sovjetunie

Joodse liedjes in Vinnitsa, zomer 1946 – herinneringen aan de naoorlogse jaren in de USSR, verzameld door Ljoedmila Oelitskaja - 2

(Eerste publicatie: 13-11-2013)

  De bevrijding van Vinnitsa

De bevrijding van Vinnitsa

Mark Ptitsjnikov vertelt: “In de zomer van 1946 woonden we in Vinnitsa”.

Vinnitsa en de Tweede Wereldoorlog … Soms, vertelt Mark, hing er een zware stank boven de stad, dan was er weer een massagraf blootgelegd. De Duitsers waren begonnen met de joden en de zigeuners, daarna waren de krijgsgevangenen en de geestelijk gehandicapten aan de beurt en de ‘gewone’ burgers die de strenge regels van de bezetter hadden overtreden.

Het verhaal van Mark Ptitsjnikov staat in Detstvo 45-53: a zavtra budet sjtsjastje (Kinderjaren 45-53: en morgen zal er geluk zijn), een bundel herinneringen, bijeengebracht door de schrijfster Ljoedmila Oelitskaja. Het boek geeft een bont beeld van het kinderleven in de naoorlogse Sovjetunie. Het waren moeilijke jaren met honger en schaarste, vermengd met blijdschap over het einde van de oorlog en optimisme over de nabije toekomst.

De diverse verhalen beslaan hooguit een paar pagina’s, wat het boek nogal fragmentarisch maakt; een kaartenbak aan persoonlijke herinneringen. Die zijn stuk voor de stuk de moeite van het boekstaven waard, maar regelmatig denk je: hier zou een echte schrijver mee aan de slag moeten gaan - Oelitskaja bijvoorbeeld.

Enkele verhalen springen uit de kaartenbak naar voren. In mijn vorige stukje schreef ik al over de kindermeisjes van Omsk. Ook de herinneringen van Mark Ptitsjnikov over het Vinnitsa van na de oorlog springen eruit.

Oelitskaja, boeken Rusland Sovjetunie literatuur memoires

De overlevenden in Vinnitsa pakken na de oorlog de draad weer op, zo goed en zo kwaad als dat gaat. “De mensen gingen aan de slag en ontleenden vreugde aan kleine dingen." Maar wanneer Duitse krijgsgevangenen, die de puinhopen moesten opruimen, voorbijkomen, doet Marks vader trillend van haat het raam dicht.

Op een avond verzamelen zich buren van rond de binnenplaats voor een bescheiden feestdis. Ze hebben de oorlog overleefd, maar zijn allen beschadigd. De Radzinski’s, die als door een wonder de bezetting hebben overleefd en een jochie, half-Pools, half-joods, voor de SS en de Oekraïense politie hebben verborgen. Een oud joods echtpaar, op tijd gevlucht en net terug uit de evacuatie, maar zonder hun zoon die een maand voor het einde van de oorlog in Duitsland is gesneuveld. Een Pool die hier zijn hele familie heeft verloren terwijl hij zelf aan het front vocht.

Dan wordt er aangeklopt. Voor de deur staat een joods orkestje: twee volwassen muzikanten met een klarinet en accordeon en een opgeschoten jongen met een pionierstrommel. Ze spelen hun muziek en de tafel zingt mee: Itzik zjenitsya, Sem-sorok, Svadby Sjneerzona, Zjyl-byl na Podole Chaim Sjik …

Ik heb gezocht, want wat had ik graag die liedjes laten horen in een uitvoering dicht bij wat er die zomeravond in 1946 in het zich oprichtende Vinnitsa moet hebben geklonken. Helaas, ik heb niets gevonden wat ook maar in de buurt komt. Wel veel kitsch met synthesizers en popdreunen. Hier een uitvoering van Sem-sorok die nog enigszins draaglijk is. Een hele, hele verre echo van Vinnitsa in 1946 uit het verhaal van Mark:


Hier een korte (Russischtalige)  toelichting van Oeltiskaja op haar boek:


Hier deel 1.

Kindermeisjes in Omsk – herinneringen aan de naoorlogse jaren in de USSR, verzameld door Ljoedmila Oelitskaja - 1

(Eerste publicatie: 10-11-2013)

 Stalingrad, 1945

Stalingrad, 1945

Anna Levina vertelt: “Toen ik klein was, verhuisden we uit de grote en heel mooie stad Leningrad  naar Siberië, naar de stad Omsk”.

Zo begint een van de vele kleine hoofdstukjes met herinneringen aan de naoorlogse jaren in de Sovjetunie, verzameld door schrijfster Ljoedmila Oelitskaja. Ze zijn uitgebracht onder de titel Detstvo 45-53: a zavtra budet sjtsjastje (Kinderjaren 45-53: en morgen zal er geluk zijn).

 Ljoedmila Oelitskaja

Ljoedmila Oelitskaja

Anna Levina vertelt hoe haar ouders, beiden met een drukke baan, in Omsk op zoek moeten naar een kindermeisje voor haar en haar broertje. Maar wie wil de zorg op zich nemen voor twee vreemde kinderen? Alleen vrouwen die in een uitzichtloze situatie zijn beland, bijvoorbeeld omdat ze geen papieren hebben. Daarvan zijn er in de naoorlogse jaren in Siberië talloze: gevlucht uit de kolchoz, Tataren, Oekraïense Benderovtsy, Duitsers en oudjes die geen kant meer op kunnen. Anna’s vader is forensisch arts, werkt dus “bijna bij de politie” en kan via zijn connecties de vertrapten en verdrevenen aan een paspoort helpen. Aan kandidaten voor de post van kindermeisje in zijn gezin is dan ook geen gebrek.

Meestal, zo herinnert Anne zich, had het gelukkige kindermeisje na anderhalve maand niet alleen het gedroomde paspoort, maar na enkele bezoeken aan de officiersclub van Omsk ook een echtgenoot. En dan moest er een nieuw kindermeisje worden gevonden. 

Zo is daar de Tataarse Ljoetsija, zus van Revo, opgegroeid – u leidde dat al af uit beide voornamen – in een gezin waar men de Leninistische beginselen was toegedaan. Wat geen garantie bleek tegen verbanning naar Siberië. Loetsija is gek op Anna’s vader: een jood met het gezicht van een zuivere Tataar. Maar haar familie stuurt een Tataarse bruidegom op haar af en dat betekent: exit Loetsija.

Na Loetsija kwam Noesja, door Anna’s moeder gevonden op de markt, waar ze aardappelen stond te verkopen. De kleine Anna is gek op Noesja. “Ze rook naar brood, melk en rust”. Anna’s vader is het zat om voor paspoortafdeling te spelen, maar strijkt voor Noesja nog één keer met de hand over het hart. Dan, op een morgen, deelt de radio mee dat Stalin is gestorven. Noesja wordt hysterisch en keert na drie dagen terug naar haar dorp.

Dan komt de Oekraïense Marija Stepanovna uit Bender. Anna’s vader vindt haar ergens in een dorp waar hij als forensisch arts een moord moet onderzoeken. Marija Stepanovna is de vrouw van een veroordeelde Benderov-bandiet en maakt zich bij iedereen erg geliefd. Wanneer echter blijkt dat zij wel een glaasje lust en ook de kleine Anna af en toe trakteert, is het exit Marija Stepanovna.

Dan komt nog de Duitse Gotlibovna (“Die zag eruit of ze honderd was.”), die weer wordt opgevolgd door een zekere Kornilovna, die “boven iedereen uitstak als een brandtoren”. Op een avond spreekt Anna’s kleine broertje plots de eerste volzin van zijn leven uit: “Sla je vool je halses – sâje lelen” (Щас дам в молду – будешь знать!”). Het is duidelijk wie de kleine dat zinnetje heeft geleerd en het is exit Kornilovna.

“Daarna keerden we terug naar Leningrad, kindermeisjes namen we niet meer aan, op mijn broer werd voortaan gepast door oma, mama’s mama.”

Zou Ljoedmila Oelitskaja, die zo vloeiend ingewikkelde familiegeschiedenissen kan neerzetten, bij de herinneringen van Anna Levina niet gedacht hebben: Over dat gezin moest ik maar eens een boek schrijven? 

Meer over de door Oelitskaja verzamelde herinneringen aan de naoorlogse Sovjet-jaren in mijn volgende stukje.

Hier deel 2.

De geschiedenis van de USSR, verteld aan de hand van posters over treinen - 3

(Eerste publicatie: 16-8-2013)

posters propaganda economie treinen Rusland Sovjetunie

Ik ben duidelijk niet in de wieg gelegd voor geschiedenisleraar. Na twee lessen over de USSR aan de hand van spoorwegposters, heb ik er eigenlijk alweer genoeg van. Dit wordt dan ook de laatste les en daarna kun u wat mij betreft op vakantie.

We keren terug naar het begin van de jaren dertig. De industrialisatie was in gang gezet, in een stevig tempo moest de Sovjetunie worden omgetoverd in een industriële grootmacht. Niet iedereen kon dat kennelijk bijbenen, in elk geval waren bij de spoorwegen niet alle werknemers even betrokken bij de goede zaak. Dat blijkt wel uit bovenstaande poster uit 1931.

Onderaan staat (vrij vertaald): Met een socialistische houding tegenover de locomotief en door stootarbeiderschap vervullen wij de plancijfers voor het rollend materieel. En wat wordt daarbij weggeblazen door de schoorsteen van de machtige stoomlocomotief? Wij lezen van links naar rechts: vertragingen / sabotage / verzuim / stilstand / dronkenschap / jobhoppers (ik weet zo gauw geen ander woord).

Zal ik nu iets schrijven over ProRail en de NS? Nee, laat ik bij de les blijven.

Het heeft nog wat onschuldigs, die poster, omdat we het jaartal weten: 1931. Maar die stoomwolk met woorden, weten we nu, was een voorbode van bange tijden. Werd je rond 1937 beschuldigd van sabotage, dan mocht je blij zijn als je er met 25 jaar kamp vanaf kwam.  

Een vrolijkere poster met een prachtig detail hebben we hier, uit 1939. Op de twee rode banen staat: Vrouw, de locomotief op!

vrouwen machinist treinen USSR Rusland Sovjetunie propagandaposters

Het klinkt ons wat onbehouwen in de oren, dat ‘vrouw’. Ik kan moeilijk inschatten hoe dat voor Russen was in de jaren dertig. De locomotief hier is de FD 20-109, waarbij de letters staan voor Feliks Dzjerzjinski, de oprichter van de geheime dienst. Daarboven staat, links en rechts van het ronde embleem: Ленинская дорога / Leninskaja doroga – Leninspoorweg. Die liep tussen Moskou en Tambov. En dan dat prachtige detail: die kersttakjes links en rechts in het open raam! Dat krijg je, die huiselijkheid, met een vrouw op de locomotief. Veel heeft deze poster trouwens niet geholpen. Op trams en bussen zie je in Rusland veel vrouwen als bestuurder, op een locomotief heb ik er nog nooit eentje gezien.

Tot slot nog deze poster, over ‘machtige locotieven’ die nodig zijn voor het Sovjet-transport, ….

posters propaganda Sovjetunie

…. omdat ‘ie me zo doet denken aan deze foto van Isaak Toenkel uit 1951:

Toenkel treinen propaganda Sovjetunie

Over die foto (en andere foto’s van Toenkel) schreef ik eerder hier.

Ik wens u een prettige vakantie.

Hier deel 1 en deel 2.

De geschiedenis van de USSR, verteld aan de hand van posters over treinen - 2

(Eerste publicatie: 12-8-2013)

treinen locomotief Stalin spoorwegen Rusland

Wij gaan verder met onze (zeer korte) geschiedenis van de USSR, verteld aan de hand van posters over spoorwegen en treinen.

Het plaatje links stamt uit 1938, twee jaar na de poster dus die centraal stond in les 1. Ook dit is weer een mooi staaltje van het rotsvaste geloof in de lichtende toekomst, in de techniek als wegbereider en de arbeidersmassa als stuwende kracht. Met zo’n locomotief, en die massa enthousiastelingen rechts … het kan gewoon niet anders: onweerstaanbaar rijden wij richting eindstation communisme!

Kijk die ielige, elitaire bourgeois-figuurtjes links op dat perronnetje nou toch, met hun parasolletjes. Die kregen het treintje dat ze verdienden. Nee, dan wij, honderd jaar later! Kijk eens wat wij, arbeiders van de Sovjetunie, op de rails hebben gekregen! Die bourgeois-figuurtjes staan op het perron van Tsarskoe Selo, waar in 1837 de eerste Russische passagierstrein arriveerde, een half uur na zijn vertrek uit Sint-Petersburg. De trots op de moderne verworvenheden spreekt ook uit de leuze op de loopbrug over de perrons (zo’n brug zie je op veel Russische stations): De Sovjetunie – een groots spoorwegrijk.

De locomotief oogt voor de jaren dertig wel erg futuristisch, maar hij heeft wel degelijk gereden. Het was een ‘gewone’ stoomlocomotief met een aerodynamisch omhulsel. Hij is op enkele trajecten ingezet, maar veel exemplaren zijn er niet van gebouwd. Je komt het gevaarte op foto’s en filmpjes dan ook weinig tegen.


Op de poster boven sluit het silhouet van de dampende locomotief naadloos aan bij die grote fabrieksgebouwen op de achtergrond. Het was de tijd van de eerste vijfjarenplannen en de verheerlijking van de zware industrie. Diezelfde ongebreidelde nadruk op grote industriële projecten spreekt uit onderstaande poster van kort na de Tweede Wereldoorlog:

treinen industrialisatie poster propaganda USSR Rusland Sovjetunie

Rechtsboven staat: Het nieuwe vijfjarenplan voeren we uit en overtreffen we! En linksboven: Onze allereerste opdracht is de ontwikkeling van de zware industrie en het spoorwegtransport – de grondvesten van de gehele volkshuishouding van de USSR!  Bij de wederopbouw van het land moesten grote stappen worden gezet. Veel aandacht voor de noden van de kleine man was er daarbij niet, die kleine man kwam pas in de tweede helft van de jaren vijftig, onder Stalins opvolger Chroesjtsjov, weer een beetje aan de beurt. Het mannetje links van de locomotief, het enige levende wezen op de poster, is illustratief: nietig weggedrukt in een hoekje is hij tegen de achtergrond van al dat industriële geweld totaal onbelangrijk.

Waarna ik een referaat zou kunnen houden over de verhouding individu – staat in Rusland door de eeuwen heen, maar daar begin ik niet aan. Liever wijs ik nog even op een taalkundig aspect van de hier behandelde posters. Het Russisch kent geen lidwoorden, het werkwoord ‘zijn’ komt in de tegenwoordige tijd weinig voor en dankzij de naamvallen kan het gebruik van voorzetsels worden beperkt. Dat geeft de makers van Russische leuzen en posters, die bondig moeten formuleren, een enorme voorsprong op ons. Ik vind dat niet eerlijk.

Hier alvast een van de posters die in de volgende (laatste) les aan bod komen:   

vrouwen machinist trein Rusland sovjetunie

Hier deel 1 en deel 3.

De geschiedenis van de USSR, verteld aan de hand van posters over treinen - 1

(Eerste publicatie: 8-8-2013)

Stalin locomotief treinen spoorwegen Sovjetunie economie

Kan je geschiedenisles geven over de Sovjetunie aan de hand van posters over spoorwegen en treinen? Ik denk het wel. Ik kwam een paar van zulke posters tegen en had meteen materiaal voor een compleet schooljaar. Een deel daarvan stel ik hier gratis ter beschikking.

We beginnen de eerste les met de poster links, uit 1936. Bovenaan staat: DE TREIN GAAT VAN STATION SOCIALISME NAAR STATION COMMUNISME.

In het vak linksonder zien we in zwarte letters staan: DIENSTREGELING van de weg die de bolsjewistische trein heeft afgelegd, met daaronder de namen van de stations die al zijn aangedaan en het jaartal waarin dat gebeurde. Onderaan staat ISKRA (Vonk) 1900: de naam van de krant van socialistische emigranten die in december 1900 voor het eerst verscheen in Stuttgart. Daarboven staat DECEMBER 1905. Een verwijzing naar stakingen en onlusten in Moskou en Sint-Petersburg, die nogal hardhandig werden neergeslagen. De twee stations daarboven zijn PRAVDA 1912 (het oprichtingsjaar van die krant) en SOCIALISME.

Zo vertelt de geschiedenis zichzelf.

Rechts op de poster gaat het verder met, in zwarte letters, de huidige DIENSTREGELING. Daar staan, in rood en geheel in overeenstemming met de ideologie van die jaren, slechts twee stations vermeld: het vertrekstation SOCIALISME en rechtsboven het eindstation COMMUNISME. Men wist in 1936 niet dat er in de verre jaren zeventig nog een station bij zou komen, het REËEL BESTAAND SOCIALISME, waar de trein ernstige vertraging zou oplopen.

De bolsjewistische trein wordt met vaste hand bestuurd door Stalin. Hij zit op de bok, kijkt naar buiten en staat ook nog links op dat rode vaandel. (Vraagje aan de klas: wie zijn die andere drie figuren? Het antwoord volgt aan het eind van de les). Zijn naam staat ook op de voorkant van de locomotief, met de letter И van Иосиф/Iosif. De oplettende leerling heeft dan misschien al gezien dat ook rechtsonder de naam van Stalin staat: CТАЛИН, maar daar met de letter T. Die is van tovarisjtsj/товарищ – kameraad. De hele zin rechstonder luidt: De ervaren machinist van de trein van het communisme k. STALIN.

Enkele vragen die zich nu opwerpen: waar werd de vertraging bij station REËEL BESTAAND SOCIALISME door veroorzaakt, hoelang heeft die vertraging geduurd en is eindstation COMMUNISME ooit wel bereikt? Daar kunt u weer een flink aantal lessen mee vooruit.

En wie staan er naast Stalin op dat vaandel? Van links naar rechts: Lenin, Engels en Marx. Waarmee ik ben aanbeland bij mijn neef. Die heet Mels, een naam die bij oudere Russen enige achterdocht kan wekken. Er was namelijk een tijd dat Russen hun zoon zo noemden – de vier letters stonden dan voor Marx, Engels, Lenin en Stalin. Bij mijn neef Mels is dat niet het geval, zo hebben zijn vader en moeder mij meerdere keren verzekerd.

En hier alvast de poster die in de volgende les aan bod gaat komen:

Stalin locomotieven economie USSR treinen

Hier deel 2 en deel 3.

Het fotoalbum van Koos en Nel Visch, Nederlanders in Kemerevo, Siberië (1922-1926).

(Eerste publicatie: 26-6-2013)

nel Visch Kemerovo communisten CPN

Dacht ik me daar toch een vondst van je welste te hebben gedaan.

Bladerend door een prachtige site met gedigitaliseerde fotoalbums uit Rusland, stuitte ik op bovenstaand tafereel. “24 september in Siberië. Men ziet hier hoe blij men is ons weer terug te hebben. We zitten op een berg van ijzererts.”

In hetzelfde album zat deze foto, volgens het onderschrift “Aan boord van de Rotterdam, de vierde groep Hollanders, 1922”:

Siberië fotoalbum 1922 CPN Sovjetunie

Meteen dacht ik aan Kemerovo, de Siberische stad aan de rivier de Tom, waar in de jaren twintig buitenlandse ingenieurs betrokken waren bij de bouw van een chemie- en cokesfabriek. In 1922 werd daartoe de Autonome Industriële Kolonie Koezbass opgericht, die onder leiding stond van de Nederlander Sebald Rutgers. Mijn niet zo wilde vermoeden werd bevestigd toen ik het omslag van het foto-album aanklikte:

Sebald Rutgers Koezbass ingenieurs communisten Kemerovo

Inderdaad, de AIK Koezbass. Van wie dit album is geweest, wordt op de site niet vermeld. Gelukkig is dat wel het geval bij een volgend album, twee klikken verder.

Koos Visch Nel Visch fotoalbum AIK Koezbass

Het is van Koos en Nel Visch, die in 1922 via een tussenstop in de Oeral ook in Kemerovo belandden. Vier jaar later maakten zij de opheffing van de AIK Koezbass mee. Buitenlandse ‘inmenging’ in de industrie was niet langer gewenst. In tegenstelling tot veel andere buitenlandse communisten, oostwaarts getrokken om de Sovjet-heilstaat op te bouwen, overleefden Koos en Nel de zuiveringen van de jaren dertig. Koos overleed in 1943 in Izjevsk, Nel werkte nog als lerares Nederlands in Moskou en keerde in 1947 terug naar Nederland.

 De trein van oeral naar keremovo

De trein van oeral naar keremovo

  Kemerovo, arbeidershuisjes. Architect Han van Loghem

Kemerovo, arbeidershuisjes. Architect Han van Loghem

  "Hollandsch clubje" - Kemerovo, januari 1923

"Hollandsch clubje" - Kemerovo, januari 1923

 Koos Visch in Kemerovo

Koos Visch in Kemerovo

Enige opwinding maakte zich bij al dit klikken van mij meester. Had ik hier zo maar even twee unieke albums opgedoken die een nieuw licht wierpen op de geschiedenis van de internationale arbeidersbeweging in het algemeen en de Nederlandse bijdrage aan de AIK Koezbass in het bijzonder? Dat viel helaas reuze mee. Ik vond een berichtje over een tentoonstelling in 2007 in het streekmuseum van Kemerovo. Daar was in elk geval het album van Nel en Koos Visch al te zien geweest. Dan zal het bestaan van dat andere album ongetwijfeld ook al wel algemeen bekend zijn.

Koos Nel Visch fotoalbum CPN Kemerovo

Op veel pagina’s in het album van Nel en Koos Visch zijn foto’s verdwenen. Bij de wel bewaarde foto’s staat helaas lang niet overal een onderschrift. Zo weet ik niet wie de man op klompen is.

Nel Visch overleed in 1990. In dit filmpje beschrijft ze de ontroering op de boot (de Rotterdam?) bij de aankomst in de Sovjetunie. Let ook even op de manier waarop ze ‘kameraad Lenin’ zegt. Volledig vanzelfsprekend, zonder enige ironie of wat voor bijbetekenis dan ook. Kom daar nog eens om, tegenwoordig.

De ZiL-127: het paradepaardje onder de Sovjet-bussen, dat moest wijken voor de Hongaren.

(Eerste publicatie: 16-6-2013)

 De ZiL-127

De ZiL-127

Aan welk land doet bovenstaande bus u bij een eerste blik eerder denken, aan Rusland of de Verenigde Staten? Geeft u maar toe, eerder aan de VS.

De bus (type ZiL-127) komt uit Rusland, beter gezegd: de Sovjetunie, waar hij in de jaren vijftig geproduceerd werd door de Moskouse ZiL-fabriek. Dat hij aan de VS doet denken, is niet zo vreemd. Een groep specialisten werd eind jaren veertig naar Amerika gestuurd om daar de infrastructuur voor het busverkeer te bekijken, waarbij speciale aandacht uitging naar de befaamde firma Greyhound.

In 1951 rolde in Moskou het eerste proefexemplaar de fabriek uit, toen nog met de typenaam ZiS-127. De S verwees naar Stalin. In 1956 veranderde de fabriek zijn naam in ZiL, waarbij de L niet verwees naar Lenin (wat ik jarenlang heb gedacht), maar naar Ivan Ligatsjov, een oud-directeur. (De afkorting ZiL staat voor: Fabriek met de naam Ligatsjov).

ZIL auto Ligatsjov Sovjetunie

Die naamsverandering hield verband met de destalinisatie, in gang gezet in datzelfde jaar 1956 op het Twintigste Partijcongres. Dat congres zette ook de lijnen uit voor het zesde vijfjarenplan. In de jaren 1956-1960 diende het personenvervoer per interlokale bus drieëneenhalf keer zo groot te worden. De ZiL-127 paste perfect in dat plaatje.

In 1955 was de productie met 30 exemplaren al enigszins op gang gekomen. In totaal werden er 851 geproduceerd (1958 en 1959 waren topjaren met 200 exemplaren), tot er in 1961 (1 exemplaar) een abrupt einde kwam aan de productie van de ZiL. De USSR sloot zich aan bij een internationale conventie voor wegverkeer en committeerde zich daarmee aan een maximumbreedte voor vervoermiddelen: 2500 mm. De ZiL-127 was 180 mm te breed. In diezelfde tijd wees Moskou de productie van autobussen binnen het Warschau Pact toe aan Hongarije, wat ertoe leidde dat de Hongaarse Ikarus gaandeweg dé bus werd in de USSR.  

ZiL-127 long distance coach USSR
ZiL Sovjetunie bussen Ligatsjov

De ZiL was een opvallende verschijning op de Sovjet-wegen. Naast het chroom en aluminium maakte ook de grote, hoge koplamp (eigenlijk meer een schijnwerper) indruk. Die hoge lamp is goed te zien in de film Mensen en dieren uit 1962 (helemaal aan het begin en vanaf 1.55.) Voor liefhebbers van Russische treinreizen: kijk ook even naar het fragment vanaf 22.05.


Vanbinnen was er ook van alles bijzonder aan de Zil-127. De leuningen van de stoeltjes (32 in totaal) kon je verzetten, er was een netje “voor handbagage en hoofddeksels”, een lampje voor iedereen apart en een radio. Technisch (de motor en zo) was het ook allemaal opvallend, maar daar heb ik te weinig verstand van om dat interessant te vinden.

interieur bus ZiL

Tot in de vroege jaren zeventig kon je de ZiL nog zien rijden, daarna verdween hij uit beeld. Op dit moment is er nog één rijdend exemplaar, die van de bovenste foto. Die deed in de jaren 1956-1965 dienst vanuit Leningrad. (Leningrad-Moskou, Moskou-Minsk, Moskou-Simferopol waren bestaande trajecten, ook reed er een Zil-127 tussen het Moskouse vliegveld Domodedovo en hotel Moskva). De bus belandde in Estland, deed nog een jaar of wat dienst op een kolchoz en verwerd bijna tot een bergje schroot. Hij werd op het nippertje gered. In 2008 begon een groep liefhebbers van oud rollend materieel met de restauratie. Die hadden er drie jaar lang hun handen vol aan. 

Die Hongaarse Ikarus, daar heb ik trouwens ruime ervaring mee. In mijn jaren als reisleider was dat het voornaamste vervoermiddel. Ik wist – daar ben je reisleider voor – waar het knopje zat waarmee je van buitenaf de deur kon opendoen. Dat was handig, als je groep al bij de bus stond en de chauffeur nog nergens was te bekennen.  

 De Hongaarse Ikarus

De Hongaarse Ikarus

Tien minuutjes propaganda uit 1961. Een volle rechtszaal lacht de gelovigen uit. Vakwerk.

(Eerste publicatie: 10-6-2013)

We zien zonnige straatbeelden en er klinkt een vrolijke mars. “Er zit weer een werkdag op voor de inwoners van Saratov”, zegt de commentaarstem. “Prachtig is het leven! Maar ook dat leven heeft vijanden. Laten we een kijkje nemen aan de rand van de stad en op de avond wachten”…  De vrolijke mars maakt plaats voor onheilspellende pianoklanken …

Het is een reportage van zo’n tien minuten, uit 1961. Dergelijke filmpjes werden vertoond in de bioscopen, voordat de hoofdfilm begon. Ooit zat ik – begin jaren tachtig – in zo’n bioscoop in Voronezj. De zaal zat vol, Solaris van Tarkovski stond op het programma. Maar eerst kwam er zo’n filmpje. Ik herinner me twee onderwerpen: Amerikaanse soldaten die ergens iets vreselijks deden (bozig gemompel om me heen) en een item over een nieuwe manier van aardappels telen, dat werd afgesloten met beelden van een overdadig gevulde Sovjet-groentewinkel (zacht, maar zeer schamper gelach in heel de zaal).

Bovenstaand, uiterst onaangenaam filmpje is een sprekend voorbeeld van de propaganda die over de Sovjet-burgers werd uitgestrooid. Vakwerk, als je het mij vraagt. Leden van de Pinksterbeweging staan terecht en worden ten overstaan van een volle, lachende rechtszaal uitgemaakt voor morele misbaksels, die alles haten wat het leven in de USSR zo prachtig maakt.

De Pinksterbeweging zat in de Sovjetunie zwaar in de verdrukking. Na de Tweede Wereldoorlog werd een nationale raad opgericht waarbij baptisten en pinkstergemeenten zich konden aansluiten, maar veel pinkstergemeenten wilden niets met dat staatsorgaan te maken hebben. Zij gingen, of bleven, ondergronds en werden – zie het filmpje – stevig aangepakt.

 Nikolaj Jegorov

Nikolaj Jegorov

De hoofdrol in het proces is voor Nikolaj Jegorov, voorman van de gemeente in Saratov. Hij was het jaar daarvoor al veroordeeld tot een jaar dwangarbeid en vijf jaar verbanning. Begin 1961 keerde hij clandestien terug naar Saratov voor een begrafenis, nam weer deel aan een kerkdienst en werd gearresteerd. Het daaropvolgende proces is te zien op het filmpje. Om zijn rustige weerwoord (“Ik ben God gaan liefhebben en Hem gaan dienen”) maakt de overvolle zaal zich erg vrolijk, al lijkt de lach mij er achteraf ingemonteerd. De buurvrouw komt aan het woord (de kerkdiensten waren doorgaans aan huis), een oud-lid van de ‘sekte’ vertelt over de praktijken en belicht wordt hoe een lid van de gemeente van doktersbezoek werd afgehouden en overleed.

De aangeklaagden worden schuldig bevonden aan het “leiding geven aan een sekte die onverdraagzame religie propageert die de gezondheid van burgers schade toebrengt”. Jegorov wordt veroordeeld tot vier jaar cel, tweeëneenhalf jaar kamp en vijf jaar verbanning naar het hoge noorden.

Na zijn vrijlating woont Jegorov in Letland, dan nog een Sovjet-republiek. Over zijn leven in die jaren is mij weinig bekend. Hij blijft actief in de Pinksterbeweging, maar wordt niet meer gearresteerd. In mei 1992 wordt hij gerehabiliteerd. Hij overlijdt op 19 maart 2013. 

(Beelden van de begrafenisdienst, de begrafenis en de maaltijd erna vindt u hier. Volle tafels, geen drank.) 

Isaak Toenkel en andere Sovjet-fotografen. Arbeiders en kalverenverzorgsters, onbezorgde illusies, gefotoshopt en wel.

(Eerste publicatie: 30-5-2013)

fotograaf Isaak Toenkel huwelijk Sovjetunie fotografie

Ik stuitte op deze prachtige foto, ik kwam er nog een paar tegen uit hetzelfde genre en dacht: daar schrijf ik een stukje over.

Toen liep het uit de hand.

Er is zó veel materiaal te vinden, en ongetwijfeld ligt er nog heel veel meer in archieven (zou men daar beseffen dat ze op een goudmijn zitten?) … Ga dat maar eens ordenen, schrijf daar maar eens een bondig stukje over. Ik ben eraan begonnen, maar tot een goed einde heb ik het niet gebracht. U moet het maar zien als een uitnodiging om zelf verder te zoeken.

De foto bovenaan dit stukje is uit 1952 en is van Isaak Toenkel, die vooral voor het tijdschrift Ogonjok werkte. Juist van Toenkel is er niet zo heel veel te vinden op het web, dus richt ik me vooral maar op hem. Je krijgt bij foto’s van dit soort de neiging om ze toe te lichten, zoals bij een schilderij uit de zeventiende eeuw. Ze zijn uit een ander tijdperk.

De namen van het jonge echtpaar zijn bekend: Ljoedmila en Vladimir Kisiljov. Beiden zijn ontwerpers, zij op een machinefabriek, hij op een fabriek voor optische apparatuur. Het glas wordt geheven bij de Zags, de burgerlijke stand, waar een aangeklede ceremonie een alternatief moest bieden voor het kerkelijk huwelijk. De heer en dame rechts aan de met stemmig rood afgedekte tafel zijn, neem ik aan, de dienstdoende ambtenaren. Aandoenlijk is de jongedame links, die het trouwboekje bekijkt en denkt: wanneer valt mij dit geluk ten deel? De bloem in haar hand (is dat een roos?), staat ongetwijfeld symbool voor haar stralende toekomst.  

Toenkel was, als ik het goed zie, niet vies van een beetje fotoshoppen. De man precies in het midden, met z’n glas omhoog, moet in het echt toch op een meter of tien hebben gestaan, misschien nog wel verder. Toenkel heeft hem een stukje naar voren gehaald, waardoor z’n hoofd op de foto mij onnatuurlijk klein voorkomt. Die twee dames ervoor, daar steek ik m’n hand ook niet voor in het vuur. Wat me dan wel van Toenkel tegenvalt, is dat hij het paarse gordijn niet even netjes heeft geshopt. Boven in het midden hangt het los van het haakje!

En dan deze foto, uit 1951, ook van Isaak Toenkel, daar kan ik helemaal uren naar kijken:

fotograaf Isaak Toenkel propaganda fabriek Lovjetrunie locomotief

Alleen de titel al nodigt uit tot een referaat: «Рабочие Коломенского ордена Ленина и ордена Трудового Красного Знамени паровозостроительного завода им. В.В. Куйбышева подписывают обращение Всемирного совета мира о заключении Пакта мира». Zal ik een poging wagen om dat te vertalen? Nou, vooruit: “Arbeiders van de met de Leninorde en de Orde van het Rode Arbeidsvaandel onderscheiden locomotieffabriek genaamd V.V. Koejbysjev in Kolomenskoe ondertekenen de petitie aan de Internationale vredesraad over het sluiten van het Vredespakt”. Welke, ongetwijfeld eminente, historische gebeurtenis dit betreft, ben ik even kwijt. Ik ga dat ook niet uitzoeken, ik kijk liever naar die foto.

Die vent met die pet, rechts op de voorgrond, die als een soort G.B.J. Hilterman de toestand in de wereld duidt voor Tamara van de lasafdeling…  In de rode ster op de locomotief zien we natuurlijk Stalin. (Heeft die arbeider helemaal links nou een peuk in z’n mond? Dat zal toch niet?)

Ach, en dan deze. Die kan wel zonder toelichting. (Al doe ik daar de jongedame mee tekort: het is Galja Sjoestikova – ‘beste kalverenverzorgster’.)

Over Isaak Toenkel heb ik niet zo veel kunnen vinden. Geboren in 1912, had een eigen atelier in Moskou, is naar Israël verhuisd, waar hij inmiddels zal zijn overleden.  

Hier een foto van een collega van Toenkel, Jakov Rjoemkin. Een dorpswinkel in 1951:

fotografie Rusland Sovjetunie dorpswinkel Jakov Roemkin Rumkin

Ook deze foto zet de deur open naar een heel verhaal, zeg maar gerust: een serie colleges, waarin economie en schaamteloze propaganda behandeld kunnen worden. Het was de tijd dat de Sovjet-economie zich weer een beetje ging richten op consumentengoederen, en dat moest worden getoond. Dat de stoffen op deze foto in geen enkele dorpswinkel te krijgen waren, en dat iedereen dat ook wist, dat is een verhaal apart.

Wie verder wil op dit fotografisch pad, kan hier en hier beginnen. Daar staan fotografen genoemd waarvan genoeg werk te vinden is op het net. Ik sluit af met nog een tafereel uit 1951, omdat het zo’n mooi contrast oplevert met al het kleurenwerk hierboven. Ook hier wordt die petitie voor dat vredespact ondertekend, maar vergelijk dat eens met die foto van Toenkel. Die behoort tot een apart genre, waar ik geen genoeg van kan krijgen.

ondertekening vredespact fotografie Sovjetunie USSR