sint-petersburg

Hoe het eiland Valaam plots een dumpplaats werd voor Russische oorlogsinvaliden - 1

(Eerste publicatie: 16-10-2013)

invaliden Valaam Tweede Wereldoorlog Rusland
eiland Valaam kerk Rusland invaliden

Ze circuleren al jaren op internet, de tekeningen van Gennadi Dobrov. Hij maakte ze in de jaren zeventig op het eiland Valaam in het Ladogameer, in een tehuis voor oorlogsinvaliden. En telkens wanneer de aangrijpende tekeningen onder de aandacht worden gebracht, laait de discussie weer op. Wat was dat precies voor tehuis? Hoe waren de omstandigheden? En waarom waren die invaliden daar beland?

De eerste twee vragen zijn vrij eenvoudig te beantwoorden, de derde is lastiger.

invaliden gedumpt dumpplaats Valaam Rusland Leningrad

In 2001 was ik enkele dagen op Valaam, zonder speciaal doel. Ik had weleens iets gelezen over het eiland als dumpplaats voor invaliden, maar het fijne wist ik er niet van. Mannen zonder armen en benen, die bij mooi weer in een mandje aan een boomtak werden gehangen, dat beeld was me bijgebleven. Had ik me iets beter voorbereid, dan was ik ongetwijfeld op zoek gegaan naar het kerkhof, waar veel van de invaliden begraven liggen. Erg vrolijk zou ik daar niet zijn geworden. Inmiddels is er een monument opgericht, maar toen stonden er wat houten kruizen met namen erop, te midden van verder naamloze, verwaarloosde graven.

Gennadi Dobrov (1937-2011)

Gennadi Dobrov (1937-2011)

Op het geïsoleerd gelegen Valaam (in het Ladoga meer, op 22 km van het vasteland) was een klooster gevestigd, dat in 1944 door de communisten werd ingepikt. In de bouwvallige onderkomens werden in juni 1950 plots zo’n 750 oorlogsinvaliden ondergebracht, aangevoerd uit andere tehuizen in de provincie Karelië, die werden gesloten.

De omstandigheden waarin de invaliden terechtkwamen, waren verschrikkelijk, zo blijkt uit  documenten uit die tijd. Een controlecommissie, die Valaam eind juli 1950 bezocht, constateerde dat de gebouwen niet in orde waren gebracht voor de winter, dat er geen wasgelegenheid was, geen normale medische zorg, geen kantine en een tekort aan bedden en lakens. Niet echt een fraai onderkomen voor de veelal jonge mannen, die hun ledematen hadden verloren in de strijd voor het vaderland. 

Gaandeweg werden de omstandigheden beter, maar van de verhalen uit de jaren zeventig, de periode waaruit de hier getoonde tekeningen dateren, wordt je nog altijd niet vrolijk. Bezoek van buitenstaanders werd niet aangemoedigd, maar enkele artiesten – onder wie Dobrov -  slaagden er toch in om inwoners van het tehuis vast te leggen. In de documentaire hieronder vertellen zij wat ze aantroffen: vergeten invaliden, beter verzorgd dan in de begintijd, maar nog altijd levend in kommervolle omstandigheden. Een van de artiesten, Joeri Krjakvin, vertelt (vanaf 11.50) hoe de ratten er rondliepen, azend op het brood van blinde bewoners.


In de documentaire wordt met stelligheid beweerd dat oorlogsinvaliden in 1953 overal van de straten werden geplukt en naar Valaam en andere tehuizen werden afgevoerd. Maar is dat ook zo?

kerk klooster eiland Valaam Rusland kerk invaliden

Hier deel 2 en deel 3.

Waar komt die homohaat in Rusland toch vandaan? Het dappere gevecht van Kirill Kaloegin op het paleisplein in Sint-Petersburg.

(Eerste publicatie: 4-8-2013)

Je moet maar durven. In al je kwetsbaarheid met zo’n vlag op 2 augustus op het Paleisplein in Sint-Petersburg gaan staan. 2 augustus is niet zo maar een datum. Dan is het in Rusland Den Desantnikov, de Dag van de Luchtlandingstroepen, waarop uiterst vervelende types, die erg trots zijn op Rusland en zichzelf, letterlijk de straten onveilig maken.

LGTB homohaat Rusland anti-homowet Sint-Petersburg

De broze jongeman heet Kirill Kaloegin. Op zijn vlag staat: DIT IS PROPAGANDA VOOR TOLERANTIE, een verwijzing naar de onlangs aangenomen wet die ‘propaganda’ voor homofilie verbiedt. De oproep tot tolerantie was niet aan de luchtlandingstroepen besteed.

homo's gelijke rechten Rusland Sint-Petersburg

(Voor meer foto’s en een filmpje klikt u hier.)

Kirill had zo te zien voor media-aandacht gezorgd. Heel verstandig. Hij wordt ontzet (en afgevoerd) door de politie, die hulp krijgt van de oproerpolitie, aanwezig in het centrum vanwege die ongure troepen. Waren er geen journalisten aanwezig geweest, dan weet ik nog zo net niet of de politie ook zo snel had ingegrepen.  

Wat is de achtergrond van de homohaat die in Rusland de kop heeft opgestoken? De abjecte machocultuur die de paratroepen vertegenwoordigen, is maar een klein deel van het verhaal.

Nadat homofilie in 1993 uit het Wetboek van Strafrecht was geschrapt, was het jarenlang nauwelijks een issue. Er kwamen gay-clubs en homo’s werden wat zichtbaarder, al bleef de mate van acceptatie uiterst bescheiden. Mirjam Elder, tot voor kort Rusland-correspondent van The Guardian, vertelt in een helder artikel waarom het volgens haar dan toch weer zo erg mis aan het gaan is.

Rusland, in de persoon van president Poetin, is op zoek naar een ideologie, schrijft Elder. Geschrokken van de toenemende onvrede over zijn beleid (denk aan de goed opgeleide middenklasse die de straat op is gegaan), probeert hij het fundament onder zijn regime van nieuwe stenen te voorzien. Die nieuwe stenen hebben voor een belangrijk deel een negatieve lading: er wordt nadrukkelijk gewezen op wat Rusland niet is: het Westen, decadent, losbandig en wegzinkend in zedeloosheid, daar staan wij ver boven, zoiets moeten wij in Rusland niet hebben. De machthebbers weten zich daarbij gesteund door de Russisch-Orthodoxe kerk. De homobeweging, net een beetje zichtbaar aan het worden, is vervolgens een voor de hand liggend doelwit.

Elders verklaring lijkt mij te kloppen, maar de wortels van de homohaat in Rusland gaan dieper.

Russen mogen graag klagen dat wij in het Westen Rusland niet begrijpen. Daarmee hebben ze een punt, maar omgekeerd is het onbegrip minstens zo groot. De gemiddelde Rus heeft geen idee van de manier waarop een Westerse samenleving functioneert. Wat zij van een afstand menen te zien is вседозволенность (vsjodozvolennost), wat zoveel betekent als: ongeremde vrijheid, waarbij ieder individu zijn eigen gang maar gaat zonder zich te bekommeren om de gevolgen voor medemens en maatschappij. Daarbij zien de Russen over het hoofd dat de individuele vrijheid hier zeker niet ongeremd is. Die vrijheid gaat gekoppeld aan een gevoel van verantwoordelijkheid. Tegenover rechten staan plichten, tegenover de individuele vrijheid staat een zeker gevoel van solidariteit.

Die koppeling (vrijheid-verantwoordelijkheid) is niet inherent aan de Russische samenleving. Dat maakt dat individuele vrijheid in de Russische belevingswereld al heel snel gelijkstaat aan vsjodozvolennost. En vsjodzovolennost, ongebreidelde vrijheid dus, is voor Russen een beangstigend fenomeen. Ongeremde vrijheid van het individu leidt in hun beleving – en daar zouden ze best eens gelijk in kunnen hebben - linea recta richting chaos. En daarmee zijn we aangekomen bij het sleutelbegrip voor wie iets van Rusland wil begrijpen: chaos. Of beter gezegd: de angst voor chaos. Wie de Russische geschiedenis een beetje kent, kan zich die angst goed voorstellen.

Die chaos moet buiten de deur blijven en het zuivere Rusland moet worden beschermd tegen de bedorven invloeden uit het vijandige Westen. Dat gecombineerde beeld raakt bij veel Russen een gevoelige snaar. De homo’s worden daarbij gezien als een zedenloze, vooruitgeschoven post van het Westen met z’n gevaarlijke vsjodozvolennost. Dat is het beeld waartegen de homobeweging in Rusland moet opboksen. Als dat beeld en die stemming van hogerhand worden aangemoedigd door uiterst intolerante uitspraken van volksvertegenwoordigers en achterlijke nieuwe wetten, dan heb je een tegenstander waar nauwelijks tegen te vechten valt.

Pet af en een diepe buiging voor Kirill Kaloegin, die in zijn eentje op het Paleisplein in Sint-Petersburg dat gevecht toch is aangegaan. Hij voerde zijn actie uit voor de deuren van de Hermitage. Een dag later vond in Amsterdam de Gay Pride plaats. Van het Amsterdamse filiaal van de Hermitage wapperde de regenboogvlag.

Het dramatische lot van wereldkampioene Inga Artamonova (1936-1966), de populairste schaatsster van de USSR.

(Eerste publicatie: 23-5-2013)

Inga Artamonova schaatsen moord vermoord Rusland

Op het ijs was ze de gratie zelve, volle stadions waren haar podium, met een glimlach reeg ze wereldtitels aaneen. Geen schaatsster in de Sovjetunie sprak zo tot de verbeelding als Inga Artamonova. In 1966 werd ze, nog geen dertig jaar oud, in Moskou vermoord.

Kijkt u om te beginnen even naar Artamonova op skeelers, op het tweede filmpje hieronder Vanaf 18.45 rijdt ze weg, in kleur, op een paadje bij het Moskouse Loezjniki stadion. En kijk op het eerste filmpje (vanaf 13.34) hoe oud-ploeggenote Nadezjda Titova nog altijd in vervoering raakt van Artamonova’s stijl. “Ze reed heel mooi. Het was een buitengewoon schouwspel. Ze had zo’n slag, met van die lange benen! Hoe ze afzette! Gewoon zo bijzonder!” 

Inga Artamonova mag een geboren schaatstalent zijn geweest, haar eerste liefde was roeien. Ze behaalde titels bij de jeugd, maar schakelde op zeventienjarige leeftijd over op schaatsen. Trainers zagen niets in haar, ze vonden haar al te oud en in haar lengte zag men indertijd een handicap. Met hulp van haar roeitrainer Pavel Sanin weet ze zich toch in te schrijven voor wedstrijden. Anderhalf jaar later debuteert ze op de nationale kampioenschappen, een jaar later, in 1956, wint ze goud, weer een jaar later wordt ze in het Finse Imatra wereldkampioene. Ze is dan twintig jaar.

Inga Artamonova

In het eerste filmpje vertelt Artamonova (vanaf 16.16) dat ze hard aan het trainen is voor het volgende WK in het Zweedse Kristinehamn. Ze wordt er opnieuw wereldkampioene, maar uiteindelijk wordt die reis naar Zweden haar, indirect, fataal. Ze wordt verliefd op een Zweedse zakenman, die aandringt op een huwelijk. Uiteraard blijft dat niet onopgemerkt bij de KGB, die haar waarschuwt: kiest ze voor die buitenlander, dan zal haar familie daaronder lijden. Artamanova verbreekt de relatie.

Inga krijgt een kamer aangeboden in een tweekamerflat. De bewoner van de andere kamer is schaatser Gennadi Voronin, net als Inga lid van sportclub Dinamo. Gearrangeerd of niet, het komt tot een ideologisch geheel verantwoord huwelijk tussen beiden. Gelukkig is het huwelijk echter niet. Voronin wordt al snel uit de kernploeg gezet wegens ‘herhaalde schendingen van het regime’, wat in gewoon Russisch betekent: drinken. Artamonova beseft dat ze een verkeerde keuze heeft gemaakt, maar zit klem: scheiden betekent dat ze, als alleenstaande vrouw met een brandmerk (haar Zweedse affaire), waarschijnlijk niet meer naar het buitenland mag. Ze schikt zich voorlopig in haar lot.

Gennadi Voronin

Gennadi Voronin

De privé-perikelen zijn van invloed op Inga’s prestaties. In 1959 verspeelt ze haar wereldtitel aan Tamara Rylova en ze mist de Olympische Winterspelen van 1960. Twee jaar later is ze weer helemaal terug. Op de nationale kampioenschappen in Alma Ata rijdt ze op drie afstanden een wereldrecord. Op het WK in het Finse Imatra herovert ze de wereldtitel. Ziekte staat deelname aan de Winterspelen van 1964 in de weg, maar een jaar later wordt ze in het Finse Oulu voor de vierde keer wereldkampioene. (In het tweede filmpje op 19.53 het podium: rechts Stien Kaiser, die derde werd.)

Met echtgenoot Voronin gaat het van kwaad tot erger. Behalve drank is er ook fysiek geweld in het spel en Artamonova besluit eind 1965 toch te scheiden. Rond de jaarwisseling verblijft ze bij haar moeder, waar op 4 januari 1966 Voronin voor de deur staat. Wat eerst nog lijkt op een zoveelste gesprek, eindigt in een drama. Voronin heeft een mes bij zich en steekt Inga dood.

Inga Artamonova wordt begraven op Vagankovo kerkhof. Voor Gennadi Voronin dreigt de doodstraf, maar de aanklacht (aanvankelijk moord met voorbedachte rade) wordt afgezwakt en met tien jaar, die hij niet volledig hoeft uit te zitten, komt hij er zeer genadig vanaf. Ploeggenote Nadezjda Titova is er nog altijd verbitterd over. Ze weet het zeker – en heeft vermoedelijk gelijk: Voronin heeft de milde straf te danken aan invloedrijke figuren binnen de Dinamo-gemeenschap. De sportclub is gelieerd aan Binnenlandse Zaken en de KGB. “Een mannenmachine”, aldus Titova. Gennadi Voronin overlijdt in 2004 op 69-jarige leeftijd.

Bovenstaand  verhaal is vrijwel volledig gebaseerd op de documentaire die hierboven in de twee filmpjes te zien is. Nog enkele opvallende fragmenten daaruit:

Eerste filmpje.

08.50  - Mooie prijzenkast van Inga.
10.48  - Een dramatische wissel, maar ze wint wel de rit.
15.51  - Voor het Loezjniki stadion. Wat een ijsbaan!

Tweede filmpje.

07.53  - Schaatsers vervoeren in een arreslee is geen Friese uitvinding.
08.25  - Schaatslegende Marija Isakova! (Zie mijn eerdere stukje over het schilderij “Stilleven met medailles van wereldkampioene M. Isakova”.) 

(Een stukje over een andere schaatsmoord, op Jevgeni Lapoetin, vindt u hier.) 

Sint-Petersburg voor gevorderden: literaire herinneringen van Jevgeni Belodoebrovski.

(Eerste publicatie: 17-5-2013)

Kunt u zich de eerste buitenlander nog herinneren die u ooit zag? Ik vermoed van niet. Voor veel Russen die in de oorlog geboren zijn, of niet al te lang daarna, ligt dat anders. Hun ‘eerste buitenlander’ was een gebeurtenis.

Literair historicus Jevgeni Belodoebrovski (1941) zag zijn eerste buitenlanders – het waren er meteen een heleboel – in 1956 in Leningrad: een orkest van Engelse zeelieden dat naast de Bronzen Ruiter het Engelse volkslied speelde. Het was een teken des tijds. Stalin was dood, de betrekkingen met het Westen ontdooiden.

Sergej Belodoebrovki

Belodoebrovski beschijft de gebeurtenis in zijn Сага о пальто (Sage over een jas), een bescheiden boekje met literair getinte herinneringen aan het Leningrad van vooral de jaren zestig. Belodoebrovski groeide op in een kommoenalka in een groot huis aan de Mojka, vlak bij de Nevski Prospek, dat ooit aan de familie Nobel toebehoorde. Het is een stukje stad waar elke steen literatuur ademt. Bijna terloops meldt Belodoebrovski hoe hij tijdens een voorleesavond op school op de eerste rij Michail Zosjtsjenko ziet zitten. 

Belodoebrovski hangt zijn Sage over een jas op aan de dertien jassen die hij door de jaren heen droeg. Dat doet wat geforceerd aan en riekt naar Toon-Hermans-nostalgie, net als het wat archäische taalgebruik. (Dit laatste schrijf met ik met enig voorbehoud, Russisch is niet mijn moedertaal, echte dragers van het Russisch vinden het misschien juist prachtig.) Het wordt pas leuk wanneer Belodoebrovski vertelt waar hij zoal kwam in die jassen. Hoe hij bijvoorbeeld in maart 1967 in de rij stond voor een gedichtenbundel van Achmatova, die – een subtiel detail – “gewoon vanachter de toonbank werd verkocht”. De rij strekte zich uit van Dom Knigi tot aan de Tsjebokskarski Pereoelok. Wat ik niet wist – of was vergeten: in datzelfde Dom Knigi zat achterin een antiquariaat.

Saga o palto is niet bestemd voor de beginner, het is een boeiend boekje voor wie Sint-Petersburg al goed kent, voor wie de plekken voor zich ziet waar Belodoebrovski komt, met hem meeloopt over de brod (het ‘flaneergedeelte’ van de Nevski Prospekt) en achter hem aan café Saigon binnenstapt.

Aan het legendarische Saigon (op de hoek van de Nevski en de Vladimirski Prospekt, gesloten in 1989) wijdt Belodoebrovski vijftig pagina’s, ongeveer een derde van zijn boek. Saigon – niet de officiële naam – wordt wel gezien als een verzamelplek van dissidenten, maar dat is volgens Belodoebrovski onzin. De vaste bezoekers waren hooguit onaangepast en ‘intern geëmigreerd’. Ze leefden zo veel mogelijk in een eigen wereldje, waar een zeldzame utgave van Nabokov of een uitnodiging voor een stiekem thuisconcert oneindig veel belangrijker was dan het zoveelste partijcongres.

Café Saigon

Café Saigon

Belodoebrovski herinnert zich ook nog “de tweede keer” dat hij buitenlanders zag. Het waren zwarte leden van het Amerikaanse operagezelschap dat in Leningrad Porgy and Bess kwam opvoeren. (Laat ik over hen nou net recent een stukje hebben geschreven.) Maar was dat werkelijk de tweede keer? Hij plaatst die ontmoeting, aarzelend, in 1959, maar dat moet 1955 zijn, dus vóór de Engelse zeelieden die Belodoebrovski’s geheugen op de eerste plaats heeft gezet. (Het jaartal - 1956 - van het zeeliedenbezoek, klopt. Dat bezoek maakte veel indruk in de stad en wordt vaker in memoires genoemd.) 

Zanger Moses LaMarr Porgy Bess Leningrad

"Along the embankments of the Neva, men on ski’s silently passed." Truman Capote in de USSR.

(Eerste publicatie: 18-4-2013)

Truman Capote Porgy Bess Leningrad Soviet Union The muses are heard

Eind december 1955 maakt een bont Amerikaans gezelschap zich in West-Berlijn op voor een treinreis naar Leningrad: “Fifty eight actors, seven backstage personnel, two conductors, assorted wives and office workers, six children and their schoolteacher, three journalists, two dogs and one psychiatrist”. Samen vormen zij de eerste Amerikaanse theatergroep die een bezoek brengt aan de USSR. In Leningrad staan enkele voorstellingen van de opera Porgy and Bess op het programma. In het gezelschap bevindt zich de schrijver Truman Capote, dan wel al bekend, maar nog niet op het toppunt van zijn roem. Capote produceert een reisverslag voor The New Yorker, later uitgebracht als een 182 pagina’s tellend boek, getiteld: The muses are heard. 

Ik ontdekte The muses are heard pas zeer recent (zie een eerder stukje hier), wat eigenaardig is, want het is één van de leukste Russische reisverslagen die er zijn. Met een scherpe blik kijkt Capote niet alleen in Leningrad om zich heen, hij observeert ook de Amerikanen en beschrijft met bijna satanisch genoegen de botsing van twee culturen die volkomen vreemd voor elkaar zijn.

Porgy Bess Leningrad 1955 1956

Na een lange treinreis arriveert de troep in Leningrad. Volgens een van de meegereisde journalisten worden de artiesten op het station met applaus begroet en kan de politie de menigte met moeite in bedwang houden. Capote acht in zíjn verslag enige nuancering op zijn plaats. Het betrof hier een ontvangstcomité van zo’n honderd vooraanstaande theatermensen, “who had been organized to meet the train. Remarkebly, none of them had known in advance that Porgy and Bess had a Negro cast, and before the committee could rearrange their bewildered faces into expresions of positive welcome, the company was halfway out of the station.”

Er zijn dan nog vijf dagen voor de première en Capote heeft alle tijd om winters Leningrad te verkennen. Het levert fraaie schetsen op – met mijn excuses voor de lange citaten. “Now and then … horse-drawn sleds slithered across the snowy pavement. Along the embankments of the Neva, men on ski’s silently passed, and mothers aired their babies, dragging them in small sleds. Everywhere, like darting blackbirds, black-furred school children ice-skated on the sidewalks. Two of these children stopped to inspect us.” Wanneer Capote, gevolgd door de kinderen, verdwaalt, wordt hij door een houthakker, een vioolspeler én beide kinderen teruggeleid naar hotel Astoria.

Voor de furore die secretaresse Miss Ryan (“a tall striking blond, wearing a low strapless dress that hugged her curves cleverly”) veroorzaakt bij een balletvoorstelling, verwijs ik u graag naar mijn eerder genoemd stukje. Hier voeg ik nog de reactie toe van één van de Amerikanen tijdens de pauze: “See, now you know how Marilyn Monroe feels. Would she be a wow here! She ought to get a visa. I’m going to tell her.”

Een schemerig dranklokaal met dronkaards, de schaars gevulde winkels, en de zwarte markt, ook toen al: “ ‘Sell. Anyone will buy. If it can be done discreetly. I am here in the hotel, Room 520. Tell your friends to bring me Shoes, stockings, things for close to the skin. Anything’, she said, digging her nails into my sleeve.”

Voor de voorstelling van Porgy and Bess zijn uiteindelijk nog maar een paar pagina’s over. (De treinreis van Berlijn naar Leningrad beslaat 83 bladzijden). Het publiek lijkt in verwarring door het nogal wilde spektakel, de lokale pers is welwillend, Amerikaanse kranten maken melding van een overweldigend succes. Capote loopt na afloop op straat achter twee mannen en een jonge vrouw. “Their voices reverberated down the shadowed, snow-silent streets. They were all talking at once, an exhilirated babble now and again mixed with humming: the strawberry street cry, a phrase of ‘Summertime’.”

Een kostelijk boek. (Wie zegt er tegenwoordig nog kostelijk?)

En o ja, de psychiater uit de eerste alinea ging op het laatste moment niet mee.

Klokgelui van de Isaakievski kathedraal: nieuw op het korte lijstje van Petersburgse tradities

(Eerste publicatie: 12-4-2013)

De Isaakievski kathedraal in Sint-Petersburg heeft zijn grote klok terug. Maar eerst iets over de Petrus- en Paulusvesting, aan de overzijde van de Neva.

Peter en Paul vesting kanon kanonschot Sint-Petersburg

Elk dag om klokslag 12.00 uur klinkt er vanaf die vesting een kanonschot. Men neemt dat zeer serieus. Het dagelijkse schot (gaat u niet te dichtbij staan, het is een behoorlijke knal) staat in het wetboek van de stad vermeld onder artikel 8: “Petersburgse tradities”.  Sterker nog, het staat er op de eerste plaats:

1. In Sint-Petersburg worden historische en culturele tradities bewaard en ondersteund.

1.1. Een Petersburgse traditie is het schot om twaalf uur ‘s middags uit een signaalkanon (сигнальное оружие) vanaf het Narysjkin bastion van de Petrus- en Paulusvesting.

Wat staat er verder nog op die lijst? Dat valt een beetje tegen. Er is geen 1.2 of 1.3, het gaat meteen verder met de punten 2, 3 en 4. Daar staat, kort samengevat, dat in Sint-Petersburg de herinnering aan slachtoffers van revolutie en oorlog in ere wordt gehouden, dat alle nationaliteiten gelijk zijn, dat er vrijheid van geweten is, dat het culturele erfgoed wordt beschermd en dat wrede omgang met dieren niet is toegestaan.    

Maar er is goed nieuws, er komt een punt bij. Waarmee we terugzijn bij de grote klok van de Isaakievski kathedraal. Die werd onder de communisten samen met alle tien kleinere klokken verwijderd en omgesmolten. Het is de bedoeling dat ze alle elf, uiteraard opnieuw gegoten, weer terug worden gehangen, en met de grootste is dat in december gebeurd.

In de Isaakievski kathedraal worden diensten gehouden, maar het gebouw is nog een museum. De directeur leek het een goed idee om ook de nieuwe klok, net als het kanon aan de overkant, dagelijks om twaalf uur te laten klinken. Zo ver is het nog niet, maar het stadsbestuur ging alvast een stapje verder en besloot het toekomstige gebeier ook meteen maar tot officiële traditie te uit te roepen. Helemaal zonder slag of stoot ging dat niet. Tegenstanders vonden het onzinnig om een traditie per decreet in te stellen, de voorstanders beschuldigden de tegenstanders ervan dat ze tegen de wedergeboorte van Rusland waren. Een ruime meerderheid bleek uiteindelijk voor, zodat het klokgelui vermoedelijk spoedig in het lokale wetboek vermeld zal staan bij artikel 1.2, meteen onder het kanonschot van de Petrus- en Paulusvesting.

Nog niet besloten is of er een echte klokkenluider gaat komen of dat er elektrisch wordt geluid. En, vraag ik mij af, wordt de klepel (jazyk/tong in het Russisch) exact om 12.00 uur in beweging gebracht, zodat bij pas na twaalven gaat klinken? Of wordt er eerder begonnen, zodat ‘ie precies vanaf twaalf uur klinkt?

En waar kunt u in de toekomst om 12.00 uur het beste gaan staan? Er zijn meerdere opties, ik zou kiezen voor de sfinxen bij de Kunstacademie, aan de overkant. Daar klinkt het kanon omfloerst en komt het klokgelui mooi van over het water.

sfinx Kunstacademie Neva Sint-Petersburg

Kunstgeschiedenis voor honden. Met een rondleiding in het Russisch Museum in Sint-Petersburg.

(Eerste publicatie: 7-3-2013)

Ilja Repin Kozakken brief sultan

Ogen dicht! Niet stiekem kijken!

kunstgeschiedenis honden schilderijen Russisch Museum

Op het schilderij Zaporozje-kozakken schrijven een brief aan de sultan van Ilja Repin, staat daar een hond op of niet? En zo ja, waar dan? Ik durf te wedden dat u dat niet weet, al hebt u het schilderij al ik weet niet hoe vaak gezien. Ik weet het inmiddels wel, dankzij История искусства для собак (Kunstgeschiedenis voor honden) van Aleksandr Borovski.

Daarin geven zwerfhond Ryzji en teckel Tabi een rondleiding door het Russisch Museum in Sint-Petersburg, aan de hand van – logisch – de honden die ze daar op de diverse schilderijen aantreffen. En onder die geschilderde honden dus ook die ene op het schilderij van Repin, linksonder in de hoek. Inderdaad, hierboven moeilijk te zien. Hij (zij?) ligt daar niet te slapen, nee, terwijl de kozakken zich verliezen in baldadigheid, houdt het beest de boel in de gaten. De vijand is niet ver!

Karl Brjoellov - Portret van graaf A.K. Tolstoj in zijn jeugd  (1836).

Karl Brjoellov - Portret van graaf A.K. Tolstoj in zijn jeugd (1836).

Het is volgens rondleiders Ryzji en Tabi een voorbeeld van de menselijke rol die honden in de Russische schilderkunst toebedeeld kregen, te beginnen met de jachthond op Portret van graaf A.K. Tolstoj in zijn jeugd van Karl Brjoellov (1836). De jacht werd in die tijd in Rusland een populair thema, in literatuur en schilderkunst, met honden alom. Maar Brjoellov, aldus Ryzji en Tabi, was de eerste die een viervoeter afbeeldde als zelfstandig wezen. Brjoellov was geïnteresseerd in het innerlijke van de hond en vormde daarmee de grondleger van een traditie.

Ryzji (hij doolt ’s nachts vaak door het Russisch Museum en is een kenner) weet het zeker: de rol van de hond in de schilderkunst wordt door kunsthistorici miskend. Honden op schilderijen helpen de schilder om de innerlijke wereld van de mens te openbaren. Zo zitten jachthond en jonge baas op Brjoellovs schilderij op dezelfde golflengte; beiden zijn ontvankelijk voor de natuur, de hond trekt hem richting nieuwe indrukken en avonturen.

Boris Koestodijev 1922 portret van de zanger Fjodor Sjalapin

Boris Koestodijev schilderde in 1922 een portret van de zanger Fjodor Sjalapin. Het Rusland waar de zanger naar omkijkt bestaat dan al niet meer, op het schilderij lijkt het elk moment te kunnen opstijgen, samen met Sjalapin. Maar daar heb je die witte hond rechtsonder, die met vier voeten stevig op de grond staat, als tegenwicht, als hoeder van het aardse en reële – aldus Ryzji en Tabi. Hij houdt ook Sjalapin met beide benen op de grond. 

Kunstgeschiedenis voor honden levert aardige nieuwe gezichtspuntjes op, waarbij je het helemaal niet met beide rondleiders eens hoeft te zijn. Zelf ga ik bij mijn volgende bezoek aan Sint-Petersburg in elk geval naar het Russisch Museum. Ik moet die hond linksonder in de hoek van Repins Zaporozje-kozakken met eigen ogen zien. (De reproducties in het boek zijn van zeer matige kwaliteit.)

Het is overigens geen toeval dat de honden Ryzji en Tabi hun rondleiding geven in het Russisch Museum en niet in de vlakbij gelegen Hermitage. Daar zouden ze binnen de kortste keren worden verjaagd door de poezenbrigade.

(Dit filmpje komt van het weblog van Mrs. Miska, poes in Moskou.)

Petrov-Vodkin, Stilleven in de morgen 1918 hond

St.Petersburg. City-Pick. Een gids voor debutant en oude rot.

(Eerste publicatie: 22-1-2013)

Leningrad, begin jaren zestig

Leningrad, begin jaren zestig

Vroeger – niet eens zo heel veel vroeger – kon je in Leningrad je kont niet keren of er was iemand die je spijkerbroek wilde kopen. En tegenwoordig?

“Today’s Russian woman is tall and gorgeous and dressed like a Selfridges Christmans tree. There is no part of her clothing that is plain: everything is stonewashed, or appliquéd, or has diamanté dangly bits, or is made out of actual leopard. Heels are killer. Make-up can be viewed at a hundred paces. Our trousers – and us – are just too dull.”

Ach. Wel zo rustig.

Het citaat komt uit The Observer en is van Miranda Sayer. Ze bezocht Sint-Petersburg in 2011 samen met haar moeder, die de stad – toen nog Leningrad – eerder bezocht in 1981. Ik trof het aan in St.Petersburg. City-Pick, een verzameling journalistieke en literaire observaties over de stad die sinds de stichting in 1703 tot de verbeelding spreekt van velen.

Sint-Petersburg Leningrad reisgids citaten City-Pick

City-Pick heeft voor ieder wat wils. Wie zich opmaakt voor een eerste bezoek aan Sint-Petersburg komt erdoor in de stemming. Wie er al (veel) vaker was, komt in het boek nog genoeg aardige verhalen en details tegen. Zo wist ik niet dat ijsblokken vroeger (heel veel vroeger) het einde van de winter inluidden:

“A singular sight in St.Petersburg is a train of little carts each loaded with one enormous, thick, square block of ice … I asked Madame Stroganov one day what they were for. ‘Mais je les appelle les violettes de Petersburg,’ was her reply because it is a sort of hope of spring when people begin to fill their icehouses.” (Uit: The Russian Journal of Lady Londonderry, 1836-7).

Nog zo’n detail: in 1958 wandelt Wolfgang Koeppen langs locaties uit het leven en werk van Dostojevski. Hij komt op de binnenplaats van het huis waar Raskolnikov, helemaal bovenin, zijn benauwde onderkomen had en ziet daar … stapels brandhout liggen. Tegenwoordig staan die binnenplaatsen vol met auto’s.

De afgelopen twintig jaar komen ruim aan bod – onder meer met twee fragmenten uit Geert Maks In Europa. Leuk om dat nog eens na te lezen, als je die tijd zelf hebt meegemaakt. Toch gaan mijn favoriete fragmenten verder terug. Ze zijn van Truman Capote, die in 1957 met een Amerikaans operagezelschap naar Leningrad reisde. Hij schreef er een boekje over: The Muses Are Heard – ik heb het inmiddels besteld. Met een vriendelijk-ironische toets beschrijft Capote de confrontatie tussen Rus en buitenlander, zoals ik die zelf – in een mildere vorm – meemaakte in de jaren tachtig. Hier betreedt het Amerikaanse gezelschap, onder wie een zekere Miss Ryan, het Kirov theater:

“A tall, striking blonde, Miss Ryan was wearing a low strapless dress that hugged her curves cleverly; and as she swayed down the isle, masculine eyes swerved in her direction … For that matter, the entrance of the entire company was creating a mass stir in the crowded audience. People were standing up to get a better view of the Americans in their black ties, silks and sprakles.

Truman Capote Leningrad Saint-Petersburg The muses are heard

‘I’d be freezing if I weren’t so embarressed,’ said Miss Ryan, as an usher seated her. ‘Just look, they tink I’m indecent’. ”

Wanneer ik Capote’s reisverslag gelezen heb, kom ik er hier zeker op terug.

Nog even over het onderkomen van Raskolnikov. Als ik het goed heb is de binnenplaats daar tegenwoordig afgesloten. Toen ik er was, een jaar of tien terug, kon je gewoon doorlopen, naar boven. Ik trof daar op de muur een getekende bijl aan, met eronder: Старух еще много осталось - хватит на всех (Er zijn nog veel oudjes over – genoeg voor iedereen).

(St.Petersburg. City Pick. Uitgeverij Oxygen Books.)  

Bezoek het mooie Spoorwegmuseum van Sint-Petersburg - zo lang het nog kan.

(Eerste publicatie: 4-11-2012)

Warschau station spoorwegmuseum Sint-Petersburg Russische treinen

Tien jaar geleden bezocht ik in Sint-Petersburg het mooie Spoorwegmuseum. Het lag er wat verloren bij op een verder rommelig terrein, weggedrukt achter het Warschaustation, maar wat een pracht en praal! Helaas, het mooie museum lijkt op die locatie zijn langste tijd te hebben gehad.

Over mijn bezoek aan het museum schreef ik indertijd een kort artikel. De citaten hieronder komen uit dat artikel, dat overigens nergens werd geplaatst. Ik kwam de perronnetjes met de machtige locomotieven weer tegen op foto’s van blogger nabljoedatel.

locomotieven stoomtreinen museum Russische Rusland

“Achter een okergeel geverfd gebouwtje met de kassa en twee bedden met afrikaantjes staat een verzameling rollend materieel waar zelfs een niet-treinfanaat warm van wordt.”

oude treinen spoormuseum Sint-Petersburg oud station

“Kuierend langs de treinen loop je vanzelf de Sovjet-geschiedenis door. Het bordje bij stoomlocomotief TE 6769 vermeldt dat deze in 1943 in het Oostenrijkse Floridsdorf werd gebouwd voor Duitsland. Ze belandde in de USSR als oorlogsbuit. In 1950 kreeg ze in het tot Sovjet-satelliet verworden Roemenië een breder onderstel, vereist voor het Russische spoor, waarna ze jaren dienst deed in de Sovjet-republieken Letland en Wit-Rusland.”

Russische stoomlocomotief spoorwegen treinstellen

“De locomotieven van eigen bodem waren ideale symbolen voor de vijfjarenplannen, die de jonge Sovjet-staat in een razend tempo naar de lichtende toekomst moesten brengen. Daarbij waren ze een perfect uihangbord voor communistische propaganda. Een medaillon met Lenin of Stalin op de neus was wel het minste.”

Toen ik er tien jaar geleden rondliep, had ik slechts beperkt zicht op de omgeving. De foto’s van nabljoedatel bieden een wijdere blik.

projectonwikkelaar nieuwbouw spoorwegmuseum

Hij nam ook beneden een kijkje.

toren spoorwegmuseum

Zo’n terrein even buiten het centrum, dat is vragen om roofdieren. Een deel ervan is inmiddels in handen van projectontwikkelaar Etalon. Die is van plan om er het grootste wooncomplex van de stad te bouwen, met de weinig goeds belovende naam Galaktika. Onderdeel van dat complex moeten 22 gebouwen worden van tot wel achttien verdiepingen. Wie zich daar een voorstelling van wil maken, raadplege de site van Etalon. Galaktika kwam ik er zo gauw niet tegen, wel tal van andere schrikaanjagende gebouwen.

En ons spoorwegmuseum? Dat moet verplaatst worden naar het voormalige goederendepot van het nabijgelegen Vitebskstation. Je houdt je hart vast.

"Een jochie, op stap met opa, meldt al snel dat hij geen belangstelling meer heeft voor 'al die oude troep'. Opa reageert pijnlijk getroffen: 'Pavlik, je bent geen romanticus'"