Jekaterinburg

Verchotoerje, Tobolsk, Jekaterinburg in foto's - 3

———————

(Deel 1 en deel 2.)

Verchotoerje. Links de Drie-eenheidskerk binnen de muren van het kleine Kremlin aan de rivier de Toera. Een kilometer of wat terug, stroomafwaarts, ligt een elektriciteitscentrale met een dam. Sluiten ze daar de sluizen, dan daalt het waterpeil en kan je naar de overkant waden en ook je netten inspecteren.

Mijn favoriete brug was jaren, onbedreigd, de Bolsjeochtinski brug over de Neva in Sint-Petersburg, een machtig bouwwerk uit 1909. Maar sinds ik enkele keren in het ochtend- en avondlicht bij de houten hangbrug van Verchotoerje heb gestaan, denk ik dat ik een nieuwe nummer één heb.

———————-

Nog steeds Verchotoerje, met in de verte de Kruisverheffingskathedraal. En in die kathedraal: bakken met gewijd water. Gevolgd door nog twee dorpsplaatjes.

————————-

Tot zover Verchotoerje. Hieronder de Sofia kathedraal binnen de muren van weer een ander Kremlin, dat van Tobolsk.

Het was er een komen en gaan van vrouwen met hoofddoeken en mannen in zwarte pijen. De Sofiakathedraal is het oudste stenen gebouw van Siberië.

——————-

Het is me niet gelukt om een foto te maken die de prachtige ligging van het Kremlin, boven op de steile oever van de Irtysj, recht doet. Zeker in de vroege morgen is het adembenemend, wanneer je in en boven de mist staat die vanaf de rivier over het lage deel van de stad drijft en er af en toe weer een kerk zichtbaar wordt.

Toen trok de mist op en daalde ik af naar de rivier. Het Kremlin ligt hier een paar honderd meter achter me.

———————

Toch nog even Verchotoerje. Er zou een boek geschreven moeten worden over kunstbloemen op Russische begraafplaatsen.

20180910-491.jpg

————————

Jekaterinburg:

In de rij voor de Kerk-op-het-bloed.

Ja, dag Jekaterinburg, tot ziens. We gaan naar de provincie Archangelsk. Waarover spoedig meer.

Verchotoerje, Tobolsk en Jekaterinburg in foto's - 2

———————

Van de foto’s die ik gedurende mijn drie weken in Siberië en de Oeral maakte, is dit mijn favoriete. Hij is genomen in Jekaterinburg in de Kerk-op-het-bloed, die is gebouwd op de plek waar ooit het Ipatjev huis stond. In 1918 werden in de kelder van dat huis Nicolaas II en zijn gezin vermoord. Links zijn enige zoon Aleksej en Tatjana, een van de vier dochters. De vrouw hieronder kijkt in dezelfde kerk of de iconen niet eens afgestoft moeten worden. Op haar rode hesje staat de voor mij wat raadselachtige tekst: Honderdste gedenkdag van de heldendaad van het tsarengezin. 1918-2018. Overigens werd bovenstaande foto op Instagram geliked door HH Princess Olga Romanoff. Waar zij zich precies bevindt in de stamboom, weet ik niet.

——————-

De sfeer op straat in Jekaterinburg was een stuk luchtiger dan in die kerk, al was het voor de jongen in het midden van deze foto nog lang niet luchtig genoeg, vermoed ik. Zou dit ‘m ook zijn, hieronder, na weer een zomerdag vol onvervuld verlangen?

———————-

Nog even terug naar de Kerk-op-het-bloed. Ik vond het wat veel van het goede, al die afbeeldingen van de familie. Voordeel is wel dat ik nu de namen van de vier dochters (Olga, Tatjana, Marija, Anastasija) eindelijk in mijn hoofd heb zitten. Dat werd wel een keertje tijd.

———————-

Dat zie je vrij weinig in Rusland, een verkoopster die de tijd voor je neemt. Deze kiosk stond bij de ingang van weer een andere kerk en er werden onder meer producten verkocht van een klooster buiten de stad. Misschien had dat er wat mee te maken.

Rond de Stadsvijver wordt geschaakt en geflaneerd. ‘s Winters ben ik nog niet in Jekaterinburg geweest, maar ik vermoed dat die schakers er dan net zo goed zitten.

———————

Ik ging naar twee begraafplaatsen. Op de Michajlovski begraafplaats bezocht ik het graf van de negen leden van de Djatlov-expeditie, die in 1959 onder raadselachtige omstandigheden om het leven kwamen. Ik schreef er uitgebreid over. Ik had me bij het lezen van de boeken over het mysterie verwant gevoeld met de jongelui, al heb ik in mijn hele leven niet eens één simpele berg beklommen, laat staan eentje in een sneeuwstorm bij min 20. En daar lagen ze dan, op een rare plek, aan de rand van het kerkhof. Vlak achter me reed het verkeer langs. Misschien was hier een oude ingang geweest en was dit indertijd een eerbiedwaardige locatie.

Dan was er ook nog de Sjirokoretsjenski begraafplaats. Daar was het een stuk vrolijker. Een zigeunerfamilie herdacht er de dood van iemand die precies een jaar geleden was overleden. Ik kreeg een borrel en mocht fotograferen, al hoorde ik na een minuut of tien een van de vrouwen mompelen dat het nu wel genoeg was geweest. Ik wenste de familie het beste en zij mij ook.

———————-

Tobolsk stond ook nog op het programma, de stad aan de Irtysj met het enige stenen kremlin aan gene zijde van de Oeral. Ik reisde er uiteraard heen met de trein, die een tijdje stilstond op het station van Tjoemen.

Stalin, New York en een baksteen op een Russisch oorlogsmonument

————————-

Stalin, New York en een baksteen samen op een Russisch oorlogsmonument? Het lijkt onwaarschijnlijk, maar wanneer u afreist naar Jekaterinburg en een bezoek brengt aan de  Sjirokoretsjenski begraafplaats, zult u zien dat het kan. Ik wist van het bestaan niet af en ondanks de forse afmetingen van het monument – eigenlijk meer een ensemble – liep ik er bij toeval tegenaan.

Ik bezocht de omvangrijke begraafplaats voor de vermaarde, wanstaltige grafstenen van allerlei bandieten die in de wilde jaren negentig hier hun laatste rustplaats hadden gevonden. Op goed geluk sloeg ik na de ingang linksaf en zag al snel iets opdoemen wat een standaard Sovjetmonument voor de Tweede Wereldoorlog leek: een grote, open plaats, een obelisk en een muur met metalen panelen. 

Op de panelen aan de verre kant stonden de namen van soldaten die tijdens de oorlog in de ziekenhuizen van de stad (toen nog Sverdlovsk geheten) waren gestorven. Die namen, zo las ik naderhand, stonden daar sinds 1975. Het waren de panelen aan de kant ertegenover waar ik mijn camera voor tevoorschijn haalde. Die waren daar in 2015 aangebracht, zes in totaal.

Je hebt monumenten die iets aan de verbeelding overlaten. Daar behoort het ensemble op de Sjirokoretsjenski begraafplaats niet toe. Je loopt langs een boek met beelden die te samen een soort bijbel vormen, de Russische bijbel van de Tweede Wereldoorlog. Interpreteren is niet nodig, discussiëren al helemaal niet, hier staat het gewoon allemaal, gegoten in metaal.

In mijn lange loopbaan als zomerreisleider kwam ik weleens met een groep toeristen in het Museum van de Geschiedenis van Leningrad. Dan stond ik stil bij de vitrine met het dagboek van Tanja Savitsjeva. Daarin noteerde ze wanneer er tijdens het beleg van de stad weer iemand van haar familie was overleden. Ik vertaalde de pagina’s voor mijn groep, maar de laatste, waarop stond: “Alleen Tanja is over”, haalde ik nooit, want dan was ik al volgeschoten. Hier hebt u die pagina’s, op het beeld in Jekaterinburg.

Boven aan dit paneel ziet u, met bril, Dmitri Sjostakovitsj, wiens 7de Symfonie en de uitvoering ervan in het belegerde Leningrad ook tot de iconen van de Grote Vaderlandse Oorlog behoren. Dirigent Eliasberg staat ook op het beeld, maar niet op mijn foto. Het dagboekje van Tanja is overigens niet het enige ‘geschreven’ onderdeel van het monument. Verspreid over de zes platen staat het hartverscheurende gedicht Жди меня (Wacht op mij) van Konstantin Simonov - in het midden van de plaat hieronder, bijvoorbeeld, gewijd aan Stalingrad. Daarboven, iets naar links, is de beroemde fontein van dansende kinderen te zien bij het station van de verwoeste stad. Niet te zien op de foto is veldmaarschalk Paulus die zich overgeeft.


Opvallend aan het monument zijn enkele ‘echte’ onderdelen, zoals een baksteen uit het belegerde Stalingrad en een medaille die werd afgestaan door de nabestaanden van oorlogsveteraan Sergej Titlinov, met een beeltenis van Stalin.

Foto links:: https://periskop.livejournal.com/1722692.html (Zie daar ook voor veel meer en veel gedetailleerdere foto’s dan de mijne)

Hieronder krijgt de Russisch-Orthodoxe kerk een belangrijke rol toebedeeld, middels de icoon Onze Lieve Vrouwe van Tichvin, boven de troepen op het Rode Plein die aan het begin van de oorlog naar het front vertrokken. Daarmee (en ook met de vrouw rechts die een zegenend gebaar maakt) vertegenwoordigt het ensemble duidelijk het tijdperk waarin het is neergezet; de kerk doet tegenwoordig weer volop mee in Rusland, aan het begin van de Tweede Wereldoorloog was dat een stuk minder.

Foto: periskop.livejournal.com

Het paneel hieronder is gewijd aan de “bevrijding van Europa van het Nazisme”. Rechtsboven staan de namen van vier kampen: Dachau, Majdanek, Auschwitz en Salaspils. Daar frons ik een wenkbrauw bij. Dachau werd niet door het Sovjetleger bevrijd, terwijl dat hier toch wel wordt gesuggereerd. Salaspils was een kamp in Letland, niet ver van Riga. Is de vermelding van dit kamp bedoeld om te onderstrepen dat Letland en de andere twee Baltische republieken toch vooral werden bevrijd door de Russen en niet bezet?

Linksonder zien we Roosevelt, Churchill en Stalin in Jalta. Boven de drie leiders is het gebouw van de Verenigde Naties in New York afgebeeld met daarnaast de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948. New York op een Russisch oorlogsmonument, ik vind het opmerkelijk, evenals die Universele Verklaring. Stalin heeft daar heel indirect dan misschien een bijdrage aan geleverd, maar zijn afbeelding dicht bij die verklaring zelf, dat wringt. Maar dan sla ik dus toch aan het interpreteren en discussiëren… Geschiedenis in metaal gieten, en dan blijft ze verdorie toch nog vloeibaar.

periskop.livejournal.com

Nog één detail. Op het paneel boven aan dit stukje, getiteld Overwinnaars, zit rechtsonder een soldaat die is teruggekeerd van het front. Thuis zag ik pas dat daar een tekst bij stond. Het zijn de eerste regels van dit lied:


Toen ik aan kwam lopen bij het monument, waren een paar lui bezig om bladeren op te vegen. Een van hen had zijn jas opgehangen aan de vinger van een soldaat, keurig aan het lusje

———————-

En die grafstenen van die bandieten? Ik heb er verder niet echt meer naar gezocht, want al rondzwervend over de begraafplaats kwam ik nog een zigeunerfamilie tegen die uitgebreid de sterfdag van een verwante dame, precies een jaar geleden, aan het gedenken was. Ik kreeg een borrel, maar geen uitnodiging om aan te schuiven, wat ik niet erg vond. De dag was al boeiend genoeg geweest.


(Op de boven al genoemde site zijn de commentaren onder de vele foto’s de moeite van het lezen waard. Uit die commentaren begreep ik dat een kopie van de panelen uit Jekaterinburg in Volgograd (het vroegere Stalingrad) is geplaatst.)

Glansrijk eerherstel voor Jekaterinburg. Een kleine lofzang in woord, beeld en geluid.

——————

Ik vond het maar niks, dat hele Jekaterinburg niet, toen ik er de eerste paar dagen rondliep. Die rommelige drukte en de hopeloze hoogbouw, die nog meer pijn deed aan de ogen nadat ik tegen wat sporen was aangelopen uit de tijd dat hier nog een ‘stad van twee verdiepingen’ had gestaan. Die lage, horizontale lijn van ooit was onherstelbaar doorbroken, vooral rond de Stadsvijver in het centrum, waar de vernieuwing hard had toegeslagen.

Ik vertrok naar Tobolsk. Daar zwierf ik ik vijf dagen door het decor van een van de mooiste Russische romans van de laatste jaren. Daarna was ik weer voor even terug in Jekaterinburg. Op zaterdagmorgen kreeg ik daar uit de kerktoren bij mijn hotel om de hoek, in de zonneschijn, een warme douche over me uitgestort:


In het stalletje rechts in het filmpje had ik een dag eerder al deze verkoopster gezien, die - en dat is in Rusland doorgaans anders - alle tijd en begrip had voor haar klant. Het werd me langzamerhand duidelijk dat Jekaterinburg meer was dan alleen veel verkeer en foute hoogbouw.


Na de warme douche van de klokken liep ik verder door een parkje. Ik liet de Kerk-op-het-bloed (gebouwd op de plek waar Nicolaas II en zijn gezin werden vermoord) links liggen, en stuitte op dit tafereel:

Er was een muziekfestival gaande met her en der in het centrum activiteiten. Hier kon je meezingen met bekende Russische liedjes. Er was een koor aanwezig voor enige structuur en de dirigent begon met ademhalingsoefeningen. Het is op de beelden niet te zien, maar ik deed dapper mee. Na de oefeningen ging het los en het was geweldig. Kijk even hoe de dame in het rood elegant met haar rechterhand zwaait/wuift:


Ik liep het parkje weer in en daar waren inmiddels allerlei workshops gaande, onder begeleiding van een zangeres op het eilandje in de vijver.


De dag ervoor was hier een leuke jongedame op me afgestapt, die vroeg of ik met haar mobieltje een foto van haar wilde maken. Dat gebeurt me wel vaker, ook in Nederland, sinds ik rondloop met een nieuwe camera in de hand, een grotere dan voorheen. Die voegt kennelijk iets toe aan mijn présence. Ik voldeed aan haar verzoek en zei dat ik nu ook met mijn toestel een foto van haar wilde maken. Ze vond het prima en het resultaat staat boven aan dit stukje.

Tijdens mijn eerste, stroeve verblijf in Jekaterinburg, een weekje eerder dus, had ik op het laatste moment nog een beetje vrede gesloten met de stad, dankzij twee knullen die bij de Stadsvijver een oud-Hollands volksliedje ten gehore brachten. Ik liep er nu opnieuw rond en ja hoor, ze zaten er weer. Ze zagen me, knikten vriendelijk en zetten het bewuste lied in. De man met de baret is kennelijk vertrouwd met de Nederlandse tekst, maar wat er precies in die twee flesjes van hem zat, weet ik niet:


En die hoogbouw… Wanneer die zo op een mooie zomeravond weerspiegelt in het water van de Stadsvijver, zou je je er bijna mee verzoenen.

"Wat een dorst!" En zo voelde ik me toch een beetje thuis in Jekaterinburg.

----------------

De Kerk-op-het-bloed in Jekaterinburg, gebouwd op de plek van het Ipatjev huis

De trein zette zich in beweging, richting Tobolsk. Wat een bevrijding, dit vertrek uit Jekaterinburg. Voelde ik me ooit zo opgelucht bij het afscheid van een Russische stad? En dat terwijl mijn verblijf er zo aardig was begonnen, met een mooie excursie langs gebouwen uit het constructivisme. Daarna was er iets helemaal misgegaan tussen mij en de hoofdstad van de Oeral, waar in 1918 tsaar Nicolaas II en zijn gezin werden vermoord.

Dat zal het toch niet geweest zijn? Dat de geesten van de Romanovs mij in de weg hadden gezeten? Ach nee, het was mijn sombere hotel en het veel te ruime, onpersoonlijke centrum met zijn afzichtelijke nieuwbouw die me terneer hadden gedrukt. Mijn hemel, die opdringerige bouwsels, de horizonvervuiling! En het verkeer … Je wilt oversteken en keurig telt het stoplicht af hoelang je nog moet wachten. 90 seconden is in Jekaterinburg geen uitzondering. Een detail misschien, maar als kleine voetganger ben je niet welkom. En dat constructivisme dan? Ja, mooi, maar tussen de jongere bouwsels oogt het als een onbegrepen gast. 

Wandelend door de stad zag en voelde ik geen band met een ver verleden, alsof Jekaterinburg was losgesneden van zijn geschiedenis. Ik miste die band zelfs daar waar ooit het Ipatjev huis had gestaan, de plek die dankzij de moordlustige Bolsjewieken hoog in de top tien van beroemde plaatsen delict was beland. Het laatste onderkomen van Nicolaas II werd in 1977 met de grond gelijkgemaakt, omdat het een bedevaartsoord van Romanov-aanhangers aan het worden was. En nu staat daar een heel grote kerk, veel te nieuw en veel te glimmend, met eromheen een boel doeken en banieren met Nicolaas, Alexandra en hun kinderen (de namen van de dochters kan ik maar niet onthouden). Ik begrijp de tragedie, maar dit werd zo wel heel nadrukkelijk een 'thema-kerk'.

Er was in de kerk juist tijdens mijn verblijf iets gaande met relikwieën (niet van de Romanovs) die bezocht konden worden. Er stond een enorme rij gelovigen met wie ik - hopelijk wordt het me vergeven - ook al geen band voelde. Al die vrouwen met een hoofddoek - het maakte me er niet vrolijker op. 

--------------

Nou, nog maar wat foto's dan.

Wie het woord 'afzichtelijk' geïllustreerd wil zien ... Rechts het Jeltsin Centrum, met een verrassend goede boekwinkel.

En toen kwam het plots toch nog een beetje goed tussen Jekaterinburg en mij, dankzij deze twee straatmuzikanten. Mijn aandacht ging natuurlijk eerst uit naar de drummer (een collega, zeg maar), die maar één arm leek te hebben. Dat had ik mis, hij gebruikte er eentje om ook iets op een toetsenbord te doen. Ik had me alweer omgedraaid, toen ze een nummer inzetten waar mijn hart een sprongetje van maakte. 

Toen ze uitgespeeld waren, vroeg ik of ze de tekst ook kenden. Nee, die hadden ze nooit gehoord. Ik vertaalde de eerste paar regels en daar werden ze erg vrolijk van. Ik deed een redelijk ruime financiële bijdrage in de doos en liep met iets lichtere tred naar mijn sombere hotel.   

-------------

Over een week brengt mijn reis mij opnieuw naar Jekaterinburg. Dat ik daarnaar uit kijk, kan ik niet zeggen, maar ik zal de stad een nieuwe kans geven. Misschien lukt het me om de toren van het Dinamo-gebouw te beklimmen. Dat zou enorm helpen.  

Het blauw-witte Dinamo gebouw uit 1934, met fijne nieuwbouw erbij. ("Dan doen wij ook zo'n leuk torentje erop", zullen die nieuwbouwers gedacht hebben. Stelletje idioten.)

Het Djatlov-mysterie – na 55 jaar nog onopgelost. Hoe kwamen negen jonge expeditieleden in de Oeral aan hun einde? Was het een lawine, waren het de Mansi, of toch de CIA? – Deel 4 (slot).

Links Ljoeda Doebinina

Aleksjej Rakitin schreef een uitputtende studie over de nooit opgehelderde dood op 1 februari 1959 van negen jonge expeditieleden in de Oeral.  Zijn versie van het drama, uiteengezet in het boek Pereval Djatlova (De Djatlov Bergpas): het betrof een mislukte ‘dubbelspel-operatie’ van de KGB, waarbij de negen leden van de Djatlov-groep om het leven werden gebracht door gedropte Amerikaanse agenten.

Heeft Rakitin het bij het rechte eind? De puzzelstukjes, uitgestrooid over de 670 pagina’s, passen in elk geval, verzinsels of niet, mooi in elkaar. De Djatlov Bergpas is fascinerend, al doet de af en toe drammerige stijl afbreuk aan het boek. Een eerder op internet verschenen, beknopte versie riep veel reacties op. In het veel uitgebreidere boek dient Rakitin zijn tegenstanders helder, maar niet overal even subtiel, van repliek. Hieronder nog enkele punten uit de omvangrijke ontrafeling van het mysterie volgens de versie van Rakitin (zie ook aflevering 1, 2 en 3).

De Verenigde Staten waren in de jaren vijftig zeer geïnteresseerd in verschillende plutoniumfabrieken in de Oeral. Op jacht naar grond- en watermonsters, waaruit stralingsgegevens konden worden gedistilleerd, werden agenten gedropt. Het Sovjet-luchtruim – hier schopt Rakitin hard tegen de schenen van Sovjet-adepten – was in die jaren zo lek als een mandje. In de jaren vijftig (Rakitin baseert zich op Amerikaanse bronnen) vonden duizenden spionagevluchten plaats.   

Droppings van een of meerdere agenten waren in de jaren vijftig evenmin een uitzondering. Openbare bronnen maken melding van “tientallen ontmaskerde spionnen”, van wie een aantal via de lucht de USSR was binnengekomen. Hoeveel spionnen veilig zijn ontkomen, dat kan Rakitin natuurlijk niet met zekerheid zeggen. Hij houdt het op honderden. Maar – die vraag dringt zich meteen op – hoe konden die dan ontkomen?   

Daar heeft Rakitin een antwoord op. De Amerikanen gebruikten een systeem, ontworpen door ene Robert Fulton. Kort samengevat: de agent neemt plaats in een gedropte capsule, laat een heliumballon met snoer op, vastgemaakt aan de capsule, een evacuatievliegtuig-met-haak tilt de capsule van de grond en haalt haar binnen. Dergelijke evacuatievliegtuigen, met een bereik van 7.000 kilometer, waren gestationeerd in onder meer Turkije en Noorwegen. Rakitin baseert zich hierbij op de Amerikaanse historicus Curtis Peebles, wiens status ik niet ken. Volgens Peebles vonden de laatste evacuaties uit Sovjet-grondgebied plaats in de zomer van 1963.

De groep expeditieleden, onder wie in elk geval één en vermoedelijk drie KGB-medewerkers, had kleding bij zich die licht besmet was met straling (zie aflevering 3). Deze moest overhandigd worden aan de gedropte, onder emigranten gerekruteerde agenten. De Amerikaanse geheime dienst moest het idee krijgen dat zij in de Oeral een betrouwbaar contact had, dat vervolgens door de Russische zijde als doorgeefluik voor desinformatie kon dienen.

De ontmoeting liep uit op een drama, waarschijnlijk, volgens Rakitins uitleg, doordat de buitenlandse  agenten het bedrog in de gaten kregen. De complete groep (waarvan de meerderheid geen idee had in wat voor ‘spel’ ze waren beland) werd vermoord. Aan de hand van de forensische gegevens, beschikbare foto’s, het onderzoeksrapport van het Openbaar Ministerie en verklaringen die buiten dat rapport zijn gebleven, beschrijft hij de laatste paar uur uit het leven van de negen jonge expeditieleden.

Reddingsploeg op zoek naar sporen van de Djatlov-groep

Om geen overduidelijke sporen na te laten, gebruikten de aanvallers geen wapens. De Djatlov-groep, onder dwang gedeeltelijk ontkleed, werd de sneeuw ingejaagd, in de ogen van de agenten een zekere dood tegemoet. Daarbij vielen rake klappen, waarbij enkele expeditieleden aan de controle van de aanvallers wisten te ontkomen. Enige tijd later maakte het schijnsel van een klein vuur een eind verderop duidelijk dat de ontkomen expeditieleden zich niet zo maar aan de dodelijke kou wilden overgeven. De aanvallers gingen op het vuur af, waar zij slechts drie van hun slachtoffers aantroffen. Onder hen Ljoeda Doebina. Om haar aan het praten te krijgen (waar zaten de anderen die waren ontkomen?), werden haar ogen uitgedrukt en haar tong uitgerukt. Zonder vuur en onvoldoende gekleed waren de leden van de Djatlov-groep, voor zover op dat moment nog in leven, kansloos.


De begrafenis van vier expeditieleden van de Djatlov-groep. Sverdlovsk, 9 maart 1959.

En tenslotte: wie is Aleksej Rakitin, de schrijver van de omvangrijkste studie over de Djatlov-groep? Hier begint een nieuw mysterie, waarbij ik niet al te lang – ik moet ook verder met m’n leven - stil wil staan. Ik heb uiteraard gezocht, maar niks over hem kunnen vinden. Als ik het goed begrijp, ontbrak hij zelfs bij de presentatie van het boek. Op internetforums wordt – tevergeefs - gevraagd om informatie over hem en natuurlijk wordt er ook meteen – naar goed Russische gebruik - druk gespeculeerd. Zoveel kennis over zulke uiteenlopende onderwerpen, en dat allemaal in zo’n dik boek … Dat kan nooit door één persoon geschreven zijn!  

Het Djatlov-mysterie – na 55 jaar nog onopgelost. Hoe kwamen negen jonge expeditieleden in de Oeral aan hun einde? Was het een lawine, waren het de Mansi, of toch de CIA? – Deel 3.

Wie zich een beetje wil verdiepen in het Djatlov-mysterie (en Russisch leest), kan beter maar meteen flink doorpakken en het vorig jaar verschenen boek Pereval Djatlov (De Djatlov Bergpas) van Aleksej Rakitin ter hand nemen. Uiterst gedetailleerd gaat hij in op de omstandigheden waaronder negen jonge expeditieleden op 1 februari 1959 in de Oeral de dood vonden. (Zie hierover deel 1 en deel 2.)

Een belangrijk onderdeel van Rakitins studie zijn de forensische rapporten die kort na de vondst van de negen lijken zijn opgesteld. Daarbij blijft de lezer weinig bespaard. Los van citaten uit de rapporten, bevat het boek talrijke, nogal lugubere foto’s van de lijken. Tekeningen van skeletten, mét de precieze locaties van de verwondingen, maken het beeld compleet.

Hoewel nergens iets over Rakitins achtergrond wordt vermeld (over dit punt later meer), wekken zijn beschrijvingen de stellige indruk dat hij, waar het forensisch onderzoek en lijkschouwingen betreft, weet van de hoed en de rand. Zijn conclusie is eenduidig: de verwondingen, variërend van gebroken ribben, een kapotte neus, een beschadigde schedel (“door een stomp voorwerp”) en een ontbrekende tong, kunnen uitsluitend door mensenhanden zijn toegebracht.

Wat die ene tong betreft (een van de meest besproken details in alle theorieën) maakt hij wel een voorbehoud: uit het rapport betreffende de stoffelijke resten van de ongelukkige Ljoeda Doebina valt niet op te maken wat daarmee is gebeurd. Muizen eten niet van bevroren lijken en treffen ze een nog niet bevroren lichaam, dan doen ze zich – net als ratten – veel eerder tegoed aan uitstekende delen, zoals de neus en de oren, aldus Rakitin. En bovendien: waarom ontbrak alleen bij Doebina de tong? Doebina miste overigens ook beide ogen. Wat daarmee is gebeurd, is volgens Rakitin wel duidelijk: die zijn uit de kassen gedrukt.

De meest genoemde verklaring voor de dood van de expeditieleden is een lawine. Rakitin komt met negen punten die deze versie volgens hem onderuithalen. Ik noem er een paar. De simpelste: niemand die in februari en maart 1959 – als redder of onderzoeker – op de plaats des onheils was, heeft sporen van een lawine gemeld. Naast de tent stonden skistokken gewoon nog overeind, onbeschadigd. Maar ook zijn het de verwondingen, aldus Rakitin. Die van Ljoeda, bijvoorbeeld. Haar gebroken ribben zijn het gevolg van “tenminste tweemalige uitoefening van een flinke kracht bij verschillende posities van het lichaam”. Een lawine, die twee keer over iemand heen raast?

 

Rakitin schrijft niet alleen als een expert over forensische zaken, ook in de geschiedenis van de KGB is hij thuis. Op dat terrein komt hij met gegevens die – naar mijn idee ook weer zeer overtuigend - duidelijk maken dat een van de drie van de omgekomen leden van de Djatlov-groep hechte banden had met de geheime dienst: Semjon Zolotarjov. Van hem weet Rakitin het zeker, bij twee anderen (Aleksandr Kolevatov en Georgi Krivonisjtsjenko) houdt hij nog een kleine slag om de arm.

Semjon Zolotarjov

Rakitin ziet in de levensloop van Zolotarjov een hoop eigenaardigheden. Hij wijdt er een compleet hoofdstuk aan. In één alinea samengevat: tijdens de Tweede Wereldoorlog wisselde Zolotarjov als ‘eenvoudige’ sergeant aan het tweede Wit-Russische front opvallend vaak van eenheid. Een dergelijke beweeglijkheid (in combinatie met tal van andere eigenaardigheden die Rakitin noemt) kan maar één ding betekenen: Zolotarjov voerde opdrachten uit voor de contraspionagedienst SMERSJ. Na de oorlog volgen meer eigenaardigheden. Hij belandt op het hoog in aanzien staande Instituut voor Lichamelijke Opvoeding in Minsk, een opleiding die voor hem – was hij een gewone student geweest – onbereikbaar zou zijn geweest. Hij studeert er ook nog eens af aan de ‘spetsialnyi fakoeltet’. Op dergelijke faculteiten kreeg men vaardigheden bijgebracht voor speciale, geheime operaties. Als ‘sportinstructeur’ reist Zolotarjov vervolgens in de jaren vijftig duizenden kilometers door het land – onbestaanbaar in die tijd voor een eenvoudige Sovjet-werknemer.

Officier van justitie Ivanov

Officier van justitie Ivanov

De lezer van Pereval Djatova weet op dit punt al van een andere eigenaardigheid. In mei 1959, kort nadat de laatste lijken zijn geborgen, worden de lichamen en de kleding van de Djatlovgroep onderzocht op straling. Hoogst ongebruikelijk, en iets wat officier van justitie Ivanov alleen maar kan hebben laten doen op bevel van hogerhand. Op de kleding (en níet in de grond- en watermonsters van de plekken waar de lijken zijn aangetroffen) worden sporen van radio-activiteit gevonden …

Kort daarna wordt het onderzoek, bijna inderhaast, afgesloten. De vage conclusie luidt (zie aflevering 2) dat de negen leden van de Djatlovgroep zijn omgekomen door een “oncontroleerbare kracht die zij niet de baas konden worden”.

 

Wordt vervolgd

(Hier aflevering 1, 2 en 4.)