duitsland/rusland

Carl Zeiss Jena, Soldaat van Oranje en Stalins planetarium

————————

———————-

Het gebeurt niet vaak dat ik op dit weblog met een primeur kom, maar nu heb ik er toch eentje. En niet zo’n kleintje ook! Want u bent natuurlijk, net als iedereen in Nederland, naar de musical Soldaat van Oranje geweest. En u hebt zich daar ook verlustigd aan dat ingenieuze mechanisme waarmee de hele tribune een paar slagen opzij wordt gedraaid. Nou , ik kan u zeggen dat ze dat bij die Oranje-musical niet zelf hebben bedacht: ze hebben dat ideetje gejat van het planetarium in Wolgograd. 

Kijk maar naar dit filmpje. Ik maakte het, terwijl ik luisterde naar de uitleg van de gids, waar ik weinig van begreep. Al pratend zette hij een mechanisme in werking en om me heen kwam de boel in beweging. Boven me verschoof het dak, onder me ging de vloer omlaag, en dat alles werd begeleid door een indrukwekkend geratel. Soldaat van Oranje!, dacht ik meteen, hier hebben ze dat vandaan!


De gids, een aardige jongeman, praatte maar door over lenzen en hemellichamen, maar ik werd  nog erger afgeleid, nu door het plaatje op die telescoop: Carl Zeiss Jena. Mijn geheugen is voor een vrij groot deel gestructureerd langs voetballijnen en ik wist meteen: die hebben tegen Ajax gespeeld, Oost-Duitsland.

Het klopte. En niet alleen die telescoop kwam uit Oost-Duitsland, nee het hele planetarium was indertijd, begin jaren vijftig, met Oost-Duits geld gebouwd; een geschenk van de arbeiders aldaar. Het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat een vrij groot aantal van die arbeiders een jaar of tien eerder nog half Rusland in puin hadden geschoten.

Even had ik nog de hoop op een tweede, veel grotere primeur. Was dat indrukwekkende apparaat van de firma Carl Zeiss, die telescoop, misschien oorlogsbuit geweest, meegenomen door het Rode Leger uit het verslagen Duitsland, uit Jena om precies te zijn? En was dat mooie verhaal van dat geschenk misschien bedacht en bedoeld om dat te verdoezelen? Want dat zou toch raar zijn geweest, dat Jena, in het nieuwe Oost-Duitsland, had geholpen om een planetarium te bouwen rond een telescoop die als oorlogsbuit uit het oude Jena in Rusland was beland. 

Ik waagde er een mailtje aan aan de firma Carl Zeiss. Ik vermeed het woord ‘oorlogsbuit’ en vroeg alleen of zij mij konden zeggen wanneer de telescoop van het planetarium in Wolgograd was gemaakt. Ik kreeg een helder antwoord:

“Sehr geehrter Herr Hartman,

ohne Seriennummer ist eine genaue Datierung leider schwierig.
Aus den hier vorhandenen Unterlagen geht hervor, dass die Geräte für das Observatorium in Wolgograd im Dezember 1951 versandfertig waren und im Juni 1952 in Stalingrad angekommen sind.

Ich hoffe, das hilft Ihnen etwas weiter.

Mit freundlichen Grüßen
Frau  Marte Schwabe”

Ik stuurde een vriendelijk bedankje aan Frau Schwabe, waar bij ik onvermeld liet dat ze me van een prachtige primeur had beroofd.

Er kringelde nog een ander vraagje rond: waren er misschien Duitse krijgsgevangenen ingezet bij de bouw van het planetarium? Dat zou kunnen, die werden her en der in de USSR als bouwvakkers gebruikt (door Duitsers gebouwde huizen uit die tijd pik je er zo uit) en de laatste krijgsgevangenen keerden pas in 1955 terug naar huis. Maar over de geschiedenis van het bouwwerk las ik: “Für die Bauarbeiten sammelte man in Jena 1.350.177 Mark, die im Januar 1950 auf dem Konto der eigens eingerichteten Stiftung eingingen. Mehr noch, auch die Baupläne und teilweise Bauarbeiter für das Projekt an der Wolga kamen aus Deutschland ebenso wie – in mehr als 260 Güterwaggons – die gesamte technische Ausrüstung.” (cursivering uiteraard van mij – EH)

 Dat in Stalingrad Duitsers uit Oost-Duitsland zij aan zij met krijgsgevangen uit het Duitsland van voor de deling muurtjes hebben staan metselen, lijkt me niet erg waarschijnlijk.

En dan Stalin – die kan hier niet onvermeld blijven. Dat hele planetarium in Wolgograd was namelijk bedoeld als cadeau van de Oost-Duitse arbeiders voor diens 70ste verjaardag. (Voor diezelfde verjaardag kreeg Stalin van de C.P.N.-afdeling in het Friese Houtigehage een paar klompen, te bezichtigen in het Stalinmuseum in Gori.) De partijleider heeft de opening van zijn cadeau niet meer mogen meemaken; hij overleed in 1953. Hij is wel nog nadrukkelijk aanwezig in de hal ervan.

De jongeman die mij alles had verteld over de telescoop, vertelde ook nog dat Stalins ingelijste beeltenis begin jaren zestig was weggestuukt en in 1992 weer tevoorschijn was gehaald. Voor die laatste handeling gebruikte hij een prachtig werkwoord, een met een prefix uitgebreide vorm van штукатурить, die ik meteen had moeten opschrijven, want nu ben ik hem vergeten. De hele hal en entree zijn trouwens prachtig, voor mij minstens zo boeiend als die telescoop met dat Jena-plaatje. Wie een zwak heeft voor Sovjet-kunst en -vormgeving uit de jaren vijftig moet echt naar het planetarium van Wolgograd.

De C tussen de lampen op de laatste foto verwijst naar Stalin, het getal 70 naar zijn verjaardag. Het beeld boven op de koepel hieronder was het laatste werk van Vera Moechina.

Foto: A. Savin, Creative Commons

De Madonna van Stalingrad is in goede Indonesische handen

——————

Laurentius Lemdel

——————-

Zondagmorgen half tien, Wolgograd. Het is al warm, heel warm. Het is mijn laatste dag in de stad, aan het eind van de middag vertrek ik met de boot richting Astrachan. Ik loop over de Communistische straat, in het centrum, naar de Praagse straat, naar de katholieke kerk aldaar, en ben een beetje boos op mezelf, want bijna was ik haar vergeten: de Madonna van Stalingrad.

De Madonna van Stalingrad in Berlijn

Een dag eerder was ik haar verhaal weer tegengekomen, het verhaal dat ik nota bene zelf een kleine tien jaar geleden op dit weblog had verteld: van de Madonna, getekend door een Duitse priester/arts in december 1942, speciaal voor Kerstmis, tijdens de Slag om Stalingrad. De tekening belandde nog in Duitsland, Kurt Reuber, die de tekening maakte, niet meer. Hij overleed in 1944 in een krijgsgevangenenkamp in Jelaboega. De Madonna van Stalingrad hangt sinds 1983 in de Berlijnse Gedächtniskirche.

Een foto van de begraafplaats in Jelaboega en van Kurt Reuber kwam ik tegen in het Museum Herinnering, in het centrum van Wolgograd (een klein, behapbaar filiaal van het grote Museum-Panorama). En het schoot me te binnen: een kopie van Reubers Madonna hangt hier in de katholieke kerk! Die werd in 1992 aan de kerk geschonken als symbool van verzoening. Daar moet je nog wel naartoe! Er was gelukkig nog tijd en de volgende dag was een zondag, dat kwam mooi uit.      

Om 11.00 uur zou de dienst beginnen, had ik op de site van de kerk gezien. Als ik nou een beetje vroeg ben, dan kan ik rustig rondkijken zonder de kerkgangers te storen, zo was het plan – en dat pakte goed uit. De kerk was al open. Er zat iemand te bidden en een vrouw was bezig om bloemstukken voor het altaar te zetten. En ja, daar hing ze, achter dat altaar: de Madonna van Stalingrad… In kleur, en dat verraste me, want ik kende alleen de originele tekening, en die was gemaakt met houtskool. Ik ging achterin op een bankje zitten, tegen de zijmuur, en probeerde me te verplaatsen in Kurt Reuber en in de omstandigheden waarin hij had zitten tekenen. “LICHT, LEBEN, LIEBE”, had hij naast zijn Madonna geschreven. Dat waren nou niet precies de dingen waarmee de Duitsers naar Stalingrad waren opgetrokken. 


Tussen de kerkbanken door kwam een vrouw op me af. Was ik hier voor het eerst?, vroeg ze. Ze vertelde over de geschiedenis van de kerk, hoe die zwaar had geleden in het Sovjetijdperk en hoe het gebouw in de jaren negentig met hulp uit onder meer Duitsland en Oostenrijk weer helemaal was opgeknapt. Terwijl ze dat vertelde, zag ik een donkere man binnenkomen met een kerkgewaad onder de arm. De priester, begreep ik. Uit Afrika, concludeerde ik meteen. Dat was geen onlogische gedachte, maar ik had het mis. Hij kwam uit Indonesië, zei de vrouw. “Komt u maar mee, hoor, dan stel ik u even aan elkaar voor.”

Laurentius Lemdel heette hij, en wat een aardige man! Eind jaren negentig was hij naar Rusland gekomen. In Moskou had hij Russisch geleerd, in Vologda had hij gediend en sinds 2013 was hij verbonden aan de katholieke kerk van Wolgograd, waar hij woonde in een flatje aan de overkant van de straat. Een uitgebreid gesprek zat er niet in, zo kort voor de dienst. Wilde ik die misschien bijwonen? Ik was van harte welkom. Ik sloeg de uitnodiging af en daar heb ik spijt van. De kans dat ik ooit nog een kerkdienst zal bijwonen met zicht op de Madonna van Stalingrad is niet zo groot.

Een toelichting hangt in het halletje van de kerk

De katholieke kerk diende in de Sovjettijd onder meer als onderkomen voor de club van spoorwegpersoneel. Bron.

De kerk nu. Bron.