literatuur

Joodse liedjes in Vinnitsa, zomer 1946 – herinneringen aan de naoorlogse jaren in de USSR, verzameld door Ljoedmila Oelitskaja - 2

(Eerste publicatie: 13-11-2013)

De bevrijding van Vinnitsa

De bevrijding van Vinnitsa

Mark Ptitsjnikov vertelt: “In de zomer van 1946 woonden we in Vinnitsa”.

Vinnitsa en de Tweede Wereldoorlog … Soms, vertelt Mark, hing er een zware stank boven de stad, dan was er weer een massagraf blootgelegd. De Duitsers waren begonnen met de joden en de zigeuners, daarna waren de krijgsgevangenen en de geestelijk gehandicapten aan de beurt en de ‘gewone’ burgers die de strenge regels van de bezetter hadden overtreden.

Het verhaal van Mark Ptitsjnikov staat in Detstvo 45-53: a zavtra budet sjtsjastje (Kinderjaren 45-53: en morgen zal er geluk zijn), een bundel herinneringen, bijeengebracht door de schrijfster Ljoedmila Oelitskaja. Het boek geeft een bont beeld van het kinderleven in de naoorlogse Sovjetunie. Het waren moeilijke jaren met honger en schaarste, vermengd met blijdschap over het einde van de oorlog en optimisme over de nabije toekomst.

De diverse verhalen beslaan hooguit een paar pagina’s, wat het boek nogal fragmentarisch maakt; een kaartenbak aan persoonlijke herinneringen. Die zijn stuk voor de stuk de moeite van het boekstaven waard, maar regelmatig denk je: hier zou een echte schrijver mee aan de slag moeten gaan - Oelitskaja bijvoorbeeld.

Enkele verhalen springen uit de kaartenbak naar voren. In mijn vorige stukje schreef ik al over de kindermeisjes van Omsk. Ook de herinneringen van Mark Ptitsjnikov over het Vinnitsa van na de oorlog springen eruit.

Oelitskaja, boeken Rusland Sovjetunie literatuur memoires

De overlevenden in Vinnitsa pakken na de oorlog de draad weer op, zo goed en zo kwaad als dat gaat. “De mensen gingen aan de slag en ontleenden vreugde aan kleine dingen." Maar wanneer Duitse krijgsgevangenen, die de puinhopen moesten opruimen, voorbijkomen, doet Marks vader trillend van haat het raam dicht.

Op een avond verzamelen zich buren van rond de binnenplaats voor een bescheiden feestdis. Ze hebben de oorlog overleefd, maar zijn allen beschadigd. De Radzinski’s, die als door een wonder de bezetting hebben overleefd en een jochie, half-Pools, half-joods, voor de SS en de Oekraïense politie hebben verborgen. Een oud joods echtpaar, op tijd gevlucht en net terug uit de evacuatie, maar zonder hun zoon die een maand voor het einde van de oorlog in Duitsland is gesneuveld. Een Pool die hier zijn hele familie heeft verloren terwijl hij zelf aan het front vocht.

Dan wordt er aangeklopt. Voor de deur staat een joods orkestje: twee volwassen muzikanten met een klarinet en accordeon en een opgeschoten jongen met een pionierstrommel. Ze spelen hun muziek en de tafel zingt mee: Itzik zjenitsya, Sem-sorok, Svadby Sjneerzona, Zjyl-byl na Podole Chaim Sjik …

Ik heb gezocht, want wat had ik graag die liedjes laten horen in een uitvoering dicht bij wat er die zomeravond in 1946 in het zich oprichtende Vinnitsa moet hebben geklonken. Helaas, ik heb niets gevonden wat ook maar in de buurt komt. Wel veel kitsch met synthesizers en popdreunen. Hier een uitvoering van Sem-sorok die nog enigszins draaglijk is. Een hele, hele verre echo van Vinnitsa in 1946 uit het verhaal van Mark:


Hier een korte (Russischtalige)  toelichting van Oeltiskaja op haar boek:


Hier deel 1.

Ischa Meijer praat met Karel van het Reve en Nico Scheepmaker. “Persoonlijk mag ik Dostojevski erg graag.”

Eerste publicatie: 12-9-2013)

Karel van het Reve

Karel van het Reve

De komende week verschijnen er geen nieuwe stukjes op dit blog. Om u toch wat te doen te geven, plaats ik hieronder een uurtje radio van de VPRO uit 1985.

Ik werd erop gewezen door Pepijn Hendriks – waarvoor nogmaals dank. Er klinken vier stemmen die voor mij een tijdperk markeren. En alle vier zijn ze er niet meer – nou ja, wel nog in de archieven: Cor Galis, Ischa Meijer, Karel van het Reve en Nico Scheepmaker.

Cor Galis: de befaamde omroeper. Ik maakte hem mee in het ene jaartje dat ik bij de VPRO-radio werkte. Aardige man! De overige drie dient u gewoon te kennen.

Ischa Meijer praat met Van het Reve en Scheepmaker over de Slavistiek, de studie Russisch en de Russische literatuur. Aanleiding was de verschijning (morgen op de dag af 28 jaar geleden) van Reves Geschiedenis van de Russische literatuur. Wat de heren in de studio nog niet konden weten: het werk zou in de top-zoveel belanden van best verkochte boeken – uniek voor een literatuurgeschiedenis.

Voor het complete gesprek volgt u dit linkje.

Prachtig is Reves simultane vertaling, aan het begin van het interview, van de zingende Boelat Okoedzjava. Verder moet ik me inhouden om niet uitgebreid te gaan citeren. (Van het Reve: “Dostojevski was een heel aardige man. Persoonlijk mag ik hem erg graag.”). 

Ik heb nog een persoonlijke herinnering aan Van het Reve, van wie ik helaas nooit college heb gehad. Ooit kwam ik tegenover hem te zitten in de trein van Amsterdam naar Utrecht. Hij las niet, staarde zomaar wat naar buiten. Hij keek wel even naar het boek dat ik in mijn handen had: dat was iets van of over de schaker Donner. Jammer dat ik nou geen Russisch boek in m’n handen heb, dacht ik. Ik heb hem niet aangesproken.

Cor Galis

Cor Galis

Ischa Meijer

Ischa Meijer

Nico Scheepmaker

Nico Scheepmaker

Twee studiegenotes van me, Judith en Lien, raakten ooit wel het hem in gesprek. Zij hadden een betaalpasje van de professor op straat gevonden. Ze belden hem op en brachten het bij hem langs. Bij een kopje thee vroeg Van het Reve: “En wat studeert u?” Judith en Lien antwoordden: “Russisch”. 

(Ik hoop dat ik dat laatste avontuur correct heb beschreven, zo niet, dan krijg ik dat nog wel te horen.) 

Met een Moskouse boekendetective speuren naar Liederen over Willem van Oranje

(Eerste publicatie: 5-6-2013)

oude boeken Moskou antiquariaat

Was ik in Moskou, ik ging een dagje op stap met een boekenspeurder. Daar zijn er vijf van, verzameld in het vooralsnog zeer bescheiden collectief Knizjnyi Detektiv, wat letterlijk betekent: boekendetective. Voor geld kunt u hen laten zoeken naar dat ene boek dat u al zolang niet kunt vinden.

boekenwinkels Russische literatuur

Knijzny Detektiv is opgericht door Aleksandr Korvin, als oud-medewerker van een boekwinkel vertrouwd met het boekenvak. Hij is de enige van de vijf die voltijds zoekt. Aanvankelijk was het sappelen. Er werd een te bescheiden prijs gerekend en het aantal opdrachten was beperkt. Het bedrijfje werd gered door een verwoed verzamelaar van science fiction, die na een geslaagde opdracht met een enorme lijst kwam aanzetten. Ook familie en vrienden kwamen met verzoeken en gaandeweg kwam er loop in de zaak. Inmiddels zit Knizjnyi Detektiv op zo’n vijftig zoekopdrachten per maand.

Het soort boeken dat klanten zoeken, loopt uiteen, er is niet één bepaald genre dat eruit springt. Kinderboeken, memoires, stripboeken, buitenlandse literatuur, alles komt voorbij. Het ene boek wordt in twintig minuten gevonden, voor een ander is men een maand in de weer. Kolvin en de andere speurders kijken op boekensites, zijn alert op privé-bibliotheken die verkocht worden en informeren bij antiquariaten. Op die laatste zijn ze niet dol, die willen de prijs van een boek nog weleens flink opschroeven, zodra ze in de gaten krijgen dat iemand er al jaren naar op zoek is.

Voor een zoekopdracht hanteren de heren momenteel een basisprijs van duizend roebel plus eventuele gemaakte kosten. Daar komt dan voor de cliënt de prijs van het boek zelf nog bij. De duizend roebel dient vooraf te worden betaald. Bij een opdracht voor meer dan twee boeken, krijgt u korting.

Willem van Oranje Russische vertaling antiquariaat

Behalve een eigen site, hebben de boekendetectives ook een pagina op Facebook. Daar plaatsen ze foto’s van opgespoorde boeken. En wat kwam ik er tegen? Песни о Гильоме Оранжском / Liederen over Willem van Oranje.

Had iemand in Rusland iets gehoord over de woelingen hier te lande rond het Koningslied van John Ewbank en zijn Team van Tekstschrijvers? Wilde hij misschien een gedegen historische vergelijking maken, Ewbank en de zijnen nog eens de grond in boren of juist een hart onder de riem steken? Nee, helaas, niets van dit alles. Willem van Oranje is hier niet onze Willem van Oranje, maar Willem met de Hoorn, ook wel: Willem met de Korte Neus, die leefde aan het einde van de achtste eeuw, hertog van Aquitanië, graaf van Toulouse en de eerste graaf van – dat wel – Orange. Het Russische Песни о Гильоме Оранжском is een vertaling van een middeleeuws Frans heldendicht. Een beetje teleurstellend, maar nou ja. Een van de vertalers van de teksten in het boek was trouwens Osip Mandelsjtam.

(Twee Russische artikelen over de boekendetectives vindt u hier en hier.

Aleksej Motorov - De jonge jaren van verpleger Parovozov. Schetsen vol 'klein' heimwee naar de USSR.

(Eerste publicatie: 5-5-2013)

Motorov De jonge jaren van verpleegster Parovozovo

Aleksej Motorov heeft met Юные годы медбрата Паровозова  (De jonge jaren van verpleger Parovozov) een snaar geraakt. Tot de klassieken van de Russische literatuur zal het boek niet gaan behoren, maar dat het bij de literaire prijs NOS-2012 de meeste publieksstemmen kreeg, verbaast me niet. (De jury kende de prijs uiteindelijk toe aan Знаки внимания van Lev Roebinsjtein.)

Joenye gody … lijkt aanvankelijk niet meer dan een verzameling vaardig geschreven schetsen over een Moskous ziekenhuis in het midden van de jaren tachtig. Verpleger Parovozov werkt er op de intensive care. Gaandeweg wordt het beeld echter breder. Wat Motorov beschrijft is een verdwenen land en vooral: een verdwenen manier van leven, dat iedereen die de USSR bewust heeft meegemaakt zich nog zo goed herinnert en dat zo onschuldig aandoet vergeleken bij de realiteit van vandaag. Zo beschrijft Motorov de kleine trucjes die het personeel van de attracties in het Gorki Park uithaalt om een centje bij te verdienen. Vergelijk dat eens met de corruptie die het leven in het Rusland van nu zo zwaar vergiftigt. Joenye gody ... verwoordt de nostalgie naar de alledaagse USSR. Enige vorm van heimwee naar het grote Sovjet-rijk is Motorov daarbij gelukkig vreemd.

De dagelijkse gang van zaken in het ziekenhuis, de talrijke types die voorbijkomen, de patiënten, het hoofd van de afdeling – het wordt allemaal levendig beschreven. Zuster Tamara bijvoorbeeld, geboren in Abchazië en niet op haar mondje gevallen:

 – Ну что, колхоз, все женихов ждем? – с нескрываемой насмешкой произносила она, когда, по своему обыкновению, девушки из общежитий заводили свою бесконечную тоску о том, кто женился, кто развелся, кого поматросили и бросили, кто и на такой вариант согласен, а кто и всякую надежду потерял.

Motorov Russische literatuur

Toch zijn het vooral de talrijke doorkijkjes op het leven buiten het ziekenhuis die Joenye gody …  boeiend maken. Hoe je aan de vooravond van de perestrojka met wat handigheid en blat kon rondkomen van 150 roebel, hoe er jacht werd gemaakt op defitsit en je in de rij stond (“Кто в винный не стоял, тот жизни не знает.”). Een klein detail: terloops noemt Motorov de legendarische voetbalwedstrijd USSR-België (3-4) op het WK in Mexico. En natuurlijk moest ik meteen denken aan de Belgische commentator Rick de Saedeleer: “Een SS-20!” (De Rus die die SS-20 in het Belgische doel schoot, was Igor Belanov.)

Aleksej Motorov schreef zijn boek min of meer bij toeval. Via de site Odnoklasniki (een mengeling van Facebook en Schoolbank) kwam hij oude bekenden op het spoor, hij deelde met hen herinneringen en schreef ze op. Hij liet ze rondgaan in zijn kennissenkring en via-via belandden ze bij uitgeverij Corpus, waar men verder weinig tijd verspilde. Er ligt een tweede verzameling herinneringen klaar, zo’n driehonderd pagina’s over de pionierskampen uit zijn jeugd. In een interview met Bolsjoj Gorod zegt Motorov over zijn schrijverschap: “Als er een tweede boek verschijnt (met pioniersherinneringen), zou dat mooi zijn. Maar ik denk niet dat ik zo’n schrijver kan zijn die zijn eigen verzonnen wereld schept, die de personages in interessante situaties plaatst en observeert.”

(Motorov schrijft in zijn boek over de moord op een bekende Russische schaatser. Daarover gaat mijn volgende stukje.)

Dmitri Danilovs tochten door een onbekende, overbekende Russische provinciestad

(Eerste publicatie: 7-4-2013)

Dmitri Danilov schrijver Russische literatuur provinciestad

Ik voorzie dat een zekere stad in Rusland, zo’n zes uur met de trein van Moskou, een pelgrimsoord gaat worden voor lezers van Russische literatuur. Oorzaak: het boek Описание города (Beschrijving van een stad) van Dmitri Danilov.

Danilov neemt zich aan het begin van zijn boek voor om de bewuste stad, die nergens met naam wordt genoemd, een jaar lang, een keer per maand te bezoeken en simpelweg te beschrijven wat hij ziet. De stad moet in zijn vezels gaan zitten. (Een betere vertaling voor войти в печенки heb ik zo gauw niet.)

En meteen vanaf de eerste pagina, er is geen ontkomen aan, vraagt de lezer (die dan wel in een paar Russische provinciesteden moet zijn geweest) zich af: waar zijn we hier? Dit ken ik, is dit niet …? Ja, dit moet … zijn, of wacht even, dat kan niet want … Danilov voedt de lezer met topografische aanduidingen die je onmiddellijk herkent. Zo loopt hij regelmatig door de “straat vernoemd naar een maand”, die niet ver is van de “straat vernoemd naar een Bulgaar”. Over de perrons van het station loopt een hoge voetgangersbrug, er is een breed water, er zijn steile oevers en sluimerende bossen in de buurt. Er is een busstation vlak bij een kerkhof en van het oude vliegveld is de verkeerstoren nog te zien. Door deze laatste details, en nog tal van andere die precies klopten, dacht: dit móet Voronezj zijn, de Russische provinciestad die ik het beste ken …

Dmitri Danilov

Dmitri Danilov

Danilov maakt tal van ritjes per elektritsjka en bus, pakt de taxi, belandt in een “dorp van twee woorden” (bij Voronezj heb je zo’n dorp: Novi Oesman), bezoekt voetbalwedstrijden en somt keurig op wat hij zoal ziet. Ontroering, spanning of mooie zinnen ontbreken in het boek. Wat je bij de les houdt, is het vervreemdende effect van al die opgestapelde details. Je loopt door een stad die je kent, maar waarvan je de naam niet weet, en je ervaart de Russische provincie: veelal slaapverwekkend, met meer dan genoeg absurdisme om klaarwakker te blijven.

Eén voorbeeld. In de rust van een voetbalwedstrijd komen cheerleaders het veld op. Ze maken “gematigd wanstaltige” dansbewegingen en Danilov citeert zonder verder commentaar regeltjes tekst van het lied dat daarbij uit de muziekinstallatie klinkt: “Johnny, la gente esta muy loca. What the fuck”. Overkomt mij zoiets, dan is mijn dag goed en verzoen ik me ter plekke met alles en iedereen in Rusland.

binnenplaats herfst Danilov Russische schrijver

Iets dergelijks geschiedt met Danilov. In de loop van zijn bezoeken constateert hij al dat de stad inderdaad in zijn vezels is gaan zitten, om aan het einde te concluderen: “Het is me gelukt om te gaan houden van deze stad, die, ronduit gezegd, niet de vrolijkste en mooiste op Aarde is. Want in de loop van een jaar twaalf keer in een stad verblijven en er dan nog niet van gaan houden – dan moet je wel een buitengemene, onberispelijke, door en door ijzeren ellendeling zijn.”

De stad die Danilov beschrijft is niet Voronezj. Wilt u weten welke stad het wel is – en daarmee bij voorbaat uw leesplezier bederven – klik dan op deze link.

Van Dmitri Danilov verschenen in een Nederlandse vertaling De horizontale stand en Zwarte en groene (uitgeverij Douane). Die heb ik niet gelezen. 

Hoe geloofwaardig is schrijver Michail Sjisjkin? Over de twijfelachtige reputatie van de Russische intelligentsia. “Het volk steunt Poetin om ons, de intelligentsia, een hak te zetten”.

(Eerste publicatie: 26-3-2013)

Michail Sjisjkin

Michail Sjisjkin

Michaïl Sjisjkin, een van de succesvolste Russische schrijvers van dit moment, maakte onlangs bekend geen deel te willen uitmaken van een delegatie die eind mei aanwezig is op de BookExpo America, een grote boekenbeurs in New York. Sjisjkin wenst niet als uithangbord te fungeren voor een, in zijn ogen verwerpelijk, regime.

Hoe zwaar weegt zo’n actie? Welke betekenis dient men daaraan te geven? Volgens schrijver en publicist Michail Berg in een artikel op de site Jezjednevny Zjoernal hangt dat af van de reputatie van de ‘actievoerder’ in kwestie, en bij Sjisjkin is die volgens Berg niet onomstreden. De schrijver maakt deel uit van de Russische intelligentsia, die zich  door de eeuwen heen, op enkele uitzonderingen na, in een twijfelachtige rol heeft gemanoeuvreerd. Die intelligentsia wordt door ‘het volk’ gezien als handlanger van de machthebbers, aldus Berg. Het optreden van Sjisjkin is daarom in de ogen van dat volk verre van geloofwaardig.

Michail Berg

Michail Berg

Berg vraagt zich in zijn artikel af wat voor reputatie je in het huidige Rusland moet hebben, willen jouw woorden niet gezien worden als een poging om voor jezelf een naam te creëren. Zijn er mensen met zo’n reputatie?

Jazeker, meent Berg, en als voorbeeld noemt hij filoloog Vjatsjeslav Ivanov. Die omschreef Poetin als boosaardig figuur en Berg geloofde hem volledig – in die zin dat Ivanovs woorden oprecht waren, zonder persoonlijk motief. Ivanov en Sjisjkin hebben dingen gezegd die ook zonder hen al bekend waren, maar bij de één (Ivanov) riepen de woorden bij velen dankbare herkenning en begrip op, bij de ander  (Sjisjkin) wantrouwen. “Waarom? Omdat Ivanov en Sjisjkin een verschillende reputatie hebben.”

Ivanov spreekt zich al jaren publiekelijk uit, al ten tijde van het proces tegen Sinjavski en Daniel in de jaren zestig, in de Sovjetunie dus, toen er heel wat minder zachtzinnig met andersdenkenden werd omgesprongen dan nu. “Een vergelijkbaar figuur (wat reputatie betreft) is Vladimir Boekovski”, volgens Berg een nobel persoon met “geduldige moed”, die “niet alleen zijn eigen de reputatie redt, maar de reputatie van een volk (зтнос). Kwaadwilligen roepen nu wel dat Russen slaven zijn en lafaards, dat ze tientallen, honderden jaren een wrede en eerloze, onmenselijke macht verdragen, maar de biografie van Boekovski bewijst: dat is niet waar, niet iedereen is een lafaard en een schurk (...). ”

Dat wil volgens Berg niet zeggen Boekovski altijd gelijk heeft. Maar wel dat wat hij doet en zegt geschraagd wordt door zijn reputatie, die – en dat is geen toeval – zijn wortels heeft in de Sovjettijd. Men heeft eerbied voor zijn lot en zijn positie, elk van zijn uitspraken heeft hij tot onderdeel gemaakt van dat lot, aldus Berg

“Eén van de grootste problemen van onze Russische cultuur (…) is het wantrouwen van de maatschappij tegenover de intelligentsia. Die is totaal en tragisch. Een dergelijk wantrouwen tegenover de laag van denkende mensen (…) heb je in geen enkel ontwikkeld land. Juist in dat wantrouwen schuilt de oorzaak van Ruslands onvermogen om een maatschappelijke constructie te bouwen die stabiel is, niet-tegenstrijdig en geschikt voor het echte leven.”

Vladimir Boekovski

Vladimir Boekovski

“Het ontbreekt de Russische intellectuelen aan een reputatie die gewicht kan geven aan hun op het oog terechte woorden over het verrotte Poetin-regime, over de heersende wetteloosheid en de totale leugen van de ambtenarenstand. Ze spreken wel de waarheid, maar ze worden niet geloofd. Ze analyseren, doen onderzoek, gaan – niet minder belangrijk – de straat op, protesteren in hun eentje of nemen deel aan betogingen – maar de maatschappij antwoordt: jullie zijn het volgevreten Moskou, jullie zijn een laag rijkaards die het land hebben leeggeroofd. Hoezo  rijkaards (verontwaardigd) – wij zijn intellectuelen, wij leven van onze intellectuele capaciteiten. Nee, zegt de samenleving … jullie maken deel uit van de heersende klasse, in elk geval zijn jullie haar dienaren, jullie hebben in de jaren negentig de Sovjet-nomenklatoera geholpen om het land leeg te roven, waarbij jullie deden alsof er een strijd gaande was tussen democraten en communisten, terwijl jullie in feite een scherm optrokken voor die diefstal”.

Een vergelijkbaar iets, zo duidt Berg de boosheid van het volk, gebeurde in de Sovjetunie, toen de intellectuelen een scherm optrokken voor het communistische regime en zo de indruk wekten dat de USSR een normaal land was – met kranten, tijdschriften en literaire prijzen. “Jullie waren een klasse van conformisten. En jullie deden dat samen en alleen, en creëerden zo voor jezelf een bepaalde reputatie die jullie vandaag de dag zouden willen vergeten. Jullie proberen te doen alsof dat verleden er niet is geweest, dat jullie daar niet aan hebben deelgenomen, terwijl jullie er wél aan hebben deelgenomen, en daarom gelooft de samenleving jullie zelfs niet wanneer jullie iets zeggen wat op het oog de volledige waarheid is. Men heeft geen achting voor jullie”. 

Volgens Berg is die achting alleen te verdienen door een jarenlange, moedige strijd. Ivanov en Boekovski zijn daar voorbeelden van. Maar omdat er maar zeer weinig van zulke mensen zijn in Rusland, is ook de invloed van de intellectuelen in het huidige Rusland zeer gering. Zoiets verander je niet van het ene op het andere moment, zeker niet, aldus Berg, in de wantrouwige, afgunstige Russische samenleving, “die eindeloos en eeuwenlang is bedrogen en bestolen.” En die samenleving “steunt Poetin om ons, de intelligentsia, een hak te zetten. Ze gelooft ons niet, en heeft daar alle reden toe.”

Je kan niet, zoals Michail Sjisjkin, zo maar als een duveltje uit een doosje springen. “Hoe luider hij vandaag heeft gesproken, des te meer vragen er rijzen over de periode van zijn eindeloze zwijgen … Al heeft hij dan schijnbaar de waarheid gesproken, qua reputatie en biografie heeft hij gelogen.”

In Rusland mengen intelligentsia en volk niet, zoals olie en water niet mengen, schrijft Berg. “Tel daar de demografische catastrofe bij op – dat de Russische machthebbers bij alle historische omwentelingen in de eerste plaats de denkende mensen vernietigden en het wantrouwen jegens hen voedden (en nog steeds voedt), en je hebt een vicieuze cirkel.”

Het volledige artikel, in het Russisch, is hier te vinden. Een artikel uit The Guardian over Sjisjkin vindt u hier.

Mooie, bescheiden memoires van Sergej Gandlevski - over de creatieve intelligentsia in de late USSR

(Eerste publicatie: 14-3-2013)

Sergej Gandlevski

Sergej Gandlevski

De creatieve intelligentsia in de laatste dertig jaar van de USSR, wie zich daar een beeld van wil vormen, of wie dat beeld nog eens wil oproepen - lees vooral Бездумное былое (Bezdoemnoje byloe) van Sergej Gandlevski.

Gandlevski (Moskou, 1952) is de bescheidenheid zelve. In niet meer dan 160 pagina’s kijkt hij terug op zijn leven tot nu toe. Laconiek, vriendelijk ironisch en met wijze afstandelijkheid vermengd met weemoed. Hoe hielden Gandlevski en zijn kameraden zich staande in een omgeving die hun weerzin wekte? Hoe creëerden zij hun eigen ruimte, waar zij hun eigen, innerlijke vrijheid beleden?

memoires jaren zeventig Sovjetunie intelligentsia

Gandlevski hield zich in financieel opzicht staande door poëzie te vertalen. Hij schetst in nog geen twee pagina’s een verdwenen wereld, waarin dichters uit Oezbekistan, Tadzjikistan, Kirgizië en al die andere buitengewesten van de USSR konden rekenen op vertalingen in het Russisch – in naam van de vriendschap der volkeren. Grove vertalingen werden verdeeld over uitgeverijen, waar elke redacteur een cirkeltje van dichters had, die zorgden voor prachtige, rijmende regels in het Russisch. Behoorde je tot zo’n cirkeltje, dan was je kostje gekocht. Je verdiende bepaald niet slecht en had daarnaast alle gelegenheid om je eigen creatieve gang te gaan. En dat je regels produceerde waarin niet zelden de USSR werd geloofd en geprezen, nou ja. Het waren niet jouw regels, je vertaalde ze alleen maar.

Het kleine hoekje met de eigen vrijheid, dat wordt omspoeld door een zee van stompzinninge staatsideologie, blijkt niet voor iedereen afdoende. Drank biedt een ontsnappingsroute, net als emigratie. Gandlevski blijft (ook nadat de USSR is verwenen) en begroet de omwentelingen eind jaren tachtig enthousiast. Adembenemend zijn de historische onthullingen, de stroom publicaties van ooit verboden boeken houdt maar aan. En in de kommoenalka van Gandlevski maken twee vaders zich op om de straat op te gaan. Hijzelf om te gaan demonstreren, buurman agent om de demonstranten in toom te houden.

Dat enthousiasme verdampt, al komt Gandlevski de economisch zware jaren negentig redelijk ongeschonden door. Het is vooral de komst van Poetin en de ontwikkelingen in de jaren daarna die Gandlevski en de zijnen weer doen terugkeren naar hun eigen hoekje, waar ze staat en overheid zo ver mogelijk op afstand proberen te houden. “In 2000 kwam er in Rusland een weerzinwekkende man aan de macht – een sovjet-spookbeeld dat naar het onderbewustzijn was verdrongen, iets laags, van de straat, iets uit een dronken slaap. Hij en zijn helpers gingen aan de slag en begonnen het land dat zich op een kruispunt bevond, toegewijd en kundig te verleiden – alsof je een glas wodka voorhoudt aan een totaal aan de drank geraakte man, die net min of meer heeft besloten om te stoppen met drinken”.

Bezdoemnoe byloe telt tal van zulke doordringende observaties. Nog een aantal redenen waarom ik Gandlevski's boek met veel plezier heb gelezen:

- Vanwege het prachtige woord Диккенсовщина  (Dickens-achtige toestanden) dat ik tegenkwam.

- Omdat Aleksej Tsvetkov wordt genoemd  (ik schreef onder meer hier over zijn gedichten die op muziek zijn gezet.

- Omdat er een foto in staat van Timoer Kibirov, schrijver van een van mijn favoriete boeken van de afgelopen jaren (daarover schreef ik hier).

- En omdat ik Gandlevski grotendeels las in café Pasternak in Berlijn.

Café Pasternak Berlijn

Leuk voor Nederland-Rusland 2013: Russische literatuur met een Nederlandse omslag – en omgekeerd. Te beginnen met Dostojevski.

(Eerste publicatie: 28-2-2013)

Stel je eens voor dat je een Russische vertaling tegenkomt van – ik noem maar een boek - Multatuli’s Max Havelaar. Het boek straalt je tegemoet met een prachtige omslag, waarop staat afgebeeld Visioen van de jonge Varfolomej van de schilder Michaïl Nesterov.

Dan sta je toch raar te kijken.

Misdaad en straf schuld en boete Dostojevski Nesterov Varfolomej

Stel dat je inderdaad zoiets vreemds tegenkomt, het zal geen uitzondering zijn. Sterker nog, het moet schering en inslag zijn, als we afgaan op de rare omslagen die blogger handehoch verzamelde van vertalingen van Dostojevski’s Misdaad en straf

Nemen we bijvoorbeeld onderstaand omslag van een Spaanse vertaling. We zien hier Misdaad en straf geïllustreerd met het aandoenlijke schilderij Vrouw met boek van Pieter Janssens Elinga. Wat wil de uitgever hier suggereren? Dat die vrouw daar Dostojevski zit te lezen en dat u dat ook maar snel moet gaan doen? Ik sluit het niet uit. Ik moet u dan wel waarschuwen, mocht u, nieuwsgierig geworden, Misdaad en straf voor het eerst ter hand nemen: schrikt u niet wanneer u plots een bijl tegenkomt in plaats van een mes. Verder verklap ik niks.

Vrouw met boek Pieter Janssens Elinga

En deze dan. Mooie schoenen. Bloedrood. Prachtig:

rans Banninq Cocq en Raskolnikov – ik geef toe: ik had het niet verzonnen.

Frans Banninq Cocq Raskolnikov Dostojevski Schuld en boete misdaad en straf

Kaïn denkt natuurlijk, net als Raskolnikov: ik moet nu heel snel wegwezen hier! 

En wat je allemaal niet met een bijl kan doen.

En nog een Rembrandt!

Franz Xavier Winterhalter - Portret van een jonge architect. Ach, waarom ook niet.

Franz Xavier Winterhalter Portret van een jonge architect Dostjevski

Misschien is dit wel een aardig idee voor het huidige Nederland-Rusland-jaar. Neem een Russisch boek en bedenk er een passend (of in het geheel niet passend) Nederlands schilderij bij als omslag. En omgekeerd natuurlijk: een Nederlands boek met een Russisch schilderij. Met Nesterov en Multatuli gaf ik al een voorzetje, de mogelijkheden zijn onbegrensd.

Meer leuke plaatjes bij Misdaad en straf vindt u hier.

Hoe John Steinbeck en Robert Capa in de USSR een oor werd aangenaaid - 4, slot

(Eerste publicatie: 26-2-2013)

Robert Capa Steinbeck A Russian Journal

John Steinbeck en Robert Capa krijgen tijdens hun reis door de USSR de kans om in de buurt van Kiev een kolchoz te bezoeken, iets wat vooral Steinbeck hoog op zijn verlanglijstje heeft staan. Ze mogen er zelfs twee bezoeken. Want, zo blijkt uit de rapporten van hun begeleiders, de Amerikanen mogen niet denken dat ze met één rooskleurig plaatje om de tuin worden geleid.

Net als elders krijgen Steinbeck en Capa ook van de kolchozboeren weer de bekende vragen die, zo schrijft Steinbeck in zijn reisverslag A Russian Journal, rechtstreeks uit de Pravda lijken te komen: “It seems to us that the American people are democratic people. Can you explain to us why the American government has as its friends reactionary governments, the governments of Franco en Trujillo, the dictatorschip of Turkey, and the corrupt monarchy of Greece?”

Helemaal geen slechte vraag, maar niet eentje die je verwacht op het Oekraïense platteland, waar de boeren zich in 1947 toch vooral afvroegen of er de komende winter wel voldoende voedsel zou zijn. Tegen die achtergrond zijn ook de maaltijden die Steinbeck en Capa krijgen voorgezet (er wordt overnacht, het ontbijt begint met wodka) opvallend. Een beschrijving van een copieus diner sluit Steinbeck aldus af: “We ate far too much. We ate the little cherry cakes and honey until our eyes popped”.

Het bezoek aan de twee kolchozen was dan ook goed voorbereid. Journalist Vladimir Tolts haalde de geheime verslagen boven water en die laten zien hoe gedetailleerd dat gebeurde. Helaas is Tolts niet scheutig met citaten (“Ik zal u niet vermoeien met saai geciteer uit de talloze geheime rapporten”), maar hij geeft wel een algemeen beeld.

Er mogen geen personen te zien zijn die duidelijk slecht gevoed zijn. De mogelijke gesprekspartners van de Amerikanen zijn geselecteerd en geïnstrueerd. Eventueel dienen zij te worden aangevuld met betrouwbare partijkaders. (De eerste secretaris van het rayoncomité wordt aan de gasten voorgesteld als eenvoudige boekhouder). En dan toch een citaat: “We zullen proberen om hen bij monde van kolchozboeren … duidelijk te maken dat bij ons volk en regering een eenheid vormen, en dat onze pers, noch onze regering … de Sovjet-mensen opzet tegen de Amerikanen, maar juist met veel sympathie spreekt over het Amerikaanse volk en onderstreept dat het Amerikaanse volk geen oorlog wil.” En verder dienen er voldoende levensmiddelen – inclusief drank - te worden aangevoerd voor prettige maaltijden. Die hadden een duidelijk effect, zo valt te lezen in een van de geheime verslagen (niet in A Russian Journal). De laatste dag van het kolchozbezoek bracht Steinbeck grotendeels door “uitrustend in het gras naast het huis”.

Steinbeck had natuurlijk door dat hij werd gefêteerd. “They put on the same show a Kansas farmer would put on for a guest.” Met dat ene zinnetje (A Russian Journal telt er meerdere) velt Steinbeck een genadeloos vonnis over zichzelf en over zijn reisverslag. Ja, hij wordt gefêteerd, maar nog veel meer wordt hij bedrogen. Hij heeft het niet gemerkt.

Steinbeck propaganda Sovjetunie communisme

A Russian Journal is de moeite van het lezen waard – juist vanwege dat wrange bedrog. En ook vanwege de vele simpele observaties, de beschrijvingen van de Sovjetunie in 1947, waar de sporen van de oorlog nog alom aanwezig zijn. En ook de suffige toon, de bochten waarin Steinbeck zich wringt om toch vooral objectief te zijn – het levert een boeiend document op. Hoe suffig A Russian Journal is, moge blijken uit de laatste zin: “We have no conclusions to draw, except that Russian people are like all other people in the World. Some bad ones there are surely, but by far the greater number are very good.”

Hier deel 1deel 2 en deel 3.

Steinbeck Capa Russia 1947

(Mocht u A Russian Journal willen aanschaffen, koopt u dan niet de Penguin-editie ('Penguin Classics'), daarin zijn de foto's van Robert Capa slecht weergegeven.