Rusland in de 20ste eeuw - 14: Eigenaardig, beschamend, teleurstellend, boeiend: de biografie van Molotovs echtgenote Polina Zjemtsjzoejina.

—————————

—————————-

In de vroege morgen van 22 juni 1941 wordt ze, op de Krim, gebeld door haar man uit Moskou. Ze krijgt – want ze is niet zomaar iemand - eerder dan de rest van het land te horen dat Duitsland de Sovjetunie is binnengevallen, en dat ze zo snel mogelijk naar Moskou moet komen. Ze bestelt eerst nog de kapper en terwijl ze aan het eind van de ochtend ook nog haar nagels laat doen, luistert ze naar de toespraak van haar echtgenoot, minister van Buitenlandse Zaken Vjatsjeslav Molotov, na Stalin de feitelijke nummer twee van het land, die nu ook de gewone burgers op de hoogte brengt van de Duitse aanval.

De vrouw die het vroege telefoontje kreeg, was Perl Solomonovna Karpovskaja, die vanaf 1918 door het leven ging onder haar ‘communistennaam’ Polina Semjonovna Zjemtsjoezjina (zjemtsjoezjina is Russisch voor parel). In 1921 trouwde ze met Vjatsjeslav Michajlovitsj Skrjabin, beter bekend als Vjatsjeslav Michajlovitsj Molotov. Polina Zjemtsjoezjina droeg flink bij aan de ontwikkeling van de Sovjet-parfumindustrie en werd minister van Visserij. Haar echtgenoot wist haar niet te vrijwaren van de Stalinterreur. Ze verdween na de oorlog achter de tralies, maar overleefde. De dood van Stalin kwam voor haar net op tijd.

Vjatsjeslav Nikonov

Over Zjemtsjoezjina verscheen een lijvige (bijna 800 pagina’s) biografie, geschreven door haar kleinzoon Vjatsjeslav Nikonov, lid van de Doema namens Verenigd Rusland. Wil je zijn boek kort samenvatten, dan kom je tot: eigenaardig, beschamend, teleurstellend en boeiend.

De titel, daar begint het al mee: Жемчужина советского правительства (Parel van de Sovjet-regering). Dan kan zo iemand in de honderden pagina’s die volgen eigenlijk al niets meer fout doen. En dat doet Polina ook niet. Kleinzoon Nikonov portretteert haar als een onwankelbare communiste, zuiver in de leer, die tot het einde van haar leven blijft geloven in de genialiteit van Stalin. Een vasthoudendheid die in de ogen van de kleinzoon duidelijk tot aanbeveling strekt. De schaduw die over haar leven hangt, is natuurlijk die van Molotov, haar echtgenote, en van de onvermijdelijke vragen over diens betrokkenheid bij de terreur die Stalin ontketende. Mag je die vragen stellen bij een biografie over zijn vrouw? Ja, in dit geval mag dat, want die biografie gaat, enigszins eigenaardig, voor een belangrijk deel juist over Molotov.

Kleinzoon Nikonov was al een eind op streek met de biografie over zijn oma, toen er binnen de familie opeens een lading brieven van Polina aan Molotov opdook. Hij citeert er uitbundig uit en dat had wel een paar pondjes minder gemogen. De brieven zijn namelijk voor het overgrote deel totaal oninteressant. Beiden zijn veel, apart, op reis. Polina mist haar man, moppert dat hij te weinig schrijft en vraagt hem goed op zichzelf te passen. Beiden waren zich ervan bewust dat er ‘meelezers’ konden zijn en hielden zich op de vlakte. Molotov schrijft in een van de  weinige brieven die van hem bewaard zijn gebleven (Nikonov is er bijna zeker van dat Polina veel heeft vernietigd toen ook in hun kringen de arrestaties begonnen) dat hij “om begrijpelijke reden” niet gedetailleerd op “onze zaken” kan ingaan en dat ze later uitgebreid zullen bijpraten.          

Aardig zijn wel de impressies van Polina van haar bezoeken aan cosmetica-bedrijven in Frankrijk, Duitsland en de VS, waar ze, in haar hoedanigheid van functionaris op ministerieel niveau, gezien wordt als mogelijke koopster van machines en productielijnen. Kan Vjatsjeslav er niet voor zorgen dat haar budget omhoog gaat? Bij de beschrijving van Polina’s carrière krijg je  gaandeweg de indruk dat kleinzoon Nikonov in zijn jonge jaren heel veel Sovjet-kranten – altijd dol op productiecijfers - heeft gelezen en daar nooit meer helemaal van los is gekomen. Zo vernemen we dat de lichte industrie (ook daar speelde Zjemtsjoezina een vooraanstaande rol) gedurende 1941 aan het front had geleverd: “… 3 miljoen paar legerschoeisel, 320 duizend winterjassen en gewatteerde jacks, meer dan 1 miljoen gewatteerde bodywarmers, broeken, veldoverhemden, 640.000 duizend bontmutsen, bijna 1,5 miljoen wanten, camouflagejassen en veel warm ondergoed.” Productiecijfers van de Sovjetvisserij, uit de tijd dat Polina daar minister was, alsmede de voluit geciteerde getuigschriften bij haar vele decoraties (en diverse brieven van dankbare arbeiders) – ook dat had allemaal wel een flink stuk minder gemogen.             

Parallel aan Zjemtsjoezjina’s loopbaan spelen zich de ‘avonturen’ af van echtgenoot Molotov. Die leggen op het toneel van de geschiedenis natuurlijk veel meer gewicht in de schaal. Bij de zeer uitgebreide beschrijvingen ervan wordt het af en toe gênant. Molotov was een van de uitvoerende krachten achter de misdadige collectivisatie op het platteland. Wanneer Nikonov wijst op de hongersnood die mede daardoor grote delen van het land teisterde, krijgt hij de volgende zin uit zijn pen: “Er kwam enorm veel hulp voor Oekraïne.” Om er nog aan toe te voegen dat het thema van de Holodomor “uiterst gepolitiseerd” is geraakt.

Ik onderdrukte de neiging om het boek weg te leggen, omdat ik nog wat vragen had: hoe zat het met die arrestatie van Polina, en had Molotov – mede-ondertekenaar van  honderden executie-lijsten - ooit enige berouw getoond over zijn aandeel in de Stalinterreur?

Polina wordt in januari 1949 gearresteerd en na elf maanden gevangenschap verbannen naar een vlek in Kazachstan. Daar wordt ze begin 1953 opnieuw opgepakt en naar Moskou gebracht. Nikonov gaat ervanuit dat Stalin Molotov op deze manier als mogelijke rivaal ‘klein’ wilde houden. Boeiend zijn de verslagen van Polina’s verhoren. Ze laten zien hoe in die jaren een zaak tegen iemand werd gefabriceerd. In haar geval luidde de beschuldiging onder meer: banden met het Joods Anti-fascistisch Comité. Zjemtsjoezjina wordt geen haar gekrenkt, maar wie de ellenlange lijst van de vaak nachtelijke verhoren opgesomd ziet, inclusief begin- en eindtijd, kan er alleen maar bewondering voor opbrengen dat ze, op een paar ondergeschikte punten na, haar onschuld heeft weten vol te houden. Kort na Stalins dood wordt ze vrijgelaten. Een broer en zus overleven hun gevangenschap niet. Hoe Molotov deze jaren heeft beleefd, weet Nikonov niet. Hij sprak vaak genoeg met zijn grootvader, maar dit onderwerp was taboe.

Molotov blijft na Stalins dood, tot hij onder Chroesjtjov op een zijspoor beland, nog enige tijd een belangrijke rol spelen. In Nikonovs woorden: “Op Molotovs schouders rustte, als nooit tevoren, in volle zwaarte de verantwoordelijkheid voor de buitenlandse politiek van een supermacht. En dus voor het leven van onze mensen, van de gehele mensheid.” Het kan na zulke woorden niet verbazen dat bij alle beschrijvingen van Molotovs inspanningen, van zijn ontmoetingen op het hoogste niveau, het Westen steevast als enige aanstichter van de Koude Oorlog wordt aangewezen.

Nikonov komt nog met aardige inkijkjes in het privé-leven van het echtpaar Molotov nadat ze uit het centrum van de macht zijn verdwenen. Hoe ze nog (dankzij bonnen van Polina) aan luxe levensmiddelen kunnen komen, hoe ze nog regelmatig gasten ontvangen op hun datsja. Pijnlijk is wel dat Molotov niet meer kan beschikken over een auto. Wanneer Polina, terminaal ziek, is opgenomen in het ziekenhuis, moet hij elke dag een boemeltrein, de metro en de bus nemen om haar te bezoeken.        

Zjemtsjoezjina overlijdt in 1970, Molotov overleeft haar zestien jaar. Hoe keek hij aan het einde van zijn leven terug op de Stalinterreur? Was er enig berouw? Nauwelijks. Het beeld dat naar voren komt, was al bekend, onder meer uit Molotovs interviews met Sovjet-historicus Feliks Tsjoejev. Ja, er waren helaas excessen, veel onschuldige mensen werden het slachtoffer, maar ‘1937’ was noodzakelijk. Het land diende zich voor te bereiden op een oorlog en er was een vijfde colonne die uitgeschakeld moest worden. Mocht Molotov zich in gesprekken met Nikonov anderszins hebben uitgelaten, dan maakt zijn kleinzoon daar geen melding van.              

Overigens verscheen er eerder al, in 2017, een biografie van de hand van Nikonov over grootvader Molotov. Dat maakt de hoeveelheid pagina’s over hem in de biografie over grootmoeder Polina extra opvallend. Of die pagina’s vooral herhalingen bevatten, weet ik niet. Ik heb die eerdere biografie niet gelezen. Ik voel ook weinig aandrang om dat alsnog te doen.  

——————

Met kleinzoon Vjatsjeslav in 1963

Enkele bonus-alinea’s:

Molotov wordt in 1957 weggepromoveerd naar Mongolië, waar hij als ambassadeur van de USSR op goede voet komt te staan met kameraad Joemzjagijn Tsedenbal, secretaris-generaal van de lokale communistische partij, en diens echtgenote Anastasija Ivanovna Tsedenbal-Filatova. Hun arts Jevgeni Tsjazov (ook werkzaam voor de Sovjet-elite in Moskou) schrijft over dat tweetal in zijn memoires, zich weinig aantrekkend van zijn beroepsgeheim (geciteerd door Nikonov):

“Ik kende twee Tsedenbalovs: die van eind jaren zestig, begin jaren zeventig, toen hij de indruk wekte van een erudiet, nadenkend iemand met een uitstekende kijk op politieke zaken – en die van begin jaren tachtig, toen aderverkalking en drankmisbruik leidden tot een duidelijke degradatie van zijn persoonlijkheid. Dat was ook triest omdat zijn gezinsleven niet makkelijk was. Als jonge man had hij een Russische vrouw ontmoet uit de regio Rjazan, aan wie hij zijn lot verbond. De zachtmoedige, aardige, intelligente Tsedenbal raakte volledig onder de invloed van zijn niet al te wijze vrouw, met haar, voorzichtig uitgedrukt, eigenaardige gedrag. Een historicus heeft eens gezegd dat je een Russische vrouw niet de volledige macht moet geven, want dan wordt ze een despoot. De echtgenote van de Mongoolse partij- en staatsleider werd de schrik van  het politburo en de regering van dat land.”

Kan iemand misschien de archieven duiken en gaan werken aan een biografie van mevrouw  Anastasija Ivanovna Tsedenbal-Filatova? Die zou ik graag lezen.

———————-

In deze serie recensies en/of korte notities komen boeken aan bod die betrekking hebben op Rusland en de Sovjetunie in de 20ste eeuw. Misschien helpen ze het huidige Rusland beter te begrijpen. Waar ik nadrukkelijk aan toevoeg dat begrijpen iets anders is dan begrip hebben voor.

—————————

Humor in Rusland is er zeker nog, maar het kan je wel geld kosten

——————

Aleksandr Goedkov

De vondst is simpel, een klein taalkundig vonkje. Het resultaat is een parodie op een nummer waarvan u de originele video hier - ik houd dit blog graag onbevlekt - niet gaat aantreffen. Het filmpje met de parodie daarentegen laat ik u met alle plezier zien.

Het lijdend voorwerp van de bewuste parodie is een tamelijk chauvinistisch getint lied van de geblondeerde, en in nogal wat kringen zeer populaire zanger Sjaman – supporter van president Poetin, wiens zegenrijk werk in Oekraïne hij van harte toejuicht. Eerst maar even de tekst van het origineel, waarbij ik me – neemt u mij dat niet kwalijk - beperk tot het refrein.

Я русский!, я иду до конца
Я русский!, моя кровь от отца, xeй
Я русский!, и мне повезло
Я русский! всему миру назло

Ik ben Russisch!, ik ga tot het einde
Ik ben Russisch!, mijn bloed komt van mijn vader, hé
Ik ben Russisch!, dat is mijn geluk
Ik ben Russisch!, en heb zo de hele wereld tuk.

Ja mensen, ik kan rijmen en dichten zonder mijn hemd op te lichten.

En toen was daar de acteur/komiek Aleksandr Goedkov en die dacht: hier kan ik wel wat mee:

——————-

De volledige vertaling (de tekst loopt mee in beeld) volgt onderaan dit stukje. Hier beperk ik me even tot de eerste regel van het refrein. Ja Roesski – Ik ben Russisch is door Goedkov veranderd in Ja oezki – Ik ben dun. Wat ik al zei: een simpele vondst, maar wel effectief.

De nieuwe versie verscheen in augustus 2022 online. Afgelopen week werd Goedkov door een rechtbank in Krasnogorsk in de provincie Moskou veroordeeld tot een boete van 11.000 roebel. Waarom dat nou zo lang heeft moeten duren, weet ik niet. De zaak werd in elk geval aanhangig gemaakt door ene Artoer Sljykov, die sinds vorig deel uitmaakt van, jawel, de Presidentiële Raad voor de Ontwikkeling van Burgermaatschappij en Mensenrechten. Volgens de rechter had Goedkov zich schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 20.3.1 van het Wetboek van de Russische Federatie inzake administratieve overtredingen (КоАП): het aanzetten tot haat of vijandigheid, alsook aantasting van de menselijke waardigheid. Met die 11.000 roebel kwam de komiek nog goed weg; het had hem ook een boete kunnen opleveren van 20.000 roebel, een taakstraf van honderd uur of vijftien dagen cel.

Maar goed, oordeelt u zelf. Met nog de aantekening dat het Russische узкий naast dun of nauw ook kan betekenen bekrompen. Die dubbelzinnigheid gaat in mijn vertalinkje verloren.

IK BEN DUN!
Ik adem deze lucht
De zon aan de hemel kijkt naar me
Boven me vliegt een stuk karton
Het is net als ik
Met mij kan je makkelijk op een stoel zitten
Ik heb weinig ruimte nodig
’t Is was het is – mij raak je niet
En dat is allemaal zo, want …

Ik ben dun! Niet in de vorm van een ei
Ik ben dun! Schouders dunner dan m’n gezicht
Ik ben dun! En dat is mijn geluk
Ik ben dun! Ik heb iedereen die breed is tuk

Een dunne borstkas
Een arm als een dun riempje
En mijn opvattingen over het leven zijn dun
Maar ik vind het prima zo
Opa bedankt voor mijn dunne bekken
Een breder bekken heb ik niet nodig
‘t Is wat het is, je krijgt me simpel kapot
En dat is allemaal zo, want …

Ik ben dun! In plaats van flosdraad
Ik ben dun! Kruip ik in je mond
Ik ben dun! En dat is mijn geluk
Ik ben dun! Ik heb iedereen die breed is tuk

We kunnen alle dunne lui verzamelen
En achter een bosje verbergen.
Achter een bosje! Achter een bosje! 
(кустик kan naast ‘bosje’ ook ‘toilet’ betekenen.)

———————-

Afijn. Oezki in plaats van Roesski, het is een doeltreffende vondst. Verder is de tekst niet echt briljant. Aleksandr Goedkov is duidelijk geen Semjon Slepakov, van wie ik een fan ben. (Zie over hem een eerder stukje van me.) Al is zijn lied volgens de Moskouse rechtbank kennelijk toch nog ondermijnend genoeg.

——————

Slepakov … Geloof het of niet, maar terwijl ik op YouTube het werkje van Goedkov nog eens bekijk, zie ik bij de reeks filmpjes rechts op het scherm verschijnen: Slepakov! Met ook een bewerking van het liedje van Sjaman! Ook een paar jaar oud en indertijd volledig langs me heen gegaan. Zijn versie is veel ironischer en bijtender. Slepakov steekt met kop en schouders boven Goedkov uit. Het is dan ook geen toeval dat híj de wijk heeft genomen naar het buitenland.

En nu zou ik natuurlijk ook met een vertaling van die versie van Slepakov moeten komen. Nou, binnenkort misschien. Eerst ga ik mijn aandacht maar eens wijden aan de vrouw van Vjatsjeslav Molotov.      

——————-

Prachtige hulp bij het (her)lezen van Anna Karenina – 2.

———————-

Vivien Leigh als Anna Karenina (1948)

Nog meer hulp voor de lezer van Anna Karenina en weer komt die van (onder anderen) Pavel Basinski. Over zijn fraaie boek Подлинная история Анны Карениной (De ware geschiedenis van Anna Karenina) schreef ik in mijn vorige stukje. In dat boek wijst Basinski op allerlei zaken – vooral op het gebied van de etiquette en mores in de hoogste sociale kringen - die volledig langs je heen gaan, wanneer je als lezer uit onze tijd Lev Tolstojs meesterwerk ter hand neemt. Dat Basinski met een soort vervolg op ‘zijn’ Anna Karenina komt, verbaast gezien zijn flinke productie van de afgelopen jaren eigenlijk nauwelijks. Ook door de titel voelt het als gewoon een nieuwe aflevering van een langere reeks : Подлинная история Константина Левина (De ware geschiedenis van Konstantin Levin), gewijd dus aan Konstantin Levin, die in het boek van Tolstoj de ondankbare taak heeft om diens opvattingen over de problemen en perspectieven van agrarisch Rusland voor het voetlicht te brengen      

De lotgevallen van Levin (en zijn uiteindelijke echtgenote Kiti) waren voor mij – en daarin sta ik ongetwijfeld niet alleen – niet de boeiendste van het boek. Laat het echter maar aan Pavel Basinski over om toch weer met een boeiende en zeer leesbare studie op de proppen te komen. Opnieuw ontleedt hij personages tot op hun ziel en laat hij je verbanden zien waar je zelf – ook hierin sta ik zeker niet alleen – nooit op was gekomen. Typerend is de manier waarop Basinski Dolly ten tonele voert, een personage dat “op het eerste gezicht het minst interessante is, gespeend van enig innerlijk drama” – om je vervolgens in dertig pagina’s duidelijk te maken dat die “minst interessante” Dolly bijzonder interessant is en dat zij door Tolstoj in het netwerk van het drama dat zich ontrolt een belangrijke rol toebedeeld heeft gekregen, een rol die veel verder gaat dan wat je als ‘gewone’ lezer uit onze tijd zelf had ontwaard.

Pavel Basinski

Tot zover - excuus voor deze anti-climax - Basinski. Enigszins van hetzelfde laken een pak, maar veel uitgebreider (en helaas ook een stuk minder toegankelijk), is het boek Жизнь творимого романа (Het leven van een gecrëerde roman – een betere vertaling heb ik zo snel niet paraat *) van Michail Dolbilov. In zo’n zeshonderd pagina’s voert Dolbilov je mee langs de gecompliceerde ontstaansgeschiedenis van Anna Karenina. Tolstoj werkte een aantal jaren met tussenpozen aan zijn creatie, schreef soms in sneltreinvaart, schoof het dan weer terzijde en worstelde zich via meerdere versies naar het eindpunt. Daarbij was er een voortdurende wisselwerking met politieke en maatschappelijke ontwikkelingen, die voor de lezer van toen min of meer (en voor de gemiddelde Nederlandse lezer van nu totaal niet) herkenbaar hun weg vonden naar de pagina’s van Tolstojs boek.   

Ondanks de ontoegankelijkheid – het literatuurwetenschappelijk jargon is af en toe niet te harden ­– biedt Dolbilov je net voldoende wetenswaardigheden om toch te blijven lezen. Tolstoj geeft in Anna Karenina bijvoorbeeld een inkijkje in het losbandige leven in de allerhoogste kringen, veelal versluierd, maar voor de oplettende Russische lezer van toen onmiskenbaar. Zo wordt Vronski door een kameraad gevraagd waarom hij het Franse theater niet had bezocht, waar de Franse actrice Numerova te bewonderen was geweest. De verzonnen naam van de Française is een regelrechte verwijzing naar een heel andere, Russische actrice, genaamd Tsjislova (tsjislo betekent getal, cijfer, nummer). Zij was de minnares van grootvorst Nikolaj, een broer van tsaar Alexander II.

En dan was daar Nikolaj Konstantinovitsj, een neef van Alexander II. Die presteerde het om een ster van briljanten los te wrikken uit de lijst van de huwelijksicoon van zijn ouders en ook nog enkele kostbaarheden van de tsarina te ontvreemden. Hij vond dat wel mooie cadeaus voor zijn minnares. Door Nikolaj geestelijk gestoord te verklaren, werd het schandaal nog enigszins gedempt, maar de schade voor de Romanov-familie was groot. Het doet je anders kijken naar de befaamde openingszinnen van Anna Karenina (in de vertaling van Hans Boland): “Gelukkige gezinnen lijken allemaal op elkaar, maar een ongelukkig gezin is altijd ongelukkig op zijn eigen manier. Alles stond op zijn kop in huize Oblonski.” Wanneer Dolbilov ook nog wijst op de openingszin in een versie van een nooit voltooide roman van Tolstoj over het tijdperk van Peter de Grote: “Alles stond op zijn kop in huize Romanov”, dan is de suggestie dat de schrijver in die eerste alinea van Anna Karenina een vette knipoog uitdeelde, opeens niet zo vergezocht meer.

Om te voorkomen dat u nu Dolbilovs boek bestelt om er eens lekker voor te gaan zitten, voeg ik twee afbeeldingen bij die representatiever voor het boek zijn dan de hierboven beschreven anekdotes.

En dan laat ik Anna Karenina verder maar met rust. Tot het moment uiteraard dat Basinski met nóg een boek over haar tevoorschijn komt. Bij hem acht ik dat zeker mogelijk. Een vervolg van Dolbilov op zíjn boek over Anna Karenina zie ik niet zo snel  voor me.

Deel 1.

*) Zie commentaar

Prachtige hulp bij het (her)lezen van Anna Karenina – 1.

————————

Keira Knightley (2012) en Sophie Marceau (1997) als Anna Karenina

——————-

In de vroege jaren van de twintigste eeuw zien voorbijgangers in Moskou af en toe een oude vrouw zitten bij het standbeeld van de dichter Aleksandr Poesjkin op de Tverskoj Boulevard. Het is Marija Aleksandrovna Gartoeng. De passanten zullen niet vermoed hebben dat daar de oudste dochter van Poesjkin zat, en al helemaal niet dat deze oude dame gediend had als prototype van de hoofdrolspeelster in Lev Tolstojs beroemde roman Anna Karenina.

Marija Gartoeng had geen gemakkelijk leven achter de rug, met een echtgenoot die zelfmoord had gepleegd na valselijk te zijn beschuldig van oplichting. Maar het was niet die ellendige levensloop waar Tolstoj inspiratie uit putte; Gartoeng vinden we in zijn roman slechts terug in het uiterlijk van Anna Karenina. De schrijver had Gartoeng ontmoet in 1868 op een soiree in Toela en was, zo herinnerde zijn zuster zich later, danig van haar onder de indruk. In een van de manuscripten van Anna Karenina wordt de hoofdpersoon zelfs een keer ‘Poesjkina’ genoemd en bij de beschrijvingen van haar haar uiterlijk moet Tolstoj haast wel de oudste dochter van Poesjkin voor zich hebben gezien.

I. Makarov: Marija Gartoeng (1860)

Voor doorgewinterde Tolstoj-vorsers is dit allemaal geen nieuws – voor mij was het dat wel. Ik las het in Подлинная история Анны Карениной (De ware geschiedenis van Anna Karenina) van Pavel Basinski. Basinski schreef eerder over leven en werk van Tolstoj en met zijn boeken maakte hij zich geliefd – ook bij mij. Vooral zijn Бегство из рая (Vlucht uit de hemel, in het Engels verschenen als Flight from paradise) maakte indruk. Ik schreef er indertijd een stukje over. Voor zijn De ware geschiedenis van Anna Karenina kreeg hij in 2022 de Grote Boek-prijs (премия Большая книга).  

Ook Подлинная история Анны Карениной is weer een heerlijk boek. Om Basinski zo veel mogelijk recht te kunnen doen, herlas ik eerst de roman van Tolstoj. Dankzij mijn verse lees-indrukken viel Basinski in vruchtbare aarde.

Je zou het op grond van de titel van zijn boek misschien verwachten, maar het is zeker niet zo dat Basinski allerlei geheimen onthuld rond Tolstojs roman. Deels geeft hij zíjn interpretatie van Anna’s zieleroerselen, deels belicht hij simpelweg concrete dingen uit het Rusland van toen.

Welke dans dansten Anna en Vronski op het befaamde bal? Ik hoor u zeggen, mogelijk op het verkeerde spoor gezet door de verschillende verfilmingen: een wals! Nee, Vronski danste die avond de wals met Kiti. Basinski beschrijft de ongeschreven wetten op zo’n avond van de hoogste kringen en legt uit waarom Vronski de wals niet met Anna kón dansen en juist wel met de van hoop vervulde Kiti. Die evengoed een flinke domper te verwerken krijgt, omdat Vronski de mazoerka dan weer niet met haar danst, maar juist met Anna. “De mazoerka was de belangrijkste dans, die sinds de 18de eeuw werd gezien als de ‘plek’ waar over het lot werd beslist en huwelijken werden gesmeed”, schrijft Basinski. De mazoerka was ook nog eens de dans waarmee het eerste deel van het bal werd afgesloten en bij de maaltijd die daarop volgde, zaten de partners van die laatste dans doorgaans bij elkaar. Dat alles zag Kiti aan haar neus voorbijgaan.

Nog zoiets waar je als lezer uit de 21ste eeuw even op gewezen moet worden: de gerechten die Stiva Oblonski bestelt wanneer hij Levin heeft uitgenodigd voor een lunch in een Moskous restaurant. Tot de vereiste ingrediënten (niet genoemd door Tolstoj, wel door Basinski) behoren onder meer tuinkruiden. En die moesten – het is februari - van ver worden aangevoerd. Voor de Russische lezer is dan meteen duidelijk dat deze “gastronomische liederlijkheid” (Basinski) zich afspeelt in een wel zeer exclusieve eetgelegenheid.

Veel dichter bij het drama van Anna komt Basinski met zijn details over de regels rond een scheiding in geval van overspel. Om zo’n scheiding rond te krijgen, dienden er van dat overspel verklarende getuigen te zijn. Die konden doorgaans wel ergens worden gevonden, tegen betaling uiteraard, zelfs al hadden die nog nooit van het gebrouilleerde echtpaar gehoord. Was de scheiding eenmaal uitgesproken, dan had de bedriegende partij niet meer het recht om met wie dan ook te hertrouwen. Voor Anna zou dat een veroordeling betekenen tot een ten diepste vernederend bestaan als verstotene. 

Anna’s echtgenoot, Aleksej Karenin, die bij de meeste lezers weinig sympathie zal oproepen, komt er bij Basinski redelijk goed vanaf. Hij zit ook maar gevangen in de strikte conventies van zijn stand. En hij toont zich bereid om bij de scheiding de rol van bedrieger op zich te nemen, waardoor Anna kan hertrouwen en ook haar zoon niet verliest. Die christelijke goedertierenheid, waarmee Karenin zichzelf op een voetstuk plaatst, ver verheven boven Anna, is voor haar niet te verdragen. Een kwaadaardige echtgenoot bedriegen, dat was te verdedigen. Daar kon men begrip voor opbrengen, dat kon, zolang het maar niet te openlijk gebeurde, door de beugel. Accepteert Anna de scheiding zoals aangeboden door haar echtgenoot, dan wordt ze in de rol gedwongen van een vrouw die misbruik maakt van de goedheid van haar man. Ze vlucht met Vronski naar Italië, zonder scheiding.

Pavel Basinski

In de ogen van Basinski is het dus niet echtgenoot Karenin die Anna tot zelfmoord drijft. Vronski dan? Ook niet. Die gedraagt zich “onberispelijk”. Hij offert zijn carrière voor haar op, gaat met haar naar het buitenland zodat ze tot zichzelf kan komen en biedt haar na terugkeer onderdak op zijn landgoed, uit de buurt van alle boze tongen in de hoofdstad. Basinski, verwijzend naar de harde val van Vronski tijdens de paardenrennen: “Vronski had geen schuld aan de zelfmoord van Anna, zoals hij ook geen schuld had aan de toevallige fout die hij tijdens de springwedstrijd maakte, waarbij hij de rug brak van Froe-Froe.”

Nee, het zijn volgens Basinski drie vrouwen die schuldig zijn aan Anna’s dood: Betsi Tverskaja, Lidija Ivanovna en vooral Vronski’s moeder, gravin Vronskaja. Zíj achtte een relatie van haar zoon met iemand uit de hogere kringen – niet per se met Anna Karenina – wenselijk, want zoiets gaf extra cachet, gaf extra aanzien, het maakte het imago van een veelbelovende jonge man af. Dat was geen uitzonderlijke opvatting. Een tante van Tolstoj, zo schrijft hij in het niet lang na Anna Karenina verschenen Mijn Biecht, wenste hem boven alles een liaison toe met een getrouwde vrouw, want “rien ne forme un jeune homme comme une liaison avec une femme comme il faut”. Voor gravin Vronski verschafte de affaire van haar zoon met Anna daarnaast nog een ander, meer venijnig soort voldoening. Ze zag erin bevestigd dat de ontrouwe Anna in feite hetzelfde was “als alle mooie vrouwen”. 

Maar het spel verloopt niet zoals voorzien, vooral door het karakter van Anna. Die daagt, in de woorden van Basinski, “het systeem” uit. (Wat culmineert in – voor mij – de aangrijpendste scène in het boek: Anna’s bezoek aan het theater, waar ze de minachting trotseert van de kring die haar heeft verstoten.) Gravin Vronskaja ziet dat de affaire de reputatie van haar zoon helemaal niet dat extra beetje glans geeft, maar hem juist schade berokkent en hem richting de ondergang voert. Daarop haalt ze een nieuwe kaart uit haar mouw: de jonge prinses Sorokina. Zou het, zo stelt ze haar zoon voor, niet wat zijn als hij met haar zou trouwen? Vronski vertelt Anna lachend over dat “domme” idee van haar moeder. Maar Anna begrijpt meteen dat de gravin helemaal niet dom is en dat de machinaties om haar definitief uit te schakelen in gang zijn gezet. Wanneer ze Vronski en Sorokina in door de gravin bekokstoofde omstandigheden samen ziet, valt ze over de rand en verliest ze gaandeweg haar verstand.

“Anna Karenina lezen is niet alleen een genoegen, het is ook hard werken voor de lezer”, schrijft Basinski. Wat dat harde werken betreft: Basinski’s boek is daarbij een prachtige steun in de rug dat het genoegen aanzienlijk vergroot, zelfs al is dat achteraf. Eérst Basinski lezen en dan pas Anna Karenina? Dat lijkt me niet, dan krijg je wel heel veel spoilers op je bord. En bovendien geeft het, verrassend genoeg, veel voldoening, wanneer je door Basinski allerlei details krijgt voorgeschoteld waar je glad overheen had gelezen. Zo zou ik hier nog, dankzij De ware geschiedenis van Anna Karenina, iets kunnen vertellen over die naam van Vronski’s paard, Frou-Frou. Of over Vronski’s tanden. Maar het genoegen om dat te ontdekken is alleen maar groter wanneer u zelf Basinski leest.

———————

Deel 2.

Rusland als derdewereldland: het rampzalige isolement dat Poetin over zijn land heeft afgeroepen

————————-

Astrachan, 2019. Leden van de militairistische ‘padvinderij’ Joenarmija. (Foto: Egbert Hartman)

——————

Dit is een iets ingekorte vertaling van een artikel van blogger Dmitry Chernyshev. Met onderaan enkele opmerkingen van mijzelf.

Poetin heeft niet alleen het verleden en heden van Rusland door de wc gespoeld, maar ook de toekomst. De inwoners van Rusland zien alleen de rechtstreeks gevolgen van de oorlog (eindeloze rijen van nieuwe graven, de gemilitariseerde economie, stijgende prijzen, enz.), maar dat is slechts het topje van de ijsberg. Rusland verrandert razendsnel in een derdewereldland. In een voor niemand interessante, armoedige, uitgewoonde provincie, waar alleen de geestelijke waarden van de tsjekisten en van het militair patriottrisme opgeld doen, en verder niks.

Door de Russische wetenschap kan al een streep gehaald worden. Tienduizenden van de beste geleerden zijn vertrokken. Wetenschappelijke banden zijn verbroken, en er bestaat geen nationale wetenschap, zoals er ook geen Russische wiskunde of natuurkunde bestaat. Alle moderne wetenschap wordt gevormd door samenwerking van duizenden collectieven in heel de wereld. Geen enkele normale wetenschapper zal nog samenwerken met Rusland. De achterstand wordt snel groter en spoedig zal de kloof tussen Rusland en het Westen net zo groot zijn als die tussen Noord- en Zuid-Korea.

Rusland heeft een hele generatie slimme en talentvolle mensen verloren. Vertrokken zijn regisseurs, zakenlui, programmeurs, schrijvers, kunstenaars. Hun kinderen worden geboren en groeien op buiten Rusland. En innovaties hangen rechtstreeks af van de dichtheid van de creatieve klasse. Silicon Valley is niet ontstaan dankzij Stanford, maar door de samenklontering van talenten. Beneden een bepaalde dichtheid blijven innovaties uit.

Rusland verandert in een doodsbang land waar genieën niet overleven. Iedereen is bang voor verklikkers en spionnen. Al vijf jaar houdt niemand zich bezig met de infrastructuur (alles voor het front), en dus kan je wachten op tientallen technische ongelukken, die geweten zullen worden aan het gekonkel van vijandige agenten. Alle mislukkingen aan het front worden ook op het conto geschreven van spionnen en verraders – Rusland wordt onvermijdelijk overspoeld door een golf van spionnenmanie.

Rusland heeft niet alleen de toegang verloren tot wetenschappelijke ontdekkingen, maar ook tot de modernste technologieën. Terwijl het land tanks in elkaar nagelde, heeft het de revolutie gemist in AI, in biotechnologieën en op nog tientallen andere moderne terreinen. De achterstand bedraagt al minimaal vijftien jaar en wordt razendsnel groter. Maar dat is nog slechts kinderspel.

Het culturele isolement is nog erger dan het wetenschappelijke. Onderwijshervorming in Rusland kan je vergeten – spiritualiteit, patriottisme en militaire training zullen de mode bepalen. Men zal bang zijn om een slimme generatie te kweken – die vertrekt vervolgens, en waarom zou je de kaders kweken voor andere landen? Culturele uitwisselingen tussen scholen komen er niet meer, want stel dat de kinderen het daar leuk vinden en daar blijven? Van Peter de Grote weten we dat hij het raam op het Westen heeft opengehakt. Dat wordt nu dus weer stevig dichtgemetseld. En zonder culturele uitwisseling verandert een land in een moeras.     

Je hebt de term soft power: het vermogen om invloed uit te oefen op de buren door een aantrekkelijke cultuur, door aantrekkelijke waarden, een manier van leven – en niet door militaire kracht. Er kwamen buitenlandse studenten naar Rusland, de Russische taal werd verstaan in alle landen van de voormalige USSR – dat wordt allemaal verleden tijd. Er waren mensen blij over de breuk met het Bologna-onderwijssysteem? Wel, kinderen met talent komen niet meer naar Rusland om te studeren, het diploma dat ze halen wordt door niemand erkend. Het Russisch wordt snel vergeten, mensen willen de taal van de agressor niet meer spreken.

Osjevensk, provincie Archangelsk, 2018. (Foto: Egbert Hartman)

U denkt dat het massale wegpompen van mensen uit de dorpen naar het front zonder gevolgen zal blijven? Vergeet het maar. Het uitsterven van de provincie versnelt in hoog tempo. In het noorden van Europees Rusland wonen al twee keer zo weinig mensen als dertig jaar geleden. In heel het uitgestrekte Verre Oosten wonen nog maar een paar miljoen mensen. Heel het land klontert samen in een paar grote steden, de rest verandert in een onbevolkte woestenij.

En binnen Rusland begint de ‘interne emigratie’. Dronkenschap en kletsen aan de keukentafel. De horizontale banden tussen mensen gaan kapot. Daardoor verliezen innovaties aan snelheid -  niet omdat er geen technologieën zijn, maar omdat niemand een ander nog vertrouwt. De oorlog fixeert het bewustzijn op ‘wegkruipen en overleven’. Dat is het precies het tegenovergestelde van ‘je ontwikkelen en experimenteren’. Intelligente en eerlijke mensen gaan niet werken voor een misdadig regime, waardoor de negatieve selectie voortgaat.

De uiterst belangrijke economische complexiteitsindex (ECI) is een rangschikking naar variatie en complexiteit van exportgoederen. Rusland bezette tot aan de oorlog een middenpositie (grondstoffen en enkele hoogwaardige technologieën), maar is inmiddels ver weggezakt. De hoog-technologische export is dood (sancties plus uitstroom van kaders) en Rusland keert snel snel terug naar een mono-economie (olie, gas, graan). Een valkuil voor tientallen jaren, waar je erg moeilijk weer uitkomt. En een daling van de gas- en olieprijzen is catastrofaal – het land produceert nauwelijks zelf iets.

De dominante positie van de tsjekisten en andere machtsstructuren (силовики) is niet alleen dodelijk voor wetenschap en cultuur, maar ook voor de economie. Een hele generatie ondernemers in Rusland gaat verloren. Wat hebben startups nodig? Investeerders, een eerlijk rechtssysteem, technologieën en succesvolle ondernemers als voorbeeld. En je moet je onderneming kunnen uitbreiden en toegang hebben tot de wereldmarkt. Maar wat hebben we in werkelijkheid? De rechtsspraak is tot op het bot verrot, elk bedrijf kan je met één telefoontje worden afgepakt. Grote investeerders zijn vertrokken. Je hebt geen toegang tot de wereldmarkt, want ben jij niet toevallig een spion? Denk aan het mopje over Elon Musk: “Waarom is SpaceX in Rusland onmogelijk? Omdat Musk al in de cel zou zijn beland vanwege PayPal.” En waarom zou je dan investeren in je bedrijf, risico’s nemen en achttien uur per dag werken, als morgen tsjekisten of Tsjetsjenen alles van je afpakken?

En alles wat hier is opgesomd, is maar een deel van de negatieve factoren. Hun effect vermenigvuldigt zich: hoe slechter de situatie wordt, hoe sneller alles achteruitgaat. De immateriële verliezen door de oorlog zijn voor Rusland veel groter dan de materiële. De toekomst zijn niet de technologieën, de toekomst is de cultuur die die technologieën voortbrengt. Landen gaan veel vaker ten onder aan het onvermogen om zichzelf te vernieuwen, dan aan nederlagen of Pyrrus-overwinningen.

Dmitry Chernyshev, 25 november 2025.

———————

Nizjni Novgorod, 2018. (Foto: Egbert Hartman)

———————

Dmitry Chernysjev, woonachtig in Israël, is niet van de subtiele betogen. Maar al komt slechts de helft van zijn voorspellingen uit, dan nog is de schade die Poetin in Rusland aanricht van misdadige proporties. De merites van Chrenysjevs uitspraken over de economie kan ik niet goed beoordelen. Wel ben ik thuis op het gebied van onderwijs, en dan met name waar het internationale uitwisselingen betreft. Ik was zo’n buitenlandse student die naar Rusland kwam, samen met – verspreid over meerdere jaren – (vooral) andere slavisten. Een aantal van ons groeide uit tot oprechte, betrokken ambassadeurs van de Russische cultuur, met kennis uit eerste hand; personificaties van de soft power – zonder dat we daarbij (een enkele uitzonder daargelaten) de ogen sloten voor de minder aangename kanten van de Russische samenleving. Die deur is dicht, het raam is dichtgemetseld, de banden zijn verbroken. Waarbij nog moet worden opgemerkt dat niet alleen Rusland hier schade van ondervindt. Kennis van het Russisch en van Rusland is – een open deur - van groot belang. Het zal aan die kennis in Nederland steeds meer gaan ontbreken. Totdat uiteindelijk niemand hier nog weet hoe het in Rusland ruikt

——————-

Catharina de Grote en haar strijd – met Engelse hulp - tegen het pokkenvirus

————————-

Catharina en Zemfira. (Schilderij: V. Borikovski)

De mensen die het verband kennen tussen de elegante hazewindhond op dit schilderij van Catherina de Grote en het pokkenvirus, zijn in de minderheid. Ik trad toe tot deze selecte groep bij lezing van The Empress and the English Doctor van Lucy Ward. De hond heette Zemfira en was een nakomeling van twee honden die de tsarina werden geschonken door de Engelse dokter Thomas Dimsdale.

Deze Dimsdale (1712-1800) was een succesvol pionier op het gebied van inenting tegen het pokkenvirus, dat regelmatig een dodelijke rondgang maakte door Europa. De faam van Dimsdale, die moest oproeien tegen een stroom aan angsten, vooroordelen en complottheorieën (Ward schreef haar boek deels tijdens de corona-epidemie en laat uiteraard niet na om op de parallellen te wijzen), bereikte het Russische hof. Catherina, die zich graag liet voorstaan op haar verlichte vooruitstrevendheid, nodigde de Engelsman uit. Dimsdale verbleef maandenlang in Sint-Petersburg. De tsarina onderwierp zichzelf en haar kinderen aan een inenting en met haar als boegbeeld werd er een heus inentings-programma opgezet. Aanvankelijk waren het vooral de hoogste kringen die hiermee werden bereikt, maar gaandeweg kwam het vaccin ook ter beschikking van het gewone volk, al gebeurde dat gezien de omvang van het land en de gebrekkige bestuurlijke en medische infrastructuur (en ook de angst en weerstand) bij lange na niet in voldoende mate om Rusland van het virus te vrijwaren.

Een boeiend boek, maar wie vooral in Rusland is geïnteresseerde: Lucy Ward schrijft voor een vrij groot deel over de geschiedenis van het vaccin in Engeland en de strijd die Dimsdale daar moest voeren voor acceptatie. Die kwam er en het leverde hem, de behandeling was niet gratis, een fortuin op.

Inentings-hospitaal aan de Angara, regio Irkoetsk (1790)

——————

The Empress and the English Doctor belandde op de korte lijst van de Pushkin House Book Prize voor 2022. De winnaar dat jaar werd Not one inch. America, Russia and the making of the post-cold war stale mate, van M.E. Sarotte.

——————

Fietstocht door Russisch Karelië – Valaam was net niet te ver weg - 3

———————

35 jaar later, aan de oever van het Ladogameer

——————

(Deel 1 en deel 2.)

Hoe nu verder? Hoe komen we op tijd in Sortavala om vandaar nog de boot naar Valaam te kunnen nemen voor een verblijf daar dat nog past in ons reisschema? Dat is tenslotte het beoogde hoogtepunt van onze 300 kilometer lange fietstocht. Na enig geruzie wordt besloten om af te buigen naar Elisenvaara  en daar een boemeltreintje te nemen. Zonder risico is dat niet. Zo’n elektritsjka komt in deze streken misschien twee keer op een dag voorbij, de dienstregeling kennen we niet en het is zeker niet uitgesloten dat er nog veel meer mensen op die trein willen stappen. Bij het gedrang dat dan kan ontstaan – ik heb daar in Rusland eerder aan deelgenomen – ben je als groep met fietsen en bagage nogal in het nadeel.

In de loop van de ochtend bereiken we het stationnetje van Elisenvaara. Er stopt een boemeltrein die vertrokken is uit Sortavala. Aan het eind van de dag, terug naar Sortavalaa, stopt ze hier opnieuw en dan moeten we aan boord zien te komen. Het valt gelukkig mee: alles moet wel vlug, vlug, maar dringen hoeven we niet. Het treintje rijdt ons kalm door de machtige, warme naaldbossen, langs minuscule gehuchtjes als Akkacharjoe, Koemmoenioki en Koeokkoniemi. Een zitplaats heb ik niet. Met mijn rechtervoet op een bagagedrager probeer ik de druk een beetje af te halen van mijn enkel. Vooral die rechter zit onder de bulten. “Ga op Valaam meteen maar even langs bij de medische post”, zegt onze reisleider.

Op het stationnetje van Elisenvaara mag een jochie even meerijden op een van onze fietsen.

Tegen middernacht, in de schemering van het hoge noorden, komen we aan in Sortavala. Er hangt onrust in de lucht, een combinatie van drukkende zomerwarmte en drank; het is vrijdag en de alcoholische inwijding van het weekeinde is in volle gang. We zijn vreemde eenden in de bijt. We strijken neer op een industrieterrein aan de haven. Wanneer ik eindelijk op mijn matrasje lig, hoor ik buiten opgewonden stemmen: “Hé toeristen! Zullen we ze aan het schrikken maken!” Er gebeurt niks, we worden met rust gelaten. De volgende ochtend vertelt onze reisleider dat hij de hele nacht voor onze tenten de wacht heeft gehouden.

Op de boot naar Valaam wordt de tactiek doorgenomen voor de eerste minuten op het eiland. Dat het niet zeker is of we er überhaupt onze tenten mogen opslaan, verbaast me na de afgelopen dagen vol improviseren al niet meer. Het plan is simpel: na aankomst moeten we snel uit het zicht verdwijnen van de monniken in de kloostergebouwen en een klein stukje het bos inrijden. Daar zal de groep op mij wachten terwijl ik naar mijn enkel laat kijken. Een vriendelijke non geeft me gratis een injectie (“u gaat het nu even warm krijgen”) en zegt me de volgende morgen terug te komen voor een tweede prik.

We fietsen tussen de bomen door naar de oever van het Ladogameer. Het is een tochtje van een paar minuten, maar mij voert het 35 jaar terug, naar de jaren zestig, toen ik als jochie gegrepen werd door het boek Boris van Jaap ter Haar. Zijn vader reed mee in de konvooien over het bevroren meer die in de Tweede Wereldoorlog een riskante levenslijn vormden voor het belegerde Leningrad. Het was mijn eerste kennismaking met Rusland. Zeker weten doe ik het niet, maar ik denk dat mijn fascinatie voor dat land, die zo vormend is geweest voor mijn leven, daar is begonnen.  

“In zijn droom reed Boris met zijn vader mee. ‘Naar links!’ mompelde hij in zijn slaap. ‘Vader, naar links, naar links…!’ Hij wilde die woorden uitschreeuwen, maar zijn keel zat dichtgesnoerd. In zijn droom zag hij het rustige en zo vertrouwde gezicht van zijn vader als in een film vóór zich. Vader keek door de bevroren voorruit naar het ijs, naar de sporen die de wagens vóór hem trokken door de sneeuw. Hij draaide echter zijn stuur niet naar links, maar naar rechts…

… Het gekraak van het ijs overstemde het geronk van de motor. Het voorwiel zakte log door de sneeuwlaag. De wagen stokte. Dáár ging het achterwiel. Dreunend klapte de laadbak vol kisten en zakken op het scheurende ijs. Donker water kleurde de sneeuw… Langzaam, tergend langzaam zonk nu ook vaders wagen tussen de schotsen in het ijskoude water van het Ladoga-meer. Dieper, steeds dieper…

Met een schok werd Boris wakker. Opnieuw had hij gedroomd van het konvooi waarbij zijn vader het leven had verloren.”

Ik sta aan de oever van het meer en denk aan Boris, aan zijn vader, en aan die paar alinea’s die ik niet onberoerd kan lezen.

——————-

De volgende ochtend, na een ontbijt aan het water, pak ik de fiets. Waar ik heenga, vragen de anderen. “Mijn tweede prik halen”, leg ik uit. Verbazing is mijn deel: “Een gehoorzaam volkje, die Hollanders.”   

——————-

Op de boot terug van Valaam naar Sortavala. Vandaar ging het per trein naar Sint-Petersburg. Het zat erop.