Kunstgeschiedenis voor honden. Met een rondleiding in het Russisch Museum in Sint-Petersburg.

(Eerste publicatie: 7-3-2013)

Ilja Repin Kozakken brief sultan

Ogen dicht! Niet stiekem kijken!

kunstgeschiedenis honden schilderijen Russisch Museum

Op het schilderij Zaporozje-kozakken schrijven een brief aan de sultan van Ilja Repin, staat daar een hond op of niet? En zo ja, waar dan? Ik durf te wedden dat u dat niet weet, al hebt u het schilderij al ik weet niet hoe vaak gezien. Ik weet het inmiddels wel, dankzij История искусства для собак (Kunstgeschiedenis voor honden) van Aleksandr Borovski.

Daarin geven zwerfhond Ryzji en teckel Tabi een rondleiding door het Russisch Museum in Sint-Petersburg, aan de hand van – logisch – de honden die ze daar op de diverse schilderijen aantreffen. En onder die geschilderde honden dus ook die ene op het schilderij van Repin, linksonder in de hoek. Inderdaad, hierboven moeilijk te zien. Hij (zij?) ligt daar niet te slapen, nee, terwijl de kozakken zich verliezen in baldadigheid, houdt het beest de boel in de gaten. De vijand is niet ver!

Karl Brjoellov - Portret van graaf A.K. Tolstoj in zijn jeugd (1836).

Karl Brjoellov - Portret van graaf A.K. Tolstoj in zijn jeugd (1836).

Het is volgens rondleiders Ryzji en Tabi een voorbeeld van de menselijke rol die honden in de Russische schilderkunst toebedeeld kregen, te beginnen met de jachthond op Portret van graaf A.K. Tolstoj in zijn jeugd van Karl Brjoellov (1836). De jacht werd in die tijd in Rusland een populair thema, in literatuur en schilderkunst, met honden alom. Maar Brjoellov, aldus Ryzji en Tabi, was de eerste die een viervoeter afbeeldde als zelfstandig wezen. Brjoellov was geïnteresseerd in het innerlijke van de hond en vormde daarmee de grondleger van een traditie.

Ryzji (hij doolt ’s nachts vaak door het Russisch Museum en is een kenner) weet het zeker: de rol van de hond in de schilderkunst wordt door kunsthistorici miskend. Honden op schilderijen helpen de schilder om de innerlijke wereld van de mens te openbaren. Zo zitten jachthond en jonge baas op Brjoellovs schilderij op dezelfde golflengte; beiden zijn ontvankelijk voor de natuur, de hond trekt hem richting nieuwe indrukken en avonturen.

Boris Koestodijev 1922 portret van de zanger Fjodor Sjalapin

Boris Koestodijev schilderde in 1922 een portret van de zanger Fjodor Sjalapin. Het Rusland waar de zanger naar omkijkt bestaat dan al niet meer, op het schilderij lijkt het elk moment te kunnen opstijgen, samen met Sjalapin. Maar daar heb je die witte hond rechtsonder, die met vier voeten stevig op de grond staat, als tegenwicht, als hoeder van het aardse en reële – aldus Ryzji en Tabi. Hij houdt ook Sjalapin met beide benen op de grond. 

Kunstgeschiedenis voor honden levert aardige nieuwe gezichtspuntjes op, waarbij je het helemaal niet met beide rondleiders eens hoeft te zijn. Zelf ga ik bij mijn volgende bezoek aan Sint-Petersburg in elk geval naar het Russisch Museum. Ik moet die hond linksonder in de hoek van Repins Zaporozje-kozakken met eigen ogen zien. (De reproducties in het boek zijn van zeer matige kwaliteit.)

Het is overigens geen toeval dat de honden Ryzji en Tabi hun rondleiding geven in het Russisch Museum en niet in de vlakbij gelegen Hermitage. Daar zouden ze binnen de kortste keren worden verjaagd door de poezenbrigade.

(Dit filmpje komt van het weblog van Mrs. Miska, poes in Moskou.)

Petrov-Vodkin, Stilleven in de morgen 1918 hond