Sint-Petersburg

Waar komt die homohaat in Rusland toch vandaan? Het dappere gevecht van Kirill Kaloegin op het paleisplein in Sint-Petersburg.

(Eerste publicatie: 4-8-2013)

Je moet maar durven. In al je kwetsbaarheid met zo’n vlag op 2 augustus op het Paleisplein in Sint-Petersburg gaan staan. 2 augustus is niet zo maar een datum. Dan is het in Rusland Den Desantnikov, de Dag van de Luchtlandingstroepen, waarop uiterst vervelende types, die erg trots zijn op Rusland en zichzelf, letterlijk de straten onveilig maken.

LGTB homohaat Rusland anti-homowet Sint-Petersburg

De broze jongeman heet Kirill Kaloegin. Op zijn vlag staat: DIT IS PROPAGANDA VOOR TOLERANTIE, een verwijzing naar de onlangs aangenomen wet die ‘propaganda’ voor homofilie verbiedt. De oproep tot tolerantie was niet aan de luchtlandingstroepen besteed.

homo's gelijke rechten Rusland Sint-Petersburg

(Voor meer foto’s en een filmpje klikt u hier.)

Kirill had zo te zien voor media-aandacht gezorgd. Heel verstandig. Hij wordt ontzet (en afgevoerd) door de politie, die hulp krijgt van de oproerpolitie, aanwezig in het centrum vanwege die ongure troepen. Waren er geen journalisten aanwezig geweest, dan weet ik nog zo net niet of de politie ook zo snel had ingegrepen.  

Wat is de achtergrond van de homohaat die in Rusland de kop heeft opgestoken? De abjecte machocultuur die de paratroepen vertegenwoordigen, is maar een klein deel van het verhaal.

Nadat homofilie in 1993 uit het Wetboek van Strafrecht was geschrapt, was het jarenlang nauwelijks een issue. Er kwamen gay-clubs en homo’s werden wat zichtbaarder, al bleef de mate van acceptatie uiterst bescheiden. Mirjam Elder, tot voor kort Rusland-correspondent van The Guardian, vertelt in een helder artikel waarom het volgens haar dan toch weer zo erg mis aan het gaan is.

Rusland, in de persoon van president Poetin, is op zoek naar een ideologie, schrijft Elder. Geschrokken van de toenemende onvrede over zijn beleid (denk aan de goed opgeleide middenklasse die de straat op is gegaan), probeert hij het fundament onder zijn regime van nieuwe stenen te voorzien. Die nieuwe stenen hebben voor een belangrijk deel een negatieve lading: er wordt nadrukkelijk gewezen op wat Rusland niet is: het Westen, decadent, losbandig en wegzinkend in zedeloosheid, daar staan wij ver boven, zoiets moeten wij in Rusland niet hebben. De machthebbers weten zich daarbij gesteund door de Russisch-Orthodoxe kerk. De homobeweging, net een beetje zichtbaar aan het worden, is vervolgens een voor de hand liggend doelwit.

Elders verklaring lijkt mij te kloppen, maar de wortels van de homohaat in Rusland gaan dieper.

Russen mogen graag klagen dat wij in het Westen Rusland niet begrijpen. Daarmee hebben ze een punt, maar omgekeerd is het onbegrip minstens zo groot. De gemiddelde Rus heeft geen idee van de manier waarop een Westerse samenleving functioneert. Wat zij van een afstand menen te zien is вседозволенность (vsjodozvolennost), wat zoveel betekent als: ongeremde vrijheid, waarbij ieder individu zijn eigen gang maar gaat zonder zich te bekommeren om de gevolgen voor medemens en maatschappij. Daarbij zien de Russen over het hoofd dat de individuele vrijheid hier zeker niet ongeremd is. Die vrijheid gaat gekoppeld aan een gevoel van verantwoordelijkheid. Tegenover rechten staan plichten, tegenover de individuele vrijheid staat een zeker gevoel van solidariteit.

Die koppeling (vrijheid-verantwoordelijkheid) is niet inherent aan de Russische samenleving. Dat maakt dat individuele vrijheid in de Russische belevingswereld al heel snel gelijkstaat aan vsjodozvolennost. En vsjodzovolennost, ongebreidelde vrijheid dus, is voor Russen een beangstigend fenomeen. Ongeremde vrijheid van het individu leidt in hun beleving – en daar zouden ze best eens gelijk in kunnen hebben - linea recta richting chaos. En daarmee zijn we aangekomen bij het sleutelbegrip voor wie iets van Rusland wil begrijpen: chaos. Of beter gezegd: de angst voor chaos. Wie de Russische geschiedenis een beetje kent, kan zich die angst goed voorstellen.

Die chaos moet buiten de deur blijven en het zuivere Rusland moet worden beschermd tegen de bedorven invloeden uit het vijandige Westen. Dat gecombineerde beeld raakt bij veel Russen een gevoelige snaar. De homo’s worden daarbij gezien als een zedenloze, vooruitgeschoven post van het Westen met z’n gevaarlijke vsjodozvolennost. Dat is het beeld waartegen de homobeweging in Rusland moet opboksen. Als dat beeld en die stemming van hogerhand worden aangemoedigd door uiterst intolerante uitspraken van volksvertegenwoordigers en achterlijke nieuwe wetten, dan heb je een tegenstander waar nauwelijks tegen te vechten valt.

Pet af en een diepe buiging voor Kirill Kaloegin, die in zijn eentje op het Paleisplein in Sint-Petersburg dat gevecht toch is aangegaan. Hij voerde zijn actie uit voor de deuren van de Hermitage. Een dag later vond in Amsterdam de Gay Pride plaats. Van het Amsterdamse filiaal van de Hermitage wapperde de regenboogvlag.

Sint-Petersburg voor gevorderden: literaire herinneringen van Jevgeni Belodoebrovski.

(Eerste publicatie: 17-5-2013)

Kunt u zich de eerste buitenlander nog herinneren die u ooit zag? Ik vermoed van niet. Voor veel Russen die in de oorlog geboren zijn, of niet al te lang daarna, ligt dat anders. Hun ‘eerste buitenlander’ was een gebeurtenis.

Literair historicus Jevgeni Belodoebrovski (1941) zag zijn eerste buitenlanders – het waren er meteen een heleboel – in 1956 in Leningrad: een orkest van Engelse zeelieden dat naast de Bronzen Ruiter het Engelse volkslied speelde. Het was een teken des tijds. Stalin was dood, de betrekkingen met het Westen ontdooiden.

Sergej Belodoebrovki

Belodoebrovski beschijft de gebeurtenis in zijn Сага о пальто (Sage over een jas), een bescheiden boekje met literair getinte herinneringen aan het Leningrad van vooral de jaren zestig. Belodoebrovski groeide op in een kommoenalka in een groot huis aan de Mojka, vlak bij de Nevski Prospek, dat ooit aan de familie Nobel toebehoorde. Het is een stukje stad waar elke steen literatuur ademt. Bijna terloops meldt Belodoebrovski hoe hij tijdens een voorleesavond op school op de eerste rij Michail Zosjtsjenko ziet zitten. 

Belodoebrovski hangt zijn Sage over een jas op aan de dertien jassen die hij door de jaren heen droeg. Dat doet wat geforceerd aan en riekt naar Toon-Hermans-nostalgie, net als het wat archäische taalgebruik. (Dit laatste schrijf met ik met enig voorbehoud, Russisch is niet mijn moedertaal, echte dragers van het Russisch vinden het misschien juist prachtig.) Het wordt pas leuk wanneer Belodoebrovski vertelt waar hij zoal kwam in die jassen. Hoe hij bijvoorbeeld in maart 1967 in de rij stond voor een gedichtenbundel van Achmatova, die – een subtiel detail – “gewoon vanachter de toonbank werd verkocht”. De rij strekte zich uit van Dom Knigi tot aan de Tsjebokskarski Pereoelok. Wat ik niet wist – of was vergeten: in datzelfde Dom Knigi zat achterin een antiquariaat.

Saga o palto is niet bestemd voor de beginner, het is een boeiend boekje voor wie Sint-Petersburg al goed kent, voor wie de plekken voor zich ziet waar Belodoebrovski komt, met hem meeloopt over de brod (het ‘flaneergedeelte’ van de Nevski Prospekt) en achter hem aan café Saigon binnenstapt.

Aan het legendarische Saigon (op de hoek van de Nevski en de Vladimirski Prospekt, gesloten in 1989) wijdt Belodoebrovski vijftig pagina’s, ongeveer een derde van zijn boek. Saigon – niet de officiële naam – wordt wel gezien als een verzamelplek van dissidenten, maar dat is volgens Belodoebrovski onzin. De vaste bezoekers waren hooguit onaangepast en ‘intern geëmigreerd’. Ze leefden zo veel mogelijk in een eigen wereldje, waar een zeldzame utgave van Nabokov of een uitnodiging voor een stiekem thuisconcert oneindig veel belangrijker was dan het zoveelste partijcongres.

Café Saigon

Café Saigon

Belodoebrovski herinnert zich ook nog “de tweede keer” dat hij buitenlanders zag. Het waren zwarte leden van het Amerikaanse operagezelschap dat in Leningrad Porgy and Bess kwam opvoeren. (Laat ik over hen nou net recent een stukje hebben geschreven.) Maar was dat werkelijk de tweede keer? Hij plaatst die ontmoeting, aarzelend, in 1959, maar dat moet 1955 zijn, dus vóór de Engelse zeelieden die Belodoebrovski’s geheugen op de eerste plaats heeft gezet. (Het jaartal - 1956 - van het zeeliedenbezoek, klopt. Dat bezoek maakte veel indruk in de stad en wordt vaker in memoires genoemd.) 

Zanger Moses LaMarr Porgy Bess Leningrad

Klokgelui van de Isaakievski kathedraal: nieuw op het korte lijstje van Petersburgse tradities

(Eerste publicatie: 12-4-2013)

De Isaakievski kathedraal in Sint-Petersburg heeft zijn grote klok terug. Maar eerst iets over de Petrus- en Paulusvesting, aan de overzijde van de Neva.

Peter en Paul vesting kanon kanonschot Sint-Petersburg

Elk dag om klokslag 12.00 uur klinkt er vanaf die vesting een kanonschot. Men neemt dat zeer serieus. Het dagelijkse schot (gaat u niet te dichtbij staan, het is een behoorlijke knal) staat in het wetboek van de stad vermeld onder artikel 8: “Petersburgse tradities”.  Sterker nog, het staat er op de eerste plaats:

1. In Sint-Petersburg worden historische en culturele tradities bewaard en ondersteund.

1.1. Een Petersburgse traditie is het schot om twaalf uur ‘s middags uit een signaalkanon (сигнальное оружие) vanaf het Narysjkin bastion van de Petrus- en Paulusvesting.

Wat staat er verder nog op die lijst? Dat valt een beetje tegen. Er is geen 1.2 of 1.3, het gaat meteen verder met de punten 2, 3 en 4. Daar staat, kort samengevat, dat in Sint-Petersburg de herinnering aan slachtoffers van revolutie en oorlog in ere wordt gehouden, dat alle nationaliteiten gelijk zijn, dat er vrijheid van geweten is, dat het culturele erfgoed wordt beschermd en dat wrede omgang met dieren niet is toegestaan.    

Maar er is goed nieuws, er komt een punt bij. Waarmee we terugzijn bij de grote klok van de Isaakievski kathedraal. Die werd onder de communisten samen met alle tien kleinere klokken verwijderd en omgesmolten. Het is de bedoeling dat ze alle elf, uiteraard opnieuw gegoten, weer terug worden gehangen, en met de grootste is dat in december gebeurd.

In de Isaakievski kathedraal worden diensten gehouden, maar het gebouw is nog een museum. De directeur leek het een goed idee om ook de nieuwe klok, net als het kanon aan de overkant, dagelijks om twaalf uur te laten klinken. Zo ver is het nog niet, maar het stadsbestuur ging alvast een stapje verder en besloot het toekomstige gebeier ook meteen maar tot officiële traditie te uit te roepen. Helemaal zonder slag of stoot ging dat niet. Tegenstanders vonden het onzinnig om een traditie per decreet in te stellen, de voorstanders beschuldigden de tegenstanders ervan dat ze tegen de wedergeboorte van Rusland waren. Een ruime meerderheid bleek uiteindelijk voor, zodat het klokgelui vermoedelijk spoedig in het lokale wetboek vermeld zal staan bij artikel 1.2, meteen onder het kanonschot van de Petrus- en Paulusvesting.

Nog niet besloten is of er een echte klokkenluider gaat komen of dat er elektrisch wordt geluid. En, vraag ik mij af, wordt de klepel (jazyk/tong in het Russisch) exact om 12.00 uur in beweging gebracht, zodat bij pas na twaalven gaat klinken? Of wordt er eerder begonnen, zodat ‘ie precies vanaf twaalf uur klinkt?

En waar kunt u in de toekomst om 12.00 uur het beste gaan staan? Er zijn meerdere opties, ik zou kiezen voor de sfinxen bij de Kunstacademie, aan de overkant. Daar klinkt het kanon omfloerst en komt het klokgelui mooi van over het water.

sfinx Kunstacademie Neva Sint-Petersburg

Russische voetbalbeeldjes - uit eigen verzameling en uit het museum van FC Zenit

(Eerste publicatie: 21-3-2013)

doelman keeper FC Zenit voetbal Russische

Mijn niet erg glanzende voetballoopbaan begon ik als doelman. Wat ik mij daar onder meer van herinner:

1. Een nederlaag met 12-2 net toen mijn opa een keertje kwam kijken.
2. Eén (1) fantastische redding op veld 4 bij Hermes DVS op Sportpark Harga
3. Mijn keeperskleding, waarmee ik op Jan van Beveren leek.

Groeiende realiteitszin deed mij op mijn dertiende besluiten om verder te gaan als veldspeler. Ik mocht het proberen als linksback en deed dat niet onaardig. Ik had een prima sliding – als ‘ie lukte.

Dat (en nog veel meer, maar daar heb ik hier geen ruimte voor) zag ik weer voor me, toen ik op bovenstaand beeldje stuitte. Die kleine doelman met pet komt in het toekomstige museum van FC Zenit, dat een plekje moet krijgen in het voortdurend in aanbouw zijnde nieuwe stadion. Wat de relatie van dat bronzen keepertje is met onze club, weet ik niet. Het weblog [linkje werkt niet meer] dat voorwerpen uit het nog te vullen museum toont, laat dat onvermeld, maar dat geeft niet. Het hoort in het museum, en als ik het er, ooit, niet aantref, klop ik aan bij de directeur.

En kijk even naar dit filmpje, de eerste 25 seconden. In 1942 werd het Petrovski stadion bijna compleet gesloopt, vanwege het hout.

 

Na de oorlog stond er nog maar een triest, klein stukje overeind:

stadion FC Zenit Petrovski Leningrad Sint-Petersburg

Het stadion werd herbouwd en in de jaren vijftig kwam er op het Krestovski eiland ook nog het veel grotere Kirov stadion  – daar waar men nu probeert het nieuwe stadion te bouwen. De architect was Aleksandr Nikolski, die, zo blijkt, ook tekeningen maakte. Deze bijvoorbeeld, die zich bevindt in de Nationale Bibliotheek in Sint-Petersburg. Het weblog op de site van Zenit toont er meerdere, ik neem aan dat ook die in het museum gaan komen.

tekening Aleksandr Nikolski voetballer

Waar ik ook naar uitkijk is een filmpje uit 1909, waarop tsaar Nicolaas II aan het voetballen is. Dat bevindt zich in een archief in Krasnogorsk, waar het wordt gerestaureerd. Het toekomstige museum hoopt op een kopie.

Verder nog een verzoek aan u. Ziet u in Rusland een beeldje van een voetballertje, kopen en bij mij inleveren. Mijn verzameling (hieronder in het midden het topstukje) bestaat al jaren uit acht stuks, ik heb ruimte voor meer. 

voetbalbeeldjes Russische porselein

(Een eerder stukje over het Zenit-museum vindt u hier.)

Kunstgeschiedenis voor honden. Met een rondleiding in het Russisch Museum in Sint-Petersburg.

(Eerste publicatie: 7-3-2013)

Ilja Repin Kozakken brief sultan

Ogen dicht! Niet stiekem kijken!

kunstgeschiedenis honden schilderijen Russisch Museum

Op het schilderij Zaporozje-kozakken schrijven een brief aan de sultan van Ilja Repin, staat daar een hond op of niet? En zo ja, waar dan? Ik durf te wedden dat u dat niet weet, al hebt u het schilderij al ik weet niet hoe vaak gezien. Ik weet het inmiddels wel, dankzij История искусства для собак (Kunstgeschiedenis voor honden) van Aleksandr Borovski.

Daarin geven zwerfhond Ryzji en teckel Tabi een rondleiding door het Russisch Museum in Sint-Petersburg, aan de hand van – logisch – de honden die ze daar op de diverse schilderijen aantreffen. En onder die geschilderde honden dus ook die ene op het schilderij van Repin, linksonder in de hoek. Inderdaad, hierboven moeilijk te zien. Hij (zij?) ligt daar niet te slapen, nee, terwijl de kozakken zich verliezen in baldadigheid, houdt het beest de boel in de gaten. De vijand is niet ver!

Karl Brjoellov - Portret van graaf A.K. Tolstoj in zijn jeugd  (1836).

Karl Brjoellov - Portret van graaf A.K. Tolstoj in zijn jeugd (1836).

Het is volgens rondleiders Ryzji en Tabi een voorbeeld van de menselijke rol die honden in de Russische schilderkunst toebedeeld kregen, te beginnen met de jachthond op Portret van graaf A.K. Tolstoj in zijn jeugd van Karl Brjoellov (1836). De jacht werd in die tijd in Rusland een populair thema, in literatuur en schilderkunst, met honden alom. Maar Brjoellov, aldus Ryzji en Tabi, was de eerste die een viervoeter afbeeldde als zelfstandig wezen. Brjoellov was geïnteresseerd in het innerlijke van de hond en vormde daarmee de grondleger van een traditie.

Ryzji (hij doolt ’s nachts vaak door het Russisch Museum en is een kenner) weet het zeker: de rol van de hond in de schilderkunst wordt door kunsthistorici miskend. Honden op schilderijen helpen de schilder om de innerlijke wereld van de mens te openbaren. Zo zitten jachthond en jonge baas op Brjoellovs schilderij op dezelfde golflengte; beiden zijn ontvankelijk voor de natuur, de hond trekt hem richting nieuwe indrukken en avonturen.

Boris Koestodijev 1922 portret van de zanger Fjodor Sjalapin

Boris Koestodijev schilderde in 1922 een portret van de zanger Fjodor Sjalapin. Het Rusland waar de zanger naar omkijkt bestaat dan al niet meer, op het schilderij lijkt het elk moment te kunnen opstijgen, samen met Sjalapin. Maar daar heb je die witte hond rechtsonder, die met vier voeten stevig op de grond staat, als tegenwicht, als hoeder van het aardse en reële – aldus Ryzji en Tabi. Hij houdt ook Sjalapin met beide benen op de grond. 

Kunstgeschiedenis voor honden levert aardige nieuwe gezichtspuntjes op, waarbij je het helemaal niet met beide rondleiders eens hoeft te zijn. Zelf ga ik bij mijn volgende bezoek aan Sint-Petersburg in elk geval naar het Russisch Museum. Ik moet die hond linksonder in de hoek van Repins Zaporozje-kozakken met eigen ogen zien. (De reproducties in het boek zijn van zeer matige kwaliteit.)

Het is overigens geen toeval dat de honden Ryzji en Tabi hun rondleiding geven in het Russisch Museum en niet in de vlakbij gelegen Hermitage. Daar zouden ze binnen de kortste keren worden verjaagd door de poezenbrigade.

(Dit filmpje komt van het weblog van Mrs. Miska, poes in Moskou.)

Petrov-Vodkin, Stilleven in de morgen 1918 hond

St.Petersburg. City-Pick. Een gids voor debutant en oude rot.

(Eerste publicatie: 22-1-2013)

Leningrad, begin jaren zestig

Leningrad, begin jaren zestig

Vroeger – niet eens zo heel veel vroeger – kon je in Leningrad je kont niet keren of er was iemand die je spijkerbroek wilde kopen. En tegenwoordig?

“Today’s Russian woman is tall and gorgeous and dressed like a Selfridges Christmans tree. There is no part of her clothing that is plain: everything is stonewashed, or appliquéd, or has diamanté dangly bits, or is made out of actual leopard. Heels are killer. Make-up can be viewed at a hundred paces. Our trousers – and us – are just too dull.”

Ach. Wel zo rustig.

Het citaat komt uit The Observer en is van Miranda Sayer. Ze bezocht Sint-Petersburg in 2011 samen met haar moeder, die de stad – toen nog Leningrad – eerder bezocht in 1981. Ik trof het aan in St.Petersburg. City-Pick, een verzameling journalistieke en literaire observaties over de stad die sinds de stichting in 1703 tot de verbeelding spreekt van velen.

Sint-Petersburg Leningrad reisgids citaten City-Pick

City-Pick heeft voor ieder wat wils. Wie zich opmaakt voor een eerste bezoek aan Sint-Petersburg komt erdoor in de stemming. Wie er al (veel) vaker was, komt in het boek nog genoeg aardige verhalen en details tegen. Zo wist ik niet dat ijsblokken vroeger (heel veel vroeger) het einde van de winter inluidden:

“A singular sight in St.Petersburg is a train of little carts each loaded with one enormous, thick, square block of ice … I asked Madame Stroganov one day what they were for. ‘Mais je les appelle les violettes de Petersburg,’ was her reply because it is a sort of hope of spring when people begin to fill their icehouses.” (Uit: The Russian Journal of Lady Londonderry, 1836-7).

Nog zo’n detail: in 1958 wandelt Wolfgang Koeppen langs locaties uit het leven en werk van Dostojevski. Hij komt op de binnenplaats van het huis waar Raskolnikov, helemaal bovenin, zijn benauwde onderkomen had en ziet daar … stapels brandhout liggen. Tegenwoordig staan die binnenplaatsen vol met auto’s.

De afgelopen twintig jaar komen ruim aan bod – onder meer met twee fragmenten uit Geert Maks In Europa. Leuk om dat nog eens na te lezen, als je die tijd zelf hebt meegemaakt. Toch gaan mijn favoriete fragmenten verder terug. Ze zijn van Truman Capote, die in 1957 met een Amerikaans operagezelschap naar Leningrad reisde. Hij schreef er een boekje over: The Muses Are Heard – ik heb het inmiddels besteld. Met een vriendelijk-ironische toets beschrijft Capote de confrontatie tussen Rus en buitenlander, zoals ik die zelf – in een mildere vorm – meemaakte in de jaren tachtig. Hier betreedt het Amerikaanse gezelschap, onder wie een zekere Miss Ryan, het Kirov theater:

“A tall, striking blonde, Miss Ryan was wearing a low strapless dress that hugged her curves cleverly; and as she swayed down the isle, masculine eyes swerved in her direction … For that matter, the entrance of the entire company was creating a mass stir in the crowded audience. People were standing up to get a better view of the Americans in their black ties, silks and sprakles.

Truman Capote Leningrad Saint-Petersburg The muses are heard

‘I’d be freezing if I weren’t so embarressed,’ said Miss Ryan, as an usher seated her. ‘Just look, they tink I’m indecent’. ”

Wanneer ik Capote’s reisverslag gelezen heb, kom ik er hier zeker op terug.

Nog even over het onderkomen van Raskolnikov. Als ik het goed heb is de binnenplaats daar tegenwoordig afgesloten. Toen ik er was, een jaar of tien terug, kon je gewoon doorlopen, naar boven. Ik trof daar op de muur een getekende bijl aan, met eronder: Старух еще много осталось - хватит на всех (Er zijn nog veel oudjes over – genoeg voor iedereen).

(St.Petersburg. City Pick. Uitgeverij Oxygen Books.)  

Bezoek het mooie Spoorwegmuseum van Sint-Petersburg - zo lang het nog kan.

(Eerste publicatie: 4-11-2012)

Warschau station spoorwegmuseum Sint-Petersburg Russische treinen

Tien jaar geleden bezocht ik in Sint-Petersburg het mooie Spoorwegmuseum. Het lag er wat verloren bij op een verder rommelig terrein, weggedrukt achter het Warschaustation, maar wat een pracht en praal! Helaas, het mooie museum lijkt op die locatie zijn langste tijd te hebben gehad.

Over mijn bezoek aan het museum schreef ik indertijd een kort artikel. De citaten hieronder komen uit dat artikel, dat overigens nergens werd geplaatst. Ik kwam de perronnetjes met de machtige locomotieven weer tegen op foto’s van blogger nabljoedatel.

locomotieven stoomtreinen museum Russische Rusland

“Achter een okergeel geverfd gebouwtje met de kassa en twee bedden met afrikaantjes staat een verzameling rollend materieel waar zelfs een niet-treinfanaat warm van wordt.”

oude treinen spoormuseum Sint-Petersburg oud station

“Kuierend langs de treinen loop je vanzelf de Sovjet-geschiedenis door. Het bordje bij stoomlocomotief TE 6769 vermeldt dat deze in 1943 in het Oostenrijkse Floridsdorf werd gebouwd voor Duitsland. Ze belandde in de USSR als oorlogsbuit. In 1950 kreeg ze in het tot Sovjet-satelliet verworden Roemenië een breder onderstel, vereist voor het Russische spoor, waarna ze jaren dienst deed in de Sovjet-republieken Letland en Wit-Rusland.”

Russische stoomlocomotief spoorwegen treinstellen

“De locomotieven van eigen bodem waren ideale symbolen voor de vijfjarenplannen, die de jonge Sovjet-staat in een razend tempo naar de lichtende toekomst moesten brengen. Daarbij waren ze een perfect uihangbord voor communistische propaganda. Een medaillon met Lenin of Stalin op de neus was wel het minste.”

Toen ik er tien jaar geleden rondliep, had ik slechts beperkt zicht op de omgeving. De foto’s van nabljoedatel bieden een wijdere blik.

projectonwikkelaar nieuwbouw spoorwegmuseum

Hij nam ook beneden een kijkje.

toren spoorwegmuseum

Zo’n terrein even buiten het centrum, dat is vragen om roofdieren. Een deel ervan is inmiddels in handen van projectontwikkelaar Etalon. Die is van plan om er het grootste wooncomplex van de stad te bouwen, met de weinig goeds belovende naam Galaktika. Onderdeel van dat complex moeten 22 gebouwen worden van tot wel achttien verdiepingen. Wie zich daar een voorstelling van wil maken, raadplege de site van Etalon. Galaktika kwam ik er zo gauw niet tegen, wel tal van andere schrikaanjagende gebouwen.

En ons spoorwegmuseum? Dat moet verplaatst worden naar het voormalige goederendepot van het nabijgelegen Vitebskstation. Je houdt je hart vast.

"Een jochie, op stap met opa, meldt al snel dat hij geen belangstelling meer heeft voor 'al die oude troep'. Opa reageert pijnlijk getroffen: 'Pavlik, je bent geen romanticus'" 

Het Leningradse Voetbaloproer van 14 mei 1957. “Maak een tweede Hongarije!” – Deel 1

(Eerste publicatie: 25-10-2012)

voetbalrellen 1957 Leningrad FC Zenit Moskou Torpedo Kirov Stadion

Op 3 juni 1957 schrijft de Leningradskaja Pravda: “Op 14 mei van dit jaar heeft in het S.M.Kirov-stadion na de voetbalwedstrijd tussen de ploegen Zenit (L) – Torpedo (M) een groep hooligans in beschonken toestand, aanvankelijk op de tribunes en daarna op het veld van het stadion, een rel geschopt”.

Dat was voorzichtig uitgedrukt. Er vielen die dag 107 gewonden. Zestien relschoppers werden gearresteerd, er werden kampstraffen uitgesproken tot acht jaar. Wat was er die 14de mei gebeurd aan de oever van de Finse Golf, in dat majesteuze Kirov-stadion?

1957 Kirov Stadion Leningrad

 Zenit was aan een slecht seizoen bezig. Vier keer was er verloren, drie keer gelijkgespeeld en slechts een keer werd gewonnen. Toch trok de wedstrijd tegen het Moskouse Torpedo, een topteam in die tijd met onder anderen sterspeler Edoeard Streltsov, 60.000 toeschouwers. Velen van hen nuttigden voor de wedstrijd een hapje en – vooral – een drankje aan de oever van de Finse Golf of op het gras van het grote Park van de Overwinning. Drank werd rond het stadion gewoon verkocht en met een fles de tribune op, ook dat was geen probleem.

Het ging die dag weer helemaal mis met Zenit. De ploeg kwam met 2-0 achter, maakte nog 2-1, maar verloor met 5-1. Tien minuten voor tijd besloot een zekere Vasili Kajoekov (volgens het latere vonnis “arbeider op de fabriek Vaandel van de Arbeid” en “in kennelijke staat”) in te grijpen. Uit het vonnis: “Verdachte Kajoekov rende het veld op, begon doelman Farykin uit te schelden en probeerde diens plaats in het doel in te nemen”.

De supporters zagen daar de humor wel van in, de politie niet zo. Kajoekov werd met zeer harde hand afgevoerd, langs de tribunes, van de noordkant van het stadion naar de zuidkant, waar zich de politiepost bevond. Kajoekov verzette zich en riep om hulp. Stenen en flessen vlogen richting politie en al snel stormde een menigte woedende toeschouwers het veld op.

De spelers maakten dat ze wegkwamen, richting de kleedkamers. Dat was verstandig, want de raddraaiers hadden het al niet meer alleen op de agenten gemunt, maar ook op de eigen ploeg. “Sla de politie!”, “Sla de voetballers!” klonk het, en ook: “Maak een tweede Hongarije!” Die laatste kreet was een verwijzing naar de Hongaarse opstand van een jaar eerder. Tot zo’n opstand kwam het natuurlijk bij lange na niet, maar geschoten werd er die dag wel.

Hier deel 2.

(Toeval: dit stukje stond al in de steigers, toen de supporters van Zenit afgelopen weekeinde in het eigen stadion vrij massaal - maar uitsluitend verbaal - protesteerden. Mikpunt was de gouverneur van de stad. U leest het hier.)  

(Of er foto's bestaan van de rellen is mij niet bekend. Wanneer bovenstaande foto's precies zijn genomen, weet ik evenmin.)

Voetbalfolklore: het Kirov stadion op een sigarettendoos. En Fidel Castro in vak 28.

(Eerste publicatie: 16-8-2012)

sigaretten Kirov stadion Leningrad

Alweer enige tijd geleden nam ik een kijkje op de rommelmarkt bij het kleine station Oedelnaja in Sint-Petersburg. Ik heb een bijna ongezonde belangstelling voor Sovjet-snuisterijen en die kon je daar volop vinden, was me verteld.

Het werd een verloren middag. Potten, pannen, beddengoed, roestige sleutels en een paar gedeukte samovars, dat was het wel. En het was nog behoorlijk koud ook.

sigaretten Sovjetunie Kirov stadion voetbal

Met lichte ergernis (had ik toen het juiste stalletje gemist?) staarde ik dan ook naar de sigarettendoos hier links, gevonden door blogger Babs71 op, jawel, de rommelmarkt van Oedelnaja. Hij had er z’n portemonnee niet voor getrokken, de 10.000 roebel (255 euro) was ‘m te gortig, hij had er alleen wat foto’s van gemaakt.

Wanneer Sovjet-spulletjes en voetbal samenkomen - en dat komen ze in dit geval – dan neemt mijn belangstelling ongezonde vormen aan. Toch had ook ik vermoedelijk mijn portemonnee niet getrokken - ik rook tenslotte niet. Maar wat een prachtig exemplaar!

We zien op het dekseltje en de onderkant het Kirov stadion – of eigenlijk ook niet. Want in deze uitvoering heeft het nooit bestaan. Duidelijk zichtbaar is de ring op dunne pilaren, die als een soort kroon bovenaan de tribunes prijkt. Die ring maakte deel uit van het originele ontwerp uit 1932 van architect Aleksandr Nikolski, maar heeft de uiteindelijke versie niet gehaald. Dat gold voor veel meer, het eiland waar het Kirov stadion verrees, moest worden omgevormd tot een bijna utopisch sportcomplex met talloze gebouwen, maar de oorlog stond dat in de weg. Het stadion kwam er wel, maar in een versimpelde versie. De eerste wedstrijd werd gespeeld op 30 juli 1950 tussen FC Zenit en het lokale Dinamo (1-1).

Een aardig detail op de onderkant: de cijfertjes van de tribunevakken, onder meer nummer 33. Dat was het vak van de meest enthousiaste Zenit-supporters en het is deel uit gaan maken van de club-folklore. De harde supporterskern zegt nog steeds dat ze op vak 33 zitten, maar dat vak komt in het huidige Zenit-stadion helemaal niet voor. “Vak 33” wordt ook genoemd in het clublied.

Hier zien we Fidel Castro bij vak 28. Misschien neemt hij wel een foto van vak 33, voor thuis:

Fidel Castro Sovjetunie Kirov stadion Leningrad

Ik had nog meer willen schrijven over het Kirov-stadion, dat in 2006 is gesloopt, maar ik word heel erg afgeleid door foto’s van nog meer sigarettendoosjes, gemaakt door Babs71. Hij trof ze aan in een boek – niet op die rommelmarkt.

Wat ik niet wist: sigarettendozen werden uitgereikt bij onderscheidingen, als een soort medailles dus. Zoals deze: in beperkte oplage, ter ere van het vijftienjarig bestaan van de grenstroepen.

grenstroepen onderscheiding Sovjetunie

 Deze is van leer (“Lenin zal altijd en overal onlosmakelijk met ons verbonden zijn”):

Lenin souvenir

Hier is het net of de USSR de zon heeft geannexeerd:

propaganda Sovjetunie souvenir

En dit is, na die met het Kirov stadion, de mooiste:

arbeider sigarettendoos propaganda onderscheiding souvenir