Rusland in de 20ste eeuw – 15: Verborgen boodschap in een Sovjet-liedje over de lente – met net geen Nederlands tintje

——————

Smeltend IJs in de Wolga. Kazan, lente 2018 (foto: Egbert Hartman)

————————

De muziek van onderstaand lied is van Sergej Nikitin, die hier ook zingt. De tekst is van… Dat zeg ik nog even niet. (Mijn vertaling staat onder het filmpje.)

—————

NOORDELIJKE LENTE

Kinderen van het zuiden,
Waar de rozen fonkelen in december
Waar je het woord ‘sneeuwstorm’
Vindt in geheugen noch woordenboek
Waar de blauwe hemel
Nog voor geen uur verbleekt
Waar sinds eeuwen tot op heden
Steeds die zomer het oog streelt.
Die zijn daar toch niet in staat, al is het maar even
Voor een minuut, al is het maar in een droom
Al is het per ongeluk, te vatten
Wat het is om te denken aan de lente.
Wat het betekent om in een ijskoude maart
Wanneer de wanhoop je grijpt,
Steeds maar te moeten wachten, wachten
Tot het logge ijs lomp in beweging komt.
Wíj kenden zulke winters
We gingen op in dusdanige kou
Dat er zelfs geen verdriet was
Enkel maar trots en onheil.
En in de krachtige, ijzeren krenking
Door een droge sneeuwwind verblind
Zagen we, zonder te zien,
De groene ogen van de lente.

———————

Wie hier anno 2026 voor het eerst naar luistert, zal vermoedelijk denken: een aardig niets-aan-de-hand-liedje. Een beetje vreemd misschien dat zanger Sergej Nikitin er zo’n somber gezicht bij trekt - maar mág het; hij vertolkt hier de stemming van iemand die het kennelijk wel héél erg koud heeft gehad, die terugdenkt aan veel te lange, veel te strenge winters. 

De gedachten van de luisteraar zullen al iets gaan schuiven, wanneer hij  verneemt in welk jaar de tekst is geschreven: 1957. En helemaal zal hij gaan vermoeden dat hier meer aan de hand is, wanneer hij ook hoort wie de auteur is: Ilja Ehrenburg. Als geen andere schrijver/dichter is Ehrenburg (1891-1967) verbonden met de periode na de dood van Stalin, ook wel  aangeduid als de Dooi – naar de titel van een verhaal van Ehrenburg: Оттепель / Dooi. Zijn gedicht Noordelijke lente werd in juli 1959 gepubliceerd in de Literatoernaja Gazeta. Nikitin zette het later op muziek.

Jaartal en auteur vormen de grondverf waartegen woorden beter uitkomen. Ben je je bewust van die grondverf, dan ben je al snel de boodschap op het spoor die Ehrenburg in zijn tekst heeft gestopt. De signalen lichten als rode vlaggetjes op.

- IJskoude maand maart (мартовские стужи). Elke lezer in de USSR in 1959 wist wat er een aantal jaren eerder in maart was gebeurd: op de vijfde van die maand in 1953 overleed Stalin. In de weken ervoor besteedde de Sovjet-pers uitgebreid aandacht aan de ‘Zaak van de artsen’: een groep voornamelijk joodse artsen, aangestuurd vanuit de VS, zou het voorzien hebben de hoogste leiders in het Kremlin. De angst voor een zoveelste golf van arrestaties was groot, zeker onder joden. Voor de jood Ehrenburg begon de maand maart ijskoud.

- Wanneer de wanhoop je grijpt. Zo was de stemming onder de joodse intelligentsia en ook buiten die kring; Ehrenburg verwachtte elk moment gearresteerd te worden. “Wanhoop” is in een gedichtje over de lente erg zwaar aangezet; de lezer begrijpt, ook door het samenspel met de andere vlaggetjes, dat hier meer aan de hand is.

- De nadrukkelijke herhaling van wij/we: het gaat hier niet over de emoties van een enkeling, maar over een groep (die groter is dan alleen de joodse intelligentsia).

- Door een droge sneeuwwind verblind: Begin maart 1953 worden de Sovjetburgers in nieuwsbulletins op de hoogte gehouden van de ernstige gezondheidsproblemen van Stalin. Maar wie de eerdere kou (terreurgolven, deportaties, oorlog) heeft overleefd, gelooft - door sneeuwwind verblind – nauwelijks nog in verlossing.

- Het logge ijs / грузный лед. Een fonetisch vlaggetje dat in mijn vertaling verloren gaat: lomp = грузный / groezni. Een Georgiër is in het Russisch een Groezin, Stalin was een Georgiër.

En wie waren dan die “kinderen van het zuiden”? Dat kan vrij algemeen worden begrepen: iedereen die niet vertrouwd was met de dodelijke kou die de Sovjetunie meermalen had overspoeld – en ‘kou’ dan natuurlijk niet in de zin van letterlijke vrieskou die je kan aflezen op een thermometer.

Deze toelichting op het gedicht Noordelijke lente kwam ik tegen in een artikel van de Russische cultureel-antropologe Aleksandra Archipova, in eigen land tot ‘buitenlands agent’ verklaard en tegenwoordig woonachtig en werkzaam in Parijs. Het artikel verscheen als inleiding bij een boek van literatuurvorser en Brodsky-biograaf Lev Losev (1937-2009) over verhullend taalgebruik in de Russische literatuur: Эзопов язык в русской литературе (Moskou, 2024). *)

Archipova (1976) schrijft in haar artikel dat “mijn scholieren” de tekst van Ehrenburg zongen op excursies en er de titel “Liedje over de lente” aan gaven: “Je kan scholieren, en ook studenten, nauwelijks verwijten dat ze echt het idee hebben dat dit een zoet gedicht is over verlangen naar de lente.” **)

Aan haar interpretatie van Ehrenburgs gedicht voeg ik nog een vlaggetje toe uit eigen koker: het woordje ‘trots’ (vijfde regel vanonder) zou kunnen wijzen op de overwinning op Nazi-Duitsland.

De naam van Archipova kwam overigens eerder al eens naar voren op dit weblog. Enkele jaren geleden schreef ik een stukje over ‘ondermijnende’ tekens en symbolen op ogenschijnlijk onschuldige voorwerpen ten tijde van de Stalinterreur (knopen, schoolschriftjes, luciferdoosjes), gebaseerd op een artikel van haar. 

En  toen dacht ik: laat ik eens kijken of ik nog een andere uitvoering kan vinden van bovenstaand lied. Het leverde deze versie op, ook weer van een sombere kijkende Sergej Nikitin:

Dezelfde interpretatie dus. Maar wacht eens, die locatie, dat balkon… Had ik daar niet ooit een glaasje wijn gedronken? Meerdere keren zelfs? Was dat niet het balkon van de ambtswoning van de Nederlandse consul in Sint-Petersburg, aan de Engelse Kade langs de Neva? Waar ik een foto van de Nederlandse vlag maakte, bijna – mijn hemel! - veertien jaar geleden. Ik stak mijn licht op bij alle oud-consuls in mijn kennissenkring (de heren Van der Togt en De Mol). Beiden wisten het niet zeker, achtten het niet onmogelijk. Een mailtje aan de huidige huismeester bracht uitsluitsel. Binnen tien minuten antwoordde hij: “Nee, dat is het huis van de buren.”

Sint-Petersburg, 2012 (foto: Egbert Hartman)

——————

*) Een kleine waarschuwing voor wie nu denkt: dat boek ga ik lezen!: in tegenstelling tot Archipova’s inleiding is het werk van Losev lastig leesbaar en moeilijk toegankelijk.

**) Ik neem aan dat Archipova met “mijn scholieren” doelt op deelnemers aan de Ecologische Zomerschool (Летняя экологическая школа – ЛЭШ), waaraan zij verbonden was. Deze zomerschool raakte enkele jaren geleden flink in opspraak vanwege seksueel misbruik door enkele leerkrachten. Ik schreef er een artikel over, gebaseerd op een aantal Russische podcasts. Dat artikel verdween in een la, omdat de oorlog in Oekraïne mij de lust ontnam om ook maar iets over het huidige Rusland te publiceren. Het accent op dit blog verschoof naar de geschiedenis, vooral die van de vorige eeuw. Mogelijk publiceer ik het artikel binnenkort alsnog.

———————