sint-petersburg

Naar Pavlovsk! – deel 1: Hoe een Amsterdamse vogelliefhebber bijna werd afgerangeerd.

Gaat deze trein naar Pavlovsk? De vrouw op het perron, die ook die kant uit moest, zei van wel, maar voegde er heel eerlijk aan toe dat ze het ook niet zeker wist.

We hadden een mooie dag voor de boeg, Eelco (vogelkenner) en ik: naar het park van Pavlovsk, door veel inwoners van Sint-Petersburg opgezocht voor Russische sneeuwpret: langlaufen en sleetje rijden.

Daar klonk een mededeling door het verder lege treinstel: niet meer instappen!, hoorden we tussen veel gekraak door. Dat hadden we niet helemaal goed verstaan, zo bleek toen we voor de zekerheid toch maar even het perron op wilden om te kijken hoe of wat. Niet instappen!, moet de mededeling zijn geweest, want nadat ik nog net door de dichtslaande deur het perron op was geglipt, stond Eelco achter me wat onzeker naar buiten te kijken, door een deur die echt niet meer open wilde.

De vrouw die ook naar Pavlovsk moest, stond op het perron (zij had de mededeling wel verstaan) en wees Eelco door het raam op een knopje waarmee hij alarm kon slaan bij de machinist. Ik zwaaide – niet naar Eelco, maar naar de verre voorkant van de trein, waar ik de machinist vermoedde, die de Amsterdamse vogelliefhebber kon behoeden voor een eenzame rit naar de remise. Dat was een misrekening, want de machinist zat aan de achterkant van de trein, vlakbij. Gelukkig kwam hij naar buiten.

- Er zit nog iemand in de trein!, waarschuwde de vrouw.
- Is ‘ie dronken of zo?, vroeg de machinist licht geagiteerd.

Gepikeerd wilde ik iets antwoorden over een geluidsinstallatie die niet naar behoren functioneerde, maar ik liet het er verder maar bij. Ik was allang blij dat ik niet in m’n eentje naar Pavlovsk hoefde, met een licht schuldgevoel over een vogelkenner, buiten zijn wil om afgerangeerd richting remise.   

Hier deel 2.  

Van de coulissen van het Mariinsky naar de Nikolski kathedraal - wees zuinig op de zon!

De excursie in Sint-Petersburg naar het nieuwe gebouw van het Mariinski was de moeite waard , want hoe vaak in je leven sta je daar nou als gewoon mens tussen de coulissen. Maar buiten, zag ik – het was een uur of vier – zakte en zakte de zon. En met haar verdween langzaam het licht. Daarvan is er niet veel in januari in Sint-Petersburg, daar moet je zuinig op zijn. Ik wilde naar buiten!

 De man van de rondleiding was aardig, maar voor mij te lang lang van stof. Zullen we ook nog even naar de vierde?

 Ik wilde naar buiten!

Eindelijk greep ik bij de garderobe mijn spullen bij elkaar. Op naar de Nikolski kathedraal, honderd glibberige meters verderop. De zon moest daar, vermoedde ik, nog net de koepels raken. Na een meter of vijftig voelde ik de vrieskou aan mijn oren. Mijn muts! Terug naar de garderobe! Weer buiten miste ik het dopje van mijn lens. Nondeju, weer naar binnen. Niet te vinden! Dan maar zonder dopje verder.

 Een eindje verderop lag het op de verijsde stoep. Ik griste het van de grond, kluunde haastig naar de katherdraal en kon nog net een foto maken.       

Het Sint-Petersburg van Vladimir Sjinkarjov: de desolaatheid van een noordelijke vesting

Ik ontdekte Vladimir Sjinkarjov dankzij FC Zenit. Ik was op zoek naar een afbeelding van ons mooie stadion, toen ik op onderstaand schilderij stuitte. En ik begreep al vrij snel dat ik Sjinkarjov weleens wat eerder had mogen ontdekken. 

Sjinkarjov (1954) was een van de voormannen van de Mitki, een groep kunstenaars uit Sint-Petersburg die vooral in de jaren tachtig naam maakten met een mengeling van non-conformistische schilderkunst en literatuur en een enigszins hippie-achtige levensstijl.

 Er hangt nog steeds een zweem van non-corfmisme rond Sjinkarjov, al heeft hij allang de stap gezet naar de wereld van de ‘geaccepteerde’ kunst. Zijn werk wordt getoond in vooraanstaande musea. Hij antwoordt licht geamuseerd op vragen over zijn Mitki-verleden, maar neemt er – wat sympathiek overkomt – geen afstand van.

 De meeste aandacht krijgen Sjinkarjovs sombere stadsgezichten, met Sint-Petersburg als belangrijkste decor. Hij noemt de schilderijen neparádnye Peterburgskie peizázji (Russisch is makkelijker dan u denkt). In een verder niet al te boeiend interview geeft hij aarzelend toe dat daar dan misschien toch nog wel enig protest tegen de gevestigde orde in kan worden gezien, tegen de moderne tijd met z’n glamour en reclame. “De stad is bedachtzaam, een beetje bedroefd. Een noordelijke vesting, niet gebouwd voor helder, tropisch weer.”

Binnenkort hoop ik zijn werk in het echt te aanschouwen, en ook het decor: Sint-Petersburg in januari, met donkere dagen waarop het licht verslavende gevoel van desolaatheid je op elke straathoek kan overvallen.       

Om iets te vieren: klein groot Sint-Petersburg, het lijkt net speelgoed

Eigenlijk had dit een stukje moeten worden over een kampbewaker aan de BAM-spoorlijn in de grimmige jaren dertig. Over een dagboek vol Siberische ellende en zo, maar dat houdt u van mij tegoed.

Het wordt iets heel anders, want ik heb wat te vieren. Sinds de zomer van 2012 was ik niet in Rusland, en al helemaal niet in Sint-Petersburg. Maar de poelja is door de tserkov, in januari loop ik eindelijk weer door de sneeuw langs de Neva, die dan hopelijk stijf, stijf bevroren is, en kijk ik uit op een pleintje met Poesjkin in het midden. (Voor de cursus die ik tijdens een deel van mijn verblijf in Sint-Petersburg ga volgen, kunt u zich – mits het Russisch behoorlijk machtig – tot 1 december hier opgeven.)

Even iets vrolijks dus, in de vorm van een paar filmpjes over, uiteraard, Sint-Petersburg. Kitscherig af en toe, en helemaal geen sneeuw of ijs, maar nou ja. Ze zijn gemaakt door Andrej Jefimov, die in dit genre zijn brood verdient. Vandaar  de bedrijfsfilmpjes, die ik er voor de volledigheid ook maar bij heb gezet. Over Andrej hier en hier meer.

Het bovenste filmpje is het meest recent, met een iets andere techniek, waardoor de stad zo van boven, ook met die pingelmuziek erbij, opeens van speelgoed lijkt. Als die bellenblazer (op 1.10) er in januari nog staat, maak ik een paar mooie foto's van 'm. Want ja, ik neem ook een camera mee.

 

 

Noodlanding op de Neva – Leningrad ontsnapt aan vliegramp

Op 31 augustus 1963 ontsnapt Leningrad aan een vliegramp. Een Tupolev-124 met 44 passagiers aan boord maakt een noodlanding op de Neva en komt vlak voor de Finlandbrug tot stilstand op het water. Een sleepbootje, toevallig in de buurt, werkt het toestel naar de kant, alle passagiers en de bemanning blijven ongedeerd. Logisch, zo’n wonder, want aan boord bevond zich de latere patriarch Aleksi II. Of toch niet?

De TU-124, een nieuw type vliegtuig, was die woensdag opgestegen in Tallin voor een vlucht naar Moskou. Al snel bleek dat het voorste landingsgestel niet wilde inklappen. Het toestel werd naar het Leningradse vliegveld Sjossejnaja (het huidige Pulkovo) gedirigeerd voor een noodlanding buiten de landingsbaan, op zachte grond. Om alle brandstof op te gebruiken, werden rondjes gedraaid boven de stad, toen plots, kort na elkaar, beide motoren uitvielen. Waren de brandstofmeters niet precies genoeg geweest? Gaven die aan dat er nog een rondje gemaakt moest worden? Of had de bemanning – zoals de co-piloot jaren later op tv vertelde -  niet goed opgelet, omdat ze bezig was via een gat in de bodem dat verdomde landingsgestel los te krijgen?

Hoe dan ook, de TU-124 verloor snel hoogte en piloot Viktor Mostovoj koos voor de enige optie: een landing op het water van de brede Neva – met als hinderlijke obstakels, in volgorde van opkomst, de Litejnybrug, de Bolsjoj Ochtinskibrug, de Aleksandr Nevskibrug (gelukkig nog maar in aanbouw) en de Finlandbrug.

De eerste twee bruggen werden ruim genomen, bij de nog onvoltooide Nevskibrug scheelde het maar een meter of wat. De landing was relatief zacht en ruim voor de Finlandbrug kwam het toestel tot stilstand. Een stoomsleepbootje (bouwjaar 1898, melden de verslagen) wist het toestel naar een paar houtvlotten langs de kade te krijgen, waar de geschrokken inzittenden naar de kant konden komen. Het toegestroomde publiek werd op afstand gehouden. Wie foto’s maakte, moest zijn rolletje inleveren, waarbij, zo veel is wel duidelijk,  enkele onverlaten aan de aandacht van de ordehandhavers ontsnapten.

Er zal in de Sovjetmedia niet erg uitbundig over de noodlanding zijn bericht. Bijna een jaar na dato verscheen een verslag in het Engelse Flight International, dat daarbij vermeldde: “Full details of the Tu-124 ditching have only recently become available in the west through the publication of accounts in various Soviet newspapers and technical journals.” Het blad vermeldt foutief dat het incident ‘last october’ had plaatsgevonden.

Echte aandacht voor de knappe noodlanding kwam er in de Russische media pas in de jaren negentig en vorig jaar bij het vijftigjarig jubileum. De krant Izvestija spoorde de weduwe op van piloot Mostovoj. Die vertelde dat de bemanning bijna was vervolgd wegens nalatigheid. Mede dankzij de schrijver Vasili Ardamatski, die een korte schets van de bijna-ramp in de Izvestija gepubliceerd kreeg, draaide de wind en werd de piloot voorgedragen voor een onderscheiding. Die kwam er niet, volgens zijn weduwe door tegenwerking van vliegtuigontwerper Tupolev, die liever niet had dat er iets te veel nadruk zou komen te liggen op mogelijke gebreken aan het landingsgestel en de brandstofmeters van het nieuwe toestel. Een beloning kwam er uiteindelijk wel: van vliegtuigmaatschappij Aeroflot kegen Mostovoj en copiloot Vasili Tsjetsjenev een tweekamerflatje in Moskou.

Vrij klakkeloos wordt her en der neergeschreven dat de toekomstige patriarch Aleksi II zich aan boord van de Tupolev bevond. Aardig is nu dat juist het religieuze orgaan Pravoslavie daar een vraagteken bij zet. “Bevond zich aan boord een man Gods om wier wille de Heer erbarmen toonde?” Pravoslavie heeft er geen bewijzen voor gevonden, alle gegevens en ook de passagierslijst zijn verloren gegaan, wat ten zeerste wordt betreurd. “We zouden graag willen dat de mooie legende waar blijkt te zijn! En dat er aan de biografie van de grote ijveraar voor de Orthodoxie – de Allerheiligste Patriarch Aleksija II - nog een prachtige bladzijde kon worden toegevoegd.”       

De berging van het toestel. Net als de bovenste foto is deze genomen een dag na de bijna-ramp.

De berging van het toestel. Net als de bovenste foto is deze genomen een dag na de bijna-ramp.

En hier nog een kort ooggetuigeverslag:


De ‘putbinnenplaatsen’ van Sint-Petersburg – een fotografisch wandelingetje

De binnenplaatsen van Sint-Petersburg zijn een verhaal apart – dat u van mij niet gaat horen.

Ze vormen één van de charmes van de stad. Vaak liggen ze in elkaars verlengde. Dan loop je over twee, soms wel drie binnenplaatsen van de ene naar de andere straat. Of je verlaat zo'n dvor door een onverwachte poort naar links of rechts, om te belanden in weer een andere dvor, die twee poorten heeft die uitkomen op nog een andere straat. Zo loop je dan naar de metro, bijna zonder een gewoon trottoir te zien.

Een adres vinden, de juiste binnenplaats met het gewenste trappenhuis, is nogal eens uitdaging. Want behoort deze dvor, en dus ook de trappenhuizen die erop uitkomen, nu bij de straat die je net achter je liet of al bij de straat waar de volgende dvor op uitkomt?

Tegenwoordig bel je met je mobieltje even naar de bewoners van het gezochte adres. Die dirigeren je naar de juiste plek of komen even naar beneden. Daarmee is de romantiek van zo’n zoektocht wel grotendeels verdwenen. Want vroeger, kinderen, vroeger … Dan stond je daar, te midden van enorme sneeuwhopen of diepe, diepe smeltplassen, in het donker – want natuurlijk was de lamp boven de deur van vier van de vijf trappenhuizen kapot. En had je geen mobieltje om jezelf nog een beetje bij te lichten.     

Zit ik toch het verhaal van die binnenplaatsen te vertellen. Maar ik heb me beperkt tot de dagelijkse ‘wandelpraktijk’. Over de achtergronden weet ik niks. Waarom zijn er juist in Sint-Petersburg zo veel? Zijn ze spontaan ontstaan, vanzelf zo gegroeid, of is er een diepere, architectonische verklaring? Ik weet het niet.

Een speciaal type binnenplaats is de dvor-kolodets. Wat dvor betekent, moet u nu wel weten, een kolodets is een put. Het betreft dan – moet ik dat uitleggen? – binnenplaatsen die zo klein en nauw zijn dat ze doen denken aan een put.

Hieronder vind u een aantal mooie voorbeelden van deze putbinnenplaatsen. Door de wijze van fotograferen lijkt het allemaal kleiner en benauwder dan het in werkelijkheid is, al kan je weidse vergezichten hier vergeten. Ik trof de foto’s aan op de site van Filipp Tsjistjakov, gewijd aan dit soort binnenplaatsen, met de duidelijke naam dvorkolodets

Eén minpuntje bij Filipp: hij is wat slordig met de precieze adressen van de binnenplaatsen. Soms noemt hij alleen een straat, of zelfs dat niet.  

Aleksandr Petrosjan - hoffotograaf van Sint-Petersburg

Fotograaf Aleksandr Petrosjan kent u misschien niet van naam, maar de kans is groot dat u, wanneer u een beetje geïnteresseerd bent in Sint-Petersburg, meerdere keren foto’s van hem bent tegengekomen.

Sint-Petersburg is Petrosjans voornaamste thema, al maakt hij ook reportages in Moskou, de provincie en in het buitenland. De stad aan de Neva is voor elke fotograaf een schatkamer, niet alleen door de gebouwen, de statige rivier, de grachten en de bruggen – de natuur helpt ook een handje mee: met licht, luchten en sneeuw. Af en toe maakt Petrosjan daar iets te gretig gebruik van en worden zijn plaatjes te zoetig. Maar bijna steeds denk ik: die foto had ík willen maken. Wat mij betreft is hij de hoffotograaf van Sint-Petersburg.

 

 

Een serie met een andere ‘kleur’, door Petrosjan op zijn site De Achterkant genoemd: