muziek

Lermontov zingen met een bijl op schoot - niet doen

———————

————————-

Prachtig!, was het eerste wat ik dacht toen ik bovenstaande mannen hun lied hoorde inzetten. Prachtig!, dacht ik bij de eerste maten. Maar gaandeweg, naarmate zij zich daar op hun stoeltjes door hun tekst heen werkten, begon er iets te knagen…

Gezongen wordt hier het gedicht Vychozjoe odin ja na dorogoe , van Michail Lermontov, een van de bekendste werken uit de Russische literatuur. Het zijn regels vol vertwijfeling, over een voorvoelde, bijna gewenste dood. De tekst en de Nederlandse vertaling van Marko Fondse staan onder aan dit stukje.

Is dit een gedicht (over de vertwijfeling van een enkeling) dat je moet laten zingen door een groep van tien mannen, meerstemmig, die erbij zitten alsof ze, op het nonchalante af, even pauzeren tussen de alledaagse bezigheden door? Met een bijl – links – op je schoot? Het oogt alles bij elkaar als een pose. Duidelijk is bovendien te horen dat er een galm aan het geluid is toegevoegd. Akoestisch gezien zitten ze niet onder de douche, maar het scheelt niet veel. Het klopt niet. De opname komt van een YouTube-kanaal. Ik heb daar even rondgekeken en steeds, bij elk lied, is er die toegevoegde, lichte galm.  

Ja, de stemmen zijn echt mooi, de harmonieën fraai, ze komen snijdend bij je binnen. Maar het is een soort vocale krachtpatserij die je wegvoert van de tekst. Lermontov wordt hier weggeblazen. Ik moest denken aan het tegenovergestelde, aan een van mijn favoriete Russische zangers, Oleg Pogoedin. Dit leek me nu precies het soort tekst voor hem. En zie, hij heeft het op zijn repertoire staan (even doorklikken naar YouTube):

Oordeelt u zelf. Kiezen we voor Pogoedin of voor de jongelui buiten op hun stoeltjes? Voor mij is de keuze niet moeilijk.

Er zijn meer uitvoeringen. (De muziek is overigens van Elizaveta Sjasjina, 1805-1903). Nog iemand die het gedicht met gepaste ingetogenheid brengt, is Anna German. Ook mooi, maar is het storend dat een gedicht dat zo nauw verweven is met de zieleroerselen van een jongeman, gezongen wordt door een vrouw? Of maakt dat niet uit? Wringt dat alleen wanneer je het gedicht en Lermontovs geschiedenis kent? 

————————-

Hebben we het over op muziek gezette gedichten, dan kan ik het zeer door mij geliefde Letnii sad van Anna Achmatova niet ongenoemd laten. Ze kijkt erin terug op een leven, zoals alleen zij dat kan. Ik ken er maar één muziekversie van, gezongen door Valentina Ponomarjova (muziek: Joelija Silajeva, 1964). Het begint goed (al vraag ik me wel af waarom er zo veel lucht moet worden meegeblazen bij die eerste woorden), maar dan gaat het toch nog mis. Waarom wordt er niet een simpele gitaar of viool aan toegevoegd, in plaats van die kille, kunstmatige, elektronische klanken? En die idiote uithalen aan het eind … Alsjeblieft zeg. Dat kan je de arme aanwezigen bij je crematie (ik heb geen plannen, maar ik vind draaibaarheid bij die gelegenheid wel een passend criterium voor smaak) toch niet aandoen?

Hier Anna Achmatova die het gedicht zelf voorleest.

———————-

Hieronder eerst het gedicht van Lermontov, gevolgd door dat van Achmatova

Heel alleen ben ik op weg getogen;
't Stenig pad blinkt door de nevelglans.
't Niets speurt God. De nacht is onbewogen.
Ster met ster spreekt aan de hemeltrans.

Heel de hemel een plechtstatig wonder!
Hoe de aarde slaapt in 't klaarste blauw...
Maar wat drukt mij dan, waar lijd ik onder?
Wat toch maakt dat ik zo smacht en rouw?

Ik verwacht toch niets meer van het leven;
noch voel ik om het verleden spijt.
Werd mij vrijheid nu en rust gegeven
in te slapen in vergetelheid!

 Nee, niet met de slaap van graf en koude...
Maar zo in te slapen en voorgoed,
dat de borst nog zachtjes rijzen zoude
en de leefkracht sluimert in 't gemoed;

dat een zoete stem, mijn oor betoovrend,
mij bij nacht en dag van liefde deunt;
en een eik, met altijd groenend lover,
donker, ruisend naar mij overleunt.

Vertaling: Marko Fondse

Выхожу один я на дорогу;
Сквозь туман кремнистый путь блестит;
Ночь тиха. Пустыня внемлет богу,
И звезда с звездою говорит.

В небесах торжественно и чудно!
Спит земля в сиянье голубом...
Что же мне так больно и гак трудно?
Жду ль чего? жалею ли о чем?

Уж не жду от жизни ничего я,
И не жаль мне прошлого ничуть;
Я ищу свободы и покоя!
Я б хотел забыться и заснуть!

Но не тем холодным сном могилы...
Я б желал навеки так заснуть,
Чтоб в груди дремали жизни силы,
Чтоб, дыша, вздымалась тихо грудь;

Чтоб всю ночь, весь день мой слух лелея,
Про любовь мне сладкий голос пел,
Надо мной чтоб, вечно зеленея,
Темный дуб склонялся и шумел.

Michail Lermontov (1841)

————————

I want to see the roses in that singular garden,
Framed by the loveliest trailing in the world.

Where the statues remember my youth
And I remember them under the flooded Neva.

In the fragrant stillness among the regal lindens,
I imagine the creaking mast of the ships.

And the swan sails on through the centuries,
Marvelling at the beauty of its double.

And in a deathly sleep rest thousands of footsteps
Of enemies and friends, friends and enemies.

And the pageant of shadows is endless,
From the granite vase tot he palace doors.

There my white nights are whispering
About an exalted and secret passion.

And all is lustrous with pearl and jasper
But the source of the light is a mystery

Vertaling: Nina Templeton O’Leary / Natasha Templeton

Я к розам хочу, в тот единственный сад,
Где лучшая в мире стоит из оград,

Где статуи помнят меня молодой,
А я их под невскою помню водой.

В душистой тиши между царственных лип
Мне мачт корабельных мерещится скрип.

И лебедь, как прежде, плывет сквозь века,
Любуясь красой своего двойника.

И замертво спят сотни тысяч шагов
Врагов и друзей, друзей и врагов.

А шествию теней не видно конца
От вазы гранитной до двери дворца.

Там шепчутся белые ночи мои
О чьей-то высокой и тайной любви.

И все перламутром и яшмой горит,
Но света источник таинственно скрыт.

Anna Achmatova (1959)

De Michail Krug-topvijf volgens Russische voetballers

———————-

——————

Michail Krug met ondergetekende.

Zou hij de dvd die ik hem gaf ooit hebben bekeken? De dvd over Ajax in het seizoen 1994-1995, waarin de Amsterdammers onder Louis van Gaal de Champions League wonnen? Ik kwam ermee aanzetten toen ik hem, volkszanger Michail Krug, opzocht in een morsig flatje in Tver. Landelijk doorgebroken was hij nog niet, maar ik kende zijn liedjes, zijn melodieën, en ik was er weg van. Die melodieën – ik zou er Nederlandse teksten bij gaan schrijven en samen zouden we de wereld (nou ja, Nederland) gaan veroveren. Dat was het plan.

Ik wist dat hij voetballiefhebber was, vandaar die Ajax-dvd. Met als aardig detail dat daarop ook het korte optreden te zien was van André Rieu in de rust van de wedstrijd Ajax-Bayern München in het Olympisch Stadion, waarbij de violist zijn fameuze variant van Sjostakovitsj’ Tweede Wals ten gehore bracht. Dat moest Krug, ook muzikant tenslotte, toch aanspreken. (Ach, en ja, ik was bij die wedstrijd, in het inmiddels allang gefatsoeneerde Olympisch Stadion, toen nog een holle pisbak, samen met mijn beide broers. Prachtig allemaal.)

Krug brak door, werd in eigen land razend populair, in Nederland kreeg ik voor hem geen poot aan de grond en het contact met hem verwaterde. Op 1 juli 2002 werd hij in zijn nieuwe huis in Tver doodgeschoten door een inbreker. (Over mijn avonturen met Krug schreef ik naar aanleiding van de moord een kort stukje in NRC-Handelsblad.)

Krug begaf zich graag onder voetballers. Hij was supporter van Spartak Moskou en daar gingen de deuren voor hem open. Hij raakte bevriend met spelers en trad op voor de nationale ploeg. Inmiddels zijn we een aardig aantal jaren verder en de site sports.ru vroeg aan voetballers van nu of Krug nog steeds geliefd is. Dat is hij, al werd het vooral aan wat oudere spelers gevraagd (met als uitzondering onder anderen ex-Vitesse-speler Vjtatsjeslav Karavajev, die van 1995 is). Dinamo Moskou-speler Kirill Pantsjenko legt uit: “Bij Krug zit in principe achter alles een diepere gedachte. ‘Teder streel je met je warme hand mijn laatste brief aan jou, vergeef me, vergeef me, mamaatje, mama, mam’ – dat is een heel ontroerende tekst.” (Zelf onderstreep ik nog maar even dat het voor mij bij Krug vooral om de melodieën ging.)

Hier de top-5 van Krug-liedjes volgens de Russische voetballers bij sports.ru, vanaf nummer 5. Zeven nummers in totaal, want vijf nummers (de onderste vijf hieronder) eindigden ex-aequo op de eerste plaats:

———————

Míjn favoriet, het eerste nummer wat ik ooit van Michail Krug hoorde, zit er niet bij:

Dit is een ijselijk stel hoor!… Hét Russische ijshockeylied kwam uit onverwachte hoek.

——————-

President Poetin ontvangt componist Pachmoetova en tekstdichter Dobronravov

President Poetin ontvangt componist Pachmoetova en tekstdichter Dobronravov


In Rusland – en ook daarbuiten, trouwens – ben ik nog nooit naar een ijshockeywedstrijd geweest. Met als gevolg een opvallende lacune in mijn toch vrij uitgebreide Russische-muziekkenis. Pas zeer onlangs kwam ik namelijk hét ijshockeylied van Rusland tegen, dat (naar verluidt) elke Rus kent: Een lafaard speelt geen ijshockey. Verrassend vond ik de namen van de auteurs: componist Aleksandra Pachmoetova en tekstschrijver Nikolaj Dobronravov, die in dit geval werd bijgestaan door Sergej Grebennikov.

Pachmoetova (1929) en Dobronravov (1929) kende ik natuurlijk wel: het eerbiedwaardige schrijversduo, dat alleen al een plaatsje in de muziekhemel verdient vanwege het lied Как молоды мы были. Laten we daar eerst even naar luisteren, in een uitvoering van Dmitri Chvorostovski:


Dan lijkt het toch wel een hele stap naar een lied over ijshockey… Maar dat valt eigenlijk wel mee. Pachmoetova en Dobronravov waren (beiden leven nog, of ze nog veel schrijven weet ik niet) zeer veelzijdig. Ze behoorden tot het Sovjet-establishment en leverden naast ‘neutrale’ liedjes een grote hoeveelheid werk af over alles wat van landsbelang werd geacht; kosmonauten, Lenin, de Komsomol en ja, ook ijshockey. Want dat wás van landsbelang. Een lafaard speelt geen ijshockey verscheen in 1968. Geen sport sprak in die tijd zo tot de verbeelding in Rusland als ijshockey. De Sovjetunie was de Verenigde Staten en Canada op het ijs regelmatig de baas en de propaganda-waarde daarvan was nauwelijks te overschatten. Geen wonder dus dat een lied over die sport uit de koker kwam van officieel goedgekeurde topauteurs. Een lafaard speelt geen ijshockey is vooral bekend in de uitvoering van Edouard Khil, die overigens meer van voetbal hield dan van ijshockey:


‘Dit is een ijselijk stel hoor’, boven aan dit stukje, is natuurlijk een verwijzing naar ongeveer de bekendste zin van voetbal- en atletiekcommentator Theo Reitsma – dat moeten de ijshockeyliefhebbers mij maar vergeven. In mijn vertaling gaat ook nog een linkje schuil naar Rinus Michels – ook daarvoor mijn excuses. Het is een beetje vergezocht en u moet dat zelf maar ontdekken. Veel duidelijker – en Dobronravov maakte daar geen geheim van – is de verwijzing in de tekst naar de Veldslag op het ijs van 1242, waarin de Russen onder leiding van Alexander Nevski de Lijflandse Orde versloegen. Wat ik al zei: ijshockey was een zaak van landsbelang.

———-

In de oren galmt de vermetele muziek van de aanval
Stuur je pass preciezer naar een stick, schiet harder
En alles is OK, als het geweldige vijftal en
de doelman maar op het ijs staan

Het ijselijk stel voert een harde strijd
Wij geloven in de moed van de onverschrokken kerels
IJshockey wordt gespeeld door echte mannen
Een lafaard speelt geen ijshockey

Laat achter het doel van de tegenstander steeds vaker
Het lampje pulseren als een overwinningsbliksem
Maar is het nodig, dan vormen het geweldige vijftal
En de doelman een schitterende verdediging

Het ijselijke vriendenstel…

Vele mooie wedstrijden zullen gespeeld worden
We zullen nooit, nooit vergeten hoe in vroeger dagen
Het geweldige vijftal en de doelman
in geweldige slagen goud en bekers delfden

Het ijselijke vriendenstel…

—————

Hier nog een documentaire over Pachmoetova en Dobronravov. Bij 39.00 vertelt de legendarische ijshockeydoelman Vladislav Tretjak hoe het lied Een lafaard speelt geen ijshockey de spelers van de nationale ploeg inspireerde. (En een minuutje verder het lied dat klonk bij de sluitingsceremonie van de Olympische Spelen van 1980, onder de klanken waarvan mascotte Misjka langzaam wegdreef uit het stadion.): 

Serebrennikovs Leto - een film, zwanger van een legendarische toekomst

——————

Het borrelde in die jaren en ik kreeg er weinig van mee, terwijl ik toch regelmatig in de Sovjetunie zat. Ik speelde in de provincie weleens met een bandje, vrienden wezen me er de weg op de zwarte markt, waar elpees van Deep Purple, John Lennon en Billy Joel goud waard waren. In de grote stad, Leningrad, trok ik een paar dagen op met de Magnetic Band, een stel aardige jongens uit Tallinn, die bij hun concerten bang waren voor té veel enthousiasme onder hun publiek – volgende optredens zouden weleens verboden kunnen worden. Het was januari 1982.

Een half jaar eerder, in de zomer van 1981, liep in Leningrad Viktor Tsoj rond, een jonge muzikant met een paar liedjes, op zoek naar aansluiting bij de rockscene. De opwindendste delen van die scene bevonden zich nog ondergronds – buiten mijn blikveld –  het bravere deel vond af en toe zijn weg naar de officiële podia. Opwindend en braaf, het kon zich ook verenigen in één persoon, in één band, met een officieel concert ’s avonds, gevolgd door optredens ergens aan huis of in zaaltjes achteraf, waar fans alleen via via van wisten en waar je na afloop niet meer weg kon, omdat de bruggen over de Neva al geopend waren voor de nacht.

Op dat snijvlak van onder- en bovengronds speelt zich de film Leto (Zomer) af van regisseur Kirill Serebrennikov. Het is een film zonder vergezichten, letterlijk en figuurlijk; weidse panorama’s – waar Leningrad zich zo voor leent – ontbreken. Het tijdsbestek is beperkt: slechts een paar zomerse maanden of zelfs maar weken. Plaats van handeling: zaaltjes, podia, kamers en keukens van kommoenalka’s en, tegen het einde van de film, een opnamestudio. Want Tsoj, die mede door een vroege dood zou uitgroeien tot dé rocklegende van de Sovjetunie en Rusland, vÍndt aansluiting bij de rockscene van de stad.            

Sint-Petersburg, 2019

Tsoj (gespeeld door Teo Yoo) wordt bij de hand genomen door Majk Naoemenko (Roman Bilyk), voorman van de band Zoopark. Die heeft dan al een status onder lokale rockliefhebbers waar Tsoj alleen nog maar van kan dromen. Naoemenko herkent het talent van Tsoj, voelt aan dat hij door hem overschaduwd zal worden, ziet ook dat hij zijn vrouw weleens aan hem zou kunnen verliezen – en gunt hem op beide fronten zijn succes. Naoemenko heeft een grote collectie elpees met Westerse pop en rock. Daar haalt hij een deel van zijn inspiratie uit en hij laat er ook Tsoj uit putten. Lou Reed, David Bowie, Iggy Pop … De wijze waarop regisseur Serebrennikov die Westerse muziek in een paar ‘kleine’ straatscènes door Leningrad laat golven, is verrassend en prachtig.     

De ontmoeting van de Westerse muziek met Russische muzikanten, die er een eigen weg mee inslaan, is het tweede snijvlak van Leto, al komt dat in de film niet concreet in beeld. Maar je weet als kijker met enige kennis van de muzikant Viktor Tsoj en zijn band Kino dat hij aan het begin staat van die eigen, opwindende weg. Je bent getuige van zijn eerste stappen en voortdurend denk je – ook dankzij het overtuigende acteren van Yoo: daar heb je Tsoj, die later zo beroemd gaat worden! Zo is Leto zwanger van een legendarische toekomst. Wat ik me wel afvraag: wat blijft er over van Leto bij een ‘neutrale’ kijker, die geen weet heeft van Leningrad in de jaren tachtig en die pas dankzij deze film kennismaakt met Tsoj? Ik ben benieuwd naar de reacties van kijkers die minder voeling hebben met het Rusland van toen dan ik.     

En wie zich afvraagt wat die soldaten doen die in een van straatscènes links in beeld voorbijkomen met een teiltje in hun hand; die zijn op weg naar een badhuis - of zijn daar net geweest.


Viktor Tsoj kwam in augustus 1990 om het leven bij een auto-ongeluk. Mike Naoemenko overleed in augustus 1991 aan de gevolgen van een hersenbloeding. Kirll Serebrennikov werd nog tijdens de opnames van Leto opgepakt op verdenking van verduistering van overheidssubsidie en onder huisarrest geplaatst. Vorige week werd het huisarrest omgezet in een uitreisverbod.

Vjatsjeslav Boetoesov - zijn liedjes alleen al zijn al voldoende reden om Russisch te leren

—————————

butusov.jpg

Het zal in de tweede helft van de jaren negentig geweest zijn dat ik Vjatsjeslav Boetoesov voor het eerst zag optreden. Ik kende hem niet. Het was in Sint-Petersburg, in een zaal bij metrostation Petrogradskaja. Er stonden meerdere artiesten op het affiche. Van Boetoesov was ik meteen weg, van de rest kan ik me niks meer herinneren. 

Zo maar wat van zijn werk, passend bij de donkere dagen van december.

Ik dacht aanvankelijk aan elk lied de tekst toe te voegen, maar dan wordt dit een heel lang stuk. Elke tekst is simpel te googelen. 

En dit zou zo maar mijn laatste stukje van 2018 kunnen zijn.

Прогулки по воде:

Синоптики:

Моя звезда:

Ванинский порт:

Крылья:

Песня идущего домой:

Mijn Russische muzikantjes zagen de sneeuw en wilden buiten spelen. En had ik nog een verzoeknummer?

----------------

20180228-029.jpg

Vergiste ik me nu? Werd het wat onrustig in de boekenkast, daar achter het glas? Waar mijn Russische blaasmuzikantjes doorgaans hun marsjes blazen, in volle harmonie? Ik schoof het glazen wandje weg. De muziek kwam nu luid de woonkamer in. En inderdaad, het klonk net even anders allemaal. Onrustig, af en toe net niet in de maat …

En tussen de noten door hoorde ik plots heel duidelijk: “Mogen we buiten spelen?” Ze hadden het zien sneeuwen, hadden zo’n heimwee gekregen naar Leningrad, en wilden weer marcheren, zoals ze vroeger deden, vanaf Plosjtsjad Vosstanija, over de Nevski, de Anitsjkov brug, langs de Passage (ach, de Passage, waar ze ooit, op 9 mei, van die prachtige, trotse, droevige oorlogsliedjes hadden gespeeld!), langs de Gostini Dvor, over de Mojka, en dan rechtsaf, de Bolsjaja Morskaja in en onder de stenen boog door het Paleisplein op!

Natuurlijk mochten ze buiten spelen. Ik verontschuldigde me, dat mijn tuin wat mager afstak bij de beelden van hun heimwee. Ze vonden het niet erg.


Daar gingen ze! En had ik nog een verzoeknummer? Ik aarzelde even. De mars der vliegeniers? Katjoesja? Afscheid van een Slavisch meisje? Overwinningsdag? Nee, toch maar De mars der vliegeniers.


En toen ze klaar waren, gingen ze ook nog even het ijs op. Om te oefenen, voor als het nog een paar dagen flink zou vriezen in Amsterdam. Spelen op de Amsterdamse grachten!      

-----------------

(Over mijn trouwe soldatenmuzikantjes schreef ik eerder hier en hier.

Hoe ABBA en de toeschouwers bij het Tsjajkovski-concours in Moskou de KGB de zenuwen bezorgden

---------------------


Dat pop- en rockmuziek voor de KGB in de jaren tachtig een hoofdpijndossier vormde, dat was me bekend. Dat ook klassieke muziek de geheime dienst de zenuwen kon bezorgen, dat wist ik niet.

In de winter van 1981 trok ik in een ijskoud Leningrad een paar dagen op met de Magnetic Band, een uiterste sympathieke rockband uit Estland, onder leiding van Gunnar Graps. Ze traden op in middelgrote zalen, waar het enthousiasme groot was. Af en toe zo groot dat er gedanst werd – dit tot lichte ongerustheid van Graps en de zijnen. Bij een teveel aan dit soort wilde taferelen zouden er weleens concerten geschrapt kunnen gaan worden.      

Ik moest meteen aan die optredens van de Magnetic Band denken, toen ik onderstaand document tegenkwam. Het is een schrijven van de KGB over de zevende editie van het vermaarde Tsjajkovski-concours in Moskou. Daar stond bepaald geen rockmuziek op het programma, maar toch kon het publiek ook daar erg enthousiast worden. Geen probleem op zich, ware het niet dat het enthousiasme de verkeerde muzikanten gold: die uit Engeland en de VS, en niet uit de eigen USSR. Daar fronste men bij de KGB de wenkbrauwen over. En hoe zat dat met die geruchten over optredens van het 'ensemble ABBA'?

(Voor opmerkingen over de houterige stijl van onderstaand document wende men zich niet tot de vertaler, maar tot de KGB.)

No. 522
V.V. FEDORTSJOEK – CC CPSU  OVER HET GEDRAG VAN SOVJET-BURGERS IN CONCERTZALEN EN BIOSCOPEN
19  juli 1982

Geheim
No. 149-F
Moskou

CC KPSU
Aan kameraad Andropov Joe.V.

OVER NEGATIEVE VERSCHIJNSELEN IN HET GEDRAG VAN AFZONDERLIJKE CATEGORIEËN VAN TOESCHOUWSERS GEDURENDE OPTREDENS VAN BUITENLANDSE ARTIESTEN EN VERTONINGEN VAN WERKEN VAN BUITENLANDSE FILMKUNST

Volgens gegevens die het Comité van staatsveiligheid van de USSR bereiken, vinden de laatste tijd niet zelden elementen van negatief gedrag plaats van afzonderlijke categorieën toeschouwers, onder Sovjet-burgers die aanwezig zijn bij verschillende internationale evenementen op het gebied van cultuur en kunst.

Op 9 juli van dit jaar vond in de Grote zaal van het Moskouse staatsconservatorium de plechtige sluiting plaats van het VII Internationale P.I. Tsjajkovski-concours, waarbij de uitslagen werden bekendgemaakt en tevens een afsluitend concert van de laureaten werd gehouden. Gedurende de uitreiking van de prijzen aan de winnaars, kwam bij een meerderheid van de toeschouwers een demonstratieve tendentie aan het licht tot een duidelijke overwaardering van enkele buitenlandse uitvoerders en vooral van vertegenwoordigers van de USA en Groot-Brittannië, die werden begroet met langdurig applaus dat af en toe van een provocerende moedwilligheid werd. Het duidelijkst kwam dat tot uiting bij de onderscheiding van de Engelsman Donohoe P. (tweede prijs), de Amerikanen Zajats D. (derde prijs) en Barbagallo J. (zevende prijs). Ondertussen verliep de prijsuitreiking bij Sovjet-vertolkers die hogere plaatsen bezetten, in een sfeer van niet meer dan gewone begroetingen. Dit contrast werd nog groter tijdens de optredens van de laureaten op het concert. Zo werd de pianist uit Groot-Brittannië Donohoe P. na zijn nummer meermalen teruggeroepen op het toneel en werd hij letterlijk bedolven onder bloemen. Naar de mening van een reeks aanwezigen was een dergelijke reactie op zijn optreden niet volledig in overeenstemming met de objectiviteit, maar werd ze kunstmatig gecreëerd. Dat wordt nog eens bevestigd door het feit dat na de ovaties voor de Engelsman, veel toeschouwers het concert verlieten en de optredens van de Sovjet-prijswinnaars Ovtsjinnikov V. en Zabiljasta L. plaatsvonden in een halflege zaal.

De ongezonde opwinding rond de evenementen in het kader van culturele uitwisseling deed zich ook in veel andere gevallen voor, in het bijzonder op het voorgaande P.I. Tsjajkovski-concours, op het concours van balletartiesten, tijdens de vertoning buiten het concours om van films van Westerse makelij op internationale filmfestivals, en eveneens gedurende de filmweken van de BRD, Frankrijk, Italië, Zweden, Canada en andere landen.

Abnormaal aangedikte belangstelling wekken ook de tournees in de USSR van enige buitenlandse ‘sterren’ ut de lichte muziek. Bij de ingang van de zalen vinden samenscholingen plaats, de situatie tijdens een concours is tot het uiterste verhit, er wordt geschreeuwd en er zijn pogingen tot massaal te dansen.

Onder liefhebbers van lichte muziek verspreiden zich voortdurend allerlei geruchten over aankomende tournees van buitenlandse artiesten, wat de openbare mening opzweept en in hoge mate van tevoren de genoemde negatieve momenten bepaalt. In 1981 werden dergelijke geruchten verspreid aangaande het Zweedse ensemble ‘ABBA’, momenteel wordt door een van de Moskouse kranten actief het sterke gerucht verspreid over een optreden van de Italiaanse zanger Celentano, hoewel Goskontsert USSR daar nog geen definitief besluit over heeft genomen.

Dit wordt medegedeeld als informatie.
Voorzitter van het comité (handtekening) V. Fedortsjoek     

-----------------

Nou wil het toeval dat er over het onderhavige Tsjakovski-concours een stevige documentaire is gemaakt. Over eventuele ‘ongezonde’ bijval voor de diverse muzikanten in de zaal valt op grond van de beelden niks te zeggen. Maar helemaal aan het eind van de film wordt het plots interessant. Daar zien we Peter Donohoe voor een open raam staan en toegejuicht worden door Moskouse bewonderaars beneden op straat. Uiterst ongezond uiteraard, binnen het vigerend denkraam van de KGB.

Overigens werd er bij de pianisten geen winnaar aangewezen. Peter Donohoe deelde de tweede prijs met Vladimir Ovtsjinnikov. Na lezing van bovenstaand document vraag je je af in hoeverre de jury haar beslissing heeft kunnen nemen zonder last of ruggespraak.