oekraïne

De toekomst is aan Oekraïne

————————

Odesa, 2016. (Foto: Egbert Hartman)

——————-

Dmitry Chernyshev, publicist*)

Wat heeft Oekraïne dat Rusland niet heeft? En waarom kan Oekraïne uit de oorlog komen als een vernieuwd, zich snel ontwikkelend en modern land en Rusland niet?

1. Iedereen kijkt naar de militaire hulp van Europa aan Oekraïne, maar niet minder belangrijk is de financiële steun. Europa draagt de gehele economie van de oorlogvoerende Oekraïne op zijn schouders. Na de oorlog wacht Oekraïne een nieuw Marshall Plan. Heel het Westen zal dan belang hebben in zijn opbloei. Feitelijk heeft juist Oekraïne Europa gered – de armada’s van tanks die in drie maanden Het Kanaal zouden moeten bereiken, hebben zelfs Charkiv niet kunnen innemen, op 40 km van de grens met Rusland. Voor de wederopbouw van wat is vernietigd komen de bevroren Russische tegoeden beschikbaar – 300 miljard dollar in de EU plus bijna 60 miljard in de VS. Er komt steun van de Europese banken en het IMF.

2. Voor Oekraïense goederen gaat de Europese en Amerikaanse markt open. De integratie met de EU is al gaande. Vandaag de dag krijgt de Oekraïense economie datgene, wat Rusland niet heeft en niet zal krijgen: de mogelijkheid van export van de meeste goederen naar de EU zonder tarieven, een geleidelijke unificatie van standaarden en toegang tot Europese leveringsketens. Dit is een economisch voordeel dat alleen maar groter wordt naarmate de integratie toeneemt. Zelfs tijdens de oorlog is Oekraïne een van de grootste exporteurs van graan en zonnebloemolie ter wereld. Dat is een bron van valuta waar geen hoogtechnologische ketens voor nodig zijn.

3. Alles hangt af van het beleid van Oekraïne, maar er zijn volop mogelijkheden om miljoenen Oekraïners te laten terugkeren die het land na het begin van de oorlog hebben verlaten. Ze keren terug met Europese werkervaring en gewoontes, vaak met gespaard geld, soms met actieve bedrijven.

De it-sector is een verhaal apart. Die heeft de oorlog overleefd en is in belangrijke mate gericht op export en geïntegreerd in internationale ketens. Het is een sector met een hoge toegevoegde waarde en het vermogen om gekwalificeerde veteranen op te nemen – zeker na programma’s van herscholing.

4. De veteranen in Oekraïne worden een politieke bron – en geen gevaar. Ze hebben een leger tegengehouden dat Oekraïne op vele parameters tienvoudig overtrof. Zelfs wanneer de frontlinie wordt bevroren en het niet  lukt om alle bezette gebieden meteen terug te krijgen, komt Oekraïne uit de oorlog met het staatsbestel intact, met een Europees perspectief en met herstelbetalingen. De Oekraïense veteranen zullen helden zijn en geen schandalige bezetters.

In Oekraïne wordt een G.I. Bill voorbereid: onderwijsvouchers, woonprogramma’s, steun bij het starten van een bedrijf en psychologische revalidatie. Veteranen in Oekraïne kunnen deelnemen aan de politiek: eigen partijen oprichten, gekozen worden en hun eigen belangen behartigen. In Rusland zal geprobeerd worden om veteranen snel de mond te snoeren.  

Oekraïne zal na de oorlog behoefte hebben aan een enorme hoeveelheid mensen met serieuze vaardigheden: voor mijnen ruimen (dat is werk voor tientallen jaren), voor het herstel van infrastructuur, voor de beveiliging van grensgebieden, in de bouw. Dat werk past bij oud-militairen.

5. Wanneer Oekraïne lid wordt van de EU, zal het gedwongen worden zijn instituties te hervormen – het rechtssysteem, de anticorruptie-organen, het civiele bestuur. En de maatschappij zal bereid zijn tot zulke hervormingen. Wat was anders de zin van het verzet tegen alles zoals het in Rusland is.

Odesa, 20216. (Foto: Egbert Hartman)

——————-

En dan nu over datgene wat Rusland wacht.

1. Allereerst: de afwezigheid van buitenlandse, koopkrachtige vraag. Het Amerikaanse model werkte, omdat Europa Amerikaanse goederen nodig had en Europa het geld had (dankzij het Marshall Plan) om die te kopen. Wie bestelt na de oorlog goederen bij de Russische industrie? China? Dat heeft al een overcapaciteit in alle sectoren waar Rusland iets te bieden heeft. En het gaat niks Russisch importeren waar het iets zelf kan produceren. India? Dat koopt alleen grondstoffen met een flinke korting. Afrika? Dat heeft een beperkte koopkracht.

2. De Rusland opgelegde sancties worden niet volledig opgeheven, zelfs niet na de beëindiging van de oorlog. Het schrappen van de sancties, in hun volle omvang, wordt een langdurig proces, gekoppeld aan het erkennen van de nederlaag, aan een teruggave van de bezette gebieden en aan een wisseling van het regime. De sancties blijven dus nog tientallen jaren van kracht, zoals dat het geval was met Iran en Cuba. De technologische achterstand groeit snel, omdat de sancties de toegang tot moderne technologieën hebben afgesneden. Met als resultaat: tientallen jaren van stagnatie en verrotting.

Zonder koopkrachtige vraag uit het buitenland heeft de industrie, bij het inzakken van de militaire opdrachten, geen alternatieve afzetmarkt. De productie richt zich op de binnenlandse vraag, die krimpt door de daling van militaire uitgaven, of op exportketens die afgesneden zijn. Het resultaat is een crisis van overproductie in een geïsoleerd land zonder uitweg.

3. Inflatie en een extreem hoge rente die bijna elk zelfstandig bedrijf de kop kosten. De rente verlagen wakkert de inflatie aan die toch al moeilijk beheersbaar is. De rente niet verlagen verstikt de civiele economie die de soldaten die uit de oorlog komen moet zien te absorberen.

Idioten in Rusland denken dat Amerika dankzij de Tweede Wereldoorlog sterker is geworden en dat dus ook bij ons het BNP zal stijgen. Maar Amerika is sterker geworden doordat de oorlog zich niet op zijn grondgebied afspeelde en de complete industrie van Europa geruïneerd was (vergeet niet dat de Russische industrie regelmatig beschadigd wordt door Oekraïense aanvallen en dat de effectiviteit van die aanvallen voortdurend toeneemt). Onderzoeken tonen aan dat de multiplier van militaire uitgaven doorgaans 0,6 tot 1.2 bedraagt. De multiplier van uitgaven aan de civiele infrastructuur ligt volgens dezelfde schattingen op 1,5 tot 2,5. Voor investeringen in het onderwijs is dat op de lange termijn nog hoger. Dus zelfs wat betreft het ‘opschudden van de economie’ is oorlog een van de minst effectiever middelen. En de complete militaire productie van Rusland gaat aan het front meteen in rook op.

Nizjni Novgorod, 2018. (Foto: Egbert Hartman)

4. Rusland heeft al zijn geld in de oorlog gestopt. De kas is leeg. De crisis van betalingsachterstanden groeit. Op het moment dat geld het hardst nodig is, is het het minst beschikbaar.

5. In Rusland ontbreken functionerende instellingen die een ‘Russische G.I. Bill’ mogelijk maken. Er is geen functionerend banksysteem dat in staat is tegen een werkbare rente hypotheken en zakelijke kredieten te verstrekken aan miljoenen veteranen. Een hypotheek afsluiten tegen een commerciële rente is in Rusland momenteel onmogelijk, dat kan alleen met steun van de overheid (die geen geld heeft). Het onderwijs dat in staat zou moeten zijn om miljoenen mensen om te scholen, gaat razendsnel achteruit, vooral op het gebied van specialistische techniek. Er zijn geen instituten die ondernemers ondersteunen. Het grootste probleem op dit gebied zijn de tsjekisten: elk succesvol bedrijf loopt het risico ingepikt te worden door diensten in uniform of door de lokale elite.

6. Een langdurige negatieve selectie heeft geleid tot een uiterst laag niveau van bestuurders in alle lagen. Een persoon in uniform die aan het hoofd is gesteld van een re-integratieprogramma van veteranen, zal zijn werk uitvoeren zoals hij dat verstaat: met rapporten, controle, streefcijfers, straf voor het niet halen van streefcijfers, maar bovenal: met zelfverrijking en vervalsing van de cijfers.

7. Democratieën zijn beter in staat tot ingewikkelde transities dan autoritaire regimes, om meerdere redenen. Een regering kan vervangen worden; lukt het hun niet, dan komen er anderen. Een vrije pers legt mislukkingen bloot en dwingt die te herstellen. Een onafhankelijk parlement kan impopulaire maatregelen nemen over herverdeling van bronnen. Een burgermaatschappij helpt veteranen rechtstreeks, zonder tussenkomst van de overheid. Niets van dat alles bestaat in Rusland.

Nizjni Novgorod, 2018. (Foto: Egbert Hartman)

PS. Er is één enkele weg die Rusland enige kans geeft op ontwikkeling: het afzetten van Poetin, het erkennen van de eigen misdaden, ontmanteling van het tsjekistische systeem, de teruggave van alle bezette gebieden, herstelbetalingen, afzien van confrontaties met het Westen en een geleidelijke terugkeer in de wereldbeschaving. En “kunnen we nog een keer doen”**) moet “nooit weer” worden.

*) Het iets uitgebreidere Russische origineel vindt u hier. Twee eerder vertaalde artikelen van Chernyshev op dit weblog vindt u hier en hier. Chernyshev woont tegenwoordig in Israël.

**) Deze kreet – nogal eens te horen in nationalistische kringen - verwijst naar de opmars van het Sovjet-leger naar Berlijn in de Tweede Wereldoorlog.

Columns in een krant gaan weleens gepaard met de mededeling dat de mening van de columnist niet hoeft samen te vallen met die van de redactie. Die nuancering is hier ook op zijn plaats (van economie bijvoorbeeld heb ik te weinig verstand om de voorspellingen in het artikel te beoordelen), maar dan wel met de toevoeging dat ik op dezelfde lijn zit als Chernyshev: Oekraïne zal, in elk geval op de lange termijn, als winnaar uit de strijd komen.   

Vylkove, Oekraïne, 2016. (Foto: Egbert Hartman

———————

Tsjechov en een koppig Oekraïens stadje in een van de beste oorlogsboeken die ik las.

—————-

Svetlana, wier huisje door de Russen werd gebruikt als veldhospitaal

————————

De stilte op dit weblog, die mij wordt opgedrongen door de onbeschrijflijke wandaden die Rusland dagelijks begaat in Oekraïne, doorbreek ik heel af en toe. Eerder deed ik dat naar aanleiding van de indrukwekkende documentaire The Dmitriev Affair van Jessica Gorter. Dit keer is een boek de reden: Andrew Harding - A Small, Stubborn Town. Life, Death & Defiance in Ukraine.

Een lang stukje wordt dit niet (met de oorlog permanent op de voorgrond zit ik nog altijd om woorden verlegen), maar dat sluit in dit geval goed aan bij het onderwerp; het boek van BBC-journalist Harding is geen epos, het telt nog geen 150 pagina’s.

A Small, Stubborn Town uit de titel is Voznesensk, gelegen aan de rivier de Zuidelijke Boeg. Het stadje ligt op de route van het Russische leger dat Oekraïne is binnengevallen. Een inderhaast geïmproviseerd, houtje-touwtje, verdedigingseenheid, die die naam nauwelijks verdient, weet de vijand op afstand te houden. Wanneer er steun komt van wat reguliere Oekraïense troepen, worden de Russen verdreven.

Harding doet verslag van die paar dagen en ‘verkleint’ de oorlog tot de belevenissen van – vooral – een paar eenvoudige bewoners, die zich in verwarring en met de dood op de hielen staande weten te houden, terwijl er rondom gevochten wordt en er dan weer Russische en dan weer Oekraïense soldaten voor hun neus opduiken. Het is ‘meelevende’ journalistiek waarbij Harding op bewonderenswaardige wijze dicht bij mensen weet te komen wier leven volledig overhoop wordt gehaald en tegelijkertijd voldoende afstand houdt om haarscherp te kunnen analyseren.  

Niet alleen gevechtshandelingen komen aan bod. Harding belicht in de weinige pagina’s het verwrongen karakter van de strijd met zijn verschillende loyaliteiten: inwoners van Voznesensk hebben familie over de grens, zijn soms zelf Russisch of verdenken de buren (Harding praat ook met hen) van collaboratie. Bij de meesten fungeert de oorlog als katalysator: er ontstaat een onvermoede eenheid, gestut door haat jegens Rusland.

Harding keert na enige tijd terug in Voznesensk. De oorlogsschade is deels hersteld, inwoners zitten tijdens een zomerse dag op een strandje. “Somewhere to he south, out of sight, another Ukrainian warplane roars past, but no one says anything. And although no one articulates it, we can all feel it, a group of us standing at the top of the unfinished concrete steps that lead down to the beach, listening tot he children shouting and a radio playing music.
This is what defiance feels like.”

En dan volgt in het nawoord plots een van de mooiste regels uit de Russische literatuur, wanneer Harding zijn liefde voor de Russische taal en cultuur betuigt en Anton Tsjechov aanhaalt, de schrijver onder de Russische klassieken die mij het dierbaarst is:           

“I speak Russian – imperfectly  – and have a deep love of the language and culture. Coming to the end of this book, after a whole year of war in Ukraine, I’ve often recalled the end lines of Chekhov’s famous short story, ‘The Lady with the Dog’ – a story largely set in the Crimea and Moscow.
And it was clear to both of them that they still had a long, long road before them, and that the most complicated and difficult part of it was only just beginning.”

(Het citaat van Tsjechov in het origineel: … и обоим было ясно, что до конца еще далеко-далеко и что самое сложное и трудное только еще начинается.)

—————-

Een boek over door Rusland aangericht kwaad afsluiten met een liefdevol, meelevend citaat uit de Russische literatuur; het symboliseert – klein leed in het veilige Nederland – de spagaat waarin ik mij bevind. Los daarvan: Hardings A Small, Stubborn Town is een van de beste oorlogsboeken die ik las

Enkele regels als de metronoom tijdens het beleg van Leningrad

———————

Sint-Petersburg, 2018. (Foto: Egbert Hartman)

———————

Tijdens het beleg van Leningrad in de Tweede Wereldoorlog zond de lokale radio, op momenten dat er geen uitzending was, het geluid uit van een tikkende metronoom. Dat was ter geruststelling van de luisteraars, die dan wisten: er is weliswaar niemand te horen nu, maar de boel functioneert nog. 

De vergelijking gaat in heel veel opzichten heel erg mank, maar dit berichtje is ook een beetje als die metronoom: er verschijnen hier geen stukjes, maar dit weblog leeft nog. Een half jaar geleden schreef ik hier voor het laatst wat, over de kansen die keerden op de Oekraïense slagvelden en de pennen die werden geslepen. Dat bleek te optimistisch. De ineenstorting van het Russische leger die aanstaande leek, bleef vooralsnog uit. 

In de berichtgeving over de oorlog (althans in de media die ik volg en serieus neem) worden de kansen van Oekraïne op succes nog wel duidelijk hoger aangeslagen dan die van Rusland, maar ik baseer er geen voorspellingen meer op. Mijn hoop op voor Oekraïne positief nieuws is overigens niet puur en alleen op het slagveld gericht. Ik vraag me veel eerder af hoe de machtsverhoudingen binnen het Kremlin zich ontwikkelen. Hoeveel steun heeft Poetin nog? En van wie? Hoe poreus is het staketsel inmiddels waarop zijn macht rust? Klopt mijn gevoel – meer is het niet – dat de aan hem gekoppelde machtsstructuur zomaar razendsnel kan imploderen, zoals dat ook gebeurde met de CPSU rond het einde van de USSR? Dat zou dan meteen ook het einde beteken van het Russische leger in Oekraïne, díe voorspelling durf ik wel aan. 

Hoe dan ook, zolang de strijd daar voortduurt blijft het stil op dit blog, op hooguit af en toe een enkele ‘metronoom-tik’, zoals dit bescheiden stukje, na. Er zit nog leven in, de boel functioneert nog.

———————-

Sint-Petersburg, 2019. (Foto: Egbert Hartman)

———————-

De kansen op het slagveld keren, de pennen worden geslepen

———————

Komsomolsk aan de Amoer, 2017. (Foto: Egbert Hartman)

———————

Het is op dit blog niet eerder zo lang stil geweest; mijn laatste stukje dateert van alweer zo’n drie maanden geleden. Dat ging, uiteraard, over de door de Russen ontketende oorlog in Oekraïne. Je zou denken dat die door Rusland in gang gezette ramp mij tot schrijven aan zou zetten, maar het tegendeel bleek het geval. Min of meer sprakeloos – een flink toegenomen productie aan tweets daargelaten – heb ik de afgelopen maanden aanschouwd wat er zich afspeelde op het strijdtoneel, heb ik vol afkeer de duistere kanten van Rusland gadegeslagen. Dat die duistere kanten er waren, heb ik altijd wel geweten, maar dat ze in deze vorm en in deze hevigheid aan de oppervlakte zouden komen, heb ik nooit vermoed.

Sinds ik me met Rusland ben gaan bezighouden (ik ging Russisch studeren in 1975) heb ik een haat-liefde-verhouding met het land. De liefde is – excuus als dit pathetisch klinkt – het afgelopen half jaar flink geweld aangedaan. Ik zeg niet dat ik het land ben gaan haten, maar verraden voel ik me wel, met een leegte op dit blog als een van de gevolgen. Wat zou ik nog schrijven over een nieuw ontdekte schrijver, over plots opgedoken kleurenfoto’s uit de jaren vijftig, over een actiegroep in Sint-Petersburg die strijdt voor het behoud van het historisch centrum van de stad, terwijl Rusland ondertussen in een buurland dood en verderf zaait.

Святое место пусто не бывает, luidt een uitdrukking – in een kale vertaling: opgestaan, plaatsje vergaan. Op mijn leesplank ligt al wekenlang een biografie van Fazil Iskander, mijn favoriete Russischtalige schrijver uit de Sovjet-tijd, ongeopend. Ik kan me er niet toe zetten en in plaats daarvan begin ik aan weer een boek over de Bourgondiërs of Napoleon. En de ‘Russen’ zijn verdrongen door Mathijs Deen en Anjet Daanje. Ik ga niet naar Sint-Petersburg, maar struin met mijn camera door Amsterdam. Naar Russische muziek (let wel: ik cancel niks) luister ik nauwelijks nog, wel treed ik een dezer dagen toe tot een drumband met Braziliaans repertoire (als ik door de toelatings-repetities kom).   

Sovetskaja Gavan, 2017. (Foto: Egbert Hartman)

Betekent dat het einde van dit blog? Zeker niet. Nu de kansen keren op de Oekraïense slagvelden, ben ik in gedachten mijn pen aan het slijpen. En ik ben niet de enige. Mijn jaargenote (in dubbel opzicht) Judith Janssen beloofde op Twitter dat zij, zodra de Russische nederlaag een feit is, zal terugkeren naar literatuur, muziek en schilderkunst; houd haar site in de gaten.  

Mijn productie op deze plek zal wel bescheiden blijven. De meeste energie zal besteed worden aan een bundeling van stukjes die ik hier door de jaren heen schreef. Die bundel stond nog niet echt in de steigers, maar het eerste, positieve overleg met een uitgever was al gevoerd – toen Rusland het nodig vond om Oekraïne binnen te vallen. Zonder enige aarzeling trokken we de stekker uit het project, wel met de hoop om ooit verder te praten. Nu er enig zicht is op een einde aan de oorlog, is dat moment hopelijk dichterbij gekomen. Het zou mooi zijn als er verder aan gewerkt kan worden, maar eerst moet Rusland op de knieën.    

Tynda, 2017. (Foto: Egbert Hartman)

Wanneer de “plunderaars en verkrachters” terugkeren naar Rusland

———————

Nizjny Novgorod, 2018 (Foto: Egbert Hartman)

——————-

En weer keren straks soldaten terug naar Rusland die hun draai moeten zien te vinden in een samenleving die niet op hen zit te wachten. Dat gebeurde eerder na de Tweede Wereldoorlog (al werden de meesten van hen toen met feestgedruis ontvangen en viel hun later regelmatig uiterlijk ook officieel eerbetoon ten deel), na Afghanistan en na de Tsjetsjeense oorlogen in de jaren negentig. Hoe dat gaat verlopen, is voorspelbaar. De Russische samenleving, in dit soort situaties toch al geen toonbeeld van verfijning, zal er niet op vooruitgaan.

Op Facebook schreef Dmitry Chernysjev, die vanuit Tel Aviv bijna dagelijks commentaar geeft op de Oekraïense oorlog, een korte schets van wat Rusland kan verwachten (origineel in het Russisch). Of zijn optimisme in de eerste zin terecht is, doet daarbij niet ter zake; terugkeren doen de militairen vroeg of laat sowieso. Chernysjev schrijft:  

———-

En dan, na de vernietigende nederlaag, keren Poetins soldaten die in leven zijn gebleven terug naar Rusland. Plunderaars en verkrachters. Ze zullen zich voortdurend bezatten en liegen over hun heldendaden, herinneringen ophalend aan een of andere Serjoga van de compagnie*). Ze zullen hun kinderen slaan om te proberen ‘echte mannen’ van hen te maken. Ze zullen vertellen over het verraad aan het thuisfront dat hun overwinning in de weg stond. Ze zullen cadettenklassen toespreken met patriottische fabels. Ze zullen een ‘krijgsbroederschap’ organiseren, die zich al snel zal gaan bezighouden met afpersing en huurmoorden. Elk jaar op 24 februari doen ze al hun speldjes op en marcheren ze met liedjes van Gamzanov en Rozenbaoem.

Maar dat zijn degenen die terugkeren met een complete verzameling ledematen. De overigen bedelen in hun parachutistenpakje bij stoplichten om een aalmoes en lopen treinen door en houden hun hand op. Ze zullen roepen: “Ik ben gewond geraakt door fascisten aan de fronten van Cherson” en “Voor jullie heb ik mijn bloed vergoten”. Ze zullen onder hun buren Oekraïense achternamen opsporen en hen aangeven. Ze zullen alles wat ze kunnen verkopen hun flat uit slepen. Ze krijgen een miezerige uitkering en raken snel aan de heroïne.

Maar er komt ook een speciale kaste: die van de stafleden. Zij die rantsoenen hebben verhandeld en hebben gesjacherd met diesel. Zij die lang de lijsten van gesneuvelden niet hebben aangevuld en zo de soldij voor zichzelf hebben gehouden. Zij die grote partijen ‘trofee-auto’s’ uit Cherson en Marioepol hebben vervoerd. Zij die Oekraïense krijgsgevangenen hebben gemarteld. Hen zal je zonder moeite herkennen: heel hun borst zal behangen zijn met onderscheidingen.

*) Bekende officier uit de tweede Tsjetsjeense oorlog.

“Hulp voor oorlogsinvaliden en gezinnen van gesneuvelde verdedigers van het vaderland.” Wolgograd, 2019 (Foto: Egbert Hartman)

——————

Uit de commentaren onder het Facebookbericht:
- En er komen hofkroniekschrijvers en buigzame historici, die zullen opschrijven hoe het allemaal in werkelijkheid was. De illegale-wodkastokers zullen goede zaken doen, want met hun product zullen ze alles wegdrinken.

- Ja, nu wordt het fundament gelegd van de onoplosbare problemen van de kinderen en kleinzonen, die voor hun hele leven psychisch verminkt zullen zijn.

- Onvermijdelijk, dit is een van de kenmerken van de boomerang. Ik voeg er nog aan toe dat de overheid de ‘samovars’ **) opnieuw zal wegstoppen op Solovki.

- Solovki heeft hier niks mee te maken, Valaam wel.***)

- Nooit zal ik de ongelukkige knul vergeten die in de jaren 90 terugkeerde uit Afghanistan, ik woonde toen nog in Moskou. Invalide, verminkt, geen enkele hulp van de overheid, hij bedelde en dronk… […]. Het zal weer hetzelfde liedje zijn.

- Waarom zo negatief over de stafleden? Die zullen niet alleen lopen schitteren met hun onderscheidingen, die gaan zich bezighouden met de opvoeding van een nieuwe generatie, die worden verantwoordelijk voor het patriottisch werk onder de jeugd.

- Dit alles hebben we al eens meegemaakt. Maar kennelijk is dit dus die bijzondere Russische weg, op een hark stappen en in een cirkel rondlopen.     

**) Samovar: aanduiding voor een soldaat die meerdere ledematen heeft verloren.
***) ‘Samovars’ uit de Tweede Wereldoorlog werden, zo willen verhalen,  in de jaren 50 opgepakt en naar het eiland Valaam versleept, omdat ze in Leningrad het straatbeeld bedierven. Daarover (het is zeer waarschijnlijk een mythe) schreef ik eerder.

——

Wie meer wil lezen over veteranen na de Tweede Wereldoorlog, kan ik de verzamelde brieven van Viktor Astafjev aanbevelen.

——————-

Sint-Petersburg, 2017 (Foto: Egbert Hartman)

Oekraïense captain Jarmolenko geeft 'lafaards' Dzjoeba, Pavlitsjenko en Timosjtsjoek nooit meer een hand

————————-

——————-

Voetbal? Ik had niet gedacht dat ik daar op deze plek nog enige aandacht aan zou besteden, tegen de achtergrond van alle ellende die de Russische inval in Oekraïne teweeg heeft gebracht. Aan de vooravond van de wedstrijd Wales-Oekraïne, met als inzet een ticket voor het WK later dit jaar, doe ik dat toch. Ik laat Andriy Jarmolenko, de aanvoerder van het Oekraïense elftal, aan het woord.

Jarmolenko, in Londen op de loonlijst van West Ham United, spreekt zich in onderstaande video (met nog enkele andere personen uit de Oekraïense voetbalgemeenschap) uit over de oorlog en vooral over Russische topvoetballers die niet de moed hebben om zich uit te spreken tegen de oorlog. Hij gaat er, begrijpelijk, met gestrekt been in.

Ik vermoed dat de meeste lezers van dit blog weinig op hebben met sport in het algemeen en voetbal in het bijzonder. Hun met name raad ik aan om in elk geval toch even de eerste 35 minuten en de laatste vijf te bekijken. Het levert misschien een nieuwe invalshoek op. In elk geval maken de woorden van Jarmolenko (Engels ondertiteld) duidelijk dat er morgenavond in Cardiff heel wat meer op het spel staat dan gewoon een overwinning in een potje voetbal.

Ik gun Wales het allerbeste, maar Oekraïne moet zondagavond winnen.

En dan schakelen we nu over naar YouTube:

———————-

De maker van de video, de Russische ex-voetballer Jevgeni Savin, zat tijdens het begin van de Russische invasie in Noorwegen. Twee dagen later heeft hij zijn gezin weggehaald uit  Rusland. Savin is eigenaar van voetbalclub Krasava, die uitkomt op het derde niveau in Rusland. De toekomst van de club is na dit interview onduidelijk geworden.

De video is van 18 april. Ik kwam hem op het spoor door een recent, uitgebreid interview met Savin in Novaja Gazeta (Russisch). Voor een korte samenvatting van de wedstrijd Schotland-Oekraïne, eerder deze week, die Oekraïne moest winnen om het beslissende duel met Wales te kunnen spelen, kunt u hier terecht. Jarmolenko tekende voor het eerste doelpunt.

Meneer de president, goeiemorgen...

———————

——————-

(Inspiratie: Boudewijn de Groot en, vooral, Lennaert Nijgh.) 

MENEER DE PRESIDENT, GOEIEMORGEN

Meneer de president, goeiemorgen,

fijn geslapen in je mooie droompaleis?

Die lijken op het slagveld, niet geborgen,

brengen jou toch als groot man niet van de wijs?

Die kraters van jouw machtige raketten,

de volle schuilkelders in weer zo’n vage stad,

Dat rare volk dat zich steeds maar blijft verzetten,

Doen je vast niet denken aan jouw Leningrad. …

Al die moeders, het is jou om het even,

in Koersk, Smolensk en Wolgograd.

Die willen weten waar hun zonen zijn gebleven,

meneer de president, ach wat.

Vanaf de allereerste dag door jou bedrogen,

gesneuveld in de verre modder en de kou.

Het waren jochies nog met bleke, bange ogen,

meneer de president, ach nou.

En als straks je fijne troepen paraderen,

ter viering van die zege ooit op 9 mei,

Met wat minder generaals om jou te eren,

trekt wat nog rest toch maar weer mooi aan jou voorbij.

Je religieuze vrienden met hun grote dromen,

de redding van het christendom zijn zij.

Brand een kaarsje met hen voor hun derde Rome

en denk daar half Europa dan nog bij. 

Waarschuw telkens weer voor het weke Westen,

waar decadentie het steeds wint van pure kracht.

Wat goed is voor het land weet jij het beste,

Vrije verkiezingen is iets waar jij om lacht.

Met rijke makkers en je tientallen miljarden,

met gas en olie voor nog minstens duizend jaar,

en je jachten, je paleizen en je garde.

En denk vooral niet aan die laatste tsaar. 

Hij beschermt ons tegen nog veel meer ellende,

voert ons terug naar onze grenzen van weleer.

Hij hoedt ons voor die bruine NAVO-bende;

onze president - zo’n peer!

————-

Hier het - niet te overtreffen - origineel: