Poetin en Pussy Riot: de kleinheid van een KGB-korporaal

(Eerste publicatie: 19-9-2012)

president Poetin KGB Pussy Riot civil society oppositie

Afgelopen vrijdag werden drie vrouwelijke leden van de punkband Pussy Riot door de Russische inquisitie veroordeeld tot twee jaar strafkamp. Hun misdaad: met een liedje in de kerk de Heilige Maagd verzoeken of ze president Poetin wil verjagen.

Sinds dat vonnis moet ik steeds terugdenken aan een voorval van een jaar of tien geleden. Ik liep op de Nevski Prospekt in Sint-Petersburg. Het was zo’n avond in mei, waarop je opeens zeker weet: de winter is voorbij en het wordt een mooie zomer. Zo’n honderd meter bij me vandaan stonden twee meisjes te praten met een agent, en ik zag meteen: dat zijn geen Russinnen. Even later liep ik ze voorbij en op hun rugzakjes zag ik een Canadees vlaggetje.

Hoe kon ik die twee, op honderd meter afstand,  meteen onderbrengen in het vakje ‘niet-Russisch’? Doordat ze iets uitstraalden wat je bij Russen niet snel zal aantreffen in hun contacten met vertegenwoordigers van de staat. Het was de manier waarop die twee Canadese meiden daar stonden: vrij, onverveerd, onbevangen en niet bedacht op willekeur.

Dat laatste is het sleutelwoord in Rusland, al eeuwenlang. Elke Rus weet tot in zijn vezels: tegen willekeur van de staat ben je uiteindelijk machteloos. Een ambtenaar, een inspecteur, een agent op straat … Komt puntje bij paaltje, dan ben je als individu niet meer dan een kakkerlak. Wie daaraan twijfelt, leze de verslagen van het Pussy Riot-proces of verdiepe zich in de affaire Magnitsky

 Pussy Riot

Pussy Riot

De afgelopen paar jaar heeft zich in Rusland een omwenteling voorgedaan. Er is een groep burgers komen bovendrijven, die elkaar – vooral via internet - bij de hand hebben genomen en zichzelf een stem hebben gegeven. Die mondige burgers hebben het gehad met de willekeur. En president Poetin, die oud-KGB’er,  is bang van ze. Sinds hij werd uitgefloten tijdens een prijsuitreiking bij een bokswedstrijd, vertoont hij zich nergens meer waar het gevaar bestaat van een niet te regisseren reactie van het publiek.

Poetin en zijn trawanten – velen van hen eveneens met een KGB-verleden – kennen alleen het recht van de sterkste. Voor Rusland, dat geen onafhankelijke rechtspraak heeft, is dat rampzalig. Niet in staat tot compromissen, reageren de machthebbers op elke uitdaging met dat eeuwenoude middel: repressieve willekeur. De meiden van Pussy Riot zijn nu het slachtoffer, het wachten is op de arrestatie van oppositie-blogger Navalny. En zo zal het Kremlin nog wel even doorvechten. Het weet zich geen raad met vrije, onbevangen Russen.   

Poetin is met zijn rug naar de mondige burger gaan staan en heeft zo een historische kans gemist. Waar hij had kunnen putten uit de positieve krachten van een opkomende civil society, is hij de strijd aangegaan. Dat is niet de grootsheid van een staatsman, het is de kleinheid van een gewezen KGB-korporaal. 

president Poetin civil society burgermaatschappij