sport

Dit is een ijselijk stel hoor!… Hét Russische ijshockeylied kwam uit onverwachte hoek.

——————-

President Poetin ontvangt componist Pachmoetova en tekstdichter Dobronravov

President Poetin ontvangt componist Pachmoetova en tekstdichter Dobronravov


In Rusland – en ook daarbuiten, trouwens – ben ik nog nooit naar een ijshockeywedstrijd geweest. Met als gevolg een opvallende lacune in mijn toch vrij uitgebreide Russische-muziekkenis. Pas zeer onlangs kwam ik namelijk hét ijshockeylied van Rusland tegen, dat (naar verluidt) elke Rus kent: Een lafaard speelt geen ijshockey. Verrassend vond ik de namen van de auteurs: componist Aleksandra Pachmoetova en tekstschrijver Nikolaj Dobronravov, die in dit geval werd bijgestaan door Sergej Grebennikov.

Pachmoetova (1929) en Dobronravov (1929) kende ik natuurlijk wel: het eerbiedwaardige schrijversduo, dat alleen al een plaatsje in de muziekhemel verdient vanwege het lied Как молоды мы были. Laten we daar eerst even naar luisteren, in een uitvoering van Dmitri Chvorostovski:


Dan lijkt het toch wel een hele stap naar een lied over ijshockey… Maar dat valt eigenlijk wel mee. Pachmoetova en Dobronravov waren (beiden leven nog, of ze nog veel schrijven weet ik niet) zeer veelzijdig. Ze behoorden tot het Sovjet-establishment en leverden naast ‘neutrale’ liedjes een grote hoeveelheid werk af over alles wat van landsbelang werd geacht; kosmonauten, Lenin, de Komsomol en ja, ook ijshockey. Want dat wás van landsbelang. Een lafaard speelt geen ijshockey verscheen in 1968. Geen sport sprak in die tijd zo tot de verbeelding in Rusland als ijshockey. De Sovjetunie was de Verenigde Staten en Canada op het ijs regelmatig de baas en de propaganda-waarde daarvan was nauwelijks te overschatten. Geen wonder dus dat een lied over die sport uit de koker kwam van officieel goedgekeurde topauteurs. Een lafaard speelt geen ijshockey is vooral bekend in de uitvoering van Edouard Khil, die overigens meer van voetbal hield dan van ijshockey:


‘Dit is een ijselijk stel hoor’, boven aan dit stukje, is natuurlijk een verwijzing naar ongeveer de bekendste zin van voetbal- en atletiekcommentator Theo Reitsma – dat moeten de ijshockeyliefhebbers mij maar vergeven. In mijn vertaling gaat ook nog een linkje schuil naar Rinus Michels – ook daarvoor mijn excuses. Het is een beetje vergezocht en u moet dat zelf maar ontdekken. Veel duidelijker – en Dobronravov maakte daar geen geheim van – is de verwijzing in de tekst naar de Veldslag op het ijs van 1242, waarin de Russen onder leiding van Alexander Nevski de Lijflandse Orde versloegen. Wat ik al zei: ijshockey was een zaak van landsbelang.

———-

In de oren galmt de vermetele muziek van de aanval
Stuur je pass preciezer naar een stick, schiet harder
En alles is OK, als het geweldige vijftal en
de doelman maar op het ijs staan

Het ijselijk stel voert een harde strijd
Wij geloven in de moed van de onverschrokken kerels
IJshockey wordt gespeeld door echte mannen
Een lafaard speelt geen ijshockey

Laat achter het doel van de tegenstander steeds vaker
Het lampje pulseren als een overwinningsbliksem
Maar is het nodig, dan vormen het geweldige vijftal
En de doelman een schitterende verdediging

Het ijselijke vriendenstel…

Vele mooie wedstrijden zullen gespeeld worden
We zullen nooit, nooit vergeten hoe in vroeger dagen
Het geweldige vijftal en de doelman
in geweldige slagen goud en bekers delfden

Het ijselijke vriendenstel…

—————

Hier nog een documentaire over Pachmoetova en Dobronravov. Bij 39.00 vertelt de legendarische ijshockeydoelman Vladislav Tretjak hoe het lied Een lafaard speelt geen ijshockey de spelers van de nationale ploeg inspireerde. (En een minuutje verder het lied dat klonk bij de sluitingsceremonie van de Olympische Spelen van 1980, onder de klanken waarvan mascotte Misjka langzaam wegdreef uit het stadion.): 

De stadionramp in Chabarovsk: trieste kopie van de tragedie bij Spartak Moskou - Haarlem

————————

De oosttribune in 1981. Rechts bij de orde cirkel bevond zich de noodlottige trap.

Ze vonden kort na elkaar plaats, in 1982, en de overeenkomsten zijn beklemmend: de ramp in het Leninstadion van Moskou en die in het Leninstadion van Chabarovsk een maand later. Bij de eerste, in Moskou, kwamen 66 supporters om het leven kwamen. De ramp werd goeddeels stilgehouden.  Was er ruchtbaarheid aan gegeven, dan was de tweede, in Chabarovsk, met 18 slachtoffers, misschien wel  nooit gebeurd.  

Bij de voetbalwedstrijd tussen Spartak Moskou en Haarlem vielen de doden in het gedrang dat kort voor het einde van de wedstrijd ontstond op een trap van de tribune. Er waren uitgangen afgesloten, te veel mensen hoopten samen en toen supporters uitgleden op de verijsde treden, was er geen houden meer aan. Het afgrijselijke scenario herhaalde zich op 20 november, zeven tijdzones naar het oosten, in Chabarovsk, in het stadion daar met dezelfde naam als dat in Moskou.

Op de avond van die koude dag – het vroor 20 graden ­– werd in de openlucht voor volgepakte tribunes een bandy-wedstrijd gespeeld tussen het lokale SKA en Zorki uit Moskou. Bandy (ijshockey met een bal) heeft sindsdien veel aan populariteit ingeboet, maar trok in de vroege jaren tachtig regelmatig volle stadions. Op het duel tussen SKA en Zorki, de nummers nummers 2 en 3 van het seizoen ervoor, waren 18.000 man afgekomen. Vermoedelijk waren dat er in de tweede helft meer – in de rust was het simpel om zonder kaartje binnen te komen. 

Het Leninstadion. De trap, zichtbaar bij de bovenste rechterpunt van de tribune, bij de rechterlichtmast, is na de ramp aangepast.

Een jaar eerder was het Leninstadion, gelegen aan de rivier de Amoer, gerenoveerd voor het WK bandy. De trap aan de rechterzijde van de oosttribune was daarbij aan de onderkant versmald, waardoor een soort trechter was gevormd. Enkele uitgangen waren afgesloten en tegen het einde van de wedstrijd dromden te veel supporters samen aan de bovenkant van de spekgladde trap. En toen ging het mis. Net als een maand eerder in het Moskouse Leninstadion gleden mensen uit en was er geen houden meer aan. Aan de chaos kan hebben bijgedragen dat menig supporter een slok op had. Drank in de vrieskou was bij bandy een gebruikelijk verschijnsel en zeker op de ‘proletarische‘ oosttribune, bekend om zijn roerige sfeer, zal aardig wat ingenomen zijn. Ooggetuigen zeggen dat agenten loerden op dronken toeschouwers en dat er onder aan de trap wagens klaarstonden om die af te voeren naar het ontnuchteringshuis. Bij de aanblik daarvan zouden supporters zijn omgekeerd, waardoor het gedrang zou zijn verergerd.

De ramp in Moskou, een maand eerder, werd door de voetballers van Spartak en Haarlem in het immense stadion niet opgemerkt. In Chabarovsk zagen de spelers wel wat er gebeurd was. Aleksandr Persjin van SKA vertelde jaren later aan het blad Sovetski Sport: ”Na de wedstrijd zaten we nog een tijdje in de kleedkamer. De stemming was opperbest na de moeilijke overwinning. Maar toen we de deur open hadden gedaan, waren we verbijsterd. De gang lag vol mensen. Sommigen kreunden, anderen gaven geen teken van leven. Beide teamartsen schoten het ambulancepersoneel te hulp en probeerden de slachtoffers te helpen.”

Drie dagen later verscheen er een summier berichtje in de lokale krant Ster van de Stille Oceaan: “20 november heeft zich na een hockeywedstrijd in het V.I. Leninstadion van Chabarovsk bij het vertrek van de toeschouwers ten gevolge van een verstoring van de bewegingsrichting een ongeluk voorgedaan. Er zijn slachtoffers. Er is een onderzoek gaande naar de omstandigheden van het voorval.” Op een vergelijkbare manier was er een maand eerder in Moskou bericht over de ramp in het Leninstadion daar. Dat de autoriteiten in en rond het stadion van Chabarovsk op de hoogte waren van wat zich in de Russische hoofdstad had afgespeeld, is niet waarschijnlijk. De precieze toedracht zal men zeker niet hebben gekend. Was dat wel het geval geweest, bijvoorbeeld door uitgebreidere berichtgeving, dan had men misschien nog eens naar de uitgangen en die trap bij de eigen oosttribune gekeken.

Na de Moskouse ramp werden enkele verantwoordelijken gestraft. Het juridisch onderzoek in Chabarovsk werd afgesloten zonder dat er verantwoordelijken werden aangewezen. Toen er openlijk over de ramp kon worden gesproken, werd bij de oosttribune een plaquette aangebracht met de namen van de achttien slachtoffers. Vorig jaar was ik in Chabarovsk en liep ik rond het stadion, waar tegenwoordig alleen nog wordt gevoetbald. Ik zag er mooie standbeelden uit de jaren vijftig. De plaquette heb ik niet gezien, ik heb er niet naar gezocht, want ik wist niet van de tragedie af.

Het Leninstadion in 2017. Het bord rechts vermeldt de gedragsregels voor het publiek.

Twee korte filmpjes over de tragedie van 1982:

Ronaldo en de gebroeders Messi op een binnenplaats. Met een hoofdrol voor de Russische commentator en een bijrol voor Arjen Robben.

---------------------

cherdancev4.jpg

Ja, die bijrol van Robben, dat is eigenlijk het enige wat er mis is aan onderstaand filmpje. Hij komt even in beeld, in een blauw Chelsea-shirtje, maar zijn naam wordt niet genoemd. Ach, een kniesoor die daarop let, verder mag dit verslag van een wel heel bijzondere wedstrijd op een binnenplaats ergens in Jekaterinburg er zijn. Een verzameling sterren van heb ik jou daar, met onverwachte solidariteit tussen Spaanse en Catalaanse aartsrivalen en een optreden van een nog jonge Beckenbauer. Die er niks van bakt, wat ik verder niet erg vindt, want nou ja, 1974 en zo. Het verslag is minstens zo goed als de wedstrijd zelf, het wordt – terecht - verzorgd door een echte commentator: Georgi Tsjerdantsev. De complete vertaling staat onder het filmpje. 
 

Goedenavond, beste voetballiefhebbers. We zijn aanwezig bij een opmerkelijke wedstrijd.  Wereldsterren uit het voetbal, de beste voetballers die u zich maar kunt indenken, zijn hier bijeen op dit veldje.

0.12 -  Messi, Cristiano Ronaldo, Kaka, Boelykin en ook een geheimzinnige speler van het Russisch elftal. Wie zou dat kunnen zijn? Eerlijk gezegd, hij is nog niet te zien. Misschien is het Zjyrkov, misschien Arsjavin, we zullen zien.

0.24 – De bal ligt in het midden. De wedstrijd is begonnen. Geweldige techniek laten de broers Messi zien.

0.33 – Gevaar bij het doel van het Rechterelftal. Oppassen! Was die bal nou over de lijn of niet? Kijken wat de scheidsrechter zegt. Ja dat is een doelpunt. De keeper pakt de bal uit het doel, dus de score is geopend.

0.45 – Nog een gevaarlijk moment voor het doel van het Rechterteam. Boelykin! Zulke kansen moet je benutten. Boelykin in een spagaat, bijna werkte hij de bal in het doel. Kennelijk is hij daarbij geblesseerd geraakt.

0.57 – Strompelend komt Boelykin weer het veld op. En ik geloof dat hij wraak wil nemen op zijn belager, maar de speler van Real Madrid had hier helemaal niks mee te maken. Die doet ook niet aan voetbal, maar aan karate.

1.05 – Een vriendje komt het veld op. Onduidelijk voor wie die speelt, misschien is hij neutraal. Misschien speelt hij voor het Rechterteam. Hij rukt knap op langs de zijkant, wil passen! Hij pakt de bal af en rent … het veld uit.

1.21 – De bal moet ingegooid worden bij de zijlijn. Nee, er wordt niet gestopt, de scheidsrechter laat doorspelen.

1.25 – Hoeveel het staat is volledig onduidelijk. De wedstrijd gaat door. Beckenbauer, pak de bal! Beckenbauer, schaam je! Een enorme blunder van de keeper.

1.36 – Real Madrid en Barcelona omhelzen elkaar. Dat zie je alleen maar bij onze bijzondere wedstrijd.

1.44 – En meteen het antwoord van het Rechterteam. Die moet zitten! Messi! Schot in de kruising, 1-1!

1.49 – Geweldig actie van de kleinste Messi ter wereld. Hij scoort en de stand is 1-1. De doelman rent uit z’n doel, schiet de bal naar de andere helft van het veld. Wat gebeurt er, de bal gaat het veld uit … Remmen!

2.04 – Messi, Messi, beetje voorzichtig met veteraan Beckenbauer. Je moet eerbied hebben voor oude mensen.

2.10 – En nog een aanval. Boelykin verovert de bal…

2.14 -  … en Petja moet thuis komen. Kijk nou wat er gebeurt. De eigenaar van de leren bal, Petja Bufonneke, pakt die bal en rent op volle snelheid naar huis. Wat een droefenis! Hoe kan je nou voetballen zonder bal – onmogelijk. Helaas, de wedstrijd is afgelopen. Het Rechterteam heeft met 2-1 gewonnen. We hebben gekeken naar een geweldige wedstrijd. Dit was Georgi Tsjerdantsev, ik ga een bord pelmeni eten.

Tot slot nog een quizzvraagje: wat betekent de voetbaluitdrukking игра в стенку? Binnenkort het antwoord. (Wie googelt mag nooit meer meedoen.)

Het is volbracht. In Samara nam ik plaats op de vip-tribune van het Dinamo stadion. (En ging ik ook die kerk binnen.)

---------------

De Pokrovski kathedraal voor de renovering.

Het is volbracht. Ik nam plaats op de vip-tribune van het nog net niet volledig vervallen Dinamo stadion van Samara. Daarmee deed ik een belofte gestand uit twee eerdere stukjes (zie hier en hier) en was de belangrijkste opdracht voor mijn reis naar Nizjni Novgorod, Kazan en Samara uitgevoerd. 

Het enige wat een beetje knaagt: het ging alles bij elkaar wel érg makkelijk. Ik had me met enige voorpret voorbereid op een dicht hek en een moeizame discussie met een verveelde bewaker, die ik dan uiteindelijk zou winnen, maar niets van dat alles: de deur van het gebouw aan de Lev Tolstojstraat stond open en de vrouw die binnen de boel bestierde, wees me meteen de weg naar het veld: die trap af en dan naar rechts.

De lokale elite op de vip-tribune ...

... en uw verslaggever.

En daar stond ik dan, in het Dinamo stadion, gebouwd met Duitse krijgsgevangen, waar bij de openingswedstrijd op 3 september 1948 zo'n 20.000 toeschouwers zagen hoe de lokale trots Krylja Sovetov (Vleugels van de Sovjets) Dinamo Kiev met 1-0 versloeg. Er waren wat jonge atleten aan het trainen, een eind verderop stond een eenzame figuur - ik vermoed een bokser - touwtje te springen. 

Toen ik vorig jaar besloot dat ik plaats zou gaan nemen op de vip-tribune, waren er plannen voor een renovatie van het stadion. Of die er nog steeds zijn, weet ik niet, maar wat ik zag, deed me vermoeden dat hier geen redden meer aan is. ‘Vergane glorie’, zelfs daar doe je het historische bouwsel (ooit het belangrijkste stadion van de stad) te veel eer mee aan. Mijn hemel, die blauw-witte vip-tribune waar ik op oude foto’s verliefd op was geworden … Van een afstandje lijkt het misschien van steen allemaal, maar niks hoor. Het zijn dakplaten die de boel bijeenhouden. Ik wilde er graag nog wat nostalgie bij voelen, maar zelfs dat lukte niet meer.

Het oude hoofdgebouw aan de korte zijde (tegenover de ingang aan de Lev Tolstojstraat) zag er - ook van een afstandje - goed uit, maar dat ging dan weer grotendeels schuil achter een schutting. Het lijkt gerenoveerd. Zou er van binnen ook wat aan gedaan zijn? En heeft die kop van Lenin daar altijd gezeten? Of was dat eerst Stalin? En waar is die klok dan gebleven?  

Het hoofdgebouw in vroeger tijden met de klok boven op het puntdak.

Het hoofdgebouw achter de schutting ...

... met Lenin waar ooit de klok zat.

De toegangspoort aan de Lev Tolstojstraat heeft nog allure ...


.... de achterkant van de vip-tribune niet meer.


Ik ging - ik moest er eerst het stadion weer voor uit - maar eens een kijkje nemen bij de Pokrovski kathedraal, aan dezelfde korte zijde van het veld, die - jazeker - gerenoveerd wordt. De mooie koepels, te zien op de foto boven aan dit stukje, gingen schuil achter hout. De kathedraal stond er al lang, toen in 1947, zo’n beetje in de voortuin, het stadion werd aangelegd. Ergens moest hier het familiegraf zijn van de Sjichobalovs, kooplieden die, ver voor de revolutie, de bouw van de kathedraal mogelijk hadden gemaakt. Ik vond het - ook weer zonder enige moeite - drie meter bij de ingang van het kerkwinkeltje vandaan.

In de kerk was een dienst gaande. Vrouwen met hoofddoeken stonden her en der als kleine eilandjes verspreid over de ruimte. Er klonk een koor en telkens op een bepaald moment in de tekst - voor mij volledig onvoorspelbaar - sloegen de vrouwen (en een enkele man) een kruis. Mijn blik viel op een jonge vrouw met de gestalte van een hoogspringster. Waar anderen bij het slaan van weer een kruis een beetje vooroverbogen, raakte zij hups, zo uit stand, met de drie vingers de punt van haar schoen aan. Ik kreeg het vermoeden dat zij zo uit de kleedkamer van het stadion ernaast naar de dienst was gekomen. Of misschien was dit wel haar voorbereiding op de training. Toen ik weer buiten stond, viel het me plots op dat de kerkgebouwen blauw-wit waren geschilderd, de kleuren van Dinamo - maar dat zal toeval zijn.  

Het winkeltje. Het koepeltje is op de foto bovenaan nog net rechts zichtbaar. 
Op het graf staat:
KERKBOUWERS EN WELDOENERS VAN DE STAD SAMARA
ANTONI, JEMELIAN, MICHEJ, MATVEJ SJICHOBALOV

Krylja Sovetov promoveert in het nieuwe WK-stadion van Samara en ik grijp naast zangeres Jolka.

-------------------

elka.jpg


En ook Jolka zou nog optreden, meteen na afloop van de wedstrijd! De zangeres die ooit zo’n aardige taalkundige bijdrage leverde aan dit weblog. De zangeres ook van het enige eigentijdse Russische popliedje waar ik een paar regeltjes van kan meezingen. 

Jolka was natuurlijk niet de hoofdmoot van de middag, dat was de wedstrijd Krylja Sovetov- Koeban Krasnodar. Ik probeer in de Russische provincie altijd een wedstrijdje mee te pikken, maar dit duel was bijzonder. Het was de eerste echte testwedstrijd van het nieuwe WK-stadion in Samara en bovendien kon Krylja promotie naar de hoogste afdeling bewerkstelligen. Tot mijn verbazing bleken na mijn aankomst in Samara alle 40.000 kaartjes al verkocht, en dat voor een wedstrijd op het tweede Russische niveau, zeg maar: de Russische Jupiler League. (Op dezelfde dag trok Olimpijets-Loetsj Energija in Nizjni Novgorod - ook in de Jupiler League en ook in zo’n fonkelnieuw WK-stadion - 42.100 toeschouwers. Je mag hopen dat al die mensen ook na het WK nog komen opdagen, dan staan die stadions er tenminste niet voor niks.)

Het was nog een hele expeditie naar de Samara Arena. De toegangswegen zouden worden afgesloten, had ik gelezen, vanuit de stad zouden speciale trams en bussen worden ingezet. Ik dacht: ik neem de taxi en ga het laatste stukje wel lopen. Ik kreeg het licht benauwd, toen na een half uur rijden het stadion nog niet in zicht was. Ik had op de kaart gezien dat het aardig ver weg lag, maar was dit niet een beetje overdreven? En wat zou dan dat ‘laatste stukje’ worden dat ik nog moest lopen? De eerste afslag richting stadion was inderdaad dicht. Ik probeer het wel aan de andere kant, zei de taxi-chauffeur, die niks met voetbal had. Dat bleek een afstand te zijn van ongeveer Bussum naar Hilversum, maar gelukkig, bij de volgende (afgesloten) afslag liepen al aardig wat mensen die wel de tram hadden genomen. Ik sloot me bij hen aan. Nu nog een kaartje.

Dat lukte pas na een half uurtje, toen ik na een flink aantal vergeefse pogingen (ik begon het weer licht benauwd te krijgen) twee jongens vroeg of zij dan misschien een ‘lisjnii bilet’ hadden. Dat hadden ze en ze vroegen er 600 roebel voor (minder dan een tientje) - 200 roebel meer dan het duurste kaartje. Ik vond het prima en rekende af. Even later zag ik op het kaartje staan: “Uitnodiging” en “Niet voor verkoop”, dus die twee jongens maakten een aardige winst. Ze waarschuwden me nog toen ik in mijn blijdschap bijna betaalde met een briefje van 100 roebel en 5.000 roebel. Aardige lui. Hier hebt u ze.

Er moet nog wel wat gebeuren, daar rond de Samara Arena, qua bouwrommel, uítstekende putdeksels en nog niet ingezaaide bloembedjes, maar dat komt allemaal wel goed. De controle was grondig, al werd mijn kaartje niet eenmaal ook elektronisch gecheckt. Er werd wel een hoekje van afgescheurd. Misschien was mijn kaartje-op-uitnodiging wel voor de vip-tribune, dacht ik, maar ik eindigde op de tweede ring. Prima plek, meer beenruimte dan in de Johan Cruijff Arena.

Krylja Sovetov won met 1-0, promoveerde naar de Premjer Liga, en toen kwam Jolka. De tribunes stroomden leeg, de supporters van Krylja Sovetov behoorden duidelijk niet tot de doelgroep. Ik ook niet echt, maar vanwege dat ene liedje (Provence, heet het) bleef ik toch nog maar even, net als zo’n vijf-, zesduizend anderen. Iedereen kon zich vrijelijk van vak naar vak begeven, door het hele stadion heen (in de JC-Arena gaat je dat niet lukken) en zo werd het op de tribune voor het podium - Jolka stond tussen de eerste en tweede ring lange zijde - nog best gezellig. Maar ja, wanneer kwam dat ene liedje nou? En hoe ging het ondertussen buiten bij die trams. Op een taxi rekenen leek me niet verstandig en ik voorzag nog lange wachttijden met veel gedrang. Misschien zou dat liedje wel helemaal niet komen? Ik besloot te vertrekken en kreeg meteen de rekening gepresenteerd.

Ik had nog geen stap gezet op het verse asfalt buiten, of daar klonk, nondeju, achter me uit het stadion het aanstekelijke intro van Provence. Als u bij onderstaand filmpje het geluid op tien zet en goed luistert, kunt er iets van meepikken. En dan gaat er ook nog iemand met een megafoon doorheen tetteren, maar het was allemaal mijn eigen schuld.

Hier Jolka in volle glorie:


En hier het stadion. De tramreis naar huis was wat tijdrovend, maar verliep voorspoedig, zonder gedrang, met genoeglijk Russisch gekeuvel om me heen. 

Nederlandse schaatsers gingen in Leningrad motoren met zijspan achterna. Yep Kramer won.

--------------

------------------

Waar moesten ze nu weer eens naartoe, die Nederlandse marathonschaatsers, eind december 1990. Geen echt ijs in eigen land en overdekt baantjes draaien, daar is de lol ook een keer vanaf. Het werd Leningrad.

Gangmaker achter deze eerste (en bij mijn weten ook meteen laatste) internationale schaatsmarathon in Rusland was Dmitri Botsjkarov. De Rus, ooit tweede op het WK allround, maakte deel uit van het peloton en beschikte over de contacten om de organisatie rond te krijgen. Waarom zo’n wedstrijd in de Sovjetunie? Om het marathonschaatsen ook daar op de kaart te zetten, aldus Botsjkarov. Een nobel streven, al zou het goed kunnen dat de schaatser, die ook al in zaken zat, een dergelijk evenement tevens zag als een prima gelegenheid om zijn commerciële (sponsor)contacten aan te halen.

“Internationaal” was de wedstrijd nauwelijks te noemen, het bescheiden pelotonnetje bestond voornamelijk uit Nederlanders – al zaten daar meteen wel de toppers uit die tijd bij: Evert van Benthem, Yep Kramer, Richard van Kempen, Henri Ruitenberg, om maar eens wat illustere namen te noemen.

Er bestaat een achttien minuten durend filmpje van de reis en de wedstrijd, ongemonteerd materiaal, zo te zien. Het is de tijd van de actie Help de Russen de winter door, en ook de schaatsers tonen zich van hun gulle kant. Bij een bezoek aan een gevangenis met jonge moeders worden potjes Olvarit uitgedeeld. Leningrad ligt er niet op haar best bij. Het vriest net wel, net niet, verse sneeuw ontbreekt. Een winkelbezoekje stemt ook al niet vrolijk, de lijzige stem van de verslaggever maakt het er ook niet beter op.

Maar gelukkig kan er geschaatst worden! Op een wielerbaan, wordt er gezegd, maar dat is onzin. Het parcours is een opgespoten, openbare weg rond het oude Kirov stadion, waar ongetwijfeld ook weleens wielerwedstrijden werden gehouden (in elk geval ook motorwedstrijden, waarover zo meteen meer.) Zo enorm lang geleden is het allemaal niet, maar het zijn inmiddels historische beelden.

Het prachtige stadion heeft plaatsgemaakt voor een modern ruimteschip, waar FC Zenit tegenwoordig zijn thuiswedstrijden afwerkt en waar deze zomer ook WK-wedstrijden plaats gaan vinden. De fraaie beelden uit de lucht laten nog maar eens zien dat de vooruitgang duur wordt betaald.

Het oude, betreurde Kirov stadion

Yep Kramer (voor mijn jonge lezers zeg ik er maar even bij: dat is de vader van Sven Kramer) wint de wedstrijd. In de bloedstollende finale gaan hij en medevluchter Edward Hagen in de allerlaatste bocht nog gebroederlijk onderuit, maar veel maakte dat niet uit. Kramer had als betere sprinter van de twee toch wel gewonnen.

En bij dat alles stuitte ik nog op hele mooie beelden van een motorwedstrijd, over (deels in elk geval) hetzelfde parcours. Zijspannen uit 1956. Veilig was dat beslist niet (die betonnen trappen en muurtjes!), maar men had pret voor tien. Aan het einde wordt de winnaar gejonast.

-------------

Met dank aan Ewoud van Hecke, die me wees op het scshaatsfilmpje.

Op één in mijn top drie van Samara: het Dinamo stadion in de voortuin van de kathedraal

-----------------


Gaat het me lukken? Zal ik op tijd zijn? Zal ik op die prachtige vip-tribune plaats kunnen nemen, al is het maar voor even? Of stuit ik op een hoog en onverbiddelijk gesloten hek?

Komend voorjaar hoop ik Samara, stad aan de Wolga, te bezoeken. Boven aan mijn lijstje met niet te missen bijzonderheden daar staat het Dinamo stadion (gevolgd door de bunker van Stalin en het Huis met de olifanten). Het werd gebouwd kort na de oorlog, toen Samara nog Koejbysjev heette, op een plek waar ooit een kerkhof was, ongeveer in de voortuin van de belangrijkste kerk van de stad. Veel eerbied voor godshuizen had men in die jaren niet. 

Lang zal ik naar het sportcomplex niet hoeven zoeken, het ligt pal in het centrum, vlak bij het station – kan niet missen. Nee, het gevaar schuilt in iets heel anders: een voor komend jaar aangekondigde renovatie. Is die al gaande tijdens mijn verblijf, is het stadion veranderd in een bouwput, dan kan ik mijn plannetje – tevens mijn belofte aan de lezer, gedaan in een eerder stukje – wel vergeten: plaatsnemen op die vip-tribune. Hier ziet u hem, in de jaren vijftig.


Die renovatie komt niets te vroeg. En zelfs indien mij er de weg door wordt versperd, moet ik eigenlijk alleen maar blij zijn. Blij dat zo’n relict uit het sportverleden van de USSR op waarde is geschat en behouden blijft voor de toekomst. Want hoe droevig is niet deze aanblik:


Je kan het je nauwelijks voorstellen, maar ooit boden de houten banken (alleen mijn vip-tribune was van steen) plaats aan 22.000 toeschouwers. In 1944 werd tot de bouw besloten. Die ving aan in 1945, er werden Duitse krijgsgevangenen bij ingezet en drie jaar later, op 3 september 1948, gingen de poorten open voor de eerste voetbalwedstrijd. De lokale trots Krylja Sovetov ontving Dinamo Kiev en won, dankzij een treffer van Nikolaj Zajtsev in de 72ste minuut, met 1-0. In Koejbysjev had de sportclub Dinamo, in tegenstelling tot haar bloedbroeders in bijvoorbeeld Moskou, Tbilisi en Kiev, geen sterke voetbalafdeling, en Krylja Sovetov werd de hoofdbespeler van het nieuwe stadion. Dat duurde tot 1970, toen de club verhuisde naar stadion Metalloerg.

En al die tijd stond daar braaf aan het korte eind van het veld, achter een van de doelen, die kerk, de Pokrovski kathedraal. De geschiedenis daarvan gaat terug naar het begin van de negentiende eeuw, toen zich hier het stadskerkhof bevond – met een houten kerkje. Het kerkhof werd in 1857 gesloten en rond diezelfde tijd werd met geld van de kooplui Anton en Jemeljanov Sjichobalov de houten kerk vervangen door een nieuwe van steen. Bij wijze van dank kregen de Sjichobalovs een familiegraf op het terrein van de kerk. Uiteraard kunnen zij komend voorjaar op een bezoek van mij rekenen. 

De Pokrovski kathedraal overleefde de Sovjet-periode. Enkele jaren was het de enige kerk in Koejbysjev waar nog diensten werden gehouden. Toch ging het nog bijna helemaal mis. Op 7 november 1977, toen stad en land het 60-jarig jubileum van de Oktoberrevolutie vierden, werd er brand gesticht. De muurschilderingen uit de vorige eeuw en bijna alle iconen gingen verloren.

Het stenen hoofdgebouw van het stadion (niet de vip-tribune dus), aan de korte kant waar ook de kerk staat.

Maar het is niet die kerk die mij trekt, het is de voetbalhistorie vermengd met de Sovjet-geschiedenis. De sportarchitectuur van de jaren veertig, vijftig. De statige hoofdingang, het Dinamo-symbool boven de poort, de kleine grandeur van die stenen vip-tribune. Wie zaten daar, zogenaamd te midden van het volk? Wanneer ging ook het bovenste balkon open en wie zaten daar dan? En wat speelde zich af in de rust en na afloop? Er zal toch vast een buffet klaar hebben gestaan voor de onaantastbaren van de stad – al waren die 'onaantastbaren' tot maart 1953 hun leven net zo min zeker als die 22.000 toeschouwers op de houten tribunes. Ik wil door de Dinamo-poort naar binnen, tussen de houten bankjes doorlopen, naar die blauw-witte tribune. En wie weet, dat balkon …

En nou maar hopen dat de renovatie van het Dinamo stadion pas begint na mijn bezoek aan de stad.

Of zou ik in de winter gaan? Kijk nou, wat een beelden. Er gaat er eentje onderuit. Gebeurt dat aan de andere kant, dan vlieg je zo de kerk binnen.