Romantiek en arrestaties - het wederzijdse vlootbezoek van de Russische en Nederlandse marine in 1956 - 1

----------------

06-4474549-bezoek-russische-vlootsmaldeel.-kruiser-sverdlov-passeert-de-hoek-van-holland-20-juli-1956.jpg


“Saluutschoten daverden over Hoek van Holland.” Het is de onmiskenbare stem van Philip Bloemendal bij beelden uit het Polygoonjournaal van 23 juli 1956. Het saluut had drie dagen eerder weerklonken, toen drie schepen van de Sovjetmarine de Nieuwe Waterweg opvoeren richting Rotterdam. Rond diezelfde tijd voeren drie schepen van de Nederlandse marine in Rusland de Neva op om aan te leggen aan de kade in hartje Leningrad.

Het waren de kruiser Sverdlov en de torpedobootjagers Soerovy en Serdity die om acht uur ’s ochtends de Waterweg opstoomden. Het was het begin van een vierdaags bezoek, waarbij voor de bemanning onder meer Kinderdijk, Scheveningen en het Tsaar Peterhuisje op het programma stonden. Op de kade van Rotterdam werden de schepen verwelkomd door de commandant maritieme middelen de kapitein-ter-zee Derksema. Kinderen van de Russische kolonie in Nederland stonden klaar met bloemen.

De Russische commandant schout-bij-nacht Kotov liet op een persconferentie weten dat schepen als de Sverdlov eigenlijk alleen geschikt waren om bezoeken af te leggen. Het was een geruststelling die in elk geval de lezers van het Leidsch Dagblad goed konden gebruiken. Die kregen bij een kort berichtje over de aankomst van de marine-bodems op de voorpagina een foto te zien van een vervaarlijk ogend vliegdekschip, met opstijgend jachtvliegtuig en al; de Sverdlov, volgens de krant.

Het was nogal wat, zo’n vlootbezoek. Het eerste van de Sovjetmarine aan Nederland, en dan ook nog eens tijdens de Koude Oorlog. De schepen, eenmaal aangemeerd, konden bezocht worden, en daar werd druk gebruik van gemaakt. De bemanningsleden mochten – net als hun Nederlandse collega’s in Leningrad – overal rekenen op veel belangstelling. Om het contact met de plaatselijke bevolking te vergemakkelijken, waren de matrozen en officieren voorzien van een dun boekje, in linnen gebonden, met Nederlandse woorden en uitdrukkingen. In Scheveningen toonden de Russen zich volgens het Leidsch Dagblad (enkele dagen na de ongelukkige foto op de voorpagina) op de drukke boulevard in elk geval steeds bereid tot een praatje. “Een Nederlandse sigaret accepteerden zij graag, zij op hun beurt presenteerden Russische sigaretten met de bekende holle kartonnen mondstukken.”
 

Op het Binnenhof

Helemaal zonder incidenten verliep het vriendschapsbezoek niet. In een Rotterdams hotel werden vier Russen opgepakt. Het kwartet werd de grens overgezet met het consigne om gedurende het vlootbezoek niet meer terug te keren. Het waren leden van de NTS, een in West-Duitsland gevestigde anti-communistische emigrantenorganisatie. Ook zij hadden boekjes bij zich bestemd voor de bemanning. Dat was niks geen politiek, stelde de heer Krikorian van de NTS tijdens een persconferentie in Den Haag, enkele dagen na het vertrek van de drie schepen. De boekjes bevatten slechts wat adviezen, toeristische tips en een woordenlijstje, bedoeld om de Russen te helpen bij het leggen van contacten met de Nederlanders. Volgens de NTS waren de arrestaties verricht op verzoek van de Sovjet-ambassade in Den Haag. Een slechte zaak, aldus Krikorian, want op die manier kregen de Russische matrozen het idee dat ook Nederland een politiestaat was, waar je als emigrant niet veilig was.

De NTS had zich door de arrestaties overigens niet laten ontmoedigen. Er waren prompt andere leden naar Nederland gekomen en die hadden wel contact weten te leggen met bemanningsleden. Enigszins triomfantelijk weet Krikorian in de Provinciale Zeeuwse Krant te melden dat de bemanning van de Sverdlov op 23 juli daarom door eigen superieuren aan een inspectie was onderworpen. Drie opvarenden waren vervolgens vastgezet, zo had Kirkorian van twee andere schepelingen vernomen. Dezelfde Provinciale Zeeuwse Krant haalde “een Russische jonge vrouw” aan, een NTS-lid dat toch met Russen hadden weten te praten. Volgens de krant hadden bemanningsleden haar verteld dat “de lonen [in de USSR] te laag waren en dat deze zeker verdubbeld moesten worden, voorts, dat men in Rusland niet zo bang meer is als onder het bewind van Stalin, dat men meer vrijheid wil en vrije verkiezingen.”

Naast de NTS was er ook een Nederlandse organisatie geweest die enige agitatie onder de matrozen had overwogen: het Nationaal Comité tot bestrijding van Concentratiekampen. Het bestuur had de actie afgeblazen, toen duidelijk werd, aldus het Rotterdamsch Parool/De Schiedammer, “dat de Nederlandse regering niet graag zou zien, dat anti-communistische propaganda gemaakt zou worden tijdens het Russische, officiële bezoek aan Nederland”.

In de Rivièrahal van de Rotterdamse Diergaarde Blijdorp zal men van dit alles geen weet hebben gehad. Daar werd op een van de avonden tijdens het vlootbezoek een talrijk publiek vermaakt door een zang- en dansensemble van de Sovjet-marine, dat was meegekomen met de kruiser en de torpedobootjagers. Hoogtepunt was een mooie uitvoering van het oer-Hollandse volksliedje Daar was er eens een vrouw, die koeken bakken wou. De beelden (krachtige stem van de solist, prima uitspraak) haalden hetzelfde Polygoonjournaal als de saluutschoten bij Hoek van Holland. 

En hoe verging het ondertussen onze Hollandse matrozen in Leningrad? Ook daar bleken de contacten met de plaatselijke bevolking af en toe hartverwarmend. Waarover meer in deel 2.    

Nederlandse mariniers in Leningrad. (Zie het commentaar onder dit stukje.)