stalin

Benedikt Sarnov beschrijft in 'Stalin en de schrijvers' het spel van wurgslang en konijn

(Eerste publicatie: 13-1-2013)

Benedikt Sarnov Stalin schrijvers

Het was geen spel van kat en muis – veeleer het spel van een wurgslang en een groepje konijnen. Dat beeld komt bovendrijven bij het lezen van het beklemmende Сталин и писатели (Stalin i pisateli/Stalin en de schrijvers) van Benedikt Sarnov. 

In vier kloeke delen beschrijft Sarnov het lot van de belangrijkste Russische schrijvers onder Stalin – van Gorki tot Boelgakov, van Pasternak tot Fadejev, van Babel tot Achmatova. De macht die hij over hen had was onbeperkt, angstaanjagend en verlammend. Hij maakte hen tot trouwe dienaar (Fadejev, Simonov), maakte ze monddood (Zosjtsjenko, Achmatova) of joeg ze echt de dood in (Babel, Mandelstam). 

Sarnov beschikt over een weidse blik en een vlotte pen. Ogenschijnlijk springt hij van de hak op de tak (een citaat van Zosjtsenko hier, een uitwijding over Hamlet daar), maar alles voert steevast naar het onderwerp dat voorligt: de afscheidsbrief van Fadejev, de vriendschap van Babel met leden van de geheime dienst of de toneelstukken van Erdman.

Je hoeft het werk van een schrijver niet te kennen om toch gepakt te worden door Sarnovs verhalen. Zo heb ik nooit wat gelezen van Aleksandr Fadejev, maar in het vierde en laatste deel van Stalin en de schrijvers zijn juist de bladzijden over hem het boeiendst. (Over een eerder deel van Sarnovs boek schreef ik hier.)

Aleksandr Fadejev

Aleksandr Fadejev

Fadejev pleegde op 13 mei 1956 (ruim drie jaar na de dood van Stalin) zelfmoord. Hij liet een brief achter, met als eerste zin: “Ik zie geen mogelijkheid om verder te leven, omdat de kunst waaraan ik mijn hele leven heb gegeven, te gronde is gericht door de van zichzelf overtuigde, ongeletterde partijleiding en nu niet meer hersteld kan worden.”

Fadejev (zijn bekendste boek is Molodaja Gvardija/De Jonge Garde) zag de literatuur als het hoogste goed. Dat bleek moeilijk te combineren met zijn hang naar macht en zijn liefde en angst voor Stalin. Privé kon Fadejev met vuur Boris Pasternak citeren, maar als voorzitter van de Schrijversbond overgoot hij de dichter met modder. Hij hield van het schrijversduo Ilf en Petrov, maar noemde hun werk in een officieel stuk van de Schrijversbond “lasterlijk”.

Fadejev besefte tegen het einde van zijn leven dat hij zelf een flinke steen had bijgedragen aan de vernietiging van de literatuur. Dat niet alleen - hij had de funeste uitwerking van de knellende band tussen literatuur en Kremlin zelf aan den lijve ondervonden. In opdracht van Stalin was hij begonnen aan de roman Tsjornaja metalloergija (IJzerindustrie). Centraal daarin moest de Grote Leider zelf staan, strijdend tegen ‘verraders’ die de ijzerindustrie wilden saboteren. Het schrijven verliep stroef en liep uit op jarenlang geworstel. Toen na de dood van Stalin bleek dat er helemaal geen ‘verraders’ in de ijzerindustrie (of welke andere industrie dan ook) waren, bleek Fadejevs geworstel ook nog eens voor niets te zijn geweest.

Konstantin Simonov   

Konstantin Simonov

 

Fadejev ga ik niet lezen. Anders ligt dat bij Konstantin Simonov. Ook hij – winnaar van zes Stalinprijzen – produceerde gedrochten (Sarnov doet daar vrij laconiek over), maar daar staat zijn vaak ontroerende liefdeslyriek tegenover. Het contrast tussen beide soorten werk kan bijna niet groter zijn en het is verbazingwekkend dat Simonov na de dood van Stalin – toen de hallucinante poppenkast ineenstortte – niet ook, net als collega Fadejev, kapotging aan twijfels en schuldgevoel. Simonov komt in deel 4 van Stalin en de schrijvers ook uitgebreid aan bod. Al komt hij bepaald niet sympathiek over – zijn gedichtenbundel S toboi i bez tebja (Met en zonder jou) schaf ik zeker aan.

Het bekendste gedicht van Simonov is Zjdi menja (Wacht op mij), uit 1941. Onder de tekening op deze envelop staat de eerste regel uit het gedicht. (Ik waag mij niet aan een vertaling.)


Жди меня

Жди меня, и я вернусь.
Только очень жди,
Жди, когда наводят грусть
Желтые дожди,
Жди, когда снега метут,
Жди, когда жара,
Жди, когда других не ждут,
Позабыв вчера.
Жди, когда из дальних мест
Писем не придет,
Жди, когда уж надоест
Всем, кто вместе ждет.
Жди меня, и я вернусь,
Не желай добра
Всем, кто знает наизусть,
Что забыть пора.
Пусть поверят сын и мать
В то, что нет меня,
Пусть друзья устанут ждать,
Сядут у огня,
Выпьют горькое вино
На помин души...
Жди. И с ними заодно
Выпить не спеши.
Жди меня, и я вернусь,
Всем смертям назло.
Кто не ждал меня, тот пусть
Скажет: - Повезло.
Не понять, не ждавшим им,
Как среди огня
Ожиданием своим
Ты спасла меня.
Как я выжил, будем знать
Только мы с тобой,-
Просто ты умела ждать,
Как никто другой.

Gebroederlijk in Stalins massagraf: bergbeklimmers en schoenpoetsers. Karl Schlögel over Moskou, 1937.

(Eerste publicatie: 12-3-2012)

Wat ook en gevaarlijk beroep was onder Stalin: bergbeklimmer. En was je in 1937 in Moskou schoenpoetser, dan was er ook een lelijke kans dat je 1938 niet zou halen.

Een van de plaatsen waar slachtoffers van de Stalinterreur een kogel in het achterhoofd kregen, was Boetovo, gelegen aan de rand van de hoofdstad. Tussen 8 augustus 1937 en 19 oktober 1938 werden daar ruim 20.000 mensen geëxecuteerd. De grafkuilen werden met zand afgedekt met behulp van een bulldozer, merk Komsomolets.

Karl Schlögel geeft in zijn omvangrijke studie Terreur en droom. Moskou 1937 een sociale ‘dwarsdoorsnee’ van de graven in Boetovo. Naamlozen belandden er naast prominente persoonlijkheden: generaals, sportlieden, piloten, kunstenaars – slachtoffers van op hol geslagen willekeur. Ook werden velen vermoord louter en alleen omdat ze tot een bepaalde etnische groep behoorden.

Opvallend, aldus Schlögel, is het grote aantal in Boetovo geëxecuteerde bergbeklimmers en alpinisten, die net als talloze anderen een rol kregen toebedeeld in de meest fantastische spionagecomplotten. Doordat zij zich vaak ophielden in grensgebieden, internationale contacten hadden en deelnamen aan gemengde expedities, waren zij een extra makkelijke prooi. En het waren niet de minste klimmers, naar enkelen van hen waren toppen in het Tian Shangebergte vernoemd. (Over de vermoorde alpinisten volgt nog een apart stukje).

Door Schlögel werd ik ook gewezen op een kleine etnische minderheid, waarvan de leden in de jaren dertig in Moskou veelal als schoenpoetser hun brood verdienden: de Ajsory of Assyriërs. De christelijke Assyriërs ontvluchtten in 1915 het etnisch geweld in Turkije. Een aantal vestigde zich in Georgië en Armenië, enkele tienduizenden trokken verder naar Rusland. Het Russisch niet machtig, waren ze veroordeeld tot eenvoudig handwerk. Schoenen poetsen en repareren werd hun specialiteit. Ziet u vandaag de dag in Moskou of Sint-Petersburg een kiosk met een schoenmaker, mooie kans dat daar een nakomeling van de Assyrische vluchtelingen uit Turkije in zit.

De Assyrische gemeenschap kreeg in de jaren dertig zware klappen. Hun vereniging werd opgeheven, de leiders geëxecuteerd. Ook de kleine scharrelaars met hun schoenenbedoeninkje werden vermoord, samen met zigeuners, waarzegsters en prostituees. Velen van hen belandden in een naamloos graf in Boetovo.

In Boetoevo vonden na eind 1938 geen executies meer plaats. Wel werd het terrein nog gebruikt voor testritten van het voor Stalin bestemde voertuig, type ZIS-110.  De barakken werden ook gebruikt voor krijgsgevangen, later kwamen er nog een sanatorium voor het Ministerie van Binnenlandse Zaken en een vakantiekamp voor de jeugd. In de jaren negentig werden opgravingen verricht. Er werden drie lagen van samengeklonterde stoffelijke resten blootgelegd. Er is nu een gedenkplaats, waarover hier (Engels) en hier (Russisch) meer.  

Schlögel schrijft in Terreur en droom. Moskou 1937 niet alleen over de terreur. Gedetailleerd komen tal van congressen, festiviteiten, parades, bouwprojecten en culturele manifestaties aan bod. Moskou is in 1937 een snelkookpan, een stad die in de hoogste versnelling is gezet, tegen de achtergrond van een levensbedreigende willekeur. Een hallucinerende combinatie van droom en terreur.

(Terreur en droom. Moskou 1937 verscheen in 2008 in het Duits, in 2011 in het Nederlands en Russisch: Карл Шлегель - Террор и мечта. Москва 1937.) 

Bloemen voor Stalin en Sasja loopt naar Moskou

(Eerste publicatie: 8-3-2011)

Afgelopen zaterdag was het 58 jaar geleden dat Stalin overleed. In Moskou vereerde een vrij grote groep eencelligen zijn graf met een bezoek. Deze vrij duistere lieden konden rustig hun gang gaan, de lokale autoriteiten hadden – heel voorkomend - het Rode Plein zolang afgesloten voor het overige publiek.

En gisteren kwam ik dit liedje tegen van een groep met de wat lastig uit te spreken naam Nesjtsjastny sloetsjaj:

Sjla Sasja po sjasse (Sasja liep over de verkeersweg). Het gaat over het meisje Sasja, dat op weg is naar Moskou. Ze loopt over de provinciale wegen en van wat ze daar ziet, word je niet vrolijk. Ingestorte huizen en kapotte tractors, alsof de oorlog nog maar net is afgelopen. Walmende schoorstenen, kazernes en aftandse mijnen in afgelegen streken waar eens in de drie dagen nog eens een busje voorbijkomt. Sasja is niet zo maar op weg naar Moskou, ze heeft verzoeken bij zich van haar familie voor vadertje tsaar en de bojaren in de regering.

“Niet huilen, mijn land
Blijf hopen, mijn volk
Ik geloof
Dat ze ooit aan zal komen.”

En dan zal de Tsaar wakker schrikken, de Machthebbers zullen zich verslikken en zij zullen het volk gewoon land en geld cadeau doen. En dan komt de zon van de Liefde op en iedereen zal lachen. “Want het kan toch niet zo zijn, dat Sasja voor niets over de weg is gelopen?”

Wranger is het nauwelijks onder woorden te brengen, de eeuwenoude Russische neiging om maar te hopen op de goede tsaar in het verre Moskou. Die hoop kan bij sommigen zo onuitroeibaar zijn, dat ze naar Moskou komen met bloemen voor zo’n tsaar die al jaren geleden is overleden. Niks geen kapotte tractors, meneer, en de treinen reden op tijd! En hij wist wel raad met lui die het waagden om dit soort verontrustende liedjes te schrijven.

Gelja Markizova en de gelukkige kinderjaren onder Stalin

(Eerste publicatie: 17-11-2010)

Het tijdschrift Bolsjoj Gorod liet onlangs 26 nabestaanden van slachtoffers van de Stalinterreur aan het woord. (Ik schreef er hier al over.) Eén van die nabestaanden was Darja Andrejeva. U ziet haar staan op de foto hierboven. Darja vertelde over haar overgrootvader Ardan Markizov en diens dochter Gelja (Darja’s grootmoeder). Op de foto staat Darja met in haar handen een portret van overgrootvader Ardan:

Ik las het verhaal van Darja en begreep meteen wie haar grootmoeder Gelja was: één van de iconen van de Sovjet-propaganda. In januari 1936 reisde Gelja met vader Ardan – een hoge functionaris uit Boerjatië – naar een landbouwcongres in Moskou. Gelja had bloemen voor Stalin bij zich. Ze verveelde zich dood tijdens de toespraken en besloot uiteindelijk maar gewoon op Stalin af te stappen. Het resultaat was bovenstaande foto, die op de voorpagina van de landelijke kranten belandde. De kop bij het artikel luidde:“Bedankt kameraad Stalin voor onze gelukkige kinderjaren”. Gelja werd in één klap beroemd. Haar foto met de leuze over de gelukkige kinderjaren verscheen als poster in een miljoenenoplage. Beeldhouwer Georgi Lavrov maakte een compositie, waarvan duizenden kopieën werden neergezet in scholen en op pleinen.

 

Maar dan, in 1937, wordt Gelja’s vader Ardan gearresteerd op beschuldiging van spionage voor Japan. Een jaar later wordt hij geëxecuteerd.

En toen was er een probleem: Stalin die op miljoenen posters en op scholen en pleinen staat afgebeeld met de dochter van een vijand van het volk om zijn nek! Er wordt een simpele oplossing bedacht: Stalin, zo luidt nu de officiële versie, staat daar niet afgebeeld met Gelja Markizova, maar met Mamlakat Nachangova, een pioniertje dat een Leninorde had ontvangen voor haar prestaties tijdens de katoenoogst. Dat het meisje op de foto daar iets te klein voor was, nou ja. Mamlakat, zo luidde de uitleg, was in haar jongste jaren een keertje bij Stalin op bezoek geweest en toen was die foto genomen. Waar nodig, werd op de postamenten van de standbeelden de naam Gelja vervangen door Mamlakat.

Gelja’s moeder overlijdt al snel (volgens Gelja vermoord door de geheime dienst), Gelja wordt opgevangen door familie, die haar een andere achternaam geeft: Dobrejeva. Het vergaat haar verder niet slecht. Ze kan studeren, trouwt met een Russische diplomaat en woont enige tijd in India. In 2004 wordt ze in Moskou opgespoord door de Wit-Russische documentairemaker Anatoli Alaj. Die neemt een interview met haar op. Hij maakt een afspraak voor een tweede gesprek, maar dat komt er niet meer. Gelja Dobrejeva/Markizova overlijdt op 11 mei 2004 tijdens een vakantie in Turkije.

De voornaam van Gelja was overigens voluit Engelsina (naar Friedrich Engels). De documentaire van Alaj heb ik niet kunnen vinden.

Het Stalinplein in Novosibirsk, 1 mei 1953...

(Eerste publicatie: 24-1-2010)

Twee keer ben ik in Novosibirsk geweest – een jaar of 25 geleden. Wat me nog bijstaat zijn de zandkastelen die we bouwden op een eilandje in de Ob. En een grote laan met een enorm plein in het centrum. Ideaal voor optochten en manifestaties, wat goed uitkomt op onderstaand filmpje. Het laat 1 mei-parades van 1953 zien in Siberië, als eerste die in Novosibirsk.

Ik krijg er geen genoeg van. De colonnes in beide richtingen kunnen elkaar makkelijk passeren. Die motorrijders! En wat een aandoenlijke bouwsels: ik zie een boortoren, een elektriciteitscentrale en een weefgetouw. Werk het af met azalia's en begonia's en je hebt het bloemencorso van Lisse:

 

Toch wringt er iets, en niet zo’n beetje ook. Mei 1953… Op 5 maart was Stalin overleden. Zijn portret wordt nog meegedragen, hij hangt nog op gebouwen en het grote plein heet nog Stalinplein. Wat zullen de lokale partijkaders zenuwachtig op instructies uit Moskou hebben gewacht! Wat moeten we op 1 mei met Stalin? En hoe voelen de mensen in die optochten zich? Angstig, blij, opgelucht, onzeker? Is de zwarte winter van Stalin echt voorbij? De commentator maakt niet apart nog woorden aan hem vuil.

Als een huis stond in elk geval nog de poëzie (op 5.52):

De lente marcheert over de aardse wijdte / De horizon omarmend met een smeltwater van vaandels / Haar lied galmt, als de donder: Vrede aan de wereld! Leve de Eerste Mei!

Kom daar nog eens om, tegenwoordig.

Stalin terug in de Moskouse metro, met een Mongoolse spion als directeur

(Eerste publicatie: 28-10-2009)

Het was al aangekondigd en is nu ook gebeurd: in de hal van het Moskouse metrostation Koerskaja is het citaat over Stalin, opnieuw aangebracht bij de restauratie, aangevuld met de rest van de regel, waarin Lenin wordt genoemd. Het complete citaat, uit het oude Sovjet-volkslied, luidt nu:

“Door de stormen straalde ons het licht van de vrijheid toe / en Lenin de grote bescheen ons pad / Stalin heeft ons grootgebracht / ons geïnspireerd tot trouw aan het volk / tot arbeid en heldendaden”. 

Metrodirecteur Dmitri Gajev en de Moskouse hoofd-architect Aleksandr Koezmin begijpen niet waarom die regels, en vooral die over Stalin, tot zo veel protesten hebben geleid. Het station wordt teruggebracht in zijn oorspronkelijk staat, meer is het toch niet? Nou vooruit, maar om het dan volledig authentiek te maken, zo las ik ergens in een commentaar, zou het geen slecht idee zijn om die Gajev en Koezmin te executeren als Mongoolse spionnen.

Inderdaad een goed idee, waar ik graag op voort borduur. Niet zo maar executeren natuurlijk. Eerst even een beetje martelen. Gebroken neus, even een nier kapot slaan en omdat ze het verdommen om de bekentenis te tekenen, ook maar even een paar vingers breken, tussen de deur. Beloven we dat ze niet worden doodgeschoten. Dan tekenen ze (met de andere hand), worden ze toch doodgeschoten! En de echtgenotes van beide heren.. . Als vrouw van een vijand van het volk ben je natuurlijk niet meer in Moskou te handhaven. Voorlopig maar even een verbanning. En over een jaartje lekker naar een kamp ergens richting poolcirkel. Tussen de criminelen. Komen ze ooit vrij, dan fysiek verminkt en geestelijk vertrapt. En de kinderen van Gajev en Koezmin, laten we die vooral niet vergeten… Daar hebben we nog een leuk internaat voor! Eens kijken, er is er net weer eentje opgeleverd in de Kaukasus. Veel leegstand daar, sinds de Tsjetsjenen zijn gedeporteerd.

Nou ja, u hebt het beeld van die tijd nu wel zo’n beetje voor u. Zeg maar: de oorspronkelijke staat, volledig authentiek.

(Meer over de restauratie, onder meer over het nog ontbrekende standbeeld van Stalin, vindt u hier.)  [Linkje werkt nog niet]

De terugkeer van Stalin in de metro van Moskou

(Eerste publicatie: 31-8-2009) 

Het moeten er in de metro van Leningrad en Moskou ooit tientallen zijn geweest: beeltenissen van Stalin en vermeldingen van zijn naam. Onder de grond in Leningrad/Sint-Petersburg kom je zijn afbeelding nu nog maar op één plek tegen: op station Plosjtsjad Vosstanija. Het is wel even zoeken, het lijkt alsof ze bij de destalinisatie onder Chroesjtjsov over het hoofd is gezien en dat ze daarna hebben gedacht: ach, laat ook eigenlijk maar. Afdalen met de roltrap, in de hal beneden de tweede pilaar links … et voilà!

In de Moskouse metro is Stalin sinds afgelopen week weer wat nadrukkelijker aanwezig. De hal boven de grond van het station Koerskaja-Koltsevaja is gerestaureerd en ziet er weer bijna net zo uit als bij de opening op 1 januari 1950. En toen kon je niet om Stalin heen.

Het is niet goed te zien, maar de vergulde letters in het midden op de pilaren vormen een regel uit het volkslied van de USSR: “Stalin heeft ons grootgebracht – ons geïnspireerd tot trouw aan het volk, tot arbeid en heldendaden”.

Opvallend trouwens, en ook wel beklemmend, dat de auteur van de tekst van het volkslied, Sergej Michalkov, zo’n beetje overleed op het moment dat de vestibule met zijn tekstregel weer werd geopend. Nou goed, er zaten twee dagen tussen, maar bij iemand die 96 jaar is geworden kijken we niet op een dagje.

De reacties op het ondergrondse ‘eerherstel’ van de Grote Leider lopen – voorspelbaar – uiteen van “schandalig”, tot ”we mogen niet vergeten wat hij voor ons land heeft gedaan”. Een schrale troost voor de tegenstanders: het had erger gekund. Het standbeeld van Stalin, in 1961 uit het station verwijderd, is niet teruggezet. Zou het nog ergens bewaard worden?

Schilderijen van terreur - Pjotr Belov (1929-1988)

(Eerste publicatie: 27-5-2009)

16887_original.jpg

De bescheiden catalogus bewaar ik als een kleinood.

Wanneer zal het geweest zijn, 1990? In Odessa liep ik een museum binnen, waar een tentoonstelling was van Pjotr Belov. Ik had nog nooit van hem gehoord.

17149_original.jpg

Belov (1929-1988) had in Moskou als decor-ontwerper van het Centraal Theater van het Sovjet Leger enige faam verworven. Weinigen wisten dat hij in de laatste jaren van zijn leven in zijn eigen kleine atelier ook nog aan een heel ander oeuvre werkte, haastig, alsof hij voelde dat de dood hem in de nek hijgde.

Zelf kwam hij de Stalin-terreur ongeschonden door. Ook zijn familie bleef buiten schot. En dan toch zulke beklemmende beelden op het doek zetten … Al bleef je zelf ongedeerd, je kreeg toch een tik van de angst en ellende mee, zo veel maken deze schilderijen wel duidelijk. Belov heeft het niet meer mogen meemaken dat zijn werk werd tentoongesteld.

Belovs werken zijn slechts mondjesmaat op internet te vinden zijn. De naakte man in de cel is regisseur Vsevolod Meyerhold. De opengescheurde doos is een vergroot pakje Belomorkanal-sigaretten. Belomorkanal is het Wittezeekanaal dat in de jaren dertig door gevangen werd aangelegd.

70650_html_793682bf.jpg
21813949_belov.jpg
6-21.jpg

Binnenkort vertel ik het verhaal van één zo’n ‘kopje in het paardenbloemenpluis’, door haarzelf aan mij verteld. Toevalligerwijs ook in Odessa.

94269_original.jpg

Een icoon met Stalin en de overste van de Heilige Olga-kerk

(Eerste publicatie: 4-12-2008)

Vader Jevstafij, overste van de Heilige Olga-kerk in Strelnja, onder de rook van Sint-Petersburg, krijgt straf.

Eigenmachtig heeft overste Jevstafij een icoon laten maken met daarop Josef Stalin. Voor eigen gebruik is dat misschien nog tot daaraan toe, maar de overste hing de icoon ook nog eens op in zijn kerk.

Ik had die icoon graag daar aan de muur gezien. En dan ook hoe de gelovigen zich voorover bogen om de icoon te kussen. In een tv-reportgae was hij wel te zien, maar al weggeborgen in de kelder. Vader Jevstafij heeft hem inmiddels mee naar huis genomen. Veel kwaad ziet hij niet in de icoon. Stalin heeft geen nimbus, is dus niet afgebeeld als heilige, en de leider van het wereldproletariaat was tenslotte een gelovig iemand.

1224935224_2008-10-25_144417.jpg

Met dat laatste standpunt behoort Vader Jevstafij tot een minderheid, al is het aantal Russen dat het met hem eens is, ongetwijfeld behoorlijk groot. Lokale communisten hebben zich in elk geval al tot de kerk gewend met het verzoek om Stalin heilig te verklaren. Afbeelden op een icoon zou dan een stuk makkelijker worden.

Vader Jevstafij zit inmiddels thuis. Ziek, zegt zijn familie. Een zegsman van het bisdom verklaarde dat de overste uit zijn functie wordt ontheven. Hij mag aan zijn kerk verbonden blijven, maar slechts in de hoedanigheid van tweede priester.