literatuur

De schuldige van het drama op Jasnaja Poljana: Tolstoj, Sofja, of Tsjertkov?

(Eerste publicatie: 30-4-2011)

Op nummer 15 in de lijst van bestsellers van de Moskouse boekwinkels: het vorig jaar verschenen boek van Pavel Basinski, Lev Tolstoj: Begstvo iz raja (Tolstoj: vlucht uit de hemel). Begrijpelijk, die hoge notering, het boek is indrukwekkend. 

In de nacht van 27 op 28 oktober 1910 ontvlucht de 82-jarige Lev Tolstoj zijn landgoed Jasnaja Poljana. Op 7 november eindigt de chaotische vlucht met de dood van de wereldberoemde schrijver in het huis van de stationschef van Astapovo. Tolstojs vrouw Sofja (hij ontvluchtte vooral háár) wordt pas bij hem toegelaten wanneer hij al niet meer aanspreekbaar is. Over dit drama is al veel geschreven en je moet maar durven om daar nog ruim 600 pagina’s aan toe te voegen. Gelukkig hééft Basinski dat gedurfd. 

Tolstoj was te beroemd om onopgemerkt te blijven. Bijna elke stap na zijn nachtelijke vertrek werd gedocumenteerd. Basinski geeft een gedetailleerde reconstructie, waarbij de chaos en bijna blinde paniek van de oude schrijver (zijn vrouw mag niet weten waar hij is!) pijnlijk duidelijk worden. Alleen al dit detail: onderweg buigt Tolstoj, vergezeld van zijn dokter en oudste dochter Sasja, zich over een kaart met de treinenloop. Hoe nu verder? Wat ze niet weten is dat de kaart niet klopt. Hun verdere vlucht wordt er nog rommeliger door.

De reconstructie van de vlucht beslaat een relatief klein deel van het boek. De reconstructie van het huwelijk van Tolstoj en Sofja Behrs (Берс), de lange weg naar het drama, staat centraal. En daarmee meteen ook de schuldvraag. Wie valt het meest te verwijten? Het ‘onmogelijk genie’ Tolstoj, die zich op zijn spirituele zoektocht vervreemdde van zijn gezin? Sofja, die haar man letterlijk en figuurlijk niet kon volgen? Tolstojs (te) trouwe adept Tsjertkov, de splijtzwam op Jasnaja Poljana? 

Sofja, in de laatste jaren van het huwelijk zeer labiel, heeft door de jaren heen de slechtste pers gekregen. Wat wil je, als je het in de beeldvorming moet opnemen tegen een soort heilige, de schepper van Oorlog en Vrede en Anna Karenina. Pavel Basinski - dat is de grootste verdienste van zijn boek – kiest geen partij. Alle drie de hoofdfiguren komen er even slecht of even goed vanaf, maar uiteindelijk krijg je als lezer toch het meeste begrip voor (of medelijden met) Sofja. Zij zag haar gezin (ze baarde dertien kinderen) in gevaar komen – door toedoen van Tolstoj. Hij verkoos steeds vaker het gezelschap van zijn volgelingen en deed afstand van de auteursrechten op zijn werk van na 1881 – waarmee een dikke financiële peiler onder het gezin wegviel

Tolstoj: Begstvo iz raja bereikt een climax met de strijd om Tolstojs testament. Door gekonkel van Tsjertkov wordt Sofja, in het geniep, buitenspel gezet. Dochter Sasja, vooruitgeschoven door Tsjertkov, wordt – met uitsluiting van alle andere kinderen - de enige erfgename van de auteursrechten, die in feite bij Tsjertkov belanden. Basinski maakt niet helemaal aannemelijk dat Tsjertkov daarbij geen financieel gewin nastreefde – misschien het enige zwakke punt van het boek. De strijd om de erfenis laait hoog op en grijpt je als lezer bij de keel. Tolstoj vluchtte er voor weg uit Jasnaja Poljana.

Sofja overlijdt in 1919. Het jaar daarvoor, in de zevende variant van háár testament, verzoent ze zich met haar kinderen, die deels partij hadden gekozen voor papá. Haar bezittingen worden gelijkelijk onder hen verdeeld. 

(Toeval: juist komende week – 6 mei, 17.00 uur - wordt bij boekhandel Pegasus in Amsterdam de vertaling gepresenteerd van Kto Vinovat, de novelle die Sofja Tolstaja schreef als antwoord op De Kreutzersonate van haar man. Vertaling: Eva van Santen, Nederlandse titel: Een zuivere liefde.)

Mijn literair verbond met criticus Andrej Nemzer – hoe nu verder? En Dina Roebina.

(Eerste publicatie: 29-3-2011)

Andrej Nemzer

Ik dacht dat ik een verbond had gesloten met literair criticus Andrej Nemzer. Hij zou mij wijzen op mooie boeken, ik zou ze lezen en er dan een stukje over schrijven.

Dankzij Andrej ontdekte ik de familiekronieken van Elena Katishonok, waar ik nu verder over zal zwijgen om mijn vaste lezers niet te vervelen. Het was een mooi begin van ons literair verbond en snel begon ik aan een volgend boek, aangeraden door Andrej: Ljogkaja Golova (Licht Hoofd) van Olga Slavnikova…

In Licht Hoofd maken we kennis met Maksim, directeur van een chocoladefabriek. Maksim heeft geen hoofd. Op een dag krijgt hij bezoek van twee leden van de geheime dienst die vragen of hij zich door het hoofd wil schieten.

Olga Slavnikova

Hoe het verder gaat met Maksim weet ik niet, want verder heb ik niet gelezen. Ik houd niet van boeken waarin dingen gebeuren die niet kunnen. Humor kan dan nog enige verlichting brengen, maar op humor heb ik Olga Slavnikova niet kunnen betrappen. Ik heb Olga met een zucht weggelegd, u kunt haar gratis komen afhalen.

 

Hoe moet het nu verder met het literair verbond tussen mij en Andrej Nemzer? Ik weet het niet. Ik vrees dat ik alles weer alleen moet gaan uitzoeken.

Inmiddels heb ik gelezen: Kresjtsjonnye Krestami van Edoeard Kotsjergin. Een boeiend boek! En – ik bedoel dat niet onvriendelijk – niet aangeraden door Andrej Nemzer. Voor me ligt nu Peresud van Aleksej Slapovski. Ook al niet op aanraden van Nemzer. Die raadde wel – het wordt nu verwarrend – een ander boek van Slapovski aan (Pochod na Kreml), wat ik recent heb aangeschaft. Maar omdat ik Peresud al minstens een jaar in huis had, vond ik dat ik eerst dat maar eens moest lezen. Het gaat over een buskaping en ik ben nog niet overtuigd.

Wel overtuigd ben ik door Dina Roebina, al heb ik van haar nog nooit iets gelezen. Afgelopen week zat ik in Amsterdam bij Stichting Perdu, in de oude keuken van het Binnengasthuis, temidden van vooral Russische dames ademloos naar haar te luisteren. Ze las voor uit eigen werk, vertelde over haar leven in Israël en beantwoordde vragen. Na anderhalve zin had ze al die dames, en mij, om haar vinger gewonden. Zoals ik al zei, van Roebina heb ik niets gelezen, maar daar komt binnenkort beslist verandering in! En alweer niet op aanraden van Andrej Nemzer…

Hier een ‘optreden’ van Dina Roebina. Ik vond haar in Amsterdam beter, misschien door de losse atmosfeer in die oude keuken. Ze had vooral succes met de fragmenten uit haar eigen werk, die in dit filmpje ontbreken. De anekdote vanaf 35.10 vertelde ze ook in Amsterdam: [Het filmpje doet het niet meer, u moet het doen met een foto]


De familiekroniek van Elena Katishonok - deel 2.

(Eerste publicatie: 16-3-2011)

Elena Katishonok, woonachtig in Boston, schreef een prachtige Russische familie-kroniek in twee delen. Over deel één (Zhili-byli starik so staroechoi - Er leefden eens een oude man en een oude vrouw) schreef ik onlangs al een stukje. Aan het einde van het boek nam ik afscheid van de kleine Lelka en dacht: zij wordt vast de hoofdpersoon van deel 2. Maar in dat tweede deel (Protiv tsjasovoi strelki – Tegen de wijzers van de klok in) staat het leven centraal van Lelka’s grootmoeder, Irina.

Irina is de oudste dochter van de ‘oude man en de oude vrouw’ uit deel 1. En zo leven we, vanuit een ander perspectief, nogmaals mee met de familie van Oud-Gelovigen in Riga en maken we opnieuw een tocht door de twintigste eeuw, die voor Russische families (en voor Russische vrouwen in het bijzonder) weinig goeds bracht.

Irina’s man Kolja, lid van een communistische cel, wordt door een vrouw in de straat verraden en door de Duitsers in een nabijgelegen concentratiekamp vermoord. Irina wordt met haar twee kinderen geëvacueerd naar de Povolzje, waar ze zich maar net staande weet te houden temidden van de honger. Honger? Een Wolgaduitse vertelt over de echte hongersnood in het gebied, na de graanrekwisities door de communisten. “Besessen, - ze waren allemaal besessen: de hongerigen en de verzadigden. De onzen van de honger, en die anderen? Van boosaardigheid, maar ook besessen. Anders kon zoiets toch niet gebeuren?.. ”

Terug in Riga ontmoet Irina een vrouw die gezien heeft hoe Kolja met andere gevangenen door de straten richting concentratiekamp werd geschopt “Door de Duitsers? Nee, door mensen van ons”. Menig Let ontpopte zich tot trouwe helper van de bezetter, soms zo fanatiek dat die bezetter er zelf van stond te kijken. De vrouw vertelt hoe Kolja haar vroeg om een groet over te brengen aan Irina en hoe hij daarbij had geglimlacht. En Irina bedenkt: “Eén buurvrouw had haar Kolja’s glimlach overgebracht, een ander had ervoor gezorgd dat hij nooit meer zou glimlachen.” Had ze de verraadster wel eens aangesproken? Nee, zegt Irina, tot onbegrip van haar kinderen. “Ik ben opgehouden haar te groeten.”

Na zulke regels zou je willen dat Irina dan toch tenminste binnen de muren van haar eigen woning enige rust zou vinden. Maar het beperkte aantal vierkante meters en een vijandige inwonende schoondochter maken ook dat ‘kleine’ leven regelmatig tot een beproeving. Vooral kleindochter Lelka zorgt voor troost, maar – het gaat te ver om hier alle details te vertellen - die wordt na intriges van Irina’s eigen dochter (Lelka’s moeder) onttrokken aan grootmoeders gezag. Een aantal jaren later meldt Lelka zich weer bij grootmoeder Irina met de mededeling: “Ik kom weer bij jou wonen”. Haar stiefvader heeft losse handjes.

Op de laatste pagina’s werd mijn vermoeden bewaarheid: Lelka is Elena Katishonok. Of laat ik het voorzichtiger zeggen: Elena heeft Irina goed gekend. Heeft Elena alles uit beide delen van de kroniek gehoord van eigen verwanten en vooral van Irina? Of heeft ze verhalen uit meerdere families samengesmeed tot één verhaal? Ik zou het haar graag eens vragen.

(Een Nederlandse vertaling? Dat zal er wel niet van komen, ik ben nog niet eens een Engelse of Duitse tegengekomen. Een Russisch fragment uit deel 1 kunt u hier vinden. Daar staat trouwens dat alle personages ontsproten zijn aan de verbeelding van de auteur. Die waarschuwing ontbreekt in mijn boekversie).

Update: Inmiddels ontmoette ik Elena Katishonok in Amsterdam. Een verslagje daarvan vindt u hier

 

Majestueuze familiekroniek van Elena Katishonok - Rostov, Riga, de oorlog, de communisten - deel 1.

(Eerste publicatie: 3-3-2011)

In 2006 verschijnt in Amerika Zhili-byli starik so staroechoi (Er leefden eens een oude man en een oude vrouw) van de in Boston woonachtige Elena Katishonok. Het duurt even voor het boek Rusland bereikt. In een minieme oplage verschijnt het in Sint-Petersburg en in 2009 belandt Zhili-byli… onverwacht op de short-list van de Russische Bookerprize. Dat leidt tot meer uitgeversactiviteiten en samen met het vervolg (Tegen de wijzers van de klok in) verscheen het inmiddels ook bij uitgeverij Vremya in Moskou.

Tot een bestseller heeft dat nog niet geleid, wat ik vreemd vind, want het is een prachtig boek. Zijn de Russen geschiedenismoe? Ligt Letland, waar Zhili-byli… zich grotendeels afspeelt, tegenwoordig te ver weg?

Katishonok beschrijft het wel en wee van een familie van Oud-Gelovigen, vanaf het begin van de twintigste eeuw tot midden jaren vijftig. Vier generaties komen voorbij, zelfs een vijfde, in de herinneringen van de twee hoofdpersonen, de oude man en de oude vrouw. Rond de revolutie van 1917 ontvluchten zij – dan nog jong - het onrustige Rostov en belanden in het Letse Riga. De rust en welstand die zij daar verwerven (de oude man is een veelgevraagd meubelmaker) is maar tijdelijk, de molensteen van de geschiedenis maalt onverbiddelijk.

“Tijdens de oorlog was het de gewoonte om het leven in tweeën te delen: het front en de achterhoede thuis. Maar er was nog een derde deel – de bezetting. En het gebeurde dat de familie van de oude man verspreid raakte en uit elk van die drie ketels haar portie kreeg." De Sovjet-macht maakt het leven er na de oorlog ook niet eenvoudiger op.

Katishonok stipt de rampen van de vorige eeuw bijna terloops aan en schakelt dan snel over op het kleine leven van de familie. Dat levert onvergetelijke beelden op. De marktkoopman die gebroken uit het concentratiekamp terugkeert. De dove zus van de oude vrouw die haar ganzen (‘privé-bezit’) moet afstaan. Of de visvrouw die al jaren bij de oude vrouw aan de deur komt. Onder de communisten moet dat in het geniep, want opeens is haar handeltje ‘speculatie’ geworden. De oude vrouw en de visvrouw begrijpen de waanzin van het Sovjet-bewind, maar maken er geen woorden aan vuil. Zwijgend vertegenwoordigen zij een grotere kracht; die van het individu.

Tegen het einde van het boek worden de oude man en de oude vrouw bijna weggeduwd door een nieuwe hoofdpersoon: achterkleindochter Lelka. Haar ‘opkomst’ verzacht – ook voor de lezer! – het onvermijdelijke afscheid van de oudste generatie. Katishonok neemt voor dat afscheid gelukkig ruim de tijd. De laatste dagen van de oude man in het ziekenhuis vormen een hoogtepunt van een toch al prachtig boek. Hij kijkt naar de trouwring aan de rechterhand van zijn vrouw. “En hij dacht nog eens hoe moeilijk het zou zijn om die eraf te halen, en over hoe híj die ring aan haar vinger had gedaan, en hoe zíj die eraf zou moeten halen.”

Nog een klein detail: wie slaan ook weer een kruis met drie vingers en geen twee, de Oud-Gelovigen of de Orthodoxen? De Orthodoxen! Dankzij de oude vrouw vergeet ik dat nooit meer. Brommend moppert ze over die Orthodoxen: “Maakt hun niks uit - een kruis slaan of zout in de soep doen”. (“Им что лоб перекрестить, что щи посолить”.)

Over het vervolg van de familiekroniek leest u hier meer.

Update: Inmiddels ontmoette ik Elena Katishonok in Amsterdam. Een verslagje daarvan vindt u hier

Dichter en Burger - Rusland en de Arabische variant

(Eerste publicatie: 25-2-11)

Weinig gedichten zullen zich zo snel over het Russische internet hebben verspreid als het onderstaande. Het maakt deel uit van het project Dichter en Burger (Поэт и Гражданин) van Dmitri Bykov, Michail Jefremov en Andrej Vasilev. Bykov schrijft in de stijl van een bekende dichter een gedicht over een actueel thema, Jefremov leest het voor en Vasilev is de producer. Deze aflevering (in de stijl van Lermontovs Borodino) heet De Arabische variant.

De dichter richt zich tot president Medvedev: Скажика-ка, Дима… /Zeg eens, Dima… Tunesië is toch niet zomaar in brand geraakt? Ben Ali is toch niet zomaar gevlucht? En Mubarak met één klap omver geworpen? En met Muamar, de Bedouin die zo succesvol was en nu bij de ruïnes neerzit, is het toch niet zomaar zo verdrietig afgelopen? En het is toch niet zomaar dat de brandlucht onze kant opkomt? Dat het tijd wordt voor onze tandem (Medvedev en Poetin) om zijn memoires te gaan schrijven? Dat is toch niet zomaar, zeg eens?

En Dima antwoordt; dat is wél zomaar. De tandem staat als een huis. We zijn hier niet in Tunesië, niet in Caïro. In Rusland leven we in overvloed, in de Russische wereld is de Arabische variant ondenkbaar. Wat is dat voor stam, wat zijn dat voor lui, die bij het eerste tikje van de tijd de geest geven? Al zou heel Rusland in opstand komen met de kreet: teringzooi! Dan nog zouden ik en Vova (Poetin) Moskou niet opgeven.

Hier de complete tekst:

- Скажика-ка, Дима, ведь не даром 
Тунис, охваченный кошмаром, 
Пылает как заря? 
А Бен Али подобен крысе 
Сбежал, моля о компромиссе!
Недаром помнят все в Тунисе 
Начало Января!

- Скажи-ка, Дима, ведь не даром, 
Мубарак был одним ударом
Низвергнут и сражен?
Уж до чего он был стабилен,
И рейтинг был его обилен,
А в результате как мобилен
Вдруг оказался он!

- Скажи-ка, Дима, ведь не даром
Так грустно вышло с Муамаром,
который бедуин?
Он разбомбил своих повстанцев,
Не выпускает иностранцев,
Он был успешен, даже глянцев,
А дожил до руин!

- Скажи-ка, Дима, ведь не даром
Во всю повеяло пожаром
На наши рубежи?
Тандемом правящим и парам
Пора заняться Мемуаром!
- Скажи-ка, Дима, ведь не даром,
Не даром же, скажи?!

- НЕТ, ДАРОМ, - отвечает Дима, -
Тандем стоит непобедимо,
И я его гарант!
Мы не в Тунисе, не в Каире,
В России мы, как мыши в сыре.
И не реален в русском мире
Арабский вариант!

Какие люди, что за племя
Едва их время стукнет в темя,
И были таковы?!
Когда бы вся Россия снова б
Восстала б с криками: ХРЕНОВО, -
То и тогда бы Я и Вова …
НЕ ОТДАЛИ Б МОСКВЫ!

De zes Russische boeken van literair criticus Andrej Nemzer

(Eerste publicatie: 6-2-2001)

Af en toe heb je iemand nodig die je de weg wijst. Voor mij is Andrej Nemzer zo iemand. Andrej Nemzer schrijft over Russische literatuur. Eind vorig jaar gaf hij een overzichtje van wat er in 2010 volgens hem aan waardevolle, Russischtalige boeken was verschenen. Zo werd ik gewezen op de in Amerika woonachtige Elena Katishonok, met twee titels in het lijstje van Nemzer vertegewoordigd. Beide boeken schafte ik onlangs aan in Sint-Petersburg. Het eerste (Жили-были старик со старухой) heb ik inmiddels voor driekwart uit en ik neem diep mijn hoed af voor Elena Katishonok. En in gedachten schud ik Andrej Nemzer dankbaar de hand.

Vóór mijn reis naar Sint-Petersburg selecteerde ik een aantal boeken uit het lijstje van Nemzer. Ik vond ze niet allemaal, maar kwam terug met:

1. Елена Катишонок - Жили-были старик со старухой

2. Елена Катишонок - Против часовой стрелки

3. Всеволод Бенигсен – Раяд

4. Ольга Славникова - Легкая Голова

5. Алексей Слаповский - Поход на Кремль

6. Валерий Сажин - Сила судьбы

Over deze zes boeken zal ik de komende weken mijn licht laten schijnen. De komende weken? De komende maanden, vrees ik. (Waarom krijgt een mens niet gewoon betaald voor het lezen van mooie boeken?) De Zes van Nemzer hebben twee andere titels die al een tijdje nadrukkelijk om aandacht vragen, even naar de achtergrond verdrongen: Павел Басински - Лев Толстой, бегство из рая en Павел Кочергин - Крещенные Крестами. Maar ook over die boeken hoop ik nog te berichten.

Elena Katishonok woont in Boston. Mij is nog niet duidelijk waarom er zo kort na elkaar meteen twee boeken van haar in Rusland zijn verschenen. Dat ga ik uitzoeken.

Het overzicht van Andrej Nemzer van 2010 vindt u hier.

Anton Chekov leest voor uit eigen werk. In New York.

(Eerste publicatie: 13-2-2001)

We maken even een uitstapje naar New York, waar Anton Chekov enkele jaren geleden – het was me ontgaan – voorlas uit eigen werk en een signeersessie hield op Union Square.

Voorlezen gebeurde in een filiaal van boekwinkel Barnes and Noble – tot verbazing van het voltallige personeel. Organisator en gespreksleider Todd hangt buiten vlug een postertje op (Anton Chekov – reading/discussion – author of The Cherry Orchard – Sunday, February 29) en hup, naar de voorleesruimte op de derde verdieping. Tussen het nietsvermoedende publiek zijn een paar ‘medestanders’ geplant, die Anton Chekov met een enthousiast applaus verwelkomen.

Anton vertelt dat hij zijn hoed net de dag ervoor op het Witte Huis heeft geruild tegen een cowboyhoed van de president. En begint – met een vet Russisch accent - aan zijn eerste korte verhaal. Wanneer het personeel tijdens het tweede korte verhaal steeds onrustiger wordt en ook de beveiliging in beweging komt, breekt gespreksleider Todd in. “Ladies and Gentlemen, Mr. Chekov is on a very tight schedule today. We unfortunately have to leave in just a few minutes. We have time for just a few questions from the audience.” Bij nader inzien vertrekken Todd en Anton toch maar meteen, zonder vragen van het publiek. Todd bedankt de bedrijfsleider voor de warme ontvangst en krijgt als antwoord: “You bet. Please come back the next time he writes a new play.”
 

Dan is het tijd voor de signeersessie op Union Square. Exemplaren van The Cherry Orchard, aangeschaft voor 1.50 dollar, worden verkocht voor 2 dollar, mét handtekening van Anton Chekov. De reacties zijn divers. “We should come back next weekend. I hear Tolstoy’s going to be here.” Iemand overhandigt zijn mobieltje aan Anton Chekov, of hij iets tegen zijn verloofde Veronica wil zeggen. Dat doet Anton Chekov met alle plezier: “High Veronica, this is Anton Chekhov, how’re you doing?!”

Iemand wijst op de achterflap, waar toch duidelijk staat dat Anton in 1904 is overleden. “Een schandalige drukfout”, legt Todd uit. Een dame verontschuldigt zich dat ze Antons toneelstuk in Central Park heeft gemist. Chekov reageert ontzet, maar accepteer haar welgemeende excuses.

Toch hebben de meeste toeschouwers wel door dat hier iets niet klopt. Een enkeling speelt het spel mee en begint met uitgestreken smoel een gesprekje met Todd:

- So where does he live now?
- Mr. Chekov recently relocated to Washington DC
- I see. And what is he now, 200? 300 years old?
- Yes. About that. 200 or 300.

(Een uitgebreid verslag van Anton Chekovs bezoek aan New York vindt u hier. Anton Chekov was eerder op mijn weblog te zien in de metro van – ook weer – New York, in een meer bescheiden, maar eveneens zeer geslaagde rol. Zie daar het vierde filmpje.)

Een souvenir uit het woonhuis van Nabokov

(Eerste publicatie: 13-1-2011)

IMG_6511.jpg

Eerst wilde ik hier een nieuwe aflevering van Raad de Plaat! van maken. Dat mijn talrijke trouwe lezers zich suf zouden piekeren: waar ligt dit gasmasker nou toch? Ik doe het maar niet, want het lijkt me onwaarschijnlijk dat iemand het weet. Hoewel het eigenlijk niet eens zo moeilijk is. Dit Sovjet-gasmasker ligt natuurlijk op de derde verdieping van het voormalige woonhuis van Vladimir Nabokov in Sint-Petersburg.

Het was aanvankelijk een zware dag, met opspattend smeltwater en geploeter door sneeuwblubber. Toen duwde ik de deur open van het Nabokov-museum. Ik ga daar in september naar toe met een groep toeristen en moest nog wat afspreken met een van de medewerkers, de zeer sympathieke Danila Sergejev. Dat was in vijf minuten gebeurd en toen kwam de dame van de receptie in actie. Of ik boven misschien een kijkje wilde nemen.

‘Boven’, dat is de eerste en tweede verdieping van wat vroeger het woonhuis van de rijke familie Nabokov was. De begane grond is al ruim tien jaar een museum, boven zat de redactie van de krant Nevskoje Vremja. Die zijn, zeer onlangs, eindelijk vertrokken en de talloze vertrekken wachten nu op een ingrijpende restauratie.

De vrouw van de receptie deed alle deuren voor me open. Als ik iets wilde fotograferen, moest ik vooral m’n gang gaan en ze liet me alleen.

Dit was ooit de werkkamer van Nabokovs vader:

De donkere kamer van de redactie:

Een origineel stijlkenmerk, zou een makelaar zeggen.

En nog een aantal foto’s. Het houten monogram is van Vladimir Nabokovs moeder, Jelena Nabokova (Елена Набокова):

Na een half uur kwam de vrouw van de receptie toch eens kijken of alles in orde was. Dat gasmasker? Neem maar mee, hoor. Ik was eigenlijk op zoek naar een meer literair getint souvenirtje, maar vooruit, een gasmasker uit het huis van Nabokov, ook leuk.

Ik liep naar huis. De jagende natte sneeuw en de groeiende sneeuwblubberlaag konden mijn stemming niet meer bederven.

Boeken kopen in Sint-Petersburg terwijl het dooit - deel 2

(Eerste publicatie: 11-1-2011)

Een goede boekwinkel is een winkel waar je met het ene boek in je hoofd naar binnen stapt en met een heel ander in je hand weer naar buiten komt. Maar eerst even een waarschuwing voor mijn klasgenoten komende week op het Nederlands Instituut. Zo ziet het eruit vlakbij het instituut:

Daar was nog wel door te komen. Lastiger was het eerste stuk te voet vanaf metrostation Tsjernysjevski, en dan vooral het deel langs de Tavritsjeski sad. Dat was een ijsvloer waar je zelfs met schaatsen onder je leven niet zeker bent. Russen lopen daar – tot op hoge leeftijd – gewoon overheen. Decadent als ik ben (mijn Russische vrienden op de studentenflat noemden me indertijd vriendelijk Bourgeois), gebruik ik een hulpmiddel. Aanbevolen, in Nederland te koop bij schoenmaker of bergsportwinkel:

 

Een goede boekwinkel is Porjadok slov aan de Fontanka, vlakbij het circus. Ik kwam naar buiten met Sport v SSSR, een uit het Engels vertaald werkje van een zekere Mike O’Mahony (Sport in the USSR. Physical Culture – Visual Culture). Ook een leuke boekwinkel is Knizjnaja Lavka Pisatelej aan de Nevski. Daar maakte ik onverwacht kennis met de schrijver Igor Smolnikov, die achter een tafeltje zat met daarop een stapeltje van zijn boeken. Ik moest naast ‘m komen zitten en hij drukte me een exemplaar van zijn Bolsjoi Boeket Podsnezjnikov in mijn handen, een vorm van chantage waar ik graag aan toegaf. Hij signeerde het exemplaar, vertelde over de oorlog en liet zich gewillig fotograferen.

En een paar meter verderop zat nog een schrijver! Ik ben alleen even langs haar tafeltje gelopen en ben niet gaan zitten, want ik dacht dat Igor misschien wel jaloers zou zijn.