Generaal Vlasov en de jongste dochter van Tolstoj vinden elkaar op het grootste Russische kerkhof van Amerika

 Monument ter nagedachtenis aan generaal Andrej Vlasov en het Russisch Bevrijdingsleger

Monument ter nagedachtenis aan generaal Andrej Vlasov en het Russisch Bevrijdingsleger

Generaal Andrej Vlasov (1900-1946) is in Rusland niet erg populair. Hij werd in de Tweede Wereldoorlog krijgsgevangen genomen door de Duitsers, waarna hij zich aan het hoofd stelde van het Russisch Bevrijdingsleger (ROA) dat – onder controle van de Duitsers – tegen het Sovjet-leger vocht. Hij eindigde in 1946 in Moskou aan de galg. Vlasov staat in Rusland voor alles wat vies en voos is – een soort Anton van der Waals in het tienvoudige.

In het Amerikaanse Nanuet, op 40 minuten rijden van Manhattan, staat een monument ter nagedachtenis aan de generaal en zijn bevrijdingsleger. Het staat er sinds de jaren zestig, op het kerkhof bij het Novo-Divejevo vrouwenklooster. Dat klooster werd in oktober 1949 gesticht, de eerste graven op het kerkhof dateren uit de vroege jaren vijftig. In totaal liggen er zo’n zevenduizend mensen, voor het merendeel Russen die na de Revolutie van 1917 op drift raakten, en, vervuld van dromen over een Rusland zonder de communisten, aanspoelden in Amerika. Voor velen van hen was generaal Vlasov een vrijheidsstrijder.

Overigens valt het klooster niet onder de Moskouse kerk, anders zou die Russische vlag daar niet boven dat monument wapperen. Of beter gezegd: dan zou dat hele monument daar niet staan.

Opmerkelijke graven zijn onder meer nog dat van Aleksandra Lvovna Tolstaja (de jongste dochter van Lev Tolstoj) en van Pjotr Petrovitsj Wrangel, zoon van de Witte generaal Pjotr Nikolajevitsj Wrangel.

 

Op de site waar ik de begraafplaats aantrof, staat bij onderstaande foto een alinea waar je stil van wordt.

“Mstislav Lvovitsj Golitsyn – vorst, deelnemer aan de Witte beweging in Zuid-Rusland, jesaoel [ritmeester] van de divisie Persoonlijke Escorte van Zijne Keizerlijke Hoogheid (дивизиона Собственного Его Императорского Величества Конвоя). Deelnemer aan de Eerste Wereldoorlog. Na de Oktober-omwenteling van 1917 bij de Witte troepen in Zuid-Rusland. Geëvacueerd uit de Krim met het Russisch leger. Deelnemer aan gevechtshandelingen op het grondgebied van Joegoslavië tegen de pro-Sovjetpartizanen van I.B. Tito (1941-1945) en tegen Sovjet-troepen (1944). Oberleutnant in de Wehrmacht (september 1944, naar Russische rangen hernoemd tot jesaoel) [с переименованием по русской службе в есаулы]. Op 26 februari 1945 gewond geraakt in een gevecht bij het dorp Boedzjanovtsy [Joegoslavië]. Na mei 1945 in Oostenrijk, vanwaar hij verhuist naar de VS. Was betrokken bij organisaties van kozakken en Russische militairen, voorzitter van de New Yorkse afdeling van de Unie van Leden van het Russisch Korps.” (Het middelste symbooltje op het graf staat voor het Russisch Korps (in het Duits: Russisches Schutzkorps Serbien, gevormd uit Russische emigranten.)

Georgi Anatolevitsj Zigern-Korn. Schilder en grafficus. Ook hij vocht (onder generaal Helmuth von Pannwitz) tegen Tito. Hij werd in 1945 door de Engelsen uitgeleverd aan de Sovjets, waarna hij voor tien jaar in de Goelag verdween. Hij maakte daarover een serie tekeningen (vooralsnog niet te vinden op internet) en schreef memoires: “Verhalen over het lichtend verleden”. 

En vervolgens stuitte ik op een graf met een voor mij verrassend opschrift, waarover in mijn volgende stukje meer.

(Meer gegevens over het klooster – in het Engels - vindt u hier. De schrijver van het blog waar ik het kerkhof aantrof, organiseert allerlei excursies in en rond New York. Hem vindt u hier.)

Wordt vervolgd.