De debuutroman van Goezel Jachina: hoe de Tataarse Zoelejcha zich onder Stalin van haar ketenen bevrijdt.

 Goezel Jachina

Goezel Jachina

Het lijkt ongepast: op een boek dat de ellende onder Stalin als decor heeft, het moderne etiket emanciepatieroman plakken. Toch is dat wat je kan doen met Зулейха открывает глаза (Zoelejcha otkryvaet glaza/Zoelejcha opent haar ogen), de debuutroman van Goezel Jachina. De Tataarse Zoelejcha, breekbaar en volgzaam, door haar tirannieke, doofblinde schoonmoeder steevast uitgemaakt voor natte kip, weet haar verbanning in de jaren dertig naar Siberië te overleven. Ze trotseert de zware omstandigheden, maakt zich los van haar geloof en bijgeloof en brengt aan de oever van de Angara een zoon groot.

Zoelejcha trouwt op haar vijftiende met de dertig jaar oudere Moertaza. Ze krijgt vier dochters, die allen overlijden. Wanneer in de winter van 1930 een groep soldaten, op zoek naar verborgen graan, Zoelejcha en haar man staande houden, wordt Moertaza voor haar ogen doodgeschoten. Zelf wordt ze uit haar dorpje met vele andere ‘koelakken’ afgevoerd naar Kazan. Het gevangenentransport staat onder leiding van Ignatov, de moordenaar van haar man.

Na een lang verblijf in de overvolle gevangenis volgt een maandenlang transport – ook weer met Ignatov als commandant - per trein en boot naar de Angara. Op het laatste stuk mag Zoelejcha als enige aan dek verblijven. Ze is zwanger (nog van Moertaza) en Ignatov, die af en toe last heeft van zijn geweten, gunt haar een plekje in de frisse lucht.

En dan neemt het verhaal plots een iets te theatrale wending. Het transport lijdt schipbreuk en wie haalt Ignatov nog net uit het water? Natuurlijk, Zoelejcha, die hij aan haar haren bijna van de bodem vist. Dan weet je: die twee krijgen iets met elkaar.

 De Angara

De Angara

En zo geschiedt. De gevangenen uit de regio Kazan, aangevuld met een groep intellectuelen uit Leningrad, worden gedumpt langs de Angara, waar ze met minieme middelen de winter moeten zien door te komen. Dat lukt, en meer dan dat: Zoelejcha brengt een zoon ter wereld. Er worden regelmatig nieuwe ‘volksvijanden’ aangevoerd en, met Ignatov aan het hoofd,  groeit de primitieve nederzetting, waar de omstandigheden zwaar zijn, maar lang niet zo zwaar als in een kamp, uit tot een redelijk functionerend dorpje, met een schooltje, een ziekenzaaltje en een club.

Zoelejcha werkt in de keuken (ze moet de apart wonende Ignatov elke dag zijn warme eten brengen) en blijkt uitstekend te kunnen jagen. Ze mag er met een geweer op uit en voorziet de keuken regelmatig van vers vlees. Uiteindelijk zwicht ze voor de charmes van de flink aan de drank geraakte Ignatov en brengt bij hem de nachten door. Ze zet hem vervolgens ook weer aan de kant. Ignatov, die haar man vermoordde, redt daarna nog wel haar zoon, die wil ontsnappen om in Leningrad naar de Kunstacademie te gaan. Ignatov voorziet hem van papieren en behoedt hem zo voor een onvermijdelijke arrestatie.

Jachina’s debuutroman is her en der lovend besproken en werd genomineerd voor meerdere prijzen. Deels begrijpelijk, hij bevat prachtige beschrijvingen, maar is af en toe wel érg theatraal. Soms lijkt het of Jachina bij het schrijven een toekomstig filmscenario in haar hoofd had. Zo gaat Zoelejcha bessen plukken in het bos. Ze heeft haar zoontje bij zich, dat zijn eerste woordjes maar niet wil zeggen en ook alleen maar kruipt. Plots ziet Zoelejcha Ignatov – dan nog gewoon de commandant - dreigend opdoemen. Voordat die zich aan haar kan vergrijpen, verschijnt er een beer ten tonele, die op Zoelejcha’s zoontje afgaat. Zoelejcha schiet de beer door het hoofd. Na het schot spreekt haar zoontje zomaar opeens zijn eerste woordjes, komt overeind en loopt op zijn moeder af … Had Jachina dit soort taferelen vermeden, dan had ik haar boek zonder voorbehoud aanbevolen.

Recensies in het Russisch hier en hier.  Recensie in het Engels: hier.