Tweede Wereldoorlog

Het beleg van Rochester/Leningrad in de staat New York tijdens WO II

———————

———————

Pittsburgh is Smolensk, Detroit is Moscow, Nashville is Charkov en alle zijn ze bezet door de Nazi’s. Rochester, voor de gelegenheid gesitueerd aan het Ladoga Meer, is voor even Leningrad en wordt belegerd.

De kaart waarop zich dit alles afspeelt, werd in 1941 gepubliceerd door Russian War Relief (RWR), een particuliere Amerikaanse organisatie die humanitaire hulp gaf aan de door oorlogsgeweld geteisterde USSR. De kaart moest de geografische omvang van dat geweld inzichtelijk maken en de Amerikanen aanzetten tot gulle giften. Hieronder de volledige kaart. (De volledige Engelse tekst onder de kaart staat onder aan dit artikel.) In de legenda staat uitgelegd:

On this map is shown the vastness of the war effort of our Soviet Allies. The map of the western half of the Soviet Union has been placed (in reverse) upon the map of the United States. The shadings show:
(
in brown) A map of that part of the Soviet Union occupied by the Nazis at the peak of the invasion. (The map of the Soviet Union is reversed to compare the industrial west of Russia with the similar eastern area of the United States.)
(
in orange) Giant industrial and agricultural communities moved from invaded regions… equivalent to a transfer of the mills and factories of all eastern America to the Rockies.


Ik vermoed dat de makers van de kaart, ondanks het grimmige onderwerp, een zeker plezier hebben gehad in hun werk. Stalingrad? Dat ligt aan een rivier… Dan moeten we ook een stad in Amerika hebben die aan een rivier ligt, en dan ook zo dat het geografisch een beetje klopt… St. Louis! Van de Golf van Mexico maken we de Zwarte Zee, da’s logisch. En wat wordt het Amerikaanse Koejbysjev, de stad die in de USSR als een soort tijdelijke hoofdstad fungeerde en waar voor Stalin een ondergrondse bunker werd gebouwd? Nou, Omaha dan maar, in het gele, niet door de Duitsers bezette gebied. Wat de Tsjetsjenen ervan vinden, weet ik niet, maar hun hoofdstad Grozny werd door de Amerikaanse kaartmakers omgedoopt in Oklahoma City.

Een fraaie combinatie vind ik Omsk – Salt Lake City. Beide steden roepen associaties op die nogal ver uiteen liggen. Aan de linkerkant van de kaart kwamen de makers tenslotte een beetje in de problemen. Amerika was op, maar er was nog heel veel Sovjetunie over. Dat losten ze op met het rode pijltje: vandaar was het nog 3.000 mijl tot aan Vladivostok.   


Russian War Relief (niet te verwarren met de oorlogshulp in het kader van de Lend-Lease Act) kreeg steun van veel vooraanstaande Amerikanen. Vice-voorzitters van de organisatie waren bijvoorbeeld de gouverneur van de staat New York Herbert Lehman en Fiorello La Guardia, burgemeester van New York City. Artiesten traden op om geld in te zamelen en Charlie Chaplin was een van de meest uitgesproken sympathisanten. Na de Tweede Wereldoorlog viel er desondanks een schaduw over de reputatie van RWR. In de heksenjacht van senator Joe McCarthy op ‘communisten’ werden de pijlen onder meer gericht op Edward C. Carter, de voorzitter van RWR, die ook verbonden was aan het American Russian Institute, dat het label ‘communistische frontgroep’  kreeg opgeplakt. Carter verdedigde voor de oorlog de showprocessen onder Stalin.

De waarde van de hulp die uiteindelijk aan de Sovjetunie werd geleverd, wordt geschat op 1.5 miljard dollar. (Een aardig verhaal over horloges die aan het Rode Leger werden gegeven, vindt u hier.) En tenslotte de volledige toelichting onder de kaart van Russian War Relief.

——————-

“Russian War Relief, Inc. 11 E. 35th St., New York City, presents this map to help Americans to visualize the almost inconceivable extent of the need for American aid to the people of the Soviet Union. From the vast invaded area of the USSR, here shown superimposed on a map of the United States, 38,000,000 Russians escaped the Nazis in 1941 by fleeing their homes. Strafed by dive bombers and machine-gunning "hedge-hoppers," they fled across their country before the invaders while their Red Army fought and fell back – fought and fell back.

Because Detroit (Moscow) is dangerously close to the front line, the capital has been moved temporarily deeper into the country, to Omaha (Kuibyshev).

In terms of the map of America, 38,000,000 persons walked and rode across more than half the United States. They left behind them – besides their homes – the lands which fed them, the mines which fed their factories, their clothing, their hospitals, their schools, their nurseries – in short, their lives. In the land to which they went there was almost none of these things. They built new factories first, ploughed the land second. Now they are building new homes. 

But – even as we would be – they are often cold, often hungry, always physically exhausted. They need help. But the fate of those who escaped is not the worst fate in Russia. Forty million of the residents of the invaded area did not escape! They stayed. From forest hideouts they have seen the Nazis burn their homes, truck away their stores of food, their clothing, even their household equipment. Some, staying in their homes to meet the invaders, have been robbed of all they owned… and many have been killed.

The Germans have seriously misjudged the strategic depth of the US/USSR: the Soviets have moved entire industrial zones safely away from the front, to Phoenix (Tashkent), Salt Lake City (Omsk) and Boise (Novosibirsk).

Some of the survivors now are returning to homes recaptured by the Red Army. They return to almost utter desolation. They, too, need help. Ten million have died in the fight that is theirs and ours. The Red Army has lost almost as many men, in killed and wounded, as are now in all the American armed forces! Civilians have died – by millions – of malnutrition, cold, exhaustion, disease – and of the Nazi hangman's noose and the bullets of Nazi firing squads. Hundreds of thousands of Soviet homes are sheltering the war's orphans.

Look at the map. Imagine the tragedy to you and your family if an invader had ravaged America throughout all that shaded territory on our Atlantic seaboard, westward all the way to St. Louis and Tulsa. Because the equivalent of that tragedy has happened to millions of our Soviet allies, Russian War Relief, Inc., asks all Americans to help keep relief ships sailing.”

Stalin, New York en een baksteen op een Russisch oorlogsmonument

————————-

Stalin, New York en een baksteen samen op een Russisch oorlogsmonument? Het lijkt onwaarschijnlijk, maar wanneer u afreist naar Jekaterinburg en een bezoek brengt aan de  Sjirokoretsjenski begraafplaats, zult u zien dat het kan. Ik wist van het bestaan niet af en ondanks de forse afmetingen van het monument – eigenlijk meer een ensemble – liep ik er bij toeval tegenaan.

Ik bezocht de omvangrijke begraafplaats voor de vermaarde, wanstaltige grafstenen van allerlei bandieten die in de wilde jaren negentig hier hun laatste rustplaats hadden gevonden. Op goed geluk sloeg ik na de ingang linksaf en zag al snel iets opdoemen wat een standaard Sovjetmonument voor de Tweede Wereldoorlog leek: een grote, open plaats, een obelisk en een muur met metalen panelen. 

Op de panelen aan de verre kant stonden de namen van soldaten die tijdens de oorlog in de ziekenhuizen van de stad (toen nog Sverdlovsk geheten) waren gestorven. Die namen, zo las ik naderhand, stonden daar sinds 1975. Het waren de panelen aan de kant ertegenover waar ik mijn camera voor tevoorschijn haalde. Die waren daar in 2015 aangebracht, zes in totaal.

Je hebt monumenten die iets aan de verbeelding overlaten. Daar behoort het ensemble op de Sjirokoretsjenski begraafplaats niet toe. Je loopt langs een boek met beelden die te samen een soort bijbel vormen, de Russische bijbel van de Tweede Wereldoorlog. Interpreteren is niet nodig, discussiëren al helemaal niet, hier staat het gewoon allemaal, gegoten in metaal.

In mijn lange loopbaan als zomerreisleider kwam ik weleens met een groep toeristen in het Museum van de Geschiedenis van Leningrad. Dan stond ik stil bij de vitrine met het dagboek van Tanja Savitsjeva. Daarin noteerde ze wanneer er tijdens het beleg van de stad weer iemand van haar familie was overleden. Ik vertaalde de pagina’s voor mijn groep, maar de laatste, waarop stond: “Alleen Tanja is over”, haalde ik nooit, want dan was ik al volgeschoten. Hier hebt u die pagina’s, op het beeld in Jekaterinburg.

Boven aan dit paneel ziet u, met bril, Dmitri Sjostakovitsj, wiens 7de Symfonie en de uitvoering ervan in het belegerde Leningrad ook tot de iconen van de Grote Vaderlandse Oorlog behoren. Dirigent Eliasberg staat ook op het beeld, maar niet op mijn foto. Het dagboekje van Tanja is overigens niet het enige ‘geschreven’ onderdeel van het monument. Verspreid over de zes platen staat het hartverscheurende gedicht Жди меня (Wacht op mij) van Konstantin Simonov - in het midden van de plaat hieronder, bijvoorbeeld, gewijd aan Stalingrad. Daarboven, iets naar links, is de beroemde fontein van dansende kinderen te zien bij het station van de verwoeste stad. Niet te zien op de foto is veldmaarschalk Paulus die zich overgeeft.


Opvallend aan het monument zijn enkele ‘echte’ onderdelen, zoals een baksteen uit het belegerde Stalingrad en een medaille die werd afgestaan door de nabestaanden van oorlogsveteraan Sergej Titlinov, met een beeltenis van Stalin.

Foto links:: https://periskop.livejournal.com/1722692.html (Zie daar ook voor veel meer en veel gedetailleerdere foto’s dan de mijne)

Hieronder krijgt de Russisch-Orthodoxe kerk een belangrijke rol toebedeeld, middels de icoon Onze Lieve Vrouwe van Tichvin, boven de troepen op het Rode Plein die aan het begin van de oorlog naar het front vertrokken. Daarmee (en ook met de vrouw rechts die een zegenend gebaar maakt) vertegenwoordigt het ensemble duidelijk het tijdperk waarin het is neergezet; de kerk doet tegenwoordig weer volop mee in Rusland, aan het begin van de Tweede Wereldoorloog was dat een stuk minder.

Foto: periskop.livejournal.com

Het paneel hieronder is gewijd aan de “bevrijding van Europa van het Nazisme”. Rechtsboven staan de namen van vier kampen: Dachau, Majdanek, Auschwitz en Salaspils. Daar frons ik een wenkbrauw bij. Dachau werd niet door het Sovjetleger bevrijd, terwijl dat hier toch wel wordt gesuggereerd. Salaspils was een kamp in Letland, niet ver van Riga. Is de vermelding van dit kamp bedoeld om te onderstrepen dat Letland en de andere twee Baltische republieken toch vooral werden bevrijd door de Russen en niet bezet?

Linksonder zien we Roosevelt, Churchill en Stalin in Jalta. Boven de drie leiders is het gebouw van de Verenigde Naties in New York afgebeeld met daarnaast de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948. New York op een Russisch oorlogsmonument, ik vind het opmerkelijk, evenals die Universele Verklaring. Stalin heeft daar heel indirect dan misschien een bijdrage aan geleverd, maar zijn afbeelding dicht bij die verklaring zelf, dat wringt. Maar dan sla ik dus toch aan het interpreteren en discussiëren… Geschiedenis in metaal gieten, en dan blijft ze verdorie toch nog vloeibaar.

periskop.livejournal.com

Nog één detail. Op het paneel boven aan dit stukje, getiteld Overwinnaars, zit rechtsonder een soldaat die is teruggekeerd van het front. Thuis zag ik pas dat daar een tekst bij stond. Het zijn de eerste regels van dit lied:


Toen ik aan kwam lopen bij het monument, waren een paar lui bezig om bladeren op te vegen. Een van hen had zijn jas opgehangen aan de vinger van een soldaat, keurig aan het lusje

———————-

En die grafstenen van die bandieten? Ik heb er verder niet echt meer naar gezocht, want al rondzwervend over de begraafplaats kwam ik nog een zigeunerfamilie tegen die uitgebreid de sterfdag van een verwante dame, precies een jaar geleden, aan het gedenken was. Ik kreeg een borrel, maar geen uitnodiging om aan te schuiven, wat ik niet erg vond. De dag was al boeiend genoeg geweest.


(Op de boven al genoemde site zijn de commentaren onder de vele foto’s de moeite van het lezen waard. Uit die commentaren begreep ik dat een kopie van de panelen uit Jekaterinburg in Volgograd (het vroegere Stalingrad) is geplaatst.)

Ik ontvluchtte de 9 mei-viering in de grote stad en belandde bij een 9 mei-viering in een klein dorp

-----------------

Dit prachtige paar walste rond de fontein van het Vysotksi Park in Samara, aan de Wolga. Het was 8 mei, één dag dus voor de viering van de Dag van de Overwinning, maar op sommige plekken in de stad waren al wat kleine festiviteiten gaande. In het park dansten scholieren en werden op een podium oorlogsliedjes gezongen. Op de ochtend van 9 mei ontvluchtte ik de stad. Ik had de dagen ervoor in Nizjni Novgorod, Kazan en ook in Samara de voorbereidingen voor de feestdag meegemaakt, met tanks, trommels en ander militair gedoe, en ik had het een beetje gehad. 

Repetitie voor de militaire parade in Samara 

Enkele dagen voor de parade in Samara stonden de tanks al klaar

Ik nam een veerboot de Wolga over, ging in het dorpje Rozjdestveno van boord, en … belandde in een 9 mei-viering. Maar hier geen trommels, en al helemaal geen tanks. Op het pleintje bij het oorlogsmonument vormden scholieren een erewacht. Ze losten elkaar om de zo veel minuten af, netjes, maar zonder paradepas. Op een bankje in de zon zaten een paar hoogbejaarden. Ze kregen tulpen en voor een van hen, een vrouw met een mooie rode hoofddoek om, was er een plastic tas met geschenkjes. Ze kwam ervoor naar het podium, ondersteund door, neem ik aan, haar dochter.  


Het zogeheten Onsterfelijke Regiment, waarbij portretten van familieleden worden meegedragen, was mooi. Hier geen foute uniformen, verdachte symbolen en geen commercie die deze jonge, prachtige traditie in de grote steden af en toe ontsieren. Aandoenlijk was de vrouw die bloemen legde bij het monument en een traan wegveegde. Ik zag haar dat daarna nog een paar keer doen.

Na een uurtje nam ik de boot terug de Wolga weer over, naar Samara. Uit de verte zag ik boven de stad twee vliegtuigjes een looping maken. Er vlogen nog andere toestellen over. Dat was natuurlijk boven de grote parade, die zo te zien in volle gang was. 

War is war / Война - это война. Liefdevol oorlogsdocument van grootvader en kleindochter - in woord en beeld.

Nikolay Yassievich

“Eén ding is me duidelijk, jij bevindt je voorlopig, zo blijkt, ver in het achterland, en jij kunt mij niet begrijpen, zoals het ook voor mij nu moeilijk is om jou te begrijpen.” 

Nikolay Yassievich bevindt zich, wanneer hij bovenstaande regels schrijft aan zijn vrouw, al zo’n half jaar aan het front bij het Oranienbaum-bruggehoofd in de buurt van Leningrad, met aan één kant de Finse Golf en verder omsingeld door Duitse troepen. Zijn vrouw Frida, dochter Ira en zoon Zjora zijn geëvacueerd naar de Oeral. Frida heeft hem een brief geschreven die kennelijk niet helemaal goed is gevallen. Nikolay antwoordt: “Je schrijft dat een vriendin van je bij het werk in het bos onder een boom terecht is gekomen. Mijn lieve, dat soort dingen waar je over schrijft heb ik hier elke dag gezien en ik zie ze nog steeds. En ik ben daar al zo aan gewend dat ik, begrijpelijkerwijs, jouw stemming absoluut niet kan begrijpen.” 

Nikolay was een 38-jarige kunstschilder, toen hij zich in 1941 als vrijwilliger meldde voor het front. Een selectie van de brieven die hij vandaar schreef aan zijn vrouw en kinderen is nu uitgegeven in een liefdevol, mooi vormgegeven, tweetalig (Russisch en Engels) boek: War is war / Война - это война . Op de voorpagina staat niet alleen de naam van Nikolay, maar ook die van zijn kleindochter Tatyana Yassievich. Ook zij is schilder en van haar zijn aquarellen in het boek opgenomen. Ze schilderde de plekken waar haar grootvader vocht en maakte enkele aquarellen gebaseerd op foto’s uit de oorlog, waaronder de afbeelding hierboven die op de cover prijkt.

Wie brieven schreef van het front, was door de censuur aan beperkingen gebonden. Veel militaire details moesten uiteraard onvermeld blijven, en gruwelijkheden en defaitisme waren uit den boze - gesteld dat je het thuisfront daar al mee wilde belasten. Met politieke uitspraken moest je al helemaal voorzichtig zijn.  


Het moet voor Nikolay Yassievich moeilijk verdraagbaar zijn geweest, het logische onbegrip van zijn vrouw voor de ellende waarin hij zich bevond. Hij schrijft wel dat ze samen, mocht hij de oorlog overleven, weer over van alles zullen praten, maar hij moet al beseft hebben dat Frida hem ook na hun hereniging nooit helemaal zou kunnen begrijpen. Hij lijkt haar te waarschuwen, wanneer hij schrijft: “Als je twintig maanden in de loopgraven aan het front zit, groeit er een korst op je hart, als je daar niet heel erg voor oppast.” Nikolay raakt in juni 1943 gewond en keert niet meer terug naar het front. In oktober 1944 schrijft hij vanuit het inmiddels weer veilige Leningrad: “Ik ben heel erg moe, mijn lieve, écht moe, lichamelijk en geestelijk, ik ben leeg, voel me onverschillig, noem het geestelijke dystrofie. De wegen naar het front zijn voor mij afgesneden, ik moet me aanpassen aan het leven in de achterhoede en vooral aan de mensen in de achterhoede.”

De beschrijvingen - in bedekte termen - van zijn avonturen aan het front, wisselt Nikolay af met ‘familiezaken’. Hij verlangt naar het weerzien met Frida en zinspeelt knipogend op wat ze dan samen allemaal zullen doen. Voor zijn dochtertje schrijft hij sprookjes, zijn puberende zoon leest hij flink de les. Het zijn dit soort ‘kleinigheden’, vermengd met de observaties van een individuele frontsoldaat, die deze verzameling brieven zo waardevol maken - waardevoller (zeker op de lange termijn) dan de vaak pompeuze officiële oorlogsherdenkingen waarin Rusland de laatste jaren uitblinkt.


War is war / Война - это война  bevat naast afdrukken van vergeelde brieven en de aquarellen van kleindochter Tatyana, meer mooi beeldmateriaal, zoals de voorzijde van de oorlogs-ansichtkaarten die Nikolay stuurde. In een apart hoofdstukje staan - zeer op hun plek in dit familiedocument - portretten die Nikolay na de oorlog schilderde van familieleden. Het moet zijn schilderwerk zijn geweest dat hem hielp om de naoorlogse jaren door te komen. In oktober 1943 schreef hij, toen hij al weg was van het front: “Ik verlang zo enorm naar iets anders - als nooit tevoren wil ik weer aan de slag met schilderen. Aan het front was dat onmogelijk, en hier is er geen tijd voor, dat kwelt me het meest. Dat kwelt me zo, je kan je dat niet voorstellen …”  

-------------

Het boek War is war / Война - это война heeft een aparte site. Tatyana Yassievich heeft een eigen site gewijd aan haar schilderwerk, die vindt u hier.

Sint-Petersburg in het jaar 2017 - deel 3

-----------------


De Tweede Wereldoorlog is voor Rusland een belangrijk (zo niet het belangrijkste) oriëntatiepunt in de eigen geschiedenis. Dáár wordt de meeste trots aan ontleend. Op de Dag van de Overwinning, 9 mei, is dat goed te merken. Ik liet in deel 2 al foto’s zien van de repetitie voor de militaire parade. Die parade zelf liet ik aan me voorbijgaan, ik stond op de feestdag wel op de Nevski Prospekt, toen daar de ‘burgerparade’ voorbijkwam, nog wel voorafgegaan door enig militair vertoon. (De foto's zijn aanklikbaar.) 

Begonnen als een bescheiden burgerinitiatief in Tomsk, is het Regiment der Onsterfelijken in korte tijd uitgegroeid tot een door de overheid gestuurd massa-evenement. In lange optochten worden portretten meegedragen van familie-leden of 'zo maar' onbekenden die in de oorlog zijn omgekomen, of die de oorlog hebben overleefd maar inmiddels zijn overleden. Het is een indrukwekkend schouwspel, als is niet iedereen blij met de wijze waarop de staat zich over dit burgerinitiatief heeft ontfermd.

-----------------

"Dank aan God voor de Overwinning!"

------------

-------------

Zonnebaden bij +4 (of -4) is op dit plekje onder muur van de Petrus-en-Paulusvesting niet ongebruikelijk. Het opschrift links waarschuwt voor vallende granietblokken.

------------

De bibliotheek van de Kunstacademie. Over mijn bezoek daar schreef ik een apart stukje

--------------

Op de achtergrond het nieuwe stadion van FC Zenit, waarover ik eerder schreef.

-------------

------------

Mijn verblijf in Rusland telde dit keer ook enkele dagen in Archangelsk

Foto genomen vanaf een nieuwere brug die er iets beter bijlag.

Archangelsk

Archangelsk

Dit was de laatste aflevering van drie. Hier deel 1 en deel 2.

De Dag van de Overwinning, 9 mei, in twee foto's.

----------------

Het kan je moeilijk ontgaan, wanneer je begin mei rondloopt in Sint-Petersburg: de Dag van de Overwinning komt eraan, 9 mei, wanneer in Rusland het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt gevierd. Straten zijn versierd, militairen oefenen op het Paleisplein voor de parade, winkels verkopen feestattributen, waarvan het St.Jorislintje het populairst is. Het grootste (oranje-zwarte) lintje dat ik zag, staat op een enorm transparant aan de gevel van het gebouw van het Gardekorps op het Paleisplein. 

Stel nu: u bent fotoredacteur van een Nederlandse (of in elk geval: niet-Russische) krant of nieuwssite en u zoekt een foto bij een artikel over de viering van de Russische Dag van de Overwinning. U krijgt twee foto’s voorgelegd, beide van dat transparant op het Paleisplein, die hierboven en die hieronder. Welke zou u kiezen? 

Hoewel de leuze op het transparant (“Van harte met de Dag van de Overwinning!”) er niet helemaal op staat, durf ik er toch wat onder te verwedden dat de gemiddelde redacteur van een Nederlandse fotoredactie zonder veel aarzeling zou kiezen voor de bovenste foto. Een betere compositie, niet zo rommelig als de onderste. De vier personen staan als een bijna elegante golf verspreid over het beeld. Die onderste, ja, dat jochie staat daar wel aardig, met z’n fietsje, maar verder is het nogal een zootje. En de fotoredacteur denkt vermoedelijk ook (zonder zich daarvan bewust te zijn): mooi, op de bovenste foto, die sombere uitdrukking op het gezicht van de dame in de bruine jas, die terugkomt in de houding van de andere drie personen. Komt helemaal overeen, denkt diezelfde redacteur onbewust, bij het beeld van Rusland dat in Nederland overheerst: somber, niet vrolijk.  

En hup, daar gaat de bovenste foto, de krant in, het scherm op.

Ik zou kiezen voor de onderste foto. Vrolijk, zonder dubbele bodem, en, dankzij dat jochie, met een dubbel uitroepteken.


Het duurt nog een paar dagen, maar alvast: van harte!! 

Duitse oorlogskunstenaars in Rusland – hoe het schildersbloed kroop waar het niet gaan kon – 2

---------

Heribert Losert - Junge russischer Gefangener

Heribert Losert - Junge russischer Gefangener

Sonderfüher Luitpold Adam gaf tijdens de Tweede Wereldoorlog binnen het Duitse leger leiding aan een kunstenaarsafdeling. Na de Duitse capitulatie bracht hij veel werk van ‘zijn’ kunstenaars in veiligheid (zie deel 1). De kunstwerken belandden in de Verenigde Staten om uiteindelijk voor het grootste deel weer terug te keren naar Duitsland.

Binnen de wirwar van Duitse propaganda-eenheden (voor een overzichtje: zie hier) nam de Staffel der Bildender Künstler van Adams een aparte plek in. De eenheid functioneerde als een soort uitzendcentrale voor schilders en tekenaars. Voor drie maanden werden ze uitgezonden naar een oorlogsgebied, waarna ze bij terugkeer drie maanden de tijd kregen om hun schetsen om te zetten in ‘echt’ werk. Het was een lucratieve bezigheid. Een commissie kocht de werken aan voor musea, tijdelijke tentoonstellingen of voor de muren van militaire ontspanningsoorden. Voor een flink doek werd tot 4.000 reichsmark betaald, een kleine aquarel leverde nog zo 250 reichsmark op. Drie procent moest de kunstenaar afstaan aan de legerkas (heereskasse), het leger stelde alle schildersmaterialen ter beschikking.

IJzeren directieven kregen de kunstenaars van de Staffel der Bildender Künstler niet mee, al lagen de grote lijnen – waar het Rusland betrof – natuurlijk wel vast. Niet verrassend is het grote contrast tussen de afgebeelde koene, ‘edele’ Duitse soldaten en de verslagen Russen. Afbeeldingen van Russen als afzichtelijke ‘untermenschen’ (in overeenstemming met de Nazi-propraganda) ontbreken echter. (Let wel: dit betreft uitsluitend de werken zoals vervaardigd door de kunstenaars van Adams afdeling en voor zover afgebeeld in de – uitgebreide - catalogus van de tentoonstelling die ik noemde in deel 1.) 

Foto uit catalogus

Foto uit catalogus

Volgens die catalogus staan op zo’n 10 procent van de werken die Adams kunstenaars  in Rusland maakten, krijgsgevangenen en burgers afgebeeld. Afkeer wekken zij niet, in veel gevallen worden zij zelfs met verrassend veel sympathie geportretteerd. Los van mogelijke persoonlijke gevoelens, speelde daarbij ook het groeiend besef een rol dat er in de praktijk iets wrong aan de Nazi-propaganda: wilde men de lokale bevolking winnen voor de strijd tegen het ‘joods-bolsjewistisch systeem’, dan was het weinig effectief om die bevolking als beesten af te beelden. En dat gold uiteraard al helemaal voor de kozakkeneenheden die deel gingen uitmaken van het Duitse leger.   

Olaf Jordan - H.H. Kohohob. (Commandant van een kozakkeneeheid)

De Staffel der Bildender Künstler kreeg ook speciale opdrachten, die leidden tot series als Unsere U-boot-Waffe en Norwegen-Kämpfer. Schilder en tekenaar Olaf Jordan kreeg in 1943 de opdracht om in een kamp in Schlesien gevangen Sovjetsoldaten te portretteren. Ook in dat werk – zo’n honderd aquarellen en potloodtekeningen -  wordt de harde Nazi-propganda niet weerspiegeld. Mogelijk speelt hierbij een rol, aldus de catalogus, dat rond deze tijd de recrutering van Sovjetgevangenen voor aparte eenheden binnen het Duitse leger werd overwogen. Jordans werken werden tijdens de oorlog niet gebruikt voor tentoonstellingen. Vermoedelijk was daarvoor de kloof met de gebruikelijke propaganda-toon, waar het Rusland betrof, toch te groot.

Olaf Jordan - Kuban-Kosak, Stalal VIII, B

Olaf Jordan - Russischer Gefangener mit Essnapf, O.J.Stalak VIII

---------


Van de catalogus van de tentoonstelling in Minden (2005) zijn op internet nog exemplaren te koop.