—————————
—————————-
In de vroege morgen van 22 juni 1941 wordt ze, op de Krim, gebeld door haar man uit Moskou. Ze krijgt – want ze is niet zomaar iemand - eerder dan de rest van het land te horen dat Duitsland de Sovjetunie is binnengevallen, en dat ze zo snel mogelijk naar Moskou moet komen. Ze bestelt eerst nog de kapper en terwijl ze aan het eind van de ochtend ook nog haar nagels laat doen, luistert ze naar de toespraak van haar echtgenoot, minister van Buitenlandse Zaken Vjatsjeslav Molotov, na Stalin de feitelijke nummer twee van het land, die nu ook de gewone burgers op de hoogte brengt van de Duitse aanval.
De vrouw die het vroege telefoontje kreeg, was Perl Solomonovna Karpovskaja, die vanaf 1918 door het leven ging onder haar ‘communistennaam’ Polina Semjonovna Zjemtsjoezjina (zjemtsjoezjina is Russisch voor parel). In 1921 trouwde ze met Vjatsjeslav Michajlovitsj Skrjabin, beter bekend als Vjatsjeslav Michajlovitsj Molotov. Polina Zjemtsjoezjina droeg flink bij aan de ontwikkeling van de Sovjet-parfumindustrie en werd minister van Visserij. Haar echtgenoot wist haar niet te vrijwaren van de Stalinterreur. Ze verdween na de oorlog achter de tralies, maar overleefde. De dood van Stalin kwam voor haar net op tijd.
Vjatsjeslav Nikonov
Over Zjemtsjoezjina verscheen een lijvige (bijna 800 pagina’s) biografie, geschreven door haar kleinzoon Vjatsjeslav Nikonov, lid van de Doema namens Verenigd Rusland. Wil je zijn boek kort samenvatten, dan kom je tot: eigenaardig, beschamend, teleurstellend en boeiend.
De titel, daar begint het al mee: Жемчужина советского правительства (Parel van de Sovjet-regering). Dan kan zo iemand in de honderden pagina’s die volgen eigenlijk al niets meer fout doen. En dat doet Polina ook niet. Kleinzoon Nikonov portretteert haar als een onwankelbare communiste, zuiver in de leer, die tot het einde van haar leven blijft geloven in de genialiteit van Stalin. Een vasthoudendheid die in de ogen van de kleinzoon duidelijk tot aanbeveling strekt. De schaduw die over haar leven hangt, is natuurlijk die van Molotov, haar echtgenote, en van de onvermijdelijke vragen over diens betrokkenheid bij de terreur die Stalin ontketende. Mag je die vragen stellen bij een biografie over zijn vrouw? Ja, in dit geval mag dat, want die biografie gaat, enigszins eigenaardig, voor een belangrijk deel juist over Molotov.
Kleinzoon Nikonov was al een eind op streek met de biografie over zijn oma, toen er binnen de familie opeens een lading brieven van Polina aan Molotov opdook. Hij citeert er uitbundig uit en dat had wel een paar pondjes minder gemogen. De brieven zijn namelijk voor het overgrote deel totaal oninteressant. Beiden zijn veel, apart, op reis. Polina mist haar man, moppert dat hij te weinig schrijft en vraagt hem goed op zichzelf te passen. Beiden waren zich ervan bewust dat er ‘meelezers’ konden zijn en hielden zich op de vlakte. Molotov schrijft in een van de weinige brieven die van hem bewaard zijn gebleven (Nikonov is er bijna zeker van dat Polina veel heeft vernietigd toen ook in hun kringen de arrestaties begonnen) dat hij “om begrijpelijke reden” niet gedetailleerd op “onze zaken” kan ingaan en dat ze later uitgebreid zullen bijpraten.
Aardig zijn wel de impressies van Polina van haar bezoeken aan cosmetica-bedrijven in Frankrijk, Duitsland en de VS, waar ze, in haar hoedanigheid van functionaris op ministerieel niveau, gezien wordt als mogelijke koopster van machines en productielijnen. Kan Vjatsjeslav er niet voor zorgen dat haar budget omhoog gaat? Bij de beschrijving van Polina’s carrière krijg je gaandeweg de indruk dat kleinzoon Nikonov in zijn jonge jaren heel veel Sovjet-kranten – altijd dol op productiecijfers - heeft gelezen en daar nooit meer helemaal van los is gekomen. Zo vernemen we dat de lichte industrie (ook daar speelde Zjemtsjoezina een vooraanstaande rol) gedurende 1941 aan het front had geleverd: “… 3 miljoen paar legerschoeisel, 320 duizend winterjassen en gewatteerde jacks, meer dan 1 miljoen gewatteerde bodywarmers, broeken, veldoverhemden, 640.000 duizend bontmutsen, bijna 1,5 miljoen wanten, camouflagejassen en veel warm ondergoed.” Productiecijfers van de Sovjetvisserij, uit de tijd dat Polina daar minister was, alsmede de voluit geciteerde getuigschriften bij haar vele decoraties (en diverse brieven van dankbare arbeiders) – ook dat had allemaal wel een flink stuk minder gemogen.
Parallel aan Zjemtsjoezjina’s loopbaan spelen zich de ‘avonturen’ af van echtgenoot Molotov. Die leggen op het toneel van de geschiedenis natuurlijk veel meer gewicht in de schaal. Bij de zeer uitgebreide beschrijvingen ervan wordt het af en toe gênant. Molotov was een van de uitvoerende krachten achter de misdadige collectivisatie op het platteland. Wanneer Nikonov wijst op de hongersnood die mede daardoor grote delen van het land teisterde, krijgt hij de volgende zin uit zijn pen: “Er kwam enorm veel hulp voor Oekraïne.” Om er nog aan toe te voegen dat het thema van de Holodomor “uiterst gepolitiseerd” is geraakt.
Ik onderdrukte de neiging om het boek weg te leggen, omdat ik nog wat vragen had: hoe zat het met die arrestatie van Polina, en had Molotov – mede-ondertekenaar van honderden executie-lijsten - ooit enige berouw getoond over zijn aandeel in de Stalinterreur?
Polina wordt in januari 1949 gearresteerd en na elf maanden gevangenschap verbannen naar een vlek in Kazachstan. Daar wordt ze begin 1953 opnieuw opgepakt en naar Moskou gebracht. Nikonov gaat ervanuit dat Stalin Molotov op deze manier als mogelijke rivaal ‘klein’ wilde houden. Boeiend zijn de verslagen van Polina’s verhoren. Ze laten zien hoe in die jaren een zaak tegen iemand werd gefabriceerd. In haar geval luidde de beschuldiging onder meer: banden met het Joods Anti-fascistisch Comité. Zjemtsjoezjina wordt geen haar gekrenkt, maar wie de ellenlange lijst van de vaak nachtelijke verhoren opgesomd ziet, inclusief begin- en eindtijd, kan er alleen maar bewondering voor opbrengen dat ze, op een paar ondergeschikte punten na, haar onschuld heeft weten vol te houden. Kort na Stalins dood wordt ze vrijgelaten. Een broer en zus overleven hun gevangenschap niet. Hoe Molotov deze jaren heeft beleefd, weet Nikonov niet. Hij sprak vaak genoeg met zijn grootvader, maar dit onderwerp was taboe.
Molotov blijft na Stalins dood, tot hij onder Chroesjtjov op een zijspoor beland, nog enige tijd een belangrijke rol spelen. In Nikonovs woorden: “Op Molotovs schouders rustte, als nooit tevoren, in volle zwaarte de verantwoordelijkheid voor de buitenlandse politiek van een supermacht. En dus voor het leven van onze mensen, van de gehele mensheid.” Het kan na zulke woorden niet verbazen dat bij alle beschrijvingen van Molotovs inspanningen, van zijn ontmoetingen op het hoogste niveau, het Westen steevast als enige aanstichter van de Koude Oorlog wordt aangewezen.
Nikonov komt nog met aardige inkijkjes in het privé-leven van het echtpaar Molotov nadat ze uit het centrum van de macht zijn verdwenen. Hoe ze nog (dankzij bonnen van Polina) aan luxe levensmiddelen kunnen komen, hoe ze nog regelmatig gasten ontvangen op hun datsja. Pijnlijk is wel dat Molotov niet meer kan beschikken over een auto. Wanneer Polina, terminaal ziek, is opgenomen in het ziekenhuis, moet hij elke dag een boemeltrein, de metro en de bus nemen om haar te bezoeken.
Zjemtsjoezjina overlijdt in 1970, Molotov overleeft haar zestien jaar. Hoe keek hij aan het einde van zijn leven terug op de Stalinterreur? Was er enig berouw? Nauwelijks. Het beeld dat naar voren komt, was al bekend, onder meer uit Molotovs interviews met Sovjet-historicus Feliks Tsjoejev. Ja, er waren helaas excessen, veel onschuldige mensen werden het slachtoffer, maar ‘1937’ was noodzakelijk. Het land diende zich voor te bereiden op een oorlog en er was een vijfde colonne die uitgeschakeld moest worden. Mocht Molotov zich in gesprekken met Nikonov anderszins hebben uitgelaten, dan maakt zijn kleinzoon daar geen melding van.
Overigens verscheen er eerder al, in 2017, een biografie van de hand van Nikonov over grootvader Molotov. Dat maakt de hoeveelheid pagina’s over hem in de biografie over grootmoeder Polina extra opvallend. Of die pagina’s vooral herhalingen bevatten, weet ik niet. Ik heb die eerdere biografie niet gelezen. Ik voel ook weinig aandrang om dat alsnog te doen.
——————
Met kleinzoon Vjatsjeslav in 1963
Enkele bonus-alinea’s:
Molotov wordt in 1957 weggepromoveerd naar Mongolië, waar hij als ambassadeur van de USSR op goede voet komt te staan met kameraad Joemzjagijn Tsedenbal, secretaris-generaal van de lokale communistische partij, en diens echtgenote Anastasija Ivanovna Tsedenbal-Filatova. Hun arts Jevgeni Tsjazov (ook werkzaam voor de Sovjet-elite in Moskou) schrijft over dat tweetal in zijn memoires, zich weinig aantrekkend van zijn beroepsgeheim (geciteerd door Nikonov):
“Ik kende twee Tsedenbalovs: die van eind jaren zestig, begin jaren zeventig, toen hij de indruk wekte van een erudiet, nadenkend iemand met een uitstekende kijk op politieke zaken – en die van begin jaren tachtig, toen aderverkalking en drankmisbruik leidden tot een duidelijke degradatie van zijn persoonlijkheid. Dat was ook triest omdat zijn gezinsleven niet makkelijk was. Als jonge man had hij een Russische vrouw ontmoet uit de regio Rjazan, aan wie hij zijn lot verbond. De zachtmoedige, aardige, intelligente Tsedenbal raakte volledig onder de invloed van zijn niet al te wijze vrouw, met haar, voorzichtig uitgedrukt, eigenaardige gedrag. Een historicus heeft eens gezegd dat je een Russische vrouw niet de volledige macht moet geven, want dan wordt ze een despoot. De echtgenote van de Mongoolse partij- en staatsleider werd de schrik van het politburo en de regering van dat land.”
Kan iemand misschien de archieven duiken en gaan werken aan een biografie van mevrouw Anastasija Ivanovna Tsedenbal-Filatova? Die zou ik graag lezen.
———————-
In deze serie recensies en/of korte notities komen boeken aan bod die betrekking hebben op Rusland en de Sovjetunie in de 20ste eeuw. Misschien helpen ze het huidige Rusland beter te begrijpen. Waar ik nadrukkelijk aan toevoeg dat begrijpen iets anders is dan begrip hebben voor.
—————————