transport/verkeer

Met stip de top-drie in van mooiste tramlijntjes: hobbelen langs geschilderde luchtvaartgeschiedenis op een schutting, in Perm

———————

Had ik afgelopen zomer dan toch naar Perm moeten gaan? Ik verkoos het kleine, kleurrijke Verchotoerje, met z’n kerken en de fraaie houten hangbrug over de Toera. Het waren een paar mooi  dagen daar, maar als ik dit tramlijntje zie, in Perm, over de Koejbysjevstraat, langs de beschilderde schutting bij de Perm Motorenfabriek …

Let wel, dit is maar een deel van die schutting, de schilderingen beslaan in totaal bijna een kilometer. Daarop staan negentien vliegtuigen weergegeven, vijf helikopters, vier vliegtuigmotoren, twee reductoren en twee raketten. Voor het vliegend materieel dat er te zien is, leverde de fabriek achter de schutting – die ooit de naam van Stalin droeg – de motoren. In 2015, zeventig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, werden alleen vliegtuigen uit de oorlog geschilderd (dat gedeelte van de schutting is te zien op het filmpje), later kwam daar nog een boel moderner spul bij.

“Hier begon in 1930 de boskap…”


Ik lees her en der dat alle op ware grootte is afgebeeld. Mij maakt het niet uit, maar is dat echt zo? Wat mij meer bezighoudt,is: hoe lang blijft dit alles zitten? Heel lang, hoop ik, maar ik zie op sommige plekken dat de verf al afbladdert. Er werden trouwens 1243 spuitbussen gebruikt, ook om enkele taferelen uit de stadsgeschiedenis weer te geven. Daarvan is deze natuurlijk mijn favoriet:


Hier nog wat meer foto’s, onder meer via blogger Periskop. Via hem kwam ik de schutting in Perm op het spoor. (De fabriek achter de schutting - het kan misschien geen kwaad dat even te vermelden - is nog volop in bedrijf.)


En toen ging ik nog even op zoek naar die andere tramlijntjes in mijn top-drie, welke waren dat ook weer.? En, nou ja zeg, daar zat er ook eentje bij in Perm! Lijn 2. Dat was me even ontschoten. Een prachtexemplaar (ik schreef er hier over):


En natuurlijk hadden we ook nog het trammetje in Voltsjansk.

Waarna ik afsluitend in het schrijnend besef dat ik geen van deze ritjes ooit zelf heb gemaakt.

——————-

Voor technische detaisl van al het afgebeelde, zie hier (Russisch).

Aankomst te Tobolsk - met klimpartij en zoektocht

--------------

-------------

Het was tien uur van Jekaterinburg naar Tobolsk. Voor het eerst had ik via internet een Russisch treinkaartje aangeschaft en het resultaat overtrof al mijn verwachtingen. Ik had een luxe variant uitgezocht: een plekje in een coupé voor twee. Mijn onbekende medepassagier was er nog niet. “Ben ik nog een paar haltes alleen?”, vroeg ik de conductrice. “U bent de hele reis alleen”, antwoordde ze, en ze liet me haar elektronisch apparaatje zien, waarop stond dat Egbert Hartman de plaatsen 3 en 4 had geboekt. Dat had ik thuis achter de computer helemaal niet zo bedoeld, maar ik maakte er geen punt van. 

Om 12.37 uur, precies op tijd - zoals bijna altijd in Rusland - kwam de trein in beweging. Eindelijk mocht ik weg uit Jekaterinburg, een stad die weinig warme gevoelens bij me had opgewekt. Ik wist wel dat er een maaltijd bij het treinkaartje zat inbegrepen, maar was toch aangenaam verrast toen de conductrice meteen na het vertrek aanklopte en me een menukaart overhandigde. Wilde ik de maaltijd nu meteen als lunch of wachtte ik liever nog een paar uur?
 

Op het station van Tjoemen stond mijn trein - volgens dienstregeling - 40 minuten stil

De tijd en het landschap gleden voorbij, en tegen elven ’s avonds reden we Tobolsk binnen. Of beter: station Tobolsk, het stadje zelf lag nog een aantal kilometers verderop. Station Tobolsk stelde weinig voor, zo weinig, dat mijn trein niet naast een perron tot stilstand kwam. Dat zie je in Rusland wel vaker en je moet dan als reiziger aardig wat hoogteverschil overwinnen om uit de trein op de begane grond te belanden. Het ging me, ondanks mijn koffer en rugzak, redelijk vlot af.

Toen kwam de volgende hindernis, die iets zwaarder was. De voetgangersbrug bleek afgesloten. (“Misschien wel voor altijd”, zei de conductrice, maar dat leek me overdreven.) Mijn trein was gearriveerd op Spoor 2. Om het stationsgebouw te bereiken, moest ik nu Spoor 1 over. Daar stond een trein. Die kwam gelukkig snel in beweging, en toen ontvouwde zich de situatie die u helder weergegeven ziet op bovenstaande tekening. Station Tobolsk telde één perron en daar moest ik op zien te komen. Ik kan u verzekeren dat mijn schets nauwelijks overdreven is: dat ene perron kwam ongeveer tot aan mijn borstbeen. Links en rechts van me klauterden andere passagiers omhoog. Naast me duwde een man zijn - neem ik aan - echtgenote met twee handen onder haar billen de hoogte in. Giechelend landde ze op het perron, waarna het haar beurt was om hém te helpen. Dat bleek nog iets lastiger, maar ook die klus werd geklaard. De vrouw vroeg of ik misschien ook hulp nodig had, maar ik had mijn handen al op het perron gezet en met een sprongetje dat er volgens mij best soepel uitzag, won ik genoeg aan hoogte om ook mijn rechterbeen op het perron te krijgen. De rest was kinderspel en als volleerd treinreiziger-in-Rusland liep ik met een gezicht van 'dit doe ik elke dag' naar het stationsgebouw. Daar werd mij ongevraagd een taxi aangeboden. Ik negeerde dat aanbod en dat was erg dom.

Deel 2.

Het Kremlin van Tobolsk

Het rijk van de megalomane BAM. Edwin Trommelen over de menselijke maat langs die andere Trans-Siberische spoorlijn.

-------------

Mijn lijstje is bescheiden:

- De plaquette die ondersteboven hangt, bij een van de tunnels bij Severobajkalsk
- De zandduinen van Tsjara
- De Man met de hamer, het monument in Tynda voor de bruggenbouwers van de BAM
- De Japanse huizen aan de Sjtjsjeglova Pereöelok in Komsomolsk aan de Amoer.

Dat zijn de dingen die ik tijdens mijn komende treinreis door Siberië, over de Bajkal Amoer Magistral, in elk geval wil zien. En verder vind ik – drie weken lang kind in een Russische snoepwinkel – alles goed. Ik ga het perron betreden van het station in Oest-Koet aan de Lena, Nija bekijken (“Ik zag Georgië aan de BAM”), wakker worden met de taiga die voorbijschuift en de man weer horen die met zijn hamer (niet die van het monument in Tynda) op de wielen van de trein klopt. Ik vind alles goed.

Het bescheiden lijstje stelde ik op tijdens het lezen van het boek Het rijk van de BAM. Mijn reis met die andere Trans-Siberië Express, geschreven door Edwin Trommelen. Net als ik heeft Edwin nog een tik meegekregen van de Sovjetunie. Niet zo’n stevige tik als ik (hij is een slag jonger), maar toch – stevig genoeg om gefascineerd te zijn door dat enorme land dat ooit voor de eeuwigheid was bedacht, maar plots – geenszins spoorloos (onbedoelde woordspeling) – was verdwenen.

De BAM (3.097 km aan rails door nauwelijks bewoond gebied, 1.600 bruggen) was en is een raadselachtig, bijna bizar project. Waarom werd dit spoor, een paar honderd kilometer ten noorden van de Transsiberische Spoorlijn, nou eigenlijk aangelegd? Een duidelijk antwoord is er niet. De economische waarde is bescheiden, de militaire eveneens. Als staalkaart van arbeiderssolidariteit (alle Sovjetrepublieken bouwden mee) speelde de spoorlijn zeker een propagandistische rol, maar met het uiteenvallen van de USSR – twee jaar na de oplevering van de BAM – bleek die solidariteit toch vooral hol. De steden en dorpen aan het spoor hebben hun geplande aantal inwoners nooit gehaald, sterker nog, de leegloop is aanzienlijk. Trommelen ging vooral op zoek naar de achterblijvers, de BAM-veteranen die in hun jeugdig enthousiasme de grote stap naar Siberië maakten, gelokt door romantiek en hoge lonen, omspoeld door ronkende leuzen over een lichtende toekomst. Hoe vergaat het hun, nu het grote bouwproject dat hun leven ooit kleur gaf, zijn glans heeft verloren? 

Het vergaat hun goed. De trots op hún BAM overheerst, vooral bij de veteranen die als eersten in de wildernis arriveerden en onder zware omstandigheden de grond bouwrijp moesten maken, voordat de wat minder geharde pioniers, veelal jongeren geworven door de Komsomol, aan de slag gingen – overigens ook nog in moeilijke omstandigheden. Ze zijn gehecht geraakt aan hun streek en willen niet meer terug naar het dichter bevolkte Europese deel van Rusland. Ze hebben een eigen wereld gecreëerd. “Ik heb aan de BAM voornamelijk onafhankelijke, trotse mensen ontmoet”, schrijft Trommelen.

De gesprekken met de Bammers, die in hun vriendelijk enthousiasme nauwelijks zijn te stuiten (een geïnteresseerde buitenlander, wat wil je als trotse Rus nog meer!), worden afgewisseld met korte historische verhalen. Over de eerste pogingen om de spoorlijn te bouwen, bijvoorbeeld, nog onder Stalin, met ruime inzet van dwangarbeiders. De details over de bouw in de jaren zeventig zijn af en toe onvoorstelbaar. Zo was men al een eind gevorderd met de aanleg van de ruim 15 km lange Severomoejski tunnel, terwijl het onderzoek naar de geografische en hydrografische gesteldheid van de bodem in het zeer aardbevingsgevoelige gebied, ook nog eens ruim voorzien van permafrost, nog gaande was …

Joeri Titov - Nieuwe weg (jaren 70)

En steeds zijn daar weer de bewoners van de dorpen en steden langs de BAM. Vriendelijk, behulpzaam en zelfbewust. “Teruggetrokken – gelukkig in hun uithoek, in de eindeloze natuur.” Niet de delfstoffen die mede dankzij de BAM gedolven hadden moeten worden, maar deze Bammers vormen de echte rijkdom van Siberië, concludeert Trommelen aan het einde van zijn reis. De intrigerende, voor Rusland zo typerende mengeling van het grote, soms megalomane en niet altijd even goed doordachte aan de ene kant, en het kleine, menselijke aan de andere, komt in Trommelens boek treffend naar voren.  

En hier nog een leuk BAM-lied:


Mijn vertrek is eind volgende week – als ik mijn visum dan tenminste heb! Het wordt een kleine groepsreis, onder leiding van … Edwin Trommelen. Die overigens voor komend jaar een Siberische winterreis in gedachten heeft. Iets op en over het ijs van het Bajkalmeer. Ik weet nog niet of ik meega.

Met de auto over de spoorbrug .... (Maar niet alles is zoals het lijkt.)

-----------------


U ziet op de foto een brug over de rivier de Ingoda, voorbij Tsjita, richting Mongolië. En u vraagt zich misschien af: is dit een brug voor auto’s of voor treinen? Wel, het is een brug voor beide. Uit onderstaand filmpje blijkt overduidelijk dat niet iedereen daar even gelukkig mee is.

De vrachtwagenchauffeur is een azijnpisser van heb ik jou daar. Zelden iemand zo horen klagen. Hij bereikt veilig de overkant, maar er deugt allemaal – ik pas me moeiteloos aan aan zijn taalgebruik - geen ene reet van. In het hele land is het een teringzooi en bij deze brug al helemaal. “Zit ik hier nou in een vrachtwagen of op een locomotief? Gaan mijn belastingcenten dan ook naar de spoorwegen?” Aardig is ook dat hij de slagboom aan de overkant de “kolchozslagboom” noemt.

En mijn eerste (Nederlandse) reactie was natuurlijk: die vent heeft gelijk, wat is dat voor waanzin, auto’s op een spoorburg! (Of treinen op een autobrug.) Maar soms kan het geen kwaad om ook even met een andere (soepelere) blik naar zulke zaken te kijken. De meeste reageerders op YouTube, vooral Russen uiteraard, zijn het niet eens met de boze chauffeur:

- Hebben ze een mooie weg over een brug voor ‘m aangelegd, hoeft ie geen kilometers om te rijden, zit ie te klagen als een oud wijf. En maar vloeken en het hele land verketteren. Verhuis dan lekker!

- Een mooie, egale brug. Scheelt ‘m honderden kilometers. En maar klagen.

- Die huilebalk mag dankbaar zijn dat ze die spoorbrug voor auto’s hebben aangepast. Zijn Russische wegen het probleem? Nee, het probleem zit achter het stuur.

- Wat een debiel. Da’s een wereldberoemde brug. Gaat één keer per week een trein over naar de plaatselijke fabriek.

En dan denk ik: ze hebben gelijk! Wat een zeur, die vent. Laat ie inderdaad blij zijn dat ie in anderhalve minuut de Ingoda over is.

Maar daar staan dan weer andere meningen tegenover:

- Economisch verantwoord, zo’n brug? Een land van gestoorde slaven, ik haat jullie, hufters! Zo leven we, omdat 90 procent van de bevolking bestaat uit kloothommels. Jullie eten stront en zijn blij, stelletje randdebielen!

- Er worden triljoenen gejat en in plaats van een verkeersbrug rijden we als klojo’s over de spoorweg.

- Hij is een zeur omdat de ambtenaren in de regio geld hebben gejat in plaats van normale wegen aan te leggen en een normale brug? Wat zouden Russen dan überhaupt nog klagen over corruptie?    

En daar zit ook wat in.

De twee standpunten samengevat in twee reacties die ik niet ga vertalen – want dan gaat er nogal wat verloren:

- Мат перемат, смысл видео не ясен, ехал бы в брод, если так не нравится
- Смысли в том, что нахуя России мельдониевые оленьпиады когда в стране ни дорог ни мостов нет. Так ясно?

Hoe met de Franse Opéra en een kilometer aan aquarellen de Transsiberische Spoorlijn werd gepromoot - 2

---------------

Op de Wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs waren maar liefst twee panorama’s te zien waarmee Rusland de Transsiberische Spoorlijn onder de aanbracht bracht. Voor de ontwikkeling van Siberië waren buitenlandse investeerders nodig en de tot de verbeelding sprekende spoorlijn (in 1900 nog niet voltooid) was een uitstekend uithangbord. Beide panorama’s waren ondergebracht in het Pavillion de l’Asie russe et de la Sibérie.

De bezoekers van het paviljoen konden plaatsnemen in een wagon, waarna voor de ramen met behulp van schuivende panelen de illusie werd gewekt van een voorbij glijdend Siberisch landschap. (Zie deel 1.) De beschilderde panelen zullen artistiek van weinig waarde zijn geweest, al valt dat niet meer met zekerheid te zeggen; ze zijn niet bewaard gebleven. Artistiek interessanter was in elk geval het tweede panorama, dat bijna een kilometer aan aquarellen besloeg, en dat wel bewaard is gebleven. Het bevindt zich in de Hermitage in Sint-Petersburg.

De aquarellen, die enigszins naïef aandoen, zijn het werk van Pavel Pjasetki (1843-1919). Bij elkaar vormden ze met 940 meter het langste schilderij ter wereld. De bezoekers hoefden al die meters niet zelf af te leggen. Ze konden plaatsnemen voor een kist van een halve meter hoog en enkele meters lang. Daarin werden de aquarellen, verdeeld over acht rollen, voor het publiek afgedraaid.

Pjasetski toont hier een eerder panorama, dat van de Trans-Kaspische Spoorlijn.

Het complete panorama telde negen rollen en toonde landschappen, bruggen en steden vanaf de Wolga tot aan de Stille Oceaan. De laatste, negende rol, met het traject vanaf het Bajkalmeer tot aan Vladivostok, was ten tijde van de Wereldtentoonstelling in Parijs nog niet klaar. Het werk aan het panorama was namelijk niet helemaal gladjes verlopen. Pjasetski, behalve schilder ook arts, kreeg de opdracht voor de aquarellen van de directie van de Transsiberische Spoorlijn. Er ontstond een conflict over het honorarium, waarna tsaar Nicolaas II de betaling van Pjasetski voor zijn rekening nam. Vanaf 1894 was de kunstenaar op verschillende plekken getuige van de aanleg van de spoorlijn. Hij had een fiets bij zich om in de omgeving schetsen te kunnen maken. Later kreeg hij dankzij de bemoeienissen van de tsaar een eigen atelierrijtuig.

Pavel Pjasetski op de fiets

Brug over de Ob

Omsk

Spoorbrug bij Omsk in aanbouw

De aanleg van het spoor

Luxe wagon 'opengeklapt'. 

Kapel aan boord


Psjasetski had eer van zijn werk. Het panorama, dat hij in Parijs zelf bediende, werd door de jury van de Wereldtentoonstelling beloond met een gouden medaille. Zelf ontving hij de Légion d'Honneur. De aquarellen, die ook nog getoond werden op de Wereldtentoonstelling van 1904 in het Amerikaanse St.Louis, belandden uiteindelijk in de Hermitage in Sint-Petersburg. Daar werden ze begin deze eeuw gerestaureerd en in 2007, ter ere van het 170-jarige bestaan van de Russische spoorwegen, tentoongesteld in het Vitebsk Station. Het is bijzonder ergerlijk dat ik die tentoonstelling, ook nog eens in het mooiste station van Sint-Petersburg, compleet heb gemist.   

Medewerksters van de Hermitage met de negen rollen van Pjasetski's panorama

Hier deel 1.

Bronnen:

- Фритьоф Беньямин Шенк - Поезд в современность (Moskou, 2016), een vertaling van: Frithjof Benjamin Schenk -  Russlands Fahrt in die Moderne (2014).
- Arjan den Boer – Panorama Transsibérien (2014).

(Wie, enthousiast geworden door bovenstaand artikel, meer wil weten over de twee genoemde panorama's: kijk uit voor de informatie op Wikipedia. Beide worden daar op wonderbaarlijke wijze samengevoegd tot één geheel. De schilder Pjasetski wordt aangezien voor de maker van het door Wagons-Lits geleverde panorama en de 'passagiers' zien volgens Wikipedia vanuit de trein zíjn aquarellen voorbijkomen. Dat klopt niet.)  

Hoe met de Franse Opéra en een kilometer aan aquarellen de Transsiberische Spoorlijn werd gepromoot - 1

------------------

De brug over de Jenisej

Moskou keek niet op een paar centen, toen in 1900 in Parijs de Transsiberische Spoorlijn gepromoot moest worden. Ondernemingsgezinde politici, aangevoerd door minister van financiën Witte, zagen Siberië als toekomstige transitzone voor internationale handel. De economische ontwikkeling van het gebied ten oosten van de Oeral stond hoog op de agenda en Westerse investeerders moest worden duidelijk gemaakt dat er in Siberië, met zijn vele grondstoffen, grote kansen lagen. De Wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs bood daartoe een uitgelezen mogelijkheid, met de Transsiberische Spoorlijn (nog niet voltooid in 1900) als aanlokkelijk visitekaartje.

Bezoekers van de Wereldtentoonstelling kregen in het Pavillon de l'Asie russe et de la Sibérie twee indrukwekkende panorama’s voorgeschoteld – betere reclame voor Rusland als ontluikende technologische en industriële grootmacht was nauwelijks denkbaar. Het grootste van de twee panorama’s kwam tot stand in samenwerking met het Belgische Wagons-Lits, het kleinere, een lange reeks aquarellen, was het werk van de schilder Pavel Pjasetski. ‘Kleinere’ is overigens relatief; Pjasetski’s aquarellen besloegen een kleine 1 kilometer aan doek.

Het panorama van Pjasetski (waarover meer in deel 2) is bewaard gebleven, dat van Wagons- Lits helaas niet. Het Belgische bedrijf trakteerde de bezoekers op een ware – in modern Nederlands – experience. Er waren vier zeer luxueuze wagons neergezet, waarmee Wagons-Lits ooit (het zou er nooit van komen) passagiers over de verre spoorlijn zou vervoeren. Twee daarvan waren uitgerust als restaurants-op-wielen, en daar kon het publiek genieten van een virtuele reis over de Transsiberische Spoorlijn. Nadat de stationsbel drie keer had geluid, kwamen voor de ramen een aantal panelen in beweging, die het effect gaven van een voorbijschuivend landschap. De panelen waren het werk van Marcel Jambon en Alexandre Bailly, twee decorschilders van de Parijse Opéra. Tussen een langzaam bewegend achtergronddoek en een sneller doek op de voorgrond met stenen en zand, bewogen twee panelen met landschappen. Na de ‘reis’, die drie kwartier duurde, stapten de bezoekers uit op een ‘perron’ in Peking. Dat zo’n treinreis naar de Chinese hoofdstad nog helemaal niet mogelijk was, mocht de pret niet drukken.

Het panorama van Wagons-Lits

Ook met de fraaie wagons van Wagons-Lits kregen de bezoekers een iets te positief beeld voorgeschoteld. Het bedrijf verzorgde in die tijd al reizen met luxe wagons naar onder meer Sint-Petersburg, Moskou, Riga, Charkov en Kiev, maar die rijtuigen waren niet zo luxe als de wagons op de tentoonstelling in Parijs. De werden uitsluitend verhuurd aan welgestelde privé-personen, zoals de Amerikaanse familie Vanderbilt.  

Model van de spoorbrug over de Jenisej

De presentatie werd een groot succes. Het Comité van de Siberische Spoorlijn, samen met het ministerie van Transport verantwoordelijk voor de opzet, kon na afloop van de zeven maanden durende tentoonstelling een selectie overleggen van duizend artikelen uit 395 buitenlandse kranten, gewijd aan de spoorlijn achter de Oeral. De lijn werd daarin niet alleen belicht als (toekomstige) reismogelijkheid, ook de technische aspecten van de aanleg, door vaak moeilijk terrein, kwamen ruimschoots aan bod. Een extra reden voor trots was de gouden medaille die werd toegekend aan het ontwerp van de spoorbrug over de Jenisej, bij Krasnojarsk, van ingenieur  Lavr Proskoerjakov.

--------------------

Hier deel 2.

Bronnen:

- Фритьоф Беньямин Шенк - Поезд в современность (Moskou, 2016), een vertaling van: Frithjof Benjamin Schenk -  Russlands Fahrt in die Moderne (2014).
- Arjan den Boer – Panorama Transsibérien (2014).

(Wie, enthousiast geworden door bovenstaand artikel, meer wil weten over de twee genoemde panorama's: kijk uit voor de informatie op Wikipedia. Beide worden daar op wonderbaarlijke wijze samengevoegd tot één geheel. De schilder Pjasetski wordt aangezien voor de maker van het door Wagons-Lits geleverde panorama en de 'passagiers' zien volgens Wikipedia vanuit de trein zíjn aquarellen voorbijkomen. Dat klopt niet.)  

En tot besluit: een mooie nacht in de mist op Rostov-aan-de-Don Centraal. “Trein 104 staat 14 minuten stil.”

----------

Rusland spoorwegen trein Rostov


Ter afsluiting van het jaar 2015 een beetje zen uit Rostov-aan-de-Don. Daar is iemand, hij heet Igor, die af en toe met een camera naar het station gaat om aankomende en vertrekkende treinen te filmen. Het aardigste resultaat van al zijn inspanningen vindt u hieronder, 25 minuten tijdens een mistige nacht, eind oktober 2013: 


Veel valt er niet te zien. Er arriveert een trein. Er vertrekt een trein. Ze komen uit Adler,  Kislovodsk, Gomel. Ze gaan naar Moskou, Saratov, Novorossijsk.

Er klinkt een hese fluit.

De mevrouw van het station zegt door de luidspreker dat trein nummer 104 aankomt op spoor 1, perron 1 – want in Rusland hebben ook de perrons een nummer.

Spoor 1/первый путь … Hoor nou, hoe de mevrouw van het station die ‘zachte t’ uitspreekt: путь … Ik deed er zeven maanden over om dat voor elkaar voor elkaar te krijgen.       

Er knarsen wielen.

Toek. Daar heb je dat geluid weer dat niemand ooit zal kunnen nadoen. Toek! De man van het station slaat met een hamer op een onderstel. De mevrouw van het station zegt: “Trein 104 staat 14 minuten stil, de nummering van de wagons begint vanaf de staart van de trein.”

De treinen zijn hoog en ongenaakbaar. Van de coupés die voorbij trekken zijn de meeste donker. De mensen binnen hebben niet zo’n boodschap aan Rostov-aan-de-Don.

En daar is de mevrouw van het station weer! Ze zegt dat je de rails niet mag oversteken op plaatsen die daar niet voor bestemd zijn. En terwijl ze dat zegt, steken enkele onverlaten de rails over waar dat helemaal niet mag. De trein die komt aanrijden fluit boos.

Dat is het wel zo’n beetje.

Ik wens u een mooi 2016.  

1958322.jpg