jaren 50

Romantiek en arrestaties - het wederzijdse vlootbezoek van de Russische en Nederlandse marine in 1956 - 1

----------------


“Saluutschoten daverden over Hoek van Holland.” Het is de onmiskenbare stem van Philip Bloemendal bij beelden uit het Polygoonjournaal van 23 juli 1956. Het saluut had drie dagen eerder weerklonken, toen drie schepen van de Sovjetmarine de Nieuwe Waterweg opvoeren richting Rotterdam. Rond diezelfde tijd voeren drie schepen van de Nederlandse marine in Rusland de Neva op om aan te leggen aan de kade in hartje Leningrad.

Het waren de kruiser Sverdlov en de torpedobootjagers Soerovy en Serdity die om acht uur ’s ochtends de Waterweg opstoomden. Het was het begin van een vierdaags bezoek, waarbij voor de bemanning onder meer Kinderdijk, Scheveningen en het Tsaar Peterhuisje op het programma stonden. Op de kade van Rotterdam werden de schepen verwelkomd door de commandant maritieme middelen de kapitein-ter-zee Derksema. Kinderen van de Russische kolonie in Nederland stonden klaar met bloemen.

De Russische commandant schout-bij-nacht Kotov liet op een persconferentie weten dat schepen als de Sverdlov eigenlijk alleen geschikt waren om bezoeken af te leggen. Het was een geruststelling die in elk geval de lezers van het Leidsch Dagblad goed konden gebruiken. Die kregen bij een kort berichtje over de aankomst van de marine-bodems op de voorpagina een foto te zien van een vervaarlijk ogend vliegdekschip, met opstijgend jachtvliegtuig en al; de Sverdlov, volgens de krant.

Het was nogal wat, zo’n vlootbezoek. Het eerste van de Sovjetmarine aan Nederland, en dan ook nog eens tijdens de Koude Oorlog. De schepen, eenmaal aangemeerd, konden bezocht worden, en daar werd druk gebruik van gemaakt. De bemanningsleden mochten – net als hun Nederlandse collega’s in Leningrad – overal rekenen op veel belangstelling. Om het contact met de plaatselijke bevolking te vergemakkelijken, waren de matrozen en officieren voorzien van een dun boekje, in linnen gebonden, met Nederlandse woorden en uitdrukkingen. In Scheveningen toonden de Russen zich volgens het Leidsch Dagblad (enkele dagen na de ongelukkige foto op de voorpagina) op de drukke boulevard in elk geval steeds bereid tot een praatje. “Een Nederlandse sigaret accepteerden zij graag, zij op hun beurt presenteerden Russische sigaretten met de bekende holle kartonnen mondstukken.”
 

Helemaal zonder incidenten verliep het vriendschapsbezoek niet. In een Rotterdams hotel werden vier Russen opgepakt. Het kwartet werd de grens overgezet met het consigne om gedurende het vlootbezoek niet meer terug te keren. Het waren leden van de NTS, een in West-Duitsland gevestigde anti-communistische emigrantenorganisatie. Ook zij hadden boekjes bij zich bestemd voor de bemanning. Dat was niks geen politiek, stelde de heer Krikorian van de NTS tijdens een persconferentie in Den Haag, enkele dagen na het vertrek van de drie schepen. De boekjes bevatten slechts wat adviezen, toeristische tips en een woordenlijstje, bedoeld om de Russen te helpen bij het leggen van contacten met de Nederlanders. Volgens de NTS waren de arrestaties verricht op verzoek van de Sovjet-ambassade in Den Haag. Een slechte zaak, aldus Krikorian, want op die manier kregen de Russische matrozen het idee dat ook Nederland een politiestaat was, waar je als emigrant niet veilig was.

De NTS had zich door de arrestaties overigens niet laten ontmoedigen. Er waren prompt andere leden naar Nederland gekomen en die hadden wel contact weten te leggen met bemanningsleden. Enigszins triomfantelijk weet Krikorian in de Provinciale Zeeuwse Krant te melden dat de bemanning van de Sverdlov op 23 juli daarom door eigen superieuren aan een inspectie was onderworpen. Drie opvarenden waren vervolgens vastgezet, zo had Kirkorian van twee andere schepelingen vernomen. Dezelfde Provinciale Zeeuwse Krant haalde “een Russische jonge vrouw” aan, een NTS-lid dat toch met Russen hadden weten te praten. Volgens de krant hadden bemanningsleden haar verteld dat “de lonen [in de USSR] te laag waren en dat deze zeker verdubbeld moesten worden, voorts, dat men in Rusland niet zo bang meer is als onder het bewind van Stalin, dat men meer vrijheid wil en vrije verkiezingen.”

Naast de NTS was er ook een Nederlandse organisatie geweest die enige agitatie onder de matrozen had overwogen: het Nationaal Comité tot bestrijding van Concentratiekampen. Het bestuur had de actie afgeblazen, toen duidelijk werd, aldus het Rotterdamsch Parool/De Schiedammer, “dat de Nederlandse regering niet graag zou zien, dat anti-communistische propaganda gemaakt zou worden tijdens het Russische, officiële bezoek aan Nederland”.

In de Rivièrahal van de Rotterdamse Diergaarde Blijdorp zal men van dit alles geen weet hebben gehad. Daar werd op een van de avonden tijdens het vlootbezoek een talrijk publiek vermaakt door een zang- en dansensemble van de Sovjet-marine, dat was meegekomen met de kruiser en de torpedobootjagers. Hoogtepunt was een mooie uitvoering van het oer-Hollandse volksliedje Daar was er eens een vrouw, die koeken bakken wou. De beelden (krachtige stem van de solist, prima uitspraak) haalden hetzelfde Polygoonjournaal als de saluutschoten bij Hoek van Holland. 

En hoe verging het ondertussen onze Hollandse matrozen in Leningrad? Ook daar bleken de contacten met de plaatselijke bevolking af en toe hartverwarmend. Waarover meer in deel 2.    

Manhoff de wacht aangezegd in prachtig Sovjet-proza – nieuwe beelden uit het archief van een Amerikaanse diplomaat in de USSR in de jaren vijftig

-------------------

Deel 3 over het archief van Martin Manhoff, de Amerikaanse militair attaché die in de jaren 1953-1954 in Moskou gestationeerd was en volop fotografeerde en filmde. In de vorige twee delen (hier en hier) kwam de uitvaart van Stalin voorbij en verder vooral beelden uit de hoofdstad. Al vrij snel na de dood van Stalin werd het voor diplomaten wat makkelijker om te reizen, en Manhoff maakte daar volop gebruik van. In deel 3 verlaten we Moskou en kijken we met hem mee in onder meer Siberië, Moermansk en Jalta. Ook komt een krantenartikel voorbij waarin Manhoff door oplettend spoorwegpersoneel ontmaskerd wordt als ‘spion’.  

In het filmpje hieronder maakt Manhoff een autoritje in de buurt van Moskou en reist hij met de trein door Siberië. Vermoedelijk is het slechts één autoritje, waarbij hij de afslag neemt (op 2.39) naar het Tsaritsyno park, dat er tegenwoordig een stuk mooier bij ligt. Op 1.42 passeert de auto een bord met reclame voor mayonaise. De beelden uit de trein (vanaf 5.10) – vooral landschappen – zijn minder boeiend. 


Het archief van Manhoff  wordt stukje bij beetje geopenbaard op de site van Radio Free Europe. Daar wordt ook geciteerd uit brieven van Manhoffs vrouw, die op de meeste reizen meeging. Erg lovend over wat ze onderweg in Siberië ziet, is ze niet. “There is no extra of anything. Living for the majority of the people we saw on this whole trip is their greatest problem. There wasn't the glimmer of civilization. There was no pride, no purpose.... They chew hunks of bread and fall dead asleep waiting. They are dirty and they stink. There is no running water, they can't keep sanitary.”

Hier een kleine selectie van de foto’s die bij Radio Free Europe in het derde deel worden getoond. (Waar de locatie niet staat vermeld, is deze onbekend.)

Op de site van Radio Free Europa staat een afbeelding die vergroot kan worden

Op de site van Radio Free Europa staat een afbeelding die vergroot kan worden


Een mooie bonus bij het derde deel is de brief van de hoofdconducteur van trein nummer 4 op de Transsiberische Spoorlijn, aan de krant Troed, gepubliceerd op 25 maart 1954, waarin Manhoff en zijn Amerikaanse metgezellen worden ontmaskerd als ‘spionnen’. Het is Sovjet-krantenproza van de bovenste plank, dat mij terugvoerde naar de tijd dat ik zelf menig Sovjet-krant doorspitte. De opening van elk artikel was altijd positief, vrolijk en optimistisch, tot aan het onvermijdelijke, simpele, maar licht onheilspellende woordje однако (echter) … Dan wist je: nu begint het artikel pas echt.

Als werknemers van de Transsiberische Spoorlijn zien wij dagelijks hoe de aanblik van ons Moederland in snel tempo verandert, schrijft hoodconducteur  G. Charin. We zien hoe het leven verandert in de meest verafgelegen uithoeken, die tot voor kort nog als wildernis werden beschouwd. We vervoeren arbeiders, ambtenaren, en jonge ingenieurs en artsen, die staan te trappelen om de door hen opgedane kennis in praktijd te brengen. Duizenden Komsomolleden die woeste gronden gaan ontginnen … De Transsiberische Spoorlijn wordt ook veel gebruikt door buitenlanders, aldus Charin. “Wij denken met veel warmte terug aan de talrijke delegaties uit het grootse China, uit het heroïsche Korea en het strijdende Viëtnam. […]  Onze vrienden kijken altijd enthousiast en met liefde naar de nieuwbouw, de fabrieken, kolchozvelden en sanatoria waarlangs de Transsiberië Express snelt.”

Oднако … Er zijn echter ook passagiers die met heel andere blikken rondkijken … Waarna Charin vertelt over een groepje Amerikanen met wel verdacht veel aandacht voor radiomasten, vliegvelden en brandstofopslagplaatsen … “Koortsachtig maakten zij allerlei aantekeningen in een bloknoot.” Een blaadje met aantekeningen werd later gevonden bij het schoonmaken van de coupé en toen er een docente Engels was gevonden die het kon vertalen, was slechts één conclusie mogelijk: “Waarachtig, het was een spionagedocument!” Dergelijke toeristen zouden niet in de Sovjetunie moeten worden toegelaten, meent Charin, en waren het diplomaten, dan dienden zij de deur gewezen te worden.

De redactie van Troed achterhaalde via reisbureau Intoerist de namen van de passagiers, die onder het artikel staan afgedrukt. (Via Intoerist? Via een andere organisatie, vermoed ik, al zal die zeer hechte banden met het reisbureau hebben onderhouden.) Wilde het reisgezelschap de aantekeningen graag terug hebben, dan konden deze worden opgehaald bij de redactie.

-------------------

Her en der is geschreven – ook door mij – dat Manhoff de Sovjetunie is uitgezet. Dat lijkt wat te dik aangezet. Wel zullen de Amerikanen het raadzaam hebben gevonden om hem elders te stationeren – misschien (ik ken de toenmalige – en huidige - diplomatieke mores niet) na een verzoek van Sovjetzijde.

(De lezer vergeve mij het uitstapje naar mijn Sovjet-krantenverleden. Zie de foto links, waarop ik, met woordenboek bij de hand, de Pravda of de Literatoernaja Gazeta lees, en u begrijpt waarom ik dit niet kon laten.)

Manhoff meets Denejka – nieuwe beelden uit het foto- en filmarchief van een Amerikaanse diplomaat in het Moskou van de jaren 50.

-------------------

En hier is alweer deel twee over de foto’s en films van Martin Manhoff, de Amerikaanse diplomaat die in de jaren 1952-1954 in (vooral) Moskou zijn camera de vrije loop liet. De belangrijkste beelden uit Manhoffs archief – die van de uitvaart van Stalin – zaten in deel één (hier en hier), maar ook nu is er weer veel boeiends te zien.  

Mijn favoriete foto is dit keer die van de traditionele estafette door de straten van de hoofdstad, boven aan dit stukje. Ik schreef eerder over die stratenloop, waar gemengde teams aan meedoen. Rechts komt een loopsters aan, in het vak staat de loper klaar die het stokje gaat overnemen. Van eenzelfde moment maakte Aleksandr Denejka onderstaand schilderij, dat tot mijn – ik ben consequent – favoriete schilderijen uit de Sovjettijd behoort.

A. Dejneka: Estafette op Ringweg B (1947)

De estafette is ook te zien bij de filmbeelden hieronder. Ook hier geven loopsters (belangstellend gadegeslagen door twee geüniformeerde ordebewakers) hun stokje over aan lopers. Duidelijk is te zien dat je voor deze wedstrijd een behoorlijk niveau moest hebben – simpele liefhebbers verschenen hier niet aan de start.


Tot slot van deze aflevering nog een aantal foto’s.

 

Hier deel drie.   

Het beeldarchief van Martin Manhoff, de Amerikaanse diplomaat die stiekem de begrafenis van Stalin filmde

------------------


Zit je rustig een stukje te tikken over een Amerikaanse horeca-tycoon in Moskou aan het begin van de vorige eeuw, komen opeens deze foto’s op je scherm voorbij … Wie mijn liefde kent voor kleurenfoto’s uit de Sovjetunie van de jaren vijftig, zal begrijpen dat ik die Amerikaanse horeca-tycoon meteen naar de zijkant van mijn bureau heb verbannen.

Hij heeft tijdelijk plaats moeten maken voor een andere Amerikaan: majoor Martin Manhoff. Die was tussen 1952 en 1954 werkzaam op de Amerikaanse ambassade in Moskou, tot hij op beschuldiging van spionage het land moest verlaten. In die twee jaar reisde hij veel rond en legde van alles vast op foto en film. Het beeldmateriaal belandde in een kast bij hem thuis in Washington, waar het zestig jaar onaangeroerd bleef liggen.
 


Na de dood van Manhoff vroeg zijn weduwe aan historicus Douglas Smith (schrijver van onder meer een recente biografie van Raspoetin) om eens langs te komen. Had haar man misschien nog iets van historische waarde achtergelaten? … Smith trof duizenden kleurenfoto’s aan met straatbeelden uit onder meer Moskou, Leningrad en Moermansk en van plekken langs de Transsiberische Spoorlijn.

Tussen de pareltjes, schrijft Smith op zijn Facebookpagina, zitten bewegende beelden, zo’n vijftien minuten lang, van de begrafenis van Stalin, opgenomen vanuit een bovenraam van de vroegere Amerikaanse ambassade in Hotel National.  


Smith heeft dertien foto’s op Facebook gezet. De locaties en data staan er niet bij. Hij wil het archief digitaliseren en toegankelijk maken. Hij vraagt om de foto’s te delen en hoopt op commentaren en suggesties. Hij is bereikbaar via: info@douglassmith.info

Duitse Fotograaf Bock-Schröder - in 1938 opgepakt in Nederland - ging in de Sovjetunie stiekem zijn gang

In 1956 kreeg fotograaf Peter Bock-Schröder de opdracht om in het kielzog van een West-Duitse filmploeg naar Rusland te reizen – het land van zijn vader. Hij was de eerste West-Duitse fotograaf die de Sovjetunie in mocht. In de schaduw van de filmploeg, die ernstig belemmerd werd door oplettende ‘gastheren’, maakte hij met zijn stille Rolleiflex een serie prachtige tijdbeelden.

Bock-Schröder, geboren in 1913 in Hamburg, was een buitenechtelijk kind van een Duitse moeder en een Russische vader. Die vader heeft hij nooit gezien, Russisch leerde hij niet. Zijn opleiding tot fotograaf volgde hij in Berlijn, zijn eerste werkreis, in 1935, bracht hem naar Nederland. Het was een vruchtbaar verblijf, voor het eerst wist hij met zijn foto’s geld te verdienen. Drie jaar later verging het hem tijdens een nieuw ‘bezoek’ minder goed. Als lid van de verboden SDP was hij uitgeweken naar Nederland. Hij werd opgepakt en teruggestuurd.

In de oorlog deed Bock-Schöder dienst bij de Luftwaffe als boordschutter in Afrika. In 1945 gaf hij zich in Hamburg over aan de Engelsen. Hij ging weer aan de slag als fotojournalist en  werkte onder meer voor het tijdschrift Stern. Toen hij de kans kreeg om met een filmploeg naar de USSR af te reizen, hoefde hij niet lang na te denken.

De opdracht kwam van een Duits filmbedrijf, dat in 1956 toestemming kreeg om een documentaire over de Sovjetunie te maken. Vanzelfsprekend was dat bepaald niet. Pas een jaar eerder waren de laatste Duitse krijgsgevangenen uit Rusland teruggekeerd naar huis en West-Duitsland was sinds kort lid van de NAVO.

Het werd nog een hoop gedoe, die film. Met het Moskouse ministerie van Cultuur was een contract van vijftien pagina’s getekend, waarvan paragraaf drie luidde: "Thema des Films ist die objektive Berichterstattung über die UdSSR, über die Arbeit der Sowjet-Menschen, ihr Alltagsleben, ihre Kunst, Erholung und andere Seiten des sozialen und kulturellen Lebens." Tegenover elke draaidag stonden vier dagen van onderhandelen. Was het slechte schoeisel van de mensen in de rij voor het Lenin- en Stalinmausoleum een ‘objectief’ beeld? “Objektiv ist”, zo werd de Duitsers uitgelegd, “was die Freundschaft zwischen den Völkern fördert.”

De montage diende volgens het contract in Moskou te gebeuren, met een vetorecht, ook wat het commentaar betreft (commentaarstem: Gert Ruge) voor de Russen. Het resultaat kreeg de titel Wir sahen mit unseren Augen Russland heute. Het was een zeer officieel beeld van de USSR, ongeveer wat ook het Sovjet-reisbureau Intoerist graag liet zien. In Duitsland ging aan de film een mededeling vooraf, waarin gewezen werd op de “unvorstellbare Schwierigkeiten” tijdens de opnamen. “Er entstand unter denselben Bedingungen, unter denen alle westlichen Journalisten in der Sowjet-Union arbeiten."

Peter Bock-Schröder was ondertussen rustig zijn gang gegaan. Met zijn Rolleiflex was hij uiteraard veel wendbaarder en vooral minder opvallend dan de cameraploeg. Voor zijn vertrek uit Rusland naaide hij de meeste van zijn ontwikkelde rolletjes in de voering van zijn jas en bracht ze zonder problemen de grens over.

Bock-Schröder maakte nog reportages in Noord- en Zuid-Amerika. In 1972 coverde hij de Olympische Spelen in München. Op zijn 60ste tekende hij een contract met de persafdeling van het vliegveld van München. Hij overleed in 2001.

Hier een selectie van Bock-Schröders foto's. Ik heb me beperkt tot zijn werk in zwart-wit, die me aanzienlijk beter bevallen dan zijn kleurenfoto's. De kleine en de grote mannen op de tweede en de derde foto staan op de tribune van de Moskouse paardenrenbaan. Nog niet zo gek lang geleden deed ik mijzelf daar financieel flink tekort, waarover u hier alles kunt lezen. De foto van de schutterskoepel is genomen op de heuvel in Stalingrad/Volgograd, waar later het enorme standbeeld 'Het moederland roept' zou verrijzen. Alle foto's hieronder zijn, voor zo ver ik heb kunnen nagaan, gemaakt in Rusland, behalve die van de vier vrouwen die aan de weg werken - dat is Azerbeidzjan. 

En dan volgt er nu een wat raar slot ... Op zoek naar foto's  van Bock-Schröder stuitte ik op werk van Burt Glinn, die de Sovjetunie in 1963 bezocht. Zijn foto's vind ik mooier.  Over Glinn binnenkort uiteraard meer.

Gelukkig Nieuwjaar! Uit de jaren vijftig en de Tweede Wereldoorlog.

Gelukkig Nieuwjaar! (De lampjes vormen samen de mededeling: Het zevenjarenplan vervullen wij voortijdig!)

Gelukkig Nieuwjaar! (De lampjes vormen samen de mededeling: Het zevenjarenplan vervullen wij voortijdig!)

Rusland in woord en beeld gaat met kerst- en nieuwjaarsreces, maar niet nadat de voltallige redactie de trouwe lezers een uitstekend Nieuwjaar heeft gewenst. Wij doen dat in stijl, met nieuwjaarskaarten uit de USSR uit de jaren vijftig, aangevuld met kaarten uit de Tweede Wereldoorlog.

Ik gebruik bewust niet het woord kerstkaart: er staan weliswaar volop kerstbomen op al die kaarten, maar Kerstmis was in de atheïstische Sovjetunie natuurlijk geen officiële feestdag.

Volop kerstbomen dus op die kaarten, maar vlak de raketten niet uit. Die waren erg populair in die jaren, als symbool van de Sovjet-successen in wetenschap en techniek, en natuurlijk – dat kwam mooi uit - als lichtende tegenhanger van al die religieuze bekrompenheid. De Kerstman kwam in de USSR in die jaren bijna vaker per raket naar Moskou dan met een slee.

Prachtig vind ik de kaarten met sneeuw en zware industrie. Ik geloof niet dat wij in de jaren vijftig – of daarna – rokende schoorstenen uit de Botlek aan familie en vrienden stuurden. (En ook hier weer zo'n raket of een heel modern vliegtuig aan de hemel.)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Erg blij ben ik dat ook ingenieur Sjoechov weer eens langskomt met een van zijn torens.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit is mijn favoriet. Het rode vaantje met ‘USSR september 1959’ is wat verwarrend, maar in die maand maakte de atoomijsbreker Lenin zijn eerste vaart – en dat is natuurlijk wel een vermelding op een nieuwjaarskaart waard.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hier nog een kleine veertig meer:

 

En hier nog een verzameling kaarten uit de oorlogsjaren. Grofweg zijn die te verdelen in twee groepen: kaarten waarop het thuisfront stond afgebeeld en kaarten met taferelen van het echte front. Hier is mijn favoriet de tekening van twee grimmige partizanen die zojuist een Duitse tankwagen in brand hebben geschoten. Gelukkig Nieuwjaar!, staat eronder.   

GAZ51+Studebaker: vrachtwagens met reclame voor de Sovjetconsument

Uiteindelijk heb ik er ruim twintig van gevonden, kleine vrachtwagens uit de jaren vijftig van (vermoedelijk) hetzelfde type, met reclame op de zijkanten. Het zijn symbolen van een veranderende economie: lag de nadruk in de USSR decennia lang op de zware industrie, in de loop van de jaren vijftig kwam er meer aandacht voor de consument.

De vrachtwagens wierpen, in al hun aandoenlijkheid, een aantal vragen op. Van wie waren ze? Wie zette die reclames erop? En wat was, technisch gezien, hun achtergrond? Ik waarschuw meteen maar: u gaat van mij geen duidelijke antwoorden krijgen.

Om met de techniek te beginnen. We hebben hier steeds te maken met het chassis van de GAZ51, gefabriceerd door de Gorki Avtomobolinyi Zavod. (Gorki is het huidige Nizjny-Novgorod, Zavod betekent fabriek.) Daar had men voor de Tweede Wereldoorlog al een prototype gefabriceerd, maar toen de echte productie zo’n beetje kon beginnen, vielen de Duitsers het land binnen. Wat er tijdens de oorlog ook het land binnenkwam, waren – in het kader van het Lend-Lease-programma – Amerikaanse vrachtwagens, waaronder de befaamde Studebakers. En daar begint de verwarring. De vrachtwagens die in Gorki na de oorlog van de band rolden, hadden het een en ander geleend van de Studebakers, maar wat precies? Russische bronnen zijn bepaald niet eenduidig (sommige laten de Amerikaanse vrachtwagen, uit vaderlandsliefde vermoed ik, zelfs geheel onvermeld) en het interesseert me ook eigenlijk niet.  

Van wie waren die vrachtwagens? Van Mosgortrans, lees ik overal. Die naam is opgebouwd uit drie afkortingen (Mos=Moskou, gor=gorodskoj/stads-, trans=tranport), maar dat brengt me ook niet veel verder. Mosgortrans werd in 1958 opgericht om het openbaar vervoer (tram, bus, trolleybus) onder één dak samen te brengen. Deed Mosgortrans ook aan vrachtvervoer? Ik kom er op de site van het bedrijf – met een aparte pagina over de geschiedenis – niets over tegen. Werden de vrachtwagens ‘geleased’ aan andere sectoren? En zorgde Mosgortrans dan ook voor die reclames op de zijkanten? Dat zou me niet verbazen. Zoiets zal in de planeconomie van de USSR niet aan de creatieve geesten van steeds weer aparte bedrijven zijn overgelaten. Ook de gelijkenis van veel van de foto’s duidt op een centraal gestuurd beleid.

Ik ben nu een week bezig geweest met deze vragen. Mocht u echt een antwoord willen, zoekt u dan vooral zelf verder. 

In de fotogalerij hieronder vindt u de 22 verschillende (qua reclame) vrachtwagens die ik heb gevonden, en helemaal onderaan nog, als een soort bijvangst, drie alleraardigste busjes (Russische bijnaam: boechanka/broodje). Die busjes nodigen uit tot een nieuw stukje, maar ik ga dat niet schrijven. Zoals ik ook niet ga schrijven over het schisma binnen de Russische automodelverzamelaarswereld – ergens schijnt een grove fout gemaakt te zijn met de cabine van een van die reclamevrachtwagentjes.      

Ik sluit af met een citaat uit Het gouden kalf van Ilf & Petrov, met excuus aan diegenen die het Russisch niet machtig zijn.

— Позвольте, — воскликнул он с юношеской назойливостью, — но ведь в пробеге нет никаких "лорен-дитрихов"! Я читал в газете, что идут два "паккарда", два "фиата"и один "студебеккер".
— Идите к чертовой матери со своим "студебеккером"! — заорал Остап. — Кто такой Студебеккер? Это ваш родственник Студебеккер? Папа ваш Студебеккер? Чего вы прилипли к человеку? Русским языком ему говорят, что "студебеккер" в последний момент заменен "лорен-дитрихом", а он морочит голову! "Студебеккер!"

O wacht, bijna vergeten. Je kon op dat GAZ51-chassis (zie boven) nog veel meer zetten dan alleen een vrachtwagenbak. Hier een paar aardige voorbeelden. Eentje met een verhoging voor het vervoer van zure room …

…. Je had ze ook met aanhanger, met deze werd brood vervoerd …

… En eentje voor ‘veterinaire desinfectering’, waar ik maar niet te dicht bij in de buurt zou komen.  

En hier nog de beloofde busjes: