Nederland/Rusland

25 jaar na het EK: het gaat goed met Rinat Dasajev!

(Eerste publicatie: 1-7-2013)

voetbal Europees kampioenschap Rinat Dasajev
keeper doelman Dasajev Sovjetunie EK 1988

Het gaat goed met Rinat Dasajev, al zou ik nog niet durven wedden dat hij Keith Richards gaat overleven.

Vorig jaar zond Andere Tijden Sport het verhaal uit van de Sovjet-spelers over de finale van het Europees Kampioenschap van 1988. Hoe hadden zíj het EK en die (verloren) wedstrijd tegen het Nederlands elftal beleefd? En hoe was het hun sinds die dag in juni, 25 jaar geleden, vergaan? Bij een korte voorvertoning in het Olympisch Stadion ging er een schok door het zaaltje toen Rinat Dasajev in beeld kwam. De legendarische doelman, door voetbalminnend Nederland – ironisch genoeg - in het hart gesloten omdat hij betrokken was bij dat idioot mooie doelpunt van Marco van Basten, was er slecht aan toe. Een drankprobleem, dat kon niet anders.

Over dat probleem was al wel geschreven in de Russische pers, maar de confrontatie met het verval was pijnlijk. Dasajev praatte langzaam, met zware stem, en schuifelde na het gesprek wat onbeholpen naar de spelersbus van Torpedo Moskou. (De uitzending is hier terug te zien. Dasajev zit aan het begin op 0.58 en uitgebreider vanaf 10.40.)

Afgelopen week kwam ik een interview tegen met Dasajev in het weekblad Itogi. In één oogopslag zag ik aan de foto: hij ziet er goed uit! In het gesprek kijkt de doelman nog eens terug op zijn loopbaan. Hij vertelt hoe zwaar hem indertijd de overgang van Spartak Moskou naar Sevilla was gevallen. Hij sprak de taal niet, er werd anders gevoetbald en hij kwam opeens in een wereld vol overvloed terecht. Hij hield zich met moeite staande. Na afloop van zijn contract kreeg hij een trainersbaantje. Hij raakte toch werkloos en kreeg een drankprobleem.

Hij keerde terug naar Moskou en ging na een periode bij Spartak en de nationale selectie uiteindelijk als keeperstrainer aan de slag bij Torpedo Moskou, een club die ook betere tijden had gekend. Ik vermoed dat Torpedo zich over hem ontfermde zoals Bayern München dat deed met Gerd Müller, een andere oud-topspeler met een drankprobleem. 

Begin dit jaar werd de overgang van Dasajev naar zijn eigen oude club Spartak gemeld. Hij kreeg een baantje bij de jeugdopleiding en ging masterclasses voor de jeugd geven. Het past in het beleid van Spartak om oud-spelers bij de club te betrekken, maar ook hier zal de factor medemenselijkheid een rol hebben gespeeld. Op dit filmpje (en ook op de foto boven aan dit stukje) ziet u Dasajev in actie tijdens een masterclass. Hij ziet er ook hier weer goed uit en trapt een balletje – een klein wonder, als je terugdenkt aan die uitzending van Andere Tijden Sport.


Inmiddels heeft Dasajev promotie gemaakt: hij  is nu keeperstrainer van het tweede van Spartak. Of hij daar echt een bijdrage levert aan de trainingen, dat weet ik niet. Als hij maar van de drank afblijft, ben je geneigd te denken. Ik kwam een artikel over hem tegen uit 2007, waarin de interviewer wijst op de idiote afstanden die Torpedo Moskou voor wedstrijden moet afleggen. Weinig subtiel wordt dan gevraagd: “Vijf jaar geleden zei u dat u helemaal gestopt bent met drinken. Van al die reizen zouden wij opnieuw zijn begonnen”. Dasajev antwoordt: “Het is moeilijk om niet opnieuw te beginnen. Maar voorlopig houd ik het vol”.

(De ondertiteling van de EK-uitzending van Andere Tijden Sport is van mij, ik deed ook research voor het programma. Een van mijn leukste opdrachten!)  

Het fotoalbum van Koos en Nel Visch, Nederlanders in Kemerevo, Siberië (1922-1926).

(Eerste publicatie: 26-6-2013)

nel Visch Kemerovo communisten CPN

Dacht ik me daar toch een vondst van je welste te hebben gedaan.

Bladerend door een prachtige site met gedigitaliseerde fotoalbums uit Rusland, stuitte ik op bovenstaand tafereel. “24 september in Siberië. Men ziet hier hoe blij men is ons weer terug te hebben. We zitten op een berg van ijzererts.”

In hetzelfde album zat deze foto, volgens het onderschrift “Aan boord van de Rotterdam, de vierde groep Hollanders, 1922”:

Siberië fotoalbum 1922 CPN Sovjetunie

Meteen dacht ik aan Kemerovo, de Siberische stad aan de rivier de Tom, waar in de jaren twintig buitenlandse ingenieurs betrokken waren bij de bouw van een chemie- en cokesfabriek. In 1922 werd daartoe de Autonome Industriële Kolonie Koezbass opgericht, die onder leiding stond van de Nederlander Sebald Rutgers. Mijn niet zo wilde vermoeden werd bevestigd toen ik het omslag van het foto-album aanklikte:

Sebald Rutgers Koezbass ingenieurs communisten Kemerovo

Inderdaad, de AIK Koezbass. Van wie dit album is geweest, wordt op de site niet vermeld. Gelukkig is dat wel het geval bij een volgend album, twee klikken verder.

Koos Visch Nel Visch fotoalbum AIK Koezbass

Het is van Koos en Nel Visch, die in 1922 via een tussenstop in de Oeral ook in Kemerovo belandden. Vier jaar later maakten zij de opheffing van de AIK Koezbass mee. Buitenlandse ‘inmenging’ in de industrie was niet langer gewenst. In tegenstelling tot veel andere buitenlandse communisten, oostwaarts getrokken om de Sovjet-heilstaat op te bouwen, overleefden Koos en Nel de zuiveringen van de jaren dertig. Koos overleed in 1943 in Izjevsk, Nel werkte nog als lerares Nederlands in Moskou en keerde in 1947 terug naar Nederland.

De trein van oeral naar keremovo

De trein van oeral naar keremovo

Kemerovo, arbeidershuisjes. Architect Han van Loghem

Kemerovo, arbeidershuisjes. Architect Han van Loghem

"Hollandsch clubje" - Kemerovo, januari 1923

"Hollandsch clubje" - Kemerovo, januari 1923

Koos Visch in Kemerovo

Koos Visch in Kemerovo

Enige opwinding maakte zich bij al dit klikken van mij meester. Had ik hier zo maar even twee unieke albums opgedoken die een nieuw licht wierpen op de geschiedenis van de internationale arbeidersbeweging in het algemeen en de Nederlandse bijdrage aan de AIK Koezbass in het bijzonder? Dat viel helaas reuze mee. Ik vond een berichtje over een tentoonstelling in 2007 in het streekmuseum van Kemerovo. Daar was in elk geval het album van Nel en Koos Visch al te zien geweest. Dan zal het bestaan van dat andere album ongetwijfeld ook al wel algemeen bekend zijn.

Koos Nel Visch fotoalbum CPN Kemerovo

Op veel pagina’s in het album van Nel en Koos Visch zijn foto’s verdwenen. Bij de wel bewaarde foto’s staat helaas lang niet overal een onderschrift. Zo weet ik niet wie de man op klompen is.

Nel Visch overleed in 1990. In dit filmpje beschrijft ze de ontroering op de boot (de Rotterdam?) bij de aankomst in de Sovjetunie. Let ook even op de manier waarop ze ‘kameraad Lenin’ zegt. Volledig vanzelfsprekend, zonder enige ironie of wat voor bijbetekenis dan ook. Kom daar nog eens om, tegenwoordig.

Slaap kindje slaap – als Russisch tekenfilmpje

(Eerste publicatie: 6-1-2013)

Slaap kindje slaap Russische tekenfilm Liza Skvortsova slaapliedjes

Ruim twee jaar geleden schreef ik een stukje over Liza Skvortsova, maakster van tekenfilms. Liza werkt onder meer aan een omvangrijk project, waarbij onder haar leiding slaapliedjes uit heel de wereld in alleraardigste animatiefilmpjes worden gegoten. Een Amerikaans slaapliedje, een Turks, Tataars, uit Cambodja, Japan … En ja, ook uit Nederland.

Van veel liedjes was toen al een filmpje beschikbaar, van het Nederlandse slaapliedje vond ik alleen bovenstaande afbeelding. Een titel ontbrak, welk liedje zou dat dan zijn, vroeg ik mij af. Een lezeres suggereerde, heel logisch: Slaap kindje slaap … Ik antwoordde daarop, ook niet onlogisch: “Ja, dat dacht ik eerst ook. Maar dit schaap kijkt nogal ontstemd naar de figuur links op de grond. Dat duidt op ontwikkelingen die ik mij uit de tekst van Slaap kindje slaap niet kan herinneren”…

Inmiddels is het filmpje beschikbaar en wat blijkt. Mijn lezeres en ik, we hadden beiden gelijk. Het betreft hier inderdaad Slaap kindje slaap en inderdaad neemt het verhaaltje in de Russische getekende versie een onverwachte wending! Dat schaap blijkt het liedje (in gefloten uitvoering) niet erg te waarderen, pakt er een heuse windmolen bij en … Maar kijkt u vooral zelf. (Het liedje begint op 1.09.)

De fluiter die we horen is – u had ‘m misschien herkend - niemand minder dan onze drievoudig wereldkampioen kunstfluiten Geert Chatrou. 

En hier hebben we, ik doe maar een greep, Kroatië. Douze points, wat mij betreft.

Zoek bij YouUube op Колыбельные мира en u vindt er nog veel meer.

De vondst van berkenbasttekst 1023 in Novgorod. Ik was erbij.

(Eerste publicatie: 10-7-2012)

Het lijkt een verschrompeld inktvisje, wat op tafel ligt. Dat is het niet. Wat hier zo aandachtig wordt bekeken, is een middeleeuws stukje berkenbast waarop een tekstje is gekrast. Het is net uit de grond gehaald en wordt geregistreerd als Novgorod – 1023, oftewel: het 1023ste tekstje dat in Novgorod is opgegraven. Het eerste werd gevonden in 1951.

Elke zomer vinden in Novgorod (de belangrijkste vindplaats van de tekstjes) opgravingen plaats. Dit jaar werd er ook meegegraven door een groepje Nederlanders, bijeengebracht door Jos Schaeken, die zich in Leiden bezighoudt met de bestudering van de vondsten. (Meer daarover hier en hier). Onze fysieke bijdrage was bescheiden, wij groeven slechts twee ochtenden mee – wij moesten ook nog naar een heleboel kerken en naar een eiland in het Ilmenmeer voor gerookte snoek. Onze aanwezigheid op zich betekende echter al veel voor de betrokken Russische wetenschappers, aldus Schaeken.

Er staat van alles op de gevonden berkenbastjes. Veel heeft betrekking op de handel (Novgorod was een Hanzestad), veel gaat ook over privé-zaken. Waar Novgorod –1023 over gaat, mag ik niet zeggen. Daar zit een embargo op tot de zomer van volgend jaar.

In mijn volgende stukje meer over Novgorod, vooral in de vorm van foto’s

Middeleeuwse liefdesbriefjes op berkenbast - en wat er in Novgorod nog meer uit de grond komt. - 2

(Eerste publicatie: 28-6-2012)

Komende week ga ik Middeleeuwse tekstjes opgraven in Novgorod, ik schreef er een paar dagen terug al over. Hier nog wat meer theorie, want we komen graag goed beslagen ten, eh, ijs. 

(Ook dit stukje is vrijwel volledig gebaseerd op de oratie van hoogleraar  Jos Schaeken bij zijn benoeming tot hoogleraar Balto-Slavische talen en cultuurgeschiedenis in Leiden.)

De Middeleeuwse teksten zijn ingekrast op kleine stukjes berkenbast. De studie ervan heet berestologie. Erg oud is die studie niet, het eerste stukje bekraste bast werd in 1951 gevonden in Novgorod. Inmiddels zijn er meer dan duizend tekstjes uit de grond gehaald en elke zomer wordt er gegraven naar meer. Novgorod is de rijkste vindplaats (het was een van de grootste Middeleeuwse Russische steden en de bodemgesteldheid is er gunstig), maar ook Staraja Roessa, Torzjok, Smolensk en Pskov hebben een ‘bodemarchief’. Al zijn de gevonden stukjes tekst vaak kort (gemiddeld 15 tot 40 centimeter in de lengte en 2 tot 8 centimeter in de breedte) en fragmentarisch, ze leveren een schat aan informatie op. De kennis van de vroegere taalstadia van het Russisch is flink bijgesteld en de blik op het dagelijks leven in de Russische Middeleeuwen aanzienlijk verbreed. 

"Brief van Gjur'gi aan vader en aan moeder. Verkoop de hoeve, kom hierheen — naar Smolensk of naar Kiev. Het brood is [hier] namelijk goedkoop. Als jullie niet komen, stuur me dan een briefje (gramotiču), of het goed met jullie gaat." (1100-1120).

"Brief van Gjur'gi aan vader en aan moeder. Verkoop de hoeve, kom hierheen — naar Smolensk of naar Kiev. Het brood is [hier] namelijk goedkoop. Als jullie niet komen, stuur me dan een briefje (gramotiču), of het goed met jullie gaat." (1100-1120).

Huishouding, gezin, financiën, handel, zeer veel komt aan bod. Gewoonlijk gaat het om privé-correspondentie, drama blijft ons daarbij niet bespaard:

 "[...] Wat neem je me kwalijk, dat je niet deze week [of: deze zondag] bij me gekomen bent? Ik heb je als mijn eigen broer behandeld. Heb ik je werkelijk gekwetst met datgene wat ik [jou] gestuurd heb? Voor jou weet ik dat het onaangenaam is. Als het gemakkelijk voor je zou zijn, zou je je uit de ogen [van de mensen] weggerukt hebben en [heimelijk] gekomen zijn. [...] Als ik jou in mijn onverstand gekwetst heb en jij me zult bespotten, dan zullen God en ik (moja xudost') oordelen." (1100-1120).

Schaeken voegt daaraan toe: “Bedenk dat deze Novgorodse liefdesgeschiedenis uit precies dezelfde periode stamt als onze hebban olla vogala.”

Ik had hier graag willen afsluiten met: ik ga niet weg uit Novgorod voordat ik een liefdesbrief uit 1250 uit de grond heb gehaald … Maar ik heb m’n terugvlucht al geboekt.

(Het complete corpus teksten op berkenbast is online beschikbaar).

Hier deel 1.

Middeleeuwse liefdesbriefjes op berkenbast – en wat er in Novgorod nog meer uit de grond komt. - 1

(Eerste publicatie: 26-6-2012)

Vanaf komend weekeinde wordt de frequentie van stukjes op dit weblog weer even wat minder. Ik ga in Novgorod liefdesbrieven uit de Middeleeuwen opgraven. Dat is serieus werk en ik weet niet of ik daarbij nog regelmatig aan schrijven toekom.

Die liefdesbrieven werden ooit ingekrast op berkenbast. Eigenlijk zijn het briefjes; de meeste bevatten niet meer dan twintig woorden. En het gaat niet alleen om liefdesbriefjes, er wordt daar in Novgorod van alles uit de grond gehaald: van officiële documenten, testamenten, raadseltjes, leermateriaal, grapjes en uitnodigingen tot aan huwelijksaanzoeken, zoals: “Van Mikita aan Ana. Trouw met mij. Ik wil jou en jij mij. En Ignat Moiseev is getuige […]”  Het aanzoek is geschreven tussen 1280-1300.

Ik ga natuurlijk niet zo maar op eigen houtje graven. Ik heb me aangemeld bij Expeditie Novgorod, een initiatief van het Nederlands Instituut in Sint-Petersburg en de Universiteit van Leiden. Gedurende een week verblijven de deelnemers in Novgorod, waar de tijd verdeeld wordt tussen lezingen, excursies en, uiteraard, het betere graafwerk. De reis staat onder leiding van hoogleraar Balto-Slavische talen en cultuurgeschiedenis Jos Schaeken. Wat ik hier schrijf over de berkenbasttekstjes is ontleend aan zijn oratie bij zijn benoeming tot hoogleraar.

De middeleeuwse teksten zijn origineel (en dus niet, zoals veel Kerkslavische bronnen -  gekopieerd), betreffen het dagelijks leven en zijn geschreven in een Russisch dat dicht bij de geschreven taal stond – ook dit weer in tegenstelling tot de Kerkslavische bronnen.

“Van Boris aan Nostas’ja. Zodra je deze brief krijgt, stuur me een man op een paard, want ik heb hier veel te doen. En stuur een hemd – ik ben een hemd vergeten.”  (1380-1400).

"Groet van Nostas'ja aan mijn meesters, mijn broers. Mijn Boris is niet [meer] in leven. Hoe, meesters, gaan jullie zorgen voor mij en mijn kinderen?" (1410-14320). 

Hier deel 2.

Kind van het Ereveld – Remco Reidings speurtocht naar nabestaanden van in Amersfoort begraven Sovjet-soldaten. Een boek en een documentaire.

(Eerste publicatie: 6-4-2012)

In 1998 krijgt journalist Remco Reiding van de Amersfoortse Courant het verzoek (‘no cure  no pay’): zoek uit wie er begraven liggen op het Russisch Ereveld en probeer nabestaanden te traceren. Twee jaar later, op 4 mei 2000, staat de bejaarde Dima Botenko uit het verre Jalta aan het graf van zijn vader in Amersfoort. Dima heeft al die jaren niet geweten wat er was gebeurd met zijn vader Vladimir, die als ‘vermist’ te boek stond. Dima Botenko is de eerste nabestaande van de Sovjet-soldaten op het ereveld die door Remco, na jaren van vaak hopeloos lijkend speurwerk, is gevonden.

Inmiddels zijn verwanten van bijna tweehonderd soldaten getraceerd. Er is een stichting die adoptie van de graven mogelijk maakt. En de zoektocht in de republieken van de voormalige Sovjetunie gaat nog altijd door. Ook dit jaar staan in mei weer verwanten van gesneuvelde soldaten bij een graf op het Russische ereveld.Reiding schreef over zijn speurwerk het boek ‘Kind van  het Ereveld’, dat vanaf dinsdag in de winkel ligt.

Op zijn zoektochten in Rusland ontmoet Remco zijn huidige vrouw. Hun zoon Dmitri is een kind van het ereveld. In zekere zin geldt dat ook voor Remco zelf. Zijn speurtocht hielp hem op de been en gaf hem zelfvertrouwen, nadat hij door de dood van zijn moeder in een flink dal was beland. Deze persoonlijke kant van het verhaal – niet het overtuigendste deel van het boek - loopt aanvankelijk parallel met de speurtocht naar nabestaanden. Gaandeweg komt die zoektocht, die voert langs Moskou, de Krim, oorlogsarchieven en voormalige Duitse kampen, centraal te staan. En dan word je als lezer gegrepen.

Er liggen op het ereveld in Amersfoort (strikt genomen bevindt het veld zich in de gemeente Leusden) 865 soldaten uit het Rode Leger: 101 van hen, voornamelijk Oezbeken, zaten in Kamp Amersfoort, waar ze zich onder erbarmelijk omstandigheden doodwerkten of waar ze uiteindelijk werden geëxecuteerd; 73 anderen werden overgebracht van andere begraafplaatsen in Nederland, de grootste groep (691 man) lag aanvankelijk op de Amerikaanse begraafplaats Margraten en werd enkele jaren na de oorlog herbegraven in Amersfoort.

Reiding richt zich eerst op de twee kleinere groepen, maar zonder enig resultaat.  Hij verlegt zijn aandacht naar de grote groep uit Margraten en dan doet hij zijn eerste belangrijke vondst: In het Centraal Archievendepot van het Nederlandse Ministerie van Defensie stuit hij op de door de Amerikanen opgemaakte Reports of Burial van alle 691 in Margraten begraven Sovjet-soldaten. Je bent als lezer dan al zo betrokken geraakt bij de zoektocht, dat je Reidings opwinding bijna kan meevoelen.

De ‘groep-Margraten’ bestaat voornamelijk uit krijgsgevangenen die als dwangarbeiders in Duitsland zijn beland. Velen zijn bevrijd door de Amerikanen, maar uiteindelijk toch nog overleden. In dertig gevallen vermeldt de overlijdensakte een emergency addressee, namen en adressen van familieleden. Die zijn echter door de Russisch-Engelse taalbarrière onvolledig, onduidelijk of verbasterd overgekomen, zodat ook voor die gevallen succes geenszins verzekerd is. Bovendien zijn in Rusland dorpen verdwenen, straatnamen gewijzigd en natuurlijk ook nabestaanden allang overleden. Er is nog heel wat hulp nodig van lokale archivarissen, museummedewerkers en veteranenorganisaties om eindelijk aan te kunnen kloppen bij een verbijsterde nabestaande.

Schrijnend is de desinteresse van de centrale instanties in Moskou, hartverwarmend de hulp die Reiding krijgt op lokaal niveau. In Kind van het Ereveld komt vooral het lot van Dima Botenko en de zoektocht naar zijn verwanten aan bod. Doordat Reiding de lezer ook meevoert langs de weg die de Sovjet-soldaten hebben moeten gaan, vanuit hun dorp via het slagveld naar een kamp in Duitsland, waar de bevrijding hen niet meer kon redden, krijgt de speurtocht en het uiteindelijke succes een extra lading.

De NCRV zendt op 4 mei een documentaire uit over het ereveld en Reidings speurwerk. Daarin wordt duidelijk – voor zover nog nodig – hoe belangrijk voor de nabestaanden het nieuws over hun vader, opa  of oom uit Nederland is. Een van de ontroerendste momenten zit in het gesprek met Lidija Tichonovna, aan haar Moskouse keukentafeltje. Enkele jaren geleden bezocht zij het graf van haar vader in Amersfoort. Op de vraag ‘wat betekent Remco voor u?’ breekt een warme lach door op haar vermoeide gezicht: “Remco is alles voor me”.

4 mei, 17.05, Nederland 2: Schepper & Co (NCRV) over de Sovjet-soldaten, begraven in Amersfoort, en de speurtocht naar nabestaanden in Rusland.

Aan het ereveld is ook een website gewijd.

Een verslagje van een feamiliebezoek u hier.

Word donateur van de Stichting Russisch Ereveld en maak een bezoek van nabestaanden mogelijk.

(Eerste publicatie: 23-12-2011)

Dit laatste stukje van 2011 (rond 10 januari gaan we verder) bestaat uit fragmenten uit de nieuwsbrief van de Stichting Russisch Ereveld, verstuurd aan graf-adoptanten en donateurs. De foto’s maakte ik afgelopen mei, toen de bejaarde Zoja Kozyreva het graf van haar vader bezocht, een Sovjet-soldaat die tientallen jaren als vermist te boek stond.  

Opsporing

De Stichting Russisch Ereveld is deze zomer een slotoffensief begonnen om nog zoveel mogelijk nabestaanden van in Leusden begraven soldaten te traceren. Als gevolg daarvan zijn het afgelopen halfjaar de families van zes Sovjetrussische oorlogsslachtoffers gevonden en geïnformeerd. De laatste loodjes wegen het zwaarst, nu de families die tamelijk gemakkelijk waren te vinden reeds zijn geïnformeerd.

Na jaren tevergeefs zoeken, werd de dochter van Roman Sikidin getraceerd. Zij verkeerde sinds de oorlog in onwetendheid over het lot van haar vader, die officieel nog altijd als vermist te boek staat. Met dank aan nieuwe gegevens konden de families van Michail Nadobnych en Semjon Minajev worden getraceerd. Aan de hand van onlangs gevonden documenten kon ook een nicht van Nikolaj Tormozov, die in Bad Hermannsborn overleed, worden geïnformeerd dat hij in Leusden is terechtgekomen. In Georgië werden de families van Pido Pitschelaoeri en Severjan Kankia opgespoord en geïnformeerd.

Grafbezoek

In mei organiseert de Stichting Russisch Ereveld een groepsreis voor kinderen van soldaten, die nooit eerder het graf van hun vader konden bezoeken. Nu zij eindelijk weten waar hij gebleven is, willen ze hem graag de laatste eer bewijzen. De stichting zoekt naar sponsoring, omdat deze nabestaanden niet over voldoende middelen beschikken om de reis zelf te betalen.

De reis wordt mogelijk gemaakt door het Wilhelmina E. Jansen Fonds, Rotaryclubs in Amersfoort en bijdragen voor grafadoptie. In totaal is 17.000 euro beschikbaar. Om alle kinderen op onze wachtlijst uit te kunnen nodigen is nog tenminste 10.000 euro nodig.

Om kosten te besparen en om de nabestaanden een warm nest te bieden tijdens hun verblijf in Nederland worden zij ondergebracht bij gastgezinnen. Als u begin mei slaapplekken kunt aanbieden, dan verzoeken wij u contact op te nemen met secretaris Remco Reiding (zie de contactgegevens onder aan deze nieuwsbrief).

Mocht u of uw bedrijf de reis mede mogelijk willen maken, dan kunt u een donatie doen op onze rekening of contact opnemen met de secretaris. De Stichting Russisch Ereveld is een ANBI, waardoor uw gift in aanmerking komt voor aftrek van de belasting. (Verdere gegevens onderaan).

Televisie

Het televisieprogramma Westbroek! heeft deze week uitgebreid aandacht besteed aan het Russisch Ereveld. Presentator Henk Westbroek kwam recentelijk met een cameraploeg van RTV Utrecht voor het eerst naar de begraafplaats. [Het programma is niet meer te bekijken.] (Het item over de begraafplaats begint op 8.25.)

Vordering grafadoptie

De afgelopen zes maanden hebben zich nog eens 20 adoptanten aangemeld. Inmiddels zijn de graven van 190 soldaten geadopteerd die op het ereveld in Leusden begraven liggen.

De Stichting Russisch Ereveld ging in juni 2010 van start met grafadoptie. De stichting wil door middel van grafadoptie de samenleving meer betrekken bij het in de vergetelheid geraakte ereveld en zo de herinnering aan de soldaten levend houden. De jaarlijkse bijdrage wordt onder meer gebruikt voor de reis van nabestaanden die het graf van hun familielid willen bezoeken.

Bankrekening: Rabobank 1276.54.739 t.n.v. Stichting Russisch Ereveld.
Meer informatie op www.russisch-ereveld.nl.

IMG_7098.jpg