fotografie

Het beeldarchief van Martin Manhoff, de Amerikaanse diplomaat die stiekem de begrafenis van Stalin filmde

------------------


Zit je rustig een stukje te tikken over een Amerikaanse horeca-tycoon in Moskou aan het begin van de vorige eeuw, komen opeens deze foto’s op je scherm voorbij … Wie mijn liefde kent voor kleurenfoto’s uit de Sovjetunie van de jaren vijftig, zal begrijpen dat ik die Amerikaanse horeca-tycoon meteen naar de zijkant van mijn bureau heb verbannen.

Hij heeft tijdelijk plaats moeten maken voor een andere Amerikaan: majoor Martin Manhoff. Die was tussen 1952 en 1954 werkzaam op de Amerikaanse ambassade in Moskou, tot hij op beschuldiging van spionage het land moest verlaten. In die twee jaar reisde hij veel rond en legde van alles vast op foto en film. Het beeldmateriaal belandde in een kast bij hem thuis in Washington, waar het zestig jaar onaangeroerd bleef liggen.
 


Na de dood van Manhoff vroeg zijn weduwe aan historicus Douglas Smith (schrijver van onder meer een recente biografie van Raspoetin) om eens langs te komen. Had haar man misschien nog iets van historische waarde achtergelaten? … Smith trof duizenden kleurenfoto’s aan met straatbeelden uit onder meer Moskou, Leningrad en Moermansk en van plekken langs de Transsiberische Spoorlijn.

Tussen de pareltjes, schrijft Smith op zijn Facebookpagina, zitten bewegende beelden, zo’n vijftien minuten lang, van de begrafenis van Stalin, opgenomen vanuit een bovenraam van de vroegere Amerikaanse ambassade in Hotel National.  


Smith heeft dertien foto’s op Facebook gezet. De locaties en data staan er niet bij. Hij wil het archief digitaliseren en toegankelijk maken. Hij vraagt om de foto’s te delen en hoopt op commentaren en suggesties. Hij is bereikbaar via: info@douglassmith.info

De verborgen 'foto-schat' van Samuel Hopwood, vertegenwoordiger van Kodak in Moskou

---------------


S. HOPWOOD OUT OF RUSSIA. New Yorker and daughter Reach Riga – Another Daughter Detained.” Het is een kop uit The New York Times van 15 oktober 1920. Samuel Hopwood was de vertegenwoordiger van cameraproducent Kodak in Moskou, toen daar met de komst van de Bolsjewieken het licht uitging. Ik kwam zijn naam tegen onder deze foto met een Moskous tafereel uit 1910:


Die foto smaakte naar meer. En wie was die Hopwood? Ik begaf me op een bescheiden, digitale zoektocht, die weinig duidelijkheid verschafte en vooral vragen opleverde, met als belangrijkste: waar liggen Hopwoods negatieven precies begraven?

De meeste informatie over Hopwoods verblijf  in Rusland kwam naar boven op het weblog van een zekere Andrej Svetlako. Hopwood, een Amerikaan met Schotse voorouders, werkte in Moskou op de camera-afdeling van Muir & Mirrielees, het warenhuis van de Schotten Andrew Muir en Archibald Mirrielees. (Het bedrijf werd na de Revolutie genationaliseerd en ging verder onder de naam TsUM.) Ergens kort na 1900, zo schrijft Svetlako op zijn blog, werd Hopwood de vertegenwoordiger van Kodak in Moskou.

Het Amerikaanse camera-merk was, onder Russen die zich een fototoestel konden veroorloven, populair. De familieleden van tsaar Nicolaas II bezaten elk een toestel. Bij het Alexanderpaleis in Tsarskoje Selo was een speciaal fotolaboratorium waar de negatieven ontwikkeld konden worden.

Hopwood fotografeerde zelf ook. Blogger Svetlako kwam op een van Hopwoods foto’s zijn overgrootmoeder tegen. Die kwam uit het dorpje Korostova, in de buurt van Moskou, vlak bij de plek waar de familie Hopwood een datsja had. Overgrootmoeder Aleksandra was enige tijd het kindermeisje voor Hopwoods dochters Annie en Dora. Hier zien we haar, links op de foto:


Hopwood en zijn dochters worden ook genoemd door de Amerikaanse journaliste/spion Marguerite Harrison in haar boek Marrooned in Moscow: the Story of an American Woman Imprisoned in Russia (1921). Ze beschrijft hoe ze in de zomer van 1920 door Hopwood, “voormalig manager van het bedrijf Kodak”, wordt uitgenodigd voor een dagje op de datsja. Ze zwemt met Annie en Dora in de Moskva.


Afgaand op het weinige werk dat ik van hem heb gezien, was Hopwood geen topfotograaf – al zijn zijn straattaferelen vanuit historisch oogpunt boeiend. Dat weinig enthousiaste oordeel zou nog kunnen worden bijgesteld, wanneer al zijn negatieven boven water zouden komen. Foto’s van onlusten in Moskou in 1905 bevinden zich volgens Svetlako in het Historisch Museum, maar die heb ik via internet niet tevoorschijn kunnen krijgen. Hopwood zou ook een deel van zijn archief hebben meegenomen toen hij in 1920 Rusland verliet. Dat kan kloppen, stockfoto-bedrijf Getty Images beheert een aantal foto’s gemaakt door Hopwood. Volgens Svetlako heeft de Moskouse Kodak-vertegenwoordiger ook een deel van zijn negatieven begraven in of in de buurt van het dorp waar hij zijn datsja had… Volgens de familie-overlevering (Svetlako voert zijn overgrootmoeder op als bron) zou dat archief alles bevatten: foto's met Lenin, Nicolaas II, Tolstoj … “Zoektochten van mijn vader en mij naar dat archief hebben niets opgeleverd”, schrijft Svetlako – wat mij nou niet echt verbaast.

De laatste maanden van Hopwood in Rusland zullen niet eenvoudig zijn geweest. The New York Times schrijft dat dochter Annie werd aangehouden bij de Russisch-Letse grens, omdat de naam op haar papieren was verward met die van haar moeder, die kort daarvoor was overleden. De ziekte van de moeder was de reden dat het gezin niet eerder samen met een groep Amerikaanse diplomaten het land had kunnen verlaten. Volgens blogger Svetlako kon dochter Dora zich later alsnog bij haar vader en zus voegen. 

Genoeg aanknopingspunten - zou Kodak een bedrijfsarchief hebben? - voor een verdere zoektocht naar de wederwaardigheden van de familie Hopwood. En natuurlijk naar die negatieven. Iemand? 

-----------------

(Toevalligerwijs gaat ook een van mijn komende stukjes over een Amerikaan die Moskou na de Revolutie moest ontvluchten; over een zwarte slavenzoon die uitgroeide tot een van de succesvolste horeca-ondernemers van Rusland.)

Tolstoj, Schiedamse jenever en de Tour de France – samen onder één noemer: Prokoedin-Gorski.

-----------------

De vader maakte een van de bekendste foto’s van Lev Tolstoj, op het fotowerk van zijn twee zoons zien we Schiedamse jenever, Nestlé-baby’s en wielrenners uit de Tour de France. De familienaam van vader en zoons: Prokoedin-Gorski.

Vader Sergej Prokoedin-Gorski is met afstand de bekendste uit het gezin. Zijn faam dankt hij aan de 2.607 kleurenfoto’s, in het bezit van de Library of Congress in Washington, die een fascinerend beeld geven van het verdwenen Rusland van voor 1917. Digitalisering hebben de foto’s voor iedereen toegankelijk gemaakt – en de naam van de maker voorgoed gevestigd. Zijn zoons zijn minder bekend, al betaal je voor hun werk tegenwoordig een aardig kapitaal.

Vader Prokoedin-Gorski verliet Rusland in 1918 en vestigde zich, na een verblijf in Noorwegen, in 1921 samen met zijn zoons Dmitri en Michail en dochter Jekaterina in Parijs. Daar begonnen de zonen een fotobedrijf onder de naam Gorsky Frères (later: Gorsky-Magny). Hun bekendste werk zijn de foto’s in het officiële album van de Wereldtentoonstelling van 1937 in Parijs, dat eind jaren tachtig opnieuw werd uitgegeven.

Dmitri en Michail leerden de kneepjes van het vak van hun vader, die zij vergezelden op veel van zijn fototochten door het Russische rijk. Hun werk in Frankrijk had grotendeels een heel ander karakter. Ze portretteerden de Franse luchtvaartheld Dieudonné Costes en president Gaston Doumergue. Ze deden een poging om een etnografische inventarisatie van Frankrijk te maken, vergelijkbaar met het werk van hun vader over Rusland. Dat leverde wel een aantal foto’s op, maar tot een groot project kwam het wegens een gebrek aan financiële middelen niet.

De hoofdmoot van het werk van de Gorsky Frères bestond uit reclameopdrachten, variërend van wervende beelden voor babyvoeding, kleding en drank, tot afbeeldingen op koek- en snoeptrommels.


Éen opdracht van Dmitri en Michail voor een boek had ik graag wat uitgebreider bekeken, maar ik vond er slechts een enkele, povere afbeelding van.

Het betreffende boek werd in 1952 uitgegeven door het chocolademerk Eriam’s (‘Le chocolat de sportifs’), dat een wielerploeg sponsorde. Op onderstaande fotootjes staan wielrenners uit 1903 en 1904, die dus niet gemaakt kunnen zijn door de broers Pokoedin-Gorski. Latere afbeeldingen uit het boek zijn misschien wel van hen, of ze hebben alleen de technische afhandeling voor hun rekening genomen – wat ook met reclamewerk wel gebeurde.

Voor originele afdrukken van het reclamewerk van Gorsky Frères moet je tegenwoordig diep in de buidel tasten. Onderstaand werk (C'est un Bébé Nestlé) was vorig jaar voor 11.000 dollar te koop. 

Het werk van hun vader zal nog veel meer waard zijn, maar dat bevindt zich dus in de Library of Congress – voor zover bekend. Bij zijn vertrek uit Rusland werd een deel van zijn werk in beslag genomen. Hoeveel afdrukken of negatieven zijn achtergebleven is onduidelijk, maar vermoedelijk enkele duizenden. Volgens Prokoedin-Gorski ging dat om foto’s die voor het grote publiek niet interessant waren. De collectie die uiteindelijk in Parijs belandde, werd in 1948 door zijn twee zonen verkocht aan de bibliotheek in Washington. De in Rusland achtergebleven foto's zijn nooit teruggevonden. Hier enkele voorbeelden van de foto's die Prokoedin-Gorski beroemd hebben gemaakt: 

Eerder schreef ik een stukje over de vervoermiddelen waarmee Prokoedin-Gorski zijn tochten door het Russisch rijk maakte. Zie hier.

Een ‘Kowboy Koktail’ aan de Gorkistraat. De verdere avonturen van fotograaf Margaret Bourke-White in het Moskou van 1941.

-------------------

Drie weken geleden wijdde ik een stukje aan de Amerikaanse fotograaf Margaret Bourke-White, die in de vroege jaren dertig als eerste westerling officieel toestemming kreeg om in de USSR foto’s te maken. Ik wilde meteen een tweede stukje over Bourke-White schrijven, over haar verblijf in de Sovjetunie in 1941, toen ze toevallig de enige buitenlandse fotograaf was ten tijde van de Duitse invasie. Ik besloot te wachten tot ik haar volledige reisverslag (Shooting the Russian war, uitgegeven in 1942) in huis had.

Dat was een wijs besluit, want wat een aardig reisverslag is dat! Ik heb er nu veertig pagina’s in gelezen en zou daar al zo drie artikelen over kunnen schrijven.

Na een reis van een maand (onderweg wandelt Bourke-White onder meer op een strand met onze minister-in-ballingschap Van Kleffens en ontmoet ze in China drie vrouwelijke missionarissen uit Nederland die net Rusland hebben verlaten) arriveert ze in Moskou. De stad ziet er beter uit dan bij haar vorige bezoek – er is nu wat ruimte voor mondain vermaak. Ze bezoekt aan de Gorkistraat een cocktailbar. Daar maakte ze bovenstaande foto.

Uit haar uitgebreide bijschrift weten we van wie die handen zijn. Van Olga Alexievna Vakalina, die achter de bar staat en 500 roebel per maand verdient. Olga is bezig met de bereiding van een Kowboy Koktail, “which would frighten into a stampede the cowboys after whom it is named.” Het drankje bestaat uit lagen van verschillende soorten sterke drank, gecombineerd met gin en brandy bovenop, “seperated by the yolk of an egg into something that looks like a rainbow parfait and tastes like everything behind the counter.” Dient in één keer achterover te worden geslagen, omdat anders die dooier problemen geeft.


En in die eerste veertig pagina’s gaat ze ook nog naar een House of Fashion, naar een voetbalwedstrijd en, nou ja,  … en zo verder enzovoorts, maar daar kom ik nu niet aan toe want ik ben even weg.

Vermaakt u zich ondertussen met die Kowboy Koktail, “prepaired in the following sequence:

1. apricot liqueur
2. benedictine
3. egg yolk
4. gin
5. cognac (a special kind, with pepper).”

De flessen staan van links naar rechts in de juiste volgorde op de foto bovenaan. En het is natuurlijk niet zomaar gin, maar Голландский джин / Hollandse gin. Wat een vraag oproept waar ik geen antwoord op heb. 

Wordt vervolgd. 

Max Penson: topfotograaf uit de USSR die in Oezbekistan floreerde en ten onder ging

-------------

Mijn trouwe lezers die met smart zitten te wachten op deel 2 van het verhaal over fotograaf Margaret Bourke-White, moeten nog even geduld hebben. Er is een boek over haar onderweg (van ver), en zonder dat boek kan ik dat tweede deel niet schrijven. Dat biedt wel ruimte voor het werk van een andere fotograaf: Max Penson.

Ruim twee decennia werkte Penson (1893-1959), woonachtig in Tasjkent, voor de Pravda Vostoka (Waarheid van het Oosten), waarvoor hij de razendsnelle transformatie van  Oezbekistan in de jaren tussen de twee wereldoorlogen documenteerde. Jarenlang was zijn werk vergeten, tegenwoordig wordt hij gezien als een van de belangrijkste Sovjetfotografen uit de jaren twintig en dertig.

Hóe belangrijk is Pensons fotowerk precies? Hoe meer foto’s je van hem ziet (een uitgebreid archief vindt u hier), hoe lastiger die vraag te beantwoorden is. Aanvankelijk kom je ogen tekort, zo veel prachtigs komt voorbij! Maar gaandeweg groeit de twijfel. Wel erg veel van zijn werk is in scene gezet (er zijn foto’s waarop Penson zelf bezig is zijn personages op de juiste plek neer te zetten). En steeds weer die diagonale lijnen … bij foto honderdtien begint dat te vervelen.


Wat die enscenering betreft, daarbij had Penson niet veel keus. De Sovjetrepubliek Oezbekistan moest gepresenteerd worden als een samenleving die de feodale en islamitische boeien had afgeworpen en razendsnel op weg was naar een socialistische modelmaatschappij. Al die tractoren, al die lachende gezichten, al die bevrijde sportmeisjes in hun schaarse kleding … Wat betreft de ontwikkeling van de fotografie hadden heel veel foto’s ook níet genomen hoeven worden.

De instructies die Penson meekreeg, konden zeer expliciet zijn. Zo moest hij materiaal leveren voor het Sovjetpaviljoen op de Wereldtentoonstelling van 1939 in New York. Uit het directief: “U dient de nadruk te leggen op de vreugdevolle, vrije arbeid […], op de zorg voor de mensen. U dient het veelzijdige en interessante leven van Sovjetarbeiders te tonen tijdens hun vrije tijd: clubs, studie, culturele activiteiten, de opvoeding van kinderen, enz. Rekenend op Uw ervaring en meesterschap verwachten wij van U interessant materiaal.”      

Wie Pensons vele foto’s bekijkt, ziet meteen dat een dergelijk directief gold voor al zijn werk. Heeft hem dat gehinderd in zijn ontwikkeling als fotograaf? Ondanks het vele mooie werk dat hij binnen die strakke kaders heeft afgeleverd, lijkt me dat zeer waarschijnlijk. Het zijn juist de beelden die niet (of slechts gedeeltelijk) zijn geënsceneerd, die op mij de meeste indruk maken. Van alle foto’s van Penson die ik zag, is dit mijn favoriet: 

Ongetwijfeld heeft Penson hier gevraagd: jongens, ren even netjes in een rij voorbij. Maar toch, door de niet volledig controleerbare beweging van de hardlopers ademt dit beeld een spontaniteit die verlangt naar meer. De wrange vraag luidt dan: hoeveel prachtige foto’s zijn er door Penson niet gemaakt.

Op de site waar het werk van Person wordt ontsloten, ontbreken helaas bij verreweg de meeste foto's de locatie en het jaartal. 

---------------------


“Het socialistisch realisme heeft hem dingen laten doen die hij niet wilde”, vertelt Pensons zoon Miron. Expressieve close-ups moesten wijken voor bredere beelden van mensen die Lenin en Stalin vereerden. Ook heeft Penson werk vernietigd. Miron herinnert zich hoe zijn vader op de binnenplaats foto’s verbrandde.

Eind jaren veertig, ten tijde van Stalins anti-kosmopolitische campagne, werd Penson als jood hard getroffen door een berufsverbot. Zijn accreditatie werd ingetrokken en als fotograaf kon hij niet meer aan de slag. Hij leidde een steeds meer teruggetrokken bestaan en werd depressief. In zijn laatste jaren retoucheerde hij foto’s: in een bizar ritueel verwijderde hij de ogen van mensen en gaf ze nieuwe. Penson overleed in 1959. Eén enkele bron spreekt van zelfmoord.      

Fotografengeluk in de USSR: het Eerste Vijfjarenplan en de Duitse inval - Margaret Bourke-White was erbij - 1

-------------------------

In het najaar van 1930 loopt fotograaf Margaret Bourke-White onder het raam door van de Sovjetambassade in Berlijn, wanneer ze boven haar iemand hoort fluiten. Het is de Sovjet-consul die met een papiertje staat te wapperen. Het is haar visum voor de Sovjetunie, waar ze de afgelopen vijf weken regelmatig tevergeefs voor langs is geweest. De Amerikaanse mag het land in – als eerste beroepsfotograaf uit het Westen.

Bourke-White is in eigen land dan al een fotograaf van naam. Ze is gespecialiseerd in architectuurfotografie en heeft een passie voor industriële objecten en machines. Met haar portfolio vol Amerikaanse staalgieterijen, generatoren, turbines en locomotieven had ze de Russen overtuigd: als iemand de stormachtige ontwikkelingen tijdens het Eerste Vijfjarenplan in beelden zou kunnen vangen, dan was zij het. Ze kocht een grote koffer en stopte die vol met blikvoedsel. “I had been warned that if I travelled off the beaten path, I would find near famine conditions. That night I left for Moscow”, schreef ze vele jaren later in haar memoires. 

Een reis van 5.000 kilometer voerde haar van Moskou naar Novorossiisk, van kolchozen naar de stuwdam in de Dnjepr bij Zaporozje. Ze kwam ogen tekort. “No one could have known less about Russia politically than I knew - or cared less. To me, politics was colorless beside the drama of the machine”, aldus Bourke-White. Daarmee onderscheidde zij zich van nogal wat andere bezoekers uit het Westen, voor wie de jonge USSR de heilstaat was en die – bewust of onbewust - geen afbreuk aan dat beeld wilden doen en zich gewillig zand in de ogen lieten strooien.

Haar eerste reis – ze maakte er in de vroege jaren dertig drie – was in opdracht van het tijdschrift Fortune. Het resulteerde onder meer in het boek Eyes on Russia (1931), dat haar faam als fotograaf nog eens onderstreepte en waarmee ze bij de Sovjetautoriteiten in een goed blaadje kwam te staan – al was het niet zomaar een lofzang op de zegeningen van het vijfjarenplan. Bourke-White noemde de Sovjetunie ‘the land of the Day After Tomorrow’, deels verwijzend naar het wenkende toekomstperspectief, maar vooral toch doelend op de gekmakende bureaucratie met steeds weer onbegrijpelijke obstakels en uitstel tot ‘overmorgen’.

Bourke-White werd uiteraard voortdurend begeleid en van een reis ‘off the beaten track’ kwam het natuurlijk niet. Helemaal blind voor de enorme ontwrichting die de onverbiddelijke industrialisering en de misdadige collectivisatie van de landbouw met zich meebrachten, was ze echter niet. Wanneer ze suiker nodig had, schrijft ze, ging een functionaris met haar mee naar de winkel om de suiker – indien voorradig - op te eisen. “Little food; no shoes; terrible inefficiency; steady progress; great hope”, noteert ze in Eyes on Russia. Op meerdere foto’s die ze in de jaren dertig maakte, sijpelen de harde omstandigheden door.

In 1931 nodigt Moskou haar uit voor een tweede reis en doet ze onder meer Magnitogorsk aan. In 1933 reist ze opnieuw naar de Sovjetunie, nu met als doel om wat meer van het platteland te zien. De autoriteiten, ook niet achterlijk, begeleiden haar naar … Georgië. Ze maakt er onder meer foto’s van de moeder van Stalin.

Bourke-White kreeg een unieke kans om de USSR-in-opbouw vast te leggen. Daarmee was haar fotografengeluk, wat Rusland betrof, nog lang niet op. In mei 1941 reisde ze nogmaals naar het land. Ze was er de enige Westerse journalist toen Duitsland op 21 juni het land binnenviel.

Wordt vervolgd.

(Eyes on Russia heb ik helaas niet in mijn bezit. De bijschriften bij bovenstaande foto's zijn onder voorbehoud. Veel foto's worden her en der opgevoerd met verschillende jaartallen en verschillende omschrijvingen. Waar bij de ene bron een Russisch dorp de locatien is, staat bij de ander bijvoorbeeld Georgië vermeld. De moeder van Stalin - dat klopt in elk geval.) 

De schaduwen van fotograaf Titarenko - Sint-Petersburg in de jaren negentig

Er zijn foto’s die je maar één keer hoeft te zien om ze nooit meer te vergeten. Dit is er zo eentje, van Alexey Titarenko:

Titarenko (1962) maakte de foto in 1993 in Sint-Petersburg bij de ingang van metrostation Vasileostrovskaja. Een aantal jaren was dat ‘mijn’ metrostation wanneer ik in de stad verbleef – maar dat doet er nu even niet toe.

De foto maakt deel uit van de serie Stad van Schaduwen. De beelden uit die serie dateren uit de chaotische jaren negentig, maar hebben door de gebruikte techniek iets tijdloos. De mensen zijn vrijwel allen onherkenbaar en zijn teruggebracht tot schaduwen die zweven door een stad waar het leven zwaar is en het onmogelijk lijkt om je thuis te voelen.    

De verleiding is groot om over de mystiek van Sint-Petersburg te beginnen, een thema dat sinds haar stichting in 1703 aan de stad gekleefd zit. Zelf houd ik daar niet zo van, maar Titarenko doet dat (zie de documentaire hieronder) onomwonden, met verwijzingen naar de ziel van de stad, naar schaduwen die uit een andere wereld lijken te komen en – uiteraard - naar het werk van Dostojevski. (De foto's hieronder komen ook uit andere series van Titarenko.)

Titarenko zet zijn werk, en dan met name zijn winterfoto’s, af en toe wel erg zwaar aan. Te zwaar? Je ziet onbestemde dreiging en onzekerheid, groepen mensen die plots alle zekerheden van het bestaan kwijt zijn en die – niet voor het eerst in de twintigste eeuw - maar moeten zien te overleven. Sommige beelden doen denken aan het Leningrad van de Tweede Wereldoorlog. Dat je als kijker die link legt, is geen toeval. De associatie met de oorlog drong zich aan Titarenko op en dat gevoel legde hij vast in zijn foto’s. Op zijn site beschrijft hij hoe hij in de jaren negentig door de stad liep en uitgeputte, ondervoede, op schaduwen lijkende mensen zag, op de grens van waanzin, op zoek naar eten. “Zoiets had zich niet meer voorgedaan sinds het beleg van de stad door de Nazi’s.” Dat gevoel geeft hij in zijn somberste foto’s op fascinerende wijze weer, maar mij zijn die inderdaad te zwaar aangezet.

Hieronder, in drie delen, een documentaire over Titarenko (helaas met een Amerikaanse voice-over). Op 6.19 in deel 2 praat hij over de foto waarmee het hem naar eigen zeggen gelukt is om de sfeer van Sint-Petersburg vast te leggen. Tegen het einde van deel 2 en in deel 3 gaat het over het ambacht: hoe maakt hij zijn foto’s en wat gebeurt er allemaal nog mee in de – Titarenko werkt met film – donkere kamer.

Titarenko woont tegenwoordig in New York. Meer over hem kunt u lezen op zijn site