Middeleeuwse liefdesbriefjes op berkenbast - en wat er in Novgorod nog meer uit de grond komt. - 2

(Eerste publicatie: 28-6-2012)

Komende week ga ik Middeleeuwse tekstjes opgraven in Novgorod, ik schreef er een paar dagen terug al over. Hier nog wat meer theorie, want we komen graag goed beslagen ten, eh, ijs. 

(Ook dit stukje is vrijwel volledig gebaseerd op de oratie van hoogleraar  Jos Schaeken bij zijn benoeming tot hoogleraar Balto-Slavische talen en cultuurgeschiedenis in Leiden.)

De Middeleeuwse teksten zijn ingekrast op kleine stukjes berkenbast. De studie ervan heet berestologie. Erg oud is die studie niet, het eerste stukje bekraste bast werd in 1951 gevonden in Novgorod. Inmiddels zijn er meer dan duizend tekstjes uit de grond gehaald en elke zomer wordt er gegraven naar meer. Novgorod is de rijkste vindplaats (het was een van de grootste Middeleeuwse Russische steden en de bodemgesteldheid is er gunstig), maar ook Staraja Roessa, Torzjok, Smolensk en Pskov hebben een ‘bodemarchief’. Al zijn de gevonden stukjes tekst vaak kort (gemiddeld 15 tot 40 centimeter in de lengte en 2 tot 8 centimeter in de breedte) en fragmentarisch, ze leveren een schat aan informatie op. De kennis van de vroegere taalstadia van het Russisch is flink bijgesteld en de blik op het dagelijks leven in de Russische Middeleeuwen aanzienlijk verbreed. 

"Brief van Gjur'gi aan vader en aan moeder. Verkoop de hoeve, kom hierheen — naar Smolensk of naar Kiev. Het brood is [hier] namelijk goedkoop. Als jullie niet komen, stuur me dan een briefje (gramotiču), of het goed met jullie gaat." (1100-1120).

"Brief van Gjur'gi aan vader en aan moeder. Verkoop de hoeve, kom hierheen — naar Smolensk of naar Kiev. Het brood is [hier] namelijk goedkoop. Als jullie niet komen, stuur me dan een briefje (gramotiču), of het goed met jullie gaat." (1100-1120).

Huishouding, gezin, financiën, handel, zeer veel komt aan bod. Gewoonlijk gaat het om privé-correspondentie, drama blijft ons daarbij niet bespaard:

 "[...] Wat neem je me kwalijk, dat je niet deze week [of: deze zondag] bij me gekomen bent? Ik heb je als mijn eigen broer behandeld. Heb ik je werkelijk gekwetst met datgene wat ik [jou] gestuurd heb? Voor jou weet ik dat het onaangenaam is. Als het gemakkelijk voor je zou zijn, zou je je uit de ogen [van de mensen] weggerukt hebben en [heimelijk] gekomen zijn. [...] Als ik jou in mijn onverstand gekwetst heb en jij me zult bespotten, dan zullen God en ik (moja xudost') oordelen." (1100-1120).

Schaeken voegt daaraan toe: “Bedenk dat deze Novgorodse liefdesgeschiedenis uit precies dezelfde periode stamt als onze hebban olla vogala.”

Ik had hier graag willen afsluiten met: ik ga niet weg uit Novgorod voordat ik een liefdesbrief uit 1250 uit de grond heb gehaald … Maar ik heb m’n terugvlucht al geboekt.

(Het complete corpus teksten op berkenbast is online beschikbaar).

Hier deel 1.