trein

Moskous treinstation in het licht van vertrek - foto's van Dima Zverev

—————————-

Binnenkort mag ik weer: een flinke treinreis maken door Rusland. Moskou-Wolgograd dit keer, achttien uur heen en achttien uur terug. Waarbij ik moet bekennen dat ik de ware Russische treinreisromantiek langzamerhand – kwestie van leeftijd – wel een beetje zat ben. Een boek proberen te lezen, terwijl iemand op anderhalve meter een gekook ei naar binnen zit te werken … Ik heb voor mijn komende reis het zekere maar voor het onzekere genomen en heb tussen Moskou en Wolgograd, heen en terug, een coupé helemaal voor mij alleen.

Als opwarmertje een aantal foto’s van fotograaf Dima Zverev, van het Moskouse Kazanski Station. Daar kom ik helemaal  niet, mijn trein vertrekt van het Paveletski Station, maar dat geeft niet. (Meer van Zverevs werk vindt u op zijn Facebookpagina.)

En om helemaal in de stemming te komen, hier de muziek waarmee de trein uit Moskou in Wolgograd wordt verwelkomd. Dat zal niet zo goed te horen zijn in de trein, ook niet als er niemand in je coupé is die erdoorheen zit te praten of luidruchtig met z’n koffer aan het schuiven gaat, maar mijn hotel is vlak bij het station, ik ga speciaal een keertje terug om dit muzikale treinschouwspel gade te slaan vanaf het perron.

Jekaterinburg-Verchotoerje: een decolleté en een gebedenboek in de Oeral - 1

——————-

Jekaterinburg (Deze Vrolijke Frans komt in onderstaand stukje niet voor. Ik had helaas geen foto voorradig van de hoofdpersoon - wel een filmpje.)

Ze had een decolleté zoals je die tegenwoordig nog maar weinig ziet. Verder was ze volledig geblondeerd en droeg ze een rokje dat niet nauwer kon. Over het hoofd zien lukte niet. Ik kwam haar tegen in de restauratiewagon van de trein die me van Jekaterinburg naar Verchotoerje bracht, een rit van zeven uur door de Oeral. Ze behoorde tot het bedienend personeel. 

De trein was nog maar net onderweg. Het was eind van de middag en dat is het moment dat bij mij het onvermijdelijke verlangen opkomt naar bier. Een fles Kozel of een blikje Baltika, een boek en buiten Rusland dat voorbij rolt - kom daar eens om in Nederland. Voor dat bier moest ik twee wagons verder zijn. Ik duwde er de deur open en daar stond ze, met haar rug naar me toe. Ze draaide zich naar me om en - ik zei het al - over het hoofd zien lukte niet. Olga (ik noem haar maar even Olga, anders wordt het zo onpersoonlijk) vroeg of ik bleef eten. Ik zei dat ik alleen een biertje wilde. Of ik dan straks misschien nog kwam eten? Misschien, zei ik, maar ik dacht: ik peins er niet over. Tegen de tijd dat ik honger kreeg, zou ik mijn maaltijd wel naar de coupé laten komen. 

Maar terwijl ik mijn biertje dronk, was mijn coupé-genote van middelbare leeftijd in slaap gevallen. Ze had me de eerste drie minuten van de treinreis haar recente medische dossier geopenbaard, dat er in het kort op neerkwam dat ze uit Severo, waar ze geen ziekenhuis hadden, naar Jekaterinburg was gekomen voor een operatie aan een nier. Die was geslaagd, maar nu ze lag te slapen, leek het me beter dat ik haar niet zou wekken door op anderhalve meter afstand een warme maaltijd te gaan zitten eten. Ik ging terug naar de restauratiewagon. Ik bleek er de enige klant.

En daar was Olga weer. Ik weet niet hoe ze mijn terugkeer interpreteerde, maar halverwege de maaltijd (gebakken aardappelen met paddestoelen, vet, maar lekker), kwam ze, met het voltallige decolleté, aan mijn tafeltje staan. Wilde ik misschien nog iets drinken? Ik zei vriendelijk van nee, waarop ze voorover boog en in één vloeiende beweging, glijdend over het bankje, aanschoof tegenover me aan het tafeltje. Of ik háár dan misschien iets te drinken wilde aanbieden. Nee, zei ik.

Olga drong niet aan en even vlot schoof ze het bankje weer uit. Terwijl ik me verder bezighield met mijn aardappelen, liep ze af en toe nog langs. Ze zal vermoed hebben - zo bewoog ze althans - dat ik mijn blik niet alleen bij mijn bord hield en - ik geef het onmiddellijk toe - daar had ze gelijk in.

Buiten viel voorzichtig de schemering in. De aardappelen en paddestoelen gingen op. Olga was schuin tegenover me gaan zitten, aan tafel bij een collega die een heleboel papieren voor zich had liggen en druk in de weer was met een rekenmachientje. De bovenste knoopjes van haar witte overhemd waren nu dicht. Ik kon niet precies horen wat er gezegd werd - ter ere van mijn komst was de muziek aangezet - maar ik meende dat Olga iets zei over “niet netjes gekleed”. Daarbij legde ze een hand op het verdwenen decolleté, dus ik denk dat ik dat goed verstaan heb. Had ze een aanmerking gekregen van haar chef?

Hier ziet u Olga even voorbijkomen. Erg duidelijk komt ze niet in beeld, waarvoor excuses, maar om nou te gaan zitten inzoemen… U kunt het beeld natuurlijk wel even stilzetten.


———————-

Een paar dagen later reisde ik in omgekeerde richting, van Verchotoerje naar Jekaterinburg. De trein had dit keer geen restauratiewagon, er was niet eens een buffet. Olga heb ik niet meer gezien.   

In Verchotoerje, ook wel het Vaticaan van de Oeral genoemd, was ik ondertussen een vrouw tegengekomen uit heel andere sferen. 

Verchotoerje

Aankomst te Tobolsk - met klimpartij en zoektocht

--------------

-------------

Het was tien uur van Jekaterinburg naar Tobolsk. Voor het eerst had ik via internet een Russisch treinkaartje aangeschaft en het resultaat overtrof al mijn verwachtingen. Ik had een luxe variant uitgezocht: een plekje in een coupé voor twee. Mijn onbekende medepassagier was er nog niet. “Ben ik nog een paar haltes alleen?”, vroeg ik de conductrice. “U bent de hele reis alleen”, antwoordde ze, en ze liet me haar elektronisch apparaatje zien, waarop stond dat Egbert Hartman de plaatsen 3 en 4 had geboekt. Dat had ik thuis achter de computer helemaal niet zo bedoeld, maar ik maakte er geen punt van. 

Om 12.37 uur, precies op tijd - zoals bijna altijd in Rusland - kwam de trein in beweging. Eindelijk mocht ik weg uit Jekaterinburg, een stad die weinig warme gevoelens bij me had opgewekt. Ik wist wel dat er een maaltijd bij het treinkaartje zat inbegrepen, maar was toch aangenaam verrast toen de conductrice meteen na het vertrek aanklopte en me een menukaart overhandigde. Wilde ik de maaltijd nu meteen als lunch of wachtte ik liever nog een paar uur?
 

Op het station van Tjoemen stond mijn trein - volgens dienstregeling - 40 minuten stil

De tijd en het landschap gleden voorbij, en tegen elven ’s avonds reden we Tobolsk binnen. Of beter: station Tobolsk, het stadje zelf lag nog een aantal kilometers verderop. Station Tobolsk stelde weinig voor, zo weinig, dat mijn trein niet naast een perron tot stilstand kwam. Dat zie je in Rusland wel vaker en je moet dan als reiziger aardig wat hoogteverschil overwinnen om uit de trein op de begane grond te belanden. Het ging me, ondanks mijn koffer en rugzak, redelijk vlot af.

Toen kwam de volgende hindernis, die iets zwaarder was. De voetgangersbrug bleek afgesloten. (“Misschien wel voor altijd”, zei de conductrice, maar dat leek me overdreven.) Mijn trein was gearriveerd op Spoor 2. Om het stationsgebouw te bereiken, moest ik nu Spoor 1 over. Daar stond een trein. Die kwam gelukkig snel in beweging, en toen ontvouwde zich de situatie die u helder weergegeven ziet op bovenstaande tekening. Station Tobolsk telde één perron en daar moest ik op zien te komen. Ik kan u verzekeren dat mijn schets nauwelijks overdreven is: dat ene perron kwam ongeveer tot aan mijn borstbeen. Links en rechts van me klauterden andere passagiers omhoog. Naast me duwde een man zijn - neem ik aan - echtgenote met twee handen onder haar billen de hoogte in. Giechelend landde ze op het perron, waarna het haar beurt was om hém te helpen. Dat bleek nog iets lastiger, maar ook die klus werd geklaard. De vrouw vroeg of ik misschien ook hulp nodig had, maar ik had mijn handen al op het perron gezet en met een sprongetje dat er volgens mij best soepel uitzag, won ik genoeg aan hoogte om ook mijn rechterbeen op het perron te krijgen. De rest was kinderspel en als volleerd treinreiziger-in-Rusland liep ik met een gezicht van 'dit doe ik elke dag' naar het stationsgebouw. Daar werd mij ongevraagd een taxi aangeboden. Ik negeerde dat aanbod en dat was erg dom.

Deel 2.

Het Kremlin van Tobolsk

De BAM - een reis over een megalomane spoorlijn. Verslag in foto's - 4.

Salto's in de Amoer en Navalny in Chabarovsk - het vierde en laatste deel van mijn fotoverslag van mijn reis over de BAM, de Bajkal-Amoer Magistral. De spoorlijn ligt enkele honderden kilometers ten noorden van de Transsiberische Spoorlijn. 
Hier deel 3.  (Reproductie van de foto's uitsluitend via hollandse-hoogte.nl)

Herstel: er volgen nog zeker twee afleveringen.

Tynda. Hier ben ik, in de hitte, gaan zitten wachten tot er iemand met de juiste gestalte en de juiste motoriek door het beeld kwam lopen. Ik weet niet waar ze naartoe ging, maar op de terugweg kwam ze nog een keer langs!

-----------

In het dorpje Kitsjera, aan de noordkant van het Bajkalmeer, bespraken we met beide heren de toestand in de wereld en we waren het roerend met elkaar eens. Na afloop van het gesprek, dat ze graag onder het genot van een stevige slok hadden voortgezet, vroegen ze of we misschien honderd roebel voor ze hadden. We schudden onze portemonnees leeg en dat leverde aan muntjes vijftien roebel op. "Het begin is er!", was de verheugde constatering.  

Verder denk ik dat ze zich met alle plezier hadden aangesloten bij dit kwartet. Deze vier bevonden zich in Severobajkalsk, vanaf Kitsjera een uurtje of twee met de auto over een onverharde weg - wat naar Siberische maatstaven helemaal niks is, natuurlijk. 

---------------

Bij wijze van contrast. Deze jongeling in Komsomolsk aan de Amoer - aanzienlijk verder dan twee uur met de auto - had een helder hoofd. Wat geen overbodige luxe was, want als je na zo'n salto in het water belandt, moet je snel naar de kant. De Amoer stroomt nogal snel. Ze waren trouwens nog geen vijf minuten bezig, of daar kwam, in een motorbootje, de politie. Dat ze daar onmiddellijk mee op moesten houden. Dat deden ze, maar aan de andere kant van die twee boten, honderd meter verderop, gingen ze even later vrolijk verder.

Ook bij het water: 

Een stadsfeest met zang en dans. En nog geen vijftig meter naar links vermaakte de jeugd van Komsomolsk aan de Amoer zich in haar eigen wereld:

Ik wilde nog tegen hem zeggen: laat verder maar, kansloos, maar ik heb me er niet mee bemoeid. 

---------------

Het dorpje Doesjkatsjan aan het Bajkalmeer. Er lag vis op de barbecue, maar daar houd ik niet van. Dus ben ik maar wat gaan lopen met m'n fototoestel.

-----------------

Nog even terug naar Komsomolsk aan de Amoer - met afstand de boeiendste plaats aan de BAM. Je mag toch hopen dat dit mozaïek, al kan je er nog zo veel vraagtekens bij zetten (het is een eerbetoon aan de vrijwilligers van de Komsomol, terwijl de stad voor een groot deel gebouwd werd door gevangenen), tot in lengte van jaren behouden blijft. 

En deze hamer-en-sikkel, in Vanino, mag ook blijven. 

------------------

Chabarovsk. Flyeren voor Navalny. “Er was hier pas nog een Nederlandse mevrouw”, vertelde de jongen in het witte t-shirt, “en die zei dat het in Nederland allemaal veel slechter was. Dat je in Nederland met een klein pensioen maar moest zien rond te komen, met allemaal hoge prijzen en huren.” De mevrouw had een bedrag genoemd (hoe hoog of laag precies, ben ik vergeten) en daar was hij een beetje van in verwarring geraakt. “Zulke hoge pensioenen hebben we in Rusland helemaal niet!” (De mevrouw in kwestie maakte geen deel uit van mijn reisgezelschap, anders had ik haar diezelfde dag nog een paar dingen uitgelegd.)
 

Waarmee we zijn aangekomen bij het einde van mijn foto-verslag. Deze brug hoort er eigenlijk niet bij, want die ligt in Krasnojarsk, over de Jenisej. Het was de eerste halte op weg vanuit Moskou naar het beginpunt van de BAM. Hopelijk wordt deze foto symbolisch, want als mijn plannen werkelijkheid worden, vormt hij de schakel met mijn volgende reis: vanuit Krasnojarsk per boot over de Jenisej naar het noorden. 

De BAM - een reis over een megalomane spoorlijn. Verslag in foto's - 3

Moestuinen en Stalinbarakken. Deel 3 van het foto-verslag van mijn treinreis langs de BAM, de Bajkal-Amoer Magistral, de spoorlijn die gebouwd werd in de jaren 1974-1984 en die enkele honderden kilometers ten noorden van de Transsiberische Spoorijn ligt. Hier deel 2. (Reproductie van de foto's uitsluitend via hollandse-hoogte.nl)

Tynda, de 'hoofdstad' van de BAM. Je zou het niet zeggen als je deze foto ziet, maar Tynda kampt met een dalend inwonertal. Het waren er 70.000 in 1989, toen de bouw van de spoorlijn in volle gang was, nu zijn het er ongeveer de helft. De meisjes - die met de meeste ballonnen was jarig - lopen over de Krasnaja Presnja. Die straat heb je ook in Moskou en dat is geen toeval. De hele USSR bouwde mee aan de spoorlijn en Moskou kreeg Tynda toegewezen als bouwproject.
      

Het dorpje Doesjkatsjan aan het immense Bajkalmeer. We vroegen de vrouwen wanneer ze voor het eerst hoorden van de spoorlijn die er ging komen. Er waren al geruchten voordat het officieel bekend werd, vertelden ze. En verder heb ik niet goed geluisterd, want over het dorpsweggetje liepen twee meisjes met een hondje heen en weer. 

----------------

Tussen Oest-Koet (het beginpunt van de BAM) en Severobajkalsk. Maar het had overal kunnen zijn, want het maakt niet zo veel uit waar je rijdt in Rusland met een trein. De afstanden zijn altijd lang, het uitzicht blijft bijna overal gelijk en ook het ritme van de rails is steeds hetzelfde. En 's nachts, wanneer je ergens stilstaat, hoor je een vrouwenstem (altijd een vrouwenstem) aankondigen dat de trein op spoor 2 gaat vertrekken. Is dat jouw trein? Het maakt niet uit. Je slaapt verder en je komt altijd aan.  

Station Fevralsk, met op de trein dat mooie, rode logo. Het bestaat uit drie letters: РЖД, wat staat voor Russische Spoorwegen (Российские железные дороги).
 

Kitsjera, aan de noordkant van het Bajkalmeer. De bouw van het dorp werd toegewezen aan de toenmalige Sovjet-republiek Estland en we zijn hier in de Tallinstraat. De bewoners  waren trots op hun mooie bloementuintjes en goed verzorgde trapportalen, vol muurschilderingen met als thema: poezen. Ook de moestuinen moesten we beslist zien.

----------------

Met de bouw van Komsomolsk aan de Amoer werd begonnen in 1932. Aan de Amoer staat een standbeeld voor de vrijwilligers - leden van de Komsomol - die daarbij hun beste beentje voorzetten. Niemand maakt er in de stad tegenwoordig nog een geheim van dat toch vooral gevangenen als arbeidskrachten werden gebruikt, bij de bouw en in de fabrieken die er kwamen. Hier, aan de rafelranden van de stad, restanten van barakken. In dit geval werkten de gevangenen in de nabijgelegen staalfabriek, rechts op de rechterfoto.  
 

En van de afdeling water heb ik dit keer de Tatarensont, die ligt ingeklemd tussen de Zee van Ochotsk, de Zee van Japan, Ruslands oostkust en Sachalin, en het voor mijn lezers inmiddels vertrouwde Bajkalmeer. In de Tatarensont, bij het dorpje Datta, wordt gevist op keta. In het Bajkalmeer, bij Severobajkalsk, kort na zonsopgang, op omoel. De stemmen van de vissers in de bootjes reikten ver, maar niet zo ver dat ik ze kon verstaan. Ik had daar anders, denk ik, nog een apart stukje aan kunnen wijden.

De BAM - een reis over een megalomane spoorlijn. Verslag in foto's - 1

In juli/augustus maakte ik een reis over de BAM, de Bajkal-Amoer Magistral, de megalomane spoorlijn die tussen 1974-1984 werd aangelegd, enkele honderden kilometers ten noorden van de Transsiberische Spoorlijn. Hier deel 1 van een uitgebreid fotoverslag.  

(Reproductie uitsluitend via hollandse-hoogte.nl)

Elke wagon van een langeafstandstrein in Rusland heeft er twee. Probeer je eens voor te stellen hoeveel conductrices dat zijn in totaal. (Ja, er zijn ook conducteurs.) Ze controleren je kaartje en paspoort, dan pas mag je aan boord. Daar geven ze je schoon beddengoed en zorgen ze voor permanent heet water. Dit was op het station van Novy Oergal. Zij zorgde voor de passagiers in de wagon naast de onze. Ik heb haar verder niet meer gezien.
    

(Reproductie uitsluitend via hollandse-hoogte.nl)

Dit is natuurlijk met afstand mijn favoriete station aan de BAM, die ruim 3.000 kilometer telt. Dit is het beginpunt van de spoorlijn, maar los daarvan: het is het station van Oest-Koet (daar had u nog nooit van gehoord), en hoe noemen we dat? Lena. Je komt aan bij Oest-Koet, je moet eruit bij Oest-Koet, je denkt: mooi, alles volgens de dienstregeling, je zegt vriendelijk gedag tegen de conductrice (ja, er zijn ook conducteurs), je staat op het perron met al je bagage, in Oest-Koet denk je, en dan zie je staan op het stationsgebouw: LENA ...

Het station is genoemd naar de rivier Lena, die door Oest-Koet stroomt. Kijk, hier hebt u hem. Of haar: 

(Reproductie uitsluitend via hollandse-hoogte.nl)

(Reproductie uitsluitend via hollandse-hoogte.nl)

Ik zag dit schip voorbijkomen (de V. Sjelkovnikov) en dacht: dat wil ik ook. Volgend jaar ga ik een reis maken, van zuid naar noord of van noord naar zuid, over de Lena. Of over de Jenisej. Of de Angara. De Amoer kan ook. De Ob hebben we ook nog.
 

(Reproductie uitsluitend via hollandse-hoogte.nl)

Dit is een bushalte, maar niet zo maar een bushalte. Ik sta hier - in Nizjneangarsk - namelijk met mijn rug naar een vijfde van de wereldvoorraad aan zoetwater.  Dat heet allemaal bij elkaar het Bajkalmeer. Er staat daar, rechtsachter me, ook een soort stellage van rode letters: BAJKAL, met een hartje. Dat kan je dan fotograferen. Of je gaat ervoor staan of ernaast en je láát je fotograferen. Beide heb ik niet gedaan.  
 

(Reproductie uitsluitend via hollandse-hoogte.nl)

In Zvjozdny, dat we bereikten over een onverharde weg in een busje met slechte vering, bezochten wij een alleraardigst BAM-museum. In Zvjozdny kwam in 1975 de eerste BAM-trein aan. Dat ging gepaard met nogal wat fanfare, die allang is verstomd. Net als veel andere BAM-nederzettingen, die vaak net zo jong zijn als de spoorlijn zelf, kampt Zvjozdny met een dalend inwoneraantal - en dat is te zien. Er is leegstand en er staan onafgebouwde flats. Het contrast met het goed onderhouden station is groot, maar dat valt onder de Spoorwegen, die duidelijk een economische staat binnen de staat vormen. Op de vraag of ze het niet pijnlijk vond, dat de overheid dorpen als Zvjozdny lijkt te zijn vergeten, na al die fanfare uit vroeger jaren, antwoordde onze gids met een hartgrondig 'ja, natuurlijk'. Ze gaat na de zomer pedagogie studeren in Irkoetsk, als ik het me goed herinner. Zal ze daarna nog terugkeren naar Zvjozdny?  
 

(Reproductie uitsluitend via hollandse-hoogte.nl)

De demografische problemen van de uitgestrekte BAM-regio werden nog duidelijker zichtbaar, toen we verder waren gereden naar Nija. En ook daar weer dat rare contrast met het goed onderhouden station, waar overigens geen mens te zien was, want veel passagiersvervoer is er niet. Prettig om te zien was dan weer dat de school er goed onderhouden, bijna vrolijk, bij stond. Net als in Zvjozdny, trouwens.   

Als om de demografische problemen te illustreren, liep er net een begrafenisstoet door het dorp. Beelden daarvan volgen in een latere aflevering.
 

(Reproductie uitsluitend via hollandse-hoogte.nl)

In Severobajkalsk stond ik heel erg vroeg op om de zonsopgang boven het Bajkalmeer te zien - en belandde midden in een tafereel dat niet zou misstaan in Arts en Auto. Door een van mijn reisgenoten liet ik mij vertellen dat we hier een Toyota Landcruiser op de foto hebben. Er stond, een stukje naar rechts, ook nog een Chinese Great Wall, wat ook een automerk is.
   

(Reproductie uitsluitend via hollandse-hoogte.nl)

Ik kwam aanlopen en had hier nog maar net mijn eerste foto gemaakt, toen een mevrouw me vroeg: 'En wie bent ú?' (А вы кто?) Ik kan in Rusland soms razendsnel geïrriteerd raken, en dit was zo'n moment. 'А вы кто?', vroeg ik op mijn beurt. Dat was het einde van de conversatie en ik fotografeerde verder.  

(Reproductie uitsluitend via hollandse-hoogte.nl)

We bevinden ons hier in Komsomolsk aan de Amoer, helemaal aan het eind van de BAM-spoorlijn, en deze scholieren vormen een erewacht bij het monument voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Ik kan zulke vlechten en strikken (en dat matrozendingetje!) niet weerstaan, en in de wetenschap dat ze geen kant op kon, ging ik voor haar staan en zoemde in. Thuis zag ik pas dat ze op alle foto's die ik van haar had gemaakt, stoïcijns langs de camera kijkt. Groot gelijk.

Reproductie uitsluitend via hollandse-hoogte.nl

Misschien dat deze scholiere stoïcijns langs dat oorlogsmonument keek, maar dat zal wel niet, want het was nogal groot. En waarom zou ze ook. Zij heeft geen vlechten, ook geen matrozendingetje, maar wel weer van die strikken. Die zag ik vorig jaar ook bij scholieren in Odessa op een vergelijkbare plaats. Werden die in de Sovjetunie ook al gedragen door zulke erewachten? 

De vrouw die me zo irriteerde met haar nurks klinkende vraag, hoorde overigens bij die scholieren. Ze keek steeds of alles wel goed zat; vlechten, strik en matrozendingetje. Misschien is ze lerares op hun school en was die vraag aan mij niet meer dan vriendelijke belangstelling. En zou ik langzamerhand weleens gewend mogen zijn aan dat compacte Russisch, dat vaak zo onvriendelijk klinkt, maar helemaal niet zo bedoeld hoeft te zijn.
 

(Reproductie uitsluitend via hollandse-hoogte.nl)

Een buitenbeentje, deze foto, want ik maakte hem in Krasnojarsk, dat niet aan de BAM ligt. In de winkel kan je terecht voor ondergoed, panty's en sokken. En Jim Morrison kent geen grenzen.
 

(Reproductie uitsluitend via hollandse-hoogte.nl)

Op het station van Ilanskaja. Ik beloof dat ik mijn serie fotoverslagen zal afronden met aanhangers van Navalny.

Hier deel 2.

Het rijk van de megalomane BAM. Edwin Trommelen over de menselijke maat langs die andere Trans-Siberische spoorlijn.

-------------

Mijn lijstje is bescheiden:

- De plaquette die ondersteboven hangt, bij een van de tunnels bij Severobajkalsk
- De zandduinen van Tsjara
- De Man met de hamer, het monument in Tynda voor de bruggenbouwers van de BAM
- De Japanse huizen aan de Sjtjsjeglova Pereöelok in Komsomolsk aan de Amoer.

Dat zijn de dingen die ik tijdens mijn komende treinreis door Siberië, over de Bajkal Amoer Magistral, in elk geval wil zien. En verder vind ik – drie weken lang kind in een Russische snoepwinkel – alles goed. Ik ga het perron betreden van het station in Oest-Koet aan de Lena, Nija bekijken (“Ik zag Georgië aan de BAM”), wakker worden met de taiga die voorbijschuift en de man weer horen die met zijn hamer (niet die van het monument in Tynda) op de wielen van de trein klopt. Ik vind alles goed.

Het bescheiden lijstje stelde ik op tijdens het lezen van het boek Het rijk van de BAM. Mijn reis met die andere Trans-Siberië Express, geschreven door Edwin Trommelen. Net als ik heeft Edwin nog een tik meegekregen van de Sovjetunie. Niet zo’n stevige tik als ik (hij is een slag jonger), maar toch – stevig genoeg om gefascineerd te zijn door dat enorme land dat ooit voor de eeuwigheid was bedacht, maar plots – geenszins spoorloos (onbedoelde woordspeling) – was verdwenen.

De BAM (3.097 km aan rails door nauwelijks bewoond gebied, 1.600 bruggen) was en is een raadselachtig, bijna bizar project. Waarom werd dit spoor, een paar honderd kilometer ten noorden van de Transsiberische Spoorlijn, nou eigenlijk aangelegd? Een duidelijk antwoord is er niet. De economische waarde is bescheiden, de militaire eveneens. Als staalkaart van arbeiderssolidariteit (alle Sovjetrepublieken bouwden mee) speelde de spoorlijn zeker een propagandistische rol, maar met het uiteenvallen van de USSR – twee jaar na de oplevering van de BAM – bleek die solidariteit toch vooral hol. De steden en dorpen aan het spoor hebben hun geplande aantal inwoners nooit gehaald, sterker nog, de leegloop is aanzienlijk. Trommelen ging vooral op zoek naar de achterblijvers, de BAM-veteranen die in hun jeugdig enthousiasme de grote stap naar Siberië maakten, gelokt door romantiek en hoge lonen, omspoeld door ronkende leuzen over een lichtende toekomst. Hoe vergaat het hun, nu het grote bouwproject dat hun leven ooit kleur gaf, zijn glans heeft verloren? 

Het vergaat hun goed. De trots op hún BAM overheerst, vooral bij de veteranen die als eersten in de wildernis arriveerden en onder zware omstandigheden de grond bouwrijp moesten maken, voordat de wat minder geharde pioniers, veelal jongeren geworven door de Komsomol, aan de slag gingen – overigens ook nog in moeilijke omstandigheden. Ze zijn gehecht geraakt aan hun streek en willen niet meer terug naar het dichter bevolkte Europese deel van Rusland. Ze hebben een eigen wereld gecreëerd. “Ik heb aan de BAM voornamelijk onafhankelijke, trotse mensen ontmoet”, schrijft Trommelen.

De gesprekken met de Bammers, die in hun vriendelijk enthousiasme nauwelijks zijn te stuiten (een geïnteresseerde buitenlander, wat wil je als trotse Rus nog meer!), worden afgewisseld met korte historische verhalen. Over de eerste pogingen om de spoorlijn te bouwen, bijvoorbeeld, nog onder Stalin, met ruime inzet van dwangarbeiders. De details over de bouw in de jaren zeventig zijn af en toe onvoorstelbaar. Zo was men al een eind gevorderd met de aanleg van de ruim 15 km lange Severomoejski tunnel, terwijl het onderzoek naar de geografische en hydrografische gesteldheid van de bodem in het zeer aardbevingsgevoelige gebied, ook nog eens ruim voorzien van permafrost, nog gaande was …

Joeri Titov - Nieuwe weg (jaren 70)

En steeds zijn daar weer de bewoners van de dorpen en steden langs de BAM. Vriendelijk, behulpzaam en zelfbewust. “Teruggetrokken – gelukkig in hun uithoek, in de eindeloze natuur.” Niet de delfstoffen die mede dankzij de BAM gedolven hadden moeten worden, maar deze Bammers vormen de echte rijkdom van Siberië, concludeert Trommelen aan het einde van zijn reis. De intrigerende, voor Rusland zo typerende mengeling van het grote, soms megalomane en niet altijd even goed doordachte aan de ene kant, en het kleine, menselijke aan de andere, komt in Trommelens boek treffend naar voren.  

En hier nog een leuk BAM-lied:


Mijn vertrek is eind volgende week – als ik mijn visum dan tenminste heb! Het wordt een kleine groepsreis, onder leiding van … Edwin Trommelen. Die overigens voor komend jaar een Siberische winterreis in gedachten heeft. Iets op en over het ijs van het Bajkalmeer. Ik weet nog niet of ik meega.