Severodvinsk: wanneer een klooster omsingeld wordt door atoomonderzeeërs

-------------


Kerken die volledig zijn ingesloten door een duikbotenfabriek, daar zijn er niet veel van. In Severodvinsk, in het hoge noorden van Europees Rusland, aan de kust van de Witte Zee, staat er eentje: de Nikolaaskathedraal. Bezoeken is lastig, de fabriek in kwestie bouwt atoomonderzeeërs. 

De kathedraal met eigen ogen aanschouwen, zelfs op ruime afstand, was voor buitenlanders tot vrij recent onmogelijk. Severodvinsk was jarenlang verboden gebied voor niet-ingezetenen – vanwege die duikbotenfabriek natuurlijk. Ik belandde in de stad met mijn medecursisten van het Nederlands Instituut te Sint-Petersburg. Met een busje maakten we een dagtrip vanuit Archangelsk. Onderweg naar de Witte Zee reden we minutenlang langs het uitgestrekte fabriekscomplex. Tussen de kranen, hallen en werkplaatsen door doken af en toe de koepels op van een kerk. Op de terugweg kwamen we er weer langs en toen drong het pas tot me door: is dat niet raar, zo’n kerk, helemaal omsingeld door fabrieksgebouwen? Nog net kon ik deze foto maken: 

--------------

De Nikolaaskathedraal is een restant van wat eens een fraai klooster was, op een steenworp afstand van de zee. Het werd gesticht rond het begin van de vijftiende eeuw, de kathedraal stamt uit de tweede helft van de zeventiende eeuw. Het complex telde onder meer een geestelijke opleiding, een bibliotheek en een kvasbrouwerij. Na de Revolutie van 1917 braken er heel andere tijden aan. Het klooster werd een kolonie voor jeugdige delinquenten. Al het personeel werd geworven onder gevangenen die eerder in Archangelsk hun straf hadden uitgezeten. “Het is daarom niet verbazingwekkend dat het klooster intensief werd leeggeroofd”, meldt een korte geschiedschrijving. In 1923 verhuisde de kolonie naar Archangelsk.

De houten toren op zijn originele plek ...

... en dezelfde toren in Kolomenskoje

Twee en een half jaar later werd het klooster betrokken door een heuse boerencommune, genaamd De Vonk, die uitgroeide tot 22 families. De kelder van de kathedraal deed dienst als veestal. Een brand in de klokkentoren, die door de toch nog enigszins gelovige communeleden werd gezien als een straf van God, leidde tot een uittocht. De houten omheining van het klooster was toen al verwijderd. Hetzelfde lot wachtte de toren boven de poort, maar die werd netjes uit elkaar gehaald en weer opgebouwd in het museum Kolomenskoje bij Moskou, waar hij nog steeds te bewonderen is. Het is het enige houten overblijfsel van het klooster aan de Witte Zee.

Toen werd besloten om op de plek van het klooster een scheepswerf te bouwen. De eerste bouwvakkers arriveerden in juni 1936. De oude gebouwen gingen nu dienst doen als woonruimte en boden verder onderdak aan een postkantoor, het Komsomol-comité en de afdeling Personeelszaken. Het begin van de bouw wordt gezien als het begin van Severodvinsk. Twee jaar later werd de bouwnederzetting officieel een stad, die tot 1957 de naam Molotov zou dragen.

In 1938 kreeg de beruchte NKVD de leiding over de bouw. Het werd nu een werkkamp (het Jagrinlag), dat aan het eind van 1939 32.408 gevangenen telde. Na de dood van Stalin kwamen velen van hen weer vrij, al duurde het nog tot 1961 dat het kamp werd gesloten. De gebouwen waren toen al overgedragen aan militairen. Aangenomen werd dat in het voormalige klooster zelf geen gevangen waren ondergebracht, maar in 2009 werden in benedenruimtes van de Nikolaaskathedraal opschriften op de muren ontdekt, die erop wijzen dat hier ooit isoleercellen waren.


Na het einde van de Sovjetunie keerde gaandeweg het geestelijk leven terug op de plek van het oude klooster. In 1998 werd bij de muur van de kathedraal een gebedsdienst gehouden. Sinds 2003 zijn er ook diensten ín het gebouw. De scheepswerf (Севмаш/Sevmasj geheten) besloot in 2004 om alle nog bestaande gebouwen van het oude kloosters weer ter beschikking te stellen aan de kerk en zegde toe te zullen bijdragen aan de herstelwerkzaamheden. Mede daardoor zijn de koepels van de Nicolaaskathedraal nu weer van verre te zien. De kathedraal zelf doet dienst als fabriekskerk. Elke donderdag is er tijdens de lunchpauze een gebedsdienst. De  werknemers kunnen daarvoor op het uitgestrekte terrein van de werf gebruikmaken van een bus. Er zijn inmiddels ook ‘gewone’ diensten op zaterdagen, zondagen en religieuze feestdagen.

De Nicolaaskathedraal excuseert zich op de eigen site: zomaar een bezoekje brengen of er een dienst bijwonen, gaat niet lukken. Voor diensten op belangrijke hoogtijdagen kan men zich van tevoren opgeven via telefoonnummer +7-921-07-57-487. Informatie over de diensten is te vinden in de fabriekskrant Het Schip (elke dinsdag als bijlage bij de Noordelijke Arbeider) en op de site van de kerk.

Bron (Russisch).

Het rijk van de megalomane BAM. Edwin Trommelen over de menselijke maat langs die andere Trans-Siberische spoorlijn.

-------------

Mijn lijstje is bescheiden:

- De plaquette die ondersteboven hangt, bij een van de tunnels bij Severobajkalsk
- De zandduinen van Tsjara
- De Man met de hamer, het monument in Tynda voor de bruggenbouwers van de BAM
- De Japanse huizen aan de Sjtjsjeglova Pereöelok in Komsomolsk aan de Amoer.

Dat zijn de dingen die ik tijdens mijn komende treinreis door Siberië, over de Bajkal Amoer Magistral, in elk geval wil zien. En verder vind ik – drie weken lang kind in een Russische snoepwinkel – alles goed. Ik ga het perron betreden van het station in Oest-Koet aan de Lena, Nija bekijken (“Ik zag Georgië aan de BAM”), wakker worden met de taiga die voorbijschuift en de man weer horen die met zijn hamer (niet die van het monument in Tynda) op de wielen van de trein klopt. Ik vind alles goed.

Het bescheiden lijstje stelde ik op tijdens het lezen van het boek Het rijk van de BAM. Mijn reis met die andere Trans-Siberië Express, geschreven door Edwin Trommelen. Net als ik heeft Edwin nog een tik meegekregen van de Sovjetunie. Niet zo’n stevige tik als ik (hij is een slag jonger), maar toch – stevig genoeg om gefascineerd te zijn door dat enorme land dat ooit voor de eeuwigheid was bedacht, maar plots – geenszins spoorloos (onbedoelde woordspeling) – was verdwenen.

De BAM (3.097 km aan rails door nauwelijks bewoond gebied, 1.600 bruggen) was en is een raadselachtig, bijna bizar project. Waarom werd dit spoor, een paar honderd kilometer ten noorden van de Transsiberische Spoorlijn, nou eigenlijk aangelegd? Een duidelijk antwoord is er niet. De economische waarde is bescheiden, de militaire eveneens. Als staalkaart van arbeiderssolidariteit (alle Sovjetrepublieken bouwden mee) speelde de spoorlijn zeker een propagandistische rol, maar met het uiteenvallen van de USSR – twee jaar na de oplevering van de BAM – bleek die solidariteit toch vooral hol. De steden en dorpen aan het spoor hebben hun geplande aantal inwoners nooit gehaald, sterker nog, de leegloop is aanzienlijk. Trommelen ging vooral op zoek naar de achterblijvers, de BAM-veteranen die in hun jeugdig enthousiasme de grote stap naar Siberië maakten, gelokt door romantiek en hoge lonen, omspoeld door ronkende leuzen over een lichtende toekomst. Hoe vergaat het hun, nu het grote bouwproject dat hun leven ooit kleur gaf, zijn glans heeft verloren? 

Het vergaat hun goed. De trots op hún BAM overheerst, vooral bij de veteranen die als eersten in de wildernis arriveerden en onder zware omstandigheden de grond bouwrijp moesten maken, voordat de wat minder geharde pioniers, veelal jongeren geworven door de Komsomol, aan de slag gingen – overigens ook nog in moeilijke omstandigheden. Ze zijn gehecht geraakt aan hun streek en willen niet meer terug naar het dichter bevolkte Europese deel van Rusland. Ze hebben een eigen wereld gecreëerd. “Ik heb aan de BAM voornamelijk onafhankelijke, trotse mensen ontmoet”, schrijft Trommelen.

De gesprekken met de Bammers, die in hun vriendelijk enthousiasme nauwelijks zijn te stuiten (een geïnteresseerde buitenlander, wat wil je als trotse Rus nog meer!), worden afgewisseld met korte historische verhalen. Over de eerste pogingen om de spoorlijn te bouwen, bijvoorbeeld, nog onder Stalin, met ruime inzet van dwangarbeiders. De details over de bouw in de jaren zeventig zijn af en toe onvoorstelbaar. Zo was men al een eind gevorderd met de aanleg van de ruim 15 km lange Severomoejski tunnel, terwijl het onderzoek naar de geografische en hydrografische gesteldheid van de bodem in het zeer aardbevingsgevoelige gebied, ook nog eens ruim voorzien van permafrost, nog gaande was …

Joeri Titov - Nieuwe weg (jaren 70)

En steeds zijn daar weer de bewoners van de dorpen en steden langs de BAM. Vriendelijk, behulpzaam en zelfbewust. “Teruggetrokken – gelukkig in hun uithoek, in de eindeloze natuur.” Niet de delfstoffen die mede dankzij de BAM gedolven hadden moeten worden, maar deze Bammers vormen de echte rijkdom van Siberië, concludeert Trommelen aan het einde van zijn reis. De intrigerende, voor Rusland zo typerende mengeling van het grote, soms megalomane en niet altijd even goed doordachte aan de ene kant, en het kleine, menselijke aan de andere, komt in Trommelens boek treffend naar voren.  

En hier nog een leuk BAM-lied:


Mijn vertrek is eind volgende week – als ik mijn visum dan tenminste heb! Het wordt een kleine groepsreis, onder leiding van … Edwin Trommelen. Die overigens voor komend jaar een Siberische winterreis in gedachten heeft. Iets op en over het ijs van het Bajkalmeer. Ik weet nog niet of ik meega.

“Allang vinden ondeugende jochies geen patroonhulzen meer …” Brief uit 1967 van de jeugd van Pervomajsk in Oekraïne aan de jeugd van 2017.

-------------

----------------

NB. Ik werd er (gelukkig vrij snel) door Geert Groot Koerkamp op gewezen dat de stad in kwestie hier niet het Pervomajsk is dat zwaar is getroffen door de oorlog. Die stad ligt in de provincie Loegansk. De brief hieronder is geschreven door de Komsomol van Pervomajsk in de provincie Nikolajev, ook in Oekraïne. (Ik laat de brief staan – die blijft interessant genoeg – en ook de foto’s. Als een waarschuwing – vooral aan mezelf – dat een stad of dorp in de USSR met een naam als deze (Eerstemei) altijd wel ergens een naamgenoot had. En dat ik die prachtige atlas van de USSR uit 1983 hier niet voor niks heb liggen.)  

-------------

Het leek de Komsomol in het Oekraïense Pervomajsk in 1967 een prima idee om een bericht in te metselen gericht aan de lokale jeugd van 2017. De Sovjetunie bestond in 1967 vijftig jaar en wat zouden ze het in 2017, bij het honderdjarig bestaan, niet leuk vinden om iets te horen van hun voorgangers! Zou de gelukkige jeugd van 2017, levend in het communisme, het zich nog kunnen voorstellen? Een wereld waarin oorlog wordt gevoerd?

Ja, dat kan die jeugd van 2017 zich voorstellen, want in Pervomajsk ís het oorlog.  

Het is pijnlijke en bizarre leesstof. De bombast van het geloof der kameraden … Wie al van zijn geloof was gevallen, moet dit alles onverdraaglijk hol in de oren hebben geklonken. En de trouwe gelovigen … hoelang duurde het nog voordat zij hun idealen weggezet zagen bij het oud vuil? En dan die taal!   

Her en der in Sovjetunie zijn in 1967 vergelijke boodschappen ingemetseld. Verzamel ze, en je hebt een prima onderwerp voor een scriptie of een andersoortige verhandeling. De invalshoeken zijn legio.

----------

VERKLARING

Van de jongens en meisjes van de Komsomol-organisatie in de stad Pervomajsk in het jubileumjaar 1967 gericht aan de jeugd van 2017.

Aan de prachtige rivier Boeg staat een sprookjesachtige stad, daar ruisen machtige eiken hun lied in het jubileumpark van de 50ste Oktober, dat is aangelegd door onze handen. Komsomol-leden van 2017! Luister naar het bladergeruis, en het voert jullie terug naar de vorige eeuw en vertelt van de legende van de jeugdige stam van de jaren zestig.

Wij, de generatie van de Komsomol-leden uit de jaren zestig, konden ons geen leven voorstellen zonder strijd en scheppend werk in naam van de triomf van het communisme, dat voor jullie werkelijkheid is geworden.

Wij waren trots op onze streek met haar onafzienbare steppen, aren schietende akkers en steigers van nieuwbouwprojecten. We deden er alles aan om haar een prachtige toekomst te geven. Net als jullie, onze nakomelingen, stonden wij altijd vooraan, wij waren altijd daar waar het moeilijk was. Zoja … Matrosov … de Iskra-helden … Hun namen zijn onsterfelijk, zoals de Komsomol onsterfelijk is. De Maagdelijke gronden … de Ruimte – dat zijn de heroïsche etappes op de weg van onze tijdgenoten.

Poster uit 1962, voor het 14de Komsomol-congres

Vandaag, aan de vooravond van de viering van het 50-jarig bestaan van onze staat, reiken wij u in de 21ste eeuw onze kameraadschappelijke handen en delen u met trots mede: onze socialistische wedstrijd onder het devies “Jou, onze geliefde partij, bieden wij onze arbeid, onze harten!”, is uitstekend verlopen. 25 jeugdbrigades van de stedelijke Komsomol hebben gestreden voor de titel Brigade van 50-jarige Sovjet-macht.

Arbeidsters van de kledingfabriek, noeste werkers van de fabriek 25 Oktober, weten jullie datjuist jullie voorgangers van brigade 13 uit werkplaats 4 van de kledingfabriek onder leiding van Lidija Djatsjenko en Galina Gerasimenko van sector 9, genoemd naar Held van de Sovjetunie Parfenti Gretsjany, van de fabriek 25 Oktober, uitgeroepen zijn tot overwinnaars van de jubileumwedstrijd?  

Voor jullie is het geschiedenis: het devies “Alle 420 minuten voor de productie!” van de arbeidsters van de kledingfabriek, waarvan het collectief nu al vijf jaar het wisselvaandel in handen heeft van de stedelijke Komsomol; en ook de nieuw ontworpen dieselmotor van 600 pk, gebouwd door de Komsomol-leden van de fabriek 25 Oktober is een museumstuk geworden.

Postzegel uit 1967. 50 heroïsche jaren. USSR. Vriendschap der volkeren.

Zijn jullie bekend met de titel “Stootarbeider van de communistische arbeid”? Die werd in onze jaren toegekend aan de besten van de besten, en een op de drie Komsomol-leden van de industriële bedrijven van de stad heeft deze eretitel weten te verwerven.

Leeft bij jullie de herinnering nog aan Pavka Kortsjagin? Wij, erfgenamen van Kortsjagin,  hebben op waardige wijze aan onze Kortsjagin-arbeidsplicht voldaan door de aanleg van de autoweg Poltava-Kisjinjov onder onze hoede te nemen.

Bewaren jullie de Ereboeken met daarin de namen van de winnaars van de jubileumwedstrijd van jonge arbeiders: machinebediende Vera Bondar van de kledingfabriek, technicus Irina Katoela van de zuivelconservenfabriek, draaier Vladimir Golovan, arbeider Anatoli Sereda van de Suikerfabriek, laborante Galina Koezmenko van de Stadslevenmiddelenfabriek?

Wij hebben met ere het vaandel gedragen van de grote Lenin, de stichter van onze staat, in een estafette met onze vaders en grootvaders, hún vaandels, die zijn overladen met de roem van arbeid en strijd, en wij hopen dat ook de sporen van onze streekgenoten bewaard blijven in de goede zaken die nooit verouderen.

Pervomajsk, 2015.

Jullie zijn een generatie van gelukkige mensen: de lucht boven jullie is veilig, de oorlogen zijn voor allen die in 2017 leven geschiedenis geworden. Jullie hebben niet gescandeerd: “Schande aan de agressors van Israël!”, jullie hebben niet deel hoeven nemen aan protestbijeenkomsten tegen de misdadige oorlog in Vietnam, niet in kranten hoeven lezen over de provocaties tegen het revolutionaire Cuba. Hoe ver zijn die gebeurtenissen uit onze tijd van jullie verwijderd!”  

Allang vinden ondeugende jochies geen patroonhulzen meer, geen verroeste geweergrendels. Jullie staan slechts streng zwijgend, net als wij in 1967, bij de obelisken voor de gesneuvelden, net als vijftig jaar geleden bonst eerbiedig het hart, wanneer jullie de grond betreedt van de legendarische Krymka. 

Jonge stam van 2017! Wij zijn ervan overtuigd dat jullie het vertrouwen van jullie heldhaftige voorouders niet hebben beschaamd, dat jullie een waarlijk nieuwe wereld hebben geschapen.

Het gouden tarwe ruist op de eindeloze velden, het door jullie gebouwde Komsomolsk bloeit niet alleen op aarde, maar ook op Venus en Mars. (Wordt hier de stad Komsomolsk aan de Amoer bedoeld? En dacht men echt dat Venus en Mars inmiddels wel bewoond zouden zijn? – EH.)

Pervomajsk, 2015

Bewoners van de nieuwe wereld, die de tradities van de Grote Oktober  in ere houden, die het vaandel van de revolutie hoog houden, het vaandel van de grote Lenin; vandaag, aan de vooravond van de verjaardag van ons land, ontsteken wij nog een kleine ster, die helder zal schijnen in het sterrenbeeld van geweldige zaken van ons honderdjarig Moederland.    

Deze brief-verklaring gericht aan de 21ste eeuw, aangenomen op een jeugdbijeenkomst gewijd aan het 50-jarig jubileum van Oktober, is in opdracht de Komsomol-organisatie van de stad Pervomajsk ingemetseld door:

VLADIMIR GOLOVAN- beste draaier van het jubileumjaar
ANATOLI SEREDA – arbeider van de Suikerfabriek
GALINA KOEZMENKO – laborante van de Stadslevensmiddelenfabriek
TATJANA BOJKO – leerlinge van klas 10 van Middelbare School No. II

Hoe Poetins ‘ideologie van de belegerde vesting’ en de rehabilitatie van Stalin de ontwikkeling van Rusland in de weg zitten.

----------------

STALIN IS MET ONS!


Stalins systeem was niet alleen immoreel en misdadig, het was ook uiterst ineffectief en kostbaar. De stalinistische kenmerken van het moderne Rusland worden steeds sterker, en dat doet vrezen voor de toekomst van het land.

Leonid Gozman schreef onderstaand opiniestuk voor Forbes.

img_3164_copy.jpg__1499084609__38987.jpg

De overheid wordt er vaak van beschuldigd dat ze het stalinisme doet herleven. Dat houdt verband met twee zaken: ten eerste met de voorzichtige, maar consequente rehabilitatie van Stalin zelf, ten tweede met de afkeer van het huidige regiem. Tegenstanders gebruiken het woord ‘stalinisme’ niet om het regiem te karakteriseren, maar om hun negatieve houding ten opzichte van het regiem uit te drukken.

Daar komt dan steeds een voor de hand liggend antwoord op: dat niets in het land lijkt op de onderdrukking onder Stalin en zoiets, naar het lijkt, ook niet in de planning zit. En dat het dus laster is. Zoals de Sovjet-propagandisten zeiden: “In machteloze woede …”

Maar hoewel wreedheid en bloedvergieten zeer belangrijke eigenschappen waren van de Stalinperiode, bestond het systeem uit meer. Er waren andere zaken die voor het regiem kenmerkend waren. Hun samenhangende verschijning in de huidige tijd maakt de these van het herleven van het stalinisme zeer overtuigend.

Overwinningsdag (Sint-Petersburg, 2017) 

De mens als middel. In de ogen van de communistische leiders, net als in de ogen van de piramidenbouwers, waren mensen niet meer dan materiaal dat kon worden gebruikt. Dat kwam niet alleen naar voren in het schrikbarende aantal slachtoffers van de industrialisatie en de collectivisatie, maar in nog veel meer. Bijvoorbeeld uit de prioriteit van ‘Groep A’ (de productie van productiemiddelen) ten opzichte van ‘Groep B’ (productie van datgene wat mensen konden gebruiken). Zoals Vasili Aksjonov zei, de bolsjewieken hebben gedurende de tientallen jaren van hun bestuur niets gecreëerd voor “het kleine menselijke gemak”.

Het huidige niveau van levensgemak is niet de verdienste van de overheid, maar een gevolg van het feit dat, ondanks de voorwaardelijkheid van ons privé-bezit, de economie in grote lijnen functioneert als een markteconomie. De overheid zelf, die een militaristische begroting aanneemt, die het welzijn en zelfs het leven van mensen opoffert aan de eigen ambities en de belangen van de bestuurlijke elite (duidelijke voorbeelden zijn de contra-sancties, de ‘Dima Jakovljev-wet’, de sloop van kiosken), laat duidelijk zien dat – net als in de tijd van Stalin – mensen voor haar op de laatste plaats komen. De waandenkbeelden van de eigen grootsheid, de absolute soevereiniteit en, uiteraard, de eigen veiligheid, krijgen prioriteit.

Het controleren van gevoelens. Elke overheid controleert bepaalde aspecten van het gedrag van de burgers – van het gebod om te stoppen voor een rood licht tot aan sancties op samenwerking met een buitenlandse inlichtingendienst. Maar het communistische systeem probeerde niet alleen op tal van terreinen het gedrag te controleren, inclusief kledingstijl, haarlengte en het beroemde “Onze mensen gaan niet met een taxi naar de bakker”, maar ook de gevoelens, die ook overeen moesten stemmen met de canon.

Vandaag de dag schrijft een nieuwe, helemaal niet communistische overheid voor waarop, en op wat voor wijze, je trots moet zijn, en waarom, en op wat voor wijze, je moet rouwen. De repressieve wetten die het land als een golf overspoelen, hebben in veel gevallen betrekking op het bestraffen van gevoelens die vanuit de overheid bezien onaanvaardbaar zijn. Informele sociale controle komt de geschreven wetten te hulp. Een mening uiten die afwijkt van de ‘juiste’ is bij veel onderwerpen al uiterst lastig en psychisch niet ongevaarlijk. De angst is aan het terugkeren.

Vijanden rondom. De ideologie van de belegerde vesting is niet vandaag bedacht. Maar onder Stalin had ze een basis: de imperialisten haten ons, omdat wij staan voor de wereldrevolutie en de bevrijding van de onderdrukten. In de jaren na de Revolutie leken de leiders van het land echt te geloven dat de Westerse landen juist om die reden vroeg of laat de Sovjetunie zouden aanvallen.

De ‘belegerde vesting’ van vandaag is mentaal gevaarlijker dan die van toen. Volgens de overheidsconceptie haten ze ons gewoon, omdat we zijn zoals we zijn, vanwege de goedheid en het licht dat wij de ondankbare wereld brengen. Ze hebben ons altijd gehaat en wilden ons altijd vernietigen. Onze vijanden van vandaag zijn niet de heersende klassen, maar volken als zodanig – Engelsen, Georgiërs, Polen. De immanente haat tegen Rusland betekent dat oorlog of onvermijdelijk is, of slechts afgewend kan worden door voorraden droog kruit. Een vraag over, bijvoorbeeld, de kwaliteit van de gezondheidszorg wordt in deze context onpatriottisch.

Anti-intellectualisme. Stalin hield zijn negatieve houding tegenover intellect en opleiding niet verborgen. Hij noemde Boecharin “onze geletterde”, en noemde hem zo een vijand.

Voor de huidige overheid is het archaïsche een natuurlijke bondgenoot. In de vorm van een urenlange rij voor heilige relikwieën of in de vorm van een arbeiderscollectief van een fabriek met verouderde machines. De houding van de machthebbers tegenover intellectuelen is op z’n best waakzaam, en tegenover de plaatsen waar zij verblijven en worden voortgebracht – tegenover vooraanstaande onderwijsinstellingen en wetenschappelijke instituten – openlijk vijandig.

Moederland! Vrijheid! Poetin! (Sint-Petersburg, 2017)

Autocratie contra de wet. Onder Stalin stonden de grondwet en de wetten volledig los van de werkelijkheid. De wil van de leider en zijn landvoogden was allesbepalend. Het was een tot het uiterste doorgevoerde autocratie, waarvan Poesjkin ooit droomde dat die vernietigd zou worden.

Vandaag hebben de wetten en de grondwet ook een decoratief karakter. Het gaat niet alleen om het gecorrumpeerd zijn van de rechtbanken en van het strafrechtelijk systeem. Bij de concrete toepassing van het recht, en ook bij burgers die richtlijnen zoeken, is de positie van de leiding, in het bijzonder van de belangrijkste persoon, oneindig veel belangrijker dan welke juridische procedures dan ook. Zoals in de film Leviathan bestaat het recht slechts zolang het niet botst met de wensen of de belangen van de leiding.

Rechtssubjecten doen vrijwillig afstand van hun volmachten. Je kan je niet voorstellen dat de Staatsdoema een wetsvoorstel dat van de president komt, afwijst (ook al kunnen afzonderlijke parlementsleden, die met alle anderen hebben meegestemd, in privé-gesprekken hun onvrede uiten). En de Federatieraad heeft niet alleen unaniem de president het recht gegeven om buiten de landsgrenzen de strijdkrachten in te zetten, zonder daar een beperking in tijd of territorium aan te verbinden, maar heeft dat zelfs gedaan zonder ook maar een debat! De autocratie heeft natuurlijk nog lang niet het niveau bereikt als onder Stalin, maar de tendentie maakt indruk.

Illusie in plaats van werkelijkheid. Het Stalinsysteem berustte op een leugen. Het verleden en het heden werden verminkt. De productiecijfers van industrie en landbouw, militaire verliezen, demografische cijfers – alles was geheim, en wie een reëel beeld probeerde te geven, werd onderdrukt. Het volk kreeg die cijfers gepresenteerd waarvan de leiding vond dat het de juiste waren om te presenteren.

Dankzij de moderne technologie en de fundamenteel andere structuur van de samenleving is het niet meer mogelijk om zo ongegeneerd te liegen. Toch vervangt de moderne Russische overheid, gebruikmakend van een monopolie op de televisie, met behoorlijk succes het verleden van het land door een mythe die haar zelf goed uitkomt, vertelt ze over de successen van de ‘Russische wereld’ en de morele autoriteit van het land, doet ze aan de mensen gedane beloftes vergeten, verklaart ze mislukkingen aan de hand van intriges van binnen- en buitenlandse vijanden, en successen aan de hand van het persoonlijk ingrijpen en de wijsheid van één persoon. De mate waarin de werkelijkheid wordt verminkt, komt al in de buurt van wat in de tijd van Stalin gebeurde.     

Repressief apparaat. Het repressieve apparaat vormde de basis van het staatsbestel onder Stalin. De rol ervan werd daarna kleiner, het beperkte zich tot datgene waarmee het zich in feite dient bezig te houden.

De laatste jaren zien we de wedergeboorte van het repressieve apparaat. Er worden nieuwe structuren gevormd, de oude worden ruimhartig gefinancierd. Binnen het systeem van de macht wordt het steeds moeilijker om mensen te vinden die geen dienst hebben gedaan in de organen. Er wordt serieus gesproken over de presumptie van juistheid van alles wat medewerkers vanpolitie en justitie doen. In feite zijn zij allang bevrijd van de verantwoordelijkheid voor wreedheid en machtsmisbruik.

Wat valt er te verwachten? Stalins systeem was niet alleen immoreel en misdadig, maar ook uiterst ineffectief en kostbaar. Na een serie onsamenhangende en inconsequente pogingen tot zelfhervorming, stortte de staat die door Stalin was gemaakt ineen.

Door de sterker wordende Stalinistische kenmerken van het huidige systeem kunnen we niet optimistisch zijn over de toekomst. Het moderne Russische staatsbestel heeft geen mechanismen om zich te ontwikkelen, heeft zich gedistantieerd van het vooruitstrevende deel van de samenleving of staat daar zelfs vijandig tegenover, en is afhankelijk van de wil van één persoon. Het kan daardoor zomaar hetzelfde lot ten deel vallen als de staat, op de brokstukken waarvan het is gebouwd.

War is war / Война - это война. Liefdevol oorlogsdocument van grootvader en kleindochter - in woord en beeld.

Nikolay Yassievich

“Eén ding is me duidelijk, jij bevindt je voorlopig, zo blijkt, ver in het achterland, en jij kunt mij niet begrijpen, zoals het ook voor mij nu moeilijk is om jou te begrijpen.” 

Nikolay Yassievich bevindt zich, wanneer hij bovenstaande regels schrijft aan zijn vrouw, al zo’n half jaar aan het front bij het Oranienbaum-bruggehoofd in de buurt van Leningrad, met aan één kant de Finse Golf en verder omsingeld door Duitse troepen. Zijn vrouw Frida, dochter Ira en zoon Zjora zijn geëvacueerd naar de Oeral. Frida heeft hem een brief geschreven die kennelijk niet helemaal goed is gevallen. Nikolay antwoordt: “Je schrijft dat een vriendin van je bij het werk in het bos onder een boom terecht is gekomen. Mijn lieve, dat soort dingen waar je over schrijft heb ik hier elke dag gezien en ik zie ze nog steeds. En ik ben daar al zo aan gewend dat ik, begrijpelijkerwijs, jouw stemming absoluut niet kan begrijpen.” 

Nikolay was een 38-jarige kunstschilder, toen hij zich in 1941 als vrijwilliger meldde voor het front. Een selectie van de brieven die hij vandaar schreef aan zijn vrouw en kinderen is nu uitgegeven in een liefdevol, mooi vormgegeven, tweetalig (Russisch en Engels) boek: War is war / Война - это война . Op de voorpagina staat niet alleen de naam van Nikolay, maar ook die van zijn kleindochter Tatyana Yassievich. Ook zij is schilder en van haar zijn aquarellen in het boek opgenomen. Ze schilderde de plekken waar haar grootvader vocht en maakte enkele aquarellen gebaseerd op foto’s uit de oorlog, waaronder de afbeelding hierboven die op de cover prijkt.

Wie brieven schreef van het front, was door de censuur aan beperkingen gebonden. Veel militaire details moesten uiteraard onvermeld blijven, en gruwelijkheden en defaitisme waren uit den boze - gesteld dat je het thuisfront daar al mee wilde belasten. Met politieke uitspraken moest je al helemaal voorzichtig zijn.  


Het moet voor Nikolay Yassievich moeilijk verdraagbaar zijn geweest, het logische onbegrip van zijn vrouw voor de ellende waarin hij zich bevond. Hij schrijft wel dat ze samen, mocht hij de oorlog overleven, weer over van alles zullen praten, maar hij moet al beseft hebben dat Frida hem ook na hun hereniging nooit helemaal zou kunnen begrijpen. Hij lijkt haar te waarschuwen, wanneer hij schrijft: “Als je twintig maanden in de loopgraven aan het front zit, groeit er een korst op je hart, als je daar niet heel erg voor oppast.” Nikolay raakt in juni 1943 gewond en keert niet meer terug naar het front. In oktober 1944 schrijft hij vanuit het inmiddels weer veilige Leningrad: “Ik ben heel erg moe, mijn lieve, écht moe, lichamelijk en geestelijk, ik ben leeg, voel me onverschillig, noem het geestelijke dystrofie. De wegen naar het front zijn voor mij afgesneden, ik moet me aanpassen aan het leven in de achterhoede en vooral aan de mensen in de achterhoede.”

De beschrijvingen - in bedekte termen - van zijn avonturen aan het front, wisselt Nikolay af met ‘familiezaken’. Hij verlangt naar het weerzien met Frida en zinspeelt knipogend op wat ze dan samen allemaal zullen doen. Voor zijn dochtertje schrijft hij sprookjes, zijn puberende zoon leest hij flink de les. Het zijn dit soort ‘kleinigheden’, vermengd met de observaties van een individuele frontsoldaat, die deze verzameling brieven zo waardevol maken - waardevoller (zeker op de lange termijn) dan de vaak pompeuze officiële oorlogsherdenkingen waarin Rusland de laatste jaren uitblinkt.


War is war / Война - это война  bevat naast afdrukken van vergeelde brieven en de aquarellen van kleindochter Tatyana, meer mooi beeldmateriaal, zoals de voorzijde van de oorlogs-ansichtkaarten die Nikolay stuurde. In een apart hoofdstukje staan - zeer op hun plek in dit familiedocument - portretten die Nikolay na de oorlog schilderde van familieleden. Het moet zijn schilderwerk zijn geweest dat hem hielp om de naoorlogse jaren door te komen. In oktober 1943 schreef hij, toen hij al weg was van het front: “Ik verlang zo enorm naar iets anders - als nooit tevoren wil ik weer aan de slag met schilderen. Aan het front was dat onmogelijk, en hier is er geen tijd voor, dat kwelt me het meest. Dat kwelt me zo, je kan je dat niet voorstellen …”  

-------------

Het boek War is war / Война - это война heeft een aparte site. Tatyana Yassievich heeft een eigen site gewijd aan haar schilderwerk, die vindt u hier.

Dissidenten, zwarthandelaren en diplomaten – ze kwamen elkaar tegen in de Berjozka's, de valutawinkels van de USSR.

-------------------

Uit een Berjozka-catalogus


Zoals elk Sovjethotel met vooral buitenlandse gasten, had ook het Moskouse hotel Molodjoznaja- ik verbleef er vele malen – een winkel waar je uitsluitend kon betalen met Westerse valuta. In maart 1981 kocht een Zweedse toeriste er acht mooie Russische postzegels, twee Misjka’s (het symbool van de Olympische Spelen van 1980) en een mapje ansichtkaarten. Een bonnetje – zo bleek later uit een onderzoek van het Comité van Volkscontrole – kreeg ze niet. Toen ze de postzegels een dag later wilde ruilen, bleek de winkel de bewuste zegels helemaal niet in het assortiment te hebben. De verkoopster had ze zelf gekocht op het postkantoor even verderop en de valuta van de Zweedse in eigen zak gestoken.

Een Moskouse Berjozka gespecialiseerd in meubels

Valutawinkels had je in diverse soorten. Ze droegen de verzamelnaam Berjozka, wat berk betekent. Mijn aankopen bleven er meestal beperkt tot likeur van Bols (een fles advocaat deed het erg goed als je bij Russen op bezoek ging) of een boek. Voor dat laatste ging ik in Moskou naar de Berjozka aan de Oel. Kropotkinskaja, die gespecialiseerd was in literatuur. 

Sovjetburgers met valuta of ‘valutavervangers’ (cheques die een deel van je loon vormden wanneer je in het buitenland werkte) konden bij Berjozka’s ook terecht voor Amerikaanse jeans, Franse parfums, Italiaanse laarzen, Japanse stereo-apparatuur en Russische auto’s. Ook de eerste inleg voor een coöperatie-flat verliep vaak via een Berjozka. Ideologisch zat dat natuurlijk zo scheef als wat. Een maatschappij die zich voorstond op gelijkheid, creëerde ongelijkheid met valuta van de ideologisch vijand. Daarnaast leidden de eilandjes van luxe tot illegale praktijken van een veel grotere omvang dan die paar postzegeltjes in de Berjozka van hotel Molodjozjnaja. 

Historicus Anna Ivanova wijdde een dissertatie aan het fenomeen Berjozka. Onder de titel Магазины ‘Березка’: парадоксы потребления в позднем СССР (Berjozka-winkels: consumptieve paradoxen in de late USSR) verscheen een handelseditie, die – hoewel af en toe wel erg gedetailleerd – een helder beeld geeft van de valutawinkels die ruim 25 jaar een groeiend aantal Sovjetburgers bedienden.

De meeste Berjozka’s verkochten hun waar tegen cheques, de al genoemde valutavervangers. Die vormden een deel van het loon van bijvoorbeeld ambassadepersoneel, handelsvertegewoordigers en correspondenten). De cheques konden uiteraard niet in het buitenland worden uitgegeven, zodat de staat de zo gewenste harde valuta in eigen land hield. Westers geld kwam ook via andere kanalen bij Sovjetburgers. Een schrijver, bijvoorbeeld, kon geld ontvangen van een Westerse uitgeverij voor een vertaling. Dat had soms bizarre gevolgen. Het beroemde essay Haalt de Sovjetunie 1984? van dissident Andrej Amalrik werd voor het eerst gepubliceerd in Nederland. Amalrik ontving een honorarium, dat hij, via de staatsbank omgezet in cheques, kon besteden in winkels die eigenlijk voor brave Sovjet-onderdanen bestemd waren. De ideologie bleek ondergeschikt aan de economische belangen van de staat.

Een Berjozka-cheque van 3 roebel

Uitzending naar het buitenland was voor velen een droom, juist vanwege de mogelijkheid om na terugkeer in eigen land schaarse goederen te kopen. Opeens kreeg je de kans om je beter te kleden, om zonder onmogelijke wachttijden mooie meubels te kopen of zelfs – de hoofdprijs –  een auto. De cheques stonden niet op naam, en daardoor vloeiden ze makkelijk richting de omvangrijke schaduweconomie. Je kon ze met winst doorverkopen aan mensen met veel, al dan niet legaal verdiende roebels, die zo plots veel meer bestedingsmogelijkheden kregen. De legendarische popgroep Masjina Vremeni organiseerde onofficiële optredens (voor officiële kreeg ze geen toestemming), waarvoor de kaartjes niet goedkoop waren. Het verdiende geld werd besteed aan schaarse waar, aangeschaft via zwarthandelaren of met Berjozka-cheques. Prostituees met buitenlandse klanten deden bestellingen bij Berjozka-personeel en betaalden buiten de winkel om in harde valuta (Berjozka’s waar je met echt buitenlands geld betaalde, waren, in tegenstelling tot de cheques-Berjozka’s, vanaf 1969 verboden terrein.).

Moskouse Berjozka met elektronica

Berjozka-cheques waren handig als je snel bij de tandarts terecht wilde. Met cheques kon je ook regelen dat je in een bepaald ziekenhuis werd opgenomen. En op een heel ander niveau: in Charkov wist iedereen dat je voor Marlboro-sigaretten terecht kon in de toilet van restaurant Charkov. Zwarthandelaren kochten pakjes in een Berjozka en brachten die via de schoonmaakster van het toilet aan de man.

Dergelijke dealtjes vormden de smeerolie van een verder stroef functionerende economie. Erg streng werd er niet tegen opgetreden. Dat was ook lastig, omdat menig overheidsdienaar er zelf vrolijk aan meedeed. Zo hadden de Berjozka’s door de jaren heen onbedoeld een egaliserend effect gekregen. Van uitgezonden specialisten tot speculanten – er was een soort middenklasse ontstaan die via de valutawinkels de kans kreeg om een zekere welstand ten toon te spreiden.

Het was, enigszins paradoxaal, de grotere vrijheid ten tijde van de perestrojka die mede bijdroeg aan het einde van de valuta-cheques. Er kon nu veel feller dan voorheen worden gediscussieerd over dit scheve systeem, met z’n economische privileges en de bijbehorende zwarte markt. De tegenstanders wonnen het pleit en in 1988 werden de Berjozka’s gesloten waar met cheques kon worden betaald. De aankondiging daarvan was zo onverwacht, dat zich lange rijen vormden van mensen die nog snel hun cheques wilden besteden. De Berjozka’s waar met buitenlands geld kon worden betaald, gingen enkele jaren later ten onder, samen met de USSR.

Hoe Polina in een rolstoel een cadeau kreeg van Ronaldo - en ik een cadeau van haar moeder

----------------


Polina Chajeredinova is tien jaar, zit in een rolstoel en werd afgelopen week door Cristiano Ronaldo in het stadion van Spartak Moskou het veld opgereden. Cristiano is de aanvoerder van Portugal en dat speelde tegen Rusland.

Polina – ze was sinds een paar dagen, zo vertelde ze na afloop, fan van Ronaldo -  had zich goed voorbereid. Ze had een polsbandje gehaakt in de kleuren van de Portugese vlag om de Portugese aanvoerder cadeau te doen. Die waardeerde dat zeer en gaf Polina zijn trainingsjack. Voor wie niet zo thuis is in het voetbal: dat is een vrij gewild object.

Nu had ik graag beelden van dat moment willen laten zien, maar dat mag dus niet, want die zijn van de FIFA. Daarvoor in de plaats – ook niet mis – beelden van een dolgelukkige Polina tijdens de wedstrijd.

Haar Ronaldo had Portugal inmiddels op 1-0 gezet, en iedereen die nu zegt dat dat echt niks te maken heeft met dat polsbandje, heeft ongelijk. Goed, akkoord, hij droeg het niet tijdens de wedstrijd, maar, geloof mij, Ronaldo speelde echt opvallend geïnspireerd!   

Hier nog een kort filmpje – ontsnapt aan de aandacht van de FIFA - waarop we Ronaldo en Polina wel het veld zien opkomen (vanaf 0.14), maar de uitwisseling van de cadeaus is er niet op te zien.


En hier ook nog een compilatie van foto’s. Polina zit alleen in de eerste dertig seconden. Als u het leuk vindt om naar Ronaldo te kijken, de compilatie gaat nog twee minuten door.


Niet alleen Polina en Ronaldo kregen een mooi cadeau, ik ook! Van Polina’s moeder. Die vertelde dat Ronaldo voor de wedstrijd helemaal niet in de stemming was geweest, want hij was met een heel onvriendelijk gezicht bij het stadion aangekomen! Waarna elke voetballiefhebber meteen begrijpt dat Polina’s moeder zelden naar voetbal kijkt, want Ronaldo is nog nooit met een vriendelijk gezicht bij een stadion aangekomen. Volgens Polina’s moeder – en eigenlijk ook wel volgens mij – was het aan Polina te danken dat er een glimlach doorbrak op het gezicht van de grote voetbalster: “Полина его заулыбала!” Of het helemaal correct Russisch is, weet ik niet zeker – maar ik kende het werkwoord niet in deze vorm en het klinkt geweldig. Een mooi taalkundig cadeau. Bedankt Polina’s moeder, bedankt Ronaldo en bedankt Polina!  

(Het filmpje met het cadeautje voor mij kan ik hier niet plaatsen, daarvoor moet u even kijken op de site van RT. Polina’s moeder begint vanaf 0.58.)