Bericht uit Osjevensk, nabij het dode dorp Chaloej

————————

Het dorpje Osjevensk, gelegen in de provincie Archangelsk. Je komt er met de nachttrein uit Moskou of Sint-Petersburg en dan is het nog een uur of twee met de auto. Eerst een uurtje over redelijk asfalt tot aan Kargopol, daarna over een soort weg die in het Russisch groentovaja wordt genoemd - geen zand, geen grind, iets ertussenin, en met veel gaten. De borden langs de weg staan er hoog, vanwege de sneeuw in de winter - ze moeten wel zichtbaar blijven.

Ik zit hier inmiddels vier dagen en heb er nog vier voor de boeg. Het zal niet mijn laatste bezoek zijn aan dit dorp. Komend jaar, te beginnen in februari, hoop ik hier nog een aantal keren te verblijven, en wie weet het jaar daarna ook nog, om te werken aan een foto- en verhalenproject. Daarin staat het huis centraal dat de Moskouse Olesya Belova deze zomer kocht in Pogost, een gehucht dat valt onder de administratieve eenheid Osjevensk. Niet als datsja, niet als zomerhuisje, maar als permanent onderkomen. Moskou moe, koos ze voor een nieuw bestaan - dat vooralsnog bestaat uit flinke herstelwerkzaamheden. Zestig procent van het houten huis was in slechte staat.

Het lot van het huis is inmiddels onlosmakelijk verbonden met dat van Olesya. Daarom zal ook zij centraal staan bij mijn foto’s en verhalen. Waarbij het lastig zal zijn om me tot haar en het huis te beperken. Er is zo veel om te laten zien, zo veel om te vertellen. 

Chaloej

Ik wandelde Osjevensk uit en kwam na een minuut of twintig bij het dorpje Chaloej. Het zag er mooi uit, van een afstandje, met een houten kerkje. Maar het dorpje is dood. Nou ja, er wonen nog vijf, zes mensen. Verder is er niks, helemaal niks, alleen vervallen, verlaten houten huizen, ooit door mensenhanden gebouwd. Eentje van de inwoners was ik tegengekomen, nog in Osjevensk. Tamara Tsjirkina heette ze. Ze had een witte zak bij zich, waaruit klaaglijk gemiauw klonk. “Ik ben twee dagen bezig geweest om hem te vangen”, zei ze. Tamara was aan het verhuizen, tijdelijk, voor de winter, uit het dode Chaloej naar het nog levende Osjevensk.  

Tamara Tsjirkina