Zenit. Stadion Sint-Petersburg telt ruim 68.000 plaatsen, maar omdat er nog van alles wordt getest en uitgeprobeerd, mochten er maar 35.000 toeschouwers in. Bij de eerste ‘testwedstrijd’, twee weken geleden tegen FC Oeral (2-0), waren dat er 20.000 geweest. Maar klopte dat wel, van al die verkochte kaartjes? Ik was behoorlijk vroeg, maar de ruimte voor het stadion oogde ongewoon leeg en bij de kassa’s stond een bescheiden rij; er waren duidelijk nog kaartjes te koop.

Ook binnen, met de wedstrijd op het punt van beginnen, vertoonden de opengestelde tribunes veel lege plekken. Het zal gewenning zijn geweest, mensen die hun weg nog moesten vinden, of de controles bij de ingang, want na een kwartiertje zat het alsnog vol. De laatkomers hadden wel mooi die mars gemist! Aardig detail daarbij nog: iedereen van de harde kern achter het doel droeg tijdens die mooie uitvoering een keurig, blauw jack. Pas nadat ze uitgezongen waren, kwamen de sjaaltjes en vlaggen tevoorschijn.

Maar goed, we speelden vandaag tegen Terek Grozny. Er moest gewonnen worden om nog een heel, heel klein beetje zicht te houden op de landstitel. Buiten, op de lange Vriendschap der Stedenlaan richting het nieuwe stadion, leek niemand daar echt mee bezig. Nee, het was dat stadion, dáár ging het om vandaag. Eindelijk, eindelijk was het dan klaar. Werden er ooit bij de bouw van een voetbaltempel zo veel obstakels overwonnen? Moest de begroting ooit zo vaak worden bijgesteld en de oplevering van zo’n bouwwerk zo vaak uitgesteld?  

Stadion Sint-Petersburg (zo heet het voorlopig, mogelijk wordt het uiteindelijk vernoemd naar FC Zenit of Gazprom) groeide de afgelopen jaren uit tot één van de symbolen van Russische corruptie. Nog onlangs stuurde politieke activist Aleksej Navalny een venijnig filmpje de wereld in, waarin hij het bouwwerk - niet ten onrechte - omschreef als een bodemloze bron van corruptie. En dan te bedenken - zo voegde hij eraan toe - dat het dak lekt en de constructie om het veld het stadion uit te rollen niet functioneert: 


Of het dak lekte, kon ik niet controleren, want het stond wagenwijd open. Maar dat van die grasmat is onzin. De uitrolconstructie is niet defect, nee, op de plek buiten waar de grasmat naartoe gerold moet worden, wordt een perscentrum gebouwd voor het toernooi om de Confederations Cup van komende zomer. Dat twee verdiepingen tellende perscentrum blijft daar staan voor het WK van 2018, dan wordt het afgebroken en daarna pas kan het gras het stadion worden uitgerold. Dat is geen overbodige luxe, want het veld zag er nu bar slecht uit. De grasmeesters van FC Zenit hebben een prima reputatie, maar het zal nog een hele klus worden om de boel voor aanvang van de Confederations Cup op orde te krijgen. Rusland opent het toernooi op 17 juni met een wedstrijd in Stadion Sint-Petersburg tegen Nieuw-Zeeland. 


Nog een waarschuwing voor wie het stadion gaat bezoeken: met een rugzak kom je niet naar binnen. Ik werd tegengehouden door een vriendelijke mevrouw bij de ingang. Ze verwees me naar twee keten, driehonderd meter terug, waar je te grote tassen in bewaring kon geven. De ene keet was voor Zenit-supporters, de andere voor die van de tegenstander. Ik koos voor de tweede, want die was het dichtstbij en ik vermoedde dat de rij daar na afloop een stuk korter zou zijn. Ik mocht er mijn rugzak achterlaten. Terug bij de ingang zei ik tegen de mevrouw dat ik bij de keet voor de tegenstanders was geweest en dat ik nu dus officieel supporter was van Terek Grozny was. “Aai, aai, aai!”, zei ze geschrokken, en ze liet me vriendelijk door.     

--------------

We verloren met 1-0, wat ongetwijfeld tot vreugde leidde in Moskou. Want daarmee was dat Spartak daar kampioen. 

Agustín Gómez, de Baskische voetballer die de Russische beker won, door Franco werd gemarteld en in Moskou werd begraven

---------------------

Tweede van links: Agustín Gómez in het shirt van Torpedo Moskou

Agustín Gómez (Августин Гомес), Bask van geboorte, won met Torpedo Moskou twee keer de Russische voetbalbeker en werd geselecteerd voor het nationale elftal van de Sovjetunie. Als Sovjet-agent was hij actief in Spanje en Zuid-Amerika. Hij werd gemarteld in een Spaanse gevangenis en vond zijn laatste rustplaats vlak bij die van Aleksandr Solzjenitsyn.

In 1937 en 1938, tijdens de Spaanse Burgeroorlog, werden duizenden kinderen geëvacueerd naar veiliger oorden. Zo’n drieduizend van hen belandden in de Sovjetunie. Onder hen de 15-jarige Agustín Gómez Pagola, een veelbelovend voetbaltalent, dat het al geschopt had tot een Baskische jeugdselectie.

Spaanse kinderen arriveren in Leningrad

Gómez (Rentería, 1922 – Moskou, 1975) belandt via Odessa in Moskou. Aanvankelijk blijft het voetbal voor hem beperkt tot wedstrijdjes tussen Spaanse vluchtelingenteams, maar wanneer  hij tijdens de Tweede Wereldoorlog in dienst treedt bij Vliegtuigfabriek nummer 30, wordt het al snel serieuzer. Hij gaat spelen voor het fabrieksteam Krylja Sovetov (niet te verwarren met het veel bekendere Krylja Sovetov uit Samara). Daar krijgt hij in 1946 als teamgenoot Nikita Simonjan, die later naam zal maken bij Spartak Moskou. Simonjan herinnert zich in een interview: “Agustín ontfermde zich meteen over mij. Hij woonde al bijna tien jaar in de hoofdstad. Hij hield van Moskou en vaak zwierven we ’s avonds door de stad. Hij was een gentleman met een fijngevoelig verstand.”

Gómez speelt zich als verdediger in de kijker bij de grote clubs en stapt in 1947 over naar Torpedo Moskou. Hij is een van de leiders van het team dat in 1949 en 1952 de nationale beker wint. In dat laatste jaar krijgt de Bask, die inmiddels Sovjet-staatsburger is, de officiële graad Verdienstelijk sportmeester. Als enige speler van Torpedo wordt Gómez, inmiddels 30 jaar oud, geselecteerd voor het Sovjetelftal dat in 1952 meedoet aan de Olympische Spelen in Helsinki. Hij blijft er op de bank, tot een debuut in het Sovjet-shirt komt het niet. Hieronder beelden van de bekerfinale van 1952, die Torpedeo met 1-0 wint van Spartak Moskou.  


Gómez is dan al politiek actief binnen de Spaanse gemeenschap in Moskou, waar hij nauwe contacten onderhoudt met Dolores Ibárruri, de vooraanstaande Spaanse communiste die net als Gomez uit Spanje is gevlucht. In 1954 speelt Gomez geen enkele wedstrijd. Aangenomen wordt dat hij in dat jaar, in opdracht (of in elk geval met medeweten) van de Russische geheime dienst, ondergronds werk verricht in Spanje. Officieel mogen Spaanse vluchtelingen de Sovjetunie dan nog niet verlaten. Wanneer dat twee jaar later wel het geval is, keert Gómez met zijn vrouw en twee kinderen terug naar Spanje. Dat zijn banden met Moskou hecht blijven en zijn vertrek niet als definitief wordt gezien, blijkt uit het feit dat hij Verdienstelijk sportman blijft. Wie zich voorgoed elders vestigde, raakte die graad kwijt.

Gómez tekent een contract bij Atlético Madrid. Dat wordt geen succes en al snelt verhuist hij naar het Baskenland, waar hij jeugdtrainer wordt. Onder anderen heeft hij Miguel Ángel Alonso onder zijn hoede, de vader van de toekomstige Spaans international Xabi. Hij blijft actief in de communistische beweging en dat komt hem duur te staan. In 1961 wordt hij opgepakt en zwaar gemarteld. In Moskou worden manifestaties gehouden, onder meer op de fabriek waar hij ooit werkte. Het Spaanse Franco-regime, dat juist bezig is om de internationale relaties te verbeteren, zwicht onder de internationale druk: Gomez komt vrij.

Agustín Gómez in het shirt van Atlético Madrid

De eenvoudig toegangbare bronnen (archiefonderzoek valt buiten de marges van dit blog) hebben over de jaren die volgen weinig te melden. Gómez blijft gelieerd aan de communistische partij in Spanje, de CPE, maar zet, gestuurd door Moskou, zijn clandestiene activiteiten voort in Zuid-Amerika. Hij blijft trouw aan Moskou en spreekt in 1968 zijn steun uit voor de invasie van Tsjechoslowakije door troepen van het Warschaupact. Dat leidt tot een botsing met de partijtop van de CPE, die de invasie veroordeelt. Gómez wordt uit de partij gezet en richt met andere Sovjet-getrouwen een eigen partij op.

Gomez' graf in Moskou

Dat Gómez trouw blijft aan ‘zijn’ Moskou is gezien zijn levensloop niet verbazingwekkend. De bevrijding van zijn vaderland van het Franco-juk maakt hij net niet mee. Hij overlijdt op 16 november 1975 in een ziekenhuis in Moskou, vier dagen eerder dan Franco. Gómez wordt begraven op de begraafplaats van het Donskoj klooster, niet ver van het graf van één van de grootste tegenstanders van het Sovjetbewind, Aleksandr Solzjenitsyn.

Supporters van FC Zenit eren Sjostakovitsj en zingen nieuwe poëzie

-------------------

De supporters van FC Zenit als Kulturträger – ik schreef er al eens een stukje over. Die supporters mogen onze ploeg vanaf de tribunes graag toezingen in het Frans. Enkele weken geleden brachten ze een heus eerbetoon aan Dmitri Sjostakovitsj en afgelopen donderdag leverden ze – geïnspireerd door de actualiteit – weer eens een vers stukje poëzie af.

Eerst nog maar even dat eerbetoon aan FC Zenit-supporter (en componist) Sjostakovitsj, voorafgaand aan het duel met Spartak Moskou, begin vorige maand. Ze brengen voor u een fragment uit diens Zevende Symfonie:


En dan dat verse stukje poëzie. Het zit namelijk zo. Al een jaar of negen is er een nieuw stadion in aanbouw. Eindelijk leek dat ergens op te gaan lijken. Trots werd onlangs de supermoderne grasmat, die het stadion in- en uitgeschoven kan worden, ter goedkeuring voorgelegd aan inspecteurs van de FIFA. En wat gebeurt er? Die gasten keuren de boel af! Als je aan de ene kant op een neer springt, komt het gras aan de andere kant in beweging …

Het inspireerde onze supporters tot een gedicht dat afgelopen donderdag ten gehore werd gebracht tijdens het thuisduel met Dundalk FC. Behalve aan het nieuwe stadion en de FIFA worden ook enige woorden gewijd aan clubs waarvan wij de naam liever niet in de mond nemen – maar vooruit, het is in een gedicht, dan vinden we het goed.

 Er zit enig voetbalidioom tussen, zie daarvoor de toegevoegde uitleg. 

 

Снова стадион подорожал,
Weer werd het stadion duurder
И ФИФА бракует наше поле.
En de FIFA keurt ons veld af
Снова я над игАрем поржал.
Ik heb me weer doodgelachen om Igar

Терек-самый честный клуб в футболе.
Terek is onze eerlijkste voetbalclub
Снова мясо грезит о звезде,
Weer droomt vlees van een ster
Но сидеть им дальше без трофеев.
Maar die blijven verder zonder bekers zitten

Весь футбол пошёл наш по пи...
Heel ons voetbal is naar de kl…
Наш футбол как игарь акинфеев.
Ons voetbal is net als Igar Akinfejev

Igar is Igor Akinfejev, de doelman van CSKA Moskou. Die liet vorige week in het Champions League-duel met AS Monaco weer eens een bal door. Op zich niets bijzonders, maar u moet weten dat Igor nu al in 41 CL-duels op rij één bal of meer heeft doorgelaten - een record van heb ik jou daar. En telkens wanneer er aan die droeve reeks weer een doelpunt wordt toegevoegd, maken alle supporters in Rusland – behalve die van CSKA natuurlijk – zich daar vrolijk om. (Waarom Akinfejevs voornaam wordt geschreven als Igar, weet ik niet.)

Terek is Terek Grozny. De club wordt regelmatig verdacht van omkoping.

Vlees is de bijnaam van Spartak Moskou. Bij elke vijfde landstitel mag er weer een sterretje bij op het shirt. (In Nederland verdien je pas een ster bij een tiende landstitel.) 

 

Een middagje voetbal bij Tsjernomorets in Odessa: garnalen, stagediven en een clublied met een klein Hollands accentje.

-----------------

Een stadion aan de Zwarte Zee en een clublied met een mooi Nederlands woord erin. Mag ik u voorstellen: Tsjernomorets - voetbaltrots van Odessa. Tsjernomorets, waar garnalen worden verkocht en de supporters gezellig zooien achter het doel.

Eerst even die garnalen. Ze lagen vlak bij de kassa’s, in twee bakken, zo te zien rechtstreeks aangevoerd van de visafslag. Zeg maar: de Zwarte Zeevariant van de kroket en de koetjesreep die wij vroeger bij een voetbalwedstrijd kochten. Storm liep het trouwens niet bij de mevrouw die het zeebanket verkocht, wat ook gold voor de wedstrijd zelf. Terwijl wij toch speelden tegen Aleksandrija, een heuse zespuntenwedstrijd.


Ik zeg niet zo maar wij, want sinds een dag was ik supporter van Tsjernomorets. Ik had namelijk het clublied ontdekt en dat bevat - niet eens zo vreemd voor een club uit een Russischtalige havenstad - een mooi maritiem woord uit het Nederlands: rede. Dat woordje was ik een paar dagen eerder al tegengekomen toen ik de spelersbus had zien staan, met achterop deze regels:


Ik wist toen nog niet dat die regels uit het clublied kwamen, want dat duikelde ik pas daags daarna op via de site van Tsjernomorets. Hier de complete versie van het lied. Ik vertaal alleen even de regels op de bus, want pure poëzie is het verder allemaal niet, en ik ben hier met vakantie.

ГИМН КЛУБА
слова и музыка: Валентин Куба.

Горячее сердце — как факел надежды,
Ведет нас к победе всегда.
Рокочут трибуны, команды на месте,
Вот скоро начнется игра.

Зеленое поле — родное до боли,
Прожекторов мощных огни,
Взорвутся трибуны, начало откроет,
Свисток основного судьи.

Черноморское солнце, черноморское небо,
«Черноморец» — команда моя,
Только сила и разум, только воля к победе,
Только крепкое братство плеча.

Над нами кружат белокрылые чайки,
И Черное море у ног.
Родная Одесса — как ты величава,
Футбольных истоков урок.

Мы чтим ветеранов и наши победы,
Останутся в наших сердцах.
И где б не стояла команда на рейде,
Мы будем играть до конца.
En waar de club ook voor de rede ligt
Wij zullen spelen tot het einde.

------------------

Ik liep eens een rondje rond het mooie, moderne stadion (Zorja Loegansk speelt er zijn Europese ‘thuiswedstrijden’) en belandde midden in een feestelijke ceremonie. Op de erelaan richting de hoofdingang werden twee nieuwe sterren in het plaveisel onthuld, waarvan eentje voor een bejaarde verzorger. Ik vond dat een mooi gebaar. Het wachten was nog even op de spelers van het eerste, en toen die waren gearriveerd, werd de ceremonie geopend met, jawel, het clublied.

Oud-verzorger Vladimir Sokolov


Het duurde al met al vrij lang, en de selectie stond nogal verveeld toe te kijken. Het leek me geen ideale voorbereiding op die zespuntenwedstrijd, die over vijf kwartier zou beginnen. 

Pjotr Pereverza en Aleksej Goblenko

Of het daardoor kwam weet ik niet, maar de eerste helft was nogal een matte vertoning. Pas na de rust kwam er wat leven in de brouwerij, ook op de tribunes, die hooguit voor een vijfde gevuld waren. Links van me, achter het doel van Aleksandrija, gebeurde iets wat ik nog nooit bij een voetbalwedstrijd had gezien. De supporters daar splitsten zich in twee groepen, waarvan de ene zich naar het vak ter linkerzijde van het doel begaf en de andere naar het vak ter rechterzijde. Even stonden de twee groepen stil, waarna de supporters op elkaar afrenden, tussen de rijen stoeltjes door, en zich in het midden van het vak achter het doel vrolijk op elkaar stortten - een gemoedelijk stoeien, wat in kringen van corpsstudenten zooien heet, als ik het goed heb. Er waren er zelfs die zich van een hogergelegen rij boven op de kluwen jongelui wierpen. Stagediven, maar dan voor supporters.

Mijn sympathie voor Tsjernomorets (bijnaam: de Zeelui) groeide met de minuut, en toen we ook nog op voorsprong kwamen (Gitsjenko, 57./e.d.) en Aleksandrija verder kundig van scoren werd afgehouden, was mijn middag helemaal goed.

Wij gaan naar het EK en nemen mee: een duidelijke boodschap.

------------------------

vsem pizdets EURO 2016

Hier klopt iets niet – los nog van het feit dat de ouders van dat jochie links niet helemaal sporen.

Dan ga je naar een voetbalwedstrijd van jouw nationale elftal in Frankrijk en je trekt je zoon  een T-shirt aan. Met opschrift. In Latijnse letters. Dan kunnen ze het daar lezen. Vsem pizdets! Lachen, man!

Vsem pizdets jullie daar, in het Westen. Wij hebben lekker говно aan jullie. Met je MH17 en je санкции. En nou opzouten, wij gaan lekker voetbal kijken.

Всем пиздец – dan vertaal ík het maar even: Jullie gaan allemaal naar de kloten.

Wat taalkundig dan wel weer interessant is, want ‘jullie’ staat er helemaal niet. Je zou ook kunnen vertalen: iedereen naar de kloten. Of: wij gaan allemaal naar de kloten. Maar omdat deze boodschap gezien de keuze van het alfabet duidelijk aan een andere partij is gericht, en niet aan ‘wij’, dringt de variant met ‘jullie’ zich nadrukkelijk aan ons op. Helemaal natuurlijk met die tank erbij. De nieuwe T-14 Armata – maar dat terzijde.

Op internet werd gesuggereerd dat zo’n T-shirtje uitsluitend voor de Russen is bedoeld. Als een soort grapje onder elkaar. Dat de ouders het wel uit hun hoofd laten om hun zoontje een T-shirt met een vergelijkbare boodschap in het Engels, Frans of Duits aan te trekken. Dat de supporters van die landen – zeker de Engelse – dan weleens even heel snel een preventieve aanval zouden kunnen uitvoeren.

Zou kunnen. Maar dat veronderstelt nog enige intelligentie bij die ouders. Ik weet het niet.

Overigens beoordeel ik een land niet aan de hand van zijn voetbalsupporters. Behalve Wales. Dat volkslied gehoord, eergisteren?