Nederlandse schaatsers gingen in Leningrad motoren met zijspan achterna. Yep Kramer won.

--------------

------------------

Waar moesten ze nu weer eens naartoe, die Nederlandse marathonschaatsers, eind december 1990. Geen echt ijs in eigen land en overdekt baantjes draaien, daar is de lol ook een keer vanaf. Het werd Leningrad.

Gangmaker achter deze eerste (en bij mijn weten ook meteen laatste) internationale schaatsmarathon in Rusland was Dmitri Botsjkarov. De Rus, ooit tweede op het WK allround, maakte deel uit van het peloton en beschikte over de contacten om de organisatie rond te krijgen. Waarom zo’n wedstrijd in de Sovjetunie? Om het marathonschaatsen ook daar op de kaart te zetten, aldus Botsjkarov. Een nobel streven, al zou het goed kunnen dat de schaatser, die ook al in zaken zat, een dergelijk evenement tevens zag als een prima gelegenheid om zijn commerciële (sponsor)contacten aan te halen.

“Internationaal” was de wedstrijd nauwelijks te noemen, het bescheiden pelotonnetje bestond voornamelijk uit Nederlanders – al zaten daar meteen wel de toppers uit die tijd bij: Evert van Benthem, Yep Kramer, Richard van Kempen, Henri Ruitenberg, om maar eens wat illustere namen te noemen.

Er bestaat een achttien minuten durend filmpje van de reis en de wedstrijd, ongemonteerd materiaal, zo te zien. Het is de tijd van de actie Help de Russen de winter door, en ook de schaatsers tonen zich van hun gulle kant. Bij een bezoek aan een gevangenis met jonge moeders worden potjes Olvarit uitgedeeld. Leningrad ligt er niet op haar best bij. Het vriest net wel, net niet, verse sneeuw ontbreekt. Een winkelbezoekje stemt ook al niet vrolijk, de lijzige stem van de verslaggever maakt het er ook niet beter op.

Maar gelukkig kan er geschaatst worden! Op een wielerbaan, wordt er gezegd, maar dat is onzin. Het parcours is een opgespoten, openbare weg rond het oude Kirov stadion, waar ongetwijfeld ook weleens wielerwedstrijden werden gehouden (in elk geval ook motorwedstrijden, waarover zo meteen meer.) Zo enorm lang geleden is het allemaal niet, maar het zijn inmiddels historische beelden.

Het prachtige stadion heeft plaatsgemaakt voor een modern ruimteschip, waar FC Zenit tegenwoordig zijn thuiswedstrijden afwerkt en waar deze zomer ook WK-wedstrijden plaats gaan vinden. De fraaie beelden uit de lucht laten nog maar eens zien dat de vooruitgang duur wordt betaald.

Het oude, betreurde Kirov stadion

Yep Kramer (voor mijn jonge lezers zeg ik er maar even bij: dat is de vader van Sven Kramer) wint de wedstrijd. In de bloedstollende finale gaan hij en medevluchter Edward Hagen in de allerlaatste bocht nog gebroederlijk onderuit, maar veel maakte dat niet uit. Kramer had als betere sprinter van de twee toch wel gewonnen.

En bij dat alles stuitte ik nog op hele mooie beelden van een motorwedstrijd, over (deels in elk geval) hetzelfde parcours. Zijspannen uit 1956. Veilig was dat beslist niet (die betonnen trappen en muurtjes!), maar men had pret voor tien. Aan het einde wordt de winnaar gejonast.

-------------

Met dank aan Ewoud van Hecke, die me wees op het scshaatsfilmpje.

Van Boney M. tot Gagarin, klassieke beelden uit de USSR, alle van één man: Joeri Abramotsjkin (1936-2018)

---------------

Boney M. (1978)

Ik heb niet goed opgelet vorige week. Ik zag her en der wel een paar van onderstaande foto’s voorbijkomen, maar keek verder niet naar de bijschriften. Vandaag deed ik dat bij een wat grotere verzameling oude Sovjet-beelden wel en las dat de maker ervan was overleden, de maker dus ook van die foto’s van vorige week: Joeri Abramotsjkin.

Joeri Gagarin, Sotsji (1961)

De Politburo-leden wachten tot ze het mausoleum op kunnen (1980)

Moskou, 9 mei 1999

Plotseling zijn nu een boel klassieke foto’s uit de afgelopen vijftig jaar voor mij samengevoegd onder één noemer. Boney M. op het Rode plein, Joeri Gagarin met zijn zonnebril op een bankje, Brezjnev tussen de jonge pioniertjes … allemaal dus van de hand van Abramotsjkin. Ook die van Boney M.! Altijd gedacht – in mijn lichte vooringenomenheid – dat die gemaakt moest zijn door een Westerse fotograaf. Maar nee hoor, dat vrolijke tafereel, uit 1978: Abramotsjkin.

Joeri Abramotsjkin, geboren in 1936, was jurist. Tijdens zijn rechtenstudie bezocht hij ook de Moskouse School voor fotojournalistiek van de Journalistenbond. Dat laatste beviel hem beter. Zijn eerste reportage maakte hij tijdens het Moskouse Jeugdfestival van 1957, vier jaar later werd hij fotocorrespondent van persbureau Novosti. Weer enkele jaren later trad hij toe tot de Kremlin-pool en kreeg hij met zijn camera toegang tot de groten der aarde. Daarnaast bleef hij oog houden voor alles wat hem ontingde op straat. “Je moet ‘intuïtie voor het moment’ hebben”, zei hij, gevraagd naar zijn geheim. “Je moet het zien aankomen.”

Joeri Abramotsjkin overleed op 5 april.

1972.jpeg
dezedus.jpg

Valentina Teresjkova, Vrouwencongres Moskou (1963)

2000

-------------------

Joeri Abramotsjkin (1936-2018)

Hoe een KLM-echtpaar in het Moskou van 1959 Amerikaanse excuses kreeg aangeboden in de vorm van een fles champagne

------------

Dat zullen meneer en mevrouw Van Hijfte toch ook niet gedacht hebben, in 1959, in Moskou. Dat hun ontmoeting met de Amerikaanse journalist Harrison Forman geboekstaafd zou worden en via het notitieboekje van de Amerikaan bijna zestig jaar later zou belanden op dit weblog.

Forman bezocht in de zomer van 1959 enkele steden in de Sovjetunie. Vermoedelijk (zie mijn eerdere stukje over hem) in verband met de grote tentoonstelling van Amerikaanse consumptiegoederen in het Moskouse Sokolniki park. Hij maakte talloze foto’s van winkels en straatstalletjes om de Sovjet-economie de maat te nemen waar het goederen voor de gewone man betrof. Hij maakte aantekeningen en net als zijn foto’s zijn ook die online beschikbaar, al weet ik niet of al zijn aantekeningenboekjes bewaard zijn gebleven.

De waarde van Formans notities uit 1959 is bescheiden. Hij doet zijn best om in de weinige tijd die hem gegund is, zo veel mogelijk indrukken op te doen. Bij bezoeken aan bedrijven en instellingen noteert hij trouw de opgelepelde cijfers, maar zijn blikveld blijft beperkt tot wat de autoriteiten hem willen laten zien


In Moskou zoekt hij ’s avonds vertier in wat hij het “Amer. House” noemt. Dat kan niet anders dan Spaso House zijn, de woning van de Amerikaanse ambassadeur. En daar ontmoet hij een Nederlands echtpaar. Forman noteert:

“Amer. House only live spot in town. Only for foreigners, [onleesbaar] and personnel of foreign embassies, businessmen, etc. Jukebox. Bar. Bingo on Thursdays. Dance on Saturday  nights to wee hours with free hamburgers etc at midnight. Movies 3 nights a week. No Russ permitted enter by two Russ police outside who can spot Russ immediately. To avoid trouble, Amer. will ask a Russ to leave if manages to slip by Russ cops. I came with KLM local manager and Dutch wife. One of Amer. boys thought he’d brought in a Russ girl. Took KLM (Van Hifte) aside to ask him nationality of girl. When Van Hifte told him girl was his wife just arrived embarrassed Amer. sent bottle champagne to our table.”

Uiteraard was ik benieuwd naar dat Nederlandse echtpaar. Wat waren hun herinneringen aan die avond en aan Harrison Forman? Vluchtig onderzoek leverde op dat de KLM in 1959 een zekere E.R.J. van Hijfte in dienst had als leidinggevende van het “passagebureau” in Moskou – dezelfde persoon, ongetwijfeld. Ook kwam Rob van Hijfte bovendrijven, anno 2018 in dienst van de KLM. Mijn niet zo gewaagde veronderstelling dat we hier met een jonger famililied van het voormalig hoofd van het Moskouse passagebureau te maken hadden, bleek  juist. Een mailtje aan Rob leverde een reactie op van zijn ouders, tegenwoordig woonachtig in Zuid-Frankrijk. Mevrouw Van Hijfte, indertijd aangezien voor een "Russ girl", schrijft:

“Dat echtpaar in Moskou zijn wij inderdaad. Emile was van 1958 tot 1962 Passage manager voor KLM. (…) Of we Harrison Forman hebben ontmoet? Dat zal zeer zeker wel.

Het is even diep spitten in het grijze verleden. Het  voorval heeft zich waarschijnlijk afgespeeld in de besloten Amerikaanse club... Daar hebben we  veel  gezellige avonden doorgebracht . Helaas.....geen foto,s. (…) Hebben ,ook aan Moskou, heel fijne herinneringen. Was niet altijd eenvoudig, maar interessant... en... we waren jong!”

Het aardige aan Formans notities is dat ze af en toe te  koppelen zijn aan de foto’s die hij maakte.
 

Forman: “There is a a daily auto show at the Metropole. (…) Numerous American cars, always 1959 models. Fins and flat back trunk extensions fascinate Russ. (…)  A Chevie station wagon with exaggerated wings (…)  attracks most attention. Those wings especially puzzle them. “What purpose do they serve? Does the car and driver travel sof ast that need stabilizers?”

Meer over Formans aantekeningenboekje, en ook over zijn reis naar Rusland in 1939, in een volgend stukje.        

Potten, pannen, panty’s: de intrigerende foto’s die oorlogscorrespondent Forman in 1959 maakte in Sovjet-winkels

-------------

----------------

Een beetje raadselachtig is het allemaal wel; het soort foto’s dat de Amerikaan Harrison Forman in 1959 maakte in een aantal steden van de Sovjetunie, en dan vooral in Moskou. Forman (1904-1978), vooral bekend als oorlogscorrespondent, richtte zijn lens in de zomer van 1959 veelal op winkels en straatstalletjes. Hij moet eropuit zijn gestuurd met een specifieke opdracht, maar van wie kwam die dan? En waarom werd hij juist met die opdracht naar de USSR gestuurd?


Die laatste vraag lijkt me simpel te beantwoorden. In de zomer van 1959 werd in Moskou een grote Amerikaanse tentoonstelling gehouden waarbij de nadruk lag op consumptiegoederen, inclusief kleding en levensmiddelen. Het was de plek waar het beroemde ‘Keukendebat’ plaatsvond tussen Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov en Richard Nixon, toen nog vice-president van de VS. Het kan niet anders of Formans reis door de USSR (hij kwam in Moskou, Irkoetsk, Chabarovsk, Tbilisi, Tasjkent en Alma-Ata) hield verband met die tentoonstelling. Kennelijk moest hij vastleggen hoe het in de Sovjetunie stond met kleding, speelgoed, elektronica, stofzuigers, potten, pannen en panty’s. Uit een aantekeningenboekje van Forman blijkt dat hij op 4 juni in Tasjkent was (andere data kwam ik in het boekje – online beschikbaar – niet tegen). De tentoonstelling in Moskou werd op 24 juli geopend. Ook dat wijst erop Forman zijn reis maakte speciaal in de aanloop naar die tentoonstelling. Het kan, gezien het karakter van de foto’s, geen toeval zijn


Maar in opdracht van wie? Dat heb ik nog niet kunnen achterhalen. De foto’s die hij maakte zijn online beschikbaar via de University of Wisconsin, maar ik heb geen enkele krant, geen enkel tijdschrift kunnen vinden waarin er ook maar eentje staat afgedrukt. Mogelijk in de National Geographic, maar om dat na te gaan moet ik een abonnement nemen, en daar heb ik geen zin in.


Forman was vooral bekend door zijn journalistieke werk in Azië. Daar wordt ook op gewezen in de necrologie in de New York Times. Zijn reizen naar de USSR (Forman was er ook in 1939) blijven daarin onvermeld en ontbreken ook op zijn bescheiden Wikipedia-pagina. Formans ‘consumentenreis’ door de Sovjetunie was duidelijk een klein zijstapje. Maar in opdracht van wie?


Ondertussen heeft Forman een intrigerende verzameling foto’s achtergelaten. Aan de vaak prachtige straatbeelden die hij ook fotografeerde kom ik hier nauwelijks toe, het moet een beetje overzichtelijk blijven. De meeste foto’s van etalages, vitrines en winkelend publiek lijken te zijn genomen in warenhuis Goem aan het Rode Plein, een van de best voorziene winkels van het land.

Er volgt nog een tweede deel met foto’s, met ook nog aandacht voor Formans notitieboekje. Mogelijk komt er ook een derde deel over zijn reis in 1939. Die leverde (veel minder) zwart-witfoto’s op, maar ook weer een notitieblokje. Dat heb ik nog niet bekeken.

Een tractor op de je billen, een schoorsteen op je buik: vroege textiel-ontwerpen uit de USSR. Tussen prachtige toegepaste kunst en kitsch.

-----------------

agittekstil1-1.jpg

----------------

Spoelt u bij de film hieronder even door naar 1.01.46. (U mag ook de hele film bekijken, maar dat raad ik u af.) Het korte fragment daar bevat de dialoog van de directeur en een textielfabriek met een ontwerper. Er moet nieuwe stof komen voor dameskledij. Voor welk dessin wordt gekozen? De ontwerper begint, wijzend op een voorbeeld:

- Een agrarisch thema. Tractors.
- Da’s niet slecht. Maar hebt u niet iets meer industrie-achtigs?
- Meer industrie-achtigs?
- Ja.
- Ik heb olieboortorens. Op de taille kunnen dan fabrieken komen.
- Weinig rook.
- Wat?
- Ik zeg: weinig rook.
- Ach, rook kunnen we toevoegen.   

(Uit: De stralende weg, 1940)

------------

Het lijkt een absurdistisch tafereel, maar dat was het geenszins. Jarenlang waren de in het fragment getoonde tafereeltjes op stoffen zeer gangbaar in de textielindustrie van de Sovjetunie. De combinatie van propagandistische dessins met het vakmanschap van de ontwerpers leverde prachtige staaltjes van toegepaste kunst op. Tot in 1933 een bijna sinister artikel in de Pravda plots een einde maakte aan deze agit-tekstil. Waarover straks meer.


Drijvende kracht achter de vliegtuigen, fabriekjes, sportlui, tractors, combines en wuivend koren op het textiel waren aanvankelijk studenten van de hogere kunstzinnig-technische opleiding Vchoetemas in Moskou. Zij werden gedreven door enthousiasme voor de nieuwe tijd, die om nieuwe vormen vroeg. Hun ontwerpen stuitten op weinig begrijp bij de oudere, wat meer bedaagde ontwerpers in de industrie, die tot hun leedwezen zagen dat de balans tussen dessin en het kledingstuk-met-lichaam zoek raakte. De boodschap werd belangrijker dan de drager. Maar de oude garde had het tij tegen. Zo werden tussen 1929 en 1931 in de archieven van de textielfabrieken van Ivanovo (hét textielcentrum van Rusland) 24.000 tekeningen vernietigd met traditionele motieven, vooral met bloemetjes, als zijnde bourgeois en uit de tijd. 

De eerste ‘agitatiestoffen’ werden al in 1922 geproduceerd ter ere van het eerste lustrum van de Oktoberrevolutie. Het betrof een serie hoofddoeken gebaseerd op tekeningen van Leonid Tsjernov-Pljosski. Twee hoofddoeken uit die serie zijn bewaard gebleven. Op een daarvan, met het devies Alle macht aan de Sovjets! staat in het midden een tafereel uit het toen recente verleden afgebeeld: het uiteenjagen van de wetgevende vergadering door de Bolsjewieken. Helaas heb ik daar geen afbeelding van kunnen vinden. Wel kan ik twee exemplaren laten zien van een doek uit 1924, ontworpen door N.S. Demkov (niet zozeer bedoeld om te dragen, maar meer als ‘poster’). In het gave exemplaar staat in de linkerbenedenhoek Trotski, die in het exemplaar rechts, ik neem aan door de angstige eigenaar, werd weggeknipt, nadat de revolutionair in ongenade was geraakt.


Tegen het einde van de jaren twintig waren het geen bekende personen meer, maar vooral industriële, agrarische en sportieve motiefjes die op textiele stoffen werden afgebeeld.

Dankzij verschillende regionale musea (onder meer in Ivanovo) zijn tal van ontwerpen van agit-tekstil bewaard gebleven. Dat geldt niet voor de kledingstukken die geproduceerd werden of die de mensen thuis zelf van de stoffen maakten. Dat zullen er uiteindelijk ook niet zo veel zijn geweest en wat er wel in de kledingkast of aan de kapstok belandde, zal gedragen zijn tot het volledig versleten was – stoffen waren nu eenmaal schaars. Een oproep, enkele jaren geleden, van het Sitsmuseum in Ivanovo om kleding met propaganda-motieven af te staan voor een tentoonstelling, leverde niets op.

(Klik vooral op onderstaande afbeeldingen. Onder aan dit stukje staat nog een selectie.)

De enthousiaste kunstenaars die de aanzet hadden gegeven voor de agit-tekstil, hadden eind jaren twintig gezelschap gekregen van wat minder gedreven ontwerpers, die op de fabrieken her en der in het land domweg op de ingeslagen weg voortgingen. Stond er een schoorsteen of een tractor op een jurk, dan was het al snel goed. Het fragment in de film boven aan dit stukje neemt die sjablonen op de hak. Dat was in 1933 al eerder gedaan, en veel scherper, in een artikel in de Pravda, de belangrijkste krant van het land. Onder de kop Aan de voorkant een combine, aan de achterkant een tractor stond daar onder meer:

“Hier heb je zo’n fris, vrolijk versierd lapje stof… Er staan grote tractors op en grote combines. Je loopt over straat, en jouw vormen worden strak omlijst door zo’n agrarisch kolchozmotiefje. Kom je zo iemand tegen op straat in zo’n jurk – aan de voorkant een tractor, aan de achterkant een combine – dan geef je je meteen op voor de oogst en de strijd tegen verspilling. En hier een aardig stofje voor ondergoed. Niet met zomaar een vormeloos patroon. Niet zomaar wat idealistische onzin. Een compleet schilderij – de Toerksib*). Door het gelige zand loopt een karavaan kamelen. In de verte kleurt een kudde schapen zwart. En in het midden jaagt een locomotief voort. Wat fijn om in zo’n lange onderbroek te slapen. Je slaapt en er snelt een trein over je heen. Je draait je op de andere zijde en er grazen schapen. Je gaat op je buik liggen en bovenop trekt een stoet kamelen voorbij.” De ontwerpers waren volgens de krant “een zooitje broddelaars, die onder het mom van een revolutionaire kreet stoffen bekladden.”

Een duidelijker signaal kon niet worden gegeven. Al werd er tot eind jaren dertig nog wel enig agit-tekstil geproduceerd, er kwam een einde aan de schoorstenen, de boortorens, de lampjes,  korenschoven en kolchozen als textielpatroon.

Was een dergelijk artikel enkele jaren later gepubliceerd, dan was het bijna letterlijk dodelijk geweest. De ontwerpers hadden dan een koffertje kunnen klaarzetten voor hun arrestatie. In 1937 belandde wel de hierboven genoemde Tsjernov-Pljosski achter de tralies, maar dat had niks met zijn ontwerpen te maken. Hij werd het slachtoffer van een valse aangifte, waarvan de achtergrond niet duidelijk is. Hij werd in hetzelfde jaar geëxecuteerd.

*) Spoorlijn die Toerkmenistan verbindt met Siberië, aangelegd in de tweede helft van de jaren twintig   

-------------

Van de meeste van de hier getoonde ontwerpen vindt u hier het jaartal en de naam van de ontwerper.

"Moscou tournait lentemenent sous l'avion" - Antoine de Saint-Exupéry vloog boven Moskou in de ANT-20, die een dag later neerstortte.

--------------------

Antoine de Saint-Exupéry (jaartal?)


Dat is nou wat je noemt: een leuke bijvangst. In mijn vorige stukje schreef ik over de schilder Vasili Koeptsov, de maker van De ANT-20 Maksim Gorki, een van de leukste schilderijen in het Russisch Museum in Sint-Petersburg. Met Koeptsov liep het slecht af; uit angst voor een arrestatie pleegde hij in 1934 zelfmoord. Met de ANT-20 Maksim Gorki, het grootste vliegtuig uit die tijd, afgebeeld door Koeptsov, ging het ook mis: het stortte op 18 mei 1935 neer door toedoen van een roekeloze vliegenier, die met zijn kleine toestel een stunt wilde uithalen en tegen de ANT-20 aan vloog.

Terwijl ik enig speurwerk verrichte naar de toedracht van dat ongeluk, stuitte ik op een bekende naam: Antoine de Saint-Exupéry. En wat blijkt, de auteur van Le Petit Prince, tevens  piloot, vloog op 17 mei 1935 in de ANT-20 boven Moskou, een dag dus voor de crash. Niet als piloot (dat had het verhaal nog mooier gemaakt), maar als passagier. Hij had heel wat moeite moeten doen om mee te mogen, maar uiteindelijk had hij dan toch toestemming gekregen. Hij was geen dag te laat. 

Antoine de Saint-Exupéry, die ook journalistiek werk publiceerde, verbleef enkele weken in de Sovjetunie en legde zijn indrukken vast in zes stukken voor het dagblad Paris-Soir – alle, in de originele opmaak, online beschikbaar. De Sain-Exupéry was een van de Westerse intellectuelen die het gigantische politieke, maatschappelijk experiment dat gaande was in de  USSR, weleens met eigen ogen wilden aanschouwen. Zijn artikelen in Paris-Soir zijn een apart verhaal waard. Hij gaf, voor zover mogelijk, zijn ogen goed de kost en onderscheidde zich van ‘nuttige idioten’ als Beatrice Webb en Georges Bernard Shaw, die zich een rad voor de ogen lieten draaien en terugkeerden met bijna misdadige lofzangen op de jonge Sovjet-staat.

Het artikel van De Saint-Exupéry over de ramp met de ANT-20, die aan 49 mensen het leven kostte, verscheen op 20 mei in de krant, twee dagen dus na het ongeluk. Uitgebreid beschrijft hij zijn vlucht in het indrukwekkende toestel (“l’appareil, gloire de l’aviation Soviétique”), met comfortabele stoelen, een bibliotheek, een drukkerij, een telefooncentrale (voor de communicatie tussen de bemanningsleden) en slaapplaatsen in de lange vleugels, die een spanwijdte hadden van 63 meter. Door de ruime ramen had hij een prachtig uitzicht: “Moscou tournait lentement sous l’avion.” En dan schrijft De Saint-Exupéry bijna laconiek: “Le lendemain, le Maxime Gorky n’existe plus.”

De ANT-20 leek veilig genoeg. Al twee keer had het bij feestelijkheden over het Rode Plein gevlogen (op 19 juni 1934 bij de verwelkoming van de Tsjeljoesjkins, met Stalin en Maksim Gorki onder het publiek, en op 1 mei 1935). Voor de noodlottige vlucht van 18 mei waren medewerkers met familieleden uitgenodigd van het Tsentralny Aerogidrodinamitsjeski Institoet, het door Anton Toepolev geleide constructiebureau dat de ANT-20 had ontworpen. 

Het toestel werd begeleid door twee vliegtuigjes, met in één daarvan een cameraploeg. Vermoedelijk onder druk gezet, voerde de piloot van het andere vliegtuigje voor een mooi shot een looping uit. En dat ging mis. Zijn toestel boorde zich in de ANT-20 Maksim Gorki en beide vliegtuigen stortten neer. De ANT-20 kwam deels terecht op een boerenhuis, waar twee mensen om het leven kwamen. Zij zaten, schrijft De Saint-Exupéry, net aan de thee.

De ANT-20 was bedoeld als concreet propaganda-instrument: de drukkerij kon brochures drukken die na de landing in verre oorden konden worden uitgedeeld. Ook was er een projector aan boord waarmee ter plekke films konden worden vertoond. Overwogen was om de wolken als projectiedoek te gebruiken, maar dat bleek technisch lastig. En uiteraard was het toestel op zich al een prachtig uithangbord, dat liet zien waartoe de Sovjetunie allemaal in staat was. De Saint-Exupéry: “…l’U.R.S.S. perd la meilleure preuve qu’elle possédât de la vitalité de sa jeune industrie.”    
De Fransman schrijft ook dat de ANT-20 Maksim Gorki op de fatale vlucht heen en weer naar Leningrad had moeten vliegen. Was dat gebeurd, en het toestel had over het centrum van de stad in het noorden gevlogen, dan was het tafereel dat Vasili Koeptsov op zijn schilderij van 1934 uitbeeldde, alsnog werkelijkheid geworden: de ANT-20 Maksim Gorki die over het Paleisplein vliegt.

Vasili Koeptsov - De ANT-20 Maksim Gorki (1934)

---------------

(Antoine de Saint-Exupery ontsnapte een half jaar na zijn Moskouse vlucht nogmaals aan de dood; hij overleefde een crash in de Libische woestijn. Maar zijn geluk was niet oneindig. Hij verongelukte op 31 juli 1944, nadat hij was opgestegen van Corsica voor een verkenningsvlucht.)

Mijn Russische muzikantjes zagen de sneeuw en wilden buiten spelen. En had ik nog een verzoeknummer?

----------------

20180228-029.jpg

Vergiste ik me nu? Werd het wat onrustig in de boekenkast, daar achter het glas? Waar mijn Russische blaasmuzikantjes doorgaans hun marsjes blazen, in volle harmonie? Ik schoof het glazen wandje weg. De muziek kwam nu luid de woonkamer in. En inderdaad, het klonk net even anders allemaal. Onrustig, af en toe net niet in de maat …

En tussen de noten door hoorde ik plots heel duidelijk: “Mogen we buiten spelen?” Ze hadden het zien sneeuwen, hadden zo’n heimwee gekregen naar Leningrad, en wilden weer marcheren, zoals ze vroeger deden, vanaf Plosjtsjad Vosstanija, over de Nevski, de Anitsjkov brug, langs de Passage (ach, de Passage, waar ze ooit, op 9 mei, van die prachtige, trotse, droevige oorlogsliedjes hadden gespeeld!), langs de Gostini Dvor, over de Mojka, en dan rechtsaf, de Bolsjaja Morskaja in en onder de stenen boog door het Paleisplein op!

Natuurlijk mochten ze buiten spelen. Ik verontschuldigde me, dat mijn tuin wat mager afstak bij de beelden van hun heimwee. Ze vonden het niet erg.


Daar gingen ze! En had ik nog een verzoeknummer? Ik aarzelde even. De mars der vliegeniers? Katjoesja? Afscheid van een Slavisch meisje? Overwinningsdag? Nee, toch maar De mars der vliegeniers.


En toen ze klaar waren, gingen ze ook nog even het ijs op. Om te oefenen, voor als het nog een paar dagen flink zou vriezen in Amsterdam. Spelen op de Amsterdamse grachten!      

-----------------

(Over mijn trouwe soldatenmuzikantjes schreef ik eerder hier en hier.