—————————-
In Les Editeurs Réunis. (Schrijversportretten uit dezelfde serie prijkten aan de muur van ons collegezaaltje in Utrecht.)
——————————
Les Editeurs Réunis, aan de Rue de la Montagne Ste Geneviève in Parijs, zo ongeveer om de hoek bij het Panthéon, dat zal toch wel het grootste Russische antiquariaat zijn buiten de grenzen van het huidige Rusland en de voormalige USSR? Ik was vorig jaar in Finland en Estland, daar trof ik ook nog wel wat aan, en de leuke boekwinkel Interbok aan de Hantverkargatan 3 te Stockholm, gespecialiseerd in Rusland, had ook een paar planken met tweedehands spul, maar dat alles valt toch in het niet bij Les Editeurs Réunis. Daar zondigen ze wel tegen wat mij een ongeschreven regel lijkt: oud en nieuw staan er op een aantal plekken door elkaar – wat de pret overigens absoluut niet mocht drukken.
Ik was binnen tien dagen twee keer kort in Parijs, en gezien het feit dat antiquariaten – en boekwinkels überhaupt – in Rusland zelf voor mij voorgoed afgesloten jachtvelden zijn, leek het me verstandig om Les Editeurs Réunis, als een soort compensatie voor dat gevoelige verlies, beide keren met een bezoekje te vereren. Het bleek niet alleen verstandig, maar vooral ook heel leuk.
Maar voordat ik verder uitweid over die beide bezoeken (met onvermoede vondsten en een onverwachte ontmoeting op culinair gebied), gaan we eerst naar Heidelberg, een niet al te opwindend stadje aan de Neckar, in het noordwesten van de Duitse deelstaat Baden-Württemberg. Ik verbleef er eerder in de zomer anderhalve dag, op doorreis naar Milaan. Op mijn slentertocht door de bloedhete straatjes trof ik geen boeken aan in het Russisch, maar wel boeken over Rusland. En ik werd weer eens hard met mijn neus op een simpel feit gedrukt: ik word er niet jonger op.
Enige rommeligheid in een antiquariaat kan ik waarderen. Het draagt bij aan de voorpret bij het betreden van de winkel: híer ga ik zeker iets vinden waar ik al lang naar op zoek ben of waarvan ik het bestaan niet vermoedde. Antiquariaat Hatry aan de Heidelbergse Hauptstrasse scoorde op rommeligheid een ruime voldoende (“hoopgevend, geen zooitje”), maar tot een aankoop – los van een paar oude boekenleggers – leidde dat niet. Wat ik wel aantrof: twee boeken die me herinnerden aan lang geleden, aan de jaren zeventig, een tijd waarin mijn fascinatie met Rusland en de USSR langzaam maar zeker gestalte begon te krijgen. Vroeg of laat overkomt dat iedereen: je ziet of leest een boek dat je terugbrengt naar je eigen verleden. In antiquariaat Hatry gebeurde dat dus twee keer. Op de plank met boeken over Rusland kwam ik tegen: Victims of Yalta van Nikolai Tolstoy en Die Russen van Hedrick Smith.
Victims of Yalta (1977) was een vormend boek: het opende me de ogen voor het keiharde cynisme, de ongemene hypocrisie, van de ‘grote’ politiek. In dit geval van de Sovjetunie en Engeland, die over het lot beschikten van vele duizenden Sovjet-burgers die in de Tweede Wereldoorlog buiten de grenzen van de USSR waren beland. Zij werden, velen tegen hun zin, op onbarmhartige wijze terug de USSR in gebonjourd, waar ze nou niet bepaald met bloemen werden ontvangen. En dan Hedrick Smith, de Amerikaanse correspondent die met zijn The Russians in 1976 een boek afleverde dat je als student Russisch gelezen móest hebben. Het werd met klem aanbevolen door een van de Russische docentes op ons instituut. Verontwaardigd herhaalde ze, niet helemaal vlekkeloos, de afwerende reactie – volgens haar typisch Nederlands - van een van mijn medestudenten: “Wat een dikke boek!”
Daarmee was de confrontatie in Heidelberg met mijn verleden (en met de sterfelijkheid van de mens) nog niet voorbij. Terwijl de temperatuur akelig dicht in de buurt van de 40 graden was gekropen, viel mijn oog op een wat miezerig straatbibliotheekje. En wie trof ik daar aan: Klaus Mehnert! Een man met een bijzondere levensloop, waarover ik eerder schreef. Van hem is het boek Über die Russen heute. Was sie lesen, wie sie sind, waaraan ik indertijd – het verscheen in 1983 – zeer veel plezier beleefde. Ik vond het zo’n inspirerend boek dat ik bij Vrij Nederland aanklopte: waren zij misschien geïnteresseerd in een interview met deze Duitse Ruslandkenner? Dat waren ze, en ik stuurde een brief aan het instituut waar Mehnert aan verbonden was. Ik kreeg een vriendelijk antwoord: de heer Mehnert zou zeker ingestemd hebben met een interview, maar hij was kort daarvoor overleden. De berichten in de Duitse pers over zijn dood had ik gemist, de vorige eigenaar van het boek had duidelijk beter opgelet.
——————————
En in Milaan, trof ik daar nog iets aan? Het enige antiquariaat op mijn lijstje bleek gesloten, maar de kans dat ik daar iets leuks had gevonden, was toch al miniem. In een andere, moderne boekwinkel trof ik nog wel de eerste alinea’s van Tolstojs Anna Karenina, op een zuil geplakt, in het Russisch. Maar daar bleef het wat Rusland betreft bij.
Op naar Parijs!
Wordt vervolgd.