Hoe lang staat de Moskouse toren van Sjoechov nog overeind?

(Eerste publicatie: 12-3-2009)

Voor ingenieur Vladimir Sjoechov (1853-1939) werd in Moskou vrij recent een monument opgericht, maar een door hemzelf opgericht monument in de hoofdstad dreigt om te vallen.

Met spoed is drie miljoen dollar nodig voor herstelwerkzaamheden aan de befaamde radiotoren aan de Oelitsa Sjabalovskaja. Vorig jaar al werd de noodklok geluid. “Nog een tijdje doorpraten over het lot van de toren en er val niks meer te redden”, schrijft het weekblad Itogi nu.

De door Sjoechov ontworpen radiotoren werd op 19 maart 1922 in gebruik genomen. Aanvankelijk zou hij 350 meter hoog worden, maar door metaalgebrek (het was burgeroorlog) werd dat slechts 148,5 meter. Door de toevoeging van twee traversen en een vlaggenstok werd de uiteindelijke hoogte 160 meter. Sjoechov bouwde in Rusland (naast tal van andere contructies, zoals het dak van het warenhuis GUM) zo’n tweehonderd vergelijkbare torens, waarvan er negen bewaard zijn gebleven.

In 1971 kreeg de toren een betonnen voet, maar sindsdien is er niets meer aan het gevaarte gedaan. “De Eiffeltoren krijgt elke vijf jaar een nieuwe deklaag, drie tot vijf procent van de constructie wordt vernieuwd met inachtneming van de technologie van de grote Eiffel”, vertelt Sergej Arsenjev, vice-voorzitter van de Sjoechov Toren Stichting.

De federale overheid, om precies te zijn: het “Russisch Teleradio-uitzendnet”, is eigenaar van de toren. Die organisatie heeft geen geld. De toren overhevelen naar de gemeente Moskou, zou een uitweg kunnen bieden. Maar of de federale overheid daarvoor voelt, is zeer de vraag. De grond rond de toren is veel geld waard, dus zegt die overheid: dat blijft van ons! Ontwikkeling van het terrein (er zou een toeristencentrum kunnen komen, een Sjoechov-museum), inclusief een gedegen restauratie van de toren, lijkt voorlopig echter niet haalbaar. De federale overheid heeft momenteel al genoeg financiële molenstenen om haar nek hangen.

 Vladimir Sjoechov (1953-193)

Vladimir Sjoechov (1953-193)