religie

Tien minuutjes propaganda uit 1961. Een volle rechtszaal lacht de gelovigen uit. Vakwerk.

(Eerste publicatie: 10-6-2013)

We zien zonnige straatbeelden en er klinkt een vrolijke mars. “Er zit weer een werkdag op voor de inwoners van Saratov”, zegt de commentaarstem. “Prachtig is het leven! Maar ook dat leven heeft vijanden. Laten we een kijkje nemen aan de rand van de stad en op de avond wachten”…  De vrolijke mars maakt plaats voor onheilspellende pianoklanken …

Het is een reportage van zo’n tien minuten, uit 1961. Dergelijke filmpjes werden vertoond in de bioscopen, voordat de hoofdfilm begon. Ooit zat ik – begin jaren tachtig – in zo’n bioscoop in Voronezj. De zaal zat vol, Solaris van Tarkovski stond op het programma. Maar eerst kwam er zo’n filmpje. Ik herinner me twee onderwerpen: Amerikaanse soldaten die ergens iets vreselijks deden (bozig gemompel om me heen) en een item over een nieuwe manier van aardappels telen, dat werd afgesloten met beelden van een overdadig gevulde Sovjet-groentewinkel (zacht, maar zeer schamper gelach in heel de zaal).

Bovenstaand, uiterst onaangenaam filmpje is een sprekend voorbeeld van de propaganda die over de Sovjet-burgers werd uitgestrooid. Vakwerk, als je het mij vraagt. Leden van de Pinksterbeweging staan terecht en worden ten overstaan van een volle, lachende rechtszaal uitgemaakt voor morele misbaksels, die alles haten wat het leven in de USSR zo prachtig maakt.

De Pinksterbeweging zat in de Sovjetunie zwaar in de verdrukking. Na de Tweede Wereldoorlog werd een nationale raad opgericht waarbij baptisten en pinkstergemeenten zich konden aansluiten, maar veel pinkstergemeenten wilden niets met dat staatsorgaan te maken hebben. Zij gingen, of bleven, ondergronds en werden – zie het filmpje – stevig aangepakt.

 Nikolaj Jegorov

Nikolaj Jegorov

De hoofdrol in het proces is voor Nikolaj Jegorov, voorman van de gemeente in Saratov. Hij was het jaar daarvoor al veroordeeld tot een jaar dwangarbeid en vijf jaar verbanning. Begin 1961 keerde hij clandestien terug naar Saratov voor een begrafenis, nam weer deel aan een kerkdienst en werd gearresteerd. Het daaropvolgende proces is te zien op het filmpje. Om zijn rustige weerwoord (“Ik ben God gaan liefhebben en Hem gaan dienen”) maakt de overvolle zaal zich erg vrolijk, al lijkt de lach mij er achteraf ingemonteerd. De buurvrouw komt aan het woord (de kerkdiensten waren doorgaans aan huis), een oud-lid van de ‘sekte’ vertelt over de praktijken en belicht wordt hoe een lid van de gemeente van doktersbezoek werd afgehouden en overleed.

De aangeklaagden worden schuldig bevonden aan het “leiding geven aan een sekte die onverdraagzame religie propageert die de gezondheid van burgers schade toebrengt”. Jegorov wordt veroordeeld tot vier jaar cel, tweeëneenhalf jaar kamp en vijf jaar verbanning naar het hoge noorden.

Na zijn vrijlating woont Jegorov in Letland, dan nog een Sovjet-republiek. Over zijn leven in die jaren is mij weinig bekend. Hij blijft actief in de Pinksterbeweging, maar wordt niet meer gearresteerd. In mei 1992 wordt hij gerehabiliteerd. Hij overlijdt op 19 maart 2013. 

(Beelden van de begrafenisdienst, de begrafenis en de maaltijd erna vindt u hier. Volle tafels, geen drank.) 

Klokgelui van de Isaakievski kathedraal: nieuw op het korte lijstje van Petersburgse tradities

(Eerste publicatie: 12-4-2013)

De Isaakievski kathedraal in Sint-Petersburg heeft zijn grote klok terug. Maar eerst iets over de Petrus- en Paulusvesting, aan de overzijde van de Neva.

Peter en Paul vesting kanon kanonschot Sint-Petersburg

Elk dag om klokslag 12.00 uur klinkt er vanaf die vesting een kanonschot. Men neemt dat zeer serieus. Het dagelijkse schot (gaat u niet te dichtbij staan, het is een behoorlijke knal) staat in het wetboek van de stad vermeld onder artikel 8: “Petersburgse tradities”.  Sterker nog, het staat er op de eerste plaats:

1. In Sint-Petersburg worden historische en culturele tradities bewaard en ondersteund.

1.1. Een Petersburgse traditie is het schot om twaalf uur ‘s middags uit een signaalkanon (сигнальное оружие) vanaf het Narysjkin bastion van de Petrus- en Paulusvesting.

Wat staat er verder nog op die lijst? Dat valt een beetje tegen. Er is geen 1.2 of 1.3, het gaat meteen verder met de punten 2, 3 en 4. Daar staat, kort samengevat, dat in Sint-Petersburg de herinnering aan slachtoffers van revolutie en oorlog in ere wordt gehouden, dat alle nationaliteiten gelijk zijn, dat er vrijheid van geweten is, dat het culturele erfgoed wordt beschermd en dat wrede omgang met dieren niet is toegestaan.    

Maar er is goed nieuws, er komt een punt bij. Waarmee we terugzijn bij de grote klok van de Isaakievski kathedraal. Die werd onder de communisten samen met alle tien kleinere klokken verwijderd en omgesmolten. Het is de bedoeling dat ze alle elf, uiteraard opnieuw gegoten, weer terug worden gehangen, en met de grootste is dat in december gebeurd.

In de Isaakievski kathedraal worden diensten gehouden, maar het gebouw is nog een museum. De directeur leek het een goed idee om ook de nieuwe klok, net als het kanon aan de overkant, dagelijks om twaalf uur te laten klinken. Zo ver is het nog niet, maar het stadsbestuur ging alvast een stapje verder en besloot het toekomstige gebeier ook meteen maar tot officiële traditie te uit te roepen. Helemaal zonder slag of stoot ging dat niet. Tegenstanders vonden het onzinnig om een traditie per decreet in te stellen, de voorstanders beschuldigden de tegenstanders ervan dat ze tegen de wedergeboorte van Rusland waren. Een ruime meerderheid bleek uiteindelijk voor, zodat het klokgelui vermoedelijk spoedig in het lokale wetboek vermeld zal staan bij artikel 1.2, meteen onder het kanonschot van de Petrus- en Paulusvesting.

Nog niet besloten is of er een echte klokkenluider gaat komen of dat er elektrisch wordt geluid. En, vraag ik mij af, wordt de klepel (jazyk/tong in het Russisch) exact om 12.00 uur in beweging gebracht, zodat bij pas na twaalven gaat klinken? Of wordt er eerder begonnen, zodat ‘ie precies vanaf twaalf uur klinkt?

En waar kunt u in de toekomst om 12.00 uur het beste gaan staan? Er zijn meerdere opties, ik zou kiezen voor de sfinxen bij de Kunstacademie, aan de overkant. Daar klinkt het kanon omfloerst en komt het klokgelui mooi van over het water.

sfinx Kunstacademie Neva Sint-Petersburg

Christus-Verlosserkerk in Moskou. Of... Is Google Maps de weg kwijt?

(Eerste publicatie: 25-4-2011)

Vladimir Kirejev - Spiegel

Een opvallende bezoeker... Ik denk dat hij even komt controleren hoe het nu zit. Of ze daar bij Google Maps echt de weg kwijt zijn, of dat er inderdaad groot (en vervelend) nieuws te melden is…

Tik bij Google Maps in: Christus-Verlosserkerk of Храм Христа Спасителя. En wat zie je – even inzoemen – verschijnen? Zowel op de kaart als op het satellietbeeld? Het Paleis der Sovjets. Althans, dat is de naam die Google Maps geeft aan de Moskouse Christus-Verlosserkerk. Dat is een beetje wrang.


De originele Christus-Verlosserkerk werd in 1931 opgeblazen. Ze moest plaatsmaken voor een megalomaan gebouw: het Paleis der Sovjets. De bouw daarvan wilde niet vlotten en uiteindelijk kwam er op die plek een openluchtzwembad. Na het vertrek van de goddeloze communisten werd het zwembad gedempt en de Christus-Verlosserkerk herbouwd. 

Kennelijk hebben ze bij Google Maps een oude, optimistische Sovjet-plattegrond gebruikt, waarop het Paleis der Sovjets al stond ingetekend. Raar is dan wel, dat het metro-station tegenover de kerk wél de goede naam heeft gekregen: Kropotkinskaja. Terwijl dat station tot ver in de jaren vijftig Paleis der Sovjets heette… 

Mozaïek van Frolov: in kerk, metro en mausoleum

(Eerste publicatie: 15-9-2010)

De keus was: naar huis met de metro of naar het museum van Alexander Poesjkin. Het werd een bezoekje aan de Kerk van de Verlosser op het Bloed, waar ik toevallig net langsliep. De kerk (Russen noemen haar Verlosser op het Bloed) is gebouwd op de plaats waar tsaar Alexander II op 1 maart 1881 bij een aanslag dodelijk gewond raakte. Het is één van de bekendste gebouwen van Sint-Petersburg, maar ik was er nog nooit binnen geweest.

 

Tussen drommen toeristen, allen met het hoofd omhoog, schuifelde ik wat rond. Het duurde twee minuten voor het tot me doordrong: dat zijn geen muurschilderingen, helemaal tot bovenin de koepel, maar mozaïeken. Meteen viel het kwartje: Vladimir Frolov! De bijbelse taferelen en heiligen kwamen uit zijn werkplaats. Ruim veertig jaar later tekende diezelfde Frolov voor de gewijde taferelen die in het Moskouse metrostation Majakovskaja en Novokoeznetskaja de communistische heilstaat verbeelden:

Ik ging op zoek naar de initialen van Frolov, vond zes lettercombinaties, maar geen enkele leek op ВФ (VF). Ik begon te twijfelen, wees een suppoost op de letters en vroeg hoe dat nou zat met die Frolov. Waarmee ik ook meteen mijn onkunde blootlegde op het gebied van de mozaïekkunst. De initialen waren van de makers van de tekeningen, Frolov voerde zo’n tekening vervolgens uit in mozaïek. Ik liep de kerk nog eens helemaal door en zag nu bij de ingang de ‘ondertekening’ van het atelier.

Frolov en zijn mannen werkten negen jaar aan de mozaïeken. Had ik op mijn weblog niet ergens een filmpje staan over het atelier? Thuis zocht ik het op. Het adres: Bolsjoj prospekt V.O. 64/5. Bijna bij mij op de hoek! Ik nam er een kijkje, al wist ik uit het filmpje al dat er weinig meer te zien was: een paar verbleekte werkjes die ooit dienst deden als een soort uithangbord.

Het atelier werd in 1918 al gesloten. Frolov werkte verder in het atelier van de Kunstacadamie (ook bij mij in de buurt). In 1929 werd hij ook nog eens zijn huis uitgezet, dat op hetzelfde adres zat als zijn atelier. Ondertussen wisten de machthebbers hem nog wel te vinden voor nieuwe opdrachten. De rode vaandels in het Leninmausoleum zijn van Frolov en dus ook die mozaïeken in de Moskouse metro. Frolov, geboren in 1874, overleed in 1942 tijdens het beleg van Leningrad. Her en der in de stad is nog werk van hem te zien, onder meer op de vermaarde apotheek van Pehl aan de 7de Linija (het houdt niet op: ook bij mij in de buurt). Dat gebouw is een apart verhaal waard, maar daar kom ik voorlopig niet aan toe. Mijn verblijf in Sint-Petersburg loopt ten einde.

Zjanna Bitsjevskaja met Pasen - Gospodi, pomiloej!

Geloof me, het is toeval dat ik juist nu met Pasen Zjanna Bitsjevskaja (Жанна Бичевская) weer eens tegenkom. Bitsjevskaja, weggezakt in een eng soort religieus-xenofobisch nationalisme. Maar voor haar CD Ljoebo, brattsy, ljoebo… (Любо, братцы, любо...) verdient ze een standbeeld. Het nummer Gospodi, pomiloej! (Господи, помилуй!) komt van de CD Zjanna Bitsjevskaja pojot pesni Jeromonacha Romana (Жанна Бичевская поёт песни Иеромонаха Романа). (Is het ouderwets om te zeggen dat iets van een CD komt? Komt niet alles tegenwoordig gewoon van internet?)

Status Quo, Bolland en Bolland en de Russisch-Orthodoxe kerk

(Eerste publicatie: 29-9-2009)

De Russisch-Orthodoxe kerk lijkt mij geen vrolijke club, maar misschien moet ik dat beeld een beetje bijstellen.

Op onderstaand filmpje zijn studenten (oud-studenten?) te zien van het seminarie van Belgorod in Zuid-Rusland, niet ver van de Oekraïense grens. Ze zingen over hun studietijd, zoals dat gaat op een reünie of afstudeerfeest. Verrassend is de muziekkeus: You’re in the army now van Status Quo, geschreven door Rob en Ferdi Bolland. De priesters hebben ervan gemaakt: Ty v seminarii now (Je zit op het seminarie now):

Ik vertaal één coupletje:

De natuur bloeit, lokt je met de lente
Maar de discipline is stevig als een muur
Je zit op het seminarie now

Hier ook maar even de originele versie. Enig verschil is er toch wel, tussen een groepje vrolijke priesters en een ronkende Engelse rockband:

 

Wat me nu trouwens opvalt: … veel van die priesters hebben hun haar in een staartje, net als Quo-zanger Francis Rossi! Dat Rossi iets heeft met de Russisch-Orthodoxe kerk lijkt mij niet erg waarschijnlijk. Zou het dan misschien omgekeerd zijn? Dat die priesters zulke grote fans van Status Quo zijn dat ze hun haar… Als dat zo is, moet ik mijn beeld van die kerk helemáál bijstellen.

President Eduard Limonov over de rol van Siberië en Oudgelovigen met heimwee

(Eerste publicatie: 24-3-2009)

Je komt soms twee berichten tegen die eigenlijk niets met elkaar te maken hebben, maar die elkaar toch op verrassende wijze aanvullen.

m606441.jpg

Eerst over Eduard Limonov, de eigenzinnige leider van de Nationaal Bolsjewistische Partij die zich kandidaat heeft gesteld voor de presidentsverkiezingen van 2012. Die kandidatuur zal wel niet worden geaccepteerd, maar voor de volledigheid heeft Limonov zijn programma als toekomstig president alvast maar bekendgemaakt.

Het is een mengeling van goede ideeën (milder strafrecht, afschaffing dienstplicht, volledige mediavrijheid) en minder goede, althans minder reële. “Ik verplaats de hoofdstad naar Zuid-Siberië”, belooft Limonov. Daardoor wordt de ontwikkeling van Siberië bevorderd en de invloed van China in de regio teruggedrongen, schrijft hij. Gevangenen in het gebied zullen na hun straf “actief worden gebruikt” om nederzettingen langs de Chinese grens te stichten. En geen Olympische Winterspelen in Sotsji, maar in de Siberische bergen, bijvoorbeeld in Chakasia.

Ik vind dat een boeiend fenomeen, die wel vaker verkondigde gedachte dat de toekomst van Rusland in Siberië ligt. Limonov noemt Zuid-Siberië zelfs het hart van Rusland. Veilig achter de Oeral, ver weg (en dat is geen toeval) van het verdorven Westen.

Wordt Limonov president, dan krijgt iedereen met Rusissche ouders meteen het Russische staatsburgerschap, onder voorwaarde dat hij of zij zich vestigt in Rusland. En daar komt het tweede bericht om de hoek kijken, dat ik aantrof in de New York Times.

In de jaren twintig vluchtte een aantal Oudgelovigen naar Uruguay. De NYT schrijft over nakomelingen die nu zijn teruggekeerd naar het land van hun voorouders. In Uruguay hebben zij hun tradities bewaard, Russisch is hun eerste taal gebleven. Ze maken gebruik van een overheidsprogramma dat remigratie moet bevorderen. De eerste Oudgelovigen uit Uruguay hebben zich, als een soort verkenners, gevestigd in de regio Vladivostok. De dorpsgenoten in Uruguay zijn klaar voor vertrek.

Een icoon met Stalin en de overste van de Heilige Olga-kerk

(Eerste publicatie: 4-12-2008)

Vader Jevstafij, overste van de Heilige Olga-kerk in Strelnja, onder de rook van Sint-Petersburg, krijgt straf.

Eigenmachtig heeft overste Jevstafij een icoon laten maken met daarop Josef Stalin. Voor eigen gebruik is dat misschien nog tot daaraan toe, maar de overste hing de icoon ook nog eens op in zijn kerk.

Ik had die icoon graag daar aan de muur gezien. En dan ook hoe de gelovigen zich voorover bogen om de icoon te kussen. In een tv-reportgae was hij wel te zien, maar al weggeborgen in de kelder. Vader Jevstafij heeft hem inmiddels mee naar huis genomen. Veel kwaad ziet hij niet in de icoon. Stalin heeft geen nimbus, is dus niet afgebeeld als heilige, en de leider van het wereldproletariaat was tenslotte een gelovig iemand.

1224935224_2008-10-25_144417.jpg

Met dat laatste standpunt behoort Vader Jevstafij tot een minderheid, al is het aantal Russen dat het met hem eens is, ongetwijfeld behoorlijk groot. Lokale communisten hebben zich in elk geval al tot de kerk gewend met het verzoek om Stalin heilig te verklaren. Afbeelden op een icoon zou dan een stuk makkelijker worden.

Vader Jevstafij zit inmiddels thuis. Ziek, zegt zijn familie. Een zegsman van het bisdom verklaarde dat de overste uit zijn functie wordt ontheven. Hij mag aan zijn kerk verbonden blijven, maar slechts in de hoedanigheid van tweede priester.