nederland/rusland

Ischa Meijer praat met Karel van het Reve en Nico Scheepmaker. “Persoonlijk mag ik Dostojevski erg graag.”

Eerste publicatie: 12-9-2013)

Karel van het Reve

Karel van het Reve

De komende week verschijnen er geen nieuwe stukjes op dit blog. Om u toch wat te doen te geven, plaats ik hieronder een uurtje radio van de VPRO uit 1985.

Ik werd erop gewezen door Pepijn Hendriks – waarvoor nogmaals dank. Er klinken vier stemmen die voor mij een tijdperk markeren. En alle vier zijn ze er niet meer – nou ja, wel nog in de archieven: Cor Galis, Ischa Meijer, Karel van het Reve en Nico Scheepmaker.

Cor Galis: de befaamde omroeper. Ik maakte hem mee in het ene jaartje dat ik bij de VPRO-radio werkte. Aardige man! De overige drie dient u gewoon te kennen.

Ischa Meijer praat met Van het Reve en Scheepmaker over de Slavistiek, de studie Russisch en de Russische literatuur. Aanleiding was de verschijning (morgen op de dag af 28 jaar geleden) van Reves Geschiedenis van de Russische literatuur. Wat de heren in de studio nog niet konden weten: het werk zou in de top-zoveel belanden van best verkochte boeken – uniek voor een literatuurgeschiedenis.

Voor het complete gesprek volgt u dit linkje.

Prachtig is Reves simultane vertaling, aan het begin van het interview, van de zingende Boelat Okoedzjava. Verder moet ik me inhouden om niet uitgebreid te gaan citeren. (Van het Reve: “Dostojevski was een heel aardige man. Persoonlijk mag ik hem erg graag.”). 

Ik heb nog een persoonlijke herinnering aan Van het Reve, van wie ik helaas nooit college heb gehad. Ooit kwam ik tegenover hem te zitten in de trein van Amsterdam naar Utrecht. Hij las niet, staarde zomaar wat naar buiten. Hij keek wel even naar het boek dat ik in mijn handen had: dat was iets van of over de schaker Donner. Jammer dat ik nou geen Russisch boek in m’n handen heb, dacht ik. Ik heb hem niet aangesproken.

Cor Galis

Cor Galis

Ischa Meijer

Ischa Meijer

Nico Scheepmaker

Nico Scheepmaker

Twee studiegenotes van me, Judith en Lien, raakten ooit wel het hem in gesprek. Zij hadden een betaalpasje van de professor op straat gevonden. Ze belden hem op en brachten het bij hem langs. Bij een kopje thee vroeg Van het Reve: “En wat studeert u?” Judith en Lien antwoordden: “Russisch”. 

(Ik hoop dat ik dat laatste avontuur correct heb beschreven, zo niet, dan krijg ik dat nog wel te horen.) 

Het fotoalbum van Koos en Nel Visch, Nederlanders in Kemerevo, Siberië (1922-1926).

(Eerste publicatie: 26-6-2013)

nel Visch Kemerovo communisten CPN

Dacht ik me daar toch een vondst van je welste te hebben gedaan.

Bladerend door een prachtige site met gedigitaliseerde fotoalbums uit Rusland, stuitte ik op bovenstaand tafereel. “24 september in Siberië. Men ziet hier hoe blij men is ons weer terug te hebben. We zitten op een berg van ijzererts.”

In hetzelfde album zat deze foto, volgens het onderschrift “Aan boord van de Rotterdam, de vierde groep Hollanders, 1922”:

Siberië fotoalbum 1922 CPN Sovjetunie

Meteen dacht ik aan Kemerovo, de Siberische stad aan de rivier de Tom, waar in de jaren twintig buitenlandse ingenieurs betrokken waren bij de bouw van een chemie- en cokesfabriek. In 1922 werd daartoe de Autonome Industriële Kolonie Koezbass opgericht, die onder leiding stond van de Nederlander Sebald Rutgers. Mijn niet zo wilde vermoeden werd bevestigd toen ik het omslag van het foto-album aanklikte:

Sebald Rutgers Koezbass ingenieurs communisten Kemerovo

Inderdaad, de AIK Koezbass. Van wie dit album is geweest, wordt op de site niet vermeld. Gelukkig is dat wel het geval bij een volgend album, twee klikken verder.

Koos Visch Nel Visch fotoalbum AIK Koezbass

Het is van Koos en Nel Visch, die in 1922 via een tussenstop in de Oeral ook in Kemerovo belandden. Vier jaar later maakten zij de opheffing van de AIK Koezbass mee. Buitenlandse ‘inmenging’ in de industrie was niet langer gewenst. In tegenstelling tot veel andere buitenlandse communisten, oostwaarts getrokken om de Sovjet-heilstaat op te bouwen, overleefden Koos en Nel de zuiveringen van de jaren dertig. Koos overleed in 1943 in Izjevsk, Nel werkte nog als lerares Nederlands in Moskou en keerde in 1947 terug naar Nederland.

De trein van oeral naar keremovo

De trein van oeral naar keremovo

Kemerovo, arbeidershuisjes. Architect Han van Loghem

Kemerovo, arbeidershuisjes. Architect Han van Loghem

"Hollandsch clubje" - Kemerovo, januari 1923

"Hollandsch clubje" - Kemerovo, januari 1923

Koos Visch in Kemerovo

Koos Visch in Kemerovo

Enige opwinding maakte zich bij al dit klikken van mij meester. Had ik hier zo maar even twee unieke albums opgedoken die een nieuw licht wierpen op de geschiedenis van de internationale arbeidersbeweging in het algemeen en de Nederlandse bijdrage aan de AIK Koezbass in het bijzonder? Dat viel helaas reuze mee. Ik vond een berichtje over een tentoonstelling in 2007 in het streekmuseum van Kemerovo. Daar was in elk geval het album van Nel en Koos Visch al te zien geweest. Dan zal het bestaan van dat andere album ongetwijfeld ook al wel algemeen bekend zijn.

Koos Nel Visch fotoalbum CPN Kemerovo

Op veel pagina’s in het album van Nel en Koos Visch zijn foto’s verdwenen. Bij de wel bewaarde foto’s staat helaas lang niet overal een onderschrift. Zo weet ik niet wie de man op klompen is.

Nel Visch overleed in 1990. In dit filmpje beschrijft ze de ontroering op de boot (de Rotterdam?) bij de aankomst in de Sovjetunie. Let ook even op de manier waarop ze ‘kameraad Lenin’ zegt. Volledig vanzelfsprekend, zonder enige ironie of wat voor bijbetekenis dan ook. Kom daar nog eens om, tegenwoordig.

Slaap kindje slaap – als Russisch tekenfilmpje

(Eerste publicatie: 6-1-2013)

Slaap kindje slaap Russische tekenfilm Liza Skvortsova slaapliedjes

Ruim twee jaar geleden schreef ik een stukje over Liza Skvortsova, maakster van tekenfilms. Liza werkt onder meer aan een omvangrijk project, waarbij onder haar leiding slaapliedjes uit heel de wereld in alleraardigste animatiefilmpjes worden gegoten. Een Amerikaans slaapliedje, een Turks, Tataars, uit Cambodja, Japan … En ja, ook uit Nederland.

Van veel liedjes was toen al een filmpje beschikbaar, van het Nederlandse slaapliedje vond ik alleen bovenstaande afbeelding. Een titel ontbrak, welk liedje zou dat dan zijn, vroeg ik mij af. Een lezeres suggereerde, heel logisch: Slaap kindje slaap … Ik antwoordde daarop, ook niet onlogisch: “Ja, dat dacht ik eerst ook. Maar dit schaap kijkt nogal ontstemd naar de figuur links op de grond. Dat duidt op ontwikkelingen die ik mij uit de tekst van Slaap kindje slaap niet kan herinneren”…

Inmiddels is het filmpje beschikbaar en wat blijkt. Mijn lezeres en ik, we hadden beiden gelijk. Het betreft hier inderdaad Slaap kindje slaap en inderdaad neemt het verhaaltje in de Russische getekende versie een onverwachte wending! Dat schaap blijkt het liedje (in gefloten uitvoering) niet erg te waarderen, pakt er een heuse windmolen bij en … Maar kijkt u vooral zelf. (Het liedje begint op 1.09.)

De fluiter die we horen is – u had ‘m misschien herkend - niemand minder dan onze drievoudig wereldkampioen kunstfluiten Geert Chatrou. 

En hier hebben we, ik doe maar een greep, Kroatië. Douze points, wat mij betreft.

Zoek bij YouUube op Колыбельные мира en u vindt er nog veel meer.

Status Quo, Bolland en Bolland en de Russisch-Orthodoxe kerk

(Eerste publicatie: 7-12-2012) 

Bij zeer hoge uitzondering: hieronder een stukje dat ik ooit eerder plaatste. Omdat ik het filmpje zo aardig vind. Ik schreef het drie jaar geleden, in de aarzelende beginperiode van dit blog, en voor menig lezer van nu zal het nieuw zijn. Ik heb het iets aangepast en ingekort.    

De Russisch-Orthodoxe kerk lijkt mij geen vrolijke club, maar misschien moet ik dat beeld een beetje bijstellen.

Op onderstaand filmpje zijn (oud-)studenten te zien van het seminarie van Belgorod in Zuid-Rusland, niet ver van de Oekraïense grens. Ze zingen over hun studietijd, zoals dat gaat op een reünie of afstudeerfeest. Verrassend is de muziekkeus: You’re in the army now van Status Quo, geschreven door onze eigen Rob en Ferdi Bolland. De priesters hebben ervan gemaakt: Ty v seminarii now (Je zit op het seminarie now):

Hier ook maar even de originele versie. Enig verschil is er toch wel, tussen een groepje vrolijke priesters en een ronkende Engelse rockband:

De sportmeisjes van Koelikov en Samochvalov, erotiek in het Socialistisch Realisme en een slordige catalogus uit Assen - 3

(Eerste publicatie: 6-12-2012)

Deineka fiets socialistisch realisme schilderkunst Sovjetunie

Eerst maar even wat positieve woorden over de catalogus van de tentoonstelling De Sovjet Mythe. Socialistisch Realisme 1932-1960. De inleidende artikelen doen wat ze moeten doen: zonder wollige kunsthistorische bespiegelingen verschaffen ze de lezer en bezoeker een helder kader. Ook de korte stukjes bij de schilderijen geven welkome informatie, zonder zwaarwichtige interpretaties.

Kuptsov Koeptsov schilderij vliegtuig Leningrad socialistisch realisme

Toch is er aan de catalogus een boel mis. Voor de wijze waarop de Russische namen zijn weergegeven, is maar een woord mogelijk: een zootje. De transcriptie van het cyrillisch – altijd lastig, maar niet onoverkomelijk - schiet alle kanten op. Het meest genante voorbeeld: schilder Samochvalov krijgt verspreid over het boek twee verschillende voornamen: Alexander en Aleksandr. Dat de ЧУЕ en Ж verschillend worden getranscribeerd, verbaast daarna al niet meer. Misschien dat de uitgever de volgende keer een ervaren slavist kan vragen om de tekst nog eens door te nemen. Ik weet wel iemand. (Ik zeg er meteen maar bij: ik ben niet goedkoop.)

Sovjet Mythe Drents Museum catalogus socialistisch realisme

Een alerte eindredacteur had ook geen kwaad gekund. Die had, mag je hopen, de type- en taalfouten opgespoord. Er is echt een verschil tussen andere en anderen. En in de volgende  zin dient het werkwoord in het enkelvoud te staan: Kunstenaars werd een grote rol toebedeeld …

Ietwat koddig – maar taalkundig in orde – is de wijze waarop waarnemend directeur Harry Tupan van het Drents Museum zich voor alle zekerheid indekt tegen mogelijke verwijten over het onderwerp van de tentoonstelling: “Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om de toenmalige Sovjetleiders onder wier dictatuur deze kunstwerken ontstonden te eren of op een voetstuk te plaatsen; de samenstellers zijn zich terdege bewust van de verwoestingen en het leed dat in de Sovjet-Unie onder Lenin en Stalin is aangericht.” Nu ligt Assen in de buurt van Oost-Groningen, waar ooit het communisme welig tierde, maar kom op nou, het is 2012!

O ja. Wanneer een stad wordt belegerd (het gaat in dit geval uiteraard over Leningrad), dan heet dat een beleg, niet een blokkade.

De tentoonstelling De Sovjetmythe. Socialistisch Realisme 1932-1960 in het Drents Museum loopt nog tot komende (het heeft gesneeuwd vannacht) zomer. Twee eerdere stukjes over de tentoonstelling vindt u hier en hier.

Bidden bij Guus Hiddinks Anzji – het Russische voetbalseizoen is begonnen

(Eerste publicatie: 23-7-2012)

voetbal Anzji bidden op de tribune

Ik had ‘m al een tijdje liggen, deze mooie foto. Het wachten was op een aanleiding om ‘m te laten zien. Die is er nu: het Russische voetbalseizoen is begonnen. Supporters tijdens een wedstrijd knielend op een bidkleedje, ik was het nog niet eerder tegengekomen.

We zien hier het stadion van Anzji uit Machatsjkala, de club van trainer Guus Hiddink. Met geld van de steenrijke Soelejman Kerimov en veel lokaal enthousiasme is Anzji bezig aan een opmars. Vorig seizoen werd de Europa League bereikt, dit jaar hoopt men op de Champions League, al doet Hiddink in elk interview zijn best om de hoge verwachtingen te temperen.

supporters Anzji politie stadion

Er werd met verbazing gereageerd op de overstap van Hiddink naar het onrustige Dagestan, de Russische deelrepubliek waar aanslagen aan de orde van de dag zijn. Maar als je deze taferelen zo ziet, kan ik me voorstellen dat de gelauwerde coach – vorstelijk beloond, ook dat -  hier wel deel van wil uitmaken. 

De eerste wedstrijd in de Europa League, tegen het Hongaarse Honved, werd met 1-0 gewonnen. De wedstrijd moest van de UEFA buiten Dagestan worden gespeeld, dat werd Moskou. Bij de Russische hoofdstad heeft de club ook zijn permanente thuisbasis. Staat er in de Russische competitie een wedstrijd in Machatsjkala op het programma, dan pakken spelers en staf het vliegtuig richting Dagestan, zo’n 1.600 kilometer verderop.

jonge voetballer zaal doel bidden Anzji training
Anzhi Russisch voetbal Eto'o Roberto Carlos
Russisch voetbal Anzji training kunstgras

De eerste competitiewedstrijd tegen Koeban Krasnodar won Anzji voor eigen publiek met 2-1. Van een eerdere wedstrijd hier nog even die prachtige ceremonie, waarbij het Russische volkslied wordt gespeeld. Dat gebeurt ook bij de andere clubs, maar alleen bij Anzji met een trompet:

En ik kwam ook dit aardige filmpje nog tegen. Je vraagt je wel eens af hoe een nieuwe trainer kennismaakt met de spelers. Hiddink doet dat zo (met een omhelzing voor Roberto Carlos en Eto’o, met wie hij al werkte bij Real Madrid.):  

Meer foto's van Anzji en Machatsjkala vindt u hier.

De vondst van berkenbasttekst 1023 in Novgorod. Ik was erbij.

(Eerste publicatie: 10-7-2012)

Het lijkt een verschrompeld inktvisje, wat op tafel ligt. Dat is het niet. Wat hier zo aandachtig wordt bekeken, is een middeleeuws stukje berkenbast waarop een tekstje is gekrast. Het is net uit de grond gehaald en wordt geregistreerd als Novgorod – 1023, oftewel: het 1023ste tekstje dat in Novgorod is opgegraven. Het eerste werd gevonden in 1951.

Elke zomer vinden in Novgorod (de belangrijkste vindplaats van de tekstjes) opgravingen plaats. Dit jaar werd er ook meegegraven door een groepje Nederlanders, bijeengebracht door Jos Schaeken, die zich in Leiden bezighoudt met de bestudering van de vondsten. (Meer daarover hier en hier). Onze fysieke bijdrage was bescheiden, wij groeven slechts twee ochtenden mee – wij moesten ook nog naar een heleboel kerken en naar een eiland in het Ilmenmeer voor gerookte snoek. Onze aanwezigheid op zich betekende echter al veel voor de betrokken Russische wetenschappers, aldus Schaeken.

Er staat van alles op de gevonden berkenbastjes. Veel heeft betrekking op de handel (Novgorod was een Hanzestad), veel gaat ook over privé-zaken. Waar Novgorod –1023 over gaat, mag ik niet zeggen. Daar zit een embargo op tot de zomer van volgend jaar.

In mijn volgende stukje meer over Novgorod, vooral in de vorm van foto’s

Middeleeuwse liefdesbriefjes op berkenbast - en wat er in Novgorod nog meer uit de grond komt. - 2

(Eerste publicatie: 28-6-2012)

Komende week ga ik Middeleeuwse tekstjes opgraven in Novgorod, ik schreef er een paar dagen terug al over. Hier nog wat meer theorie, want we komen graag goed beslagen ten, eh, ijs. 

(Ook dit stukje is vrijwel volledig gebaseerd op de oratie van hoogleraar  Jos Schaeken bij zijn benoeming tot hoogleraar Balto-Slavische talen en cultuurgeschiedenis in Leiden.)

De Middeleeuwse teksten zijn ingekrast op kleine stukjes berkenbast. De studie ervan heet berestologie. Erg oud is die studie niet, het eerste stukje bekraste bast werd in 1951 gevonden in Novgorod. Inmiddels zijn er meer dan duizend tekstjes uit de grond gehaald en elke zomer wordt er gegraven naar meer. Novgorod is de rijkste vindplaats (het was een van de grootste Middeleeuwse Russische steden en de bodemgesteldheid is er gunstig), maar ook Staraja Roessa, Torzjok, Smolensk en Pskov hebben een ‘bodemarchief’. Al zijn de gevonden stukjes tekst vaak kort (gemiddeld 15 tot 40 centimeter in de lengte en 2 tot 8 centimeter in de breedte) en fragmentarisch, ze leveren een schat aan informatie op. De kennis van de vroegere taalstadia van het Russisch is flink bijgesteld en de blik op het dagelijks leven in de Russische Middeleeuwen aanzienlijk verbreed. 

"Brief van Gjur'gi aan vader en aan moeder. Verkoop de hoeve, kom hierheen — naar Smolensk of naar Kiev. Het brood is [hier] namelijk goedkoop. Als jullie niet komen, stuur me dan een briefje (gramotiču), of het goed met jullie gaat." (1100-1120).

"Brief van Gjur'gi aan vader en aan moeder. Verkoop de hoeve, kom hierheen — naar Smolensk of naar Kiev. Het brood is [hier] namelijk goedkoop. Als jullie niet komen, stuur me dan een briefje (gramotiču), of het goed met jullie gaat." (1100-1120).

Huishouding, gezin, financiën, handel, zeer veel komt aan bod. Gewoonlijk gaat het om privé-correspondentie, drama blijft ons daarbij niet bespaard:

 "[...] Wat neem je me kwalijk, dat je niet deze week [of: deze zondag] bij me gekomen bent? Ik heb je als mijn eigen broer behandeld. Heb ik je werkelijk gekwetst met datgene wat ik [jou] gestuurd heb? Voor jou weet ik dat het onaangenaam is. Als het gemakkelijk voor je zou zijn, zou je je uit de ogen [van de mensen] weggerukt hebben en [heimelijk] gekomen zijn. [...] Als ik jou in mijn onverstand gekwetst heb en jij me zult bespotten, dan zullen God en ik (moja xudost') oordelen." (1100-1120).

Schaeken voegt daaraan toe: “Bedenk dat deze Novgorodse liefdesgeschiedenis uit precies dezelfde periode stamt als onze hebban olla vogala.”

Ik had hier graag willen afsluiten met: ik ga niet weg uit Novgorod voordat ik een liefdesbrief uit 1250 uit de grond heb gehaald … Maar ik heb m’n terugvlucht al geboekt.

(Het complete corpus teksten op berkenbast is online beschikbaar).

Hier deel 1.

Middeleeuwse liefdesbriefjes op berkenbast – en wat er in Novgorod nog meer uit de grond komt. - 1

(Eerste publicatie: 26-6-2012)

Vanaf komend weekeinde wordt de frequentie van stukjes op dit weblog weer even wat minder. Ik ga in Novgorod liefdesbrieven uit de Middeleeuwen opgraven. Dat is serieus werk en ik weet niet of ik daarbij nog regelmatig aan schrijven toekom.

Die liefdesbrieven werden ooit ingekrast op berkenbast. Eigenlijk zijn het briefjes; de meeste bevatten niet meer dan twintig woorden. En het gaat niet alleen om liefdesbriefjes, er wordt daar in Novgorod van alles uit de grond gehaald: van officiële documenten, testamenten, raadseltjes, leermateriaal, grapjes en uitnodigingen tot aan huwelijksaanzoeken, zoals: “Van Mikita aan Ana. Trouw met mij. Ik wil jou en jij mij. En Ignat Moiseev is getuige […]”  Het aanzoek is geschreven tussen 1280-1300.

Ik ga natuurlijk niet zo maar op eigen houtje graven. Ik heb me aangemeld bij Expeditie Novgorod, een initiatief van het Nederlands Instituut in Sint-Petersburg en de Universiteit van Leiden. Gedurende een week verblijven de deelnemers in Novgorod, waar de tijd verdeeld wordt tussen lezingen, excursies en, uiteraard, het betere graafwerk. De reis staat onder leiding van hoogleraar Balto-Slavische talen en cultuurgeschiedenis Jos Schaeken. Wat ik hier schrijf over de berkenbasttekstjes is ontleend aan zijn oratie bij zijn benoeming tot hoogleraar.

De middeleeuwse teksten zijn origineel (en dus niet, zoals veel Kerkslavische bronnen -  gekopieerd), betreffen het dagelijks leven en zijn geschreven in een Russisch dat dicht bij de geschreven taal stond – ook dit weer in tegenstelling tot de Kerkslavische bronnen.

“Van Boris aan Nostas’ja. Zodra je deze brief krijgt, stuur me een man op een paard, want ik heb hier veel te doen. En stuur een hemd – ik ben een hemd vergeten.”  (1380-1400).

"Groet van Nostas'ja aan mijn meesters, mijn broers. Mijn Boris is niet [meer] in leven. Hoe, meesters, gaan jullie zorgen voor mij en mijn kinderen?" (1410-14320). 

Hier deel 2.