Rusland voor Nederlanders beschreven – met de toeslagenaffaire als voorbeeld

————————

Sint-Petersburg, 9 mei 2017 (foto: Egbert Hartman)

————————

Wat begrijpt de gemiddelde Rus van het leven in Nederland, van het reilen en zeilen hier? Niet veel, zo kan je over de meesten van hen wel zeggen. En omgekeerd? Wat begrijpt de gemiddelde Nederlander van de Russische samenleving? Van de (ongeschreven) regels en wetten daar? Nog veel minder, zo is mijn ervaring.

Misschien helpt het onderstaande artikel (van de uit Rusland naar Israël geëmigreerde Dmitri Tsernysjev) om het karakter van de Russische samenleving op z’n minst voor een deel te duiden. Het is bepaald geen glanzend proza, maar de grote lijn is duidelijk: de Russische maatschappij is doordrenkt van wantrouwen: van de overheid jegens de burger en omgekeerd, en – minstens zo funest – van burgers jegens elkaar. De rem die dat zet op de ontwikkeling van het land, het destructieve karakter ervan, is voor buitenstaanders (Nederlanders bijvoorbeeld) moeilijk voorstelbaar en nauwelijks invoelbaar.

Omgekeerd geldt hetzelfde. Een Russische kennis, al geruime tijd in Nederland wonend, vertelde me waar zij hier erg aan had moeten wennen: dat ze niet meer permanent op haar hoede hoefde te zijn. Dat ze niet meer alert hoefde te zijn, niet meer voortdurend bang voor list en bedrog, dat ze niet meer het idee had vroeg of laat met iets of iemand de strijd aan te moeten gaan. Die ‘bevrijding’ voelde nog lange tijd raar. Het wantrouwen waar ze in eigen land mee was vergroeid, had ze niet zo maar kunnen afleggen als een oude jas.

Om de voorspelbare, bozige reacties (“alsof in Nederland alles goed gaat!”) meteen maar voor te zijn: nee, ook de Nederlandse maatschappij is verre van ideaal, ook hier gaat van alles mis. Illustratief, in meerdere opzichten, is de toeslagenaffaire, zo ongeveer de grootste schandvlek uit onze naoorlogse, binnenlandse geschiedenis. En waaruit kwam die affaire voort? Juist ja, uit wantrouwen van de overheid jegens de burger. Een klein stukje Rusland in Nederland.

Hieronder de bijna complete vertaling van Tsjernysjevs artikel. (Bijna compleet, want een enkele zin ging mijn vertaalvermogen te boven. Aan de inhoud doet die enkele omissie geen afbreuk.) Voor het origineel klikt u hier.

——————

Kargopol, 2019 (foto: Egbert Hartman)

————————

ELKE DICTATUUR VEROORDEELT EEN LAND TOT ACHTEROP RAKEN
(Dmitri Tserjnysjev)

Alle dictaturen hebben het graag over een eigen weg en over hun unieke karakter, maar in werkelijkheid is de manier waarop zij functioneren uiterst primitief. De taak van elke willekeurige dictatuur is het vernietigen van horizontale verbanden en het vertrouwen tussen mensen, omdat elke informele verbintenis voor een dictatuur een potentiële bedreiging kan zijn. Vertrouwen vormt de infrastructuur van zelforganisatie. Mensen die elkaar vertrouwen, kunnen zich verenigen zonder toestemming van bovenaf, kunnen coördineren zonder leiding en op kritieke momenten samen handelen.

Daarom zaait elke willekeurige dictatuur onvermijdelijk wantrouwen. De buurman schrijft anonieme brieven, een collega is een potentiële bedreiging, initiatief kan worden bestraft, blijf stilzitten en steek je nek niet uit, wees zoals iedereen – ben je soms meer dan een ander? We verdenken jou ervan, m’n beste, dat je een verklikker bent. Op korte termijn heeft dat effect: de samenleving atomiseert, solidariteit maakt plaats voor angst.

Maar daarna wordt voor dat wantrouwen een enorme prijs betaald, door iedereen. Er komen bewakers, inspecteurs, controleurs, notarissen, geüniformeerde diensten, opzichters; verantwoording, pasjes, stempels, formulieren en eindeloze revisies. Dat ‘bewakerssyndroom’ kost de samenleving ongelooflijk veel geld. Er moet loon betaald worden aan de controleurs, en aan degenen die de controleurs controleren. Er moet een controle-systeem worden opgebouwd, overtreders moeten bestraft, gevallen van kruimelbedrog moeten worden onderzocht. Een dictatuur besteedt haar middelen niet aan vooruitgang, maar aan een voortdurende bevestiging van loyaliteit en controle. Mensen spenderen enorm veel energie om de hindernissen van het systeem te overwinnen.

Wantrouwen is dodelijk voor ingewikkelde projecten. Voor grote zaken is het geloof vereist dat anderen hun aandeel in het werk uitvoeren, ook als je hen niet elke seconde in de gaten kan houden. In omstandigheden van totale controle nemen mensen geen verantwoordelijkheid meer, mijden ze risico’s, komen ze niet meer met iets nieuws. Je krijgt een cultuur van “ik doe het minimale, zodat ik niet gestraft word”.

Waar het vertrouwen laag is, verkruimelt en verarmt de markt. Die wordt primitiever. Er wordt alleen nog gehandeld met familieleden, vrienden, met mensen uit eigen krijg. Al het andere wordt als gevaarlijk gezien. De economie zakt ineen tot de omvang van een dorp, zelfs als mensen in een megapolis leven.

Domme lui denken dat vertrouwen en goedheid tekenen van zwakte zijn. Dat naïevelingen er zijn om fijn misbruik van te maken. Russen zijn trots op hun vermogen om het systeem een hak te zetten en verboden te omzeilen. Ze snappen niet dat ze daarmee de cultuur van het strafkamp helpen verspreiden. En telkens wanneer de samenleving kiest voor wantrouwen als norm, verbindt ze zich aan het voortdurend betalen van de kosten, die elk jaar groeien en nooit worden terugverdiend.     

Zo veroordeelt elke dictatuur een land tot achterop raken en tot een zwak concurrentievermogen. Een dictator wint tactisch, maar verliest strategisch. De samenleving betaalt ervoor met armoede, stagnatie en de degradatie van de instituties. Een economie kan leven zonder olie en goud. Zonder vertrouwen verpietert ze snel en gaat ze over van een ontwikkelingsmodus naar een overlevingsmodus.

————————

Onder het stuk van Tsjernysjev is deze reactie te lezen: “Denkt u echt dat iemand van de geliefde inwoners van Rusland u begrijpt? Vertrouwen, net als waardigheid, zijn categorieën die voor die subgroep van de homo sapiens niet te vatten zijn.” Het is een reactie die je, omgedraaid, naar Nederland kan verplaatsen: het wantrouwen waar Russen van kinds af door omgeven zijn, is voor Nederlanders niet te vatten.  

————————-

Astrachan, 2019 (foto: Egbert Hartman)