sport

De Eeuwige Supporter van Tom Tomsk zit tijdelijk op een andere tribune

(Eerste publicatie: 20-3-2012)

De schrik slaat je af en toe om het hart. Ik las iets over een verbouwing van het stadion van Tom Tomsk, zag een foto van een gapend gat waar eens een tribune stond en ik dacht meteen: wat is er met hém gebeurd, de Eeuwige Supporter?!

Ik schreef eerder een stukje over hem. Het mooiste beeld van Rusland (nou vooruit: het leukste beeld van Rusland), zou het de bouwwoede overleven? Die hang naar nieuw en modern, naar kunstgras in plaats van kluiten, naar catering in plaats van kantine?

Toen kwam ik dit filmpje tegen en ik haalde opgelucht adem: [linkje werkt niet meer]

De Eeuwige Supporter zat op de Tribune Oost. Die wordt verbouwd, het beeld zit nu tijdelijk op Zuid. Dat is ook de tribune van de harde kern van Tom Tomsk, maar beeldhouwer Leonti Oesov vertelt hierboven dat hij zich daar geen zorgen over maakt: “Ze krijgen er een schitterende broeder bij. Ze verzinnen tradities, doen hem allerlei kleren aan en uit, hij komt op de tribune waar hij thuishoort.”

De nieuwe Oosttribune, waar ook het beeld weer een plekje gaat krijgen, moet er zo gaan uitzien (foto links).

Het is niet alleen een tribune, maar er zit ook een winkelcentrum aan vast. Als de ontwerpers hart voor de zaak hadden gehad, hadden ze de Eeuwige Supporter daar al ingetekend. Hebben ze niet gedaan… Misschien moet hij maar gewoon op Zuid blijven zitten, de tribune waar hij zich, vermoed ik, beter thuis zal voelen..

Ik las trouwens nog dat het beeld is gebaseerd op een foto uit de krant Voetbal en Hockey. Dat is ook de krant die hij in zijn hand heeft. Ik ga eens kijken of ik de originele foto ergens kan vinden. 

IJshockey op het Rode Plein? Ooit werd er al gevoetbald. Deel 3 - de sportparade van 1936.

(Eerste publicatie: 12-2-2012)

Komt er deze maand een ijshockeywedstrijd op het Rode Plein (zie deel 1)? Het zou kunnen, sportieve festiviteiten aan de voet van het Kremlin zijn niet nieuw. Zo groeiden sportparades op het Rode Plein voor de Tweede Wereldoorlog uit tot een jaarlijks terugkerend fenomeen (zie deel 2). De parade van 1936 kreeg een bijzonder slot: een heuse voetbalwedstrijd op een groot, vilten tapijt.

Liever hadden de machthebbers in de USSR niets met voetbal te maken gehad. De sport trok grote aantallen toeschouwers, die zich onvoorspelbaar gedroegen. Kranten maakten in de jaren twintig en dertig met enige regelmaat melding van opstootjes. Het volk op de tribunes deed niet echt denken aan de nieuwe, voorbeeldige Sovjet-mens. Voetbal was echter al zo populair, dat negeren of verbieden geen optie meer was. De wedstrijd op het Rode Plein, ten overstaan van Stalin en andere hooggeplaatsten, kan gezien worden als de officiële acceptatie.

De wedstrijd ging tussen het eerste en tweede elftal van Spartak Moskou. De spelers – kom daar nog eens om tegenwoordig – naaiden in de nachten voor het duel zelf het gigantische tapijt aan elkaar. Overdag lag de rol, die steeds dikker werd, voor het warenhuis GUM, aan de lange zijde tegenover de Kremlinmuur. Er werden lijnen op aangebracht, inclusief een paar atletiekbaantjes, want ook enkele topatleten mochten hun kunsten vertonen.

Nadat zij waren uitgerend, waren de jongens van Spartak aan de beurt. De planning was: een half uur. Op het Leninmausoleum, naast Stalin, stond Aleksandr Kosarev, de leider van de jeugdorganisatie Komsomol. Hij zou met een wit zakdoekje zwaaien, zodra de Grote Leider tekenen van verveling zou tonen. Dat bleek niet nodig en uiteindelijk balde men er bijna drie kwartier op los. Uitslag: 4-3 voor Spartak 1. Beelden van de wedstrijd zijn hieronder te zien.  

Ik kwam nog een andere film tegen, van de eerste sportparade op het Rode Plein na de oorlog. Het is augustus 1945, en daar ligt weer zo’n mooi kleed op het plein. Zou dat hetzelfde kleed zijn als van de voetbalwedstrijd? Het lijkt me onwaarschijnlijk, maar ik ga dat niet uitzoeken. Opvallend is de goede kwaliteit van de opnamen. Die zijn gemaakt met op de Duitsers buitgemaakte filmapparatuur, daar durf ik wel wat onder te verwedden:

Over dit filmpje is nog van alles te zeggen, maar dat komt nog wel een keer. Mis in elk geval de motorrijders niet (vanaf 36.55). En ook ons Zenit wordt genoemd! Want nee, het is niet alles Spartak in deze wereld.

(Hier deel 1 en deel 2.

IJshockey op het Rode Plein? Ooit werd er al gevoetbald. Deel 2: Fizkoeltoera: de eerste fitnessbeweging uit de geschiedenis.

(Eerste publicatie: 9-2-2012)

Er zijn plannen voor een ijshockeywedstrijd op het Rode Plein. Aanleiding is het veertigjarig jubileum van de fameuze Summit Series tussen Canada en de USSR. (Zie hierover deel 1.)

Het Rode Plein als sportarena – niks nieuws onder de zon. Al vanaf 1919 werden er optochten gehouden van sportieve jongelui. In de jaren dertig groeiden die parades uit tot een jaarlijks terugkerend spektakel, met tienduizenden jonge mannen en vrouwen, die strak geregisseerd voorbijtrokken aan de hoogste leiders van het land. En tussen de colonnes door vertoonden sportlui, meebewegend met hun marcherende kameraden, hun kunsten: boksers in een ring, gymnasten aan een rek, wielrenners op een meerijdende heuvel.

Deze cultus van jeugd, sport en lichamelijk welzijn werd samengevat met het woord fizkoeltoera. Karl Schlögel schrijft in zijn onlangs in vertaling verschenen Terreur en droom. Moskou 1937: “Fizkoeltoera, dat wil zeggen lichaamscultuur, is werken aan jezelf, is de tot de reproductiesfeer behorende kant van het menselijk leven, waarin niets meer aan het toeval mag worden overgelaten. Gezondheid, welbevinden kunnen net zo goed gepland worden als werk, vooral industrieel werk. Fizkoeltoera onderscheidt zich juist van de sport, die een apolitieke vrijetijdsbesteding is, doordat ze een maatschappelijk doel (het behoud en de verbetering van de gezondheid voor het arbeidsproces) dient, en ook doordat ze in een gemeenschap, gezamenlijk, collectief wordt beoefend. (…)  Fizkoeltoera is de eerste fitnessbeweging uit de geschiedenis en daarmee geheel en al een fenomeen van de opkomende massamaatschappij.”

Hieronder een reportage met beelden uit 1937 en 1938. Duidelijk wordt dat fizkoeltoera in die jaren ook nadrukkelijk een militaristische component had. Het lied dat klinkt, komt uit de film Если завтра война (Als het morgen oorlog is) uit 1937. Op de twee spandoeken op 1.16 staan twee regels uit het lied: Если завтра война, будь сегодня к походу готов (Als het morgen oorlog is, wees dan vandaag gereed voor de veldtocht).

De openingszin mag er trouwens ook zijn: De Sovjet-geheimedienst is het zwaard en het schild van de dictatuur van het proletariaat! Mooi ook zijn de sporttrofeeën op een soort lopende band (3.15). En kijk eens naar de bevallig wuivende dameshandjes op 3.27. Wat mij ook bevalt (ik zit wel eens achter een drumstel) is het zinnetje op 3.52: Barabani silnej, barabantsjik! (Sla harder op de trom, trommelaar!). En op 4.12, het peloton op een colletje! Niet van de buitencategorie, maar toch. 

Over de parade van 1937 verscheen in 1938 een documentaire, die in heel de Sovjetunie werd vertoond. De titel was veelzeggend: Сталинское племя: Stalins stam. Schlögel: “Op een bepaalde manier was de parade van de fizkoeltoerniki daadwerkelijk de parade van de na de Oktoberrevolutie geborenen, van de postrevolutionaire jeugd, van de jeugd van ‘Stalins stam’ ”

Binnenkort hier meer over het prachtige boek Terreur en droom. Moskou 1937 van Schlögel. Hij schrijft ook over de voetbalwedstrijd die ooit plaatsvond op het Rode Plein. Hij plaatst die in 1937, maar het was een jaar eerder. Ook van die wedstrijd bestaan mooie beelden.

(Hier deel 1 en deel 3.)

IJshockey op het Rode Plein? Ooit werd er al gevoetbald. Deel 1: de Summit Series van 1972.

(6-2-2012)

Komt er een ijshockeywedstrijd op het Rode Plein? Het zou zo maar kunnen. Eind deze maand wordt in Moskou met een vriendschappelijk duel de legendarische Summit Series van 1972 herdacht, toen de USSR en Canada elkaar in acht wedstrijden bestreden op leven en dood. Minister Moetko van Sport stuurt aan op het Rode Plein als locatie.

De Summit Series betekende – midden in de Koude Oorlog - de eerste confrontatie tussen Canadese ijshockeyprofs en de staatsamateurs van de USSR. De Canadezen waanden zich superieur, maar na de eerste vier wedstrijden, gespeeld in Canada, stond het 2-1 voor de Sovjets, met één duel dat eindigde in een gelijkspel. Het decor van de volgende vier wedstrijden was het Loezjniki IJsstadion in Moskou.

Canada komt daar in de eerste wedstrijd met 4-1 voor, maar verliest met 5-4. De resterende duels móeten gewonnen worden. De Canadese supporters in Moskou begrijpen dat als geen ander en zingen, terwijl de spelers van het ijs stappen, het volkslied. IJshockeylegende Wayne Gretzky (hij volgde als jongen de Series op tv): “The fans who were in there, who were Canadian, they were fighting for their lifestyle, their beliefs and how they lived.”

Ook op het ijs was het een gevecht. Berucht is het incident in de zesde wedstrijd. Bobby Clarke haalt met zijn stick uit naar de schaatsen van Valeri Charlamov en breekt diens enkel. Assistent-coach John Ferguson: “I called Clarke over to the bench, looked over at Charlamov and said: ‘I think he needs a tap on the ankle’. Charlamov was killing us. I mean, somebody had to do it”. De machtige uithaal van Clarke ziet u hier:

Canada wint de zesde wedstrijd met 3-2 en de zevende met 4-3. Op 28 september staan beide landen tegenover elkaar voor het laatste en beslissende duel. Weer lopen de emoties op het ijs hoog op. Vooral de Canadezen gaan stevig te keer. Angstaanjagend is de manier waarop J.P. Parise met opgeheven stik op de scheidsrechter afstuift (zie volgende filmpje, vanaf 1.20):

Illustratief is ook het incident rond de Canadese official Alan Eagleson. Canada komt met 5-3 achter, maar maakt in de derde periode gelijk. Bij de 5-5 van Yvan Cournoyer gaat de lamp achter het Russische doel niet aan. Eagleson maakt zich daar zo kwaad over, dat hij door Russische politie tot de orde wordt geroepen. Dat is het sein voor een massala actie van de Canadese spelers. Ze vliegen op de boarding af  - en deels erover - en ontzetten Eagleson. Die maakt daarna woeste gebaren naar het Moskouse publiek, dat zoiets nog nooit heeft meegemaakt:

Henderson has scored for Canada! Dat zinnetje van de commentator zit in het collectieve Canadese geheugen gegrift. Paul Henderson zit in de laatste minuut op de bank. Dan doet hij iets wat hij nog nooit heeft gedaan: terwijl het helemaal zijn beurt niet is om in te vallen, roept hij  Pete Mahovlich van het ijs. Even later tikt hij het winnende doelpunt langs keeper Vladislav Tretjak (7.30). Het levert de beroemdste Canadese sportfoto op. In 2010 werd het shirt van Henderson voor ruim een miljoen dollar geveild.

Hier een korte terugblik op die laatste wedstrijd, door Sovjet-ogen. De Canadese spelers zijn van grote klasse, maar hun gedrag op het ijs, nee, dat heeft met sport niks te maken:

[Filmpje (nog) niet teruggevonden]

Op 26 februari moet het ervan van komen. Een ijshockeywedstrijd op het Rode Plein om het veertigjarig jubileum van de  Summit Series te vieren. IJshockey op het Rode Plein? Waarom niet. Ooit werd er al een voetbalwedstrijd gespeeld.

Hier deel 2 en deel 3.

Ook Poesjkin is supporter van FC Zenit. En tegen racisme. Йоу! (Yo!).

(Eerste publicatie: 29-11-2011)


“Vsem privet iz 19-ogo veka”. U krijgt allen de hartelijke groeten uit de 19de eeuw van Alexander Sergejevitsj Poesjkin. 

In het filmpje prijst de nationale dichter van Rusland de vooruitgang van de afgelopen anderhalve eeuw: “klassno u vas” (het is te gek bij jullie).  Alleen één ding begrijpt Poesjkin niet: vanwaar toch dat racisme, zo alom aanwezig in Rusland?

Het leek ons FC Zenit wel een goed idee om in het kader van de actie Rusland zonder Racisme de hulp in te roepen van Poesjkin, Ruslands nationale, onomstreden literaire held, afstammeling van een Afrikaanse slaaf. De populaire rapper Noize MC werd erbij gehaald. Als een soort medium brengt hij Poesjkins boodschap over aan de jeugd in het algemeen en de voetbalsupporter in het bijzonder.

Een poging tot exegese:

0.05. Vperjod za Piter! : Vooruit voor Sint-Petersburg!

0.10. Moja kozja ne pochozja na natsjinkoe vatroesjki.

De dichter verwijst naar zijn huid, die niet op de vulling van een wrongelkoek lijkt. Zo’n vulling is wit.

0.24 – 0.34. Hier haalt de dichter herinneringen op aan zijn tijd op het beroemde Lyceum. Hij kreeg daar van domme medeleerlingen te horen dat zijn voorvaderen pas gisteren uit de boom waren geklommen.

Op 0.30 verschijnen varkenskoppen in beeld met in rode letters SVINCHEDY, een samentrekking van varkens (svinja) en skinheads. Dat begrijp ik niet. Varkens is de bijnaam van Spartak Moskou. De supporters van die club zullen de boodschap – indien daarvoor uberhaupt ontvankelijk, wat ik betwijfel – na zoiets zeker niet meer ter harte nemen.

0.34.  “Mijn voorvader, de moor Hannibal, zeiden ze, werd in Amsterdam door Peter voor een fles rum gekocht bij geldwisselaars”.

Hier wordt de voetbalsupporter lelijk op het verkeerde been gezet. Die Hannibal werd voor (en niet door) Peter de Grote gekocht in Constantinopel.

0.45. Hier legt de dichter uit dat ze hem dan wel voor van alles hebben uitgemaakt, maar dat hij toch behoorlijk goed terecht is gekomen. En hij verwijst naar een beroemde regel uit eigen werk: Ja pamyatnik sebe vozdvig nerukotvornyi. – Ik heb een monument voor mijzelf opgericht, niet door mensenhanden gemaakt.

0.45. 33 sektor: het vak in het oude Kirov-stadion waar de harde kern zich ophield. In het huidige Petrovski stadion is helemaal geen vak 33 meer, maar de oude naam wordt nog veel gebruikt.

0.46. De dichter legt uit dat professoren hem ‘groots’ noemen, en dat Russisch leren zonder zijn boeken te lezen een doodlopende weg is.

0.52 – 1.11 En dan het refrein, waarin de dichter zich afvraagt waar de dombo’s toch vandaan komen die denken dat Rusland en racisme van hetzelfde woord afstammen. De dichter is tegen jullie, yo!, als je niets moet hebben van mensen die er een beetje anders uitzien. En wat mummel je nou over de Russische cultuur, hier heb je een antwoord van die Russische cultuur, of is Poesjkin geen Russische cultuur soms? Yo!

1.12 – 1.35. Dan volgen er enkele regels over buitenlandse werknemers en studenten, wat je daar dan wel voor last van hebt – als ik het goed begrijp. En iets over nationale dansen, waarvan de portee me ontglipt. (Voor de betekenis van de banaan: googelt u even op banaan Roberto Carlos).

1.22.  Een aardig detail: de tattoos op Poesjkins onderarmen. Die zijn ontleend aan de tekeningetjes – niet zelden scabreus - die Poesjkin in de kantlijn van zijn gedichten maakte. Over die tekeningen zijn hele boeken geschreven.

1.40-1.42. Racisme, zegt Poesjkin, laten we over aan de pitekantrop en de avstrapolitek. Dat vond ik even lastig, maar een pitekantrop is een aapmens en een avstrapolitek een uitgestorven geslacht van mensachtigen van een paar miljoen jaar geleden. Waarna de dichter iedereen de groeten doet uit de 19de eeuw.

De commentaren her en der op dit lied zijn nogal, eh, wisselend. “Propaganda van menselijke waarden voor debielen”, las ik ergens. Anderen vinden dat de nationale dichter schandelijk wordt misbruikt, weer anderen menen dat de tekst en het filmpje misschien toch íemand aan het denken zullen zetten. 

En ik kwam iemand tegen die schreef dat dat helemaal Poesjkin niet is in dat filmpje, maar Doumbia van CSKA Moskou.

Doumbia

Doumbia

De weggemoffelde vliegtuigramp met het voetbalelftal van Pachtakor

(Eerste publicatie: 1-10-2011)

Op 7 september van dit jaar verongelukte het complete eerste ijshockeyteam van Lokomotiv uit Jaroslavl. Twee dagen later was ik in de stad – een verblijf dat al gepland stond. Het verdriet van de stad maakte grote indruk op me. Ik schreef er hier over.

Een trouwe lezeres reageerde met een linkje naar een documentaire, getiteld: Taina gibeli Pachtakora, vrij vertaald: Het geheim van de ramp met Pachtakor. Er sprong een klein luikje open in mijn geheugen. Veel kwam er niet door naar buiten, maar de documentaire vulde dat snel aan. Met verbazing zat ik te kijken: hoe is het mogelijk dat een dergelijke ramp voor de buitenwereld vrijwel verborgen kon worden gehouden? Andere omgekomen sportteams (Torino, Manchester United, Lokomotiv Jaroslavl – om er een paar te noemen) verwierven meteen een (wrange) heldenstatus, tot troost – neem ik aan – van de nabestaanden. De familie van de voetballers van Pachtakor is die troost jarenlang onthouden – met dank aan het humane Sovjet-regime. 


Op 11 augustus 1979 vliegt het elftal van Pachtakor uit Tasjkent naar Minsk, waar twee dagen later de competitiewedstrijd tegen het lokale Dinamo op het programma staat. Pachtakor heeft een veelbelovend team, is de trots van Oezbekistan en heeft in Michail An, aanvoerder van Jong USSR, een groot talent in de gelederen. Boven Dnjeprodzerzjinsk in de Oekraïene botst het toestel op meer dan 8 kilometer hoogte op een ander burgertoestel. Uiteraard zijn er geen overlevenden.

Pas een volle week later maakt de centrale pers melding van het ongeluk, en nog slechts indirect. Sovetski Sport wijdt onder het kopje Afscheid van kameraden een paar gortdroge regels aan de begrafenis van het team, “omgekomen bij een vliegtuigongeluk”. Het zijn de beelden van die begrafenis (vanaf 35.15), afkomstig uit een privé-archief, die me het meest verbazen in de documentaire. Er is, zo blijkt, in Tasjkent massaal afscheid genomen van het team. Omdat over ongelukken in de USSR niet werd bericht, bleef ook de begrafenis buiten het officiële beeld. Uiteindelijk moest er wel íets worden bericht (zie het stukje in Sovetski Sport), want tja, een verdwenen voetbalteam uit de hoogste afdeling, dat gaat opvallen.

De nabestaanden die aan het woord komen, zijn verbitterd. Ze kregen een overlijdensakte waarop stond dat het ongeluk “buiten het werk” had plaatsgevonden, terwijl de spelers op weg waren naar Minsk voor een officiële competitiewedstrijd. Bovendien is het grootste deel van het dossier over de strafzaak niet openbaar. Nog altijd zijn de nabestaanden op zoek naar ‘de waarheid’. Wat was de oorzaak van het ongeluk?

De documentaire wijst – in de beste Russische tradities – uitgebreid op allerlei theorieën en geruchten. De situatie in het luchtruim zou onoverzichtelijk zijn geweest vanwege een vlucht van secretaris-generaal Brezjnev, die voorrang moest krijgen. Het toestel zou uit de lucht zijn geschoten tijdens een militaire oefening. Uiteindelijk blijft maar één versie overeind: een fout van de luchtverkeersleiding.

Begin jaren tachtig was ik in Tasjkent. Ik hield me in die jaren al redelijk intensief bezig met de USSR/Rusland en ook met voetbal. Het is geen seconde bij me opgekomen om de begraafplaats te bezoeken of een kijkje te gaan nemen bij het stadion. Het was nog maar een paar jaar na het ongeluk, maar de link Tasjkent – Pachtakor, met het bijbehorende drama, heb ik toen niet gelegd.

Het ongeluk van Pachtakor wordt al lang niet meer verzwegen. Hieronder een lied ter ere van het team, met beelden van de begraafplaats en ook van het Russisch elftal (nog onder leiding van Guus Hiddink) dat een minuut stilte in acht neemt. [Het filmpje heb ik nog niet teruggevonden.]

Sjinnik Jaroslavl - Saransk, een voetbaltopper na een ijshockey-ongeluk

(Eerste publicatier: 15-9-2011)

Sjinnik Jaroslavl, kent u die ploeg? En Saransk Mordovië? Ze speelden tegen elkaar, een topper uit de Russische eerste divisie, en ik was erbij. Het werd een bijzondere, bedrukte avond, daar in de provincie.

Enkele dagen eerder was het complete eerste ijshockeyteam van Lokomotiv, de trots van de stad, bij een vliegtuigongeluk om het leven gekomen, en Jaroslavl had nog even geen zin in voetbal. De kassa’s gingen ruim op tijd open, ….

… de uitslagen en de stand werden nog eens doorgenomen,…

… en bij de catering hadden ze hun werk gedaan.

Maar dat verschrikkelijke ongeluk… Er liepen Sjinnik-supporters rond met een Lokomotiv-sjaaltje en uit de luidsprekers klonk – ik verzin het niet – Who wants to live forever van Queen in een piano-uitvoering. Ondertussen gingen de voorbereidingen gewoon door – wat moet je anders.

Zoals altijd in een Russisch stadion waren de hulpdiensten duidelijk aanwezig:

En toen kwamen de teams het veld op, Sjinnik natuurlijk in een Lokomotiv-shirtje. Bij een minuut stilte in een Russisch voetbalstadion tikt altijd een klok mee.



Ik maakte een foto van wat toeschouwers. De man links werd daar erg boos om. Een ander werd dáár weer erg boos om en die schudde me, toen ik even later mijn plekje opzocht, nadrukkelijk de hand: “Dank u dat u mij gefotografeerd hebt!” Als ik al geen supporter van Sjinnik was, dan was ik het nu zeker.

We kwamen al snel met 1-0 achter. De supporters van de East Side (met een spandoek voor de ijshockeyers) moedigden aan wat ze konden …

… mijn buurmannen leverden ook hun bijdrage …

… de maan kwam nog op …

... maar gescoord werd er niet meer.

... Gelaten liepen we door de avond naar huis.

Jaroslavl rouwt om de hockeyjongens van Lokomotiv

(Eerste publicatie: 10-9-2011)

De dame in het hotel die het ontbijt verzorgt, heeft geen oog voor lege kopjes of vuile bordjes. Bewegingloos kijkt ze naar het tv-scherm aan de muur, naar een rij doodskisten op een ijsvloer. Er staan foto’s naast van kerngezonde, sterke jongemannen in het rood-witte shirt van ijshockeyploeg Lokomotiv, de trots van Jaroslavl. Drie dagen geleden zijn ze te pletter geslagen, kort nadat hun vliegtuig was opgestegen van vliegveld Toenosjna. Ze gingen een wedstrijd spelen in Minsk.

De tv-beelden komen uit de Arena 2000, de thuishaven van Lokomotiv. Inwoners lopen langs de kisten, verslagen, met bloemen, in tranen. Maar niet die tranen of de verslagenheid komen het hardst aan – het zijn die foto’s van die kerngezonde, sterke jongemannen.

Zo was het een dag eerder ook, toen ik buiten bij de Arena stond, in de miezerregen, temidden van al die mensen die bloemen kwamen leggen bij de ingang. Al ruim dertig jaar kom ik in Rusland. Ik probeer me dagen en beelden te herinneren die meer indruk hebben gemaakt. Het is me nog niet gelukt.

Hoe ik vrienden ga maken op de tribune bij Sjinnik tegen Saransk

(Eerste publicatie: 3-9-2011)

Zo maar gevonden in een boekwinkel in Sint-Petersburg: een woordenboekje van Russisch voetbaljargon. Daar ga ik nog veel plezier mee beleven!

Het is een beetje rijp en groen door elkaar: bijnamen, voetbaltermen, leuzen. Edgar Davids staat er in (Хищник / Roofdier) en – je verwacht het niet - Jimmy Floyd Hasselbaink (Wilde Bizon). Nieuw voor mij: de bal in de zes schieten (бить в шестерку): in de benedenhoek. In de negen is in de kruising, dat wist ik al.

Supportersleuzen staan per club gerangschikt en dat levert meteen het grootste minpunt van het boekje op: twaalf pagina’s Spartak Moskou! Raar ook, dat krijgen die gasten uit 095 toch never nooit uit hun hoofd geleerd?

Die enorme aandacht voor Spartak heeft wel een pluspunt, want ook de leuzen tégen een club staan vermeld, en daarbij is Spartak ook mooi koploper. Deze vind ik leuk:

Спартак – параша
Победа будет наша
А если и не наша
То все равно параша

Spartak is een schijthol
Wij gaan winnen
En winnen we niet
Dan blijft Spartak een schijthol

In de vertaling gaat het rijm helaas verloren, maar evengoed is duidelijk dat er op het veld weleens wat mis kan gaan, en dat je daar als supporter op volwassen, relativerende wijze mee om kunt gaan.

Nu zit ik volgende week in Jaroslavl op de tribune bij de wedstrijd Sjinnik - Saransk Mordovië. En wat ik ga doen: wanneer het even wat stil is, sta ik op en roep ik heel hard die vier regeltjes hierboven! Waarbij ik Spartak natuurlijk vervang door Saransk.

Ik denk dat de supporters van Sjinnik dat heel leuk zullen vinden en voorspel roerende taferelen: tranen, omhelzingen en minstens één nacht gratis bier.