fotografie

Rusland in de vroege jaren zestig in zwart-wit en kleur, door de ogen van de Amerikaanse fotograaf Burt Glinn.

De Amerikaanse fotograaf Burt Glinn (1925-2008) bezocht twee keer de Sovjetunie, in 1961 en 1963. Het leverde een reeks prachtige foto’s op. Voor zover ik heb kunnen nagaan, fotografeerde Glinn in 1961 alleen in zwart-wit, twee jaar later alleen in kleur.

Glinn was lid van foto-agentschap Magnum. (Zoekt u bij Magnum vooral even op zijn naam, zijn Russische foto’s zijn mooi, wat hij elders maakte, is niet zelden nog mooier.) Hij maakte reportags voor onder meer Life, Esquire en Paris-Match.

Links lezen we hierboven: Overtuigd en blij gaan wij via Lenins weg naar het communisme. Twee jaar later was dat opschrift verdwenen – waar je een ironische opmerking over kan maken, wat ik hier niet ga doen. 

Hieronder eerst de foto's uit 1961, daarna die uit 1963. Mooi detail: de foto met de rijen hekjes is in kleur, let maar op de pot of het glas dat de vrouw op de voorgrond in haar handen heeft. 
 


In 1963 reisde Glinn niet alleen door Rusland, maar ook door Centraal-Azië. Van die trip door de USSR is dit hieronder mijn favoriete foto, gemaakt in Boechara. (Aan de muur zien we links van Chroestjov Joeri Gagarin. Wie die andere drie zijn, weet ik zo gauw niet, en ik heb geen zin om dat op te zoeken.): 

Op de site van Magnum staat bij deze foto vermeld: “Moscow, at the Bokhara rug factory.” Dat is natuurlijk onzin, die tapijtfabriek staat gewoon in de Oezbeekse stad Boechara.

Over beeldhouwer Matvej Manizer, uit de serie foto's hierboven, schreef ik onder meer hier, over werk van zijn vrouw Jelena hier.

Duitse Fotograaf Bock-Schröder - in 1938 opgepakt in Nederland - ging in de Sovjetunie stiekem zijn gang

In 1956 kreeg fotograaf Peter Bock-Schröder de opdracht om in het kielzog van een West-Duitse filmploeg naar Rusland te reizen – het land van zijn vader. Hij was de eerste West-Duitse fotograaf die de Sovjetunie in mocht. In de schaduw van de filmploeg, die ernstig belemmerd werd door oplettende ‘gastheren’, maakte hij met zijn stille Rolleiflex een serie prachtige tijdbeelden.

Bock-Schröder, geboren in 1913 in Hamburg, was een buitenechtelijk kind van een Duitse moeder en een Russische vader. Die vader heeft hij nooit gezien, Russisch leerde hij niet. Zijn opleiding tot fotograaf volgde hij in Berlijn, zijn eerste werkreis, in 1935, bracht hem naar Nederland. Het was een vruchtbaar verblijf, voor het eerst wist hij met zijn foto’s geld te verdienen. Drie jaar later verging het hem tijdens een nieuw ‘bezoek’ minder goed. Als lid van de verboden SDP was hij uitgeweken naar Nederland. Hij werd opgepakt en teruggestuurd.

In de oorlog deed Bock-Schöder dienst bij de Luftwaffe als boordschutter in Afrika. In 1945 gaf hij zich in Hamburg over aan de Engelsen. Hij ging weer aan de slag als fotojournalist en  werkte onder meer voor het tijdschrift Stern. Toen hij de kans kreeg om met een filmploeg naar de USSR af te reizen, hoefde hij niet lang na te denken.

De opdracht kwam van een Duits filmbedrijf, dat in 1956 toestemming kreeg om een documentaire over de Sovjetunie te maken. Vanzelfsprekend was dat bepaald niet. Pas een jaar eerder waren de laatste Duitse krijgsgevangenen uit Rusland teruggekeerd naar huis en West-Duitsland was sinds kort lid van de NAVO.

Het werd nog een hoop gedoe, die film. Met het Moskouse ministerie van Cultuur was een contract van vijftien pagina’s getekend, waarvan paragraaf drie luidde: "Thema des Films ist die objektive Berichterstattung über die UdSSR, über die Arbeit der Sowjet-Menschen, ihr Alltagsleben, ihre Kunst, Erholung und andere Seiten des sozialen und kulturellen Lebens." Tegenover elke draaidag stonden vier dagen van onderhandelen. Was het slechte schoeisel van de mensen in de rij voor het Lenin- en Stalinmausoleum een ‘objectief’ beeld? “Objektiv ist”, zo werd de Duitsers uitgelegd, “was die Freundschaft zwischen den Völkern fördert.”

De montage diende volgens het contract in Moskou te gebeuren, met een vetorecht, ook wat het commentaar betreft (commentaarstem: Gert Ruge) voor de Russen. Het resultaat kreeg de titel Wir sahen mit unseren Augen Russland heute. Het was een zeer officieel beeld van de USSR, ongeveer wat ook het Sovjet-reisbureau Intoerist graag liet zien. In Duitsland ging aan de film een mededeling vooraf, waarin gewezen werd op de “unvorstellbare Schwierigkeiten” tijdens de opnamen. “Er entstand unter denselben Bedingungen, unter denen alle westlichen Journalisten in der Sowjet-Union arbeiten."

Peter Bock-Schröder was ondertussen rustig zijn gang gegaan. Met zijn Rolleiflex was hij uiteraard veel wendbaarder en vooral minder opvallend dan de cameraploeg. Voor zijn vertrek uit Rusland naaide hij de meeste van zijn ontwikkelde rolletjes in de voering van zijn jas en bracht ze zonder problemen de grens over.

Bock-Schröder maakte nog reportages in Noord- en Zuid-Amerika. In 1972 coverde hij de Olympische Spelen in München. Op zijn 60ste tekende hij een contract met de persafdeling van het vliegveld van München. Hij overleed in 2001.

Hier een selectie van Bock-Schröders foto's. Ik heb me beperkt tot zijn werk in zwart-wit, die me aanzienlijk beter bevallen dan zijn kleurenfoto's. De kleine en de grote mannen op de tweede en de derde foto staan op de tribune van de Moskouse paardenrenbaan. Nog niet zo gek lang geleden deed ik mijzelf daar financieel flink tekort, waarover u hier alles kunt lezen. De foto van de schutterskoepel is genomen op de heuvel in Stalingrad/Volgograd, waar later het enorme standbeeld 'Het moederland roept' zou verrijzen. Alle foto's hieronder zijn, voor zo ver ik heb kunnen nagaan, gemaakt in Rusland, behalve die van de vier vrouwen die aan de weg werken - dat is Azerbeidzjan. 

En dan volgt er nu een wat raar slot ... Op zoek naar foto's  van Bock-Schröder stuitte ik op werk van Burt Glinn, die de Sovjetunie in 1963 bezocht. Zijn foto's vind ik mooier.  Over Glinn binnenkort uiteraard meer.

Winter in Sint-Petersburg in zestien foto's - deel 2

Je hoeft in Sint-Petersburg niet ver op pad te gaan om de ontspannen betrekkingen van de Russen met sneeuw te ervaren. Hier in het Taurispark heb je in het weekeinde binnen een straal van een paar honderd meter langlaufers, schaatsers, glijbaantjes en vaders met een kinderwagen. (Meer over Russen in de sneeuw schreef ik hier.) 

Ik wilde hier iets schrijven over de grijsheid van veel gebouwen in Leningrad aan het eind van de jaren tachtig en hoezeer de stad sindsdien is opgeknapt. Maar toen ik even zocht naar de juiste spelling van de vroegere eigenaren van het gebouw aan de Mojka met die mooie groenige spits (het warenhuis van Esders en Scheefhals), kwam ik uit bij het Rotterdams gemeentearchief. Wilt u onderzoek doen naar het warenhuis, dan kunt u misschien in dat archief beginnen. U vindt er onder meer: foto’s van de eerste steenlegging in 1906, drie enveloppen met financiële overzichten en correspondentie inzake de confiscatie van het bedrijf in 1917 en twee brieven uit 1932 van de zaak Esders Rotterdam aan Bernhard Esders (zoon van Stefan) inzake het bedrijf in St. Petersburg. Houdt u me dan wel op de hoogte van uw onderzoek? Dan schrijf ik er een stukje over.  

En dan nu drie tsaren op een rijtje. Eerst mijn favoriete standbeeld in Sint-Petersburg, van Alexander III, dat na een roerig leven voorlopig tot rust is gekomen op een veel te laag voetstuk waar eerder de pantserwagen van Lenin op stond – ik schreef er hier uitgebreider over. Links het Marmerpaleis, een filiaal van het Russisch Museum, waar ik een mooie fototentoonstelling bekeek.

Nicolaas I door het glas van een bushokje op een dag dat je niet te lang door de stad moet wandelen. Op een van de bas-reliëfs op de sokkel staat Nicolaas afgebeeld tijdens cholera-rellen in de stad, ik geloof aan de kant het verst bij het bushokje vandaan. Ik ben dat niet gaan controleren, want daar was het het weer niet naar. Liever ging ik nog even een kijkje nemen bij Peter de Grote, een paar honderd meter verderop 

Met deze foto doe ik de Bronzen Ruiter, het ‘belangrijkste standbeeld van Rusland’ (Hans Boland) natuurlijk geen recht. Daarom hier wat de maker Étienne Falcaunet zei over ‘zijn’ Peter de Grote: “Aan de mensheid moet de schepper, wetgever en weldoener van dit land worden getoond. Mijn tsaar houdt geen scepter vast, maar strekt zijn weldoenershand uit boven het land waarover hij rijdt. Hij beklimt een rotsblok, dat als fundament dient en de moeilijkheden symboliseert die hij heeft overwinnen.” (Hans Boland: Sint-Petersburg onderhuids)

Op deze plek zijn al zo veel mooie foto’s gemaakt, dan mag er ook best weleens wat door het beeld lopen.

Een meter of driehonderd naar links, bij de Petrus- en Paulusvesting, zat iemand op het ijs te vissen, vlak bij een bord waarop stond dat het niet de bedoeling was dat je op het ijs ging vissen.

En die vaargeul ligt er niet voor niks.

Hier deel 1.

Winter in Sint-Petersburg in zestien foto's - deel 1

Nicolaas de Eerste. Een nogal bijzonder standbeeld, omdat het alleen met de twee achterbenen van het paard op zijn sokkel rust. Peter de Grote zit een eindje verderop ook op een steigerend paard, maar die houdt zichzelf op de been met behulp van een slang. 

In de monding van de Neva moet je natuurlijk geen stad neerzetten. Hoe majestueus je de gebouwen ook maakt, tegen de grijze lucht en het ijs wordt alles nietig. Elk moment kan een oorverdovend gekraak losbarsten, en daar zakt de stad langzaam voorover, het water in. Het was -1, de wind kwam van de Finse Golf, het voelde als -15. Een winterwoestijn met verloren bouwsels die daar niets te zoeken hebben. In de zomer, ja, da’s een ander verhaal.

Het hoogtepunt van een treinreis naar Texel is de korte tussenstop op het station van Anna Paulowna, door de plaatselijke bevolking op gruwelijke wijze verbasterd tot Annapalóóna. AnnapAvlovna, mensen! Hoe vaak moet ik het nog zeggen. Anna was namelijk de dochter van Pável en dan heet je dus Anna Pávlovna. Die Pavel werd in bovenstaand paleis vermoord.

De monding van de Neva is de ideale plek om een stad neer te zetten. De grijze luchten, het ijs, de snijdende wind – het maakt de gebouwen ijl, maar onverzettelijk. Een decor waarin je niet kan leven, maar dat hoeft ook niet. Aanschouwen is voldoende. 

Het Hermitage theater, waar ooit het winterpaleis van Peter de Grote stond. Ga rechtsaf de boog onderdoor – die me steeds doet denken aan de stenen uit een bouwdoos die ik vroeger had - en je belandt bij de Mojka. Ik maakte de foto op 27 januari. Er liepen nogal wat soldaten rond in historische kleding en op het Paleisplein (bij de Mojka rechtsaf) waren met zandzakken kleine mitrailleursnesten opgericht. Want het was precies zeventig jaar geleden dat de omsingeling van Leningrad werd doorbroken.

Het Vitebski station is met afstand het mooiste station van Sint-Petersburg. Ik sta hier met mijn rug naar een bagagelift, want de treinen vertrekken van de eerste verdieping. Ik weet niet of die lift nog in gebruik is. Helaas kon ik de geur niet meefotograferen. De trein in het midden ging naar de hoofdstad van Oekraïne. Op een van de perrons voor de lokale treinen deed zich nog een spannend avontuur voor, daar werd mijn reisgenoot bijna afgerangeerd naar het depot. 

We waren op weg naar Pavlovsk, vernoemd naar de vader van diezelfde AnnapAvlovna. Het lijkt misschien of daar veel honden waren en allemaal mensen met bont, maar dat viel erg mee. Er werd veel plezier gemaakt met een soort vanzelfsprekendheid die je in Nederland bij dit soort winterweer niet ziet. Bij ons is iedereen dan een beetje hyper, want hoe lang ligt die sneeuw er nog.

Hier deel 2.

Het archief van Sovjet-fotograaf Semyon Fridlyand ontsloten - dankzij twee Amerikaanse oplichters

Waar deze foto genomen is, weet ik niet. De maker is Semyon Fridlyand, een vooraanstaand fotograaf uit de Sovjetunie. Het jaartal: ik schat rond 1955.

De foto maakt deel uit van de Dalbey Photographic Collection, die beheerd wordt door de Universiteit van Denver. De collectie telt meer dan 24.000 negatieven, afdrukken, brieven, kladblokjes en beschreven enveloppen waarin de negatieven bewaard werden. Het overgrote deel bestaat uit het archief van Fridlyand. Heel zorgvuldig in zijn notities was hij niet, van veel foto’s is niet duidelijk waar en wanneer ze zijn genomen. Bij de gebeurtenis hierboven maakte hij meerdere foto’s, maar ook die geven geen uitsluitsel. Een bijeenkomst (1 mei?) met bijna uitsluitend vrouwen, een paar honderd. Ze zitten bij een hek waarachter een kanaal of rivier loopt. Er worden prijzen uitgereikt.

Fridlyand (1905- 1964) werd geboren in Kiev. Via zijn neef, de vermaarde ‘journalist nummer 1’ Michail Koltsov, belandde hij bij het tijdschrift Ogonjok. Andere werkgevers waren onder meer Bouwplaats USSR  (СССР на стройке) ) en Sojoezfoto. Uiteindelijk keerde hij weer terug bij Ogonjok. Hoewel de meeste van zijn foto’s in zwart-wit zijn, hier een selectie van zijn werk in kleur:

 

Het archief van Fridlyand belandde eind vorige eeuw in de Verenigde Staten. Het tijdschrift van de Universiteit van Denver schrijft daarover: “In the Soviet Union photography was not highly valued, so many families of the most famous photographers sold the photographs to international collectors when the Soviet Union opened up in the early 1990s.” Wat een beetje onzin is. De USSR ging niet open in de vroege jaren negentig, maar viel uiteen. En in de jaren daarna was er, inderdaad, weinig belangstelling voor culturele producten met een Sovjet-inslag.

De universiteit heeft de collectie in bruikleen van Russ en Cathy Delby en werkt aan de ontsluiting ervan. Ik wilde wat meer weten over die Russ en Cathy en stuitte op een bericht uit 2013 over een oplichtingsaffaire waarbij de waren betrokken. De uitkomst was een schikking, waarbij Russ en Cathy 330 miljoen dollar moesten betalen.     

In de niet al te verre toekomst schrijf ik nog wat meer over Semyon Fridlyand (en wie weet ook over Russ en Cathy). Maar eerst een korte zomerpauze. 

De Sovjet-jaren vijftig en zestig door de ogen van de mysterieuze Duits-Russische fotograaf Erwin Volkov (1920-2003).

Bijzonder irritant, dit. Je komt mooie foto’s tegen van een fotograaf met een op het oog intrigerende levensloop en je kan niks over hem vinden. Of bijna niks. Alles wat hieronder staat, heb ik uit een persbericht van het Moskouse Gebroeders Lumière Centrum voor Fotografie, waar onlangs een tentoonstelling was gewijd aan de fotograaf in kwestie: Erwin Volkov (1920-2003).

Volkov was de zoon van een Duitser die in de Eerste Wereldoorlog krijgsgevangen werd gemaakt. (Waar? Door wie?) Hij trouwde met Nadezjda Volkova uit Sint-Petersburg. (Waar hadden die elkaar ontmoet?) Erwin belandde in 1942 in de Sovjetunie in krijgsgevangenschap en bracht daar de volgende zes jaar door. (Waar? Onder wat voor omstandigheden?) En ik citeer het persbericht: “Afterwards he was sent to East Germany to work in the media.” Hoe raadselachtig wilt u het hebben?

In opdracht van de Oost-Duitse Wochenpost reist Volkov in 1957 in een Wartburg kris-kras door de USSR. Hij maakt wekelijks reportages, van Moermansk tot Abchazië. Meer reisverslagen uit de Sovjetunie volgen in 1961, 1965 en 1967. Volkov raakt bevriend met de Moskouse fotograaf Joeri Krivonosov. Na Volkovs overlijden geeft Krivonosov diens weduwe een doos met negatieven, waarop staat: Russland.

Uit die doos werd de Moskouse tentoonstelling samengesteld, van in totaal zestig foto’s. Het zijn eenvoudige, persoonlijke, ‘sympathieke’ beelden, zonder enige politieke kleur. Veel zijn er niet te vinden op het net.   

 

En ik kwam nog wel een site tegen van een bezoeker, die op de tentoonstelling foto’s van de foto’s heeft gemaakt. Daar vindt u er nog een aantal, waaronder deze, van Volkov in 1957 in Wit-Rusland:

Eén foto van Volkov had ik al eens eerder gezien. Samen met de foto bovenaan, uit Leningrad, is dit mijn favoriet. Hij is genomen op het Rode Plein, op 14 april 1961. Daar is men in afwachting van Joeri Gagarin, die gehuldigd gaat worden:   

Wie meer weet over het leven van Erwin Volkov, ik houd me aanbevolen.

Rusland is geen echt voetballand

Is Rusland een voetballand? Je zou denken van wel, want de sport is populair, de verrichtingen van de nationale ploeg op het WK in Brazilië worden met passie gevolgd. Maar Rusland mist de lokale, bijna folkloristische voetbalcultuur die in landen als Engeland en Nederland zo vanzelfsprekend is.

Een jong talentje in Nederland, waar elk dorp wel een voetbalclub heeft, wordt vroeg of laat opgemerkt. De weg richting de top ligt er, aan de slag! Voor een jong talent in Rusland is de weg naar de top vaak niet te vinden. Enkele jaren geleden sprak ik in Sint-Petersburg met Henk van Stee, hoofd jeugdopleiding van FC Zenit, waar met geld van sponsor Gazprom een jeugdprogramma is opgezet. Van Stee: “Er was totaal geen aandacht voor kinderen onder dertien jaar. We hebben verspreid over de stad twintig satellietclubjes opgezet. Dat zijn geen verenigingen zoals in Nederland, maar er ligt kunstgras en alle kinderen uit de buurt kunnen er komen trainen. En twee keer per jaar hebben we hier op de Academy selectiedagen, daar is ook iedereen welkom. Vandaag is er zelfs een jochie gekomen uit Petrozavodsk, 450 kilometer verderop.”

Rusland kent geen verenigingscultuur zoals Nederland, maar gevoetbald op lokaal niveau wordt er natuurlijk wel. Zie de mooie foto’s van Sergej Novikov. Hij reist door Rusland en fotografeert voetbalvelden. Hij heeft er inmiddels meer dan dertig bezocht in dertig regio’s, wat gezien de grote afstanden in Rusland al een behoorlijke klus moet zijn geweest. Hij gaat er de komende jaren mee door, het fotoproject moet klaar zijn in 2018, wanneer Rusland gastheer is van het WK.

 

Natuurlijk doen de foto’s van Novikov onmiddellijk denken aan het geweldige fotoboek Hollandse Velden van Hans van der Meer. Het zou me niet verbazen als Novikov bekend is met Van der Meers werk, de gelijkenissen tussen de Nederlandse en Russische foto’s zijn opvallend. De verschillen overigens ook.

De Hollandse voetbalvelden van Van der Meer roepen vertedering op. Er speelt zich iets af wat op de Russische foto’s ontbreekt: klein, dorpsachtig drama en simpel vermaak. Veel figuranten op die foto’s kunnen nauwelijks voetballen, iedereen weet het, maar wat geeft het. De velden van Van der Meer zijn onderdeel van die folkloristische voetbalcultuur die Nederland tot een echt voetballand maken.

Op de foto’s van Novikov wordt veel meer gevoetbald. Van der Meer zou in Rusland moeite hebben gehad om ‘zijn’ dorpse beelden te vinden. Voor wie zo maar wat wil aanrommelen is in dat uigestrekte land veel minder plek. Rusland is geen echt voetballand. 


Voor een eerder project, FC Volga United, reisde Novikov langs de Volga en bezocht hij wedstrijden van negen clubs die de naam van de rivier dragen.