literatuur

Mooie, bescheiden memoires van Sergej Gandlevski - over de creatieve intelligentsia in de late USSR

(Eerste publicatie: 14-3-2013)

Sergej Gandlevski

Sergej Gandlevski

De creatieve intelligentsia in de laatste dertig jaar van de USSR, wie zich daar een beeld van wil vormen, of wie dat beeld nog eens wil oproepen - lees vooral Бездумное былое (Bezdoemnoje byloe) van Sergej Gandlevski.

Gandlevski (Moskou, 1952) is de bescheidenheid zelve. In niet meer dan 160 pagina’s kijkt hij terug op zijn leven tot nu toe. Laconiek, vriendelijk ironisch en met wijze afstandelijkheid vermengd met weemoed. Hoe hielden Gandlevski en zijn kameraden zich staande in een omgeving die hun weerzin wekte? Hoe creëerden zij hun eigen ruimte, waar zij hun eigen, innerlijke vrijheid beleden?

memoires jaren zeventig Sovjetunie intelligentsia

Gandlevski hield zich in financieel opzicht staande door poëzie te vertalen. Hij schetst in nog geen twee pagina’s een verdwenen wereld, waarin dichters uit Oezbekistan, Tadzjikistan, Kirgizië en al die andere buitengewesten van de USSR konden rekenen op vertalingen in het Russisch – in naam van de vriendschap der volkeren. Grove vertalingen werden verdeeld over uitgeverijen, waar elke redacteur een cirkeltje van dichters had, die zorgden voor prachtige, rijmende regels in het Russisch. Behoorde je tot zo’n cirkeltje, dan was je kostje gekocht. Je verdiende bepaald niet slecht en had daarnaast alle gelegenheid om je eigen creatieve gang te gaan. En dat je regels produceerde waarin niet zelden de USSR werd geloofd en geprezen, nou ja. Het waren niet jouw regels, je vertaalde ze alleen maar.

Het kleine hoekje met de eigen vrijheid, dat wordt omspoeld door een zee van stompzinninge staatsideologie, blijkt niet voor iedereen afdoende. Drank biedt een ontsnappingsroute, net als emigratie. Gandlevski blijft (ook nadat de USSR is verwenen) en begroet de omwentelingen eind jaren tachtig enthousiast. Adembenemend zijn de historische onthullingen, de stroom publicaties van ooit verboden boeken houdt maar aan. En in de kommoenalka van Gandlevski maken twee vaders zich op om de straat op te gaan. Hijzelf om te gaan demonstreren, buurman agent om de demonstranten in toom te houden.

Dat enthousiasme verdampt, al komt Gandlevski de economisch zware jaren negentig redelijk ongeschonden door. Het is vooral de komst van Poetin en de ontwikkelingen in de jaren daarna die Gandlevski en de zijnen weer doen terugkeren naar hun eigen hoekje, waar ze staat en overheid zo ver mogelijk op afstand proberen te houden. “In 2000 kwam er in Rusland een weerzinwekkende man aan de macht – een sovjet-spookbeeld dat naar het onderbewustzijn was verdrongen, iets laags, van de straat, iets uit een dronken slaap. Hij en zijn helpers gingen aan de slag en begonnen het land dat zich op een kruispunt bevond, toegewijd en kundig te verleiden – alsof je een glas wodka voorhoudt aan een totaal aan de drank geraakte man, die net min of meer heeft besloten om te stoppen met drinken”.

Bezdoemnoe byloe telt tal van zulke doordringende observaties. Nog een aantal redenen waarom ik Gandlevski's boek met veel plezier heb gelezen:

- Vanwege het prachtige woord Диккенсовщина  (Dickens-achtige toestanden) dat ik tegenkwam.

- Omdat Aleksej Tsvetkov wordt genoemd  (ik schreef onder meer hier over zijn gedichten die op muziek zijn gezet.

- Omdat er een foto in staat van Timoer Kibirov, schrijver van een van mijn favoriete boeken van de afgelopen jaren (daarover schreef ik hier).

- En omdat ik Gandlevski grotendeels las in café Pasternak in Berlijn.

Café Pasternak Berlijn

Leuk voor Nederland-Rusland 2013: Russische literatuur met een Nederlandse omslag – en omgekeerd. Te beginnen met Dostojevski.

(Eerste publicatie: 28-2-2013)

Stel je eens voor dat je een Russische vertaling tegenkomt van – ik noem maar een boek - Multatuli’s Max Havelaar. Het boek straalt je tegemoet met een prachtige omslag, waarop staat afgebeeld Visioen van de jonge Varfolomej van de schilder Michaïl Nesterov.

Dan sta je toch raar te kijken.

Misdaad en straf schuld en boete Dostojevski Nesterov Varfolomej

Stel dat je inderdaad zoiets vreemds tegenkomt, het zal geen uitzondering zijn. Sterker nog, het moet schering en inslag zijn, als we afgaan op de rare omslagen die blogger handehoch verzamelde van vertalingen van Dostojevski’s Misdaad en straf

Nemen we bijvoorbeeld onderstaand omslag van een Spaanse vertaling. We zien hier Misdaad en straf geïllustreerd met het aandoenlijke schilderij Vrouw met boek van Pieter Janssens Elinga. Wat wil de uitgever hier suggereren? Dat die vrouw daar Dostojevski zit te lezen en dat u dat ook maar snel moet gaan doen? Ik sluit het niet uit. Ik moet u dan wel waarschuwen, mocht u, nieuwsgierig geworden, Misdaad en straf voor het eerst ter hand nemen: schrikt u niet wanneer u plots een bijl tegenkomt in plaats van een mes. Verder verklap ik niks.

Vrouw met boek Pieter Janssens Elinga

En deze dan. Mooie schoenen. Bloedrood. Prachtig:

rans Banninq Cocq en Raskolnikov – ik geef toe: ik had het niet verzonnen.

Frans Banninq Cocq Raskolnikov Dostojevski Schuld en boete misdaad en straf

Kaïn denkt natuurlijk, net als Raskolnikov: ik moet nu heel snel wegwezen hier! 

En wat je allemaal niet met een bijl kan doen.

En nog een Rembrandt!

Franz Xavier Winterhalter - Portret van een jonge architect. Ach, waarom ook niet.

Franz Xavier Winterhalter Portret van een jonge architect Dostjevski

Misschien is dit wel een aardig idee voor het huidige Nederland-Rusland-jaar. Neem een Russisch boek en bedenk er een passend (of in het geheel niet passend) Nederlands schilderij bij als omslag. En omgekeerd natuurlijk: een Nederlands boek met een Russisch schilderij. Met Nesterov en Multatuli gaf ik al een voorzetje, de mogelijkheden zijn onbegrensd.

Meer leuke plaatjes bij Misdaad en straf vindt u hier.

Hoe John Steinbeck en Robert Capa in de USSR een oor werd aangenaaid - 4, slot

(Eerste publicatie: 26-2-2013)

Robert Capa Steinbeck A Russian Journal

John Steinbeck en Robert Capa krijgen tijdens hun reis door de USSR de kans om in de buurt van Kiev een kolchoz te bezoeken, iets wat vooral Steinbeck hoog op zijn verlanglijstje heeft staan. Ze mogen er zelfs twee bezoeken. Want, zo blijkt uit de rapporten van hun begeleiders, de Amerikanen mogen niet denken dat ze met één rooskleurig plaatje om de tuin worden geleid.

Net als elders krijgen Steinbeck en Capa ook van de kolchozboeren weer de bekende vragen die, zo schrijft Steinbeck in zijn reisverslag A Russian Journal, rechtstreeks uit de Pravda lijken te komen: “It seems to us that the American people are democratic people. Can you explain to us why the American government has as its friends reactionary governments, the governments of Franco en Trujillo, the dictatorschip of Turkey, and the corrupt monarchy of Greece?”

Helemaal geen slechte vraag, maar niet eentje die je verwacht op het Oekraïense platteland, waar de boeren zich in 1947 toch vooral afvroegen of er de komende winter wel voldoende voedsel zou zijn. Tegen die achtergrond zijn ook de maaltijden die Steinbeck en Capa krijgen voorgezet (er wordt overnacht, het ontbijt begint met wodka) opvallend. Een beschrijving van een copieus diner sluit Steinbeck aldus af: “We ate far too much. We ate the little cherry cakes and honey until our eyes popped”.

Het bezoek aan de twee kolchozen was dan ook goed voorbereid. Journalist Vladimir Tolts haalde de geheime verslagen boven water en die laten zien hoe gedetailleerd dat gebeurde. Helaas is Tolts niet scheutig met citaten (“Ik zal u niet vermoeien met saai geciteer uit de talloze geheime rapporten”), maar hij geeft wel een algemeen beeld.

Er mogen geen personen te zien zijn die duidelijk slecht gevoed zijn. De mogelijke gesprekspartners van de Amerikanen zijn geselecteerd en geïnstrueerd. Eventueel dienen zij te worden aangevuld met betrouwbare partijkaders. (De eerste secretaris van het rayoncomité wordt aan de gasten voorgesteld als eenvoudige boekhouder). En dan toch een citaat: “We zullen proberen om hen bij monde van kolchozboeren … duidelijk te maken dat bij ons volk en regering een eenheid vormen, en dat onze pers, noch onze regering … de Sovjet-mensen opzet tegen de Amerikanen, maar juist met veel sympathie spreekt over het Amerikaanse volk en onderstreept dat het Amerikaanse volk geen oorlog wil.” En verder dienen er voldoende levensmiddelen – inclusief drank - te worden aangevoerd voor prettige maaltijden. Die hadden een duidelijk effect, zo valt te lezen in een van de geheime verslagen (niet in A Russian Journal). De laatste dag van het kolchozbezoek bracht Steinbeck grotendeels door “uitrustend in het gras naast het huis”.

Steinbeck had natuurlijk door dat hij werd gefêteerd. “They put on the same show a Kansas farmer would put on for a guest.” Met dat ene zinnetje (A Russian Journal telt er meerdere) velt Steinbeck een genadeloos vonnis over zichzelf en over zijn reisverslag. Ja, hij wordt gefêteerd, maar nog veel meer wordt hij bedrogen. Hij heeft het niet gemerkt.

Steinbeck propaganda Sovjetunie communisme

A Russian Journal is de moeite van het lezen waard – juist vanwege dat wrange bedrog. En ook vanwege de vele simpele observaties, de beschrijvingen van de Sovjetunie in 1947, waar de sporen van de oorlog nog alom aanwezig zijn. En ook de suffige toon, de bochten waarin Steinbeck zich wringt om toch vooral objectief te zijn – het levert een boeiend document op. Hoe suffig A Russian Journal is, moge blijken uit de laatste zin: “We have no conclusions to draw, except that Russian people are like all other people in the World. Some bad ones there are surely, but by far the greater number are very good.”

Hier deel 1deel 2 en deel 3.

Steinbeck Capa Russia 1947

(Mocht u A Russian Journal willen aanschaffen, koopt u dan niet de Penguin-editie ('Penguin Classics'), daarin zijn de foto's van Robert Capa slecht weergegeven.

Hoe John Steinbeck en Robert Capa in de USSR een oor werd aangenaaid - 2

(Eerste publicatie: 18-2-2013)

Steinbeck Capa Moscow A Russian Journal

Schrijver John Steinbeck bezocht in 1947 met fotograaf Robert Capa de Sovjetunie. De schrijver en de fotograaf wilden nu weleens met eigen ogen zien hoe het gewone volk daar leefde en daar zo sec mogelijk verslag van doen. De gastheren van het duo namen daar een flink risico mee. Tijdens zo’n reis kan je de regie wel in handen hebben, maar wat doen die  schrijver en fotograaf met hun materiaal, wanneer ze weer terug zijn in de VS, buiten het bereik van allerlei oplettende en goed geïnstrueerde kameraden?

Journalist Vladimir Tolts vond de verslagen – hij noemt ze ‘geheime dagboeken’ - die dagelijks werden opgemaakt door de begeleiders van Steinbeck en Capa. Ze bieden een fascinerend inkijkje in de wijze waarop in de tijd van Koude Oorlog en ideologisch strijdgewoel met dergelijk ‘hoog bezoek’ werd omgesprongen.  

Steinbeck en Capa arriveerden in september vanuit Helsinki via Leningrad in Moskou, hun eerste pleisterplaats. Steinbeck schrijft in zijn reisverslag, A Russian Journal: “The Hotel Metropole was a rather grand hotel, with marble staircases and red carpets, and a great gilde elevator that ran sometimes. And there was a woman behind the desk who spoke English. We asked for our rooms, and she had never heard of us. We had no rooms.”

De twee zijn toevertrouwd aan het VOKS, een organisatie voor de culturele banden met het buitenland. Daar is men vreemd genoeg verrast door de aankomst van de twee Amerikanen, die uiteindelijk worden ondergebracht in het Savoy Hotel. Daar wordt het de twee duidelijk dat lang niet iedereen in Moskou heeft zitten slapen: “As time went on, Capa posted himself in the windows more and more, photographing little incidents that happened under our windows. Across the street, on the second floor, there was a man who ran a kind of camera repair shop. He worked long hours on equipment. And we discovered late in the game that while we were photographing him, he was photographing us.”  

Steinbeck Capa A Russian Journal

Het zijn de verslagen van VOKS-medewerkers en van de tolk Svetlana – door Capa en Steinbeck Sweet Lana genoemd - die Tolts heeft ingezien. Dagelijks werd gerapporteerd aan het Centraal Comité en het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de voortgang van de reis en de successen op ideologisch terrein. Want dat valt op: de obsessieve wijze waarop getracht wordt om vooral Steinbeck te overtuigen van de superioriteit van het Sovjet-model. Door wat hij te zien en vooral ook te horen krijgt, moet in zijn toekomstige reisverslag ”offensieve propaganda tegen de ideologie van Amerikaanse reactionaire kringen” doorklinken. Steinbeck, zo hopen zijn gastheren vurig, zal na thuiskomst de “oorloghitsers” en “anti-sovjetlasteraars” in zijn land ontmaskeren.

Waar Steinbeck ook komt, in het theater, bij een circusvoorstelling of een kolchoz, hij krijgt van de ‘toevallig aanwezigen’ steeds weer vragen over de ‘imperialistische politiek’ van de VS, en steeds weer wordt hem duidelijk gemaakt dat het Marxisme onfeilbaar is en dat de Sovjet-democratie een democratie is van een hogere orde. Steinbeck wordt er horendol van.  

Wordt vervolgd.

Hier deel 1deel 3 en deel 4

Hoe John Steinbeck en Robert Capa in de USSR een oor werd aangenaaid - 1

(Eerste publicatie: 14-2-2013)

Robert Capa Moscow Red Square Rode Plein Russische vrouwen fotografie

Deze foto werd in 1947 in Moskou genomen door de vermaarde Amerikaanse fotograaf Robert Capa. Een triestere foto is nauwelijks denkbaar. De vrouwen dansen met elkaar, de mannen waren achtergebleven op de slagvelden van de Tweede Wereldoorlog.

Capa, vooral vermaard als oorlogsfotograaf, bezocht de Sovjetunie samen met John Steinbeck, de schrijver die toen al een grote naam had en in 1962 de Nobelprijs voor literatuur zou ontvangen. Twee maanden verbleven ze in de Sovjetunie, in 1948 verscheen hun reisverslag: A Russian Journal.

John Steinbeck

John Steinbeck

Toen ik een tijdje terug bovenstaande foto tegenkwam, dacht ik al: dat boek moet ik toch eens lezen. Dat dacht ik helemaal, toen ik korte tijd later op een serie artikelen stuitte van journalist Vladimir Tolts. Die had uit de Russische archieven het ‘Dossier Steinbeck’ opgeduikeld, waarin duidelijk beschreven staat hoe het Amerikaanse duo een stevig rad voor de ogen werd gedraaid. De scherpe kanten van de Sovjet-samenleving dienden buiten beeld te blijven, of anders flink te worden gecamoufleerd. Uit diezelfde archieven – en ook uit het reisverslag zelf – blijkt dat men daarin grotendeels slaagde.

A Russian Journal is – je zou het op grond van de foto boven aan dit stukje al snel denken – geen triest boek. Het is wel een eigenaardig boek. Steinbeck probeert uit alle macht begrip te tonen voor de minder leuke dingen die hij (ondanks alle inspanningen van de ‘tegenpartij’) gedurende de twee maanden van zijn verblijf in de USSR om zich heen ziet. Je voelt dat hij zich daarbij geweld aan doet en krijgt bijna medelijden met hem.

Daarbij had hij zich tot doel gesteld om alleen maar op te schrijven wat hij zag. “We would try to do honest reporting, to set down what we saw and heard without editorial comment …” To set down what we saw … Daar wilden de gastheren Steinbeck graag bij helpen. Uit de door Tolts bestudeerde archieven blijkt hoever men daarbij ging. Zo stond er in Oekraïne op nadrukkelijk verzoek van Steinbeck een bezoek aan een kolchoz op het programma. Hij wilde graag zien hoe het gecollectiviseerde platteland erbij lag, zo kort na de oorlog. Gesprekken met gewone boeren? Als dat zou kunnen! Het werd zelfs een bezoek aan twee kolchozen, want bij een bezoek aan één kolchoz zou de geachte schrijver misschien denken dat hem daar met de copieuze maaltijden en de politiek bijzonder goed geïnformeerde kolchozboeren en – boerinnen een oor werd aangenaaid.

Robert Capa

Robert Capa

Hier deel 2, deel 3 en deel 4.

Benedikt Sarnov beschrijft in 'Stalin en de schrijvers' het spel van wurgslang en konijn

(Eerste publicatie: 13-1-2013)

Benedikt Sarnov Stalin schrijvers

Het was geen spel van kat en muis – veeleer het spel van een wurgslang en een groepje konijnen. Dat beeld komt bovendrijven bij het lezen van het beklemmende Сталин и писатели (Stalin i pisateli/Stalin en de schrijvers) van Benedikt Sarnov. 

In vier kloeke delen beschrijft Sarnov het lot van de belangrijkste Russische schrijvers onder Stalin – van Gorki tot Boelgakov, van Pasternak tot Fadejev, van Babel tot Achmatova. De macht die hij over hen had was onbeperkt, angstaanjagend en verlammend. Hij maakte hen tot trouwe dienaar (Fadejev, Simonov), maakte ze monddood (Zosjtsjenko, Achmatova) of joeg ze echt de dood in (Babel, Mandelstam). 

Sarnov beschikt over een weidse blik en een vlotte pen. Ogenschijnlijk springt hij van de hak op de tak (een citaat van Zosjtsenko hier, een uitwijding over Hamlet daar), maar alles voert steevast naar het onderwerp dat voorligt: de afscheidsbrief van Fadejev, de vriendschap van Babel met leden van de geheime dienst of de toneelstukken van Erdman.

Je hoeft het werk van een schrijver niet te kennen om toch gepakt te worden door Sarnovs verhalen. Zo heb ik nooit wat gelezen van Aleksandr Fadejev, maar in het vierde en laatste deel van Stalin en de schrijvers zijn juist de bladzijden over hem het boeiendst. (Over een eerder deel van Sarnovs boek schreef ik hier.)

Aleksandr Fadejev

Aleksandr Fadejev

Fadejev pleegde op 13 mei 1956 (ruim drie jaar na de dood van Stalin) zelfmoord. Hij liet een brief achter, met als eerste zin: “Ik zie geen mogelijkheid om verder te leven, omdat de kunst waaraan ik mijn hele leven heb gegeven, te gronde is gericht door de van zichzelf overtuigde, ongeletterde partijleiding en nu niet meer hersteld kan worden.”

Fadejev (zijn bekendste boek is Molodaja Gvardija/De Jonge Garde) zag de literatuur als het hoogste goed. Dat bleek moeilijk te combineren met zijn hang naar macht en zijn liefde en angst voor Stalin. Privé kon Fadejev met vuur Boris Pasternak citeren, maar als voorzitter van de Schrijversbond overgoot hij de dichter met modder. Hij hield van het schrijversduo Ilf en Petrov, maar noemde hun werk in een officieel stuk van de Schrijversbond “lasterlijk”.

Fadejev besefte tegen het einde van zijn leven dat hij zelf een flinke steen had bijgedragen aan de vernietiging van de literatuur. Dat niet alleen - hij had de funeste uitwerking van de knellende band tussen literatuur en Kremlin zelf aan den lijve ondervonden. In opdracht van Stalin was hij begonnen aan de roman Tsjornaja metalloergija (IJzerindustrie). Centraal daarin moest de Grote Leider zelf staan, strijdend tegen ‘verraders’ die de ijzerindustrie wilden saboteren. Het schrijven verliep stroef en liep uit op jarenlang geworstel. Toen na de dood van Stalin bleek dat er helemaal geen ‘verraders’ in de ijzerindustrie (of welke andere industrie dan ook) waren, bleek Fadejevs geworstel ook nog eens voor niets te zijn geweest.

Konstantin Simonov   

Konstantin Simonov

 

Fadejev ga ik niet lezen. Anders ligt dat bij Konstantin Simonov. Ook hij – winnaar van zes Stalinprijzen – produceerde gedrochten (Sarnov doet daar vrij laconiek over), maar daar staat zijn vaak ontroerende liefdeslyriek tegenover. Het contrast tussen beide soorten werk kan bijna niet groter zijn en het is verbazingwekkend dat Simonov na de dood van Stalin – toen de hallucinante poppenkast ineenstortte – niet ook, net als collega Fadejev, kapotging aan twijfels en schuldgevoel. Simonov komt in deel 4 van Stalin en de schrijvers ook uitgebreid aan bod. Al komt hij bepaald niet sympathiek over – zijn gedichtenbundel S toboi i bez tebja (Met en zonder jou) schaf ik zeker aan.

Het bekendste gedicht van Simonov is Zjdi menja (Wacht op mij), uit 1941. Onder de tekening op deze envelop staat de eerste regel uit het gedicht. (Ik waag mij niet aan een vertaling.)


Жди меня

Жди меня, и я вернусь.
Только очень жди,
Жди, когда наводят грусть
Желтые дожди,
Жди, когда снега метут,
Жди, когда жара,
Жди, когда других не ждут,
Позабыв вчера.
Жди, когда из дальних мест
Писем не придет,
Жди, когда уж надоест
Всем, кто вместе ждет.
Жди меня, и я вернусь,
Не желай добра
Всем, кто знает наизусть,
Что забыть пора.
Пусть поверят сын и мать
В то, что нет меня,
Пусть друзья устанут ждать,
Сядут у огня,
Выпьют горькое вино
На помин души...
Жди. И с ними заодно
Выпить не спеши.
Жди меня, и я вернусь,
Всем смертям назло.
Кто не ждал меня, тот пусть
Скажет: - Повезло.
Не понять, не ждавшим им,
Как среди огня
Ожиданием своим
Ты спасла меня.
Как я выжил, будем знать
Только мы с тобой,-
Просто ты умела ждать,
Как никто другой.

Waar in Moskou hangt nog de geur van oude boeken? Bij metrostation Park Kultury.

(EErste publicatie: 29-9-2012)

Tolstoj, Poesjkin, Majakovski

Tolstoj, Poesjkin, Majakovski

Mijn hart maakte een sprongetje toen het blauwe gebouwtje plots opdook achter metrostation Park Kultury. Het zou toch niet? Ik kwam dichterbij en zag Poesjkin in de vensterbank staan, geflankeerd door Tolstoj en Majakovski. Dat was een goed teken. Ik deed de deur open en jawel: ik werd verwelkomd door die geur van oude boeken, waarvan ik dacht dat die verdwenen was uit het Moskou van nu.

metro Moskou Park Kultury antiquariaat

Jarenlang waren de boekinisty, de antiquariaten, een vast onderdeel van mijn wandeltochten door Moskou (en Sint-Petersburg). Gaandeweg echter waren ze verdwenen, verdreven door het brutale geld. Dan stootte ik mijn neus weer tegen een etalage, waar eens een mooie uitgave van Tsjechov of Toergenjev op me lag te wachten, maar nu parfums en damestassen lagen uitgestald. De jongedames achter de toonbank, hoe oogverblindend meestal ook, maakten me mismoedig.

Aan het einde van de Tverskaja, die toen nog gewoon Ulitsa Gorkogo heette, kocht ik ooit dat prachtige boek over de redding van de Tsjeljoeskins uit het poolijs. Het bleek later duizenden dollars waard te zijn, maar toen had ik het al doorverkocht voor 200 gulden. (Lees hier meer over deze ellendige geschiedenis.) En was het niet ook daar dat ik die simpel, maar ontroerend geïllustreerde uitgave van verhalen van Sjoeksjin van een plank viste? Ik ben die uitgave daarna nooit meer ergens tegengekomen. Misschien bestaat er maar één exemplaar van en staat die bij mij in de kast.

U begrijpt nu waarom ik zo blij was met die geur van oude boeken, in dat kleine antiquariaat bij metrostation Park Kultury. “Ik zit hier al 35 jaar!”, zei de man van de winkel trots, toen ik vertelde dat ik lang geleden al eens in zijn winkel was.

oude boeken Moskou

Ooit was er een boekinist schuin tegenover Detski Mir en het Bolsjoj Theater. Hier ziet u een foto van die plek:

Ferrari Bentley Moskou

Ik weet niet meer of het boekwinkeltje boven was of beneden. Tegenwoordig maakt dat weinig meer uit. Boven koop je een Ferrari, beneden kan je terecht voor een Bentley. Misschien moet ik bij mijn volgende bezoek bij beide eens binnenlopen. Misschien, heel misschien, vang ik dan nog een piepklein sliertje op van die oude, vertrouwde geur en weet ik: hier was het.   

Schrijfster Elena Katishonok: "Er komt een moment dat je ophoudt bang te zijn".

(Eerste publicatie: 3-9-2012)

Elena Katishonok Russische literatuur

Opeens was daar een mailtje uit Boston. Schrijfster Elena Katishonok had mijn stukjes op dit weblog over haar boeken gelezen, ze zou binnenkort in Amsterdam zijn en nodigde me uit voor een kopje koffie. Dat werd bier met bitterballen in het VOC-café in de Schreierstoren.

Katishinok emigreerde in 1991 uit Letland naar de Verenigde Staten. Aanvankelijk bleven haar schrijfactiviteiten beperkt tot gedichten, pas veel later begon ze aan haar roman Er leefden eens een oude man en een oude vrouw. Ze had een kort verhaal in haar hoofd, maar dat liep gelukkig helemaal uit de hand. Het resultaat: twee prachtboeken over Riga in de twintigste eeuw, en dan vooral over de Russischtalige inwoners van de stad. (Mijn stukjes daarover staan hier en hier, over Elena’s derde roman schreef ik hier.)

De stap van poëzie naar proza was groot. “Ik wist gewoon niet hoe ik proza moest schrijven”, vertelt Elena. “Het is moeilijker dan poëzie. Bij een gedicht word je meegevoerd door het ritme. En ik had ook zó veel gelezen. Dat verlamde me. Ik was bang dat ik alleen maar rotzooi zou kunnen schrijven. Maar er komt een moment dat je ophoudt bang te zijn.”

Pas toen de kinderen het huis uit waren, kreeg het proza de ruimte. Het moest iets worden over een kommoenalka en hoe die woonvorm mensen beschadigt. “Ik had geen kant-en-klaar verhaal in mijn hoofd. Wanneer ik ga schrijven, weet ik niet precies wat er gaat komen of hoe het eindigt. Het mocht in elk geval niet alleen míjn stem worden.” Het werd uiteindelijk geen boek over een kommoenalka, maar een familiekroniek in twee delen met inderdaad vele stemmen. Waren er prototypen? “Ja en nee. Ik kan niet zeggen dat mijn personages in het echt precies zo waren. Ik wilde méér vertellen. Maar het komt wel uit mijn stad Riga, uit mijn wijk, uit mijn milieu”.     

In mijn stukje over het tweede deel van de familiekroniek (Tegen de wijzers van de klok in) schreef ik over een van de personages: “Op de laatste pagina’s werd mijn vermoeden bewaarheid: Lelka is Elena Katishonok. Of laat ik het voorzichtiger zeggen: Elena heeft Irina goed gekend”.  Ik ben blij dat ik met die tweede zin toen nog een slag om de arm heb gehouden, want ik zat er helemaal naast. Er komt in beide delen geen enkel familielid van Elena voor, laat staan dat zij zichzelf zou hebben opgevoerd.

Mijn lichte gêne over mijn onjuiste veronderstelling probeer ik te maskeren door nog maar een bitterbal te nemen. Dat blijkt helemaal niet nodig, Elena is zeer ingenomen met mijn verkeerde conclusie: “Dat betekent dat het personage en het boek zijn gelukt”.

Van Er leefden eens … is in Rusland inmiddels een vierde druk verschenen. Zijn er ook vertalingen in de maak? Katishonok: “In Duitsland is een voorlopig contract gesloten. Daar wordt nu gezocht naar vertalers, ook buiten Duitsland. Daar wilden ze twee jaar de tijd voor krijgen. Dat vond ik te veel. We zijn het eens geworden over tien maanden.”   

(Ik kwam nog een gefilmd interview met Elena Katishonok tegen van november vorig jaar. Ik krijg het niet op dit blog geplaatst, u komt er via deze link. De interviewster is bepaald geen Adriaan van Dis, maar nou ja.) 

Hoe ik ‘mijn’ kookboek van Jelena Molochovets weer tegenkwam bij De vrouwen van Lazar

(Eerste publicatie: 22-5-2012)

Jelena Molochovets

Jelena Molochovets

Zit ik nietsvermoedend te lezen in Marina Stepnova’s Zhensjtsjiny Lazarja (De vrouwen van Lazar), wie kom ik daar tegen? Jelena Molochovets!

Eind jaren negentig bracht ik behoorlijk wat tijd door met Jelena. Ik had haar ontdekt in Russische tijdschriften, die haar 19de eeuwse kookboek Podarok molodym chozajkam (Geschenk voor jonge huisvrouwen) af en toe – en altijd met smaak – citeerden. Ik dacht: als ik dat boek nog eens in handen krijg, schrijf ik er een artikel over. Ik kreeg het in handen, trof het aan in de catalogus van een Utrechts veilinghuis – ik was de enige bieder. Toen ik Jelena’s kleurrijke kookboek doorbladerde, begreep ik: dit wordt geen artikel, dit wordt een boek.

Ik schreef het samen met Anne Scheepmaker, toen nog culinair journaliste van NRC-Handelsblad. Zij selecteerde en hergroepeerde de recepten, ik schreef bij elk hoofdstuk een inleiding. En ik probeerde het leven van Jelena te reconstrueren. Iedereen in Rusland kende haar naam, citeerde graag uit haar kookboek (doorgaans fout), maar wie ze eigenlijk was, waar ze vandaan kwam en hoe ze aan haar einde was gekomen – niemand die het wist.

Ik stuitte op haar dossier uit het Smolny-instituut voor Adellijke Meisjes in Sint-Petersburg, viste uit een kerkhofadministratie haar begrafenisdatum (15 december 1918)  op en vond verder genoeg voor een apart hoofdstuk over haar leven. In een Russische vertaling van mijn oude docente Aida Frantsevna Smirnova belandde dat ene hoofdstuk in het literaire Petersburgse tijdschrift Zvezda. Op dat laatste ben ik eigenlijk trotser dan op het hele boek.

De vrouwen van Lazar – daar wilde ik dit stukje over schrijven – is geen slecht boek. Een familiekroniek zoals die ook geschreven worden door Ljoedmila Oelitskaja en Jelena Katisjonok – maar toch minder. Het verhaal mag er zijn, de wendingen van het plot voeren je door bijna de complete 20ste eeuw. De stijl – op elke pagina minstens twee stevige beeldspraken - gaat echter gaandeweg vermoeien. Tegen het einde wordt het ook wat ongeloofwaardig; Lidija, een piepjonge ballerina die op het punt staat door te breken, doet een zelfmoordpoging, maar wordt op het nippertje gered door haar kersverse echtgenoot, van wie ze eigenlijk niet hield, maar nu natuurlijk wel, en ze blijkt ook al van hem in verwachting.    

Het favoriete boek van Lidija? Geschenk voor jonge huisvrouwen van Jelena Molochevets. Lidija komt niet uit een warm nest, bij Molochovets droomt ze weg, ze kent het uit haar hoofd en weet zo hoe haar eigen warme nest er later uit moet zien. Moet u De vrouwen van Lazar lezen? Als u een hechte band hebt met Jelena Molochovets of houdt van familiekronieken met een Assepoester-inslag, zeker doen. Zo niet, mwah. 

(Een overzichtje van Russische recensies vindt u hier.)