jaren 50

Maksim Gorki en Keith Moon in Astrachan

——————-

———————

Van tevoren had ik niet even gekeken welke tentoonstellingen er waren, in het Kunstmuseum van Astrachan. Vaznetsov zou ik er aantreffen, dat wist ik, en Repin, Malevitsj, Sjisjkin, Chagal. Waar ik me ook op verheugd had: de procedure van de kaartjesverkoop en de interactie met de dames op zaal. En ik werd niet teleurgesteld. Ik kreeg vier kaartjes, die dit keer langs een lineaal werden gelegd om uit het grote kaartjesboek te worden gescheurd - een vertrouwde variant van het kassa-ritueel in provinciale Russische musea. Er werd, en dat was wel nieuw, op elk kaartje ook met potlood een cijfer geschreven. Dat was voor de dame bij de ingang van elke afdeling, die zo kon kijken van welk van de vier kaartjes een smal strookje moest worden afgescheurd.  

Bij de afdeling op de tweede verdieping werd ik - nadat het bijpassende strookje netjes was verwijderd - overrompeld door wat ik zag: topstukken uit het socialistisch-realisme. Het museum in Astrachan bleek een tijdelijke tentoonstelling te huisvesten met de titel Stad van de zon - idealisme en realiteit, met werken uit de jaren dertig-vijftig. En er gebeurde nog iets zeer opmerkelijks: de dame die zojuist het strookje van mijn kaartje had afgescheurd, bood me de keus: ik kon links beginnen of met het zaaltje rechts. Zo veel vrijblijvendheid druist volledig in tegen de mores van musea in de Russische buitengebieden, en ik vroeg me af of de directie hiervan wist. Even later sloeg de dame trouwens een enorme flater - meer daarover zo meteen.

Hier staat ze, naast een schilderij van Viktor Midler uit 1930. En nu denkt u misschien dat daar ijshockey wordt gespeeld, maar dat is niet zo. Dit is bandy, met een balletje, een veel grotere ijsbaan en meer spelers. Er was een rondleiding gaande en de gids, petje af, deed het prima. Hij wist de aandacht vast te houden van de jongelui, die niet van een leeftijd waren waarop socialistisch-realisme doorgaans op veel belangstelling kan rekenen. Ze hadden alleen nooit van bandy gehoord.


Het langst stond ik stil bij het schilderij boven aan dit stukje, uit 1957, van Dmitri Nalbandjan, getiteld Ontmoeting van partij- en regeringsleiders met vertegenwoordigers van de creatieve intelligentsia. Want ik wilde natuurlijk kijken welke personen ik kon thuisbrengen. Chroesjtsjov uiteraard, en Brezjnev. Mikojan, Soeslov (?), Foertseva (?) … en, helemaal links, met die snor? Ik vroeg de kaartjescheurdame of zij misschien wist wie dat was. “Gorki”, zei ze meteen, zonder aarzelen. Ja, en ik ben Keith Moon, mompelde ik in gedachten. Ik zei dat niet hardop, want dat zou onaardig zijn geweest en ik denk ook niet dat ze enig idee had wie Keith Moon was. In plaats daarvan zei ik: “Maar dit schilderij is uit 1957, en toen was Gorki al een tijdje dood.” “Ja, dat weet ik verder ook niet. Wij zijn hier alleen om ervoor te zorgen dat niemand iets aanraakt”, antwoordde ze licht geagiteerd.

Ik liet haar verder met rust, maar bleef wel met een heleboel vragen zitten. Want wie waren dit nou allemaal? Dat ga ik uitzoeken, maar nu even niet. Het is hier in Astrachan veel te heet en ik verdwijn bovendien morgen de Wolga op en zit dan, vrees ik, twee etmalen zonder internet. En daarna ga ik naar Vlieland.  

———————-

En hier nog een detail van een schilderij uit 1937: Een vrije dag aan de Neva, van Ivan Petrovski. Niet iedereen was blij met die vrije dag. (Ik ben vergeten het hele schilderij te fotograferen, dat heb ik voor u even van internet geplukt.)

Chroesjtsjov op een driewieler en nog vrolijk zwaaiend - de voorlaatste serie Russische dia's van professor Hammond

----------------

Het was de laatste 1 mei-viering van Nikita Chroesjtsjov, althans, als partijleider. Het was in 1964 en een klein half jaar later zou hij terzijde worden geschoven. Dat zal toen, na zijn afzetting (het was vrij kort voor de herdenking van de Revolutie), aardig wat hoofdbrekens hebben opgeleverd bij degenen die moesten zorgen voor alle versieringen van de gebouwen en voor de juiste portretten tijdens de optochten. Een geluk bij een ongeluk was dat de portretten van Leonid Brezjnev, de opvolger van Chroesjtsjov, ongetwijfeld ook al rijk voorradig waren. De twee foto's hier zijn genomen op het Moskouse Manegeplein. Het gebouw waar de zwaaiende Chroesjtsjov aan hangt, is hotel Moskou. 

 

Dit is deel vier in een serie van vijf over de collectie dia's die de Amerikaanse professor Thomas Hammond maakte op zijn reizen door de USSR. Hier zat hij in het Moskouse Leninstadion, ik neem aan op een speciale tribune voor buitenlanders, vlak bij de (nogal Spartaanse) vip-tribune. Welk evenement hier gaande was, weet ik niet. De datering van de kleine 3.000 dia's ontbreekt in veel gevallen, maar deze twee zijn dus in elk geval gemaakt vóór oktober 1964.   

Het Paleisplein in Leningrad, vermoedelijk in 1957. Wie wil zien wat voor discussies de dia's van Hammond her en der losmaken, kan eens kijken op deze site, waar men het niet eens kan worden over het jaartal van bovengenoemde foto. Aan de hand van wisselingen in het politburo kan een redelijke schatting worden gemaakt, maar was het misschien toch 1958?
 

Het Congrespaleis in Moskou tijdens de pauze van een opera of toneelstuk, vermoedelijk in 1964. De collectie van Hammond bevat een groot aantal theaterfoto's. Ze zijn bijna alle van slechte kwaliteit (donker, onscherp), maar ongetwijfeld interessant voor kenners van Russische opera, toneel en klassieke muziek - waartoe ik mijzelf niet reken.
 

Professor Hammond ging regelmatig de stad uit. Te oordelen naar zijn foto's (er zijn vaak reisgenoten op te zien) en afgaand op de restricties voor buitenlanders in zijn tijd, zal dat steeds in gezelschap en onder begeleiding zijn geweest. Locatie en jaartal van de foto hierboven zijn onbekend, maar de letters юс op de vrachtwagen duiden op de provincie Moskou. 

----------------

Moskou, vermoedelijk 1964. Uit andere foto's op dit bewuste rolletje blijkt dat het hier een begrafenis betreft. Na de kerkdienst ging het op weg naar het kerkhof.
 

Deze verkoopster van limonade lijkt het niet op prijs te stellen dat ze wordt gefotografeerd. Ik vraag me voortdurend af bij het bekijken van Hammonds foto's: hoe werd er op hem, duidelijk een buitenlander, gereageerd, met zijn fototoestel? Er wordt volop vrijwillig geposeerd - vooral door kinderen - maar veel vaker lijkt hij snel en onopvallend te werk te willen gaan, wat ik me heel goed kan voorstellen. Zoals hieronder. We zien Hammonds schaduw met fototoestel, dat hij richtte op het smetteloos geklede paar in het midden. Had nou iets meer de tijd genomen, was ze achterna gelopen voor mijn part, dan had het een mooiere foto opgeleverd... Een nóg mooiere, moet ik zeggen, want qua tijdbeeld is deze natuurlijk toch gewoon erg fraai. (Het zal Fazil Iskander toch niet zijn, dacht ik nog even, maar nee, die was ten tijde van deze foto echt een stuk jonger.)   

---------------

Hier bracht Hammond, ongetwijfeld ook weer met een gezelschap, een bezoek aan een school. Zou het tijdens een Engelse les zijn geweest? Vast wel. De lerares lijkt op de bezoekster van een bibliotheek (welke?) hieronder, maar is het niet.  

----------------

De Moskouse paardenrenbaan. Ik verpeelde daar ooit, flink wat jaren later, heel wat geld. Vaders en moeders! Waarschuwt uw kinderen! Lees hoe ik daar op die renbaan het schip inging.

En bij de foto hieronder word ik toch weer een beetje boos op de professor. Had nou vijf stappen vooruit gedaan! Dan was dat paneel beter te zien geweest en ook die kinderwagen. Nou ja. Aardig is dat er twee nummers van National Geographic zijn met een artikel plus foto's van Hammond (september 1959 en maart 1966). Ik zou graag zien welke foto's daarvoor zijn gekozen, maar die nummers zijn online niet zo maar beschikbaar. Verder is opvallend dat een aantal foto's op Russische site zijn gezet, nadat ze ietsje zijn bewerkt. De foto van de portretten op het Leningradse Paleisplein hierboven bijvoorbeeld, die onbewerkt een stuk minder fris en helder is. Hopelijk maakt de University of Virginia, die de dia's in bezit heeft, daar ook nog een keertje werk van.  


Wordt vervolgd

Deel 1, deel 2, deel 3, deel 5.

De chaotische, fascinerende dia-collectie van professor Hammond - de USSR in de jaren 50, 60 en 70

-------------

De University of Viriginia beschikt over een doos met een kleine 3.000 dia’s, gemaakt in de jaren vijftig, zestig en zeventig in de USSR. Ze werden nagelaten door Thomas Hammond (1920-1993), professor geschiedenis en Russische studies. Hammond was een formele man, die altijd keurig gekleed ging en dat ook van zijn studenten verwachtte. In zijn werkkamer was alles wat minder strikt. Een oud-student schrijft:  “The office was stuffed with papers and books, and had that slightly stale, musty smell of not having been aerated in a few months. There were piles of stuff everywhere. No air conditioner.” Het moet haast wel of ook die doos met dia’s heeft in die werkkamer gestaan. Het was in die doos in elk geval net zo rommelig als in die kamer. 

De dia’s bleken ongeordend en slechts zeer summier voorzien van gegevens. Jaartallen ontbraken in veel gevallen en ook wat de locaties betreft was het vaak gissen. De University of Virgina heeft de dia’s gedigitaliseerd. Als ik het goed begrijp, is de complete verzameling enige tijd online beschikbaar geweest, maar de linkjes die op verschillende Russische sites staan, doen het geen van alle meer. Dientengevolge is het sprokkelen geblazen, voor wie Hammonds foto’s wil bekijken. Ze staan verspreid over het net en her en der zijn enthousiaste Russen druk bezig geweest om jaartallen en locaties toe te voegen. Uiteindelijk heb ik er een stuk of honderd geselecteerd. Daar weer een selectie van krijgt u in drie of vier afleveringen op dit blog voorgeschoteld – of misschien zet ik ze er wel allemaal op.

Een paar opmerkingen nog. Professor Hammond had een goed oog voor wat de moeite van het fotograferen waard was, maar hij was vervolgens in de meeste gevallen weer erg slordig (of gehaast: hij zal vaak onopgemerkt hebben willen blijven). Veel foto’s zijn onscherp of veel te donker. Ook de kwaliteit van de filmrolletjes lijkt nogal te verschillen. Dat is erg jammer, want met iets meer technische zorg en vooral ook aandacht voor compositie had hij menig dia naar een veel hoger plan kunnen tillen. Hoe dan ook, de collectie blijft fascinerend. Over Hammond als persoon en professor kunt u hier en hier meer lezen. En tenslotte, ik heb één grote schifting gemaakt: zijn foto’s uit Centraal-Azië blijven hier buiten beschouwing. Een groot aantal daarvan – misschien zijn ze het wel allemaal – vindt u hier.  

 Belangrijk ook: wat de juistheid van jaartallen en locaties betreft, geef ik geen garanties.    

Thomas Hammond voor het universiteitsgebouw op de Leninheuvels (op dezelfde dag als de skiwedstrijd?) en op zijn kamer daar.  

Fotografisch gezien zeker geen hoogtepunt, maar wat een fascinerend beeld. Hier, in Kiev, wordt een jongeman met naam en toenaam te kijk gezet. V.L. Pjatigorski blijkt een iets te groot enthousiasme aan te dag te leggen voor Westerse muziek en kledij. Om misverstanden te voorkomen staat zijn geboortejaar erbij (1940) en ook de naam en het adres van zijn werkgever: Gavrjoetsjas (een samentrekking, neem ik aan, van gravure en horloge) aan de Tsjkalovstraat 45. Iemand in Kiev, die kennelijk net zo geïntrigeerd was door deze karikatuur als ik, vond een foto van het bedrijfje. Het gedichtje meldt dat deze "gevoelige jongeling" alleen van import wil weten en voor het label "Made in USA" zijn vader en moeder nog zou verkopen. Hij werkte hier op de hoek:    


Deel 2.

En plots komt Paustovski voorbij, in de tram, in kleur, in het Moskou van 1956.

----------------

Ik had de documentaire weleens voorbij zien komen: Over Moskou en de Moskovieten (О Москве и Москвичах), uit 1956. Nogal oubollig, vanuit het heden gezien, grotendeels geënsceneerd, maar wel een prachtig tijdsbeeld en leuk om doorheen te spoelen. Alleen al die oude auto’s over die nog zo lege wegen! Het optimisme, elf jaar na de oorlog, drie jaar na Stalins dood! Alles zou nu alleen maar beter worden.

De hele documentaire heb ik nooit bekeken, maar ik stuitte op ruwe opnamen, en die heb ik wel vrij aandachtig bestudeerd. Wat wil je – ik kwam in het eerste fragment meteen al Konstantin Paustovski tegen, in kleur! Die beelden had ik nergens eerder gezien. De in Nederland geliefde schrijver (is er van een andere Sovjetschrijver meer in het Nederlands vertaald dan van hem?) maakt een ritje in de tram, praat wat met de conductrice en kijkt eens een beetje naar wat er op straat aan hem voorbij trekt. Je denkt dan meteen: zou hij dat gaan gebruiken voor een volgend boek?

Alle fragmenten hier zijn zonder geluid. De uiteindelijke versie, met geluid, vindt u onderaan. De film toont het leven van allerlei Moskovieten, van straatveger tot balletdanser, van bouwvakker tot intellectueel. Was de filmploeg met je op stap geweest, dan vormde dat nog geen garantie dat je ook in de film belandde. Zo zijn de opnamen met Paustovski uiteindelijk niet gebruikt. De reden daarvoor weet ik niet. Paste het gewoon niet in het script? Was er een ideologische achtergrond? Paustovski was geen kritiekloze meeloper (zie een recente column van Michel Krielaars in NRC Handelsblad) – speelde dat een rol? Hoe dan ook, Paustovski komt hieronder in beeld vanaf 1.43, eerst nog even in een auto, en daarna weer vanaf 2.28. (De grijze persoon die de eerste anderhalve minuut in beeld komt, is de schrijver Fjodor Gladkov.)              

----------------

De ruwe beelden voor de documentaire zijn in handzame brokjes beschikbaar, met beschrijving in het Russisch. Hieronder een selectie.
 

Het fascinerendste beeld van alles zijn misschien wel de mensen die aan het begin van bovenstaande opnames in de rij staan om hun naam laten noteren voor een nieuwe auto. Hoelang moesten ze daarna nog wachten? Ook dit heeft de eindversie van de documentaire niet gehaald. Dat er personenauto’s beschikbaar kwamen, paste wel in het beeld van vooruitgang, maar misschien wierp die lange rij toch iets te zeer een schaduw over het optimisme waarvan de film is doordrenkt. En aan het einde, die scholieren op het Rode Plein na hun eindexamen! Ik had graag willen zeggen dat onderstaand schilderij van Maj Dantsig dezelfde dag weergeeft, maar het dateert van twee jaar later. Nou, misschien maakte hij die avond in 1956 wel de eerste schetsen. Zolang het tegendeel niet bewezen is, ga ik daar mooi vanuit.  

-------------

Viervoudig olympisch turnkampioen Valentin Moeratov met echtgenote Sofja, tweevoudig olympisch kampioene. De clown die vanaf 1.12 in beeld komt is natuurlijk niet, zoals ik in de beschrijving las, mijn oud-collega Oleg Popov, maar Karandasj. Vanaf 3.20 onderneemt die enkele dieronvriendelijke pogingen om een zwijn te dresseren.
 

Franse piloten bij een ceremonie ter nagedachtenis aan het Squadron Normandië-Niemen, dat tijdens de oorlog in Rusland was gestationeerd. Vanaf 2.10 de Amerikaanse ingenieur George Morgan, die twintig jaar eerder betrokken was bij de bouw van de Moskouse metro. (Fraaie straatbeelden!) De man die op 6.44 op de Leninheuvels uit zijn tentje kruipt, is de Franse journalist André Orlon (Андре Орлон).   
 

Beter kon de vooruitgang niet geïllustreerd worden: bewoners van een oud houten huis verhuizen naar een modern flatje om de hoek. Nog eenmaal gaan ze samen met elkaar op de foto. Die foto, dat zou een mooi begin zijn geweest van een andere documentaire: hoe verging het hun de jaren erna?  

---------------------

De wijk Tsjerkizovo. Stadsuitbreiding.

---------------

En voor wie het leuk vindt om allerlei oude auto's (ik heb daar geen verstand van) over Moskouse kinderkopjes te zien rijden (vanaf 4.00): 

-----------

Hier de uiteindelijke versie. De inleiding (tot aan 4.50) kunt u rustig overslaan:

Hoe een KLM-echtpaar in het Moskou van 1959 Amerikaanse excuses kreeg aangeboden in de vorm van een fles champagne

------------

Dat zullen meneer en mevrouw Van Hijfte toch ook niet gedacht hebben, in 1959, in Moskou. Dat hun ontmoeting met de Amerikaanse journalist Harrison Forman geboekstaafd zou worden en via het notitieboekje van de Amerikaan bijna zestig jaar later zou belanden op dit weblog.

Forman bezocht in de zomer van 1959 enkele steden in de Sovjetunie. Vermoedelijk (zie mijn eerdere stukje over hem) in verband met de grote tentoonstelling van Amerikaanse consumptiegoederen in het Moskouse Sokolniki park. Hij maakte talloze foto’s van winkels en straatstalletjes om de Sovjet-economie de maat te nemen waar het goederen voor de gewone man betrof. Hij maakte aantekeningen en net als zijn foto’s zijn ook die online beschikbaar, al weet ik niet of al zijn aantekeningenboekjes bewaard zijn gebleven.

De waarde van Formans notities uit 1959 is bescheiden. Hij doet zijn best om in de weinige tijd die hem gegund is, zo veel mogelijk indrukken op te doen. Bij bezoeken aan bedrijven en instellingen noteert hij trouw de opgelepelde cijfers, maar zijn blikveld blijft beperkt tot wat de autoriteiten hem willen laten zien


In Moskou zoekt hij ’s avonds vertier in wat hij het “Amer. House” noemt. Dat kan niet anders dan Spaso House zijn, de woning van de Amerikaanse ambassadeur. En daar ontmoet hij een Nederlands echtpaar. Forman noteert:

“Amer. House only live spot in town. Only for foreigners, [onleesbaar] and personnel of foreign embassies, businessmen, etc. Jukebox. Bar. Bingo on Thursdays. Dance on Saturday  nights to wee hours with free hamburgers etc at midnight. Movies 3 nights a week. No Russ permitted enter by two Russ police outside who can spot Russ immediately. To avoid trouble, Amer. will ask a Russ to leave if manages to slip by Russ cops. I came with KLM local manager and Dutch wife. One of Amer. boys thought he’d brought in a Russ girl. Took KLM (Van Hifte) aside to ask him nationality of girl. When Van Hifte told him girl was his wife just arrived embarrassed Amer. sent bottle champagne to our table.”

Uiteraard was ik benieuwd naar dat Nederlandse echtpaar. Wat waren hun herinneringen aan die avond en aan Harrison Forman? Vluchtig onderzoek leverde op dat de KLM in 1959 een zekere E.R.J. van Hijfte in dienst had als leidinggevende van het “passagebureau” in Moskou – dezelfde persoon, ongetwijfeld. Ook kwam Rob van Hijfte bovendrijven, anno 2018 in dienst van de KLM. Mijn niet zo gewaagde veronderstelling dat we hier met een jonger famililied van het voormalig hoofd van het Moskouse passagebureau te maken hadden, bleek  juist. Een mailtje aan Rob leverde een reactie op van zijn ouders, tegenwoordig woonachtig in Zuid-Frankrijk. Mevrouw Van Hijfte, indertijd aangezien voor een "Russ girl", schrijft:

“Dat echtpaar in Moskou zijn wij inderdaad. Emile was van 1958 tot 1962 Passage manager voor KLM. (…) Of we Harrison Forman hebben ontmoet? Dat zal zeer zeker wel.

Het is even diep spitten in het grijze verleden. Het  voorval heeft zich waarschijnlijk afgespeeld in de besloten Amerikaanse club... Daar hebben we  veel  gezellige avonden doorgebracht . Helaas.....geen foto,s. (…) Hebben ,ook aan Moskou, heel fijne herinneringen. Was niet altijd eenvoudig, maar interessant... en... we waren jong!”

Het aardige aan Formans notities is dat ze af en toe te  koppelen zijn aan de foto’s die hij maakte.
 

Forman: “There is a a daily auto show at the Metropole. (…) Numerous American cars, always 1959 models. Fins and flat back trunk extensions fascinate Russ. (…)  A Chevie station wagon with exaggerated wings (…)  attracks most attention. Those wings especially puzzle them. “What purpose do they serve? Does the car and driver travel sof ast that need stabilizers?”

Meer over Formans aantekeningenboekje, en ook over zijn reis naar Rusland in 1939, in een volgend stukje.        

Potten, pannen, panty’s: de intrigerende foto’s die oorlogscorrespondent Forman in 1959 maakte in Sovjet-winkels

-------------

----------------

Een beetje raadselachtig is het allemaal wel; het soort foto’s dat de Amerikaan Harrison Forman in 1959 maakte in een aantal steden van de Sovjetunie, en dan vooral in Moskou. Forman (1904-1978), vooral bekend als oorlogscorrespondent, richtte zijn lens in de zomer van 1959 veelal op winkels en straatstalletjes. Hij moet eropuit zijn gestuurd met een specifieke opdracht, maar van wie kwam die dan? En waarom werd hij juist met die opdracht naar de USSR gestuurd?


Die laatste vraag lijkt me simpel te beantwoorden. In de zomer van 1959 werd in Moskou een grote Amerikaanse tentoonstelling gehouden waarbij de nadruk lag op consumptiegoederen, inclusief kleding en levensmiddelen. Het was de plek waar het beroemde ‘Keukendebat’ plaatsvond tussen Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov en Richard Nixon, toen nog vice-president van de VS. Het kan niet anders of Formans reis door de USSR (hij kwam in Moskou, Irkoetsk, Chabarovsk, Tbilisi, Tasjkent en Alma-Ata) hield verband met die tentoonstelling. Kennelijk moest hij vastleggen hoe het in de Sovjetunie stond met kleding, speelgoed, elektronica, stofzuigers, potten, pannen en panty’s. Uit een aantekeningenboekje van Forman blijkt dat hij op 4 juni in Tasjkent was (andere data kwam ik in het boekje – online beschikbaar – niet tegen). De tentoonstelling in Moskou werd op 24 juli geopend. Ook dat wijst erop Forman zijn reis maakte speciaal in de aanloop naar die tentoonstelling. Het kan, gezien het karakter van de foto’s, geen toeval zijn


Maar in opdracht van wie? Dat heb ik nog niet kunnen achterhalen. De foto’s die hij maakte zijn online beschikbaar via de University of Wisconsin, maar ik heb geen enkele krant, geen enkel tijdschrift kunnen vinden waarin er ook maar eentje staat afgedrukt. Mogelijk in de National Geographic, maar om dat na te gaan moet ik een abonnement nemen, en daar heb ik geen zin in.


Forman was vooral bekend door zijn journalistieke werk in Azië. Daar wordt ook op gewezen in de necrologie in de New York Times. Zijn reizen naar de USSR (Forman was er ook in 1939) blijven daarin onvermeld en ontbreken ook op zijn bescheiden Wikipedia-pagina. Formans ‘consumentenreis’ door de Sovjetunie was duidelijk een klein zijstapje. Maar in opdracht van wie?


Ondertussen heeft Forman een intrigerende verzameling foto’s achtergelaten. Aan de vaak prachtige straatbeelden die hij ook fotografeerde kom ik hier nauwelijks toe, het moet een beetje overzichtelijk blijven. De meeste foto’s van etalages, vitrines en winkelend publiek lijken te zijn genomen in warenhuis Goem aan het Rode Plein, een van de best voorziene winkels van het land.

Er volgt nog een tweede deel met foto’s, met ook nog aandacht voor Formans notitieboekje. Mogelijk komt er ook een derde deel over zijn reis in 1939. Die leverde (veel minder) zwart-witfoto’s op, maar ook weer een notitieblokje. Dat heb ik nog niet bekeken.


Vervolg.

Romantiek en arrestaties - het wederzijdse vlootbezoek van de Russische en Nederlandse marine in 1956 - 2

-------------------

In uniform aan dek staan van een Nederlandse kruiser en aankomen te Kronstadt, op de rede aldaar begroet worden door Russische marineschepen. De eigen Marinierskapel die het Russische volkslied speelt, een Russisch matrozenorkest dat antwoordt met het Wilhelmus. En dan tijdens een witte nacht via de Neva Leningrad binnenvaren en aanleggen ter hoogte van de Bronzen Ruiter. Dat lijkt me wel wat, maar het zal er wel niet meer van komen.  

Deze ontvangst viel de kruiser Hr.Ms. De Zeven Provinciën ten deel, samen met de onderzeebootjagers Hr.Ms. Friesland en Hr.Ms. Zeeland, in juli 1956. Het smaldeel bracht een vriendschapsbezoek aan Leningrad – het eerste bezoek van de Nederlandse marine aan Rusland sinds 1914. Op datzelfde moment bracht een Sovjet-smaldeel, ook bestaande uit een kruiser en twee torbedobootjagers, een bezoek aan Rotterdam.

0_f37b4_bdae7433_XXL.jpg

Werd er over dat Sovjet-bezoek in de Nederlandse pers vanuit verschillende invalshoeken en op verschillende toonhoogten geschreven (zie deel 1), de berichtgeving ter Sovjetzijde over het Nederlandse bezoek aan Leningrad was wat ingetogener. In het tijdschrift Ogonjok komt commandant schout-bij-nacht Goslings aan het woord, die vertelt dat hij niet wist wat hij moest verwachten, maar dat hij getroffen was door de Russische gastvrijheid en dat zulke bezoeken de volken helpen in hun streven naar een vreedzaam samenleven.

Dit filmpje maakt melding van “vriendschappelijke gesprekken die werden aangeknoopt, waar de Hollandse officieren en matrozen ook verschenen.” Over die gesprekken zo meteen meer.


Aan de kade stonden bussen klaar voor excursies. Op het programma stonden onder meer een stadsrondrit, museumbezoek, een dienst in de kerk van de baptistengemeenschap en een bezoek aan het immense Kirov stadion, waar speedwaywedstrijden gaande waren. De Marinierskapel gaf openluchtconcerten, ’s avonds kon er een operette worden bijgewoond.

Uitnodiging van kapitein-luitenant Van Heuven voor de Officiersclub


Een Nederlands filmverslag laat zien hoe groot de belangstelling van de Russen was voor de Nederlanders. “Dikwijls slaagden zij er met grote moeite slechts in zich tussen de honderden door een weg te banen naar de bussen die gereedstonden voor een rondrit door de stad. Er ontstond al snel een geanimeerde ruilhandel in munten en prentbriefkaarten. Studenten traden op als tolken en aldus konden de matrozen contact onderhouden met de bevolking, wier belangstelling voor de Jantjes vaak overrompelend was.”

Dat laatste valt ook te lezen in een verslag in het blad Alle Hens (hier geciteerd) van een van de opvarenden van De Zeven Provinciën: “En zo gebeurde het dan die middag dat inwoners van Leningrad, na eerst wat schuchter naar ons gekeken te hebben, ons gingen benaderen. Aanvankelijk met wat handgeklap, toen met prentbriefkaarten, hartelijk geschreven groeten en sigaretten. Na een paar uur was er op de kade van de Newa geen doorkomen meer aan. Met duizenden en duizenden omringde men ons. Het leek wel voor deze mensen alsof wij van een andere planeet kwamen. Ook voor ons was deze kennismaking zeer bijzonder. Deze Russen met gegroefde gezichten, sjofel gekleed, wel proper en zeker niet ondervoed. "

Er was ook tenminste één Nederlandse tolk aanwezig en aan hem of haar danken we het leukste verslag: “Het mooiste werk als tolk was het zogenaamde koppelen. Op de bezoekdagen der schepen gebeurde het vaak dat er iets uitgelegd werd. Een groepje bezoekers stond dan aandachtig te luisteren, met daartussen een Hollandse Jan, wien het exposé niet erg ter harte ging trouwens. Eén keer tenminste flitste het plotsklaps: 'Ik wil uit vanavond!' zei de Jan, kennelijk een vrijgezel, 'vraagt U het effe?'
'Met wie?'
Met zijn wijsvinger wees hij onderuit en siste me toe 'Déze'.
Voor me stond een argeloos Russinnetje met grote ogen en heel lange wimpers, zoet te luisteren. 'Deze matroos vraagt of u hem vanavond misschien iets van de stad wil laten zien' deed ik dan.
Ze keek opzij, zag haar toekomstige cavalier en zei dan met haar grote wimpers en een heel licht blosje tegen mij 'Já!' - alsof ik de dominee al was. 'Zeven uur!' beet de matroos alweer.
'Zou het zeven uur schikken?' was het mijn beurt. 'Hier tegenover!' haastte de instigator van het plan zich, alsof hij een actie leidde, die onder geen voorwaarde mocht mislukken. 
En 's avonds in een park zat daar de vrucht van het werk: een innig stel; waarvan de mannelijke helft ineens op je af kon lopen: 'Helpt u 'ns effe; ik kan ze maar niet uitleggen dat ik om 11 uur naar boord moet!"
Of waarvan de vrouwelijke helft je een kaart in de hand drukte: een complete liefdesbrief, ter vertaling. Als je dat dan voorlas stond het paar met vochtige ogen te kijken en de matroos zei dan: 'Zegt u maar dat ik het precies zó voel.' “

-------------

Drie maanden later vielen troepen van het Warschaupact Hongarije binnen. Vriendschappelijke marine-bezoeken zaten er voorlopig niet meer in.

Deel 1.