Autodieven en een moordaanslag: mijn zeer korte loopbaan als tolk in strafzaken - 2

———————-

omslag_ontwerp_png.png

De avondopleiding Tolken in strafzaken, waar ik me tegen beter weten in voor had ingeschreven, was buitengemeen interessant – het theoretische gedeelte, althans. Ik leerde hoe een rechtszaak in elkaar stak, kreeg uitleg over verschillende soorten schuld en opzet en over wat verder zoal van invloed kan zijn op het oordeel van de rechter. De theorie-examens vormden geen enkel obstakel, het praktijk-examen daarentegen, waarbij ik in een nagespeelde zitting moest tolken voor een Russischtalige verdachte, werd een worsteling, die ik pas bij de tweede poging overleefde. Ik had de grootste moeite om meer dan drie zinnen achter elkaar te onthouden, maar de examencommissie gaf me (ik vermoed vanwege mijn op zich uitstekende Russisch) bij dat herexamen het voordeel van de twijfel.

Ik kreeg mijn diploma en kwam op de tolkenlijst van Justitie. En had ik nu gaandeweg aan vaardigheid kunnen winnen, door een rustige opbouw (van een winkeldiefstalletje via rijden onder invloed naar openbare geweldpleging en poging moord), dan was het misschien nog wat geworden. Maar zo ging het niet. Ik had mijn diploma nog niet op zak of ik werd gebeld door de rechtbank van Amsterdam. Of ik de week daarop kon komen tolken voor de meervoudige strafkamer. Ik zei ja, maar dacht toen ik de telefoon had neergelegd meteen: nee. Waar de zaak over ging, wist ik niet, maar dat ‘meervoudige’ deed me iets te veel denken aan een dubbele, of wie weet zelfs driedubbele moord. En dat ik dan door mijn gehannes die arme verdachte of geharde moordenaar ten onrechte de cel in zou laten verdwijnen of juist niet. Ik belde Lena, een studiegenote van de avondopleiding, en vroeg of zij  misschien wilde tolken bij die vijfvoudige moord. Ze nam de klus met alle plezier van me over. Mijn opluchting was groot.

justitie.jpeg

Zo nam Lena ook de volgende zaak waarvoor ik werd gebeld voor haar rekening: autodiefstal. Een eenvoudig delict, maar ik dacht toch: laat ik nou eerst maar eens bij het publiek gaan zitten en zien hoe dat gaat. Dan kon ik altijd nog kijken of ik een volgende, vergelijkbare klus wel zou accepteren. Dat bleek een wijs besluit. Er waren maar liefst víjf verdachten (bendeleden uit meerdere landen) en na de eerste, behoorlijk lange zinnen van de officier van justitie begonnen de tolken (één per verdachte) elk afzonderlijk, maar wel tegelijkertijd, aan hun vertaalwerk. Er steeg een geroezemoes op, dat mij, had ik ertussen gezeten, volledig uit mijn toch al wankele evenwicht zou hebben gebracht.

Zo niet Lena. Ik had haar gevraagd of ze het vervelend zou vinden als ik als toeschouwer in de zaal zat. Ze vond het geen probleem en ik begreep nu waarom. Met een koelbloedigheid die me bijna angst inboezemde, klaarde ze de klus. Ze zou het net zo makkelijk live op de tv hebben gedaan.

Er was juridisch tolkwerk dat me wel redelijk afging: bij de IND. Daar werd ik ook voor gebeld en mijn eerste klus was een Georgische asielzoekster op de IND-afdeling bij Schiphol. Waarom dat gesprek in het Russisch moest, weet ik niet meer. Zíj sprak het in geval prima en het tolken ging verder ook best. Ik kon de IND-medewerker rustig onderbreken (“Mag ik dit even vertalen?”) en af en toe zoeken naar een woord was ook geen probleem. Toch was ook zo’n ontspannen setting geen garantie voor succes. Ik schreef eerder al een stukje over hoe ik op Valentijnsdag in de auto van een IND-medewerker tegen een lantaarnpaal botste. Andere problemen deden zich voor toen ik in Ter Apel moest opdraven voor een gesprek met een transseksueel uit Azerbeidjzan.

Wordt vervolgd

Hier Deel 1 en deel 3.