Berekenend en vilein ... Russische vrouwen schrijven over de Russische vrouw.

 Anna Andronova

Anna Andronova

Ik kwam het volgende Russische citaat tegen en raakte er een beetje door in verwarring:

“Op de moderne vaderlandse boekenmarkt bestaat een reeks ogenschijnlijk ijzeren en strikte regels. Een van de bekendste daarvan is: verhalenbundels worden weinig gekocht, daarom kan je die beter niet uitgeven.” 

Wat raar nu. Had ik niet net vijf Russische verhalenbundels ter lezing klaargelegd, recent uitgegeven (vier in 2015, één in 2014)? Klopte die bekendste ‘ijzeren en strikte’ regel wel? Of hadden we hier te maken met vijf dappere uitgevers die gewoon hun eigen gang waren gegaan en zich niks van wat voor regel dan ook hadden aangetrokken? Enige dapperheid kan een enkele van die uitgevers zeker niet worden ontzegd; ik had me wel zes keer bedacht voor ik de door hem bezorgde verhalenbundel op de lezer had losgelaten – maar daarover zo meteen meer.

Alle vijf bundels zijn geschreven door vrouwen, en dat leek me nou leuk: ik ga ze alle vijf lezen en dan eens kijken of ik iets van een lijn kan ontdekken. Hoe schrijven die vrouwen? (Zeer verschillend, kan ik u zeggen.) En vooral ook: wáár schrijven ze over? Vooral over vrouwen, vermoedde ik – en dat bleek te kloppen. En kon ik dan uit die vijf bundels  misschien nog iets leren over de Russische vrouw? Eh, tja. Nou, eh … Nu weet ik even niet wat ik moet schrijven, want erg goed komt die Russische vrouw er niet vanaf. Mag ik daar dan vérgaande conclusies aan verbinden over vrouwen in Rusland? Eigenlijk niet, natuurlijk, want we hebben hier te maken met literaire personages. En we weten allemaal: types met een vlekje eisen in de literatuur vaker de hoofdrol op dan engelachtige heldinnetjes.

Maar toch …

Afgaand op wat ik lees (mijn eigen ervaringen zijn beperkt), zijn Russische vrouwen in een permanent gevecht verwikkeld – vooral met elkaar, wel te verstaan. Berekenend en vilein, bedacht op verraad en gestuurd door de overtuiging dat de aanval de beste verdediging is. En dat alles – in de verhalen althans - in een tombola van gemiste kansen in de liefde en verspeeld geluk. Ach man, helemaal niet typisch Russisch, hoor ik mijn lezeressen denken. Misschien, maar ik vermoed toch dat het vrouwelijk venijn in Rusland scherper is dan wat ik in mijn eigen taalgebied meen waar te nemen. Een aparte rol is daarbij nog weggelegd voor de Russische moeder, die zich vol overgave bemoeit met het geluk van haar dochter (en zoon), met vaak desastreuze gevolgen. In veel van de verhalen die ik las, speelt de Russisch man (komt die ooit los van zijn moeder?) trouwens ook niet echt een glansrol, maar daar gaat het hier niet over.

Anna Andronova steekt met haar Chiroergitsjeski den met kop en schouders boven de andere vier schrijfsters uit. Vier sterren, wat mij betreft. Beklemmend is het verhaal Solovej, waarin drie vroegere studiegenotes anderhalve dag doorbrengen op een datsja. Andronova laat de drie beurtelings aan het woord, wat een ‘Decamerone-effect’ oplevert. Voelbaar neemt de spanning toe, wanneer zich een onvermoede band tussen de drie aftekent: dezelfde man – inmiddels overleden - heeft in ieders leven een belangrijke rol gespeeld. Niet minder beklemmend is Na obotsjine, waarin een jong echtpaar met peuter een bezoek brengt aan de moeder van de man, een paar uur rijden buiten de stad. Het bezoek verloopt desastreus, schoondochter en kind zijn niet welkom, maar op de terugweg voelt zij zich toch de winnares.

Waar Andronova mooi afgeronde verhalen aflevert, hebben Margarita Prosjina, Rada Polistjsjoek en Lera Manovitsj moeite met de berperkingen die het korte verhaal hun oplegt. (Helemaal eerlijk is de vergelijking niet, Andronova’s verhalen zijn een stuk langer). Te vaak zijn het niet meer dan schetsen en blijf je als lezer achter met de vraag: ja, en nu? Vooral de bundel Fortoeneta van Prosjina heeft hieronder te lijden. Die telt ruim 400 pagina’s, maar de verhalen die echt indruk maken, zijn op de vingers van een hand te tellen. Bij haar zijn wel de messen van de vrouwen het scherpst geslepen – dat dan weer wel. Ook in Polisjtsjoeks Zjitejskije istorii is het aantal echt pakkende verhalen te gering.

Met Pervy i droegije rasskazy komt Manovitsj na Andronova op de tweede plaats, al blijft ze ergens tussen de twee en drie sterren steken. Ook bij haar stuiten we weer op veel vergeefse hoop, vruchteloos gezoek en verloren illusies, samen te vatten in deze zin uit een gesprekje tussen een hij en een zij die elkaar zestien jaar niet hebben gezien: “Soms denk ik, dat als we toen op de Krim een ander huisje hadden gehuurd, het nu allemaal heel anders zou zijn.” Manovitsj zou meer de lengte op mogen zoeken. Nóg een verhalenbundel van haar zal ik niet lezen, komt ze met een roman, dan schaf ik die zeker aan.

Onder aan mijn lijstje eindigt Tatjana Zamirovskaja met haar bundel Vorobinaja reka. Die heb ik na dertig pagina’s terzijde gelegd; ik kwam er niet doorheen. 

(Een Russische recensie van de bundel van Andronova vindt u hier.)