Voronezj

De winter van 1981-82. Mijn radio uit Voronezj.

(Eerste publicatie: 27-2-2012)

Het contact met de buitenwereld was beperkt, die winter van 1981-82 in Voronezj. Zo maar naar Moskou of Leningrad, dat mocht je als buitenlandse student niet, daar had je een serieuze reden voor nodig (bezoek aan een speciale bibliotheek, bijvoorbeeld) en dan moest je eerst toestemming vragen.

Telefoneren met het thuisfront was lastig. De enige telefoon op de studentenflat stond beneden bij de vachtjor. Een buitenlands gesprek moest je aanvragen. Normale kranten? Die waren in de hoofdstad al lastig te vinden, wij zaten in de provincie. Televisie? Hilbert van der Duim kwam een keertje voorbij op het journaal, die was ergens wereldkampioen geworden. Andere berichten over Nederland herinner ik me niet.

Maar gelukkig was daar nog de radio! Ik had er zelf eentje meegenomen uit Nederland, een smalle Grundig. Op de foto staat hij in de vensterbank, boven de gele lampekap en de theeketel. Om elf uur ’s ochtends: de Wereldomroep. En natuurlijk de BBC – ongestoord. Samen met de Engelse studenten luisterden we eens in de week naar de Top Ten – liedjes uit een heel verre wereld.

Wat mijn Grundig ook kon: cassettes opnemen en afspelen. Dat werkte als een magneet op de Russische studenten, op Serjozja bijvoorbeeld, een van mijn drie kamergenoten. Serjozja - een groter fan van Abba en de Beatles moet ik nog tegenkomen. Serjozja speelde gitaar en we zongen heel wat af, zeker als we bezoek hadden. Wat onze buren daarvan vonden, weet ik niet, wij hadden pret voor tien. Zoals die keer dat we geluidseffecten toevoegden, met daarbij een hoofdrol voor de koekoeksklok van Ismaïl – ook een kamergenoot. Die koekoekslok- ik wijd nu even uit – had Ismaïl voor zijn verjaardag gekregen. Een prachtig cadeau natuurlijk, overdag. Een koekoeksklok ’s nachts op je kamer is een stuk minder.

Ik heb mijn Grundig nog altijd. Een enkele keer stop ik er een cassette uit Voronezj in en dan hoor ik die koekoeksklok weer. Hij – de Grundig, niet die koekoeksklok – doet dienst in mijn Hilversumse keuken, waar hij ook weer in de vensterbank staat.

Maar hoe lang nog? Mijn radio uit Voronezj doet het niet zo goed meer. Ik moet een van de schuifjes een beetje scheef ingedrukt zien te houden en dan ook het snoer schuin laten hangen via het metaal van de magnetron. Dan is de ontvangst nog prima. Ik word niet boos op mijn radio, als Jurgen van den Berg weer eens wegvalt of Tom van ‘t Hek onverstaanbaar wordt. Dat ligt aan Jurgen en aan Tom, denk ik dan. En inderdaad, twee tikjes op het schuifje en daar zijn ze weer! Wel wakker blijven, jongens!

Mijn radio uit Voronezj wegdoen? Nee natuurlijk, dat verkrijg ik niet over mijn hart. Bovendien, zelfs als de ontvangst helemaal en voorgoed wegvalt, dan is er altijd nog het knopje play. En dan kan ik altijd nog luisteren naar het lied van Serjozja met de koekoekslok van Ismaïl. 

Kamergenoot Ismail uit Dagestan. Hobbyfotograaf.

(Eerte publicatie: 6-6-2011)

Hoe zou het toch zijn met Ismaïl? 

Ismaïl kwam uit Dagestan. Hij studeerde geschiedenis in Voronezj en woonde in een van de studentenflats aan de Ulitsa Fridricha Engelsa 10A. Hij was daar, in de winter van 1981/1982, mijn kamergenoot.
 

IMG_9546.jpg

Ismaïl was een beetje wereldvreemd. Wij plakten 30 kopeken op onze brieven naar huis (vijf maal het binnenlands tarief) en Ismaïl wist zeker dat die verplichting ons was opgelegd door de Nederlands regering. En wat wel meer Sovjet-burgers deden: zijn ervaringen op het gebied van overheid en onderdaan projecteerde hij automatisch op alle andere landen van de wereld. De Nederlandse studenten in Voronezj gedroegen zich – in de optiek van Ismaïl uit Dagestan – niet altijd even netjes. Klachten daarover, waarschuwde Ismaïl geërgerd, zouden wel eens bij de Nederlandse ambassade in Moskou kunnen belanden en dan zouden er van die kant ongetwijfeld repercussies volgen! Dat de Nederlandse ambassade ons niet controleerde, maar vooral hielp – we hebben niet geprobeerd om het Ismaïl uit te leggen.

Waarom moest ik opeens denken aan Ismaïl? Omdat ik een mooie reportage tegenkwam over amateurfotografen in de Sovjetunie, hoe zij thuis hun foto’s ontwikkelden.

Fotografie was Ismaïls grote hobby. Hij ontwikkelde zijn foto’s zelf. Ik zal u de details van onze woonomgeving besparen, maar neemt u van mij aan: een Russische studentenflat is daarvoor geen handige omgeving. Ismaïl en ik waren niet alleen op onze kamer, je had ook nog Serjozja uit Rusland en Bert uit Amsterdam. Wanneer Serjozja, Bert en ik eindelijk het licht hadden uitgedaan, had Ismaïl zijn donkere kamer. 

Nooit meer iets gehoord van Ismaïl. Vele jaren later sprak ik een geschiedenisdocent van de universiteit van Voronezj. Ik noemde Ismaïls naam. De docent keek me licht gepijnigd aan en zweeg. Hij kon zich Ismaïl herinneren, maar wenste geen woord aan hem vuil te maken. Naar de reden kan ik slechts gissen. Ik vermoed dat Ismaïl een voorbeeldig Sovjet-onderdaan was, die zijn verplichtingen aan de overheid ijverig nakwam. Wij, Nederlandse studenten, zijn door hem nooit in problemen gekomen, maar die leraar geschiedenis misschien wel.

Ismaïl… Als er weer eens berichten zijn over geweld in Dagestan, moet ik aan hem denken. Aan de muur had hij een foto van Johan Cruijff gehangen. Van mij had hij een oranje sjaaltje gekregen met Hup Holland. Het hing boven zijn bed. Hij sprak het uit als Choer Cholland. Dat hebben we maar zo gelaten. 


(Rechts Ismaïl, links Serjozja. Boven de bureaulamp Johan Cruijff. Op het bureau een ontwikkelbakje. Bij het pijltje een gat in de muur, waarover later nog eens meer.)

En dit was onze keuken.

Davaj! Over de Russische drankcultuur - zonder ironie.

(Eerste publicatie: 24-12-2010)

“De meerderheid der Russen heeft geen drankprobleem.” Het is een bijna ontnuchterend zinnetje, op pagina 108 van het boek Davaj! De Russen en hun wodka. Dat moet ook maar even vermeld worden, zal schrijver Edwin Trommelen hebben gedacht, de lezer denkt anders dat in Rusland helemaal niemand meer op z’n benen kan staan.

Het procédé van Davaj! is simpel en doeltreffend. Trommelen zet citaten uit de rijke Russische literatuur over drank – vooral wodka natuurlijk – op een rij en vertelt er van alles omheen. Hij put uit eigen ervaringen, uit historische bronnen en de volkscultuur, wat thema’s oplevert als ‘Wodka en de macht’, ‘Kazerne en kamp’ en ‘Wat erbij te eten?’ De alcoholdampen slaan je tegemoet, na het zoveelste citaat denk je: nu maar even stoppen, morgen verder.

Trommelen beschrijft de Russische dankcultuur zonder ironie. Meewarig of neerbuigend wordt hij nergens, wat zeer te prijzen valt. Enige ontzetting voel je wel als lezer, wanneer bijvoorbeeld de talloze alternatieven worden beschreven in tijden van wodka-schaarste, zoals remvloeistof en parfum. Daar staan dan weer de vele prachtige citaten tegenover, die niet alleen veel duidelijk maken over de manier waarop Russen met wodka omgaan, maar die ook tot lezen aanzetten. De besnijder Naftoela Gertsjik uit Babels Verhalen uit Odessa, Vojnovitsj’ soldaat Tsjonkin, die te horen krijgt dat hij zojuist zelfgestookte drank op strontbasis heeft gedronken…

Trommelen citeert uit de Pravda van 18 maart 1940, waarin bezorgd wordt geschreven over stationsrestauraties als alcoholische bronnen van verderf. Meteen moest ik denken aan de restauratie van het station van Voronezj, waar ik veertig jaar na het Pravda-artikel menig uur doorbracht. Het station bevond zich vlakbij onze studentenflat. We gebruikten er de warme maaltijd, zelf koken hadden we opgegeven, want veel was er in de winkels niet te krijgen. Ik citeer mijzelf uit Oost-Europa Verkenningen nummer 77, februari 1983:

“[In de stationsrestauratie] verzamelde zich het meest uiteenlopende volk. Er werd veel gedronken en er gebeurde altijd wel iets. Al snel kwamen we niet alleen om te eten, maar ook om te kijken. Eens zaten we kalm op onze soep te wachten, toen naast ons een kale man losbarstte in gezang. De cheffin kwam aangesneld. ‘Ophouden’, schreeuwde ze, ‘onmiddellijk ophouden, verdomde zuiplap!’ De man wist nu alle ogen op zich gericht en zong door, waarop de cheffin hem met de vlakke hand op het kale hoofd sloeg, hem van tafel sleurde en buiten de deur zette. Brak er een vechtpartij uit tussen twee bezoekers, of zelfs tussen twee aangrenzende tafeltjes, en dreigden er onlusten op grote schaal, dan trommelde de cheffin haar hulptroepen op. Een paar obers en de portier snelden dan toe en leerden de heethoofden mores. Soms werd de cheffin bijgestaan door de politie. Die kwamen altijd met z’n tweeën. Dan werd het opeens stil in de zaal. Eén bleef bij de ingang staan, de ander stapte met zijn grote laarzen en dikke winterjas spiedend tussen de tafeltjes door, op zoek naar moordenaars. Verder dan iemand die het rookverbod overtrad heb ik hem nooit zien komen.”

Ik wil me nergens mee bemoeien, maar volgens mij kan dit citaat best opgenomen worden in de tweede druk van het mooie Davaj!

Er is een speciale site over het boek, met onder meer extra hoofdstukken, recensies en een promo-filmpje.

En hier nog het station van Voronezj. Van de restauratie heb ik er helaas geen gevonden. Onze studentenflat bevond zich tussen de bomen in de driehoek van de huizen links.


Beelden van de bosbranden in Rusland. De woede verklaard.

(Eerste publicatie: 8-8-2010)

Van alle beelden die ik de afgelopen dagen van de Russische bosbranden voorbij heb zien komen, zal dit me het langste bijblijven. Ostafjevo, 15 kilometer van Moskou:

De foto komt uit dit uitgebreide overzicht.

Misschien wel voor de meeste ophef, althans in de Russische blogosfeer, zorgde deze foto:

 

Zo op het oog niets aan de hand, vrijwilligers van Poetins Eenheidspartij, afdeling Voronezj, helpen bij de brandbestrijding. Zo maakt de partij goede sier. Althans, dat was de bedoeling. De foto bleek gemaakt in 2008, de rookwolken waren erbij geshopt. Tien minuten nadat blogger Avmalgin melding had gemaakt van het bedrog, verdween de foto van de site. Ook de woedende commentaren zijn er niet meer terug te lezen. Nog wel elders, zie hier.

Wie de woede wat beter wil begrijpen, kan dit filmpje bekijken. Dorpelingen in Vyksa (provincie Nizjny Novgorod), die met een schop drie dagen lang het vuur bestrijden.

 

Een paar citaten:

0.21: Wie me gered heeft? Niemand heeft me gered.

4.03: Dit is oma. Ze wilde het dorp niet uit. Tijdens de evacuatie gingen ze de huizen niet binnen, ze riepen het alleen om met een luidspreker.

1.23: Drie dagen vechten we er tegen met schoppen.

1.33: Mijn zus uit Nizjny (Novgorod) is vandaag gekomen met eten en drinken.

1.41: We zijn op onszelf aangewezen, niemand die zich om ons bekommert. Iedereen heeft schijt aan ons.

2.18: Het kan alleen maar slechter worden, als de wind aanwakkert…

2.30: Er waren twee brandweerwagens, de een kon wegkomen (?), de ander is verbrand.

2.38: We mogen de leiding dankbaar zijn. Prima lui. Namens de gewone burger. Echt goed werk geleverd. Ze hadden ze allemaal in Tsjetsjenië moeten neerschieten. Klerelijers.

3.00: Mijn zus heeft via internet een SOS verstuurd. We hebben overal naartoe gebeld, alarm geslagen. Geen enkele reactie. Pas toen de dorpen in brand stonden, toen kwamen ze in beweging.

En in Voronezj was de partij van Poetin aan het fotoshoppen.

Heel benieuwd ben ik wat er de komende weken, maanden, jaren via deze webcams te zien zal zijn. Ze staan op de site van “de voorzitter van de regering van de Russische Federatie Vladimir Poetin”. De webcams verschijnen op de plekken waar verwoeste huizen worden herbouwd. Een prachtige manier natuurlijk om te controleren of de overheid haar beloften nakomt. “Webcams worden geïnstalleerd wanneer met de bouw wordt begonnen”. Voorlopig is er eentje actief.

Update: Over de invloed van de bosbranden op de positie van Poetin en de centrale overheid schreef Ben Judah in zijn boeiende boek Fragile Empire. Ik schreef er een recensie over.

En hier een vervolg op dit stukje.

Eindelijk dan toch: Voronezj - Stad van Militaire Glorie

(Eerste publicatie: 10-12-2008)

Dinsdag was het in Rusland de Dag van de Helden van het Vaderland (zeg maar: Vaderlandse Heldendag). Niet zo’n bekend feest nog, vorig jaar pas ingesteld.

Ter ere van het feest kregen drie steden de eretitel Stad van Militaire Glorie voor getoonde moed in de Tweede Wereldoorlog: Veliki Novogrod, Velikie Loeki en Dmitrov.

De eretitel is de moderne tegenhanger van de Sovjet-onder scheiding Heldenstad (Gorod-Geroi). De ‘versierselen’ zijn wel wat minder. In de USSR kreeg je als Heldenstad de Gouden Ster-medaille, de Lenin-orde en een oorkonde. Een Stad van Militaire Glorie krijgt nu alleen maar een oorkonde. Terwijl er wel verplichtingen tegenover staan: drie keer per jaar een plechtigheid met saluutschoten. De burgemeester van Veliki Novogord: “Dat betalen onze zakenmensen. Geen cent komt uit ons budget”.

Vorig jaar werd ook Voronezj Stad van Militaire Glorie, tot vreugde van de lokale veteranen en mijzelf. Eindelijk gerechtigheid! Ik studeerde ooit in die stad en begreep nooit waarom Voronezj – compleet in puin geschoten - niet tot Heldenstad was uitgeroepen en Moskou bijvoorbeeld wel. Uit de berichtgeving rond de late onderscheiding werd het me duidelijk. Bij Voronezj werd het tweede Hongaarse leger – strijdend aan Duitse zijde - door de Russen in de pan gehakt. Dat moest naderhand maar niet te veel aandacht krijgen. Hongarije was na de oorlog immers een bondgenoot geworden binnen het Warschau Pact.