sint-petersburg

Een geblondeerde Russin met een hark in het park

----------------


Opeens liep ze voor me, vlak bij het Tauride park in Sint-Petersburg. Geblondeerd, in bijzonder strakke jeans en met een wit jasje of hesje, of hoe heet zoiets - in elk geval was het allemaal veel te licht en luchtig voor de zeven graden en verschillende soorten neerslag die ons deze dag in het vooruitzicht waren gesteld. En op hakjes. En natuurlijk was ze aan het bellen, wat naadloos aansloot bij het beeld dat ik op grond van die hakjes en de rest meteen van haar had gevormd.

Het Tauride park was de dagen ervoor gesloten geweest. Er hing een bordje met een zeer bondige mededeling, waarvan ik zo gauw niet weet hoe je die even bondig zou moeten vertalen. ‘Dicht om te drogen’ komt aardig in de buurt, maar ja, dat klinkt niet. Hoe dan ook, het park was vandaag weer open en achter de geblondeerde Russin op hakjes liep ik het hek door naar binnen. Ik passeerde haar (ze liep met kleine pasjes - vanwege die hakjes natuurlijk), probeerde - tevergeefs - iets van haar telefoongesprekje op te vangen, keek nog eens om … en zag dat ze een hark aanpakte van iemand die daar een stapeltje van klaar had staan. 

Op de foto boven aan dit stukje ziet u haar links.

Wie al die mensen waren, weet ik niet. Buurtbewoners? Medewerkers van een nabij gelegen instituut of bedrijf? Hoe dan ook, ze waren deze zaterdagmorgen-vol-regen-in-de-lucht met z’n allen op komen draven om dat mooie park, nog maar net bevrijd van sneeuw, eens flink aan te harken. 

Petje af. Ik werd er erg vrolijk van.

En mijn excuses aan de geblondeerde Russin, die ik me, toen ik haar voor me zag lopen, niet zo snel met een hark in haar handen had voorgesteld. Al zou ik, als ik haar was, de volgende keer wel ander schoeisel kiezen.


(Inmiddels, een paar uurtjes verder, welt toch enig wantrouwen op. De fotografe op de foto boven, helemaal links, heeft wel opvallend veel oog voor juist haar … Wat op zich niet veel zegt, want dat had ik ook. Maar op een tweede foto, een minuutje later, staat onze geblondeerde Russin nog iets duidelijker te poseren tussen de mannen en vrouwen die heel anders gekleed zijn. Ze zal toch niet besteld zijn door de lokale krant? Voor een leuk plaatje op de voorpagina? Nou, laten we haar het voordeel van de twijfel gunnen.)

Supporters van FC Zenit eren Sjostakovitsj en zingen nieuwe poëzie

-------------------

De supporters van FC Zenit als Kulturträger – ik schreef er al eens een stukje over. Die supporters mogen onze ploeg vanaf de tribunes graag toezingen in het Frans. Enkele weken geleden brachten ze een heus eerbetoon aan Dmitri Sjostakovitsj en afgelopen donderdag leverden ze – geïnspireerd door de actualiteit – weer eens een vers stukje poëzie af.

Eerst nog maar even dat eerbetoon aan FC Zenit-supporter (en componist) Sjostakovitsj, voorafgaand aan het duel met Spartak Moskou, begin vorige maand. Ze brengen voor u een fragment uit diens Zevende Symfonie:


En dan dat verse stukje poëzie. Het zit namelijk zo. Al een jaar of negen is er een nieuw stadion in aanbouw. Eindelijk leek dat ergens op te gaan lijken. Trots werd onlangs de supermoderne grasmat, die het stadion in- en uitgeschoven kan worden, ter goedkeuring voorgelegd aan inspecteurs van de FIFA. En wat gebeurt er? Die gasten keuren de boel af! Als je aan de ene kant op een neer springt, komt het gras aan de andere kant in beweging …

Het inspireerde onze supporters tot een gedicht dat afgelopen donderdag ten gehore werd gebracht tijdens het thuisduel met Dundalk FC. Behalve aan het nieuwe stadion en de FIFA worden ook enige woorden gewijd aan clubs waarvan wij de naam liever niet in de mond nemen – maar vooruit, het is in een gedicht, dan vinden we het goed.

 Er zit enig voetbalidioom tussen, zie daarvoor de toegevoegde uitleg. 

 

Снова стадион подорожал,
Weer werd het stadion duurder
И ФИФА бракует наше поле.
En de FIFA keurt ons veld af
Снова я над игАрем поржал.
Ik heb me weer doodgelachen om Igar

Терек-самый честный клуб в футболе.
Terek is onze eerlijkste voetbalclub
Снова мясо грезит о звезде,
Weer droomt vlees van een ster
Но сидеть им дальше без трофеев.
Maar die blijven verder zonder bekers zitten

Весь футбол пошёл наш по пи...
Heel ons voetbal is naar de kl…
Наш футбол как игарь акинфеев.
Ons voetbal is net als Igar Akinfejev

Igar is Igor Akinfejev, de doelman van CSKA Moskou. Die liet vorige week in het Champions League-duel met AS Monaco weer eens een bal door. Op zich niets bijzonders, maar u moet weten dat Igor nu al in 41 CL-duels op rij één bal of meer heeft doorgelaten - een record van heb ik jou daar. En telkens wanneer er aan die droeve reeks weer een doelpunt wordt toegevoegd, maken alle supporters in Rusland – behalve die van CSKA natuurlijk – zich daar vrolijk om. (Waarom Akinfejevs voornaam wordt geschreven als Igar, weet ik niet.)

Terek is Terek Grozny. De club wordt regelmatig verdacht van omkoping.

Vlees is de bijnaam van Spartak Moskou. Bij elke vijfde landstitel mag er weer een sterretje bij op het shirt. (In Nederland verdien je pas een ster bij een tiende landstitel.) 

 

Volksvermaak in Leningrad. De verdwenen achtbaan aan de Neva

achtbaan Leningrad Sint-Petersburg

Op de plek hierboven heb ik heel wat voetstappen liggen, maar nooit heb ik vermoed daar ooit een heuse achtbaan heeft gelegen – en niet zo’n kleintje ook. Er zijn verzachtende omstandigheden (de achtbaan is in 1941 afgebrand en nimmer herbouwd), maar toch. Zoiets behoor ik te weten. Zoals iemand die Amsterdam denkt te kennen, dient te weten welk groot gebouw er voor de oorlog stond op het Frederiksplein en dat ook is afgebrand. 

De Russische benaming voor een achtbaan is Американские горки / Amerikaanse heuvels. De heuvels hierboven bevonden zich in wat nu het Aleksandrovski Park heet, naast de dierentuin. Een prachtige locatie, waarbij je met je wagentje bijna over het water van de Kronverskaja Potoka scheerde en uitkeek op de Peter-en-Pauls vesting, met iets verderop de Neva. Het was al de tweede achtbaan op die plek, de eerste, gebouwd door koopman Sergej Jelisejev, brandde in 1932 af. In mei 1934 werd de nieuwe in gebruik genomen.

 

Music Hall Gosnardom Alexandrovski Park Sint-Petersburg

Op deze foto is de ingang van het park te zien in de jaren dertig, toen het nog werd aangeduid als ‘park van het Gosnardom’. Dat Gosnardom (Staatsvolkshuis) staat hier links van de ingang, het herbergt tegenwoordig een muziektheater met de naam Мюзик Холл / Mjoezik Choll. Rechts van het puntdak zijn net de witte bogen te zien van de achtbaan. Hieronder diezelfde bogen, waarop staat – het eerste woord kan ik niet lezen (Мужество?) – dat de ideeën van Lenin-Stalin hebben gezorgd voor de creatieve bloei van alle volken:

Amerikanskie gorki achtbaan Leningrad jaren dertig

 

In het Gosnardom en het park was van alles te doen, zoals te zien is op dit jaaroverzicht van 1935, afkomstig uit het archief van de toenmalige plaatsvervangend directeur Boris Gorbonosov. Het park trok in dat jaar 1.160.600 bezoekers. De meesten van hen gingen naar een ‘Muzikale komedie’ (Музкомедия), de achtbaan stond met 538.500 bezoekers op de tweede plaats. Rechtsonder staat het ‘massa-werk’ vermeld, waaronder seances simultaan schaken, “met deelname van de beste schaakmeesters (Botwinnik e.a.).”

 

Op16 oktober 1941 viel het doek voor de Amerikaanse heuvels. Bij een Duitse luchtaanval gingen ze in vlammen op. De heuvels leken misschien van steen, maar waren van hout. Op de ansichtkaart, gemaakt in de oorlog, is links de brand te zien vanaf de Beurs. De achtbaan werd niet herbouwd, het vrijgekomen terrein werd bij de dierentuin gevoegd.

brand Leningrad beleg Tweede Wereldoorlog achtbaan ansichtkaart

Voor zover ik weet bestaan er geen bewegende beelden van de achtbaan in bedrijf. Die zijn er wel van de eerste achtbaan op die plek. Zie hieronder vanaf 7.30. Duidelijk komt daar de Petrus-en-Paulusvesting voorbij.

De schaduwen van fotograaf Titarenko - Sint-Petersburg in de jaren negentig

Er zijn foto’s die je maar één keer hoeft te zien om ze nooit meer te vergeten. Dit is er zo eentje, van Alexey Titarenko:

Titarenko (1962) maakte de foto in 1993 in Sint-Petersburg bij de ingang van metrostation Vasileostrovskaja. Een aantal jaren was dat ‘mijn’ metrostation wanneer ik in de stad verbleef – maar dat doet er nu even niet toe.

De foto maakt deel uit van de serie Stad van Schaduwen. De beelden uit die serie dateren uit de chaotische jaren negentig, maar hebben door de gebruikte techniek iets tijdloos. De mensen zijn vrijwel allen onherkenbaar en zijn teruggebracht tot schaduwen die zweven door een stad waar het leven zwaar is en het onmogelijk lijkt om je thuis te voelen.    

De verleiding is groot om over de mystiek van Sint-Petersburg te beginnen, een thema dat sinds haar stichting in 1703 aan de stad gekleefd zit. Zelf houd ik daar niet zo van, maar Titarenko doet dat (zie de documentaire hieronder) onomwonden, met verwijzingen naar de ziel van de stad, naar schaduwen die uit een andere wereld lijken te komen en – uiteraard - naar het werk van Dostojevski. (De foto's hieronder komen ook uit andere series van Titarenko.)

Titarenko zet zijn werk, en dan met name zijn winterfoto’s, af en toe wel erg zwaar aan. Te zwaar? Je ziet onbestemde dreiging en onzekerheid, groepen mensen die plots alle zekerheden van het bestaan kwijt zijn en die – niet voor het eerst in de twintigste eeuw - maar moeten zien te overleven. Sommige beelden doen denken aan het Leningrad van de Tweede Wereldoorlog. Dat je als kijker die link legt, is geen toeval. De associatie met de oorlog drong zich aan Titarenko op en dat gevoel legde hij vast in zijn foto’s. Op zijn site beschrijft hij hoe hij in de jaren negentig door de stad liep en uitgeputte, ondervoede, op schaduwen lijkende mensen zag, op de grens van waanzin, op zoek naar eten. “Zoiets had zich niet meer voorgedaan sinds het beleg van de stad door de Nazi’s.” Dat gevoel geeft hij in zijn somberste foto’s op fascinerende wijze weer, maar mij zijn die inderdaad te zwaar aangezet.

Hieronder, in drie delen, een documentaire over Titarenko (helaas met een Amerikaanse voice-over). Op 6.19 in deel 2 praat hij over de foto waarmee het hem naar eigen zeggen gelukt is om de sfeer van Sint-Petersburg vast te leggen. Tegen het einde van deel 2 en in deel 3 gaat het over het ambacht: hoe maakt hij zijn foto’s en wat gebeurt er allemaal nog mee in de – Titarenko werkt met film – donkere kamer.

Titarenko woont tegenwoordig in New York. Meer over hem kunt u lezen op zijn site

Winter in Sint-Petersburg in zestien foto's - deel 2

Je hoeft in Sint-Petersburg niet ver op pad te gaan om de ontspannen betrekkingen van de Russen met sneeuw te ervaren. Hier in het Taurispark heb je in het weekeinde binnen een straal van een paar honderd meter langlaufers, schaatsers, glijbaantjes en vaders met een kinderwagen. (Meer over Russen in de sneeuw schreef ik hier.) 

Ik wilde hier iets schrijven over de grijsheid van veel gebouwen in Leningrad aan het eind van de jaren tachtig en hoezeer de stad sindsdien is opgeknapt. Maar toen ik even zocht naar de juiste spelling van de vroegere eigenaren van het gebouw aan de Mojka met die mooie groenige spits (het warenhuis van Esders en Scheefhals), kwam ik uit bij het Rotterdams gemeentearchief. Wilt u onderzoek doen naar het warenhuis, dan kunt u misschien in dat archief beginnen. U vindt er onder meer: foto’s van de eerste steenlegging in 1906, drie enveloppen met financiële overzichten en correspondentie inzake de confiscatie van het bedrijf in 1917 en twee brieven uit 1932 van de zaak Esders Rotterdam aan Bernhard Esders (zoon van Stefan) inzake het bedrijf in St. Petersburg. Houdt u me dan wel op de hoogte van uw onderzoek? Dan schrijf ik er een stukje over.  

En dan nu drie tsaren op een rijtje. Eerst mijn favoriete standbeeld in Sint-Petersburg, van Alexander III, dat na een roerig leven voorlopig tot rust is gekomen op een veel te laag voetstuk waar eerder de pantserwagen van Lenin op stond – ik schreef er hier uitgebreider over. Links het Marmerpaleis, een filiaal van het Russisch Museum, waar ik een mooie fototentoonstelling bekeek.

Nicolaas I door het glas van een bushokje op een dag dat je niet te lang door de stad moet wandelen. Op een van de bas-reliëfs op de sokkel staat Nicolaas afgebeeld tijdens cholera-rellen in de stad, ik geloof aan de kant het verst bij het bushokje vandaan. Ik ben dat niet gaan controleren, want daar was het het weer niet naar. Liever ging ik nog even een kijkje nemen bij Peter de Grote, een paar honderd meter verderop 

Met deze foto doe ik de Bronzen Ruiter, het ‘belangrijkste standbeeld van Rusland’ (Hans Boland) natuurlijk geen recht. Daarom hier wat de maker Étienne Falcaunet zei over ‘zijn’ Peter de Grote: “Aan de mensheid moet de schepper, wetgever en weldoener van dit land worden getoond. Mijn tsaar houdt geen scepter vast, maar strekt zijn weldoenershand uit boven het land waarover hij rijdt. Hij beklimt een rotsblok, dat als fundament dient en de moeilijkheden symboliseert die hij heeft overwinnen.” (Hans Boland: Sint-Petersburg onderhuids)

Op deze plek zijn al zo veel mooie foto’s gemaakt, dan mag er ook best weleens wat door het beeld lopen.

Een meter of driehonderd naar links, bij de Petrus- en Paulusvesting, zat iemand op het ijs te vissen, vlak bij een bord waarop stond dat het niet de bedoeling was dat je op het ijs ging vissen.

En die vaargeul ligt er niet voor niks.

Hier deel 1.

Winter in Sint-Petersburg in zestien foto's - deel 1

Nicolaas de Eerste. Een nogal bijzonder standbeeld, omdat het alleen met de twee achterbenen van het paard op zijn sokkel rust. Peter de Grote zit een eindje verderop ook op een steigerend paard, maar die houdt zichzelf op de been met behulp van een slang. 

In de monding van de Neva moet je natuurlijk geen stad neerzetten. Hoe majestueus je de gebouwen ook maakt, tegen de grijze lucht en het ijs wordt alles nietig. Elk moment kan een oorverdovend gekraak losbarsten, en daar zakt de stad langzaam voorover, het water in. Het was -1, de wind kwam van de Finse Golf, het voelde als -15. Een winterwoestijn met verloren bouwsels die daar niets te zoeken hebben. In de zomer, ja, da’s een ander verhaal.

Het hoogtepunt van een treinreis naar Texel is de korte tussenstop op het station van Anna Paulowna, door de plaatselijke bevolking op gruwelijke wijze verbasterd tot Annapalóóna. AnnapAvlovna, mensen! Hoe vaak moet ik het nog zeggen. Anna was namelijk de dochter van Pável en dan heet je dus Anna Pávlovna. Die Pavel werd in bovenstaand paleis vermoord.

De monding van de Neva is de ideale plek om een stad neer te zetten. De grijze luchten, het ijs, de snijdende wind – het maakt de gebouwen ijl, maar onverzettelijk. Een decor waarin je niet kan leven, maar dat hoeft ook niet. Aanschouwen is voldoende. 

Het Hermitage theater, waar ooit het winterpaleis van Peter de Grote stond. Ga rechtsaf de boog onderdoor – die me steeds doet denken aan de stenen uit een bouwdoos die ik vroeger had - en je belandt bij de Mojka. Ik maakte de foto op 27 januari. Er liepen nogal wat soldaten rond in historische kleding en op het Paleisplein (bij de Mojka rechtsaf) waren met zandzakken kleine mitrailleursnesten opgericht. Want het was precies zeventig jaar geleden dat de omsingeling van Leningrad werd doorbroken.

Het Vitebski station is met afstand het mooiste station van Sint-Petersburg. Ik sta hier met mijn rug naar een bagagelift, want de treinen vertrekken van de eerste verdieping. Ik weet niet of die lift nog in gebruik is. Helaas kon ik de geur niet meefotograferen. De trein in het midden ging naar de hoofdstad van Oekraïne. Op een van de perrons voor de lokale treinen deed zich nog een spannend avontuur voor, daar werd mijn reisgenoot bijna afgerangeerd naar het depot. 

We waren op weg naar Pavlovsk, vernoemd naar de vader van diezelfde AnnapAvlovna. Het lijkt misschien of daar veel honden waren en allemaal mensen met bont, maar dat viel erg mee. Er werd veel plezier gemaakt met een soort vanzelfsprekendheid die je in Nederland bij dit soort winterweer niet ziet. Bij ons is iedereen dan een beetje hyper, want hoe lang ligt die sneeuw er nog.

Hier deel 2.

Naar Pavlovsk! – deel 2: Tussen de Russen in de sneeuw, met een boomklever en vatroesjka's.

(Hier deel 1.)

Nadat vogelkenner Eelco uit het boemeltreintje was ontzet, was het nog tien minuutjes wachten op de trein die echt naar Pavlovsk ging. De vrouw die ons op het perron had bijgestaan, stapte met ons in en ging één bankje verder zitten.

 - Nachbarn, zei ze tevreden. Op het perron had ze haar Duits op ons geoefend.

Eelco en ik hadden in Sint-Petersburg een cursus gevolgd voor tolken en vertalers. Ik wist van zijn belangstelling voor vogels, maar meer ook niet.

Onderweg naar Pavlovsk gebeurde er verder weinig. We fantaseerden wat over de remise waaraan Eelco was ontsnapt, en over de vele glazen die hij daar ongetwijfeld met het verbaasde personeel (‘Otkoeda? Gollandija?’) had moeten nuttigen. Aangekomen in Pavlovsk kochten we een kaartje voor het park, waar door een parkwachter met een grote schaar een kaarsrechte – daar stelde hij eer in, dat zag je - strook werd afgeknipt. En daar liepen we onder de neerdwarrelende sneeuw het park in, temidden van langlaufende volwassenen en kinderen voortgetrokken op een soort binnenbanden.

Opeens stond Eelco stil.   

Hij keek omhoog, een kale boom in. Een boomklever. De eerste die ik in mijn leven zag en Eelco’s reputatie als vogelkenner was gevestigd.

Een echte vatroesjka is om te eten

Een echte vatroesjka is om te eten

Even verderop, bij een afdalinkje richting een bevroren meertje, was het een drukte van belang. Een prachtige plek om naar beneden te glijden, men stond er voor in de rij. “Laat je vatroesjka niet glippen!”, hoorde ik een moeder roepen, en ik begreep meteen dat ze zo’n binnenband bedoelde om op te glijden. Vatroesjka! Mijn dag kon niet meer stuk: een nieuw woord geleerd en een boomklever gezien.

Zo brachten we de middag verder door, temidden van Russen op smalle ski’s en vatroesjka’s, ver weg van alle Oekraïense ellende. Eelco wees me nog op twee goudvinken, honderdvijftig meter verderop, en hoopte tevergeefs op een specht.

In het treintje terug dwaalden mijn gedachten af naar Ajax-Feyenoord. Hoeveel zou het staan? – Een klapekster!, zei Eelco die naast me naar buiten zat te kijken, om er meteen aan toe te voegen dat hij zich vergist had.

Onze kaartjes werden gecontroleerd. Wie zou er in de basis zijn begonnen, nu Klaassen geblesseerd was? – Puttertjes!

Tevreden kwamen we aan op het Vitebski station, het mooiste station van Sint-Petersburg.